Vrouwen moeten werken. Maar waar?

GordijnenHet kabinet joeg bijna iedereen in de gordijnen met de slogan dat de vrouw geen lustobject is. Maar er was nog meer vrouwvriendelijks te melden. Het kabinet wil ook dat er meer vrouwen werken. De vraag is alleen: voor of achter de gordijnen? CDA en CU zien vrouwen het liefst er achter, als moeder-de-vrouw. De PvdA wil ze graag achter de gordijnen vandaan jagen, richting arbeidsmarkt. Het beleid is net zo “rechts-links”als de coaltitie zelf: beetje geld naar gezin en kind, beetje geld naar kinderopvang en nog wat naar arbeidsparticipatie. Alsof de VVD nog deel uitmaakt van de regering, kiest het kabinet niet voor al te veel staatbemoeienis. De mensen, in dit geval vrouwen, mogen zelf kiezen van welke geldstroom ze gebruik willen maken.
Het kabinet hangt zelf wel het rolmodel uit. In het streven om in 2016 zo'n 74% vrouwen op de arbeidsmarkt te hebben, geeft men zelf al het goede voorbeeld: met 69% vrouwen in het kabinet zijn ze aardig op weg. Daarmee troeft de regering het parlement ruim af. Slechts 39% van de 2e Kamer bestaat uit vrouwen (de 1e Kamer telt 35% vrouwen).
Het lijkt leuk die 69% vrouwen in het kabinet, maar het grootste deel daarvan is staatssecretaris en geen minister. De PvdA heeft als enige de minister- en staatssecretarisposten keurig fifty-fifty verdeeld. Het CDA vindt twee ministers wel genoeg en de CU heeft de enige vrouw op een secretariaatje weggestopt.
In het parlement bestaat alleen de kerseverse fractie “lid Verdonk” uit 100% vrouwen. Maar dat telt niet mee, want Rita is nog niet aan partijvorming toegekomen. Ook de Partij voor de Dieren (2 zetels in 2e Kamer) laat het werk voor 100% door vrouwen doen. Verder zijn bij Groenlinks (57%) en PvdA (52%) behoorlijk wat vrouwen vertegenwoordigd.
De overige partijen in 2e Kamer bestaan voor iets meer dan een derde uit vrouwelijke volksvertegenwoordigers. Treurige hekkensluiters zijn de PVV (11% vrouw in de fractie) en de SGP (nul procent).
In het totale politieke gebeuren (kabinet, 1e en 2e Kamer) haalt de arbeidsparticipatie van vrouwen met 38% amper de helft van de streefcijfers van Plasterk.
Is dat representatief voor de rest van het land? Absoluut niet. De arbeidsparticipatie voor vrouwen stond op 59,8% in 2006. De politiek loopt dus nog flink achter. Behalve het kabinet dan. Maar in de verdeling van de werkzaamheden binnen het kabinet geven CDA en CU toch de toon aan: ondersteunende werkzaamheden, zoals secretariaatswerk. Niet te gek veel vrouwen op leidinggevende functies. Plasterk zal zijn hoofd dus nog flink stoten aan het glazen plafond, want dat is van christelijk, oerdegelijk en keihard veiligheidsglas.
In tijden van oorlog zie je ook de arbeidsparticipatie van vrouwen stijgen. Mannetje naar het front, vrouwlief naar de fabriek. Deze regering trekt ook ten strijde: tegen de vergrijzing. Men vreest de kosten die dat met zich mee zal brengen en dus moet iedereen de handen uit de mouwen steken om een bijdrage te leveren. Alle arbeidskrachtige mensen. En het kabinet is nu dus bereid onder mensen ook vrouwen te rekenen. In de oorlog tegen de vergrijzing zal onze emancipatoire regering de vrouwen deze keer wel naar het front sturen. Als bejaardenverzorgsters, geriatrische verpleegsters en schoonmaaksters in verzorgingstehuizen. Wat er dan nog overblijft aan vrouwelijk arbeidspotentieel mag als crècheleidster aan de slag om op elkaars kinderen te passen.
Wat zegt u, mevrouw? U zit ineens hoog in de gordijnen van zo'n scenario? U bestuurt liever een staalconcern dan dat u het wagentje met maaltijden door het verpleegtehuis rijdt? U wil liever de touwtjes in handen hebben dan de spaghettisliertjes die uit de mond van een demente patiënt hangen? Denkt u dan nog eens even goed na bij de eerstvolgende verkiezingen.

Wie je bent kies je zelf.

NationaliteitenNiet iedereen wil wereldburger zijn, niet iedereen wil landburger zijn. Er zijn er die provincieburger meer dan genoeg vinden. Ach, waarom ook niet? Ben je geboren en getogen en nog steeds woonachtig in hetzelfde dorp, waarom zou je dan ook niet pakweg de Ypecolsgase nationaliteit mogen hebben?
Nou is elke wereldburger gehecht aan deze aarde door de zwaartekracht, maar voor aardig wat mensen gaat er een grotere aantrekkingskracht uit van hun geboortegrond. Zo ook bij de fries Sjoerd Groenhof. Hij wil bij de burgerlijke stand ingeschreven staan met de
friese nationaliteit, zonder overignes de rechten die elke andere nederlander heeft te verliezen. De gemeente kan niet meewerken, zegt men, dus stapt hij naar de rechter. En als die niet meewerkt gaat Sjoerd zelfs naar het Europese hof. Hij maakt een aardige kans, want in 1951 lukte het Doekele Brouwer via het kantongerecht de friese nationaliteit te verwerven. God had hem als fries geschapen en daar gaf de rechter hem gelijk in.
Nou ben ik zelf geboren in het ziekenhuis van Zeist, toen mijn ouders in het aanpalende dorp Huis ter Heide woonden. Van die tijd weet ik niet veel. Des te meer ben ik me bewust van de de perioden die vanaf mijn 4e jaar volgden. Opgegroeid in achtereenvolgens Hilversum, het dorpje Elst (U.), de groeigemeente Zoetermeer en toen ik op eigen benen ging staan heb ik een blauwe maandag in Gouda gewoond om via Delft, Rotterdam uiteindelijk in Den Haag terecht te komen. Drie provincies en zeven gemeenten. Geen wonder dat ik niet weet wie ik ben, laat staan dat ik enige affiniteit heb met het soort gehechtheid dat Sjoerd Groenhof zo belangrijk vindt. Ik ben door al die omzwervingen misschien zelfs wel een veel grotere minderheid dan Sjoerd. Hij meent het soort minderheid te zijn die, zoals hij zelf zegt, de bescherming verdient zoals bedoelt in het
Kaderverdrag van 1995, aangenomen door de Raad van Europa. Hij haalt er zelfs de Universele verklaring van de rechten van de mens bij, waar in artikel 15 staat dat ieder het recht heeft op een nationaliteit en dat die hem niet mag worden ontnomen, noch het recht mag worden ontzegd van nationaliteit te veranderen.
Die Universele verklaring is voor geen enkele staat bindend, zoals al jaren is bewezen bij tal van conflicten, maar dat artikel 15 zou eens in de grondwet van elke natie moeten worden opgenomen. Als nationaliteit daadwerkelijk zoveel bijdraagt aan je individuele identiteit, waarom zouden we er dan niet eentje mogen kiezen die het beste bij ons past? Tenslotte hebben we wel, geheel legaal, de vrijheid om onze identiteit vorm te geven met behulp van mode, cosmetische ingrepen, transexuele operaties, naamsveranderingen, beroepskeuzes en keuze van woonplaats. Toegegeven, dat laatste is niet voor elke wereldburger even makkelijk als voor de meeste nederlanders. maar als wij die vrijheid hebben, waarom anderen dan niet?
Die meneer Groenhof mag van mij zijn friese nationaliteit krijgen en alle rechten behouden waar hij natuurlijk ook vreselijk aan gehecht is. Laat dat dan meteen voor elke inwoner van nederland gelden. Je hebt recht op je identiteit, ongeacht je nationaliteit.
Ik ga eens op zoek naar een nationaliteitje waar ik mijn zo versnipperde identiteit eindelijk eens kan vormgeven. Identiteitscrisis eindelijk opgelost.

Lusten en lasten.

Adam en Eva

Het heeft even geduurd maar de 7e genomineerde voor de Donkey Shocking Award is bekend: Ronald Plasterk. De minister van emancipatie wil de gevolgen recht zetten van 28 eeuwen griekse beschaving, 28 eeuwen romeinse cultuur, 40 eeuwen jodendom, 21 eeuwen christendom, 14 eeuwen islamisme en zo'n 4 eeuwen commercie (de cultuur van de mammon).

Hij beseft ook wel dat je zoveel culturele verworvenheden niet kan corrigeren met keiharde wetten die de samenleving in het gareel geselen. Dus kondigt hij waarschuwende voorlichting en vrijblijvende gedragscodes af. Dat is de manier om iedereen tussen de oren te prenten dat de vrouw geen lustobject is.


Ach, die arme man. Had-ie dat nou maar niet gedaan, want ineens springen alle lullen in het gelid en staan stijf van kritiek. Plasterk zou door het eten van Balkenende's wormen en aarde in een delirium zijn geraakt, hij zou door Rouvoet zijn bekeerd, hij zou zich door Beperkt Houdbare media hebben laten misleiden en bovenal: hij zou ons de vrije wil en keuzes willen ontnemen.
Tja, dat zijn zo de lusten en de lasten van een minister: je wil samenleving maakbaar maken, maar dan krijg je wel te maken met de hormonale huishouding van de gemeenschap.


Grofweg baseren de criticasters zich op drie argumenten: Plasterk's voorstel ademt de bedompte lucht van de christelijke mores van zijn coalitiegenoten, het voorstel gaat voorbij aan de natuurlijke, biologische processen tusen mannen en vrouwen en onze westerse, vrije samenleving weet allang dat “de vrouw” geen lustobject is, dus waar heeft die man het over?


Die christelijke mores moet je inderdaad mee oppassen. Al heeft Paulus in de bijbel nog zo uitgelegd dat niemand ondergeschikt is aan een ander, tot op vandaag de dag zijn er christenen die dat aan hun laars lappen met alle nadelige gevolgen voor de positie van vrouwen. Natuurlijk wil een weldenkend mens niet terug naar duistere tijden waar vrouwen gereduceerd worden tot het vruchtvlees van de samenleving.

Die o, zo natuurlijke, biologische processen tussen mannen en vrouwen spelen wel degelijk een rol. Maar is dat een reden om daar geen vragen over te stellen?

Al eeuwen wordt er geprobeerd allerlei “natuurlijke” processen te beïnvloeden en naar onze kunstmatige handen te zetten. Dat levert niet altijd fraaie effecten op, maar ook zaken die onze zeer gewaardeerde individuele vrijheid bevorderen.

En het argument dat iedereen er van doordrongen is dat “de vrouw” geen lustobject is, gaat voorbij aan de werkelijkheid.


Natuurlijk moet iedereen de vrijheid hebben om zelf te beslissen of men zich laat besodemieteren door reclame van cosmetica-industrie. Men is vrij zelf te bepalen aan welk beeld men wil voldoen, al moet je daar tot kotsen aan toe bepaalde eetgewoontes voor op na houden. Net zo goed als het een onvervreemdbaar recht is van een individu de vrijheid te hebben zelf de schaar maar in de schaamlippen te zetten, in plaats van dat opgelegd te krijgen vanuit een bepaalde ideologie.


Dat religies en bepaalde normen en waarden een mens tot een stereotype reduceren is echt niet van deze tijd. Dat daar de criticasters tegen te hoop lopen is dus zeer prijzenswaardig, maar waaarom zouden er geen maatregelen genomen mogen worden tegen de religie van de mammon, van bepaalde culturele uitingen die nog steeds de stereotypen promoten?


Plasterk stelt maatregeltjes voor om daar eens over na te denken en de bewustwording over een bepaald verschijnsel te stimuleren. In de hoop dat keuzevrijheid dan ook echt een individuele, vrije keuze zal worden.

Hij bedoelt het dus goed. Maar hij vergeet rekening te houden met dat stukje menselijk tekort dat vooral gericht is op de eigen lusten, waarvan men de oorsprong zelf niet meer kent en die gemakshalve dan maar ontleent aan films en reclame. Op dat vlak willen we niet de lasten van staatsbemoeienis. Plasterk is bij deze dus ook genomineerd voor de Donkey Shocking Award.

Keuzes door de strot.

Keuzes door de strotOnderzoekers willen niet alleen weten hoe wij keuzes maken, maar ook hoe die keuzes te beïnvloeden zijn. Willen we echte keuzevrijheid dan zou dat soort onderzoek eens verboden moeten worden. Maar goed, een beetje vrijheidslievend mens kiest niet voor verboden. Wie echter meent dat hij of zij keuzes kan maken zonder enige beïnvloeding, zou eens een kijkje moeten nemen in de keuken van Wageningse onderzoekers, die momenteel eetgedrag en sturing daarvan onder de loep nemen.
Ze onderzoeken in een wetenschappelijk verantwoord restaurant waarom mensen voor bepaald voedsel kiezen. Ze hopen dan kennis te verzamelen om eetgedrag te beïnvloeden, zodat iedereen gezond gaat eten. De restaurantbezoekers worden niet alleen gefilmd en ondervraagd, ze worden ook onderworpen aan allerlei testjes. In Wageningen wil men weten wat mensen doen en niet wat ze zeggen. Waarom nemen mensen die zeggen gezond eten te willen toch een vette hap? Waarom kiezen mensen die zeggen wel te weten dat vet eten ongezond is, toch voor junkfood?
Het blijkt dat meningen en keuzes tot stand komen door factoren waar de “kiezer” zelf weinig invloed op heeft. Andere onderzoeken hebben dat ook al aangetoond en het is eigenlijk een open deur. Wil je iets kopen dan wordt je keuze zeker door je beschikbare budget bepaald. Verder hebben de inrichting van winkels, het gedrag van de verkopers en natuurlijk reclame aardig wat invloed op je.
In het Wageningse retaurant gaat men experimenteren met de inrichting en gaat onderzoeken hoe de kleur van het licht, de aankleding van het restaurant en de geuren die er hangen van invloed zijn. Dat zijn al heel subtiele factoren die we in onze bewuste keuzes amper meenemen.
Boven het restaurant heeft men een aantal eetlabaratoria ingericht. Geen invloeden van licht of aankleding. Steriele ruimtes waar je bijvoorbeeld buisjes in mond en neus gedouwd krijgt om smaak-en reukzin te prikkelen. Daar is al gebleken dat je magere melk misschien vies mag vinden, maar dat die mening vernandert als je de geur van room erbij ruikt.

Waarom hechten we toch zo aan vrije keuzes als dat alleen maar tot ernstig ongemak leidt? Het Wageningse voorbeeld is exemplarisch voor de ingewikkelde spagaat die keuzevrijheid heet. Er zal en moet gezond gegeten worden. Dat vindt de overheid, want anders blijven we met hoge gezondheidskosten kampen. Dat vindt de individuele burger ook. Die ligt niet graag in het ziekenhuis. Maar we hebben er ooit voor gekozen dat vrijheid betekent dat je in de supermarkt zelf mag kiezen tussen een pak magere of volle melk. Zodra er een verbod komt op het aanbieden van volle melk zijn de democratische rapen gaar.
En dus gaan we trucjes uithalen om gezondere keuzes af te dwingen. De supermarkt mag kiezen of men in het vak waar de magere melk staat een geurverspreider hangt zodat we volle room ruiken. We zullen magere melk niet meer vies vinden, want als je thuis het pak opentrekt, scheurt er ook een stripje open waaruit de geur van room komt.
Zo gaan we met keuzes om: we willen de vrijheid behouden om ons continu keuzes door de strot geduwd te krijgen.

Grond voor landbouw

HuurTwee weken terug schreef redacteur Steeph van het weblog Sargasso een artikel over te verwachten tekorten aan landbouwgrond en een wel heel fantasievolle oplossing daarvoor: landbouwflats. Een erg dure oplossing, zo rekende Steeph voor ons uit. Daar moest ik opeens aan denken toen ik weer langs een kantorencomplex fietste dat nu ruim drie jaar leeg staat. Hee, dacht ik, zou het goedkoper zijn als ze zo'n complex ombouwen tot een landbouwflat?
Ik heb geen idee hoeveel er wereldwijd aan gebouwen leegstaan en of dat dan een oplossing zou zijn voor het tekort aan landbouwgrond.
Hoewel het aardig gaat me de economie en de leegstand aan bedrijfsruimten afneemt, lag eind vorig jaar alleen in Nederland nog zo'n
5,9 miljoen vierkante meter op een gebruiker te wachten. Al fietsende bedacht ik de volgende varianten om landbouwgrond te winnen:

1. Alle te lang leegstaande gebouwen worden eerst gevorderd om het woningtekort op te lossen. Wat overblijft krijgt een agrarische bestemming. Ik denk dat je dan nog heel wat tomaten en parika's kan telen.
2. Dat zal niet genoeg zijn. Maar er zijn nog meer gebouwen. Tel bij de leegstaande gebouwen alle fabrieken op die nutteloze zaken maken. Voedsel hebben we tenslotte harder nodig dan Ambi-pur luchtverfrissers of alweer een nieuwe vlekkenreiniger. De vrijgekomen bedrijfsruimten worden ook tot een technologische plantages omgebouwd en we hebben weer voor jaren sinasappels en champingons.
3. Dat hele arsenaal aan voornoemde gebouwen kan natuurlijk ook tegen de vlakte om plaats te bieden aan een nieuw soort ruimtelijke ordening: er worden alleen nog maar woningen gebouwd met een tuin, groot genoeg om de bewoners zelf een deel van hun voedsel op te laten verbouwen.
4. De natte variant. De zee hoeft niet leeg gevist en met olie vervuild te worden. Alle boorplatforms, vaak een kleine stad op palen, leegruimen en er aquarium van maken waar consumptievis gekweekt kan worden.

Tja, dat zij zo van die ideeën die je wel op de fiets kan bedenken maar die natuurlijk nooit op de tekentafels van de landinrichters zullen komen. Die laten rustig een flinke lap grond ook jaren braak liggen. Pardon. da's niet waar. Ik zag een stuk grond met een hek erom en een groot bord er op. Op dat bord werd het volgende kantorencomplex aangekondigd. Dat staat er ook al weer een dikke twee jaar zo bij.
Ach, ook maakbaarheid houdt op bij de grenzen van de fantasie. En dus zullen we nog meer gebouwen krijgen. Daar zullen ongetwijfeld landbouwflats tussen staan die zo duur zijn dat ook die jaren leegstaan. Heeft u nog een idee?

Toevoeging 27-07-2007; 20:30 u.
Sargasso-redacteur Steeph gaf nog een linktip over de leegstand van kantoren, waar onder andere valt te lezen dat hoe groot de leegstand ook is, men toch nieuwe bedrijfsruimten erbij blijft bouwen. Kantorenbouw in plaats van akkerbouw. Bedrijven in plaats van verbouwen.

Dwarsverbinding.

Caphri Volkskrant

Caphri Limburgs dagblad


Tweemaal een bericht over hetzelfde onderzoek, waarin wordt vermeld dat 40 procent van de bewoners van verpleeg- en verzorgingstehuizen weleens wordt
gefixeerd. Decubitus, ofwel het zogenaamde doorliggen, is afgenomen van 23 tot 12 procent. Dan moeten ze dat fixeren aardig onder de knie hebben gekregen. Heel knap dat je mensen aan bed kunt kluisteren zonder dat ze daar blauwe plekken van krijgen. De kwaliteit gaat dus wel degelijk vooruit.

De Volkskrant heeft de meeste lezers in de Randstad. Die zullen nu net gerust hart hun bejaarde ouders het tehuis in doen. In Limburg echter worden hals over kop de ouders eruit gehaald. Kwestie van koppen maken.

Dubbele ontkenning.

Leeg portretHiernaast had eigenlijk het portret moeten staan van een kersverse filosofe op het gebied van zijnsvraagstukken. Echter, omdat ik niet zeker weet of plaatsing van het bedoelde portret ook een weblogger in problemen kan brengen, al was het alleen maar door het betalen van de nodige royalty's, moet u het met een leeg portret doen. Ik waarschuw de scherpzinnige lezers! Met een leeg portret bedoel ik absloluut niet de kersverse filosofe.
Waar gaat het om? Wel, bij de presentatie van een filosofisch stuk dat over de verhouding identiteit – nationaliteit gaat, stelde zij dat
de nederlander niet bestaat. Een gewaagde uitspraak waar de honden natuurlijk weer geen brood van lusten.
Dat “niet bestaan”, het on-zijn, het persona non grata, het ik-denk-dus-ik-besta-niet, of u het ook wil noemen, werd door de filosofe fraai geïllustreerd met een paar voorbeelden. Niet bestaan is zowel de gordijnen open houden, zodat iedereen naar binnen kan kijken, als privacy errug belangrijk vinden. Het on-zijn is zowel samen emoties beleven als nuchterheid en beheersing. Het persona non grata is zowel een zuinig koekje bij de koffie als gastvrijheid en warmte. Waarmee deze filosofe de zijnsvraag een nieuwe dimensie geeft: we bestaan niet en daar zijn we erg dubbel in. Zij heeft de vraag 'wie ben ik', hiermee
maximaal beantwoord.
Want hoeveel meer kun je zijn door niet te zijn en tegelijkertijd zus en zo te zijn? Kunnen we eigenlijk wel 'niet zijn' en toch ons dubbel manifesteren?
Zeker wel. In mijn hoofd bent u wie ik denk dat u bent. U denkt dat u bent wie uzelf denkt dat u bent. Als dat wat anders is dan ik denk, is er een probleem. Mijn beeld correspondeert niet met uw beeld, waardoor u denkt dat ik denk dat u niet bestaat. Dat wordt nog eens bevestigd als u bekend maakt wie u denkt te zijn. Omdat dat niet klopt met wat ik denk, roep ik dan ook uit: Dat bestaat niet!
De eerder genoemde filosofe weet een briljante uitweg uit de identiteitscrisis die dan is ontstaan: U bent het allebei! U bent zowel wat uzelf denkt dat u bent èn u bent wat ik denk dat u bent. Zij pleit ervoor dat mensen inzien dat we die visie op het zijn met elkaar gemeenschappelijk hebben. Net zo goed als alle mensen dubbel gedrag gemeenschappelijk hebben.
Wat heeft dat voor gevolgen voor ons identiteitsbewustijn? De sleutel tot het antwoord op die vraag ligt in het zojuist gebruikte woord 'gemeenschappelijk'. Als mensen ontdekken dat de twee basisprincipes (A. we zijn niet wie de anderen denken dat we zijn en B. we zijn zowel ons eigen denkbeeld als dat van de anderen) voor elk individu geldig zijn, dan openbaart zich als vanzelf de gemeenschappelijkheid. We hoeven ons niet langer druk te maken of we anders zijn dan anderen. Dat zijn we inderdaad! En we hoeven ons ook geen zorgen meer te maken over waarom we zo hetzelfde zijn als anderen, want ook dat zijn wij zeker! Eigenlijk komt het er op neer dat we geen haar beter zijn dan wie dan ook.
Vergeef me mijn poging aan deze zienswijze iets toe te voegen. Niet uit arrogantie, nee, ik erken volledig mijn nederigheid ten opzichte van de hierboven aangehaalde filosofe (ik heb haar mogen aanhalen, ik heb haar mogen aanhalen, juichte heel zijn hart).
Mijn toevoeging: moge deze verlichte zienswijze op de persoonlijke identiteit verheven worden tot die op de nationale indentiteit. Hoe? Wel, nu we eenmaal de persoonlijke identiteit hebben vastgesteld, moet ook het land (de grond waarop wij leven) zichzelf dezelfde vragen stellen waar wij mensen zolang mee hebben geworsteld. Wij zijn die te boven gekomen, nu het land nog.

Regeren via de partijkas (2)

Zak geldIk moet een storende fout herstellen die in het artikel van gisteren is geslopen. Mijn research was onvolledig en daardoor staat er een onwaarheid in dat artikel. Fouten kun je weer recht zetten. Veel, heel veel tijd die aan maakbaarheid wordt besteed gaat op aan het herstellen van fouten. Ik vermoed dat er fanatieke liefhebbers van maakbaarheid zijn, die liever met fouten te maken hebben dan met de waarheid. Als iets eenmaal als waarheid is vastgesteld, kun je er verder niet zoveel mee. Dat vinden sommige mensen erg saai. Hoewel ik de waarheid ook niet in pacht heb, hecht ik er toch grote waarde aan en daarom moet ik nu even terug komen op het stukje van gisteren.
De kritiek die ik had op de plannen van minister ter Horst om de SP aan te pakken op de afdracht van salarisen van hun parlementariërs, baseerde ik op de informatie over de
overheidssubsidie aan politieke partijen. Dat is de fout. De genoemde subsidie is bedoeld om de organisatie van de partijen draaiende te houden. Voor de salarissen is weer een andere geldstroom beschikbaar.
In die regeling is geen sprake van salarissen, maar schadeloosstelling. Voor Tweede Kamerleden heeft die schadeloosstelling de omvang van een bovenmodaal salaris. Staten- en gemeenteraadsleden krijgen veel minder omdat zij, in tegenstelling tot hun collega's op het Binnenhof, niet full-time de politiek bedrijven.
Heeft Guusje ter Horst dus gelijk? Mag de SP de partij-inkomsten aan overheidssubidies niet aanvullen met een deel van de schadeloosstellingen die hun Kamerleden ontvangen?
Nogmaals: ook andere partijen maken daar gebruik van. Weliswaar in kleinere hoeveelheden en de afdracht heeft een veel minder verplicht karakter dan bij de SP het geval is. De SP vindt dat een modaal salaris meer dan genoeg is voor parlementariërs en op die gedachte is de omvang van de afdracht dan ook gebaseerd. Je kunt het er mee eens of oneens zijn, maar dit verstaat de SP blijkbaar onder 'geen woorden, maar daden'.
Hoe vrijwillig is de afdracht bij andere partijen? Wel, net zo vrijwillig als bij de SP. Bij PvdA, GroenLinks en D66 moeten kandidaat-volksvertegenwoordigers vooraf moeten
beloven een deel van de schadeloosstelling zullen afdragen aan de partij. Het verschil met de SP is de zogenaamde akte van cessie, waarmee een SP'er toestemming geeft de schadeloosstelling over te maken naar de bankrekening van de partij. Zo houdt de SP de controle over de afdracht. Bij de andere partijen moeten de leden zelf de afdracht regelen. Voor zover ik weet doen ze dat ook keurig en hebben de andere partijen nog nooit iemand de partij uitgezet omdat een kamerlid ineens de afdracht weigerde te betalen.
Binnen de PvdA (de partij van Guusje ter Horst) is ook niet iedereen het eens met de huidige afspraken. PvdA'er Pierre Heijnen probeerde een diskussie in zijn partij los te weken over een verhoging van de 'eigen bijdrage' en met dat geld de lokale afdelingen te ondersteunen. Er wordt dus verschillend gedacht over de afdrachten. Maar mag een minister de interne afspraken van een partij bij sturen door desnoods de wet hiervoor aan te passen?

Regeren via de partijkas

PartijkasEen democratie komt niet vanzelf tot stand. Met wetten, regelgeving en gedragscodes wordt de democratie vorm gegeven. Maar niet alleen met regels, ook met geld is de democratie maakbaar. De PvdA-minister voor Binnenlandse Zaken, Guusje ter Horst, overweegt de overheidssubsidie voor de SP stop te zetten. De SP houdt er interne regels op na die ter Horst niet zo zit zitten. In de Volkskrant lezen we: “De minister vindt een verplichte afdracht van salarissen en wachtgelden aan een politieke partij ‘onwenselijk’. ‘Dit is gebruik van overheidsgeld voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd.’ Ook vraagt Ter Horst zich af hoe de SP-constructie zich verhoudt tot de onafhankelijkheid van de politici.”
Die “partijbelasting” die de SP van haar leden int, komt bij bijna alle politieke parijen voor. Alleen CDA en VVD kennen zo'n regeling niet. Bij de SP wil men zo het salaris van parlementariërs en partijbonzen op een modaal gemiddelde houden. De SP stelt daarmee de hoogte van de afdracht vast. Hoe dat bij de andere partijen zit, weet ik niet. Af en toe is er binnen de SP een aardig conflict als er een kaderlid opstaat die de afdracht weigert. Zo'n idealist mag dan vertrekken en de SP wordt vervolgens verweten maoïstische dictatuur uit te oefenen. Het enige wat Nederland van de chinees blieft is de bami-speciaal.
Om partijen een koers af te dwingen via de overheidssubsidies is geen nieuw verschijnsel. Herinnert u de
rechterlijke uitspraak nog waardoor de overheidssubsidie aan de SGP moest worden stopgezet? Daar viel nog wat voor te zeggen omdat de SGP er een vrouwonvriendelijk beleid op na hield, dat op gespannen voet stond met de grondwet en de criteria voor overheidssubsidies aan politieke partijen. De toenmalige VVD-minister Remkes overwoog toen in hoger beroep te gaan omdat hij vond dat de rechter het principiële karakter van de regeling onderuit haalde.
In
die regeling staan echter wel dat het aan de rechter is om subsidies stop te zetten als er sprake is van discriminatie. Dat was bij de SGP dus het geval. Ook staat er in die regeling dat de politieke partijen de gelden vrijelijk mogen besteden. Maar dan wel aan subsidiabele activiteiten zoals politiekwetenschappelijke activiteiten, politieke vormings-en scholingsactiviteiten, informatievoorziening aan leden, het onderhouden van contacten met zusterpartijen in het buitenland en activiteiten in het kader van de verkiezingscampagnes.
Wel, als Guusje ter Horst bij controle van de SP-kas nou ontdekt zou hebben dat de afdrachten naar heel andere doelen zijn gegaan, heeft ze een punt. Nu dus helemaal niet. De SP sluit niemand uit van deelname aan politieke functies, zoals bij de SGP wel het geval is. De SP knikkert er wel iemand uit als die zich niet aan haar interne regels houdt. Zoals de VVD Verdonk uit de Kamerfractie dondert, GroenLinks een
Eerste Kamerlid de deur wijst, het CDA een partijvoorzitter de eer aan zichzelf laat houden en de PvdA een Kamerlid wegparkeert als die de partijdiscipline bruskeert.
Maar dat zijn interne aangelegenheden. Ministers moeten niet met de hand op de knip de koers van een politieke partij gaan bijsturen. Laat dat nou toch alsjeblieft aan de kiezers over!

Comédie politique

LachenVeel gelachen de laatste dagen? Er zijn heel wat voorstellingen gepasseerd. Van het VVD-congres via de troonrede naar de algemene beschouwingen. Veel viel er niet te lachen maar politiek is dan ook een zeer serieuze zaak. Da's geen vak voor clowns.
In Italië heeft een of andere clown ineens wat invloed op de politiek. De komiek
Beppe Grillo weet tienduizenden Italianen te mobiliseren met zijn bijtende kritiek op de gang van zaken in de politieke wandelgangen. Hij begon in 2005 een satirisch weblog dat, volgens het NRC, inmiddels zo'n 160.000 bezoekers per dag trekt. Via dat weblog is hij een actie gestart om politici met een strafblad uit de parlementaire instituten te schoppen. De komiek heeft een lange traditie van trappen op zere tenen van italiaanse politici, wat hem in 1986 op een uitzendverbod op televisie kwam te staan toen hij grappen maakte over de toenmalige premier Craxi. Die had een veroordeling aan zijn broek wegens corruptie. Goed en wel, maar daar maak je in Italië dus niet ongestraft grappen over.
Iets soortgelijks is ook de comedienne
Sabina Guzzanti overkomen. Slechts één uitzending van haar satirische tv-programma “RAIot” was genoeg om Berlusconi er toe te bewegen verdere uitzendingen te verbieden. Sabina Guzzanti maakte over deze affaire de documentaire “Viva Zapatero!”, een verwijzing naar de spaanse premier Zapatero, die de politieke bemoeienis bij de benoeming van omroepdirecties wist af te schaffen.
Wij hebben hier gelukkig de cabareteske grappen in Kopspijkers. Maar die humor weet mensen niet zo massaal te mobiliseren als Beppe Grillo in Italië. Een kwestie van temperamentsverschil?
De enige grappenmaker die in ons land met spotternij over de politiek op een brede publieke belangstelling mocht rekenen was
Wim Kan. Maar dat was een zeer milde soort humor, nauwelijks satirisch te noemen met amper inhoudelijke kritiek op welk kabinet dan ook. De enige cabaretiers die wel een duidelijk politiek statement maakten waren Freek de Jonge en Bram Vermeulen, die als Neerlands Hoop ten strijde trokken tegen de deelname van ons Oranje-elftal aan de WK voetbal in Argentinië in 1978. Een jaar later gingen ze uit elkaar en Vermeulen is geëngageerd bezig gebleven met programma's voor de RVU. Freek de Jonge heeeft nog wel eens een politieke oprisping maar dat heeft een wat Wim Kan-achtige allure gekregen: alle poppetjes komen langs. De humor is wel een stuk scherper dan bij Wim Kan.
Maar invloed op de politiek? Nee, Italiaanse toestanden hebben wij hier nog nooit meegemaakt. Laat staan dat een satirisch weblog de mensen in beweging zet. De politieke satire komt nauwelijks meer voor bij de hedendaagse cabaretiers. Op weblogs wat vaker, maar ik ken geen enkel blog dat consequent de poltitiek op satirische wijze becommentarieerd. Het blijft vaak beperkt tot wat grof geschut op GeenStijl of een diskussie over de
humor van politici. Die humor valt flink tegen. We lachen dan af en toe wel om de politici zelf, maar zelden om de grappen die ze maken.
De komiek Beppe Grillo krijgt, vooral van politici, het verwijt onderbuikgevoelens te mobiliseren en de politiek daar meer kwaad dan goeds mee doen. Die onderbuik-diskussie kennen we hier ook. Dat soort gevoelens worden door de komieken hier hooguit binnen de veilige muren van de theaters aan de orde gesteld. Maar wordt het niet eens tijd om in plaats van haat nu eens wat humor te zaaien? Natuurlijk niet met grappen die inslaan als een bom of louter leedvermaak zijn. Liever met de nodige zelfspot en scherpzinnigheid. Maar ja, zou een webloggende satiricus in Nederland enige kans maken de boel hier op zijn politieke kop te zetten? Hebben we daar eigenlijk wel geschikte kandidaten voor?