Auteursarchief: Klokwerk

Plagiaat of hommage

BeyonceIn popmuziek wordt flink gejat. Dat is lang niet altijd met voorbedachte rade. Simpele, toegankelijke muziek ontkomt er niet aan dat riffjes, akkoordenschema’s en zanglijnen al gauw op iets  lijken dat je eerder hebt gehoord.  Bovendien kent elk genre zo zijn eigen stijlregels, waardoor songs sterk overeenkomstige elementen bevatten. En dan speelt de geschiedenis ook een rol. De songwriter die zit te zwoegen op een nieuwe compositie, zal niet alle teksten, akkoordenschema’s, riffjes en solo’s paraat hebben en niet snel doorhebben dat zijn nieuwe hit grote gelijkenis heeft met welk ander liedje dan ook.

Bewust jatten is ook niet ongebruikelijk. Denk aan de vele covers, oude songs in een nieuw jasje. En er wordt veel gebruik gemaakt van wat men in de serieuze kunsten ‘citeren’ noemt. In r&b, hiphop en rap is dat zelfs een hele cultuur geworden. Zowel in de teksten, als in de muziek en in de beeldtaal (de clips) wordt lustig geciteerd en gesampeld. Nu dreigt een van de r&b-iconen aangeklaagd te worden wegens plagiaat.
Het nieuwe nummer Countdown van Beyoncé, dat conform de r&b-traditie stijf staat van de citaten, wordt verdacht van plagiaat. Het Belgische nieuwsblad De Morgen stelt dat in de clip fragementen worden geplagieerd uit de balletvoorstelling ‘Rosas danst Rosas’, van Anne Teresa de Keersmaeker. Als bewijs zet het nieuwsblad een aantal fragmenten uit de clip, naast scenes uit de voorstelling. Het nieuwtje wordt ondertussen flink ‘geciteerd’ in andere media.

Beyoncé weet waar de bedoelde danspasjes vandaan kwamen. Al voor de clip uitkwam vertelde de co-regisseur van de clip, Adria Petty. aan MTV News hoe de clip van de grond kwam. “I brought Beyoncé a number of references and we picked some out together. Most were German modern-dance references, believe it or not. But it really evolved”, verklaart Petty.
MTV News laat verder zien dat Anna Teresa de Keersmaeker niet de enige is die wordt geciteerd. De clip is een aaneenschakeling van verwijzingen naar dansgeschiedenis, film, beeldende kunst en muziek. Danspasjes en bewegingen van Audrey Hepburn, Fred Astaire, Josephine Baker komen voorbij. Citaten uit dansfilms als Flashdance en Fame passeren de revue. Er zit een verwijzing in naar het ballet Glass Pieces (op muziek van Phillip Glass).

De beeldtaal van Beyoncés clip refereert ook aan films als Blow Up en de beeldende kunst van Andy Warhol en Piet Mondriaan. MTV News zette het allemaal op een rij. De clip kan ook worden gezien als een hommage aan de geciteerde bronnen. Bronnen waaraan ook de hedendaagse popcultuur schatplichtig is.
Dat sommige critici twijfelen aan eerbare bedoelingen van Beyoncé, komt misschien door het feit dat in de clip geen verklaring is opgenomen dat het hier om een eerbetoon gaat. Geen tekst in intro of aftiteling, waar dank wordt uitgesproken aan Beyoncés grote voorbeelden.

Als het tot een serieuze aanklacht komt dan zal uitgezocht moeten worden of Beyoncé de grenzen van het citaatrecht heeft overschreden. Zakelijk gezien zullen de vertegenwoordigers van Beyoncés imperium en van Anna Teresa de Keersmaeker er wel uitkomen.
Artistiek gezien is het jammer dat het tot rellerig rumoer komt. Hier hadden de culturele verschillen tussen de artistieke milieus overbrugd kunnen worden. Anna Teresa de Keersmaeker had kunnen weten dat r&b louter copy-and-paste cultuur is. Beyoncé had kunnen weten dat commerciële kunst de opbrengsten van  geleend materiaal moet delen, ook met non-commerciële kunstbroeders- en zusters.

Maar bovenal: hier hadden dansers elkaar kunnen begrijpen. Iedereen is schatplichtig aan iedereen. De moderne dans komt niet uit de lucht vallen, maar is het resultaat van een lange geschiedenis. De clip van  Beyoncé mag gezien worden als een ode aan een tijdsgewricht en een hommage aan de voorbeelden waar zij haar bestaan aan te danken heeft.
Dat het, naar mijn smaak, een oppervlakkig, muzikaal oninteressant en absoluut niet vernieuwend produkt is geworden, doet er niet toe. Beyoncé had haar citaatkunst wel wat explicieter duidelijk mogen maken aan haar fans. Want wie kent tegenwoordig nog de geschiedenis uit het hoofd?

Zorgen om zorgmijders

DakloosMeer verslaafden, zwervers en psychotische personen op straat, voorspelt Hans Slijpen van de politie Utrecht, in De Volkskrant. Hij spreekt namens de landelijke ggz-expertgroep van de politie en uit zijn bezorgdheid over de gevolgen van de bezuinigingen op de GGZ.

In het artikel legt hij uit dat er de laatste jaren veel is geïnvesteerd in het begeleiden en opvangen van een uiterst lastige doelgroep. Als professional in de opvang voor dak- en thuislozen, kan ik dat bevestigen. We lijken wel een filiaal van de GGZ, verzuchten we wel eens. Tien jaar geleden was de typische dakloze een alcoholist of junk. Nu is de doorsnee dakloze een psychiatrische patiënt. Het werk is daardoor sterk veranderd. Een alcoholist of en junk, krijg je nog wel van de drank of drugs af. Een psychiatrisch patiënt krijg je niet van zijn ziekte af. De meeste mensen in deze ‘doelgroep’  zijn namelijk chronisch ziek. En niet zo’n klein beetje ook.

Kenmerkend voor veel van deze mensen is, dat ze zorgmijdend zijn. Dat wordt niet altijd goed begrepen door het publiek. Als je wat mankeert, dan laat je je toch helpen? Gelukkig doen veel mensen met een psychiatrische kwaal dat ook.  Dat hangt dan wel af van de mate waarin iemand ziek is en nog een beetje zicht heeft op zijn eigen situatie. U kunt het zich misschien niet voorstellen, maar iemand die continu in contact is met de beschaving op Mars, raakt in paniek als hij wordt opgesloten in een GGZ-instelling of in de daklozenopvang zijn zendapparatuur (opgevist uit de vuilnisbakken op straat) niet mee naar bed mag nemen.

Iemand die meent dat hij zelf de wereld heeft geschapen en nu druk bezig is de fouten in zijn creatie te herstellen, heeft al een drukke dagbesteding. Die zie je dus niet in de reïntegratie- en dagbestedingsprojecten. Dwing je hem daartoe, dan vlucht hij, in de heilige veronderstelling dat het anders nooit meer goed zal komen met de wereld.
Dat zijn dan nog mensen met een missie. Er lopen er heel wat meer rond, die in de hele schepping een complot zien, gericht tegen hun hoogst individuele vrijheid. Dus is de hulpverlening op hun geld uit, zijn de hulpverleners spionnen van de complotfabriek en zijn politieagenten de securitymedewerkers van het complex.

U ziet daar alledaagse herkenbaarheid in? Maar natuurlijk! Er zijn wel meer mensen die in buitenaards leven geloven (Mars of God) en iedereen heeft in een depressief momentje wel eens gedacht dat het niet toevallig is dat alles tegen zit. Toch zwerft niet iedereen knettergek op straat. Een idioot idee: was dat maar wel zo, dan werd het probleem niet gezien.

Er zijn 160.000 zwaar zieke psychiatrische mensen, wordt in het Volkskrantartikel gesteld. Dat is dus 0,96% van de totale bevolking. Volgens de GGZ-tabellen 2009 (pdf) heeft, op jaarbasis, 13.4% van de 18 jaar en oudere bevolking een psychiatrische stoornis. Dat is net iets meer dan in België (12,7%) en een stuk minder dan in Amerika (26,2%).
In de top10 van kostbaarste ziekten staan hart- en vaatziekten en spijsverteringskwalen op de eerste en tweede plaats. Psychiatrische aandoeningen staan op de achtste plaats,

In dat perspectief gezien, gaat het er dus om te voorkomen dat een uiterst klein deel van de psychiatrische patiënten op straat de expressie van hun kwaal in overlast voor de overige burgers omzetten. Mark Rutte herhaalt regelmatig dat mensen die hulp het hardst nodig hebben, gespaard zullen blijven. Hij mag de zorgen die politie en GGZ nu uiten, als een uitnodiging zien zijn beloftes eens in harde cijfers te presenteren.

Gemeenten verwijten Rijk onbehoorlijk bestuur

LogosHet kabinet houdt zich niet aan de Code voor interbestuurlijke verhoudingen, schrijft de VNG in haar magazine. De verenigde gemeenten kijken misnoegd terug op een jaar samenwerking met Rutte I. Daar is alle reden toe, want de ergste storm rond het bestuursakkoord lijkt voorbij te zijn, maar de partners zijn er nog lang niet helemaal uit.

In 2004 werd de Code voor interbestuurlijke verhoudingen opgesteld, waarin werd afgesproken dat de het Rijk beleidsvoornemens die van invloed zijn op het lokale bestuur, de gemeenten zo vroeg mogelijk met de gemeenten bespreekt.
Het kabinet Rutte brengt die beleefdheid niet op. “Zo kregen de gezamenlijke gemeenten welgeteld zes weken om de Wet werken naar vermogen te beoordelen”, schrijft de VNG.  En dat niet alleen. Het kabinet verzuimt ook vaak de financiële consequenties duidelijk te maken.
Zo kan er niet gewerkt worden. Afspraak is afspraak, stelt het VNG. Dat moet ook voor Rutte I gelden.

De gemeenten worden door het Rijk zwaar onder druk gezet. Meer taken, minder geld. En dan ook nog eens geschoffeerd worden. Het kabinet lijkt zich te gedragen als een directeur die een irritant gebrek aan communicatie vertoont of omgangsvormen geheel naar eigen inzicht hanteert.
Daar moet Rutte I toch een beetje mee oppassen. Zure boodschappen zijn al lastig te verteren, als die ook nog eens van de een op de ander dag door de strot worden geduwd, ontstaat er vanzelf verzet.

De gemeenten zijn zeker niet tegen bezuinigingen, maar wel tegen onbeleefdheid. Is dat de boodschap van de VNG?
Dat is dan enigszins gedwongen. Het kabinet bleek lang doof voor inhoudelijke argumenten tegen het Bestuursakkoord. We horen weinig meer over de ontwikkelingen op dit moment, maar ga er rustig van uit dat het kabinet die doofheid zo lang mogelijk vol wenst te houden. Misschien dat daarom de VNG het over een andere boeg gooit: onbehoorlijk bestuur.

Als Rutte er al op gaat reageren, valt zijn antwoord te voorspellen. Het is misschien allemaal niet zo netjes, dus sorry, maar we gaan wel zo door, omdat er nog een heel land terug gegeven moet worden aan de burgers. Daarmee suggererend dat hij niet anders kan.

Bezuinigen? Het mag wat kosten.

BijsluiterDetailhandel Nederland doet een beroep op het kabinet om uiterst terughoudend te zijn met lastenverzwaringen. Wat krijgen we nou? Het kabinet heeft toch lastenverlichtingen beloofd voor ondernemend Nederland? De winkeliers zien dat toch iets anders. Bovendien vrezen zij de gevolgen van bezuinigingsmaatregelen.

Detailhandel Nederland legt het uit. De plannen in de Miljoenennota en de vakbonden veroorzaken forse loonstijgingen. De regering kondigt toch lastenverzwaringen aan. Werkgeverspremies voor werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en kinderopvang worden hoger in 2012. De kleinebanenregeling, die voor de detailhandel een lastenverlichting betekende, loopt eind 2011 af.
De vakbonden reageren op de kabinetsplannen met looneisen die de afnemende koopkracht moeten compenseren. Die eisen alleen al betekenen een kostenstijging van 300 miljoen euro per jaar, volgens Detailhandel Nederland.

Dat is één sector die voorrekent welke negatieve effecten de bezuinigingen kunnen hebben. De huisartsen protesteren deze week tegen Rutte’s snoeimes. De voorzitter van de LHV (Landelijke Huisartsenvereniging), stelt dat de bezuinigingen tot een kostenexplosie zullen leiden. “Huisartsen zullen als gevolg hiervan meer ondersteunende taken zelf moeten gaan doen. Hierdoor kan de huisarts niet anders dan vaker doorverwijzen naar de specialist. Resultaat? Oplopende wachtlijsten bij ziekenhuizen, hogere zorgkosten in de tweede lijn en uiteindelijk een hogere zorgpremie in 2013”, voorspelt de LHV.

De NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) looft de plannen van het kabinet voor gezonde zorg dichtbij: preventieve zaken als meer groen en sportmogelijkheden in de wijken. De Federatie vraagt zich wel af waarom er dan ook op preventie wordt bezuinigd. Dat kan, op de lange termijn, alleen maar tot hogere zorgkosten leiden.

Vakbond FNV, ook deze week in actie, heeft laten uitzoeken wat het rendement is van de bezuinigingen op de Wajong, de uitkering voor jongeren met een handicap. Epsilon Research legde diverse studies naast elkaar (pdf) en concludeert dat de gewenste effecten (meer jongeren aan het werk) tegen zullen vallen en dat de hele operatie misschien wel 750 miljoen euro aan extra kosten met zich mee zal brengen.

Eerder liet Kunsten ’92 uitzoeken of de bezuiniging op cultuur ook de samenleving duur zal komen te staan. Het antwoord was natuurlijk: ja, tegenover een besparing van € 200 miljoen op de Rijksbegroting, kan op lange termijn een maatschappelijk verlies staan, oplopend tot € 15 miljard euro, aldus Atlas voor Gemeenten, die het onderzoek (pdf) verrichtte.

De schade voor de samenleving bedraagt bijna 16 miljard euro, als we alleen de bovengenoemde bedragen bij elkaar optellen. Weten de onderzoekers het beter dan het kabinet? Rutte en zijn ministers zijn toch niet achterlijk? Ze zullen heus wel hun rekenwerk hebben gedaan. Helaas blijken die berekeningen alleen het staatshuishoudboekje van vandaag te betreffen. Goed, met wat speculaties voor volgende week en het jaar daarop. Geen calculaties van de risico’s.

De belangenonderzoeken zijn voor een deel ook speculatief. Scenario’s schetsen, heet dat. Het is wel jammer dat de scenario’s amper worden ingezet in het debat tussen volksvertegenwoordiging en kabinet. De Tweede Kamer kan op zijn minst vragen of het kabinet niet alleen doemscenario’s voor Griekenland opstelt. Het kabinet heeft de bezuinigingen uitstekend berekent, maar de gevolgen niet. Daar mag, nee, moet het kabinet ook naar worden gevraagd. Als het kabinet al die onderzoeken kan weerleggen, heeft het een uitstekende kans de bezuinigingen extra te verdedigen.

Blijken de scenario’s waar, dan is het echter een extra reden niet te bezuinigen. De Miljoenennota liet ook zien dat het Rijk al dik 1 miljard heeft verdiend aan de staatsleningen aan banken als ING en Fortis. Dan mag er wel wat minder worden bezuinigd, Als de schadeposten kloppen, dan moet er ook anders en voorzichtiger worden bezuinigd.

Het pepernotenbeleid

KruidnotenDe publieksprijs van de Blogparel 2010 bestaat uit het eenmaal per maand plaatsen van een blog, geschreven door de winnaar. In dit geval een winnares. Tot en met december plaatsen we hier elke maand een blogje dat eerder verscheen op Trudy Schrijft. Ze snijdt een heikel thema aan, waarvoor vorig jaar, in België, nog celstraf werd geëist. Het lijkt wat vroeg er al over te bloggen, maar in maart werden al de eerste tekenen gespot.

Ze liggen alweer ruim een maand in de schappen, de pepernoten. Doorgaans te vinden in een sfeervolle Sinterklaaspresentatie pal naast de barbecuekooltjes. Jong grut wat plots weer de tandjes gaat poetsen, de slaapkamer opruimt, of spontaan begint te bedplassen. Want zijn er pepernoten, dan zullen er elders ook wel een aantal zwarte pieten verdekt opgesteld staan.
Wat een kinderleed…

Wat het pepernotenbeleid betreft, is het volk verdeeld in twee gelijke kampen. Tegenstanders kunnen natuurlijk wel met een beschuldigende wijsvinger naar de grootgrutters wijzen, maar ik vrees dat we eerder de schuld bij onszelf moeten zoeken, oftewel het tweede kamp: De voorstanders van de pepernoot. De schappen worden tenslotte niet gevuld met producten die uiteindelijk afgestoft zullen moeten worden. Het is een kwestie van vraag en aanbod. Ondertussen razen de zakken pepernoten momenteel in grote getale langs de scanners van de kassa’s, terwijl de marshmallows een tijdelijke nederlaag zullen moeten erkennen.

Willen wij dus de pepernoten jaarrond kunnen verkrijgen, net als sla en zuurkool? Het antwoord is; nee. Al zullen voorstanders van de pepernoten nu anders beweren, zij eten doorgaans pepernoten vanwege de sentimentele waarde wat er aan het kleine koekje kleeft. Al knabbelend aan een pepernoot proberen zij de feestmaand naar zich toe te eten. En niet omdat het receptuur zo goddelijk is. Want in de maanden januari tot en met augustus raak je de pepernootjes aan de straatstenen niet meer kwijt. Genoeg bewijs lijkt mij.

Desalniettemin maakt het mij niets uit, en zie ik geen reden tot kamervragen, ik loop zonder morren langs de Sinterklaasdisplays. Tegen de tijd dat de goedheiligman ons land met een bezoek zal verblijden, klap ik een zakje in mijn winkelwagen. Niet omdat ik de pepernoten zo lekker vind.
Maar uit pure jeugdsentiment…

De bijlagen en de linklijst

LinklijstDe blogosfeer is minstens zo veranderlijk als het weer. Met het weer loop ik nooit achter. Het weer dient zich aan en daar heb ik het dan mee te doen. Met het blogwereldje ligt dat anders. De vele veranderingen zijn amper bij te houden, tenzij je er een dagtaak van maakt. Laat ik er nu maar eens een dagje aan wijden.

Om te beginnen: de trouwe lezers weten inmiddels dat ik niet alleen hier schrijf, maar ook op Sargasso. Na jaren op GeenCommentaar.nl een bijdrage geleverd te hebben, is GeenCommentaar per 1 oktober opgegaan in Sargasso. Onder het pseudoniem P.J. Cokema (tevens mijn twitternaam) ga ik daar onder andere de rubriek KOZ (Kunst Op Zondag) verzorgen. Het eerste artikel verscheen gisteren (Kunstenaars die zich in het zweet werken). Je kunt alle Cokema-artikelen op Sargasso hier vinden.

Sargasso is niet de enige plek waar mijn keutels zijn te lezen. Al enige tijd verschijnen er ook (al dan niet speciaal bewerkte) artikelen op Joop.nl. Alle tot nu toe gepubliceerde artikelen vind je hier. Alleen al vanwege de reacties leuk om eens na te lezen.

De linklijst naar andere weblogs (zie rechterkolom onder ‘Ook de moeite waard’) is aan revisie toe. Sommige blogs bestaan niet meer, anderen waren verdwenen omdat er problemen met de host (web-log.nl) waren. Anderen heb ik er aan toegevoegd, omdat ze zo vriendelijk zijn af en toe nieuws van Codes, keuzes en maakbaarheid te publiceren. Om een paar van de wijzigingen toe te lichten:
Het roemruchte Panzerfaust is dood. Er wordt nog sporadisch een boertje gelaten, maar dat heeft zo weinig te betekenen dat ik de link nu heb verwijderd. Ook het PF-onderdeel Apostolov’s  Architectuur Magazine moet daarom van de lijst worden geschrapt.

RobHamilton stond hier vanaf het begin al op, maar verdween wegens de perikelen met web-log.nl. Gelukkig heeft hij een alternatief gevonden en is nu weer te vinden op Rob Schimmert.
Het weblog ‘De naakte mens’ van Dimitri Tokmetzis is ter ziele, maar hij is nog te volgen op zijn eigen webstek.

Toegevoegd zijn weblogs die over de Blogparel schreven, zoals Aboutblank, een magazine die de blogwereld probeert te volgen en Madbello, een van de redacteuren van Aboutblank.
Een ander blog neemt zo nu en dan berichten van Codes, keuzes en maakbaarheid over, met name materiaal dat past bij hun redaktiestatuut, namelijk “artikelen die een bijdrage kunnen leveren aan de inhoudelijke discussie over normen en waarden, de sociale cohesie en de fundamentele rechten en vrijheden van alle Nederlanders en mensen die in Nederland verblijven”. In die context heb ik natuurlijk geen enkel bezwaar dat Krapuul stukken overneemt of er naar verwijst (zie de oogst tot nu toe).

In de linklijst verwelkom ik eindelijk ook Ximaar, die als Xinix een uitstekende leverancier van bijdragen aan de Blogparel was. Verder het satirisch magazine De Speld en het weblog Verbazing  over Nederland. Ik kwam er per toeval achter dat daar een link naar dit blog stond, vandaar de tegenprestatie.

Verdwenen zijn een aantal links naar weblogs die de link naar deze plek hebben weggehaald en waar verder ook geen uitwisseling mee is.
De komende weken zullen er misschien nog meer wijzigingen volgen.

Het linklijstje blijft, wat mij betreft, toch de moeite waard. Ik hoop dat jij dat ook vind.

Verdeel en heers

KantorenHet kabinet wil één miljoen vierkante meter kantoorruimte ontruimen. Niet meer nodig, omdat er minder ambtenaren zullen zijn. De kantoorruimte die behouden blijft, wordt geconcentreerd in twaalf plaatsen. Met de ouderwetse ‘spreiding van rijksdiensten’ nog een beetje in het hoofd,  worden de ambtenaren te werk gesteld in ‘concentratielocaties’ van noord tot zuid, van west tot oost. Alleen Drenthe. Flevoland en Zeeland zullen het zonder ambtenarenwerkgelegenheid moeten doen.

Volgens het persbericht uit de ministerraad heeft het Rijk 11% van alle kantoorruimte in gebruik. In het kader van het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst moet er flink worden gesnoeid in de 1800 kantoorlocaties, die nu in 130 plaatsen te vinden zijn.
De Randstad houdt de meeste concentratiesteden: Amsterdam, Rotterdam Den Haag en Utrecht. In het noorden mogen Groningen, Leeuwarden en Zwolle meedoen. In het uiterste zuiden worden Maastricht en Heerlen als één concentratielocatie geteld. Brabant zal sterk vertegenwoordigd zijn met Den Bosch, Breda en Eindhoven. In het oosten denkt het kabinet aan Arnhem genoeg te hebben.
Niets dus in Assen, Lelystad. Middelburg of Nijmegen.

Ooit was de tewerkstelling van rijksambtenaren onderdeel van sociaal-economisch beleid. De gedachte was de dichtgroeiende Randstad te ontlasten en de gebieden elders in het land te steunen in hun economische ontwikkeling. Na adviezen uit 1961 van de Commissie Spreiding Rijksinstellingen, onder voorzitterschap van de oude Drees, werden een aantal rijksdiensten verplaatst naar Apeldoorn, Groningen, Zwolle, Enschede, Heerlen.
In 1972 verscheen de nota “De ontwikkeling van de Haagse agglomeratie en de afremming van de groei van de kantorensector” en moesten bepaalde Haagse diensten verhuizen naar het noorden en Zuid-Limburg. Het mocht wat kosten, want de winst zou in de economische bloei van de regio’s zitten.

In die tijd werd er nog rekening gehouden met groei van het ambtenarenapparaat en werd er ook besloten nieuwe diensten vooral buiten de Randstad te vestigen (een stukje geschiedenis in dit rapport uit 1980, pdf). Het was een soms zo pijnlijke geschiedenis dat de Rijks Psychologische Dienst onderzoek deed naar “de sociaal-psychologische gevolgen voor de meeverhuisde ambtenaar en zijn of haar gezin”. Emotionele taferelen speelden zich af rond de verhuizing van de PTT en diverse diensten van de ministeries van Landbouw en Onderwijs.
Onder de kabinetten Balkenende werd de groei van het ambtenarenapparaat taboe verklaard. Voor de vestiging van rijksdiensten ligt de primaire focus niet langer op ontlasting van de Randstad en ondersteuning van regionale economie. Kostenbesparing, afslanking en efficiency zijn de sleutelwoorden. Een moderniteit als “het nieuwe werken” wordt een van de middelen om gebouwen efficiënter te gebruiken.  Calculaties met reistijden en eventuele verhuiskosten zijn doorslaggevend in de bepaling van locaties.

Een mooi voorbeeld daarvan zien we in de brief aan de Tweede Kamer (pdf) van de vorige minister van Landbouw, Gerda Verburg (februari, 2009). Drie diensten, gehuisvest in 53 locaties,  worden samengevoegd tot één nieuwe VWA (Voedsel en Waren Autoriteit), die nog maar 20 locaties ter beschikking krijgt. Den Haag, Groningen, Weert en Zutphen verliezen locaties aan Utrecht, Zwolle, Eindhoven, Wageningen. De sociale consequenties voor de medewerkers worden berekend in het aantal verhuisbewegingen en als dat gunstig uitvalt voor werkgever (minder uit te betalen compensaties) is de keuze snel gemaakt. Voor medewerkers wiens verhuizing al te problematisch is, staat het “sociaal flankerend beleid van het Rijk” ter beschikking.

De nieuwe keuzes leiden alleen buiten de Randstad tot onrust. In het vorige kabinet vielen ministers nog over collega Ter Horst, toen ze aankondigde ministeriële gebouwen samen te voegen. Minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat) was niet van plan te verkassen en noemde het plan  “haagse spelletjes”. Minister Van Middelkoop (Defensie) wilde zijn kantoor ook niet opgeven. “Defensie zit al eeuwen aan het Plein. Wij hebben daar wortel geschoten”. In mei werd de samenvoeging opnieuw gelanceerd door het kabinet Rutte, deze keer zonder interne onenigheid.
Elders in het land is men minder gerust. Gedeputeerde Staten van Groningen vindt dat Zwolle wordt voorgetrokken : “niks spreiding rijksdiensten maar hopeloze scheefgroei”. De VVD Friesland meende te weten dat er in Zwolle al voorbereidingen werden getroffen gebouwen op voorraad te gaan bouwen, hetgeen door minister Donner werd ontkend, in antwoord op Kamervragen van de PvdA (pdf).

Andere provincies en gemeenten zullen ongetwijfeld reageren als de plannen concreet worden uitgewerkt. Het kabinet wil er tien jaar de tijd voor nemen. Zo zal in ieder geval de onrust worden verspreid.
Een andere vraag is wat het kabinet denkt te doen aan de structurele leegstand van kantoren. Het EIB (Economisch Instituut voor de Bouw) leverde in januari een rapport af en constateerde dat 14% van de kantorenvoorraad leeg staat. Als er niets verandert, zal er structureel 4 miljoen vierkante meter onbenut blijven. De 1 miljoen vierkante meter die het kabinet er aan toe wil voegen, zullen geen stimulans zijn voor kantorenmarkt.

Tristan van der V.: case closed?

AlphenDe IZG (Inspectie voor de Gezondheidszorg) heeft de zaak Tristan van der V. onderzocht en concludeert dat veel voor verbetering vatbaar is, maar dat er zijn geen verwijtbare fouten zijn gemaakt. De inspectie stelt nergens in haar rapport expliciet dat het drama in Alphen voorkomen had kunnen worden. Ook bij de voorgestelde verbetermaatregelen wagen de onderzoekers zich niet aan de stelling dat de samenleving daardoor gevrijwaard zal zijn van zulke incidenten.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeert: “De hulpverlening aan de dader van het schietincident in Alphen aan den Rijn is op hoofdlijnen adequaat en redelijk zorgvuldig geweest”, maar heeft wel wat. “kritische opmerkingen over de behandeling door ggz-instelling Rivierduinen”.
In het rapport (pdf) wijst de IGZ er op dat “op hoofdlijnen de behandeling voor zover mogelijk in deze casus adequaat en redelijk zorgvuldig is geweest”. Echter: “Een belangrijk aspect hierbij is dat de ambulante behandeling bij de GGZ op vrijwillige basis plaatsvond”. En, ook niet onbelangrijk, “de patiënt was matig gemotiveerd voor behandeling. Patiënt heeft diverse keren de behandeling gestopt en verscheen soms niet op gemaakte afspraken”.

Drie begrippen zijn van belang: ambulante behandeling, vrijwillige basis en matig gemotiveerd.  Wat dat laatste betreft riep de directeur van GGZ Rivierduinen al: ja, had ons maar ruimere bevoegdheden gegeven om zwaar schizofrene zorgmijders tot opname en behandeling te dwingen. In het geval van Tristan van der V. zou ook dat niet geholpen hebben want, zo schrijft de inspectie: “In de twee maanden voorafgaand aan het schietincident had V. geen behandelcontact met GGZ-hulpverleners. Op 18 oktober 2010 is V. uitgeschreven bij GGZ Rijnstreek en hierover is bericht aan de huisarts. De mogelijkheid bleef open dat V. en zijn ouders contact op konden nemen, hiervan heeft V. begin februari 2011 eenmalig gebruikgemaakt”.

Met andere woorden: blijkbaar gedroeg Tristan van der V. zich zodanig, dat er geen vuiltje aan de lucht leek. Nu kan dat een kenmerk zijn van patiënten die liever de zorg ontlopen. Op cruciale momenten weten zij zich uitstekend te gedragen en dan zijn er voor de ggz-hulpverleners geen wettelijke mogelijkheden om opname en behandeling af te dwingen.
Overigens worden de bestaande wettelijke mogelijkheden (de wet BOPZ – bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen) aardig benut. In acht jaar tijd zijn er 42% meer gedwongen opnames toegepast. Die groei kwam mede tot stand door een verruiming van de wet in 2004 toen de voorwaardelijke machtiging werd toegevoegd aan mogelijkheden tot dwangbehandeling (meer hierover in een eerder artikel).

Tristan van der V. is in 2006 gedwongen opgenomen. Daarna is hij blijkbaar tot 2010 op vrijwillige  basis behandeld. Dat is niet gebeurd omdat de ggz dat zo lollig vindt. Gedwongen opnames dienen een keer beëindigd te worden. Als de ggz dat echter niet verstandig lijkt, dan moet bij de rechter een verlenging van de dwangopname worden gevraagd.
Vrijwilligheid is een groot goed in de psychiatrische hulpverlening. Elke dwang stuit op verzet en kan de behandeling bemoeilijken. Tristan van der V. is dus nog jaren na de dwangopname vrijwillig naar de ggz gegaan om ambulant behandeld te worden. Die vrijwilligheid had wel een eigenaardig karakter want de patiënt bleek “matig gemotiveerd” en kwam afspraken niet altijd na.

De ambulante hulpverlening is de laatste tien jaren met 149% gegroeid. Daar zijn twee redenen voor. Het wordt beter voor de patiënt geacht als hij of zij in de eigen omgeving kan blijven. En het is goedkoper dan een opname in een inrichting. Het is niet alleen om inhoudelijke en methodische redenen dat de ggz de laatste jaren sterk inzet op ambulante hulpverlening. De bezuinigingen vanaf 2008 dwingen ook tot goedkopere behandelmethodes.

De case Tristan van der V. mag nu misschien gesloten zijn, de kwestie is hopelijk wel aanleiding om de ontwikkelingen in en rond de ggz nader te onderzoeken. En dan niet alleen stilstaan bij de vraag of matig gemotiveerde patiënten op vrijwillige basis een ambulante behandeling moeten krijgen.
De inspectie stelt dat in dit geval “meer actieve bemoeizorg, huisbezoek en doorvragen op kritische factoren” nodig was en dat “het regelmatig en systematisch opstellen van behandelplannen met duidelijke behandel- en begeleidingsdoelen beter en meer systematisch had gemoeten”. Nader onderzoek is op zijn plaats om er achter te komen of deze tekortkomingen veroorzaakt zijn door incompetentie van de ggz-instelling of een gevolg zijn van slinkende financiële middelen.

Case closed? Alsjeblieft niet.

Lees ook dit artikel hierover dat ik onder het pseudoniem P.J. Cokema schreef voor Sargasso.

Regels zijn er om afgeschaft te worden.

RegeldrukIedere burger wordt geacht de wet te kennen. Iedere burger weet dat het onmogelijk is alle wetten te kennen. Dat mag echter niet als smoes worden gebruikt om je niet aan de regels te houden. In Nederland is op die stelregel een consequente rechtsgelijkheid van toepassing. Van ministers en rechters, bijvoorbeeld, mag je verwachten dat ze veel meer van de wet weten, dan de gemiddelde burger. Als een minister of een rechter een foutje maakt, dan mag de burger zich beschermd weten en krijgt zo’n functionaris zijn of haar zin niet.

Nederland kent 1871 wetten, 2308 AMvB’s (Algemene maatregel van bestuur) en 5558 ministeriële regelingen. Elke regeling is samengesteld uit een aantal artikelen. De 142 artikelen van de Grondwet kent iedereen natuurlijk op zijn duimpje. Het Burgerlijk Wetboek telt 8 boeken, die samen zo’n 6961 artikelen bevatten. Het Wetboek van Strafrecht telt 479 artikelen. De Wegenverkeerswet heb je na 188 artikelen wel onder de knie. De Rijkswet op het Nederlanderschap zou je moeten kunnen dromen, want die beslaat slechts 27 artikelen.
Maar wel eens gehoord van de Hamsterwet? Gauw lezen, want die zou wel eens van pas kunnen komen in tijden van crisis.

Nu zou ik wel eens willen weten of er een burger is die alle wetten kent en of deze burger er misschien nog een of twee mist. Met zoveel wetten zal alles wel dichtgetimmerd zijn, maar je weet maar nooit. In dit tijdsgewricht is het overigens een onzinnige vraag, want ontregeling gaat het helemaal worden. Het kabinet Rutte I gaat werk maken van het vereenvoudigen en schrappen van wat wetten, Amvb’s en ministeriële regelingen.

Onder Balkenende werd de trend gezet: minder regels, meer eigen verantwoordelijkheid van de burgers. Dat laatste vertaalde zich in een populair geworden alternatief voor wetgeving: de gedragscode. Het grappige, of treurige zo je wilt, is dat er niet alleen gedragscodes voor nieuwe fenomenen worden ontwikkeld. Je kunt je nog iets voorstellen bij een gedragscode voor sociale media, omdat het om een kersvers verschijnsel in de samenleving gaat. Maar er worden ook gedragscodes opgesteld, ter aanvulling van de bestaande wetgeving.

In 2004 verscheen het rapport “Alle regels tellen”. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum  (WODC) en de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie, turfde de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de  Rijksuniversiteit Groningen de regelgeving die tussen 1975 en 2003 was geproduceerd. Niet alleen nieuwe regelingen, maar ook wijzigingen op die regelingen.
De conclusie was dat er gemiddeld 86 nieuwe wetten en 128 AMvB’s per jaar van kracht werden. Gemiddeld, want er waren jaren van weinig productie en jaren waarin de overheid geen genoeg leek te krijgen van regulering. De onderzoekers merkten op dat de productie van wetten lijkt toe te nemen tijdens een kabinetsperiode. Vlak na het aantreden van een nieuw kabinet lijkt de productie  af te nemen.
Er waren natuurlijk uitzonderingen op die regel. De kabinetten Lubbers II, Kok II en Balkenende I waren mindere regelneven, dan alle andere kabinetten.

De grote vraag is of Rutte I Nederland voldoende zal ontregelen. Het kabinet wil in 2015 een kwart minder regels hebben en denkt volgend jaar de helft van die ontregeling al gerealiseerd te hebben. Die verlichting geldt vooral voor bedrijfsleven. Het CDA bepleit uitbreiding van de regeldrukvermindering voor de zorg, onderwijs en woningbouwcorporaties.
En de burger? Die krijgt er vooralsnog één wet bij, als het aan minister Donner ligt. Hij wil met een spoedwet de uitspraak van de Hoge Raad ongedaan maken, die bepaalde dat een ID-kaart gratis verstrekt moet worden.

Het lijkt er toch een beetje op dat de (gedeeltelijke) wetteloosheid die het kabinet nastreeft, selectief toegepast zal worden. Dat is jammer, want ik zou graag die brave burger willen zijn die geacht wordt de wet te kennen. Dan moeten er wel heel wat worden afgeschaft en uitgedund, anders slaag ik nooit voor een juridisch inburgeringsexamen.

Vervangbaarheid.

EtalagepopJe hebt soms van die nadenkertjes. Een zinnetje waar je even mee bezig kunt zijn. Zo’n zinnetje waarvan je denkt: daar zit iets in. En als je erover nadenkt, weet je niet precies wat er dan in zit, maar het blijft wel hangen.

Ik kwam er een tegen in de roman 1q84, Boek één van Haruki Murakami. Lekker leesvoer bij de pittige verkoudheid, die me al een paar dagen in de greep heeft. De auteur heeft iets met Kafka, het menselijk (on)vermogen en bizarre fantasie. Wat ik tot nu toe van hem heb gelezen, leest als literaire thrillers. Een genre dat moeite doet hoogwaardige literatuur te zijn,maar dat net niet haalt. Naar mijn mening dan. Maar die is natuurlijk even makkelijk te ruilen voor die van een ander. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.

Als de wereld vol was van mensen die niet vervangen kunnen worden, zitten we met een geweldig probleem.

Dat was dus dat zinnetje. Ik kon even niet verder lezen. Wat er dan in een paar seconden aan gedachten door het hoofd raast, kan ik nu nog niet beschrijven. Ja, dacht ik, Goed geschreven, dacht ik. De relativiteit van het leven in een notendop, dacht ik. Om depressief van te worden, dacht ik ook. Is dit nu prachtige filosofie of iets wat op een wandtegeltje hoort, wist ik ook nog te bedenken.

En ik dacht ook: daar moet ik op dit blog iets over schrijven. Maar het zinnetje is al weer opgegaan in de rest van de dag en nu ik er aan terugdenk, vind ik het wel een sterk zinnetje, maar meer kan ik er ook niet over zeggen.
Niemand is onmisbaar. Iedereen is vervangbaar. Het zijn gezegden die tamelijk gemakzuchtig worden gebruikt.  Je gebruikt ze om je eigen bestaan te relativeren. Of om juist het bestaan van een ander tot nietige proporties terug te brengen.

Het is waar. Onze individuele existentie heeft als uiteindelijk doel de dood. Het voortbestaan van de mensheid moet dus wel aan die vervangbaarheid te danken zijn.
Het is waar. Ik zou niemand willen missen, maar als er eentje sterft, weet ik dat op de lange duur zelfs de herinnering aan iemand steeds vager zal worden.
Het is niet waar. Want er zijn inmiddels ook wat mensen verdwenen, waarvan ik denk dat de wereld ze heel erg nodig heeft.