Auteursarchief: Klokwerk

Kiezen voor barbarisme?

Kiezen voor barbarisme?“(…) als echt blijkt dat de bezuinigingen in dit geval een verhoogd risico voor de veiligheid met zich hebben meegebracht, dan is er een grens gepasseerd“.
Quote van Gerrit van de Kamp,
voorzitter ACP (Algemeen Christelijke Politiebond, onderdeel van het CNV).

Het Algemeen Dagblad vermoedt dat bezuinigingen mede oorzaak zijn van gebrekkig politie-optreden bij het fatale strandfeest in Hoek van Holland.
Nu moet nog blijken wat er zich precies heeft afgespeeld en welke rol de politie heeft gespeeld. Het lijkt er echter sterk op dat de oorzaak vooral ligt bij een paar feestvierders die een heel ander vertier voor ogen hadden, dan de organisatie had bedoeld.

Dat kan gebeuren. Niet leuk, onnodig, en dat die bende nog levend rondloopt is te danken aan de overgrote meerderheid feestgangers die een gezellig, vrolijk en vreedzaam feestje in hun hoofd hadden. Dan sla je er niet zomaar op los. Bovendien is de heersende mores dat je niet voor eigen rechter speelt en dus het verwijderen van vervelende gasten aan de politie overlaat.

Natuurlijk wil een vakbond weten of de leden hun beroep naar behoren kunnen uitvoeren. Bestaat de kans dat bezuinigingen het functioneren in Hoek van Holland ernstig hebben belemmerd?
De voorzitter van de ACP zegt: “Wordt er bezuinigd op politiewerk, dan moet de politiek, zowel landelijk als regionaal, keuzes maken. Gebeurt dit niet, dan komt de veiligheid van burgers en collega's in gevaar“. De ACP-voorzitter suggereert dan maar te kiezen voor het niet houden van grootschalige evenementen.

Nu ken ik wat kleinschalige gebeurtenissen waar een of twee politieagenten ook niet genoeg zijn om de zaak op te lossen. Voor één flippende psychopaat in een winkelstraat heb je al gauw zo'n tien beambten nodig. Die zijn er meestal wel. Tenzij het een gemiddelde zondag is, in een of ander gehucht, waar van een koopzondag nooit sprake is. Dan kan het net lang genoeg duren voor de hulptroepen op sterkte aanwezig zijn, om de doorgedraaide burger de kans te geven aardig wat schade aan zichzelf en zijn omgeving toe te brengen.

Dat is wel een gevolg van bezuinigingen. De overheid koos er echter voor een andere benaming: reorganisatie van de politieregio. Komt neer op: hetzelfde werk doen met minder mensen. De hoogste leidinggevenden voeren die reorganisatie gewoon door. Af en toe mort er een korpschef, maar die enkele oprisping verandert niets aan de situatie.

Een verschijnsel dat ik maar al te goed ken van mijn werk: de maatschappelijke opvang. De doelgroep is talrijker en complexer geworden, de budgetten zijn niet meegegroeid en zelfs hier en daar gekrompen. Gevolg: bezuinigingen op personeel. Mijn werkgever kan niet tegen de overheid zeggen: okee, dan vangen we een deel van die doelgroep niet op en we halen een gebouw, inclusief een complete staf, uit het pakket. Dan voldoet mijn werkgever namelijk niet aan de opdracht en krijgt helemaal geen subsidie meer.

Ook hier is het resultaat: hetzelfde werk doen met minder mensen. Dit blogje is tekort om het met alle details uit te leggen, maar geloof me, het werk is er niet veiliger op geworden. Sterker nog: het aantal incidenten neemt, na jaren relatieve rust, in rap tempo toe.
En dan laat ik bezuinigingen in de zorg nog onbesproken, terwijl ook in ziekenhuizen en verpleegtehuizen de onveilige situaties toenemen.

We kunnen er inderdaad voor kiezen geen grote strandfeesten meer te organiseren of de maatschappelijke opvang af te schaffen. Dat eerste betekent minder lol, het tweede betekent weer meer overlast voor de “gewone” burger.
Ik ben daar niet voor. Er zou juist meer lol en nog minder overlast moeten zijn. Wie daar ook voor is, moet eens goed nadenken in het stemhokje.

Volgende keer weer kiezen voor een regering die de veiligheid hoog op het lijstje ambities heeft staan, maar er geen cent teveel aan wil spenderen? Dat is kiezen een grens te passeren en ruimte te bieden aan barbaarse toestanden op het strand, in de maatschappelijke opvang en de zorg.

Renaissance van het contractdenken?

Renaissance van het contractdenken? Het convenant dat de hogeschool InHolland de eerstejaars studenten laat ondertekenen, lijkt te gek voor woorden. Je gaat er toch vanuit dat studenten, hoewel niet meer leerplichtig, zich met hun inschrijving verplichten de lessen te volgen om te voorkomen dat ze zakken voor hun examen. Moet je hun gemotiveerdheid dan afdwingen met een convenant? Een overeenkomst die juridisch geen enkele bindende waarde heeft?

Zo'n convenant past prima in de berg herenakkoorden, gedragscodes en intentieverklaringen die momenteel de samenleving in het gareel proberen te houden. De wet alleen, is blijkbaar niet genoeg om gewenst gedrag en gedroomde resultaten te garanderen.

En zo is er dan een Convenant Jakobskruiskruid, waarmee men hoopt vergiftigde koeien te voorkomen. Het Convenant Tipgelden regelt niet de afdracht van de fooien die het horecapersoneel ontvangt, maar behelst afspraken tussen het Verbond van Verzekeraars, de politie en het Openbaar Ministerie en het Verbond van Verzekeraars over het al dan niet belonen ban klikspanen.

En wat te denken van de convenanten die de Amsterdamse universiteiten hebben gesloten met de gezelligheidsverenigingen die sportclub Heerenveen met de belastingdienst is overeen gekomen of die 400 burgemeesters hebben opgesteld om verder te gaan dan de 20 procent doelstellingen die de EU op energiegebied wil scoren?
Er zijn er zoveel, dat er waarschijnlijk geen digitale databank van convenanten kan worden aangelegd, omdat dan het internet overbelast zou raken.

Het convenant is geen modieuze hype. Eerder hebben we te maken met de renaissance van het contractdenken. Het convenant is een soort sociaal contract. Een samenleving bestaat uit te veel verschillende belanghebbenden om alles te regelen in een overkoepelende, nationale wet. Waar de wet tekort schiet, hebben mensen op deelgebieden en deelbelangen de mogelijkheid onderling afspraken vast te leggen. Bedoeld om de microbelangen te dienen, zonder de macrobelangen te schaden.

Een manier om federalisme goed te laten werken. Een centraal gezag regelt het algemeen belang, plaatselijk zoekt men het zelf maar uit.
Ooit was er een centraal gezag dat zich God noemde. Die had ook een convenantje lopen. Met de mensen was afgesproken dat ze het eeuwige leven zouden krijgen als ze zich aan God's geboden hielden. Dat staat bekend als het foedus operum, latijn voor werkverbond.

Dat werkte niet helemaal. De mens zat met zijn jatten aan de boom van de kennis van goed en kwaad, waarmee dat laatste was geschied. God, destijds niet de beroerdste, kwam met een nieuw convenant: de foedus gratiae, of het genadeverbond. Dat hield in: als jullie Jezus kruisigen, krijgen jullie alsnog het eeuwige leven. Ziedaar de oorzaak van de vergrijzing.

Het is niet toevallig dat de renaissance van het contractdenken te danken is aan politici van christelijke signatuur. Balkenende mag wel de godfather van het convenant worden genoemd. Met schwung poetste hij het federalisme op, dat hoogtij vierde in het VOC-tijdperk. Het centraal gezag bepaalt de normen en waarden, die men lokaal mag uitwerken in convenanten en gedragscodes. En geheel in stijl van zijn Inspirator sprak hij met het volk af: als jullie je aan mijn normen en waarden houden, dan zet ik jullie in de eregalerij der brave burgers. Het foedus gratiae van Balkenende.

En zo groeit en bloeit Nederland van de convenanten en gedragscodes. Of moeten we zeggen: het sterft in Holland van de sociale contracten?

Van de ezel en het gouden kalf

Van de ezel en het gouden kalf

Een ezel stoot zich in het gemeen, geen tweemaal aan dezelfde steen. Een mens dus wel. Het hoeft niet eens een steen te zijn, zelfs aan iets licht en luchtigs als een zeepbel kan een mens zich akelig stoten. Zeker als die mens een bankier, aandeelhouder of politicus is.

“De lessen die kunnen worden getrokken uit de financiële crisis mogen niet worden vergeten“, aldus Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank (ECB) in het NRC.
Hij vreest dat nu de economie zich langzaam herstelt, men de crisis snel vergeten zal zijn. Over tot de orde van de dag. Hetgeen in de financiële wereld neerkomt op het eindeloos melken van Ezeltje Strekje. In de Efteling poept het beest almaar geld, alsof er nooit een crisis is geweest. Maar da's dan ook een sprookje en 's wereld economie is dat zeker niet.

Zijn er nou lessen geleerd? En welke dan? Als je de waarschuwing van econoom Roubini leest, valt te vrezen dat er geen enkele les is geleerd.
Hij voorspelt een nieuwe crisis. Deze keer niet wegens het verstrekken van ongedekte hypotheken en een doldraaiende vastgoedmarkt. Deze keer komt de dreiging van een onverklaarbare stijging van prijzen op de olie- en voedselmarkt (
meer in het NRC).
Ook twijfelt de econoom aan de betekenis van de verleende overheidssteun, die volgens hem, een gevaar voor het economisch herstel vormen.

Dat olie en voedsel duurder worden vinden we normaal, omdat we op school hebben geleerd dat alles waar weinig van is, duur moet zijn. Een onontkoombare economische wet. Alsof economie hetzelfde is als het weer. Je kan er van alles over zeggen, er iets aan veranderen kan je niet.

Van fouten leren, kan dat dan wel? Tja, in het complexe raderwerk is het lastig onthouden waar het om zou moeten gaan. Wellicht helpt het ezelbruggetje “Berg as”. Wie onzorgvuldig handelt met de zes elementen die in dat ezelsbruggetje zijn samengevat, kijkt niet tegen een hoop geld aan, naar tegen een berg as.
Die zes elementen zijn: een evenwichtige Betalingsbalans, evenwichtige Economische groei, Rechtvaardige inkomensverdeling, Gezond leefmilieu, evenwichtige Arbeidsmarkt en een Stabiel prijsniveau.

Nu is het met het voedsel zo dat het weer roet in het eten heeft gegooid: Tegenvallende oogsten door droogte. De wereldbevolking groeit door, dus het is erg vervelend dat er minder te eten is en dat de gierstenpap bij een deel van de bevolking niet meer op het menu staat, omdat die te duur voor het huishoudbudget is geworden.
De ellende zou te overzien zijn als er wel een rechtvaardige inkomensverdeling zou zijn en de prijzen stabiel blijven. Om maar twee elementen van de “berg as” te noemen.
Dat die prijzen de pan uit rijzen omdat ook speculanten zich met de handel bemoeien, wordt door sommige deskundigen niet als de oorzaak van de nieuwe crisis gezien. Tuurlijk, zo stellen ze, er ontstaat dan weer een zeepbel, maar als die uit elkaar spat, dalen de prijzen weer en is dat probleem toch opgelost?

Ofwel: laat de economische wetten hun werk doen en het komt allemaal wel goed.
Van de ene zeepbel naar de andere? Van de ene crisis naar de andere? Dan denk ik: verander dan die economische wetten. Die komen niet uit de lucht vallen als donderslag bij heldere hemel. Ons economisch stelsel is geen natuurverschijnsel.
Of is het dat geworden, omdat “de lessen die kunnen worden getrokken uit de financiële crisis” opzettelijk worden vergeten? Omdat er meer wordt gehecht aan traditie en rituelen, zoals de dans om het gouden kalf?

Jeugd zwaar onder medicatie?

Jeugd zwaar onder medicatie?

Terwijl er nogal wat klachten zijn dat de jeugd van tegenwoordig pedagogisch gezien, veel te weinig met de paplepel krijgt ingegoten, wordt die jeugd wel een flinke dosis medicatie toegediend. In tien jaar tijd is het aantal burgertjes tot 20 jaar toegenomen met slechts 1,74 procent. De top-tien van aan de jeugd verstrekte medicijnen laat een groei van 50,99 procent zien.

Volgens kinderarts Offringa, in het NRC, geen echt negatieve ontwikkeling, want de toename kan worden toegeschreven aan verbeterde diagnostiek en de groeiende behoefte van ouders en artsen medische klachten te verlichten.
Wat er wel aan ontbreekt, is dat er nauwelijks iets bekend is over de effectiviteit, hoe de dosis te bepalen en wat de gevolgen van eventuele bijwerkingen zijn. Een jong lichaam reageert anders op medicatie dan een volwassen lijf en hoe dat werkt zou beter onderzocht moeten worden.
(In de
digitale versie meer, helaas alleen betaald toegankelijk).

Die top-tien is een bijzonder rijtje (zie meer in deze excelsheet).
De grootste stijger in de afgelopen tien jaar betreft virale vaccins (onder andere voor verkoudheid, griep en bronchitis). Toch is dat nog het minst verstrekte middel. Het meest verstrekt zijn de anticonceptiepil en luchtwegverbreders, die echter niet tot de grootste stijgers behoren.
Naast de virale vaccins, zijn ritalin (bij ADHD), antipsychotica (bij autisme) en maagzuurremmers in sterk toegenomen mate verstrekt. Daarvan hoort ritalin wel tot de top-drie verstrekte middelen.

Juist omdat kinderen anders kunnen reageren op bepaalde medicatie, dan volwassenen, en het testen van medicijnen op kinderen als bezwaarlijk wordt gezien, zijn er geen regels die de farmaceutische industrie verplicht onderzoek te doen naar de effecten van medicijnen op kinderen.
Toen in Amerika bekend werd dat antidepressiva bij kinderen soms desastreuze effecten konden hebben, heeft de Food and Drug Administration bepaald, dat extra onderzoek in bepaalde gevallen verplicht kan worden gesteld.
In Europa studeert men nog op aanpassing van de regels. De farmaceuten, bij monde van koepelorganisatie Nefarma, vindt dat best, als er maar wel een financiële vergoeding komt voor dat extra onderzoek (lees ook
dit artikel uit 2004 in het NRC).

Maar hoe kom je dan aan de juiste resultaten? Bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen worden in de laatste fase volwassenen getest op de werking. Moet je kinderen daar ook aan onderwerpen?
Ik zou zeggen: gezien de toename aan verstrekte medicatie, wordt dat nu al volop gedaan. Een goed onderzoek onder de gebruikers kan relevante informatie opleveren.

Zulk onderzoek gebeurt nu op vrijwillige basis. Kinderarts Offringa pleit voor een wettelijke regeling.
Wat mij betreft kan onderzoek naar de toename van bepaalde medicatie ook een forse injectie krijgen. Want is het nou louter betere diagnostiek dat er meer ritalin aan ADHD-kinderen wordt verstrekt? Wat ligt er nou precies ten grondslag aan de toename van antipsychotica en maagzuurremmers?

Betekent dat soms dat de kinderen in de voetsporen van hun ouders treden, die in toenemende mate hulp zoeken bij de GGZ (zie CBS-info)? Hoe zit dat toch met de “state of mind” van dit volk? Zijn wij gek geworden?

Alarm in de polder

Alarm in de polder Weeralarm.
Kabinet: we maken ons ernstig zorgen over de kloof tussen de burger en het KNMI.

Beeralarm.
De redding van de economie – Bos op berenjacht.

Baggeralarm.
Balkenende: We hebben ons eens in de zaak verdiept. Nu zitten we er tot onze nek in.

Dwangbuisalarm.
Kabinet voorkomt krimp gemeente Tilburg.

Loos alarm.
Villabewoners met de schrik vrij.

Zijn we nog een alarm vergeten?

Geen koopjesjagers online?

Geen koopjesjagers online?

Zelfs wie niet voor een dubbeltje is geboren, wil voor hetzelfde geld op de eerste rang zitten. Dat is globaal het beeld van de zuinige Nederlander. Ook al is dat cliché in veel gevallen al lang niet meer waar, het is een imago waar we nog niet van zijn verlost.

Het beeld zou wel eens versterkt kunnen worden door het gegeven dat het eigenlijk het hele jaar door wel uitverkoop lijkt. Overal wordt je gelokt met aanbiedingen, kortingen en koop nu – betaal later reclames. Je zou kunnen denken dat de commercie de schraperige volksaard tegemoet wil komen.

Wat kritischer ingestelde consumenten vragen zich af waarom er continu prijsverlagingen, kortingen, outlets en voordeeltjes worden rondgestrooid. Om nog maar te zwijgen over de voorjaars-, zomer-, najaar- en winteruitverkoop. Waarom niet altijd alles goedkoper aangeboden?

Dat zou namelijk heel wat koopjesjachten schelen. In reeds vervlogen tijden, verzamelde mijn moeder uit de lokale krant de aanbiedingen en knipte de voordeelbonnen uit de advertenties. Dan was het op de fiets door de stad racen, om de goedkoopste boter, de voordeligste kaas en de twaalf eieren voor tien cent te scoren. Voor de aanschaf van kleding, meubels of andere luxe, was het wachten op de eenmaal per jaar gehouden uitverkoop.
Er was toen geen sprake van een economische crisis. Het was een koopgedrag dat mij moeder met de paplepel was ingegoten. Nu er wel een crisis is, gaan misschien weer veel mensen op koopjesjacht.

Online shoppen was er toen niet bij. Een verschijnsel dat nu een sterk uitdijende business is. Ook daar zijn de goedkoopste lokkertjes niet van de lucht. Eén probleempje: 70% van de online consumenten zou onwetend zijn van kortingscodes of niet weten hoe ze die moeten gebruiken.
Reden voor commerciële bijdehandjes om een website te lanceren (
kortings-code.nl) met behulpzame video handleidingen, die de koopjesjagers naar de webwinkels te leiden.

Behulpzaam nieuw tooltje? Welnee, het sterft van dat soort sites. Of het nou met een video is, of met een lijstje “nieuwste aanbiedingen”, bijna elke site leidt je naar de kortingscodes, die je moet invullen op de bestelformulieren.
De website die het video-initiatief publiceert, stelt dat het gebruik van kortingscodes
explosief zal stijgen, omdat webwinkels deze marketing methode op grote schaal zullen inzetten om de omzet te verhogen.

Het is dan nog niet de gratis-economie, waarover ik begin augustus schreef. Laten we het maar de dubbeltjes-economie noemen. Dat veel consumenten de kortingscodes niet weten te vinden of ze amper gebruiken, ligt volgens mij vooral aan de websites van de online winkels. Velen zijn onduidelijk, traag, of bieden kortingen op nauwelijks interessante producten.
Maar ook als het wel leuk lijkt, gebeuren er soms dingen, waardoor je zo snel mogelijk weer van een website af wil. Bijvoorbeeld als je bij het betaalproces ineens een mededeling krijgt dat je omgeleid wordt naar een onveilige site. De keuze is dan of je door wil gaan of niet. Ik kies dan natuurlijk voor niet.

De vraag van de kritische consument, waarom niet alles altijd goedkoper kan, is volkomen terecht. En het zou het webshoppen makkelijker maken. Geen gedoe met het traceren van kortingscodes en puzzelen waar je die code kwijt kan. En we zijn af van het cliché een zuinig, schrapend volk te zijn. Want de prijzen zijn gewoon laag. Of anders gesteld: je betaalt gewoon gangbare, normale prijzen. En die irritante oom, die op verjaardagen altijd weer weet te vertellen waar hij jouw recente aankoop veelgoedkoper heeft weten te scoren, kan ook zijn mond houden. Scheelt allicht wat familiedrama's.

Motieven emigratie

Motieven emigratie

Ruim 4,24% van de Nederlanders denkt er wel eens over te emigreren. In werkelijkheid maakt jaarlijks zo'n 0,76% die stap ook echt. Volgens het CBS hebben vooral jongeren emigratieplannen.

Op een bevolking van ruim 16,5 miljoen merk je daar natuurlijk weinig van. Slechts lokaal merken krimpende agrarische gemeenten wel eens dat er weer een paar boeren zijn geëmigreerd. Of zien universiteiten hun uitgezonden jonge wetenschappers niet meer terug, omdat ze hier te weinig perspectief zien. En talentvolle jongeren vertrekken omdat ze moeizaam aan de bak komen en last krijgen van wat Wilders hier aanricht.

Altijd zonde, die braindrain en teruglopende boerenstand. Het CBS vroeg waarom mensen emigratieplannen maken. Werk komt dan op de tweede plaats. Veel vaker wordt ruimte, rust, stilte of natuur als motief genoemd.
Andere, veel lager scorende motieven zijn: familie/vrienden, belastingdruk, culturele regels bevallen niet, verloedering/criminaliteit, opleiding of Nederland is te vol.

Vooral jongeren willen wel weg. De wat groeiende groep ouderen wil weg om motief numero 1: ruimte, rust, etcetera. Dertigplussers binden het hier veel te druk en dromen van een relaxed bestaan in België, Frankrijk, Spanje of Suriname.
Jongeren willen hun ding nog doen en dan in landen waar ze meer kansen hebben of krijgen dan hier.

Als die motieven in de werkelijke emigratiecijfers een stijgende trend gaan worden, krijgen we een land waar de vergrijzing zich verplaatst naar het buitenland en de jongeren ontbreken om nog wat van het land te maken. De dure plannen voor dijkverzwaring en neo-Deltaplannen kunnen de kast in. Een leeg land kun je zonder problemen vol laten lopen.

Na rust & ruimte, scoort eigenlijk het wonderbaarlijke “overige redenen” erg hoog. Bij vrouwen komt dat op de 2e plaats, bij mannen op de 3e, na werk. Wat die overige redenen dan zijn, lezen we bij het CBS niet.
Het moet een bont scala aan zulke persoonlijke motieven zijn, dat ze statistisch niet het vermelden als categorie waard zijn. Maar omdat het bij elkaar weer wel een grote greoep vormt, ben ik toch wel nieuwsgierig naar die overige motieven. Als je een idee hebt, laat het hier dan weten.

Opvallend aan emigratieplannen en werkelijke emigratie is, dat mensen naar landen vertrekken waar evenveel op aan te merken valt, als op Nederland. Met de politiek, milieu en veiligheid is overal wel wat mis.
Werken kan je overal wel, zeker in landen waar ze in Nederland opgeleide mensen goed kunnen gebruiken. En rusten in ruimte kan zeker in bijna elk land, behalve Nederland.

Daarom is het jammer dat het CBS niet meer vertelt over de keuze-landen. De werkelijke emigratiecijfers zeggen daar wel iets over. België en Duitsland, lekker dicht bij huis, zijn populair. Spanje en Frankrijk horen bij de middenmotors en Canada en Suriname vind je bij de hekkensluiters in het rijtje doellanden.

Zelf heb ik ooit een gedacht dat Toscane (Italië) een plek was, waar ik zou kunnen leven als ik werkelijk over emigratie zou denken. Ik dacht daarbij niet een aan werk, wel aan rust en ruimte. Maar ook het klimaat, de vriendelijke mensen, het heerlijke eten en het relaxte atmosfeertje spraken mij het meeste aan.

Denk jij ook wel eens over emigratie? En zo ja, welk land heeft jouw voorkeur dan en waarom?

Belgen doneren levend minder

Belgen doneren levend minder In België overweegt men een vergoeding te geven aan mensen, die nog tijdens hun leven een orgaan willen afstaan (lees meer in De Standaard).

Het aantal mensen dat na hun dood een orgaan wil schenken groeit gestaag. Toch is er een nijpend tekort. Dat zou gedeeltelijk opgevangen kunnen worden als ook levende mensen een orgaan weggeven.
In België doen vier op elke miljoen inwoners dat. In Nederland zouden dat er vijf keer zoveel zijn. Omdat wij hier wel een vergoeding krijgen?

Awel, die vergoeding mag niet hoger zijn dan de kosten van de operatie. Een levende donor mag er financieel niet op achteruit gaan, maar er ook niets op verdienen. Keurig geregeld in een wet, die ook voorschrijft wat er zo al gedoneerd mag worden: nieren, deel van de lever, deel van de longen (niet in Nederland), stamcellen en bloed. Er moet ook een rechter aan te pas komen. Zonder rechterlijke toestemming is donatie bij leven niet mogelijk.

De vergoeding staat wel ter discussie. Ook her wordt bekeken of de vergoeding van dien aard kan zijn, dat er meer levende donoren komen om het tekort aan organen te verminderen.
Er wordt bekeken of de huidige onkostenvergoeding niet wat ruimer kan. Bijvoorbeeld door geen eigen risico te laten betalen, nazorg en inkomstenderving tijdens de herstelperiode ruimer te vergoeden.

De vereniging voor nierpatiënten is natuurlijk blij met elke donor, maar ziet nog een probleempje.
Steeds meer mensen staan leven en wel een nier af. Nog even en bij meer dan de helft van de niertransplantaties is een levende donor betrokken. Leuke trend, maar nierpatiënten vrezen dat hierdoor de druk zal toenemen, zelf een donor te vinden. In België verwacht men geen explosieve stijging van levende donors, als de vergoeding een feit is. Maar een specialist merkt nog fijntjes op: “zij die een orgaan afstaan, worden statistisch gezien altijd wat ouder dan de gemiddelde Belg“.

Uit een Zweeds onderzoek zou blijken dat een nierdonatie bij leven, de levensverwachting niet in gevaar brengt. De gegeven nier doet het wel veel beter bij de ontvanger. Maar gezondheidsethiek is niet hetzelfde als andere ethische overwegingen. Zo stelt Dagblad Trouw de vraag of je de burger wel onder druk mag zetten met dat argument betreffende de positieve levensverwachting.

Ik geef onmiddellijk toe dat ik niet sta te popelen nu een nier of stukje lever af te staan. Tegen geen enkele vergoeding. Ik blijf bij leven liever zo compleet mogelijk. Toch heb ik wel bewondering voor de mensen die het wel durven.

Bent u ook zo'n altruïst?

Klasse privacy

Klasse pirvacy

Okee, er is al genoeg over geschreven en gediscussieerd. Maar nog even iets over de foto hier links.

Hoewel dit weblog geen enkel contract met de RVD (Rijksvoorlichtingsdienst) heeft ondertekend, ziet u toch een foto van het aanstaande koningspaar, maar dan zodanig bewerkt dat de redactie geen kans loopt voor de rechter te worden gesleept.

Mag ik wijzen op een stuk van Egbert Dommering, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, in de NRC?
Behalve een paar steekhoudende argumenten, waarmee hij de RVD van staatscensuur beticht, lezen we ook dat er enige jurisprudentie is over de privacy van publieke personen. Zij hebben wel degelijk recht op een stukje beschutting van de persoonlijke levensfeer.

Dat is interessant. Want als er één publiek persoon is, dan is dat wel “de burger”. Die burger duikt op in tal van onderzoeken, statistieken, politieke discussies en is speerpunt van de ambities van dit kabinet.
Daartoe wordt de burger tijdens het avondeten gebeld, wordt hem gedragscodes en regelgeving opgedrongen en wordt hij opgeslagen in tal van digitale databanken.

Het is te hopen dat het koninklijk paar de strijd om de privacy glansrijk zal winnen. Daarmee wordt immers de jurisprudentie duidelijker en krijgt de publieke persoon bij uitstek, de burger, een handvat om zijn privacy te heroveren.
Want het zal toch niet zo zijn dat privacy alleen voor bepaalde klassen geldt?

Boeren, ballonen en het CDA

Boeren, ballonnen en het CDA Wat zag je op het plaatje in de weekendpuzzel van afgelopen vrijdag? Het was een detail van een luchtballon. De afgebeelde code is wat de nummerplaat voor een auto is. Met die code kun je de ballon traceren in het ballonregister. (Hier meer over de afgebeelde PH-ASF).

Wat heeft dat nu met minister Verburg te maken?

Aanleiding was een artikel in Trouw, over boeren die verschrikkelijk last hebben van al die ballonnen. Je ziet ze in zomerse tijden wel. De hinder die de landbouw er van ondervindt loopt kennelijk de spuigaten uit. Of toch niet? Want groot nieuws was het verder niet.
Dagblad Trouw moet natuurlijk ook de komkommertijd vullen en ontwaarde
een boze boer, die op een gelande ballonvaartster in was gereden. Dat zal wel de aanleiding zijn geweest voor dit verdiepende artikel in Trouw.

De klachten? Die luchtballonnen willen wel eens verkeerd terecht komen. Boven op kostbaar gewas. Verder maken ze het vee behoorlijk aan het schrikken. En komt minister Verburg met een krachtige maatregel om haar boeren tegen die luchtterreur te beschermen?

Nee. Sterker nog: ze vliegt zelf per ballon over haar portefeuille. Volgende week maakt ze boven Barneveld een tochtje met de gezamenlijke kippenhouders. En in juni hield ze twee nieuwe ballonnen ten doop, die het mooie landschap gaan promoten.
Gerda Verburg is, evenals de rest van het boerenminnende CDA, niet vies van het oplaten van luchtballonnetjes. In mei presenteerde Balkenende trots de PH-CDA, de eigen partijballon. Hoe kun je je agrarische achterban tegen de haren instrijken.

Met een vloot van 477 geregistreerde ballonen en ruim 9000 ballonvaarten, kan er wel eens wat misgaan. De stadbewoner zal er weinig van merken, omdat zo'n ding niet in de stad mag parkeren, laat staan bij een noodlanding boven op je zelf gekweekte tomaatjes op je balkon mag landen.

Ze mogen, volgens de luchtvaartwet, wel in weilanden en akkers landen. Dat dient zo netjes mogelijk te gebeuren. Een landing wordt wel afgekocht met een kadootje of een vergoeding van € 25,- per ballon met 6 personen. Voor elke persoon minder gaat er € 2,50 van af, voor elke passagier meer komt er € 2,50 bij.
Accepteert een boer die betaling, dan moet hij volledig meewerken aan de berging van de ballon. En zo gaat dat in de meeste gevallen ook.

Voor die enkele gevallen waar de boer boos is, of ballonvaarders het onnodig rommelig hebben gedaan, is er een meldpunt. Dus als Balkenende onverwachts je gazonnetje voor je vakantiehuisje bij de boer verruïneerd met een onfortuinlijke landing van de PH-CDA, dan meldt je die bij een van de koepelorganisaties.

De koepelorganisaties KNVvL (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart), de PBN (Professionele Ballonvaarders Nederland) en de LTO (Land- en Tuinbouw Organisatie) hebben in een convenant (pdf!) de gedragscodes voor ballonvaarders en boeren geregeld.

Een ballonvaarder moet bij het plannen van de vlucht rekening houden met “gevoelige gebieden” en bij het uitzoeken van een landingsplaats, deze zoveel mogelijk vermijden. De bebouwde kom moet op minstens 300 meter worden overgevlogen, daarbuiten mag het wat lager (150 meter). De ballonpiloot hoort er van op de hoogte te zijn of er geen vee, gebouwen of andere obstakels op de landingsplaats zijn.

Daarom doe ik geen ballonvaart kado als er hier iemand ooit een puzzeltje oplost. Jammer dat er geen goede reacties zijn binnengekomen. Ik had toch een erg smakelijke hoofdprrijs.