Dankzij hedendaagse technologie zijn twee zaken uit 1991 opgelost. In een geval leidde dat tot een veroordeling, in een ander geval tot vrijlating van een man die al 18 jaar vastzat.
Cold cases. Zonder het forensische DNA-onderzoek van deze tijd zouden oude zaken voorgoed in de vergetelheid raken, een spoor achterlatend van teleurgestelde slachtoffers en vermeende daders. Maar nu de techniek is gevorderd kan de speciale cold case eenheid van het Openbaar Ministerie nog eens diep graven in de geschiedenis.
De politie is zelfs ingeschakeld om de moord op Willem van Oranje opnieuw te onderzoeken. Een akkefietje van ruim 400 jaar geleden. Nu is dat geen echte cold case, omdat er geen redenen zijn aan te nemen dat Balthasar Gerards ten onrechte is veroordeeld. Het onderzoek bracht wel enkele details aan het licht, die niet overeenkwamen met de geschiedschrijving van de aanslag. Veel meer komen we niet te weten omdat het graf van Willem niet open mag.
Een zaak van 18 jaar geleden, een zaak van 400 jaar geleden. Dat is nog niks vergeleken bij een kwestie van bijna 1700 ruim 3300 jaar geleden. Toetanchamon is niet vermoord door een klap op het hoofd, maar gestorven aan een botziekte en malaria. Ook hier wordt de geschiedschrijving achterhaald door DNA-onderzoek en andere moderne technieken (zie artikel van NRC).
Veel eerder wist een wetenschapper zelfs de joodse geschiedenis te wijzigen met (onder andere) behulp van DNA-onderzoek (lees meer in dit artikel van Trouw).
Zou het wat uitmaken als we wisten dat Napoleon niet naar Elba was verbannen, maar dat een plaatsvervanger op het eiland terecht is gekomen? Wat verandert er als we erachter komen dat Jezus een en dezelfde persoon blijkt te zijn als Boeddha en Mohammed?
DNA kan de toekomst bepalen door de geschiedenis te veranderen. Welke cold cases zou jij graag heropend willen zien? En wat zou het moeten opleveren voor een toekomst die jij voor ogen hebt?
Auteursarchief: Klokwerk
Gedrgagscode stembureaus
Dat een stembureau niet gesponserd mag worden, lijkt me duidelijk. Maar mag een stembureau zelf aan sponsoring doen? Er is met sponsoring misschien een probleempje op te lossen: de bemensing van de stembureaus.
Op de website van de Kiesraad staat: “Op een stembureau dienen permanent minimaal drie leden aanwezig te zijn. Met het oog op de lange openingstijden is het raadzaam om voldoende plaatsvervangende leden te benoemen, zodat gerouleerd kan worden“.
De gemeenteraadsverkiezingen kennen een wat lage opkomst van kiezers. Voor het uitbrengen van een stem, hoeft de kiezer echter niet de hele dag in de weer te zijn. Maar wie heeft er belangstelling om een hele dag op het stembureau door te brengen?
De vergoeding is minimaal en als de opkomst tegenvalt, kan het ook een hele saaie dag worden. De gemeente Noordoostpolder heeft een fraai aanbod. Leden van sportverenigingen, die een dagje stembureau doen, kunnen daarmee € 100,- (per vrijwilliger) verdienen voor de clubkas. Voetbalvereniging Flevoboys roept dus enthousiast alle leden op zich aan te melden.
Nou ja, het is voor een goed doel, dus deze vorm van omkoperij zullen we maar gedogen. Zoveel trammelant zal dat in en rond de stembureaus niet geven.
Hoewel? Maken gepensioneerden, die wat bij willen verdienen aan de democratie, dan nog wel een kans het stembureau te beheren? In de gemeente Wolde had B&W besloten 70-plussers het baantje niet meer te gunnen. Ze zijn te traag, tellen de stemmen vaak verkeerd. Dat moest maar eens afgelopen zijn.
Het besluit gaf meteen gesodemieter in Wolde en de burgemeester heeft het besluit weer ingetrokken.
De Kiesraad stelt: “De wet stelt geen leeftijdsgrens voor leden van stembureaus, onder- noch bovengrens. Wel wordt verondersteld dat een lid van een stembureau in staat is om de verantwoordelijkheid te nemen die bij die functie past. Bij die beoordeling kan leeftijd een rol spelen. Het komt daarom zelden of niet voor dat iemand die jonger is dan achttien jaar tot lid wordt benoemd“. Over 70-plussers geen woord.
Zij zijn voorlopig gered. Gemeenteraadsleden niet. Ook zij mogen een stembureau bestieren, hoewel de Kiesraad adviseert terughoudend te zijn met raadsleden, die nu verkiesbaar zijn: “Zij hebben immers belang bij de uitkomsten van de stemming“.
Een advies, geen verplichting. Elke gemeente mag het zelf bepalen. Een aanpassing van de Kieswet om raadsleden (verkiesbaar of niet) uit te sluiten van is nog in voorbereiding, maar in Midden-Delfland en Nunspeet zul je geen wethouders of raadsleden achter de tafel in het stembureau zien zitten.
De lokale raadsleden vinden het flauwekul. De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) vindt het ook een wat doorgeschoten blijk van wantrouwen. Minister ter Horst blijft echter bij het voornemen de Kieswet bij te stellen (lees meer op Binnenlandsbestuur.nl).
Sponsoring, leeftijdsdiscriminatie en politieke belangenverstrengeling in de stembureaus. Tel daar bij op dat er elke gemeenteraadsverkiezing altijd wel weer sprake is van het al dan niet ronselen van stemmen en frauduleuze inschrijvingen, dan vraag je je af waarom het kabinet op dit gebied niet een gedragscode eist van de gemeenten.
Niet bij brood alleen
“De welstandsgroei is de afgelopen jaren fiks geweest. Helaas nam ook de werkloosheid toe. Grondstoffen en energie worden schaarser, het levensmilieu is op vele punten grondig beschadigd en het lot van de armste landen heeft nauwelijks verbetering ondergaan.
Onderlinge menselijke verhoudingen zijn op niet weinig punten verhard. Mensen worden vanwege hun godsdienst vervolgd of op grond van hun ras onderdrukt. Ook binnen onze grenzen stellen mensen zich makkelijker dan ooit in bunkerstellingen tegenover elkaar op.
Bij dit alles neemt voor velen de eenzaamheid toe. Een gevoel van onveiligheid, van zich bedreigd weten steekt de kop op. Tegen de overmacht van een moderne wetenschap, alles regelende techniek en een bijna magische economische macht voelt de mens zich ongeveer weerloos”.
Komt bovenstaande je bekend voor? Nog niet? Lees dan eerst het antwoord op genoemde problemen:
“In de eerste plaats is het onze overtuiging dat veel problemen teruggaan op het feit, dat onze samenleving te weinig de trekken heeft vertoond – en nog toont – van een echt verantwoordelijke samenleving. Een samenleving, waarin mensen zich voor elkaar verantwoordelijk weten en ook aan elkaar verantwoording willen afleggen”.
Rinkelt het belletje al? Wat je net las, komt uit het eerste verkiezingsprogramma (pdf!) van het CDA. In 1977 ging de partij op verkiezingscampagne en deed een appel op de burgers. Het christen democratisch appel was gebaseerd op de overtuiging dat “de mens niet leven kan bij brood alleen”.
Het is 2010, de problemen zijn nog steeds hetzelfde. Het antwoord ook. De verantwoordelijke samenleving staat centraal in het regeerakkoord van het huidige kabinet.
Met ‘niet bij brood alleen’ bedoelde het CDA “een samenleving waarin de verantwoordelijkheid wordt beseft die wij dragen tegenover God voor de instandhouding van zijn schepping, ook al kost dat wellicht een vertraging in de uitbouw van ons materieel geluk”.
Dat materieel geluk staat nu onder druk. Welvaart in de vorm van goed onderwijs, goede gezondheidszorg en een aardig inkomen heet onbetaalbaar te zijn, als de burger zelf niet meer gaat betalen voor deze luxe. De oplossing wordt dus gezocht in de portemonnee van de burger, want die moet immers zijn verantwoordelijkheid kennen?
Nu zal een goedwillende burger best meer willen betalen voor die voorzieningen. Vrij veel burgers kunnen ook meer betalen, zonder al te veel overdadige luxe in te leveren. Maar ook vrij veel burgers zullen drastische wijzigingen in hun uitgavenpatroon moeten aanbrengen, om solidair te zijn met die algehele verantwoordelijkheid. En bij brood alleen moeten leven.
Klinkt overdreven dramatisch, maar je zal het aantal mensen op wie dat slaat maar de kost moeten geven.
Die kost geven, onze samenleving nog wel op dat solidariteitsprincipe gebouwd. Wie zwemt in het geld, betaalt mee aan de kost van degenen die op een droogje staan.
Het is dus belangrijk dat er genoeg mensen zijn die veel verdienen. De grondslag voor het solidariteitsprincipe zijn de inkomensverschillen? Zonder rijke mensen stort de gedeelde welvaart in elkaar?
De directeur van de broodfabriek moet dus meer verdienen dan de bakker en die weer meer dan de bakkersknecht. De directeur van de broodfabriek heeft een hele grote verantwoordelijkheid. Draait hij of zij de fabriek naar zijn mallemoer, zit de bakker zonder brood. Die kan de winkel wel sluiten en zijn bakkersknecht de bijstand in schoppen.
Dat is de heersende logica van onze economie. De directeur komt er nog redelijk van af, want directeur kan je van elke fabriek zijn. De bakker kan misschien nog iets ander opwarmen en een andere toko beginnen. De bakkersknecht moet maar afwachten of zijn baas plaats heeft in de nieuwe winkel.
Niet getreurd om de knecht. Die mag een poosje bungelen in het vangnet van de Sociale Dienst, die hem in ieder geval tijdelijk actief houdt als straatveger, tot er weer wel werk is, waarvoor hij zo kundig is opgeleid op het vmbo.
De directeur gaat er niet op achteruit, de bakker een beetje en de knecht behoorlijk, omdat degenen die rijk en werkend zijn, niet teveel kunnen betalen aan die solidariteit. Er moet ook nog wat overblijven om huizen te betalen, waarvan je de status van een directeur van af kunt zien. Wat heb je eraan als je kunt zwemmen in het geld en geen zwembad hebt?
Nou kan iedereen wel zonder een zwembad, niemand kan zonder brood. Wat is er nou zo slecht aan het idee iedereen die voor brood zorgt, een riant en zorgeloos inkomen te betalen? Die directeur dus, maar ook die bakker en zijn knecht.
Het nieuwe solidariteitsprincipe zou moeten zijn: iedereen die arbeid levert voor alle zaken die we belangrijk vinden, moeten meer verdienen. De bakkersknecht kan alleen meer verdienen als de directeur wat inlevert. Dat moet geen probleem zijn, omdat de directeur niet zonder zijn knechten kan.
Noten:
1. Het gelinkte CDA-verkiezingsprogramma komt van de Rijksuniversiteit Groningen.
2. Dit artikel is een reactie op het artikel “Stelen van de rijken is niet solidair” op Sargasso.
Stemmen in de nacht
Drie maart komt dichterbij. Er wordt hard gewerkt om de kloof tussen kiezer en stembus kleiner te maken. Met name de kersverse 18-jarige kiezers zijn doelwit van campagnes om de opkomstcijfers te verhogen.
Je moet er niet gek van staan te kijken als 4 maart de kranten koppen: Verkiezingsuitslag beïnvloed door alcohol en partydrugs.
In Den Haag en Groningen worden feestjes gebouwd in de nacht van 2 op 3 maart. Den Haag houdt een VerkiezingsNach, met “bekende en minder bekende artiesten”, waaronder Jozias van Aartsen, die de eerste stem zal aannemen. Om 0:00 uur gaat de eerste stembus open.
Groningen komt met de NACHTTIEN in De Oosterpoort. Met “comedy en diverse activiteiten”, zoals het openen van de eerste stembus om 01:00 uur.
Zulke feestjes kunnen de opkomst met 6 procent verhogen, had politicoloog André Krouwel vorig jaar in Almere geconstateerd. Wel aan te raden om van de stemkaart het toegangsbewijs voor het feest te maken en een stembus paraat te hebben. En vooral hippe artiesten, die duidelijk maken dat stemmen een feest is, aldus Krouwel op Binnenlandsbestuur.nl.
Voor al die mensen die er voor kiezen op 4 maart gewoon fris en uitgeslapen op werk te zijn of in de schoolbanken te zitten, wordt nog veel meer ondernomen om ze bij de bus te krijgen. Met toeters en bellen worden mensen naar de stembus gebracht of de stembus komt naar hen toe. Nu zijn stembussen op NS-stations en in winkelcentra wel zo handig. Niets mis mee. De grenzen van het betamelijke worden echter opgezocht in het Brabantse Veldhoven.
De VVD lokt mensen met krasloten naar de stembus. Het kraslot als fraaie metafoor voor je stembiljet: je hebt een kans, maar of je die ook kan verzilveren weet je niet. In ieder geval toont de Veldhovense VVD daarmee over aardig wat zelfkennis te beschikken.
Waarom er, met veel feestgedruis, niet een Nationale Collecte van gemaakt?
De burger een week lang opjutten en op 3 maart, voor dag en dauw, stemmencollectanten op pad sturen, die bij de mensen thuis langs gaan. Wie een geldig ingevuld stembiljet inlevert, krijgt een staatslot.
De burgers die niet thuis zijn aangetroffen, worden door de collectanten op straat en in bedrijven benaderd. De hele dag zenden de omroepen de laatste stand van uitgebrachte stemmen uit. Dat kan nooit zo’n mooi getal worden, als bij de hulpactie voor Haïti, maat wie weet halen we nog eens het hoogste opkomstpercentage ooit.
Feestjes of niet, ik blijf er voorlopig bij dat het opkomstpercentage niet gek veel hoger dan 60 procent zal komen te liggen. Tenzij iemand met een nog veel briljante idee komt om mensen naar aan het stemmen te krijgen.
Postcode als probleemoplosser
Vul je postcode in en win een hypotheek, of een plek op een basisschool, of een operatie. Met je postcode kun je net zoveel winnen als verliezen. Dat de postcode een selectiemiddel is bij een loterij, daar kunnen de meeste mensen wel mee leven. Is de postcode echter een van de middelen waarmee ziekenhuizen opereren, dan kunnen mensen eraan doodgaan.
In januari kwam het Academisch Ziekenhuis in Maastricht in het nieuws met een selectief postcodebeleid voor hooggespecialiseerde hulp. Alleen mensen in de nabije omgeving van het ziekenhuis zouden toegelaten worden voor hulp. Het NRC publiceerde zelfs een lijst (pdf!) met de kwaaltjes waar het om ging en daar staan toch dingen bij die dodelijk kunnen zijn.
Nu worden Amsterdamse ziekenhuizen geïnspecteerd, omdat ook zij patiënten selecteren op postcodes.
De postcode als probleemoplosser. Want een van de argumenten bij de ziekenhuizen is dat door gebrek aan personeel en bezuinigingen (gevolg van het kabinetsbeleid), men wel selectief moet zijn.Veel eerder dachten banken en verzekeraars dat ook al. Met de crisis in de kleren wilden de financiers riskante hypotheekverstrekkingen en verzekeringen voorkomen. De postcode was hun hulpmiddeltje en hoorde die code bij een probleemwijk, dan kon je het wel schudden.
Gemeenten hanteren de postcode om de diversiteit in hun basisscholen te vergroten. Tot frustratie van ouders die de vrijheid willen behouden hun kind in een verdergelegen postcodegebied op school te sturen. Aboutaleb, via het staatssecretarisschap, nu burgemeester van Rotterdam, werd er ooit als wethouder van onderwijs in Amsterdam om bekritiseerd.
De gemeente Deventer vindt het een succesformule om tot minder “zwarte scholen” te komen.
Onderwijs, financiën en zorg. Drie sectoren die een postcodeloterij zijn geworden. Waarmee betrokken instellingen hun problemen hopen te overwinnen. De verliezers zijn de postcodehouders.
Dat kan natuurlijk anders. Als burgers dan toch geselecteerd moeten worden op basis van hun postcode, laat ze dan ook wat mee winnen. Gratis schoolboeken, een lagere rente of een gratis operatie.
Meer kansen met je postcode? Staatsteun. Mensen die hun huis moeilijk verkocht krijgen (crisisprobleempje) zouden hun postcode naar het ministerie van VROM op kunnen sturen. Elk kwartaal wordt er een postcode getrokken. De prijs: de bijbehorende woning wordt opgekocht door de overheid.
Lastenvermindering. Elk half jaar trekt het ministerie van Financiën een postcode. De bijbehorende gemeente is de klos. De lokale belastingen moeten een jaartje omlaag.
Stimuleringpremies voor spreidingbeleid. Vul de postcode van een krimpgemeente van jouw keuze in. Stuur het op naar het ministerie van VROM. De winnaars krijgen verhuiskosten vergoed, de oude woning wordt opgekocht en het Rijk regelt werk in je nieuwe omgeving.
Iemand nog meer ideeën voor de postcode als probleemoplosser?
Kiezen vòòr je keuze
Hoewel gemeentepolitiek zich letterlijk toch veel dichter bij ‘de mensen’ afspeelt dan het landelijke circus, vinden ruim 40 gemeenten het toch noodzakelijk hun burgers de gelegenheid te geven tot het inwinnen van een stemadvies. Kennen de kiezers hun lokale politici dan niet genoeg?
Die gemeenten maken gebruik van de bekende stemwijzer. Een digitale vragenlijst, waarmee je aan lokale issues je ‘eens’ of ‘oneens’ kunt verbinden, waarna de aap uit de mouw komt. De partij die het beste met je stemwijzergedrag past.
De stemwijzer is ontwikkeld door het IPP (Instituut voor Publiek en Politiek). Hier een fictief voorbeeld. Wie de vragenlijsten van de diverse gemeenten wil bekijken, moet op de website van zijn of haar gemeente zijn.
Het kan ook anders. In Groningen heb je de mogelijkheid een politicus op zijn/haar blote gezicht te beoordelen. In een krappe 20 seconden heb je je stemadvies. Dr. Babalins Koppensneller is natuurlijk bedoeld als grap, maar ik zou de uitslagen wel eens willen zien als dit ideetje wordt toegepast op het stembiljet. Naast de vakjes niet alleen de namen, maar ook de koppen.
Behalve het gezicht, is er wel meer interessants aan het profiel van een politicus. Dat denken ze tenminste bij Het Nieuwe Stemmen.
Op wiekiesjij.nl stel je eerst een uitgebreid profiel samen. Je kan niet alleen de specifieke expertise die jij belangrijk vind voor een kandidaat selecteren. Ook kan je aangeven welke leeftijd, hobby’s, doelgroepgerichtheid, het aantal jaren ervaring als raadslid of woonachtigheid in jouw gemeente je belangrijk vind. Waarna een lijstje kandidaten verschijnt die bij dat profiel passen.
Helaas alleen nog beschikbaar voor 10 gemeenten en 1 stadsdeel.
Alleen in Groningen kun je alle drie genoemde stemadviseurs gebruiken. Een vergelijking van de diverse uitslagen is dus alleen daar mogelijk. Is daar niet een slimme student die de drie stemwijzers kan integreren en daarmee de meest uitgebreide politieke datingsite maakt?
Over een datingprofiel gesproken: In Amersfoort mag op 3 maart in het stemhokje ook een keuze maken uit 10 competenties waar de nieuwe burgemeester aan moet voldoen. De meest gekozen vaardigheid wordt opgenomen in het officiële profiel waar de nog te benoemen burgemeester aan moet voldoen.
Tien competenties voor een burgemeester van een middelgrote stad! Op mijn werk mag ik MBO-stagiaires begeleiden die heel wat meer competenties moeten waarmaken om voor een onderbetaald baantje in aanmerking te komen.
Telefoontolk
Hallo? Lange afstand? Ja, dit is me … wie is dit? Wat? Whadaya bedoel ik ben een christen? Ik weet het niet. Wie een Callin '? DDD-zeg je HH-hemel? Www heh heh … w-goed hello Heer! Sir? Heb ik afgelopen zondag? Heer, het is zo katoen-Pickin 'moeilijk meer om naar de kerk gaan op zondag de hele dag en, en nacht, en dan moeten opstaan de volgende ochtend.
Dit, dames en heren, is de vertaling van een telefoongesprek. Nu nog een schriftelijke vertaling van een Engelstalig script. Een service van Google met behulp van de knop “Vertaalde zoekopdracht” of “Vertaal deze pagina”.
Maar Google gaat voor meer en wil het mogelijk maken om real life (vertaling: reëel lijf) telefoongesprekken direct te vertalen door een digitale tolk.
De techniek heeft men al in huis en Google denkt het binnen een paar jaar on line (vertaling: op linie) te kunnen gooien. Gezien de huidige vertaaltechniek van Google, kun je een vertaling als hierboven verwachten. Niet gezeurd, want taal is nu eenmaal een heel lastige code en de tekst hierboven is redelijk te volgen, als je ook thuis bent in engelse grammatica en woordkennis.
Het is lang niet altijd zo beroerd vertaald. Opvallend is dat franse en duitse teksten het in de vertaling vaak beter doen, dan engelse teksten. Hoewel ik bij een stukje duitse tekst in de vertaling dit nog tegenkwam: “Je hoeft niet wennen, anzuläuten God alleen via de noodoproep.”
Het zou wel fantastisch zijn, zo’n telefoontolk. Maar je moet er niet aan denken wat een meeluisterende veiligheidsagent van de kromme vertalingen maakt. Die denkt natuurlijk dat in een soort codetaal staatsonveilige boodschappen worden uitgewisseld.
Opkomst verkiezingen voorspeld
Met de lokale verkiezingen in zicht, zijn er altijd mensen die zich zorgen maken om de opkomstcijfers. Met wat meer tam-tam of andersoortige campagnes zou daar misschien wat aan te doen zijn.
Zo denkt de een dat de Amerikaanse stijl van campagnevoeren de opkomstcijfers omhoog kunnen stuwen. Anderen menen dat de eigentijdse sociale media (Hyves, Twitter) ingezet moeten worden.
Het lijkt heel logisch de opkomst op te pimpen. Een lage opkomst betekent immers dat de politici maar bar weinig mensen gaan vertegenwoordigen? Het betekent ook dat de kiezers weinig boodschap aan de democratie hebben?
Maar, de vraag van vandaag, kan het misschien precies het tegenovergestelde betekenen?
Ofwel: een lage opkomst kan ook betekenen dat de mensen veel vertrouwen hebben in de zittende politici. De verkiezingen met een hoge opkomst betekenen eerder dat mensen wel genoeg hebben van de zittende politici en dus maar eens uit de luie stoel komen.
Of de campagnevoerende kandidaten nu folderen, twitteren of verkiezingsspam in je mailbox dumpen, het maakt niet uit, Het maakt ook niet uit of de vermeende kloof tussen burger en politiek een gapend gat of slechts een stoeprand breed is.
De opkomst zal op 3 maart hoe dan ook rond de 60% komen te liggen. Zo’n 1,4% hoger dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen.
Waar baseer ik deze voorspelling op? Op vertrouwen.
Consumentenvertrouwen om precies te zijn. Kiezers zijn ook consumenten en baseren hun vertrouwen misschien meer op de inhoud van hun portemonnee dan op de verkiezingscampagnes. Zit het wel goed met dat consumentenvertrouwen, dan is de opkomst laag. Is het consumentenvertrouwen beneden alle peil, dan zal de opkomst hoger zijn.
Dat bestaat niet, zullen deskundigen meteen roepen. De opkomstcijfers zijn, bij alle soorten verkiezingen, vanaf 1970 vooral gedaald, terwijl het consumentenvertrouwen als een jojo op en neer ging.
Maar wil iemand dan eens uitleggen waarom voor slechts 13 van de 36 verkiezingen mijn stelling niet opgaat? Laten we de verkiezingen voor het Europees Parlement buiten beschouwing dan zijn er ook maar 13 uitzonderingen op 32 verkiezingen. Kijk maar eens naar de historische opkomstcijfers en die van het consumentenvertrouwen in dit exceldocument.
Het enige wat politici te doen staat, is dat consumentenvertrouwen beïnvloeden. Ook in tijden van crisis. Blijkbaar lukt dat nu, want het consumentenvertrouwen ligt momenteel niet desastreus laag (-10). Nog wel laag genoeg om een wat hogere opkomst te verwachten dan in 2006. En niet hoog genoeg om een nieuw dieptepunt qua opkomst te verwachten.
Iemand een andere voorspelling voor de opkomst op 3 maart?
Wetenschappers onderzoeken eigen code
“In een tijd waarin het maatschappelijk vertrouwen in de wetenschap steeds belangrijker wordt, is het van wezenlijk belang dat het wetenschappelijk onderzoek zelf beantwoordt aan de hoogste ethische normen“.
(Quote uit persbericht NWO, betreffende themabijeenkomst over wetenschappelijke integriteit).
Toeval of niet, net op het moment dat wetenschappers boos zijn op minister Cramer, die foutloze wetenschap eist, omdat zij vindt dat haar integriteit geschonden is door wat rekenfoutjes in het IPCC klimaatrapport, is de KNAW (Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschap) druk doende een themabijeenkomst voor te bereiden die 8 maart gehouden zal worden.
“Nederland lijkt met een wetenschappelijke gedragscode (VSNU), het Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) en de gedragscode belangenverstrengeling van NWO de zaak goed op orde te hebben“, zo stelt de KNAW.
In 2001 hadden KNAW, NWO en VSNU al nagedacht over hoe wetenschappelijk wangedrag zoals plagiaat, het vervalsen of onvolledig weergeven van onderzoeksresultaten, kan worden voorkomen.
De bijeenkomst in maart kan ‘foutloze wetenschap’ aan de agenda toevoegen. Onvolledig weergeven van onderzoeksresultaten kan al tot heel vervelende maatschappelijke discussies leiden. Maar dan hebben we het misschien over doelbewuste manipulatie van de gegevens. De vraag is of het maken van onbedoelde fouten ook onder onjuist ethisch handelen valt. Minister Cramer vindt van wel.
Nu zal de reputatie van elke wetenschapper er niet beter op worden als er fouten worden gemaakt. Dus je mag aannemen dat een wetenschapper een rapport wel vier keer tegen het licht houdt, alvorens er mee naar buiten te komen.
Dat wordt lastiger als de druk wordt opgevoerd, omdat politici snel resultaten willen hebben, omdat het maatschappelijk vertrouwen in hen op het spel staat. Misschien is het aardig als de wetenschappers in maart elkaar ook voorhouden niet te zwichten voor tijdsdruk. Gedegen onderzoek kost tijd en kan zelfs jaren duren. Kwestie van beroepsintegriteit om voor degelijkheid te gaan en niet voor de waan van de dag.
Big Brother waarschuwt voor broertje
De AIVD (algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst) zorgt voor ons aller veiligheid. Dat doet de dienst door ons inlichtingen te verstrekken. Over je kwetsbaarheid, als je een baantje hebt waar ‘gevoelige’ informatie bij aan te pas komt.
De AIVD waarschuwt onder andere voor digitale spionage. Wel eens een gratis usb-stick gekregen van een zakenrelatie? Zo’n stick kan een paard van troje zijn. Eenmaal op je pc gestoken, zou een of andere veiligheidsdienst ineens toegang tot je digitaliteit kunnen krijgen.
Maar ook zonder allerlei gadgets vinden buitenlandse spionnen je wel. Op het internet, het worldwide web waar zo langzamerhand iedereen in verstrikt is geraakt. Volgens de AIVD zijn digitale netwerken als Hyves, LinkedIn en Facebook sites, waar ze zo personen kunnen vinden die, gezien hun profiel, kandidaten kunnen zijn om nader te bespioneren.
De AIVD waarschuwt nu vooral zakenmensen en wetenschappers voorzichtig te zijn. Ga gerust met je gezicht op Facebook, maar zet er dan niet dat je bij de kerncentrale in Borssele werkt, bijvoorbeeld. En wees achterdochtig als je een gratis laptop krijgt aangeboden.
De AIVD heeft zelf vervelende ervaring genoeg. De waarschuwende brochures heeft de AIVD als pdf-documenten op hun website staan. Volgens Security.nl zijn ze echter een tijdje er van af gehaald, omdat er een foutje in zat, waardoor identiteit en e-mailadressen van AIVD-medewerkers waren te achterhalen. Een foutje waarvan onlangs Google slachtoffer was.
Een AIVD die zelf niet voorzichtig genoeg is, hoe veilig is die voor onze veiligheid?
Dat informatie over het eigen personeel naar buiten kan, is niet handig maar het geeft aan hoe snel en makkelijk een fout is gemaakt. En dus geen garantie gegeven kan worden dat ook informatie van burgers verkeerd terecht kan komen.
In opdracht van het huidige kabinet verzamelt de AIVD wel erg veel informatie van burgers. Die verzamelwoede in combinatie met technologische tekortkomingen, is reden om er juist terughoudend mee te zijn.
De hoogste politieke baas van de AIVD, minister Ter Horst, heeft net de Big Brother-award (initiatief van Bits of Freedom) gewonnen. Wegens een al te gemakzuchtige houding betreffende digitale verzameling en opslag van persoonsgegevens.
Tja, met zo’n baas zou de AIVD zelf gewaarschuwd moeten zijn en eerst eens de veiligheid van haar eigen digitaliteit onder de loep moeten nemen.
Overigens krijg ik zo langzamerhand de indruk dat het world wide web beduidend meer riskanter is, dan de real life open ruimte. Ik zou het jammer vinden, maar misschien is het veiliger het internet te slopen en terug te keren naar de analoge waan van de dag?
