Auteursarchief: Klokwerk

Dinsdag de 13e

BrandweerWie nu nog gelooft dat alleen de vrijdagen ongeluk brengen als ze op de 13e van de maand vallen, kan dat geloof nu wel laten vallen.
Op de dag dat
de vuurwerkramp in Enschede wordt herdacht en dat in Eelde een stille tocht werd gehouden ter nagedachtenis aan de drie brandweermannen die vorige week in De Punt om het leven kwamen, braken in heel het land branden uit.

De grootste en nu bekendste twee: de afdeling bouwkunde van de TU Delft en een plasticfabriek in (!) Enschede.
Maar het begon nog vroeger
in Hengelo: om half twee vanmorgen een brand in een leegstaande woning.
De rest van de dag:
Vlak voordat in Enschede en Delft de branden uitbreken staat een ventilatiekanaal in het theater
De Schalm (Veldhoven) in brand.
Wat later in de morgen brandt
in Zegge een auto uit na een onbeduidend botsinkje.
In de middag is het
in Geldrop raak: een boerderij brand volledig af en er komt asbest vrij.
Later op de middag ontstaat
door kortsluiting een brand in een woning in Lioessens.
En vanavond moest een steiger in de haven van
Middelharnis geblust worden.

Acht branden die tot nu toe het nieuws van vandaag haalden. Hopelijk blijft het daarbij. Allemaal toeval natuurlijk maar wie daar niet in gelooft heeft er een ongeluksdag bij.

Bij deze wel hulde aan de brandweermensen. Loop die lui niet in de weg als ze hun werk moeten doen.

De schepping is een game

EiwitEen beetje zitten gamen en de schepping een handje vooruit helpen. Dat is het idee achter een on-line spelletje, waarmee je een eiwit kan construeren.

Ons lichaam telt meer dan 100.000 eitwitten, allemaal met een verschillende functie. De wetenschap roept nu de hulp van gamers in om al die eiwitten te leren kennen. Het idee is dat ervaren gamers een uitstekend ontwikkeld inzicht in drie-diemensionale structuren hebben en dat gamers verbanden kunnen leggen, die een computer over het hoofd ziet.

Men hoopt op deze manier eiwitten te kunnen maken die bepaalde ziektes te lijf kunnen. En dus mag heel de wereld op www.fold.it eiwitten in elkaar knutselen. De site is zo populair dat de toegang erg traag verloopt. Enthousiaste knutselaars moeten dus geduld hebben.
Wie alvast wat wil oefenen kan met simpele muisklikken reeds bekende eiwitten nabouwen op
natuurinformatie.nl. Kijk of je in korte tijd de juiste genetische code kunt vinden.

Het leven is een spel. De fouten in de schepping tackelen we met gamen wel.

De economie naar de knoppen

Filevrij

Volgens de transportbranche zijn files schadelijk voor de economie. De files zijn met 25 procent toegenomen in de laatste vier jaar. In 2007 heeft dat een schadepost van 700 miljoen euro opgeleverd. De regering is welwillend dat probleem op te lossen. De kilometerheffing moet uitkomst bieden.

Nu is er een rapportje uitgelekt. De Volkskrant heeft informatie gekregen uit een vertrouwelijk rapport van het Centraal Planbureau, het Milieu en Natuur Planbureau en het Ruimtelijk Planbureau.

Kernpunt van het lek: als de belasting van personenauto's en motorrijwielen (de bpm) wordt opgenomen in de kilometerheffing, dan dreigt onze economie ten gronde te gaan. Hoe dat precies zit, vermeldt de Volkskrant niet.

De kilometerheffing moet in 2016 volledig zijn ingevoerd. De motorrijtuigenbelasting komt dan te vervallen. De transportbranche wil dat ook de bpm verdwijnt. Als die niet verdwijnt, zou het draagvlak voor de kilometerheffing wel eens te klein kunnen worden, zo stelt de branche. En dus wordt er stevig over onderhandeld. De planbureaus hebben tot taak de discussie met cijfers te voeden.

Nu hebben ze blijkbaar berekent dat als de bpm in de kilometerheffing wordt opgenomen, het autorijden zo duur wordt, dat menig burger de wagen zal laten staan. Dat zal de economie enkele belangrijke ritten schelen en het resultaat zal minder welvaart zijn. Aldus de planbureaus volgens de Volkskrant.

De verkeersminister Eurlings en de transportbranche zijn wel voor afschaffing van de bpm. De belastingsecretaris De Jager is er tegen. Die ziet zo'n 3, 2 miljoen inkomsten aan zijn neus voorbij gaan, als de bpm verdwijnt. De planbureau's lijken dus op de lijn van De Jager te zitten: minder belasting is slecht voor de economie?

Maar, de planbureaus hebben het niet over het volledig verdwijnen van de bpm. Men heeft het over het versleutelen van de bpm in de kilometerheffing. Waarom zou dat schadelijk zijn voor de economie? De kilometerheffing vervangt de motorrijtuigenbelasting en de weggebruiker betaalt voor werkelijk gereden meters.

De bpm staat los van dat alles. Je betaalt het bij de aanschaf van een voertuig. Het huidige bpm-tarief is 42,3 procent van de aanschafwaarde voor een personenauto. Dat tarief wordt tot juli 2010 stapsgewijs verlaagd tot 25 procent.
Hoe milieuvriendelijker het vehikel is, hoe lager de belasting. Wie een dieselauto koopt, die helemaal geen roet uitstoot, betaalt 900 euro minder bpm. De schoonste personenauto levert 1400 euro korting op, de vuilste auto kost je 1600 euro extra.

Dus samengevat: de bpm wordt over twee jaar 17,3 procent lager dan nu en wie schoon rijdt spaart zijn portemonnee.
Als de bpm onderdeel wordt van de kilometerheffing kan de burgers dus op twee manieren zijn budget sparen: minder en schoner rijden.

Waarom dan overheveling van de bpm naar de kilometerheffing schadelijk kan zijn voor de economie is mij een raadsel. Nu werken er bij die planbureaus economen met een diploma, dus wie ben ik om hun conclusie in twijfel te trekken?
Ik ga er maar vanuit dat de Volkskrant onvolledige informatie doorspeelt, in de haast hun scoop naar buiten te brengen.
Of willen de planbureau's minister Eurlings pootje haken?

Je eigen olieconcern

MicrofuelerRijk als een oliesjeik zul je er niet van worden, maar op je zelfgemaakte, goedkope en groene benzine rondrijden is een aantrekkelijk idee.
Deze week werd dat in de V.S. mogelijk door
de Microfueler. Een uit de kluiten gewassen wasmachine met het uiterlijk van een benzinepomp. Met wat suiker, water, gist en electriciteit maak je thuis je eigen ethanol. Voor 1 dollar heb je 3,8 liter van dat goedje. Het apparaat kan 132 liter ethanol per week maken. Zo heb je de aanschaf (ruim 14.000 euro) er in een paar jaar uit.

De fabrikant van de Microfueler wil contracten met Mexicaanse boeren sluiten, die goedkope, niet voor consumptie geschikte suiker leveren. Dat is dan weer koren op de molen van de criticasters van biobrandstoffen. Boeren gaan dan onvreetbare maïs verbouwen, in plaats van eetbare groenten. Gevolg: minder voedsel beschikbaar, hogere voedselprijzen.

Nou ja, dan maar zelfstandig olieondernemer worden en eigen frituurvet gebruiken? Dat kan ook. Met de FuelPod2 maak je je eigen diesel. Dit wonder kost slechts 2700 euro en heb je voldoende gefrituurd dan kun je wel 50 liter per keer aanmaken. Je kan bij de patatboer natuurlijk ook vragen of hij de gebruikte olie voor je firkandel, in een apart bekertje erbij wil doen.

Hoewel de overheid het ondernemerschap zegt te stimuleren. ligt ze op dit gebied toch behoorlijk dwars. Je mag je eigen benzinepomp niet aan huis hebben. Da's tegen de veiligheidsvoorschriften. Twee broers uit Nieuw-Vennep dachten hun koolzaad zelf te verstoken tot biobenzine en een bedrijf in Heinkenszand (met de robuuste naam Bioking) wil ook thuisraffinaderijtjes aan de man brengen.
Maar de overheid wil geen vergunningen afgeven voor de kleine brandstofondernemer. Een benzinepomp aan huis is veel te gevaarlijk.

Heel goed van onze regering. Eerder schreef ik hier dat het op het thuisfront al levensgevaarlijk genoeg is. Je moet dus geen olie op dat vuur gooien.
Of zou de overheid eerder de gevestigde oliebaronnen in bescherming nemen tegen mogelijke concurrentie van de zelfproducerende burger?

Dat druist dan wel in tegen een beleid waar steeds meer aan “de mensen in het land” wordt gevraagd hun eigen keuzes te maken. Kunnen ze eindelijk kiezen voor het ondernemerschap, kunnen ze bewust kiezen voor productie van groene brandstof, mogen ze het niet!

Het gras is groener bij europese buren

Europa burenVanmiddag (Europadag) presenteert het SCP (Sociaal Cultureel Planburo) deel 6 van hun Europese verkenningen. Deze keer gaat het over Europese buren en Europees nabuurschap.
Met Europees nabuurschap
wordt bedoeld: “Een bevoorrechte relatie op te bouwen met de buurlanden in Oost-Europa, ten zuiden van de Middellandse Zee en in de zuidelijke Kaukasus die geen uitzicht op toetreding hebben. Het nabuurschapsbeleid, dat sinds 2003 wordt gevoerd om met de buurlanden de voordelen van de uitbreiding te delen en nieuwe verdeeldheid te voorkomen, past in de Europese veiligheidsstrategie”.
In dat kader zijn de buren Bulgarije en Roemenië tot de EU toegelaten en gaat men af en toe op de koffie bij de buren Kroatië, Macedonië en Turkije om te babbelen over hun toetreding tot de EU.

Het SCP zal ook iets melden over de publieke opinie over de EU. Wat europees nabuurschap betreft heb ik een klein onderzoekje gedaan, naar wat die opinie zou kunnen zijn. Daaruit blijkt dat veel Nederlanders denken dat het gras veel groener is bij de dichtsbijzijnde europese buren.

In 2007 emigreerden ruim 91.000 nederlanders. De meesten, ruim 57 procent, vertrokken naar europese landen. België scoort het hoogst, gevolgd door Duitsland, Groot-Brittanië en Spanje.

Wie niet in het buitenland wil wonen en werken, maar voor de lol erheen gaat, kiest ook op de eerste plaats een europees land om vakantie te houden. Bij buitenlandse vakantiebestemmingen scoorden de europese landen een dikke 81 procent. Frankrijk nog steeds op koppositie, met Duitsland, België en Spanje in het kielzog.

Niet alleen het vakantiegeld wordt massaal bij de buren besteed, ook spaargeld wordt over de grens ondergebracht. Er wordt geschat dat 50 miljard euro aan nederlands vermogen op bankrekeningen in Zwitserland, Lichtenstein en Duitsland staat. Reden voor de belastingdienst om de spaarders met een zogenaamde inkeerregeling over te halen dat onbekende vermogen aan te melden, zodat ook onze schatkist er wat wijzer van wordt.

Het bedrijsleven pakt het iets anders aan. Voor de import heeft men een sterke voorkeur voor de Europese buren, exporteren doet men liever wat verder weg.
Er wordt meer uit landen binnen de EU geïmporteerd en veel meer geëxporteerd naar landen buiten de EU (invoerwaarde binnen EU 57 procent tegen 42 procent buiten de EU; exportwaarde: 23 procent binnen de EU tegen 77 procent buiten de EU).
Maar zo hebben de gezamenlijke europese buren wel een leuk exportoverschot.

Conclusie: er mag dan verschillend worden gedacht over de Europese Unie, de gemiddelde nederlandse burger heeft geen enkel probleem met zijn buren, mits die binnen de grenzen van de huidige eu wonen.
Of dat zal veranderen als de EU zelf nieuwe buren binnenhaalt met dat nabuurschapsbeleid, valt te betwijfelen. De potentiële kandidaten worden gescreend op hun democratisch gehalte en mensenrechterlijke apecten. Maar zelfs als dat in orde is, zal een beetje nederlander wel balen van buren die het eu-songfestival hebben overgenomen.

Mag ik een hind geven? Misschien kunnen we beter met de buren overweg als nederlanders niet luid lallend hun gezang aanheffen in menig vakantieoord. Het schijnt dat onze buren daar een behoorlijke hekel aan hebben, als nederlanders op bezoek bij de europese buren gaan.

Vraag voor vandaag: kunt u ook zo goed overweg met uw europese buren of zoekt u het liever wat verder weg?

Bang voor gevaarlijke bestuurders?

Angst

Bij welke bestuurder voelt u zich veilig? De een voelt zich veilig bij een automobilist die zich keurig aan alle verkeersregels houdt, niet wetende dat die bestuurder al menig ongelukje op zijn naam heeft staan. Een ander voelt zich slecht op zijn gemak bij een wat robuuster rijdende chauffeur, die echter nog nooit enig krasje heeft veroorzaakt.

Veiligheid is, zeggen sommigen, vooral een gevoel. Op plaatsen waar nauwelijks misdaad voorkomt, voelen mensen zich soms veel onveiliger dan op plekken waar de misdaad welig tiert.

In het regeerakkoord balkte het kabinet: “Veiligheid is een basisvoorwaarde voor een gelukkig bestaan en een kerntaak van de staat”. Is de staat, de overheid, een bestuurder waar u zich veilig bij voelt?
Die vraag ontbreekt op een tweedaags congres dat vandaag van start ging en als thema heeft: “De samenleving in de gevarenzone, waar de overheid sturing aan moet geven”.

Het congres gaat er vanuit dat moderne technologieën de samenleving tot een risicogebied hebben gemaakt.
Dat klopt natuurlijk. Dat is altijd al zo geweest. De uitvinding van de vuistbijl heeft tot moord en doodslag geleid. De ontdekking van het vuur heeft menig brandje veroorzaakt. De auto leidde tot verkeersongelukken, de trein tot treinrampen, het vliegtuig tot spectaculaire maar fatale crashes.

Of hedendaagse technologieën veilig zijn, valt logischerwijs dus te betwijfelen. Is de straling van gsm-masten wel gezond? En hoe veilig zijn gen- en nanotechnologieën eigenlijk?

Opvallend is dat de modernste technologieën niet in het rijtje gevaren voorkomt waar we de laatste 63 jaar last van hebben gehad. Zelfs “terreur” scoort niet hoog, ook al wordt dat door de overheid nogal eens genoemd als sterk argument om privacy-bedreigende maatregelen door te voeren.

De top 8 sinds 1945 ziet er zo uit ( de cijfers geven het aantal betrokkenen aan; van doden tot gewonden en geëvacueerden, voor zover in de bronnen vermeld):

1. Watersnood: minstens 263.836

2. Privé-ongevallen: 172.500

3. Verkeer: 29.269

4. Milieuvervuiling: 21.000

5. Rampen (explosies, gifwolken, vliegtuig- en scheepsongelukken, branden, etc.): 4971

6. Medische missers: 1735

7. Werkstress: 660

8. Terreur: 26

Sommige bronnen vermelden slechts vermoedens. Andere bronnen zijn erg concreet, maar hier en daar wat onvolledig. Het is dus nog de vraag of dit een juist beeld geeft van de werkelijke gevaren. Het doet er eigenlijk niet toe, want veiligheid is vooral een gevoel.

Dat de modernste technologieën niet in de lijst staan, wil niet zeggen dat ze ongevaarlijk zijn. Toen de eerste auto's op de weg verschenen waren er veel minder slachtoffers van dat vehikel, dan nu. Wellicht hebben de actuele technische uitvindingen nog wat tijd nodig, voor ze slachtoffers maken.

Wat doet de overheid er aan om ons veiliger te voelen?
Het regeerakkoord is duidelijk: “Garanties voor absolute veiligheid zijn niet mogelijk”.
Het is ook een ingewikkelde materie. Neem nou het verkeer. De overheid stelt verkeersregels, maar als mensen die aan hun laars lappen, krijg je toch ongelukken.
En de overheid had bedacht dat er meer rotondes moesten komen. Daarmee werd de verkeersonveiligheid verkleind, maar de aanrijdtijden van brandweer en ambulances vergroot.

De overheid gaat er blijkbaar steeds meer vanuit dat ongelukken en rampen niet zijn te voorkomen. Wel kan je het aantal slachtoffers beperken. Daarom worden bedrijven verplicht BHV'ers op te leiden. Mocht er brand uitbreken op je werk, dan kan je collega-BHV'er je veilig uit de gevarenzone loodsen.

Verder zou elke nederlander de rampeninstructies moeten kennen, want rampen zijn niet te plannen, de voorbereidingen wel, zo houdt de overheid ons voor. Op de website “Denk vooruit” kun je opzoeken welke gevaren er in jouw postcodegebied zijn. De rampeninstructies kun je uitprinten. Leg een noodvoorraad voedsel en drinken aan, zorg dat je een radio op batterijen hebt en verder aanwijzingen wat je bij diverse calamiteiten moet doen.

Ik zou die aanwijzing maar goed in je hoofd prenten, want als je op verdere hulp van de overheid rekent, kun je bedrogen uitkomen. De overheid wil zelf wel de regie bij rampen, maar dat zou wel eens tot krankzinnige toestanden kunnen leiden.

Hoe zit het met jouw veiligheidsgevoel? Vul één van deze antwoorden aan en laat hier weten hoe groot jouw veiligheidsgevoel in deze gevarensamenleving is.

1. Bij deze overheid voel ik me volledig veilig, want….

2. Bij deze overheid voel ik me absoluut niet veilig, want….

3. Ik voel me alleen veilig bij een overheid die………

4. Ach joh, sodemieter op met je veiligheid. Ik wil lekker gevaarlijk leven, want…….

Opm: lees ook mijn gastlog op GeenCommentaar. Hetzelfde onderwerp, maar met een heel andere inhoud.

Jong geleend …

JongerenschuldenDe aanstaande moeder des vaderlands gaat op een basisschool in Nieuwkoop een gastles geven over lenen. De jeugd gaat zo beroerd met geld om, dat men nu de ontwapenende glimlach inzet, in een offensief om de kinderen op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen.
Volgens het
Nibud heeft een kwart van de jongeren tussen 15 en 25 jaar moeite met rondkomen. Twintig procent staat zelfs regelmatig rood. Het aantal jongeren van 18 tot 25 jaar dat bij de schuldhulpverlening aanklopt, stijgt de laatste jaren. Gemiddeld hebben ze dan al zo'n 9000 euro aan schulden weg te werken.

Treurig, maar nu is er hoop. Wat zal Maxima in die gastles de kindertjes voorhouden? Als we naar haar staat van dienst kijken, zijn dit volgens mij goede mogelijkheden:

1. Ze gooit het op de pedagogische toer: “Lenen, kinderen, is een beetje dom”.

2. Als pleitbezorgster voor het microkrediet, komt ze op voor de arme kindertjes: “Microkrediet geeft de armste bevolkingsgroepen kansen en zelfvertrouwen”. Lenen is dus helemaal niet zo erg, als je het maar klein houdt.

3. Als deskundige van de nederlandse cultuur, geeft ze wat wijze lessen: “Een koekje bij de thee, dat hoort erbij. Is de suiker op, leen dan een kopje bij de buren. Maar niet te vaak hoor, want voor je het weet is de koek op”.

4. Of ze spreekt uit eigen ervaring. Geld lenen doe je alleen als je zeker weet dat je een rijke man gaat trouwen.

Wat denk jij? Welke van die vier mogelijkheden gaat ze doceren? Of komt ze met iets verrassend anders, waar heel het land dan weer over valt?

4 mei 2008

Jongen met geweer

Na een weekje vakantie, thuiskomen op 4 mei. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt.
De aanloop naar de Nationale Herdenking was al volledig aan me voorbij gegaan. Geen krant gelezen, geen tv gezien. Van Koninginnedag helemaal niets gemerkt. Alleen de 1e mei kon niet aan de vakantieaandacht ontsnappen.
In België, alwaar de rust werd genoten, viert men de Dag van de Arbeid wel. Alle winkels waren dicht. Bij nadere informatie bleek het toch om Hemelvaartsdag te gaan. Je ziet: zo kan een mens van de wereld zijn, als-ie in België op vakantie is.

Gisteren werd de terugtocht naar de werkelijkheid ondernomen. Kilometer na kilometer kwam die dichterbij. Eenmaal de vertrouwde verkeersborden in zicht, die van a tot z weer begrepen werden, dachten we de eerste filemeldingen te ontwaren op de elektronische mededelingsborden die boven de snelweg hangen.
Het bleek echter om een oproep tot veilig herdenken te gaan. Of iedereen alstublieft om 8 uur 's avond niet midden op de snelweg wilde stilhouden, maar dat in een parkeerhaven wilde doen.

Heel even met de gedachte gespeeld de vakantie tot na 8 uur 's avonds te verlengen, om te zien of er aan zo'n oproep ook gehoor zou worden gegeven. Maar het was warm in de auto, de snelweg is niet de leukste vakantiebestemming, dus door gesjeesd naar huis.

Het weer was te mooi om onmiddellijk over te gaan tot de orde van de dag, dus besloten we de vakantie af te sluiten op het strand. Met een wijntje en een hapje nog even de vakantie herdenken bij de ondergaande zon.

En daar zaten we dan op het volle terras van de hier in haagse kringen befaamde strandtent De Fuut. Binnen speelde een jazzbandje echte jazz, de wijn smaakte prima en we wisten de lome en vredige stemming van de vakantie nog goed vast te houden. Toen blies de saxofonist de eerste twee tonen van de Last Post en riep de ober iedereen op twee minuten stilte te houden. Het was 8 uur geworden.

En ineens was het doodstil. Je hoorde alleen het ruisen van zee en wind. Dat was weldadig mooi.
Ik keek even om me heen en zag dat iedereen serieus de stilte in acht nam. Waar men aan dacht kon ik niet raden. Zelf dacht ik wat een bijzonder moment dit was.
Ik keek naar het strand, waar nog maar weinig mensen te zien waren. Op twee spelende kinderen na. Een meisje van een jaar of acht en een jonger lijkend broertje.

In die twee minuten stilte, ter nagedachtenis van een verschrikkelijk dieptepunt in de menselijke geschiedenis, rende dat jongetje, gehuld in een soldatenpakje en met een speelgoedgeweer in zijn knuist, over het strand.

De vakantiestemming was abrupt voorbij. Ik was weer helemaal terug in de orde van de dag. De dag die 4 mei 2008 heette.

Je mag wel klagen

Dokter

De ziekenhuizen hebben er een bron van ergernis bij. Ze moeten al op hun hoede zijn voor de medische tuchtcolleges, die 10 procent meer klachten kregen over medische missers. In 2007 kwamen er 1441 klachten binnen. Vooral artsen zijn de pineut: ruim 930 keer werd er over een arts geklaagd. De verpleegkundigen komen er dus een stuk beter van af.

Overigens werd ruim de helft afgewezen omdat klagers met weinig steekhoudende klachten kwamen of omdat ze met hun verhaal aan het verkeerde adres waren.
De wel gegronde klachten werden merendeels afgedaan met waarschuwingen. Slechts in enkele gevallen werd een berisping uitgedeeld en drie keer werd een boete van maximaal 4500 euro opgelegd. Volgens de tuchtcolleges valt het dus wel mee met de fouten die er in de ziekenfabrieken worden gemaakt.

Nu blijken ze een ander succes behaald te hebben: “Groot succes actie klantvriendelijkheid ziekenhuizen” kopt een bericht op de website consument-en-de-zorg.

Nadere lezing leert dat de ziekenhuizen juist niet uitblinken in die klantvriendelijkheid. Althans, volgens de klagers die op het Meldpunt Consument en de Zorg hun verhaal hebben gedaan. Maandag 21 april ging dit initiatief van de NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) van start en twee dagen later bleken er flink wat klachten verzameld te zijn. De resultaten:

Uitgesplitst naar opname in het ziekenhuis zijn de belangrijkste uitkomsten:
52% had geen vast aanspreekpunt en 30% vindt het wel nodig om zo'n vast aanspreekpunt te hebben.
43% moest meerdere keren hetzelfde verhaal vertellen.
42% is niet tevreden over de tijd die arts of verpleegkundige nam om informatie te geven.
38% had onvoldoende tijd om vragen te stellen.
33% voelde zich niet serieus genomen bij inbreng van eigen ideeën over de behandeling.
72% is tevreden over de gemaakte afspraken bij ontslag.

Uitgesplitst naar bezoek aan de polikliniek zijn de belangrijkste cijfers:
41% vindt dat er onvoldoende tijd is om vragen te stellen.
40% zegt dat er te weinig tijd is voor het geven informatie.
39% voelde zich niet serieus genomen bij inbreng van eigen ideeën over de behandeling.
38% vindt dat er te weinig rekening wordt gehouden met de agenda van de patiënt bij het maken van een afspraak.
30% moest meerdere keren hetzelfde verhaal vertellen.
23% moet naar meerdere balies voor verschillende afspraken.

Dat veel mensen het niet prettig vinden meerdere keren hun verhaal te moeten doen, pleit ervoor het elektronisch patiëntendossier in te voeren. Bij welke arts je ook met je gezondheidsklachten komt, het staat keurig in je digitale dossier, dus een volgende arts hoeft niet meer naar je te luisteren maar kijkt op de pc.
Het digitale patiëntendossier zou ook medische missers kunnen voorkomen. Twee vliegen in één klap: geen fouten en nog eens veel klantvriendelijker ook.

Nu nog wat democratischer worden en de mensen wat serieuzer nemen bij de inbreng van eigen ideeën over de behandeling en ook rekening houden met de agenda van de patiënt. De scalpel snijdt dan aan twee kanten: de klachten nemen af en iedereen kan weer gezond naar huis. Want klagen bevordert de gezondheid niet.

Natuurlijk, af en toe is flink mopperen kan goed voor hart- en bloedvaten zijn. Je moet geen binnenvetter zijn. Maar klagen leidt nog wel eens tot serieuze gezondheidsklachten, waar je met chagrijnigheid ook niet snel van geneest.

Ik vrees dat één klacht nooit uit de meldingen zal verdwijnen: meerdere keren je verhaal moeten doen. De echte klager, de notoire mopperkont, de heuse hypochonder, vindt het heerlijk om zijn geklaag oeverloos te herhalen. Het liefst tegen zoveel mogelijk mensen. Hoeveel er daarvan in dit land zijn, weet ik niet, maar de kans is groot dat het percentage klachten over telkens hetzelfde verhaal moeten doen, door deze mensen structureel op de 30 tot 43 procent wordt gehouden.

Ik mag niet klagen. Ik ga een weekje uitrusten op een mooie plek in de Ardennen. Even geen blogjes, tenzij ik het eerste de beste internetcafé niet met rust kan laten.

De interim manager

Interim-managerDe democratie is een bedrijf dat wordt gerund door interim-managers. De een zit er wat langer dan de ander, maar de periode dat een minister-president functioneel leiding geeft, is gemiddeld toch een stuk korter dan die van de directeur van een bedrijf of het hoofd ener school.
De regels van het democratisch bedrijf zijn nu eenmaal zo dat er weinig kans is dat een premier een 25-jarig jubileum zal meemaken.

Toen de democratie zich, na een droevig dieptepunt, in 1945 heroprichtte, hebben 15 premiers leiding gegeven aan de democratie. Ruud Lubbers heeft dat, met bijna 12 jaar, het langst volghouden. Willem Drees scoorde zo'n 10, 5 jaren. De rest zat er beduidend korter. Balkenende, nu bijna 6 jaar aan het managen, doet vreselijk zijn best, maar heeft de 8 jaar van Wim Kok nog niet in zicht. Zeven premiers hebben niet langer dan 2 jaar gefunctioneerd.

In de laatste 62,5 jaar hebben christelijke premiers 62 procent van de tijd de toko gerund. De socialistische managers mochten slechts 12,5 procent van die tijd het bedrijf leiden en de liberalen tellen eigenlijk niet mee (1 procent van de tijd).
Ziet iemand het verband tussen deze cijfers en het huidige bedrijfsresultaat?

Interim-managers dus. Meer zijn de mp's niet. Presteren ze evengoed als de interim-managers in het bedrijfsleven?
Kijkend naar een onderzoekje van het Nyenrode Instituut, zie je
opvallende overeenkomsten. De meeste (87 procent) interims menen geslaagde presaties geleverd te hebben, Hun opdrachtgevers denken daar iets anders over: 57 procent vindt dat de interim-manager het werk goed heeft gedaan.
Dat lijkt een beetje op het democratisch bedrijf. Balkenende vindt dat-ie het best goed doet. Zijn opdrachtgever, wij dus, hebben daar op dit moment een
stuk minder vertrouwen in.

Lees je het bericht van Nyenrode er verder op na, dan wordt duidelijk waar dat aan kan liggen: “Het beeld dat interim-managers van hun werk hebben, verschilt van dat van de opdrachtgevers”.
Die indruk had ik ook al. Mooi voorbeeldje is natuurlijk onze privacy. Die willen wij, de opdrachtgevers, graag in alle vrijheid beleven. De interim-manager en zijn team bedreigen echter met een scala aan maatregelen echter onze privacy.
Ander voorbeeldje: de kinderopvang is een succes. Toch gaat nu het mes er in.

Een hoogleraar van Nyenrode denkt dat het succes van interim-managers ook wordt beperkt, omdat de opdrachtgevers teveel denken in termen van stabiliteit, controle en maakbaarheid.
Nou, dat heeft de huidige interim goed begrepen. Zijn beleid is op niets anders gericht. Waarom de opdrachtgevers dan toch weinig vertrouwen hebben is een raadsel. Wil de burger dan geen stabiliteit, conrole en maakbaarheid?
Of zit er een verschil in wat de interim-manager zegt na te streven en de behaalde resultaten?
U mag het zeggen.