Acht op de tien Nederlanders zit elke dag wel eens ‘op de lijn’. Gemiddeld zit men 109 minuten per dag op internet. Dat valt nog reuze mee, denk ik dan. Er vanuit gaande dat men ook het normale gemiddelde van 8 uren slaap scoort, is men dus elf procent van de overige uren online.
Laten we aannemen dat in dit onderzoek niet de man is betrokken die zeker zeven weken continu online heeft gezeten. De man is blijkbaar achter de pc overleden. Daar kwam men achter dankzij zijn sociale mediavrienden.
Nederland gaat nog redelijk gezond met de online gespendeerde tijd om. Zelfs onder internetverslaafden vallen weinig slachtoffers. Hier geen verhalen over mensen die sterven na drie dagen continu internetspelletjes spelen.
Het lijken vooral Aziaten te zijn die daar een patent op hebben. En de fatale ongelukken zijn vooral gerelateerd aan spelletjes. In 2005 overleden een paar Zuid-Koreanen na dagenlang gamen op internet. Vorig jaar werden internetverslaafde ouders veroordeeld wegens fatale verwaarlozing van hun kind. In China werd in 2008 een arts ontslagen na de dood van een kind, dat aan de medische aandacht ontsnapte omdat de arts gekluisterd zat aan een onlinespelletje Go.
Bloggen kost ook aardig wat tijd, maar ik ben nog geen bericht tegengekomen dat een blogger in het harnas is gestorven. Moeten we ons zorgen maken om ongezonde effecten van online leven? Zeker wel. Het kan slecht zijn voor handen, polsen, ruggen en ogen, maar dodelijk kan het pas worden als je een erfelijke aanleg voor verslaving hebt.
Zou er een kans zijn dat de zorgkosten stijgen als de onlinetijd verder toeneemt? In een poging de zorgkosten te verminderen wil het kabinet onder andere dat de zorgsector meer gebruik gaat maken van e-health (consult en begeleiding via internet). Nog meer online tijdsbesteding dus.
Dan maar hopen dat je niet in verbinding komt met een gamende arts. Of dat er virtuele wachtkamers ontstaan, waar je de tijd dood met een online spelletje.

Bij het woord ambacht denken velen aan attracties op de zomerse braderieën. Manden vlechten, klompen hakken, je hebt er niets meer aan, maar het is leuk om naar te kijken. Maar wie denkt er bij ambachtelijkheid aan een itc-specialist?
Op dit weblog is al vaker over tamelijk nutteloze codes geschreven. Vandaag iets over codes die het gemak moeten dienen. Een grote hoeveelheid informatie kan worden gecodeerd. In het pré-computertijdperk had je al codes, die een grotere boodschap kort en bondig samenvatten. Die techniek leeft nog voort in chatboxen, sms’jes en e-mails.
Weet je wat, dacht ergens een ambtenaar, ze willen openbaarheid, dan krijgen ze openbaarheid. Maar toch niet alle openbaarheid, jammerde zijn baas nog. Tuurlijk niet, zei de ambtenaar. Gewoon wat ‘bits and pieces’. Kinderporno en pubers, dat werk.
Een voordeel heeft de hele heisa rond Wikileaks wel: u kunt binnenkort veilig internetbankieren. U heeft voortaan geen last meer van misbruik van uw pc en internetverbinding. Minister Opstelten kondigt aan dat justitie nu zeer alert is en zeker de misdadigers zal pakken die vandaag de website van het Openbaar Ministerie wisten plat te krijgen.
De overheid verzoekt u dringend deze week uw wachtwoord te wisselen. Bij voorkeur door uw veel te eenvoudige wachtwoord te veranderen in een heel erg moeilijke. Zo gezegd, zo gedaan. Mijn oude wachtwoord was dus ‘eenvoudig’. Via de optie
Afgelopen week was er wat commotie over, hopelijk, een laatste
Nederland en Frankrijk, samen sterk voor internationale internetvrijheid. Demissionair minister Verhagen en zijn Franse collega Kouchner, hebben afgesproken samen te werken aan concrete maatregelen tegen internetcensuur.
Het wordt steeds drukker op het internet. Ondanks het gekrioel aan data, blijft het een bron van inspiratie. Helaas zijn is er ook wat irritatie.
De AIVD (algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst) zorgt voor ons aller veiligheid. Dat doet de dienst door ons inlichtingen te verstrekken. Over je kwetsbaarheid, als je een baantje hebt waar ‘gevoelige’ informatie bij aan te pas komt.