Donderdag 4 november wordt de derde Verwey-Jonkerlezing gehouden. Deze keer gaat het over de kenniseconomie en de emotiecultuur. Het verband tussen die twee zaken?
Een van de sprekers zal het hebben over alle aandacht voor de kenniseconomie, waardoor de burger die zich door emoties laat leiden, misschien verwaarloosd wordt. Moeten we naar “psychologie + economie = kennis”?
De andere uitgenodigde spreker stelt dat in de economische wetenschappen het besef groeit, dat mensen eerder emotionele, dan rationele beslissers zijn. Wordt het tijd voor een andere visie op emoties in onze kenniscultuur?
Kennis is macht. Dat is absoluut niet waar. Bepaalde kennis, in een bepaalde context kan macht zijn. Het ontbreken of achterhouden van kennis kan ook tot macht leiden.
Emotie is macht. Ook niet absoluut waar, hoewel in deze tijden emoties van feelgood-beleving tot onderbuikgevoelens belangrijker lijken te zijn dan rationele kennis.
Kennis over emoties is macht. Dat lijkt me helemaal waar. Bekend van reclame- en marketingtechnieken. De verkoop van allerhande waar, mag gerust de sentimenten-economie worden genoemd. Als het aan sentimenten ontbreekt, dan worden ze wel gecreëerd. Dat kennen we van ‘de politiek’. Nederland is veilig, maar incidenten worden aangegrepen om een gevoel van onveiligheid levend te houden.
Wie de emoties kent, heeft de macht. Met als klinkend resultaat goed verkopende produkten, hoge kijkcijfers of het doorvoeren van wetten, die de macht consolideren.
Kennis of emotie . Wat is uiteindelijk van doorslaggevende betekenis? Kennis dus. Niet alleen kennis waardoor we met betere technologie problemen als een dure zorg kunnen tackelen of een nog mooier beeldscherm op de i-phone krijgen. Ook kennis over “wat-de-mens-beweegt”.
We weten dat we in tranen kunnen schieten als we een ui snijden. We weten ook dat mensen in de lach schieten als ze iemand bezig zien de ui weer in elkaar te zetten, om het huilen te stoppen. We weten nog lang niet waarom iemand tot zo’n idiote handeling overgaat.
We weten ook waarom een grote groep mensen het op een lopen zet als er een idioot staat te schreeuwen bij een dodenherdenking. We weten ook dat er, om biologische en of sociologische redenen, altijd idioten zullen zijn. We weten nog niet idioten zo’n plaats in de samenleving te geven, zonder bang voor ze te zijn.
Er valt nog heel wat kennis te vergaren over emoties.
Auteursarchief: Klokwerk
Een week lang gratis betalen.
Pinnen is betalen. Deze week mag je gratis pinnen. Maar als je met echte euro’s betaalt, worden er toch ook geen extra kosten in rekening gebracht? Dat klopt, maar bij pinnen lag dat tot nu toe anders.
Het zijn vooral de banken, aangevoerd door de DNB (De Nederlandse Bank), die liever geen cash geld meer over straat zien rollen. De winkeliers zien daar ook wel wat voordelen in (veiliger geldtransport), maar zijn niet helemaal overtuigd van de financiële voordelen van pinnen. Een campagne gericht op zowel de consumenten als de winkeliers, promoot nu het pinnen, met de aantrekkelijke slogan dat het deze week gratis zal zijn.
Gratis voor de winkeliers. Wat ze met de uitgespaarde kosten doen, mogen ze zelf weten. Aan een goed doel schenken, aan de klant terugbetalen of in eigen zak steken. Een actie om de laatste bordjes uit de winkels te krijgen, waarop je kan lezen dat er voor pinnen nog een klein bedrag in rekening wordt gebracht?
De consumenten worden gemobiliseerd door een van het pinnen een loterij te maken en een prijs van 250 euro in het vooruitzicht te stellen.
Dat is nog eens een geinige manier om de marktwerking een handje te helpen. Onze markt is immers gebaseerd op het vraag- en aanbodprincipe. Als ergens veel vraag naar is, dan komt het op de markt. Hoe groter de vraag, hoe goedkoper het produkt. Maak het pinnen dus gratis, nee sterker nog, pinnen kan 250 euro opleveren, en de consument gaat massaal pinnen en de winkeliers gaan overstag.Waarom hebben winkeliers er eigenlijk wat problemen mee?
Heel simpel. Ook dat betaalverkeer kost ze geld. De machines moeten ze zelf betalen en voor de transacties brengen de banken kosten in rekening. Met olijke websites laten de banken zien dat de kosten voor pinnen aanzienlijk lager zijn dan voor cash geld. De DNB heeft een onderzoek laten naar de kosten voor gewoon betalen en pinbetalingen. Daaruit zou blijken dat een supermarkt wel 10 procent op de kosten kan besparen met pinbetalingen. Een tankstationhouder kan zelfs 28 procent besparen.
En toch aarzelen de ondernemers. Logisch. Want het blijven kosten. Pinnen is helemaal niet gratis voor de bakker en de bloemist. Ze zijn zelfs bang dat de kosten weer omhoog gaan, omdat ze worden gedwongen naar het nieuwe pinnen over te schakelen. Het nieuwe pinnen moet skim-fraude tegengaan. Geen pasjes meer met een magneetstrip, maar met een chip. De door de banken beloofde veiligheid bleek al snel een illusie.
De ondernemers vrezen hogere kosten, omdat hun apparatuur en software vervangen moet worden. Banken zeggen dat ze niet moeten zeuren, want de ondernemers kunnen voordelige pakketten bestellen. Verder hebben ze de ondernemers beloofd de transactiekosten voor vijf jaar te bevriezen. En daarna? Geen garanties. In andere Europese landen zijn de transactiekosten wel flink gestegen, na introductie van het nieuwe pinnen.
Gratis betalen bestaat niet. Cash geld kost een kapitaal aan transport, beveiliging, onderhoud van flappentappen en is arbeidsintensief. Pinnen is een stuk goedkoper. Onder andere omdat banken maar slecht bereid blijken de veiligheid van elektronisch betalen helemaal dicht te timmeren. Maar waarom delen de banken hun voordeel niet met de ondernemers? Misschien dat ze dan gemotiveerder raken voor het pinnen.
Overigens ben ik van mening dat verplichte keuzes gratis moeten zijn. Dus ook als ondernemers tot pinnen worden gedwongen.
Gansch het raderwerk liep voor
We waren de tijd te ver vooruit. Een uur te ver, om precies te zijn. Keihard ingrijpen was noodzakelijk. Dat zijn we wel gewend in deze tijden, dus dat moet geen probleem zijn. Het zat helaas wat tegen.
Om 3 uur ‘s nachts moest de klok een uur terug worden gezet. Dat stond op de voorpagina van mijn ochtendkrant. Wetende dat mijn termijngeheugen wel eens tekort schiet, meteen het alarm op de wekker op tien voor drie gezet. Dat kon dus niet mis gaan.
Om een uurtje of twaalf ’s avonds naar bed gegaan. Redelijk vroeg voor de zaterdag, maar ik had me al een paar uur stierlijk zitten vervelen. Het was namelijk ook de nacht van de nacht. Een grappige actie. Een nacht lang alle lichten uitdoen, om het milieu te redden.
Het gaat niet goed met het milieu, het klimaat en de energiebronnen. Keihard ingrijpen is noodzakelijk. Het was tijd dat ik daar ook eens mijn steentje aan zou bijdragen. Geen halfzachte maatregelen. Om er zeker van te zijn dat ik nog geen tiende kilowatt zou verspillen, heb ik om zes uur ’s avonds alle stoppen in de meterkast omgezet.
Geen tv, geen pc, niet eens een radio om de avond door te komen. Een boek lezen ging niet. Heeft u wel eens uren in het donker doorgebracht, zonder enige afleiding? Het valt niet mee.
Om twaalf uur dus naar bed. Geen idee of het echt twaalf uur was, maar een mens mag toch wel op zijn biologische klok vertrouwen?
Al snel in een bizarre droom geraakt. Ik zat in een immens raderwerk en middenin dat complex hing een klok. Alles was met die klok verbonden. Omdat de totale existentie op hol was geslagen en op de klok vooruit was gelopen, moest die klok worden teruggedraaid. Als ik dat niet op tijd zou doen, zou heel het universum ontregeld raken.
Telkens als ik via een radertje vooruit was gekomen, wierp een volgend radertje me weer terug. Hoe ik mijn best ook deed, ik kreeg het niet voor elkaar de klok te bereiken. Ik zag het universum rondtollen. Ik zag hoe de klok oververhit raakte en langzaam begon te smelten.
U begrijpt dat het alarm van de elektronische wekker het af liet weten. Gelukkig wekte mijn droom me. Badend in het angstzweet schrok ik wakker. Geen idee van de tijd.Op de hoek van onze straat staat een klok. Even uit het raam gehangen om te kijken of ik daar wijzer van zou worden. Gelukkig. De gemeente deed niet mee aan de nacht van de nacht. Het was tien voor drie. Ik was dus precies op tijd!
Gauw naar de meterkast, alle stoppen weer omgezet en de wekker deed het weer. Stipt om drie uur zette ik het apparaat een uur terug. Ik kon gerust verder slapen.
Nu ik stukje zit te tikken is het tien uur. Op mijn klok. Ik kijk naar buiten en zie dat de gemeenteklok elf uur aanwijst. Wat is er fout gegaan? Ik had toch braaf om drie uur ’s nachts mijn klok teruggezet? Braafheid kent geen tijd, zei mijn oma wel eens. Nou, dat klopt. In al mijn braafheid ben ik het spoor volledig bijster geraakt. Ik weet nu niet meer in welke tijd ik leef. De enige houvast is de klok in de straat. De overheidsklok.
Ik besef dat als ik nog bij de tijd wil blijven, mijn vertrouwen in de overheid zal moeten herstellen. Ik zal die klok moeten volgen, om mee te kunnen draaien in de samenleving. Als het verantwoordelijke radertje, dat meedraait in de machinerie van de hedendaagse tijd. Dat is mijn tijd niet, maar wie heeft nog wat te zeggen over zijn eigen tijd?
Geld en de boodschap
Een weekje achter de rug waarin Rutte I de bezuinigingen opschroeft en Wilders het koningshuis wil degraderen. Financiële winst voor de staatskas en publicitaire winst voor de PVV, zou je zeggen. Maar wie sloeg er deze week nou echt munt uit? Willem-Alexander. Onder toezicht van Jan Kees de Jager, dat dan weer wel. De kroonprins mocht het Waterland vijfje slaan. Een herdenkingsmunt die de roemruchte band met het water symboliseert.
De KNM (Koninklijke Nederlandse Munt) is het bedrijfje dat geld aanmaakt. Niet alleen het gewone slijk der aarde, maar ook speciale munten, waar verzamelaars zo dol op zijn. Deze week dus dat Waterland vijfje.
Eigenlijk begint de geldontwaarding al bij het maken daarvan. Ik neem tenminste aan dat de KNM geen ongesubsidieerde vrijwilligersorganisatie is. Dus elk geslagen dubbeltje is meteen al minder waard, omdat de kosten voor arbeidsloon, machines en vervoer er afgetrokken moeten worden.
Voor al het geld dat we nodig hebben, kunnen we dat voor lief nemen. Maar geldt dat ook voor herdenkingsmunten?
Zo’n munt is een betaalmiddel met een boodschap. Maar meestal een bodschap van weinig waarde. Leuk dat een koningshuis jubileert, maar moet dat op een munt verkondigd worden? En die historische band met het water kennen we toch donders goed? Waarom dan kosten gespendeerd aan een munt waar je weinig aan hebt. Zeker in een tijd waarin de boodschap luidt dat we het met minder geld moeten doen.
Herdenkingsmunten zijn alleen een wettig betaalmiddel in het land van herkomst. Hoe fraai zo’n euro ook is, in eurolanden buiten onze grenzen heb je er niets aan. In eigen land ook niet, omdat vooral verzamelaars de beperkte oplage als snel in beslag nemen en zo onttrekken aan het betaalverkeer.
De kosten voor het maken van zo’n munt zijn ook hoger dan de kosten voor het slaan van gewone munten. Er moet immers nog een officiële handeling aan te pas komen en een publiciteitscampagne worden gevoerd.
Netto rendement van de herdenkingsmunt: financieel verlies voor de staatskas en publicitair van nul en generlei waarde.
Overwegende dat het slecht is voor de economie, overwegende dat het om een volstrekt overbodig produkt gaat, dien ik hierbij een motie in om de herdenkingsmunt af te schaffen en ga over tot de orde van de dag.
Zwaar weer management
Ambities, uitdagingen, creativiteit. Bezuinigingen zullen heel wat teweeg brengen, maar we moeten het vooral zien als een kans voor mooie veranderingen.
Alle gemeenten bezuinigen. Voor 2011 zijn in totaal een dikke 4 miljard maatregelen verzonnen Vooral cultuur, welzijn en sport zullen het met gemiddeld 7 procent minder moeten doen. Daarnaast wordt de ambtenarij uitgekleed. Dat is het begin, want de gemeenten vrezen ook het snoeimes van Rutte.
Organisatie- en adviesbureau Berenschot inventariseerde de gemeentelijke bezuinigingen en ontmoetten toch veel ambitieuze gemeentesecretarissen, die hier een prachtige kans op “meer creativiteit, innovatie en samenwerking”.
Dat zijn nog eens andere woorden dan ‘roeien met de riemen die je hebt’. Wie blijven binnen boord, wie valt uit de boot en wie gaan de boot missen? De stuurlui van al die organisaties die nu in zwaar weer terecht komen, moeten heftige keuzes maken.
Dat bestuurders en managers alles uit de kast halen om hun medewerkers op sleeptouw te nemen en gemotiveerd te houden, is begrijpelijk. Het zal zeker veel creativiteit vragen door deze woelige tijden te navigeren. Dat betekent niet dat er geen vragen gesteld mogen worden over de aard van die creativiteit.
Tot nu toe heb ik alleen maatregelen volgens de kaasschaafmethode langs zien komen. Zo zijn er gemeenten die op alle culturele voorzieningen en organisaties bezuinigen. Zo zijn er organisaties die op alle afdelingen snoeien.
Ik vind dat niet de creatiefste methode. Het is eerder gebrek aan een doortimmerde visie en lef, waarmee ook heftige, maar wellicht veel slimmere keuzes gemaakt kunnen worden. Het is nobel om te stellen dat alles en iedereen geraakt zal moeten worden. Of je dan ook de solidariteit overeind houdt, die nodig is om elkaar te steunen? Het zal zuur zijn in te moeten leveren, als je op een plek zit waar al jaren met weinig middelen wel goede prestaties worden geleverd. Voor mensen die in zo’n situatie zitten, zal het een hele uitdaging zijn de teleurstelling over de bezuinigingen niet te projecteren op minder goed presterende collega’s of slecht draaiende concurrenten.
Nieuwsgierig naar de resultaten van de gevraagde creativiteit, ben ik benieuwd of er ergens in het land briljante oplossingen worden gevonden. Heb jij zulke oplossingen gezien in je gemeente of in jouw organisatie? Meld ze hier in de reacties. Heb je ze niet gezien, maar zelf heb je wel een goed idee? Meld ze hier in de reacties. De komende tijd zal ik er dn zeker op terugkomen.
(Ver)berg uw schatten in het Noorden.
Wat kun je doen met gebieden die maar niet tot economische bloei komen? Gebieden waar de industrie maar niet van de grond wil komen, waar dienstverleners het vertikken hun bedrijven te vestigen. Waar zelfs dwangmaatregelen van de overheid, het verhuizen van ministeries, niet leiden tot de gewenste dynamiek van een welvaartsbolwerk als de Randstad.
Geen nood, er zijn nog meer oplossingen. Als de welvaart niet vanzelf uit de bodem schiet, dan breng je de welvaart er naar toe. Beter gezegd: je dumpt er de welvaartsresten onder de grond. Een schitterend stukje werkgelegenheid creëer je bijvoorbeeld door kernafval in de Friese klei of in de zoutlagen van het noorden op te bergen. De COVRA (Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval) zoekt zich rot naar geschikte opslagplaatsen. Bijna overal stuit het op verzet. De Friezen gaan bij voorbaat al dwarsliggen, omdat de klei- en zoutlagen niet stabiel genoeg zouden zijn.
Eerder was op dit weblog al te lezen dat het vorige kabinet voorbereidingen trof om CO2 in het noorden op te slaan. Ook dat zien veel Friezen, Groningers en Drenthe niet zitten. Behalve de gezamenlijke noordelijke werkgevers. Zij schreven een brief aan de kakelverse premier, want ze zijn het niet eens met een stukje uit het regeerakkoord. VVD en CDA hebben de CO2-opslag voor zich uit geschoven en willen pas verder met de plannen als er een nieuwe kerncentrale komt.
Slim bedacht van het kabinetje, want dan kun je het verzet tegen zowel de kerncentrale, als de opslagplaatsen voor kernafval en CO2 in een klap aanpakken.
Nou moet u niet denken dat de regering alleen maar allerlei welvaarstresten in het noorden wil dumpen, omdat die gebieden gemiddeld wat armer zijn dan de Randstad. Een praktijk die we kennen van nog veel armere gebieden waar afgekeurde medicijnen in de bevolking worden gestort of waar we onze opgebruikte computers dumpen. Nee, onze overheid is serieus bezorgd over ieders veiligheid.
De vorige regering kwam met een ondergrondse nota, waarin ze verklaarde dat dichtbebouwde gebieden hooguit geschikt zijn om een wirwar aan kabels voor ons pc-gebruik onder de grond te stoppen, maar meer riskanter materiaal moet je niet onder een flatgebouw willen.
De wijde Friese velden zijn natuurlijk wel geschikt. Het enige risico is, dat de commissaris van de koningin een radioactief eerste kievitseitje krijgt aangeboden. In Drenthe en Groningen rommelt het ondergronds, dus daar alstublieft geen CO2- en kernafval wegmoffelen.
Je gaat erover of niet.
Terwijl de versgebakken premier zijn plannen verdedigt in de 2e Kamer, even een boeiend puntje uit de regeringsverklaring gelicht. “Ons principe is: 'Je gaat erover of niet'. En we zullen dat principe consequent toepassen (…)”.
In de regeringsverklaring geldt dit principe voor de overheid. Dus voor de nieuwe premier. Het principe zal worden toegepast om de overheid te kleineren, de burger belastingverlichting te geven en de Crisis- en herstelwet tot een permanente soort van tweede grondwet te bombarderen.
Je gaat erover of niet. Leuk dat we minder belasting gaan betalen, maar krijgen dan wel zaken voor elkaar waar wij over gaan? Mogen we bijvoorbeeld op het belastingformulier aangeven waar we dat weinige geld aan uit willen geven?
Je gaat erover of niet. Minder ambtenaren klinkt heel aardig. Mogen we wel beslissen waar de resterende klerken hun werk aan besteden?
En de Crisis- en herstelwet permanent maken? Mogen we zelf beslissen of we wel een permanente crisis willen en zelf bepalen welk herstelwerk we willen?
Betekent deze bijna anarchistische filosofie, dat we voortaan zelf over onze eigen portemonnee gaan? Dat we over onze eigen agenda gaan en zelf bepalen wanneer en waar de overheidsloketten geopend zullen zijn? Dat we over ons eigen budget gaan en van de overheid mogen vragen de huurprijzen van woningen aan te passen? Dat we over onze eigen vrije tijd gaan en zelf bepalen of en waar we vrijwilliger willen zijn?
Je gaat erover of niet. Ik denk toch echt dat Rutte met “je” zichzelf bedoelt en ervoor kiest dat wij er zeker niet over zullen gaan.
Een zwerver mag niet zwerven
In Gelderland voeren inwoners van Wehl een gevecht om een daklozenopvang tegen te houden. Daarbij grijpen ze alle wettelijke middelen aan, om het de gemeente lastig te maken de realisatie toe te staan. Laatste wapenfeit: de gemeente wordt er van beschuldigd zich niet te willen houden aan de gedragscode landelijke toegankelijkheid en regiobinding.
Hoewel dit om een conceptregeling gaat, is er toch al veel om te doen. Sinds in 2008 het eerste concept op tafel lag, zijn al veel gemeenten over gegaan tot de uitvoering van die gedragscode. Die komt er op neer dat er alleen voorzieningen worden gefinancierd, voor daklozen uit de betreffende gemeente. In de praktijk betekent het dat een dakloze uit Den Haag in Rotterdam wordt geweigerd voor elke voorziening.
In een brief van 23 augustus jl. (pdf!) aan de 2e Kamer zegt de minister van VROM, dat de de gemeenten zich wel moeten houden aan artikel 20, lid 6 van de WMo (Wet Maatschappelijke opvang). Daarin staat dat de gemeenten voorzieningen op het terrein van maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid toegankelijk houden voor iedereen die in Nederland woont. De minister schreef in die brief: “Ik vind het belangrijk dat gemeenten onderling afspraken maken over opvang van cliënten, zodat die cliënten niet heen en weer worden gestuurd”.
Steeds meer gemeenten worden daar erg terughoudend is. Rotterdam gooide als eerste de gemeentegrenzen dicht voor zwervers van buiten. Den Haag stuurt inmiddels ook steeds meer zwervers terug, naar de laatste verblijfplaats.
Tja, het eigenaardige van een zwerver is, dat-ie zelf wil uitmaken waar hij gaat en staat. Wat maakt de minister zich dan druk om mensen die heen en weer worden gestuurd? Dat is toch ook een vorm van zwerven?
De gemeenten begrijp ik wel. Geconfronteerd met herhaaldelijk afnemende budgetten voor de Wmo, AWBZ en subsidies voor dag- en nachtopvang, moeten er keuzes worden gemaakt. En die keuze wordt steeds meer: eigen zwervers eerst.
Die maatregel is ook een manier om het winkelgedrag van daklozen te verhinderen. Want een ander eigenaardig kenmerk van een zwervers is, dat-ie zo maar verkast als het hem ergens niet naar de in is.
De huidige uitvoering van de gedragscode landelijke toegankelijkheid en regiobinding, betekent in ieder geval dat de romantiek van een zwerversbestaan er wel af is. Het betekent ook de zoveelste inperking van de individuele autonomiteit. Die blijft voorbehouden aan iedereen die zich netjes gedraagt. Heb je een baan en een huis, dan mag je zelf beslissen waar je je vestigt. Zit je zonder een goed geregeld burgermansleventje, dan ben je je zelfstandigheid helemaal kwijt.
Als werkende in dat daklozencircuit, begrijp ik heel goed dat ook daklozen zich aan allerlei regels moeten houden. Ik begrijp alleen niet, waarom mensen met een vaak groot complex aan handicaps, hun volledige autonomiteit moeten inleveren.
Overstap gemist
Maar weinig mensen stappen over naar een andere zorgverzekering. Zie hier de maakbaarheid van de marktwerking in een notendop.
De bedoeling was dat mensen prijs- en kwaliteitsbewust zouden shoppen. De verzekeraars zouden de lucratiefste pakketten aanbieden. De klanten zouden hun oude verzekering zeker opzeggen, als ze bij een ander een veel aantrekkelijker aanbod zagen.
Dat heeft nooit zo gewerkt. Het hoogste aantal overstappers telde men in 2006, vlak nadat de marktwerking in de zorg was ingezet. Ongeveer 19 procent stapte over. Geen indrukwekkend percentage, maar daarna was de hype wel over. Elk jaar bleef het aantal overstappers rond de 4 procent hangen.
Naar de oorzaken voor de geringe motivatie om van verzekeraar te wisselen, tast men in het duister.
Merktrouw zou een oorzaak kunnen zijn. In crisistijden zou je verwachten dat consumenten op zoek gaan naar de goedkoopste zaken, maar ze blijken toch aardig trouw aan de hun bekende produkten. Een onderzoekje in 2008 wees uit dat mensen wel gevoeliger werden voor speciale aanbiedingen, maar nog weinig zin hadden over te stappen van merk of aankoopplaats.
Dat de marktwerking soms zo slecht werkt, valt de consument te verwijten? Het luie, gemakzuchtige koopvolk?
De grondgedachte achter het begrip marktwerking is dat alleen zo het beste komt bovendrijven. Bedrijven moeten met elkaar concurreren om het prijs- en kwaliteitsbewuste volkje als klant binnen te halen. Zo krijgen we de beste zorg, voor de beste prijs, verzekerd door de beste verzekering.
Maar de klant haakt natuurlijk af, als hij zich afvraagt hoeveel zin het heeft de bewuste consument uit te hangen. Als premies blijven stijgen en het nieuws bol staat van veranderingen in de pakketten en bezuinigingen leiden tot inkrimping van die pakketten, dan kan ik me voorstellen dat ‘de consument’ eerder het gevoel krijgt dat zijn gedrag niet uitmaakt.
Juist nu de crisis nog rondspookt, zie je de mankementen van de marktwerking. Het zou het ideale instrument voor de maakbaarheid van de samenleving zijn. Nu de consument ook wel door heeft dat juist die marktwerking tot deze crisis heeft geleid en overal overheidsingrijpen nodig is om de boel overeind te houden, weet de consument het ook niet meer.
Marktwerking of een sterk geleide economie, hebben beide voor- en nadelen. Maar geen van beide werken perfect. We zouden dus geen van beide moeten willen? Is er een andere weg?
Volgen of vertrekken?
Zo rond 2010 was heel Holland (zo heette Nederland toen) bezeten van xenofobie en bezuinigingsdrift. Heel Holland? Nee, een klein deel bleef moedig weerstand bieden aan de gedoogde liberaalchristelijken en maakte het leven van de megalomanen bepaald niet gemakkelijk.
Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat, zong Neerlands Hoop ooit. Ander tijdsgewricht, ander onderwerp, maar de boodschap is voor heel wat mensen weer actueel geworden. Voor Hannie van Leeuwen bijvoorbeeld. De CDA-coryfee stopt haar activiteiten voor de partij. Op haar respectabele leeftijd beseft ze ineens wat de kabinetsplannen beteken voor de ouderenzorg. Met een ‘schande, schande, driewerf schande’, staakt ze nu haar werk voor het CDA.
Ze blijft nog wel lid, ondanks haar bezwaren tegen de samenwerking met de PVV. Anderen trokken de lijn een stuk scherper. Door heel het land stapten CDA’ers uit gemeenteraadsfracties èn uit de partij. In Hardinxveld-Giessendam gaat een wethouder ook zover, maar zijn keuze wordt door de lokale CDA gedoogd en hij mag wethouder blijven.
Ook in de VVD zijn er leden die onder liberale principes heel wat anders verstaan, dan wat Rutte nu voorstaat met zijn kabinet. Joris Voorhoeve en Gijs de Vries stapten over naar D66.
De meeste van die moedige keuzes worden gemaakt, uit weerzin tegen de samenwerking met de PVV. Slechts weinigen kiezen voor actie wegens de bezuinigingsplannen van Rutte en Verhagen. Blijkbaar is er een grote consensus, dat er keihard gesnoeid moet worden. Het aantal mensen dat vandaag, om 13:00 uur in Den Haag de rekening retour wil zenden, is veruit in de minderheid. Ook al is de crisis niet ieders schuld, het zou onverstandig zijn niet te bezuinigen. Laten we er eens vanuit gaan dat die opvatting helemaal waar is, dan valt er wel heel wat af te dingen op de manier waarop gesnoeid zou kunnen worden. Nu gaat op alles en iedereen bezuinigd worden en worden principiële keuzes vermeden.
Een grappig argument dat ik langs hoorde komen is dat het positieve effect van de bezuinigingen zal zijn, dat mensen weer creatief zullen worden. Als bijvoorbeeld de zorg wordt uitgekleed, dan verzinnen mensen zelf wel oplossingen om de zorg op hun manier op te tuigen. De bezuinigingen moet je dus zien als stimuleringsmaatregelen voor de zelfredzaamheid en de eigen verantwoordelijkheid.
Veel mensen zijn volgers. Dat ze ‘followers’ zijn op Twitter, of volgelingen van welk sociaal medium dan ook, is mooi. Dat veel mensen ook de principes van Rutte I volgen, is minder fraai. Het valt ook onder creativiteit om niet te volgen. Het blijft namelijk een volkomen misplaatste strategie om, na het creatief boekhouden van de banken, anderen te dwingen creatieve keuzes te maken, die dan ook nog eens precies in het straatje passen van Rutte en zijn volgelingen.
Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat. Wie volgt Hannie van Leeuwen? Wie volgt Joris Voorhoeve? Wie volgt de vertrekkende CDA-leden? Wie volgt een andere creativiteit dan die van de kaasschaafmethodisten?
