Je hebt soms van die nadenkertjes. Een zinnetje waar je even mee bezig kunt zijn. Zo’n zinnetje waarvan je denkt: daar zit iets in. En als je erover nadenkt, weet je niet precies wat er dan in zit, maar het blijft wel hangen.
Ik kwam er een tegen in de roman 1q84, Boek één van Haruki Murakami. Lekker leesvoer bij de pittige verkoudheid, die me al een paar dagen in de greep heeft. De auteur heeft iets met Kafka, het menselijk (on)vermogen en bizarre fantasie. Wat ik tot nu toe van hem heb gelezen, leest als literaire thrillers. Een genre dat moeite doet hoogwaardige literatuur te zijn,maar dat net niet haalt. Naar mijn mening dan. Maar die is natuurlijk even makkelijk te ruilen voor die van een ander. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.
Als de wereld vol was van mensen die niet vervangen kunnen worden, zitten we met een geweldig probleem.
Dat was dus dat zinnetje. Ik kon even niet verder lezen. Wat er dan in een paar seconden aan gedachten door het hoofd raast, kan ik nu nog niet beschrijven. Ja, dacht ik, Goed geschreven, dacht ik. De relativiteit van het leven in een notendop, dacht ik. Om depressief van te worden, dacht ik ook. Is dit nu prachtige filosofie of iets wat op een wandtegeltje hoort, wist ik ook nog te bedenken.
En ik dacht ook: daar moet ik op dit blog iets over schrijven. Maar het zinnetje is al weer opgegaan in de rest van de dag en nu ik er aan terugdenk, vind ik het wel een sterk zinnetje, maar meer kan ik er ook niet over zeggen.
Niemand is onmisbaar. Iedereen is vervangbaar. Het zijn gezegden die tamelijk gemakzuchtig worden gebruikt. Je gebruikt ze om je eigen bestaan te relativeren. Of om juist het bestaan van een ander tot nietige proporties terug te brengen.
Het is waar. Onze individuele existentie heeft als uiteindelijk doel de dood. Het voortbestaan van de mensheid moet dus wel aan die vervangbaarheid te danken zijn.
Het is waar. Ik zou niemand willen missen, maar als er eentje sterft, weet ik dat op de lange duur zelfs de herinnering aan iemand steeds vager zal worden.
Het is niet waar. Want er zijn inmiddels ook wat mensen verdwenen, waarvan ik denk dat de wereld ze heel erg nodig heeft.

Uw redacteur hing even ergens anders uit, Op
De Kamerleden mogen
In twee weken tijd twee keer fiks problemen met de computer, waardoor ik dagen niet bij
Toon toch eens wat ruggengraat, sprak mijn vader als ik weer eens lamlendig op
Na eerdere artikeltjes op
Vanavond kreeg ik de schrik van mijn leven. Wat een genoeglijk gesprek over een zoektocht in de bibliotheek was, bleek een ontmoeting met een moordenares te zijn. Tachtig procent van de moordlustigen is een bekende of familie van het slachtoffer. Degene met wie ik eerder op de avond sprak ken ik al jaren, dus ik moet voor mijn leven vrezen.
24 diersoorten rijker.
Het schrijven wil niet lukken. Er is genoeg om over te schrijven, genoeg wat nog uitgezocht en verteld moet worden, maar ik krijg het niet tot een blogje getikt. Is dit nou dat beruchte ‘writer’s block’?
Het is nog steeds een beetje wennen dat de onderbuik meer regeert dan pragmatisch verstand. Het idee dat mensen in de bijstand niet willen werken, is een van de pijlers waarop het kabinet de reorganisatie van het sociale vangnet bouwt. “150.000 tot 200.000 van de ongeveer 355.000 mensen in de bijstand kunnen werken. Of dat nu geheel of gedeeltelijk is”, 