Countdown

Countdown In het aftellen naar de verkiezingen van 9 juni, worden de politici nu meer bekeken op hun campagnegehalte, dan op wat ze nu nog voor de waan van de dag betekenen.
Dat weten de politici heel goed en zijn dus niet te beroerd om alvast het nodige vertoon te etaleren in tv-programma’s en bij bijeenkomsten waar hier eens een lintje moet worden doorgeknipt en dar eens wat herdacht of gevoerd moet worden.

Maar, hoor je sommigen roepen, het gaat niet om het vertoon, het gaat om de inhoud. Welja, laten we dat dan eens onder de loep nemen. Een beetje op de manier zoals een collega weblogger het
op GeenCommentaar deed. Hij telde hoe vaak het woordje fraude in verkiezingsprogramma’s voorkwam en wist toen welke partij wie wantrouwde.
Het CDA, de PvdA en de VVD bleken bijstandsgerechtigden en gezinsimmigranten niet te vertrouwen. De CU had bar weinig vertrouwen in studenten.

Laten we die methode eens op een simplistische manier los op het regenteske of democratische gehalte van het verkiezingsgedachtengoed.
Gisteren was hier
een toespraakje te lezen, naar aanleiding van de aandacht voor verbetering van de democratie. De conclusie van de redenaar was, dat er weinig hart was voor een echte democratie en het nog teveel werd gezocht in bestuurlijke veranderingen.

Kern van dat betoog was, dat er in de verkiezingsprogramma’s wel werd gerept over aantallen ambtenaren, bestuurslagen erbij of er af en wat goed burgerschap moet inhouden. Geen woord dus over de democratie als ‘volksheerschappij’, de letterlijke betekenis van het woord. Wel aandacht voor het bestuurlijke en een verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de burger.
Dat getuigt van een nog immer te grote regenteske mentaliteit, sprak de redenaar.

Een proef op de som. De verkiezingsprogramma’s doorgenomen en de woorden gezag, vernieuwing(en), democratie en bestuurlijk(e) geteld. Daarna het aantal keren dat gezag werd genoemd opgeteld bij het aantal keren bestuurlijk(e). De partij die daarmee hoog scoorde wordt verdacht van regenteske sentimenten, diep in hun politieke hart.
De partijen die na optelling van het aantal keren dat vernieuwing en democratie in hun programma hebben staan, dichten we een oprecht warm gevoel voor een heuse democratie toe.

De top-9 meest regenteske partijen: 1. CU, 2. D66. 3. CDA, 4. TON, 5. VVD, 6. GroenLinks, 7. PvdA, 8. SP en 9. De Partij voor de dieren.
De top-6 meest democratische partijen: Op1: D66. Verder: 2. PvdA, 3. CDA, 4. GroenLinks, SP en de CU, 5. VVD en TON en de hekkensluiter is weer de Partij voor de dieren.
(zie deze excelsheet voor een overzicht).

Natuurlijk is deze simplistische wordcountdown niet representatief voor wat de partijen werkelijk over de democratische veranderingen hebben te zeggen. En logisch dat D66 in beide categorieën hoog scoort. De partij is als vanouds meer bezig met het democratisch stelsel, dan andere partijen.
Dat de PvdD laag scoort ligt ook voor de hand. Dierenwelzijn is het thema. Ze trappen niet in de val om een democratie voor dieren uit te roepen.

Wie de verkiezingsprogramma's doorneemt, zal zien dat het woordje ‘gezag’ in verband met de politie wordt gebracht. Alle partijen gebruiken het woord niet veel.
Het woord ‘vernieuwing’ valt vooral in verband met het thema onderwijs. In verband met democratie komt je het amper tegen.
Van 'democratie' heeft men de mond wat voller en dat wordt dan wel vaak gelinkt met het woord 'bestuurlijk(e)'. Bestuurlijke vernieuwing is bij de meeste partijen synoniem voor een andere, betere democratie.

Zoals de spreker in het artikel van gisteren suggereerde, is dat niet vanzelfsprekend hetzelfde. Je kunt dan wel afspreken hoeveel partijen er in de Kamer zouden moeten, of gemeentes meer of minder moeten fuseren, of een burgemeester al dan niet gekozen dient te worden, daarmee geef je de burger niet meer daadwerkelijk macht dan-ie nu heeft.
Bij het bespreken van de democratie zou dat het kernpunt moeten zijn.

De democratie is dood, leve de democratie

De democratie is dood, leve de democratie Dames en heren,
Wij zijn vandaag bijeen om de te jong gestorven democratie te gedenken. In de knop gebroken, in de bloei van haar leven geknakt. Er hangt een sluier over de ontluikende lente. De eerste zonnestralen van het prille voorjaar, doen ons opleven. De democratie is echter dood verklaard, door hen die smachtend uitzien naar een zinderende zomerdag op 9 juni aanstaande.

Job Cohen wil het huis van Thorbecke renoveren en wil een
Nationaal Akkoord voor de democratie. Jan Marijnissen sprak in zijn Thorbecke-lezing over een problematische democratie. Tjeenk Willink presenteerde het jaarverslag van de Raad van State en mijmerde ook wat over ons politieke stelsel. In elk verkiezingsprogramma staan wel een paar regels over bestuurlijke vernieuwing.

Terecht merkt heer Willink op dat de verkiezingsprogramma’s bestuurlijke vernieuwing vooral in het kader van bezuinigingen plaatsen. Minder overheid, dus minder ambtenaren en bestuurders.
Maar, evenals de heer Cohen, wordt de rol van de burgers niet vergeten. Betrokken moeten ze zijn. Verantwoordelijkheid nemen. De democratie is dood, maar met een vernieuwd burgerschap zouden we er niet om hoeven treuren.

Dames en heren, wat zojuist ten grave is gedragen, is het resultaat van een democratie dat een leven is gaan leiden, die niet naar ieders idealistische zin is. Met name zij die het over bestuurlijke vernieuwing hebben, mogen we verdenken van een aanslag op onze jonge democratie.
Je kunt het hebben over een groot of een klein bestuur, over de wijze waarop een bestuur kan worden gekozen of benoemd, over wie dat bestuur mag kiezen of benoemen, over wat en bestuur mag kosten en wie afgevaardigd mag worden om het bestuur te controleren. Maar dan heb je het nog altijd over het bestuur en niet over de democratie.

Was democratie bij haar geboorte niet bedoeld als een staat geregeerd door velen? Een volksheerschappij? Wel, dat betekent dat de democratie de laatste eeuwen alleen nog in naam levend was. De ‘velen’ zijn vervangen door selecte groepjes bestuurders. Daar waar ‘het volk’ een poging deed haar heerschappij terug te vorderen, werd het afgestraft met bloedige repressie of met de meer humane repressieve tolerantie. Het ontmoedigde en terneergeslagen 'volk' kreeg tenslotte de laatste slagen toegediend. Het kreeg normen en waarden en verantwoordelijk burgerschap gedicteerd. De democratische ruimte is er niet groter op geworden.

Wat als volksheerschappij geboren was, is van regentendom tot bestuurderschap verworden. Als men die democratie dood wenst te verklaren, dan kan men toch alleen nog roepen: de democratie is dood, leve de democratie?
Wat is er zo verschrikkelijk aan 'het volk', dat haar zeggenschap wordt verbannen naar dialoogtafels en de vierjaarlijkse stembusgang? Waarom is 'het volk' nu 'de burger' en niet de verzameling stratenmakers, verplegenden, rijwielhandelaren, boeren, wetenschappers, ouders, studenten, schoonmakers, boekhouders en al wat een individu kan zijn?

Waarom hebben al die individuen niet meer zeggenschap en heerschappij, dan nu het geval is? Moet dat niet de vraag zijn, als we de democratie willen reanimeren?

Digid miskleun

Digid miskleun Het begon met een haast ongeloofwaardig artikeltje in de Metro, het eindigde met sussende woorden van staatssecretaris Bijleveld: met de Digid kon de verkeerde persoon de gegevens van een ander lichten.

Het artikeltje in de Metro was om een paar redenen ongeloofwaardig. Het verhaal was dat iemand per ongeluk in de gegevens terecht kwam van iemand met dezelfde achternaam. Dat moet dan ook met dezelfde voornaam of voorletters zijn geweest, ander is het al onmogelijk.
Dan moet ook het wachtwoord hetzelfde zijn geweest en het bizarre was, dat de inlogger juist zijn wachtwoord vergeten was. Door gewoon wat te proberen zat hij plotseling op de verkeerde webpagina.

In
de Metro zegt een woordvoerder van Binnenlandse Zaken dat toeval bestaat, maar dat zoiets nog nooit is voorgekomen. Dat zou Bijleveld later op de dag nader toelichten, maar daar kom ik zo nog op.
Eerst nog een andere ongeloofwaardigheid in het Metro-verhaaltje. De man die per toeval in een ander haar gegevens terecht kwam, zag dat een aangifte die hij een jaar eerder had gedaan ook in de gegevens van die mevrouw stonden. Had het toeval toen ook toegeslagen?

Een tankhouder in Castricum, die in het kader van zijn beroepsuitoefening een aangifte doet van illegaal tanken, komt door louter wat codes te proberen in de gegevens van een mevrouw, elders in het land. Je houdt het niet voor mogelijk.
Tsja, zegt die mevrouw, ik had ook geen uniek wachtwoord. Met andere woorden: die mevrouw heeft ooit een wachtwoord bedacht, dat makkelijk en per toeval door een ander kan worden ingetikt. Eén van de slordigheden waar internetgebruikers vaker voor worden gewaarschuwd.
Het betekent ook dat die tankhouder een jaar eerder hetzelfde, veel te makkelijke wachtwoord gebruikte.

Het berichtje werd opgepikt door een Kamerlid. Zoals gebruikelijk controleren Kamerleden de democratie door de krant te lezen. Een SP-kamerlid wilde in het wekelijkse vragenuurtje van staatssecretaris Bijleveld weten, hoe dat toch allemaal mogelijk was.
Ik dacht nog dat Bijleveld duidelijk ging maken dat het Metro-verhaal een verzinsel was, een canard, of een fantasietje van een publiciteitsbeluste tankhouder.

En
dan lezen we dat het wel zes keer per jaar voorkomt!
Dat het in dit geval kon gebeuren, is volgens Bijleveld de schuld van de naïeve mevrouw. Verder laat ze heel alert een bericht op de overheidssite plaatsen, waarin wordt uitgelegd dat gebruikers een ‘
sterk wachtwoord’ moeten gebruiken.
Bijleveld legt tevens uit dat
het dichttimmeren van overheidssites tegen dit soort ongelukjes een kwestie van afweging is tussen gebruiksvriendelijkheid en veiligheid.

Nu is het al gek dat bij het gebruik van de Digid niet om meer verplichte gegevens wordt gevraagd, voor je in kan loggen. Je geboortedatum, je adres, je geslacht, om maar eens wat te noemen. Want dat er meer mensen met dezelfde naam rondlopen is ook bekend. Zo uniek zijn familienamen en zeker voornamen nu ook weer niet.
Nog vreemder is dat bij het de Digid juist je eigen naam moet worden gebruikt. Op andere sites, bijvoorbeeld bij banken, gebruik je je e-mail adres of een zelf te bedenken username. De overheid moet deze techniek maar rap toepassen bij het gebruik van de Digid.

Want het is ondoenlijk dat we allemaal onze naam bij de burgerlijke stand gaan veranderen in een wat uniekere versie, omdat de overheid onze digitale veiligheid niet kan garanderen.
Naamsverandering kost bijna 500 euro, maar je zou het er bijna voor over hebben omdat steeds meer overheidsdiensten op digitaal gaan en door bezuinigingen er straks amper meer een gewoon loket open is. Misschien moet ik er toch eens over nadenken de naam Peter te veranderen in P.J. Cokema. Daar zijn er niet zoveel van.

Dan moet je die nieuwe naam wel weer onthouden. En zoals eerder op dit weblog betoogd: dat leidt alleen maar tot het mahsro-effect.
Mahsro staat voor mijn arme harde schijf raakt overbelast. Een verschijnsel dat op de oude versie van dit blog
werd geïntroduceerd en in het huidige weblog al eens in verband met de Digid werd gebracht en met de beperking van ons geheugen.
Mahsro is de term die
wereldberoemd is gemaakt door een Belgische journalist.

Maar zover hoeft het niet te komen. Zoals hierboven al gezegd: met een paar simpele aanpassingen kan misbruik van de Digid worden voorkomen.

Boercode

Boerencode En de boer hij ploegde voort. De bekende regel uit de Ballade van den boer (1935) van J.W.F. Werumeus Buning, blijft opgaan voor de laatste boeren die Nederland nog heeft.

Vechtend voor hun bestaan klampen ze zich aan elke strohalm vast, om hun zo nobele werk voort te kunnen zetten. Natuurlijk voor een zo goed mogelijk inkomen.
Zo’n strohalm is de “Boercode”. Een code op producten in de supermarkt, waarmee je kunt aflezen van welke boer een agrarisch product komt, hoe het is gemaakt en hoe het in jouw supermarkt terecht is gekomen.

Da’s leuk voor de nieuwsgierige consument, maar het verbetert de relatie tussen de supermarkt en de boeren niet. Die twee partijen zijn in een continu gevecht over de prijs die grootgrutters aan de boeren willen betalen. De boeren proberen van alles om nog een beetje redelijke prijs te krijgen, maar als ze de krachten bundelen, krijgen ze een
bezoekje van de NMa (Nederlandse Mededingingsauthoriteit). Dat zie je niet gebeuren bij Albert Heijn, die de krachten al zo gebundeld heeft dat hele stadsdelen blauw ziet van hun toko’s.

Daar valt wat aan te doen, hebben de boeren bedacht. Misschien kun je over enige tijd de boercode vinden op producten die in de schappen liggen van
de Boerensuper.
De stedeling die het er wel eens op waagt en wat rondwandelt of fietst op het pittoreske platteland, zal ongetwijfeld de bordjes bij boerenerven hebben gezien, waar eitjes of bloemkolen werden aangeprijsd. Misschien heeft die stedeling het zelfs aangedurfd een zakje aardappels te kopen.

Dat schiet niet op. De LTO (Land- en Tuinbouw Organisatie) gaat investeren in supermarkts waar de boeren hun waren voor een betere prijs af kunnen zetten. Het door Foodlog-redakteur Dick Veerman zo gepromote idee, heeft tot doel de lijn tussen producent en consument zo kort mogelijk te houden.
In de Boerensuper vind je alleen producten uit de directe omgeving en alles is vers. Verder geen wasmiddelen en wc-papier.
Door alleen verse waar te verkopen, denken de boeren er meer aan te kunnen verdienen. Onder andere omdat er geen kosten worden gemaakt om bijvoorbeeld die wasmiddelen de winkel in te krijgen.

Voor een kleine 30 miljoen euro zouden er al tien van die Boerensupers opgericht kunnen worden. Dat geld zou door boeren en betrokken burgers bij elkaar geraapt kunnen worden, denkt Dick Veerman.
Dat zullen dan de burgers in de agrarische gebieden zijn. De randstedeling zie ik niet zo gauw elke week naar Overijssel rijden om de groenten en aardappelen in te slaan. In Amsterdam is er wel een winkel die verse waar direkt van boeren zegt te betrekken, maar daar denken ze op Foodlog toch wat anders over: het is geen boerensuper, maar de knuffelsuper voor de grachtengordel.

De consument wordt van zulke informatie niet wijzer. Wanneer levert een winkel nou de spullen, waarvan een bewuste koper de herkomst en productiewijze wil weten?
Mits de informatie erachter klopt, is een code op producten, waarmee je met je mobieltje of op internet het verhaal erachter kan vinden, voorlopig nog het meest ideale idee.
En verder vrees ik dat de laatste boeren het breed moeten blijven zoeken. Of, om de dichter te parafraseren: en de boer, hij zocht voort.

Noot: hier meer over de dichter van de Ballade van den boer.

Rijkste schrijvers (2)

Rijkste schrijvers (2) Gisteren beloofde ik u de rijkste schrijvers van Nederland bekend te maken. Aanleiding was een lijstje van rijkste schrijvers in de Quote, de stalker van poldermiljonairs.
Dat lijstje bleek niets te maken te hebben met literatuur en daarom zelf maar eens uitgezocht welke echte schrijvers een leuke boterham met hun boeken verdienen.

In het
artikel van gisteren moest ik natuurlijk bekennen geen enkele kennis te hebben van de inkomens van onze literaire elite. Je zou het ze zelf, of hun uitgevers kunnen vragen, maar ik weet bijna zeker dat ze het mij niet aan mijn neus gaan hangen.
Wat wel voor iedereen op te snorren is, zijn de literaire prijzen die de auteurs kunnen bemachtigen. Zo is al bekend dat Charlottte Mutsaers de P.C. Hooftprijs zal krijgen. Op 20 mei mag ze 60 duizend euro ontvangen. De genomineerden voor de Libris Literatuurprijs zijn ook al bekend en zijn nu dus al verzekerd van 2500 euro. De winnaar krijgt daar ook nog eens 60 duizend euro bij.

De literaire prijzen kunnen een aardige indicatie voor het inkomen van een auteur zijn, want de media-aandacht zal ongetwijfeld de boekverkoop een impuls geven.
Nu zijn er meestal elk jaar andere winnaars, maar soms heeft een auteur een heel fortuinlijk jaar. Zo kreeg Doeschka Meijsing in 2008 de AKO-literatuurprijs (€ 50.000) èn de Ferdinand Bordewijkprijs (€ 5000). Jeroen Brouwers, die in 2007 de Prijs der Nederlandse Letteren weigerde, omdat hij de 16 duizend euro veel te weinig vond, was natuurlijk vreselijk verwend. In 2001 ontving hij de AKO-prijs (€50.000) èn de Gouden Uil (€ 25.000).

Maar goed, dat is niet elke auteur gegund. In de periode van 1998 tot nu vond ik 114 auteurs die een of meerdere prijzen ontvingen. Alles bij elkaar verdienen ze daarmee geen bedragen die de Quote de moeite waard vind.
Eén schrijver steekt met kop en schouders boven de rest uit. Maar liefst zeven prijzen en drie betaalde nominaties, waren goed voor 225 duizend euro, een gemiddelde van een dikke 18 duizend euro per jaar.

Wie is die nummer 1 van literaire goudhaantjes? (Tromgeroffel, trompetgeschal). Dames en heren, niemand minder dan Arnon Grunberg.
Wie op Harry Mulisch had gegokt zit mis, want die staat pas op de 10e plaats en die moet hij dan nog delen ook met Abdelkader Benali.
De top vijf (na Grunberg dus): op 2 Helga Ruebsamen, 3 Cees Nooteboom, 4 Jeroen Brouwers en 5 Charlotte Mutsaers.
Voor de rest van de lijst zie deze excelsheet, met daarin op het tweede werkblad een overzicht van de auteurs en de prijzen en op het derde blad een historisch overzicht vanaf 1998.

Met die prijzen alleen kan een Nederlandse schrijver echt niet rondkomen. Het moet dus van de verkoop van hun boeken komen. Maar dan wel in aanzienlijke oplagen, anders zal menig schrijver toch flink moeten bijschnabbelen.
Misschien hebben ze wat aan dat lijstje uit de Quote. Wordt eerst een rijke ondernemer en ga dan pas eens een boekje schrijven. Een schrijver levert dan wel beroerde boeken, maar de boterham is dik belegd.

Rijkste schrijvers

Rijkste schrijver Altijd leuk in de wachtkamer van de tandarts door de Quote te bladeren. Het blad dat welvarend Nederland volgt en grappige lijstjes er op na houdt. De bekendste lijst is de top 100 van Nederlandse miljonairs. Maar de Quote heeft ook een lijstje van de top 10 van rijkste schrijvers.

Ah! Gauw kijken hoeveel Harry Mulisch nou toucheert. Maar wat krijgen we nou? In
Quote’s lijstje komt helemaal geen Mulisch voor!. Geen Grunberg, Rosenboom, Van der Heijden of Voskuil te zien. De tien rijkste schrijvers blijken allemaal ondernemers te zijn die ook wel eens een boekje hebben geschreven.
Met op de eerste plaats Nina Brink. Ja, Dick Bruna komt er ook in voor. Maar die rekenen we toch niet de grootste der literaire Nederlanders?

Het maakte wel nieuwsgierig om eens te kijken hoe rijk Nederlandse auteurs zijn. Nu komen de literaire inkomens nergens voor en ik vrees dat de belastingdienst mij er geen antwoord op zal geven. Dus langs een andere weg enig inzicht proberen te verkrijgen.
Een rondje langs de literaire prijzen voor het Nederlandse taalgebied gaf uitkomst en enige indicatie welke schrijvers wel erg vermogend zullen zijn. Puur met hun werk, want ongetwijfeld zal er een tussen zitten die op familiekapitaal leunt.

Na een rondje langs de AKO literatuurpijs, de Librisprijs, de Gouden Uil (België), de P.C.Hooftprijs en nog zo wat prijzen, die de laatste 12 jaar zijn uitgereikt, kreeg ik ook een top 10 van rijkste schrijvers.
En nou mag u raden wie er op nummer 1 staat. Ik verklap nog niks. Ben benieuwd of je een top 5 kan verzinnen die overeenkomt met de lijst die ik morgen bekend zal maken.

Update: de top-24 van literaire goudhaantjes is hier bekend gemaakt. Doorklikken dus!

Regering gaat ondergonds

Regering gaat ondergronds De demissionaire regering gaat ondergronds. Wie de demissionaire streken van dit kabinet wil volgen, zal dus ook de kop in het zand moeten steken.

Waarom? Omdat het Rijk, samen met provincies, gemeenten en waterschappen, meer gebruik wil maken van de kansen die de ondergrond biedt. De boodschap uit de Beleidsvisie duurzaam gebruik ondergrond waarmee de ministerraad op voorstel van minister Huizinga van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft ingestemd, aldus een
persbericht uit de ministerraad van vandaag.

De motivering lijkt wel een ronkende passage uit een of ander verkiezingsprogram: “Hiermee kunnen de mogelijkheden die de ondergrond biedt voor verbetering van de kwaliteit van de bovengrondse leefomgeving, beter worden benut en kan tegelijk een solide basis worden gelegd voor het realiseren van de kabinetsdoelstellingen op het gebied van klimaat, energie, water, mobiliteit en landbouwbeleid”.

Maar deze regering is toch eigenlijk klaar met het werk? Het is aan een nieuw kabinet om een dergelijke visie te formuleren. Gelukkig is een beleidsvisie nog geen wet en hoeven we ons om dit demissionaire besluit niet druk te maken. Of zit er een addertje onder het gras?

Ondergronds is het al een volle boel. Kabels, leidingen, tunnels, parkeergarages en natuurlijk opslagruimten. De vandaag vastgestelde beleidsvisie stelt dat die ondergrondse drukte het bovengrondse leven aangenamer maakt. Zeker, zaken als televisie, internet, gas, water, en licht komen gedeeltelijk via het ondergrondse tot ons.
Maar, zo waarschuwt het kabinet, we kunnen niet zomaar van alles onder de grond plempen, want het kan beperkingen voor het bovengrondse leven betekenen. Boven een gasleiding kan je niet alles bouwen.
Dus wil het kabinet nationale en regionale belangen waarborgen en in een gezamenlijke aanpak met provincies en gemeenten een mooie ondergrondse structuurvisie ontwikkelen.

Een van de zaken die de regering graag ondergronds wil hebben, is CO2. Daar is in Barendrecht heel wat om te doen geweest en nog steeds staan die plannen onder druk. In
november 2009 negeerden de toenmalige minister van VROM (Cramer) en haar collega van Economische Zaken (Van der Hoeven) allerlei protesten en zetten de plannen door.
In januari dit jaar ging een meerderheid in de Tweede Kamer akkoord met CO2-opslag in Barendrecht. Om begin maart toch wat gas terug te nemen: de plannen mochten verder ontwikkeld worden, maar de in demissionaire staat mochten er voorlopig geen vergunningen worden afgegeven.
Half maart werd de crisis- en herstelwet aan de Eerste Kamer voorgelegd, met daarin de plannen voor de CO2-opslag. Dat was tegen het zere been van de Energieraad, die hier een trucje in zag vaart te maken met de kabinetsplannen.

Vervolgens kwam er eind maart een
onderzoek boven water, waaruit bleek dat twee gasvelden onder Barendrecht helemaal niet geschikt waren voor de geplande CO2-opslag. Dezelfde minister Van der Hoeven had om dat onderzoek gevraagd, maar de resultaten tot dan toe niet bekend gemaakt.
Je kunt, in de Barendrechtse kwestie, dus wel zeggen dat het kabinet al een fraai voorbeeld heeft gegeven van wat zij het “waarborgen van nationale en regionale belangen” noemt.

Mevrouw Cramer is op VROM vervangen door mevrouw Huizinga, die nu met de ondergrondse beleidsvisie op de proppen komt. Waarin het vooral gaat om dat er samenhang moet komen in boven- en ondergronds bouwen. Om knelpunten op te lossen, zoals “de aanleg van gasleidingen waarbij bovengronds een externe veiligheidszone in acht moet worden genomen”. Een van de punten waar de inwoners van Barendrecht zich juist druk om maken.
Er is, zo stel het kabinet “meer regie en een betere afstemming nodig”. Een extra aanwijzing om de CO2-opslag er door te drukken?

Eerdere artikeltjes over de demissionaire doordrammerij waren hier te lezen op
25 februari en 19 maart.

Skimmen kan niet meer

Skimmen kan niet meer Er blijken twee afdoende maatregelen tegen het skimmen van bankpasjes te zijn. En toch worden die niet op alle pinautomaten toegepast. Nee, eerst gaan banken, justitie en politie een proeftuin opzetten om onderzoek te doen naar middelen om skimmen tegen te gaan.

Dat lezen we in
een communiqué van de Nederlandse Vereniging van Banken, het Openbaar Ministerie en politie. Logisch. Boeven vang je als ze een misdaad hebben begaan, gesnapt zijn en door de rechter achter de tralies worden gegooid. Dus als er nog morgen overal veilige pinautomaten staan, dan vallen er geen boeven te vangen.

Zo zal het niet helemaal liggen, maar er zijn twee partijen die beweren een eind aan het skimmen te kunnen maken.
De NS beweert dat de automaten op hun stations niet meer geskimd worden. Simpelweg door een invoerstuk te verzinnen, die het veel te lastig maakt om illegale skimstukken er op te zetten. Sinds de aanpassing van de automaten, vorig jaar september met de “Veilige Pasinvoer”, is het skimmen gereduceerd tot nul, volgens een NS-woordvoerder in een artikel
in De Volkskrant.
De woordvoerder zegt ook dit middel beschikbaar te willen stellen aan andere partijen. Waarom is dat niet meteen gebeurd?

De Haarlemse uitvinder Jan Anton Roos heeft octrooi aangevraagd op zijn veilige methode: twee pincodes voor elke pas. Bij het pinnen gebruik je een van die codes. Wil je daarna nog een keer pinnen, moet je de andere code gebruiken. Heeft iemand je pincode afgekeken, dan kan hij de bankpas dus niet gebruiken, omdat hij de tweede code niet weet.
De Haarlemmer is er al eerder mee naar de banken gestapt. Maar die zagen er geen brood in, omdat het skimmen toen een relatief klein probleem was, zo stelt de heer Roos in een persbericht. Nu het probleem groter is geworden, hoopt hij dat zijn methode een nieuwe kans krijgt (lees ook meer op de website code02.org).
Een aardige oplossing. Maar die werkt natuurlijk niet bij skimapparatuur die de gegevens afleest van je bankpas, op het moment dat die in de gleuf zit.

Er is natuurlijk nog een derde methode. Gebruik gewoon geen pinautomaat op straat meer. Het kost je wat meer tijd om in de rij bij het loket in de bank op je geld te moeten wachten. Wie toch risico wil lopen bij de openbare geldautomaten, gokt er op dat de banken, justitie en politie snel met een afdoende oplossing uit hun proeftuintje komen. Ik vrees dat we daarop minstens net zo lang moeten wachten als de pinfraude al bestaat.

Ondertussen vraag je je af, waarom banken zo moeilijk doen, als het blijkbaar ook makkelijk kan.

Democratie zonder advies

Democratie zonder advies De PvdA presenteerde het verkiezingsprogramma en vooral de vernieuwing van de belastingen trekken de aandacht. Maar Job Cohen kondigde ook aan de democratie te willen vernieuwen.

In het verkiezingsprogramma staan, behalve bekende retoriek over het vertrouwen winnen van de burger, weinig concrete voorstellen voor die nieuwe democratie. Het meest expliciete voorbeeld is het inperken van hare majesteit’s invloed op de regering.
Zo staat het niet letterlijk in het programma (zie pagina 48 en 49 van het conceptstuk). Maar de PvdA wil het adviesrecht van de Raad van State afschaffen. De voorzitter van die Raad is de koningin.

Het kan ook een poging zijn de adviserende invloed van CDA-huize om zeep te helpen. Die partij heeft 5 leden in de raad. De PvdA heeft er 2, de VVD en D66 elk één. De overige acht leden zijn niet partijgebonden. En dan heb je Beatrix en Willem-Alexander nog.

De motivering die de PvdA aandraagt: de Kamer moet een sterkere rol krijgen. In dit geval moet de Eerste Kamer de rol van de Raad van State overnemen.
Nu zal niemand er erg rouwig om zijn een als dit relikwie uit 1531 wordt afgeslankt. Vooral ook omdat de adviezen van de Raad van State lang niet altijd serieus worden genomen door de regering. Menig advies gaat de prullenbak in. Daarnaast krijgt de regering er soms een tik op de vingers van de eerbiedwaardige raadsleden.

Zo maakte de Raad vandaag bekend dat het
kappen van het Schinveldse bos onterecht was. De NAVO had last van de bomen en in 2006 besloot het kabinet het bos te rooien. De Raad van State vindt nu dat de argumenten daartoe onvoldoende waren en er dus niet gehakt had mogen worden.
Een flutuitspraak, want van weinig praktische betekenis. Tenzij het huidige kabinet wordt verplicht een nieuw bos aan te planten. Maar zover gaat de Raad niet.

Wat de adviezen betreft herinnert u zich misschien nog wel hoe de Raad de
AOW-plannnen afkeurde en de regering die afkeuring naast zich neerlegde. Ook vond de Raad de inmiddels aangenomen crisis- en herstelwet onvoldoende en kreeg de kilometerheffing een negatief advies.
Maar de PvdA wil om een nog begrijpelijker reden van het gezeur van de Raad van State af.

De huidige demissionaire regering wilde, onderleiding van PvdA-minister Ter Horst, een nieuwe grondwet. De Raad van State oordeelde echter dat er eigenlijk geen goede redenen zijn tot een drastische wijziging van de grondwet.
Desondanks installeerde Ter Horst een staatscommissie, die de veranderingen moet voorbereiden. Daarbij passeerde ze ook nog eens de Tweede kamer, die liever eerst met de minister van gedachten wilde wisselen voordat er een voorstel op tafel komt. Logisch want Ter Horst stelde zich een nieuwe grondwet voor waarin geregeld zou worden dat grondwetswijzigingen voortaan niet zo makkelijk kunnen worden ingevoerd (lees meer in wat er op dit blog over werd geschreven).

Hier negeerde het kabinet, inclusief de PvdA, de Raad van State èn de Tweede Kamer. Nu stelt de PvdA een Nationaal Democratisch Akkoord voor. Want “we moeten wegen vinden om het vertrouwen van de burger in het proces van de democratie terug te winnen. We moeten nieuwe wegen vinden om de burger in het proces van de democratie serieus te nemen”, aldus het concept verkiezingsprogramma.
Dat Nationaal Democratisch Akkoord moet door behoedzaam en zorgvuldig overleg tot stand komen, omdat voor een nieuwe democratie ook grondwetswijzigingen nodig zijn.

Heeft de PvdA ineens ook “lessons learned” en heeft het spijt van de spoed waarmee Ter Horst een nieuwe grondwet wilde?
En dan wel de Raad van State afschaffen en geen duidelijke voorstellen noemen voor een nieuwe, sterke democratie? Gooi geen oude schoenen weg, voor je een paar goede nieuwe hebt, lijkt mij.

Liberaal en gesmeerd

Liberaal en gesmeerd Een berichtje vorige week, riep de vraag op waarom er met enige regelmaat VVD’ers in verband worden gebracht met smeergeld. De FIOD-ECD overviel VVD’er Ton Hooijmaijers, ex-wethouder in Amsterdam en ex-gedeputeerde bij de provincie Noord-Holland. Hij wordt verdacht van corruptie en omkoping bij vastgoedprojecten (meer bij de NOS).

We zullen zien of de FIOD harde bewijzen heeft gevonden. Maar het bericht doet wel denken aan de relatie die de VVD met ondernemend Nederland onderhoudt. Ondertussen zou de VVD, door schade en schande, moeten weten beter uit de buurt te blijven van alles wat met bouw en vastgoed heeft te maken.

Dat geldt trouwens niet alleen voor de VVD. Maar te blijven bij de liberale pogingen de economie gesmeerd te laten lopen: het doet denken aan een andere FIOD-actie. In 2008 was ex-VVD senator Cees van den Oosten de pineut. Hij werd zelfs gearresteerd op verdenking van het aannemen van smeergelden ten behoeve van een nieuwbouwproject in zijn woonplaats (
bron: Volkskrant).
In 2006 haalde Neelie Kroes het nieuws wegens haar al te intieme banden met vastgoedondernemer Jan Paarlberg, die lid zou zijn van Holleeder’s criminele organisatie.

In 1999 werd bekend dat
Stork smeergeld had betaald om een gaszuiveringsinstallatie te mogen bouwen voor de NAM. Projectmanager bij de NAM was de VVD’er Joop Vos, toen ook fractievoorzitter van de VVD in de Wassenaarse gemeenteraad. Hij werd veroordeeld tot het betalen van belasting over de ontvangen steekpenningen.
In 1999 begin ook de grote bouwfraudezaak te rollen, waarbij de betrokkenheid van VVD-minister Annemarie Jorritsma naar voren kwam. Ze had iets te nauwe banden met het bedrijf Koop Tjuchem, de ondernemer bij wie klokkenluider Ad Bos in dienst was.

Datzelfde bedrijf was niet te beroerd om in Groningen mee te werken aan de realisering van de Blauwe Stad. Nu moesten daarvoor wat boerenbedrijven het veld ruimen, maar Henk Koop had daarvoor de betaalde steun van Johan Remkes, toen VVD-gedeputeerde bij de provincie Groningen.
De bron voor dat nieuwtje kan ik u niet melden. Het ging in ieder geval om een iemand die er met zijn neus bovenop stond, toen Henk Koop wat flappen aan Remkes overhandigde om hem zover te krijgen wat oppositie tegen de Blauwe Stadplannen te smeren.
Remkes is een van de Kamerleden die heeft aangekondigd, na de verkiezingen, niet meer in de politiek terug te keren. Zou Henk Koop hem een baantje hebben aangeboden?

De bouwfraude sidderde door heel het land. Ook in Limburg, waar een voormalig VVD-wethouder uit Echt in 1992 werd veroordeeld voor het aannemen van steekpenningen van wegenbouwer Baars.
Het maakt allemaal wel heel begrijpelijk waarom de VVD zich zo sterk maakt voor ondernemend Nederland. Het maakt natuurlijk niet begrijpelijk waarom er VVD’ers zijn die daar een graantje van mee willen pikken.