Je kent dat wel. Sta je voor de pinautomaat, ben je ineens de code vergeten. Of je inlogcode voor je pc op het werk. Niets aan de hand, maar de paniek slaat wel toe als je ook vergeten bent waar je die codes had opgeschreven.
Erger is het als je het bankpasje kwijt blijkt te zijn of je het papiertje met je codes niet meer kan vinden. Daar voel je je dan toch erg ongemakkelijk bij, maar met hulp van de bank of de afdeling systeembeheer op je werk, is het vaak snel weer geregeld.
Van zulke paniek heeft niet iedereen last. Ook Amerikaanse presidenten blijken gewoon mensen te zijn en raken wel eens een code kwijt. Menigeen zal gniffelen bij het bericht dat ze regelmatig de code kwijt waren, waarmee ze een nucleaire aanval konden starten. Het overkwam Jimmy Carter, die natuurlijk de code niet uit zijn hoofd wist en het kaartje met de code naar de stomerij had laten brengen. Ronald Reagan verloor dat kaartje toen hij overhaast werd afgevoerd, nadat er een aanslag op hem was gepleegd. Het overkwam Bill Clinton ook, alleen vermeldt de historie niet welk excuus hij had.
En heeft de wereld iets van paniek gemerkt? Niet dus.
Codes zijn er om veiligheid te waarborgen. Het voorbeeld van de Amerikaanse presidenten toont aan dat de wereldvrede het best beveiligd is als ze hun nucleaire code vergeten. Het bewijst tegelijkertijd dat codes nooit veilig zijn, om de simpele reden dat je ze kunt vergeten.
Het vergeten gaat sneller dan mensen zich kunnen herinneren. Er is te veel om te onthouden. Wat codes betreft is dat zo erg geworden dat je gerust kunt spreken van het mahsro-effect. Een term die ik bij elkaar fantaseerde in 2006 en tot mijn stomme verbazing navolging kreeg in Nederlandse en Belgische media.
Mahsro staat voor “Mijn Arme Harde Schijf Raakt Overbelast”. Meer dan een zes of zeven codes schijnt een normaal mens niet te kunnen onthouden. Amerikaanse presidenten hebben zoveel aan hun hoofd, dat een code makkelijk kwijt raakt. Geen nood, want ze hebben een legertje assistenten die codes bewaren of ze vervangen wanneer dat nodig is.
Voor ons is er nog geen persoonlijke assistent die op een handige wijze alle codes onthoudt en oproept wanneer we ze nodig hebben. De vraag rijst dan: hebben we werkelijk zoveel codes nodig, om een beetje veilig door de reële en digitale wereld te bewegen? Of is er een sluitende oplossing te verzinnen om het met minder codes te doen?
Auteursarchief: Klokwerk
Meedenken over de zure appel
In elke gemeente is het nu wel duidelijk dat de inwoners even door de zure appel heen moeten bijten. De boodschap wordt echter op verschillende manieren door de strot gedouwd. In veel gevallen nemen de burgemeesters en wethouder hun ‘moedige’ beslissingen en mag de gemeenteraad er nog even op schieten. De inwoners krijgen te horen dat er een groter beroep op hun inbreng zal worden gedaan. Als de bezuinigingen een feit zijn. Niet tijdens het opstellen van de plannen.
Het is de wettelijke weg naar de bezuinigingen. De gemeentebesturen zijn tenslotte de enig eindverantwoordelijken voor het beleid. De gemeente Bernisse neemt dus haar eigen verantwoordelijkheid en “wil een groter beroep doen op de inwoners om hun directe leefomgeving aantrekkelijk te houden en te maken en zich daarnaast ook in te zetten voor het behoud van collectieve openbare voorzieningen”. De inwoners moeten voortaan hun eigen straatje schoonvegen?
Toch zijn er gemeenten waar de inwoners nog mogen meedenken over de zure appel, voordat de plannen hun definitieve beslag krijgen. Meestal via het gebruikelijke spreekrecht tijdens gemeenteraadsvergaderingen. Soms op speciale bijeenkomsten, zoals de ‘politieke markten’, die de gemeente Apeldoorn organiseert. Die gemeente biedt ook nog een digitaal discussieforum, waar inwoners hun meningen over de gemeentelijke kerntaken kunnen ventileren.
Apeldoorn luistert dus nog wel naar de inwoners. Ook Brummen volgt een soortelijke werkwijze. Daar is al een live-forum gehouden en wie alsnog meningen en ideeën wil leveren, kan tot 4 november naar de gemeentelijke griffier mailen. Zullen de meningen ook terug te vinden zijn in de uiteindelijke plannen?
De gemeente Eindhoven lijkt een stapje verder te gaan. Op een speciale website worden de inwoners naar hun ideetjes gevraagd en de wethouder van financiën, Staf Depla, belooft alle bruikbare ideeën mee te nemen in de voorstellen naar de raad.
De Eindhovenaren zijn er serieus mee aan de slag, meldt de gemeente. “Gemiddeld blijven mensen 5 ½ minuut op de website. Dat is betekent dat een groot deel van de bezoekers daadwerkelijk geïnteresseerd is in de ideeën en zelf heeft meegedaan in de discussie”.
En er worden al uitstekende ideeën geleverd. Zo zeggen sommige inwoners wel een stukje groen van de gemeente te willen kopen. Dat betekent inkomsten voor de gemeente èn een besparing op de kosten voor het onderhoud.
Iets dergelijks had de gemeente Breda ook al bedacht. Voor zo’n kleine 40 duizend euro kan men sponsor worden van rotondes, parken of pleinen willen adopteren. De gemeente hoopt zo twee miljoen te bezuinigen op het onderhoud van de parken en pleinen.
Kijk, dat zijn nog eens baanbrekende ideeën. De vermarkting van de gemeenten. Burgers en bedrijven kopen gewoon wat gemeentelijk bezit op. Men wordt eigenaar van de eigen woonplaats. Hulde voor de gemeentebesturen van Eindhoven en Breda, die inzien dat die woonplaatsen van de mensen zelf zijn en niet van een college van burgemeester en wethouders.
Ik mag aannemen dat als de inwoners massaal geld bijeen leggen om de hele stad in bezit te krijgen, ze dan ook zelf mogen beslissen of er wordt bezuinigd en waar. Zelfbestuur kun je kopen. Zou de gemeentelijke marktwerking de lokale democratie op zijn kop zetten?
De mazen in de wet
Elke burger wordt geacht de wet te kennen. Dat is niet te doen. Onder de wet vallen een hoeveelheid wetten en artikelen, die niet uit het blote hoofd op te sommen zijn. Toch zijn er onder burgers mensen die de wet zo goed kennen, dat ze zelfs de mazen in de wet weten op te sporen.
Elke burger denkt dat de politie de wet tot op de komma kent. Dat is voor een gemiddelde agent niet te doen, omdat onder de wet een hoeveelheid wetten en artikelen vallen, die zelfs door een specialist niet zomaar uit de mouw te schudden zijn. Toch zijn er onder wetshandhavers mensen die de wet zo goed kennen, dat ze de mazen in de wet opvullen door hun bevoegdheden op te rekken.
Dat mag niet, zegt een rechter in Maastricht en sprak twee inzittenden van een auto vrij, die bij een verkeerscontrole voor drugskoeriers werden aangezien. Ook al erkenden de twee dat ze drugs in Maastricht hadden gekocht, de rechter vond dat de koopwaar met de verkeerde opsporingsbevoegdheden tevoorschijn waren gekomen. Deze zaak wordt in het NRC besproken en van commentaar voorzien van twee deskundigen.
Het oordeel van de Maastrichtse rechter is in hoger beroep gecorrigeerd door het Hof van Justitie in Den Bosch. De koeriers kregen alsnog 6 maanden cel.
Ach, dat een boef bij een verkeerscontrole tegen de lamp loopt, daar zal niemand wakker van liggen. Maar deze boeven zijn niet zomaar gesnapt, stelt hoogleraar strafrecht, Ybo Buruma, in zijn reactie op het NRC-artikel. Het is al jaren de gewoonte dat rechters niet om elk vormfoutje een boef laten lopen. Dat de rechter in Maastricht dat wel deed, doet vermoeden dat er iets bijzonders aan de hand is.
Dat klopte. De politie gebruikte camera’s boven de weg niet alleen om na te gaan bij welke kentekens nog belastingen of openstaande boetes pasten. De automobilisten werden ook gescand op een lijst met bekende drugsboeven. Die werden in de verkeerscontrolefuik gelokt, waar bij niet alleen de geldigheid van het rijbewijs werd gecheckt, maar ook gevraagd werd of er even in de kofferbak gekeken mocht worden.
Dat is niet zomaar wat bij elkaar lappen van bevoegdheden, vindt hoogleraar Buruma, dat is een geheel nieuwe opsporingsmethode. De politie was immers geen concreet drugsdelict op het spoor. Zou dat het geval zijn, dan lijkt het logisch een lijst van veroordeelden door te spitten. Maar om die lijst bij een verkeerscontrole te gebruiken, gaat net iets te ver.
Dan nog, zou je de gehanteerde methode kunnen vergoelijken. Boeven zijn immers ook creatief? Mag de politie haar werk ook niet wat uitgekiender doen?
Tja, er moet dan wel nog één kleinigheidje worden uitgezocht. Waarom is de verdachte in hoger beroep veroordeeld, terwijl hij eigenlijk niet op die lijst van de politie had moeten staan? In de uitspraak van het hof staat immers dat “de verdachte blijkens een Uittreksel Justitiële Documentatie (…) niet eerder door een Nederlandse strafrechter is veroordeeld”.
Eens een verdachte (maar niet veroordeeld), altijd een verdachte?
Moderne monarchie
Een klein, maar opvallend zinnetje in een Belgische krant: het koningshuis wordt gemoderniseerd.
De Belgen willen hun grondwet opknappen. In Nederland zijn daar ook ideeën over, maar eerst moet een staatscommissie haar licht over de constitutie laten schijnen. In België moet het eerst nog tot een nieuw kabinet komen, voor er werk gemaakt kan worden van een moderne grondwet. De belangrijkste modernisering van de Belgische monarchie? Bezuinigen. De jaargelden worden beperkt tot de koning, de troonopvolger en de eventuele weduwe. De rest van de familie zal dus een bijbaantje moeten zoeken.
De meest vergaande modernisering van een koningshuis is natuurlijk het afschaffen van dat archaïsch relikwie. Levert meteen een erg interessante bezuiniging op. De meningen daarover zijn zowel in België als in Nederland dusdanig verdeeld, dat het in het voordeel van de monarchieën uitvalt.
Dat betekent nog niet dat de modernisering van dat instituut van louter financiële aard moet zijn. Er zijn nog wel wat bevoegdheden, functies en ceremoniële zaken op te kalefateren.
Wij hebben een wel nieuwe regering. Met een gedoogbommetje eronder. Die zal echter niet tot ontploffing komen als VVD en CDA het koningshuis met rust laten. Deze regering zal er niet aan ontkomen wat te snoeien in het royale budget. Maar inhoudelijk zullen Rutte en Verhagen wel met hun tengels van Beatrix afblijven. De enige politieke partijen die de monarchie van regeringstaken wil ontslaan zijn D66, GroenLinks, de SP en de PVV.
De VVD en CDA zien daar niets in. De PVV zal de ook de monarchie gedogen, zolang de oranjetelgen maar geen verkering krijgen met een leuk prinsje of prinsesje uit een islamitisch koningshuis. En ze moeten wel ophouden met nare dingen over de PVV te toeteren. Maar Rutte en Verhagen zullen vast niet de afschaffing van de koninklijke meningsuiting tot de modernisering van de monarchie rekenen. Wilder zal het niet in zijn hoofd halen het kabinet daarvoor te laten vallen.
En het volk? Dat ziet wel wat in een beetje modernisering. Uit een enquête die Synovate voor de NOS uitvoerde (pdf!), bleek dat ruim 64 procent van de ondervraagden hopen dat Willem-Alexander en Maxima het koningshuis een nieuw verfje zullen geven. Ze mogen wel wat privileges inleveren, minder verdienen, wat opener de pers tegemoet treden en een bescheidener rol in de regering en bij kabinetsformaties spelen.
Het volk wil dus wel wat inhoudelijke wijzigingen. Maar afschaffen hoeft niet. Een puur ceremonieel koningshuis kan men prima mee leven, mits het volk wat moderner wordt toegesproken.
En jawel, Beatrix is gaan twitteren. Eén van die noviteiten in communicatie, waarmee de kloof tussen vorst en onderdanen wordt overbrugd. Nu nog Willem-Alexander in de jury van ‘Holland got talent’ en Maxima in die van ‘So you can dance’ en de modernisering van ons koningshuis is een feit.
In België spelen er nog andere sentimenten, waardoor een puur financiële modernisering de toekomst van het koningshuis niet meteen veilig zal stellen. Een onderzoekje bij de zuiderburen wees uit dat veel Belgen de bezuiniging niet ver genoeg vinden gaan. Waar in Nederland nog veel mensen vinden dat de monarchie het volk verbindt, vinden vooral de Vlaamsgezinde Belgen juist dat de koning maar op moet stappen,omdat hij de splitsing van het Vlaams en Franse deel in de weg zit.
Ik zou zeggen: schaf de troonopvolging af. Voor onze kroonprins bedenken we een afvloeiingsregeling. Hij mag best een poosje ergens hoofd van een waterschap worden, totdat ook die bestuurslaag weg wordt bezuinigd.
Wat de Belgen met troonpretendent Filip aanmoeten, zou ik niet weten. Misschien een functie als kabinetsinformateur? Daar kan-ie nog jaren mee vooruit, gezien het tempo waarin de Belgen tot een regering wensen te komen.
Multiculturele mislukking
In Duitsland is de multiculturele samenleving mislukt, zegt Frau Merkel. Er zullen in ongetwijfeld Nederlanders zijn denken: “oh, maar dat wisten we allang. Bij ons is dat ook zo”.
Onze nationale trots, het elftal dat door complete natie dolenthousiast gesteund wordt als ze weer eens een of ander toernooitje moeten spelen, is een smeltkroes van Groningers, Limburgers, Antilianen, Surinamers, Molukkers en Marokkanen. Je kunt wel stellen dat onze multiculturele samenleving is mislukt
Waar eerst Turken en Marokkanen de tomaten plukten en de asperges staken, zie je nou Polen en Bulgaren werken. Werken in dezelfde kassen, wonen in dezelfde barakken, caravans of vakantiehuisjes. De Nederlandse taal leerden ze op die manier niet vlot, maar ze werkten wel. Je kunt wel stellen dat onze multiculturele samenleving is mislukt.
En de boel wordt bij elkaar gehouden door een royale familie, wiens wortels in Frankrijk en Duitsland lagen en niet te beroerd zijn een Argentijnse aan de stamboom toe te voegen. Die spreekt dan wel bijna accentloos Nederlands. Dat kon je van haar overleden schoonvader en opa niet zeggen. Er is er nog eentje uit de familie geflikkerd omdat ze een katholieke Spanjaard trouwde. Ja, dan kun je wel stellen dat onze multiculturele samenleving is mislukt.
Allemaal symbolisch leiderschap, het echte regeren wordt gedaan door mensen met dubbele paspoorten en gedoogd door de man van een Hongaarse. Die man leidt een beweging die het niet zo heeft op vreemde smetten en toch ook aanhangers heeft wiens ouders uit verre streken komen. Dus het is wel zeker dat onze multiculturele samenleving is mislukt.
En dan die taal die iedereen uitslaat! Echt Fries, Gronings of Limburgs kun je toch geen accentloos Nederlands noemen. De Schotten, Engelsen en Amerikanen die hier werken, leren de taal niet omdat Nederlanders wel een aardig mondje engels spreken. We can well say taht de multicultural living together had missucceede, of zoiets.
Kijk je naar de immigranten van de laatste jaren, dan zie je dat ze werken, naar school gaan, familiefeestjes hebben, op de voetbalvereniging zitten en op zondag wandelen als het mooi weer is. Kortom ze doen alles dat alle immigranten voor hen, vanaf dat de Batavieren hier binnenkwamen, ook hier zijn gaan doen. Inclusief de hand ophouden als ze werkloos zijn of te beroerd zijn om te deugen en een criminele carrière prefereren. Iedereen doet, wat alle anderen ook doen.
Ja, dan kun je maar één ding concluderen: onze multiculturele samenleving is mislukt.
Onbeperkt honger
Onbeperkt spareribs eten, onbeperkt wokken, onbeperkt garnalen schransen. En eenmaal per jaar onbeperkt koekhappen.
Dat is nog veel te beperkt, want er zijn ook gelegenheden die alle eten en drinken gratis aanbieden. Maar goed ook, anders zou al dat voedsel maar weggegooid worden. Vandaag, op de jaarlijkse wereldvoedseldag, wordt het ons flink ingepeperd hoeveel voedsel we weggooien.
Wat kun je doen, behalve onbeperkt eten?
Eerst maar eens testen of je tot ‘werelds grootste voedselverspillers hoort. Ik dacht aardig zuinig te zijn, maar dat viel tegen. Maar ik eet ook nooit onbeperkt mosselen of net zoveel pizza’s als ik op kan. Ik gooi wel altijd alles weg, dat over de houdbaarheidsdatum is. Voedselvergiftiging is ook een vorm van voedselverspilling, maar ik let er wel op dat ik niet te vaak iets weg moet gooien.
Wel jammer dat zo’n wereldvoedseldag nog steeds nodig is. Er is onbeperkt honger. Zou het helpen als mensen zich eens een stuk minder druk maken over dubbele paspoorten, een filmpje over sinterklaas of over druk sms’ende Amerikaanse tieners?
Het zou Rutte sieren als hij aanstaande dinsdag het hele regeerakkoord omgooit en aankondigt, als prioriteit nummer één, de honger de wereld uit gaat helpen.
Rutte's eerste ministerraad
Rutte: Zo, daar zitten we dan. En wat vinden jullie ervan?
Ministers in koor: Ja, mooi, prachtig.
Rutte: Okee, zullen we dan nu maar eens aan het werk?
Ministers in koor minus één: Eerst koffie, Mark!
Rutte (met een venijnige blik naar die ene): Ik dacht dat we eensgezind aan de slag zouden gaan?
Die ene minister: Maar Mark, ik dacht dat we hier ook thee konden krijgen?
Rutte (opgelucht , dus ineens joviaal): Tuurlijk! Ben benieuwd of dat gedoogd wordt, maar ik regel het effe voor je. Laten we ondertussen de agenda eens bekijken. Huh? Kwartetten? Gaan we kwartetten??
Donner: Ja, Mark. Je hebt de poppetjes mooi voor mekaar. Maar wij willen onze poppetjes ook op de goede plek hebben.
Rutte: Oh, dat. Als je het maar wel met minder poppetjes doet.
Donner: Zeker. Ze moeten alleen van plaats verwisselen, daarom gaan we kwartetten. Ik begin. Ik heb hier van de secretaris-generalen, die van Verkeer en Waterstaat. Iemand geïnteresseerd?
Schultz van Haegen-Maas: Eh, Piet-Hein. Dat bestaat niet meer. Da’s Infrastructuur en Milieu geworden.
Donner: Weet ik wel. Maar wil je geen secretaris-generaal dan?
Schultz van Haegen-Maas: Ik zou niet zonder kunnen! Heb je een topvrouw voor me?
Donner: Een wat???
Schultz van Haegen-Maas: Een vrouw. Een topvrouw.
Donner: Dat zal niet gaan. Op Verkeer en Waterstaat zat een prima kerel. Die moet alleen even Infrastructuur en Milieu achter zijn naam krijgen.
Schultz van Haegen-Maas: Ah, toe nou……
Rutte: Melanie! Niet zeuren. Ik kan moeilijk van een man een vrouw maken. Verman je en pak die kaart van Piet-Hein!
Verhagen: Ik doe niet moeilijk…..
Ministers in koor: Daverend gebulder.
Verhagen: Wat nou? Nee, serieus. Geef mij die van economische zaken maar.
Donner: Hm, is goed, maar dan hou ik hier nog over die van Landbouw.
Henk Kamp: Stuur die maar naar mij.
Donner: Okee, naar Sociale Zaken of naar Werkgelegenheid?
Rutte: Naar het loket sociale zaken van zijn woonplaats, natuurlijk!
De Jager: Is dat niet te duur dan? Weet je wel wat die wachtgelden kosten?
Rutte: Welnee, de gemeenten zouden toch minder uit de sociale pot krijgen, Piet-Hein?
Donner: Jawel. Maar da’s voor de burgers. Dit is een secretaris-generaal. Die heeft recht op wachtgeld.
Rutte: Wacht even. Je gaat me toch niet vertellen dat de afslanking van de overheid een smak geld gaat kosten?
De Jager: Nou ja, dat breien we dan toch weer belastingtechnisch recht?
Rutte: Ah, daar is de koffie. Eén thee? Wie had dat besteld?
Ministers in koor: Slurpen, nippen en dopen een lang vingertje in het geestrijk vocht.
Rutte: Zo, dat zit er op! Nou, makkie niet?
Ministers in koor: Instemmend gehum.
Rutte: Nou, dan zie ik jullie volgende week weer hier. Ben reuze benieuwd wat er dan weer op de agenda staat.
De pers: De stemming zit er goed in; ministerraad gaat nu serieus aan de slag; ministerraad beginnen aan verdeling van de taart; ministerploeg zwaar teleurgesteld in Rutte: alsof-ie alsmaar hetzelfde deed.
Wie is er verantwoordelijk achter de schermen?
Achter de schermen is het niet pluis. De doorsnee internetter verschaft zich met een muisklik toegang tot een wereldwijd netwerk, maar tast dan wel in de digitale duisternis. Gaat er achter de schermen wat mis, dan is de gebruiker daar zelf schuldig aan.
Dat mag je concluderen uit het antwoord dat ICT-jurist Arnoud Engelfriet geeft, op een vraag van een lezer op Security.nl.
De vraag was: mag een bank je verplichten de beveiliging van je computer op orde te hebben?
De vraagsteller wilde internetbankieren en werd geconfronteerd met de kleine lettertjes, waarmee de bank de verantwoordelijkheid voor de beveiliging geheel bij de klant legt. Kan dat? Mag dat?
Arnoud Engelfriet bevestigt dat steeds meer banken eisen dat de klant zelf er voor zorgt veilig te kunnen internetbankieren. Dat blijkt gebaseerd te zijn op twee artikelen uit het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 7.529 stelt dat een klant, bij verlies van een betaalinstrument aansprakelijk is tot slechts 150 euro, behalve als de klant nalatigheid valt te verwijten. Artikel 7.524 stelt dat als de klant zijn betaalinstrument kwijt is en vermoedt dat andere ermee aan de haal zijn gegaan, hij onmiddellijk de bank moet inlichten. Dan is hij niet meer aansprakelijk voor de betalingen die met het verloren betaalinstrument worden gedaan.
Een betaalinstrument is bijvoorbeeld je pinpas, maar ook een lijst met TAN-codes.
Vervolgens stelt Arnoud Engelfriet dat de beveiligingseisen die banken de klant opleggen rechtsgeldig zijn, als die eisen redelijk te noemen zijn. Hij vindt de eis een recent virusprogramma te hebben, zo’n redelijke eis.
Dat lijkt mij ook. Het impliceert wel dat de klant ook wordt verplicht het nieuws een beetje te volgen. Fraude met internetbankieren is fors toegenomen, zoemde het gisteren in het nieuws. Het kost de banken ruim vier miljoen euro. Een schadepost die overigens een stuk kleiner is dan de fraude met bankpassen en betaalautomaten. Dat kost de banken 36 miljoen euro.
Zo zijn er dus minimaal twee verplichtingen waar je aan moet voldoen om te kunnen internetbankieren. Een recente pc-bescherming en het volgen van informatie via het nieuws, voorlichtingscampagnes en de informatieve mails van je bank. Een klein beetje moeite, voor een groot gemak.
Het lijkt allemaal heel logisch. Toch valt er heel wat op af te dingen, maar kom daar maar eens om bij een bank.
De banken zien niet graag dat je je geld onder je matras bewaard. En ook niet dat je je bankzaken op de ouderwetse, papieren wijze regelt. Je kan er altijd nog voor kiezen, maar dan wordt je betaalverkeer wel duurder. Er is dus een mate van dwang de consument aan het internetbankieren te krijgen. Prima, maar mag daar dan ook een goede service tegenover staan? Bijvoorbeeld een uitstekende beveiliging door de bank zelf? Daar mankeert nog veel aan, zoals in KRO’s Reporter was te zien.
Maar dan nog. Hoe redelijk de eis ook lijkt, die de bank aan klanten oplegt (cliënt dient zelf zorg te dragen voor de aanschaf van een anti-virusprogramma en personal firewalls), ongelukken voorkom je er niet mee.
Wie het nieuws een beetje volgt (de impliciete eis van de banken), weet ook dat de beveiligingssoftware eerst achter het net vist, voor lekken zijn gedicht en er op nieuwe trucjes van cybercriminelen een afdoend antwoord komt. Daar kun je een doorsnee klant toch niet verantwoordelijk voor houden?
Ongeborenen hebben de toekomst
De jeugd heeft de toekomst. Een gevleugeld woord en een ernstige misvatting. De jeugd kan daar weinig aan doen, want de jeugd doet niet anders dan wat we allemaal hebben gedaan: gewoon er op los leven.
Welke toekomst die jeugd zal hebben, is niet zeker. Dat de Nederlandse jeugd zal sterven in een oververhitte woestijn, omdat het klimaat onze polders drooglegt, wordt ontkent door mensen die denken dat de jeugd eerder een ijzige toekomst wacht, waar ze ten onder gaat aan bevriezingsverschijnselen.
Dat is allemaal grotesk geschetst natuurlijk, maar we leven wel in een tijd waar depressieve gedachten over gevolgen van klimaatveranderingen, vergrijzing van de bevolking of economische rampspoed een al te positieve levensverwachting ondermijnen.
Je hebt optimisten die denken dat het allemaal wel mee zal vallen en je hebt optimisten die tal van oplossingen bedenken om lustig voort te leven. Ik hoop dat de eersten gelijk krijgen en de tweede groep zou eens te rade moeten gaan bij de demografen die in PNAS, het Amerikaanse tijdschrift voor ontwikkelingen in de wetenschap. VPRO’s Noorderlicht haalt de demografen aan: “Het afremmen van de bevolkingsgroei, concluderen zij, kan tot 2050 16-29% van de reductie in uitstoot van broeikassen realiseren die volgens het IPCC nodig is om een gevaarlijke opwarming van de aarde te voorkomen”.
Ofwel: ongeborenen zijn het milieuvriendelijkst, kopt Noorderlicht vrolijk.
Een waarheid als een koe. Wie niet geboren wordt, kan ook niets fout doen. Helaas is de keuze wel of niet ter wereld te komen, niet aan de geborenen zelf. En hoe goed die ook hun best doen, hun pure aanwezigheid veroorzaak onmiddellijk milieuschade. Dat kan beperkt worden door simpelweg met minder te zijn.
Ondanks dat god met natuurgeweld en mensen met oorlogsgeweld daar het nodige aan bijdragen, groeit de wereldbevolking gestaag. De problemen die mensen veroorzaken groeien in sommige gevallen nog sneller. Voorbeeldje: tussen 2000 en 2006 groeide de Nederlandse bevolking met vijf procent. De zorgkosten stegen in diezelfde tijd met ruim 56 procent.
Andere problemen, als schaarste aan voedsel en gezond drinkwater, zijn zeker op te lossen als de verdeling wat beter wordt geregeld. Als de wereldbevolking maar zeer beperkt groeit. De huidige noden kunnen voor een groot deel geledigd worden via betere politieke beslissingen en wetenschappelijke vooruitgang. Maar bijna niemand leeft meer bij brood, water en frisse lucht alleen. Huizen, wegen, scholen, kantoren en fabrieken zijn onmisbaar onderdeel van de existentie geworden.
Blijft de bevolking dus groeien, zal er ergens een omslagpunt komen en is er te weinig ruimte is voor de brood-, water en schone lucht voorziening.
Kortom: willen we nog een lange, mooie toekomst, dan zullen we de ongeborenen de ruimte moeten geven.
Krachtprovincies
Geld heeft niets te maken met geluk of ideeën over welzijn en vertrouwen. Maar vind daar maar eens bewijzen voor. De stelling geldt in ieder geval als je niet kijkt naar individuele burgers, maar naar provinciale burgers.
Het CBS heeft uitgevonden hoe het zit met de sociale kracht van provincies. Onder de kop “Limburg blijft in sociaal kapitaal achter bij de rest van Nederland” volgt een overzicht van de kracht van de provincies gemeten naar contacten met familie, vrienden of buren, gemeten naar deelname aan vrijwilligerswerk. En ook gemeten naar het vertouwen dat de inwoners van de diverse provincies hebben in bestuur en rechtsstaat (zie dit CBS-rapport, pdf!).
Statistieken zijn gelukkig interpretabel. Alle parameters die het CBS in het stuk publiceert, heb ik eens op een rij gezet en bij elkaar opgeteld. Alle statistische cijfers krijgen een score. Wie statistisch het hoogste resultaat heeft, krijgt een 1, wie vervolgens lager is vermeld krijgt een 2, enzovoorts.
Worden de scores bij elkaar opgeteld, dan blijft Limburg net iets minder achter dan Groningen. De krachtpovincies op gebied van sociaal kapitaal blijken dan Friesland en Utrecht te zijn.
Om de stelling te bewijzen, moeten we het gemiddelde inkomen van de provinciale ingezeten erbij halen. Als je dat er naast zet, dan zie je dat de sociaal sterkste provincie, het armst is (Friesland). Maar de sociaal zwakste provincie blijkt ook tot de armsten te horen (Groningen).
De rijkste provincie (Utrecht) blaakt ook van sociale kracht. En Drenthe, niet echt stinkend rijk, blijkt weer bijna zo sociaal zwak als Groningen. (zie dit exceldocument).
Kortom, het sociale kapitaal is niet in geld uit te drukken. Hoewel? Friesland kent gemiddeld de armste inwoners, Utrecht de rijkste. In beide provincies hebben de inwoners een hoog vertrouwen in politiek en rechtsstaat. Maar de sociale contacten en deelname aan vrijwilligerswerk liggen in Friesland een stuk hoger dan in Utrecht. Wie arm is moet het blijkbaar van familie, buren en vrijwilligers hebben.
In deze tijden is het ook interessant eens te kijken wat de burgers in de provincie te verwachten hebben van de provinciale bezuinigingen. Er is geen statistisch verband tussen de omvang van de bezuinigingen per provincie een de sociale kracht.
Zowel Friesland als Utrecht bezuinigen niet erg veel, vergeleken met bijvoorbeeld Noord-Holland en Brabant. Overijssel, sociaal gezien redelijk sterk en met niet eens het allerlaagste gemiddelde inkomen, bezuinigt vooralsnog helemaal niet.
Tellen we de scores bij elkaar op van grootste sociale kracht, hoogst gemiddelde inkomen en minste bezuinigingen, dan blijken nog steeds Utrecht en Friesland echte krachtprovincies. In Groningen en Limburg is het in alle opzichten armoe troef. Maar ja, je hebt altijd buitenbeentjes die een wandtegeltjeswijsheid (geld maakt niet gelukkig) onderuit halen.
