Dat er in de Golf van Mexico de vorige weken een visverbod gold, is begrijpelijk. Zelfs zonder verbod zal menig visser geen zin hebben gehad in het door BP getroebleerde water te hengelen.
Maar is er in het Meer van Galilea ook olie gelekt?
Dat meer is beroemd wegens de waterwandeling van Jezus. De man die in staat was complete maaltijden te vermenigvuldigen, heeft niet kunnen voorkomen dat er nu een visverbod is ingesteld op het water dat zijn wonderbaarlijke voeten geeft gedragen. Het meer kampt met een vistekort.
De Israëlische regering geeft de vissers de schuld. Overbevissing. De vissers geven de aalscholvers de schuld. Veelvraten.
Ach here Jezus, kom toch terug op aarde. Vergeef ons onze schulden en geef ons heden ons dagelijks verse vis.
En daarmee vind ik het korte bloggen voor vandaag wel weer genoeg.
Het gaat CDA en VVD worden
Wat konden ze het vandaag goed vinden met elkaar. Met studentikoze humor gingen ze op verkiezingscampagne.
Eerst natuurlijk de PvdA afbranden, die als eerste het verkiezingsprogramma veranderde. Normaal gesproken doen partijen dat pas na de verkiezingen en noemen ze dat een regeerakkoord.
Het lijkt er sterk op dat Balkenende en Rutte het wel op een akkoordje willen gooien. Dat moet haast wel door enige nostalgisch sentiment gevoed zijn.
CDA en VVD hebben het al ruim 30 jaren goed met elkaar kunnen vinden (zie deze excelsheet, met daarin goed zichtbaar hoe lang Nederland door beiden is geregeerd). Met af en toe een derde partij erbij, hebben ze zelfs meer dan de helft van de na-oorlogse periode op het pluche gezeten. Wat Nederland nu is, danken we vooral aan de christelijk-liberale traditie.
Hunkert u ook zo naar de 50’er jaren van De Quay? Naar de roerige sixties van Marijnen en De Jong? Smacht u ook zo naar de tijden van Van Agt en Lubbers?
P.S. Had u meer tekst verwacht? Voorlopig even niet. Hoe lastig het ook is, ik probeer kort van stof te worden.
Kort van stof
Mij wordt wel eens verweten veel te lang van stof te zijn. Dat is natuurlijk niet de bedoeling op een weblog. Ooit was een weblog bedoeld als een echt logboekje, waarin korte notities de waan van de dag volgden. Hier lopen de lappen tekst echter soms heftig uit de hand.
Dat moet een straf zijn om te lezen en dat doen de meeste bezoekers dus ook niet.
Daarom vandaag een poging met niet meer dan tien regels de “lees verder>>>>”- grens te passeren.Ik ben benieuwd of dat gaat lukken èn of u dat bevalt. Als de kritieken positief uitvallen, wordt het misschien de nieuwe stijl hier. Deze mededeling lijkt me, als eerste poging, in ieder geval kort genoeg.
Later op de avond meer.
Maar hoe dan-code
Zelfregulering. Een term die de maatschappij al aardig wat geld heeft gekost. Er gaat ergens iets fout en zelfregulering is de oplossing. Eerst wordt vriendelijk gevraagd of de brokkenmakers zelf de boel op orde brengen. Doen ze dat te weinig, dan worden ze onder druk gezet. Bijvoorbeeld door hulp en steun te onthouden, als ze niet tot zelfregulering overgaan.
Een beetje gedragscode is vaak voldoende om de omgeving gerust te stellen. Maar, zegt hoogleraar gedrags- en bedrijfsethiek David de Wit, “het instellen van regels en codes is een rationele reflex, die geen garantie biedt voor structurele verbetering”.
In een artikel op Financieel Management.nl besluit hij zijn overwegingen met: “Immoreel gedrag los je niet op met nog meer en nog strengere regels. Mensen moeten zelf naar hun gedrag leren kijken en daar vervolgens naar handelen”. Zo niet, dan stevent de financiële sector doodleuk op de volgende crisis af.
Toch kan een gedragscode helpen, als men zich er maar goed aanhoudt of controlerende instanties adequaat reageren op buitensporigheden.
Voorbeeldje: op vragen van Kamerlid Irrgang over een toch wel hoog salaris van een directeur van de SNV (organisatie voor ontwikkelingshulp), antwoordde minister Verhagen: “SNV onderschrijft wel de code Wijffels inzake goed bestuur, maar niet inzake de beloning van directeuren”. En dat vindt de minister verder wel best, want op de vraag of de minister de kritiek op de hoge salarissen deelt, antwoordt hij: “De inrichting van de organisatie is de verantwoordelijkheid van SNV zelf (…). SNV onderschrijft de code Wijffels aangaande de aanbevelingen op het gebied van goed bestuur en houdt zich hier ook aan”.
De verantwoordelijkheid van de organisatie zelf. Maar op het moment dat een organisatie even vergeet, dat “eigen verantwoordelijkheid” niet betekent dat je zomaar alles kan doen wat je uitkomt, mag je actie verwachten. Dat minister Verhagen terughoudend is om als overheid maatregelen te treffen, is begrijpelijk. Voor je het weet krijgt hij kritiek over zich heen de zedenmeester uit te hangen en, een organisatie in haar vrijheid te beknotten.
De NVJ (Nederlandse Vereniging voor Journalistiek) huivert al bij die gedachte, naar aanleiding van de vraag of zij niet een ferm standpunt moet innemen, nu bepaalde broeders uit de beroepsgroep over de schreef gingen met Ruben, de jongen die de Tripoli-ramp overleefde.
Jawel, zegt de NVJ, “dat een vrije en onafhankelijke nieuwsvoorziening gebaat is bij een verantwoorde taakopvatting door de beroepsgroep moge duidelijk zijn”. De NVJ meent echter dat “die eigen verantwoordelijkheid – ook wel het zelfreinigende vermogen van de media- goed functioneert”. En als er dan een foutje wordt gemaakt, dan rekent het publiek wel af met de media. Dat zou er voor zorgen dat er door de media “snel geleerd wordt van die fouten”.
In het laatste geval mogen we hopen dat we niet nog eens een Ruben krijgen. In het geval van de beloningen in de financiële en publieke sector, leiden leren en zelfreflectie (nog?) niet tot gewenste resultaten.
Het is een mooi principe, dat leren van je fouten. Maar fouten worden blijkbaar herhaaldelijk gemaakt. Is dat uit onwil? Of is het uit onmacht? Want leren van je fouten, hoe doe je dat? Wat moet je dan leren, hoe weet je of je de juiste conclusies trekt? En als je wat wilt veranderen, steekt toch zeker de vraag de kop op: maar hoe dan?
Ik ben het eens met de hierboven geciteerde hoogleraar De Wit en zie de tekortkomingen van gedragscodes en opgelegde wetten ook wel. Uiteindelijk moet het gewenste gedrag in de mensen zelf zitten. Daar zijn niet altijd gedragscodes, protocollen en werkinstructies voor nodig. Klein praktijkvoorbeeldje: de werkgever de kosten drukken en er komt een voorschrift zuiniger om te gaan met de printers en kopieermachines. Iedereen is het er mee eens, maar het blijkt niet te werken.
Een andere werkgever laat iedereen zelf de cartridges en toners zelf bestellen, waardoor ze ineens zien hoe duur dat spul is. En jawel hoor, men gaat ineens zuiniger printen en kopiëren.
Leren van fouten is één ding, het ouderwetse keren door kennis op te doen is een ander. Een organisatie die wil dat iedereen wat leert, zorgt ervoor dat men wel van kennis wordt voorzien. En daar waar mythes, broodje aapverhalen en vooroordelen in de weg zitten, dan neem je die ook weg. Niet door te wachten tot er een fout wordt gemaakt, waar je van kan leren. Maar door die mythes door te prikken met kennis.
Insecten redden de mensheid
Wie vindt dat we te veel ingrijpen in de natuur, moet er eens bij stilstaan hoe wreed de natuur ingrijpt op ons voortbestaan. Nu de lente in volle glorie losbarst, vindt er grootschalige voedselvernietiging plaats. Vogels vreten complete insectenkolonies leeg. En dan moet het nog zomer worden, wanneer de mens zelf voedsel platmept of vernietigt met mierenlokdoosjes en anti-muggenspray.
Aanstaande dinsdag, 18 mei, is er weer een Spinoza te Paard. Elke derde dinsdag van de maand worden in het Paard van Troje (Den Haag) leuke lezingen gehouden over tal van wetenschappelijke onderwerpen. Een initiatief van het NWO ((Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek).
Op 18 mei kun je van Marcel Dicke, winnaar van de Spinozaprijs 2007, horen wat het nut van insecten is. Om te illustreren dat ons voortbestaan van ongedierte af kan hangen, zijn er ook insecten te eten. Het publiek mag de beste insectensnack kiezen.
In april maakte minister Verburg bekend 1 miljoen euro uit te trekken voor onderzoek naar insecten als voedsel. Vorig jaar organiseerde de Wageningse Universiteit een serie lezingen, om duidelijk te maken dat insecten niet alleen voor onze voedselvoorziening belangrijk zijn.
Natuurlijk, je kunt ze eten en er wordt hoog opgegeven van de eiwitrijke kwaliteiten. Maar insecten spelen ook een rol als bestrijdingsmiddel. Wie een gifvrije landbouw wil, moet insecten met rust laten. Verder zijn de beestjes ook een bron van inspiratie voor de technologie. Zo helpen kakkerlakken en mieren bij het oplossen van vervoersproblemen.
Ik zag dat collega weblogger Verbal Jam een moordaanslag zelf ongemoeid liet om er fraaie foto’s van te maken. Hij liet zijn huisspin ongestoord een wesp vangen. Terwijl wespen juist hun jonkies voeren met bladluizen en ruspen, die een gevaar voor onze voedselgewassen zijn.
Ingrijpen dus! Zie je een vogel op zoek naar onze eiwitvoorraad, verjaag het beestje onmiddellijk uit je tuin.
En ga dinsdag naar Spinoza te Paard (toegang € 8,50). Wie de kinderen op insecteneducatie wil trakteren, kan in de week van de biodiversiteit (22 tot 30 mei) naar de kriebelende beestjes in dierenpark de Oliemeulen in Tilburg.
Geïnformeerd naar de stembus?
Zijn er eigenlijk wel mensen die de moeite nemen de verkiezingsprogramma’s te lezen? Geef je antwoord in de poll, onderaan dit artikel.
Eerst even de poll-opties, met een kleine toelichting.
1. Ja, ik lees ze allemaal.
Ik vermoed dat maar heel weinig mensen alle programma’s helemaal doornemen. Is misschien ook niet nodig, omdat de meeste kiezers liever hun informatie vergaren via een van de volgende opties.
2. Ja, maar alleen bepaalde onderwerpen.
Hoewel sommigen al weten wat ze stemmen, willen ze toch van alle partijen weten, wat die hebben geschreven voor hun beroepsgroep, hobby of persoonlijk interessegebied.
3. Ja, ik lees samenvattingen.
Vlak voor de verkiezingen zul je in diverse kranten overzichtelijke samenvattingen vinden van de programma’s. Wel een aardige service, omdat je dan niet door de propagandistische rimram rond de eigenlijke punten hoeft te ploegen.
4. Ja, alleen van mijn voorkeurspartijen.
Is heel logisch als je toch zeker weet op welke je in ieder geval niet zult stemmen.
5. Nee, ik doe een of meerdere stemwijzers.
Ook al is er wat gedoe over de diverse stemwijzers, ze worden druk bezocht. Zijn er kiezers die vinden dat ze zo voldoende zijn geïnformeerd?
6. Nee, ik lees alleen specifieke thema-sites.
Allerlei belangenorganisaties maken samenvattingen van de programma’s van de thema’s die bij hun sector horen. Lijkt een beetje op optie 2, maar je kan vaak wel de mening lezen die een belangenorganisatie heeft over partijstandpunten.
7. Nee, want ik weet al wat ik stem.
Dat is fijn. Maar zou dat niet tot spijt kunnen leiden,als je er achteraf achterkomt dat jouw partij een aantal zaken in het programma heeft staan, waar je het eigenlijk niet mee eens bent?
8. Nee, ik bedenk wel wat in het stemhokje.
Zijn er twijfelaars en mensen zonder specifieke voorkeur, die zonder enige informatie hun keuze uitstellen tot het moment dat ze het rode potlood oppakken?
9. Nee, want ik ga niet stemmen.
Tja, waarom zou je dan ook die programma’s lezen?
Ben benieuwd naar de antwoorden. Je eigen toelichting en tips over sites die goede informatie over de verkiezingsprogramma's geven, mag je in de reacties kwijt.
Naar de ark van Thorbecke?
Wie mist u hier links? De beste stuurlui, natuurlijk. Staan aan wal wat te roepen. De roergangers van het schip van staat willen die stuurlui binnenboord te halen. Het schip van staat moet daarom op de helling en verbouwd worden tot de ark van Thorbecke. De burger mag aan boord.
Dat idee wordt gewekt, als je de vele berichten leest over bestuurlijke vernieuwing (lees ook mijn gastlog op GeenCommentaar, zelfde onderwerp, andere invalshoek). De politiek moet dichter bij de burger en andersom. En de burger zou meer invloed moeten hebben.
De motivatie om aan het bestuurlijk stelsel te gaan sleutelen, ligt in de angst voor opkomend populisme sinds Fortuyn. Vreemd, want democratie betekent van oorsprong een staat gestuurd door het volk. Nu de vox populi zich roert zou je dus denken dat de democratie op haar best functioneert.
Toch is er onder gevestigde politici en bestuurders behoefte dat met regels en wetten te organiseren, De stem des volks is gehoord, nu nog een nieuw reglement van orde. Daarbij valt veelvuldig de naam van Thorbecke, de liberale staatsman die geldt als de architect van onze grondwet en parlementaire democratie, ook wel het Huis van Thorbecke genoemd.
Vanuit de gedachte dat het volk dichterbij dat huis moet staan, soms zelfs toegang tot dat huis moet hebben, willen sommige politici overgaan tot renovatie van het Huis van Thorbecke. Nogmaals: wie daarover meer wil weten, bekijkt de links in mijn gastlog, onder het pseudoniem P.J, Cokema, op GeenCommentaar.
Ik beperk me hier tot wat de politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s hebben staan over democratie en bestuur. Dat heb ik samengevat in deze excelsheet. Hier is te zien om welke voorstellen het gaat en op welke punten partijen het met elkaar eens of oneens zijn. Links naar de verkiezingsprogramma’s staan in dat exceldocument.
De voorstellen heb ik verdeel in de categorieën democratie en bestuur. In elke categorie zijn ze gerangschikt naar het aantal zetels dat de partijen volgens de laatste peilingen zouden halen. Een voorstel dat veel zetels scoort, zou dus best eens werkelijkheid kunnen worden na 9 juni.
De vraag is echter: zal de kiezer, de burger, warm lopen voor deze voorstellen? Of anders gezegd: wil het ‘populus’, wel meer democratie en wat zal het vinden van de voorgestelde bestuurlijke veranderingen?
Met betrekking tot meer democratie: Er zou na 9 juni een Kamermeerderheid te vinden zijn voor referenda. Leuk, maar de recente geschiedenis laat zien dat het volk daar niet warm voor loopt. Niet dat we er veel ervaring mee hebben. Er is één referendum over de Europese grondwet geweest. Daarbij was er een opkomst van 63,3%, net iets lager dan de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen (gemiddeld 64%) en stukken lager dan de gemiddelde opkomst bij de landelijke verkiezingen (81%).
Daarnaast zijn er een aantal burgemeestersreferenda gehouden. De respons daarop was nog bedroevender en in 2008 werd besloten dit soort referenda maar af te schaffen.
Het is heel aardig van de zittende politici dat ze de kiezers via referenda vaker naar de stembus willen sturen. Het lijkt er echter op dat het volk daar niet zoveel zin in heeft.
Ligt dat aan de soort en inhoud van de tot nu toe gehouden referenda? Zou het anders liggen als er bijvoorbeeld een referendum wordt gehouden waar voor of tegen de bouw van kerncentrales kan worden gestemd? Of, dichter bij de portemonnee van de kiezer, referenda over ingrijpende wijzigingen in het belastingstelsel.
Met betrekking tot bestuur: De meeste voorstellen gaan over een kleinere overheid. Zo hoopt men natuurlijk tegemoet te komen aan het geklaag over een logge, in efficiënte en peperdure overheid. Minder ambtenaren bijvoorbeeld. De kiezer zal misschien geneigd zijn daarin mee te gaan, hopend op een belastingvoordeeltje. Tot men er achter komt dat allerlei diensten minder toegankelijk worden, omdat diverse loketten minder vaak geopend zijn en procedures langer duren dan we nu zijn gewend.
Het voorstel wat na 9 juni op een fikse Kamermeerderheid kan rekenen is het verminderen van het aantal ministeries. Direkt daaruit volgt de overheid het ook wel met minder ministers, staatssecretarissen en ambtenaren kan doen. Ook dat zal de kiezer wellicht aantrekkelijk overkomen.
Samengevat: aan een kleinere overheid zal met de instemming van de kiezer gewerkt kunnen worden. Maar of de kiezer ook bereid is een actievere democraat te worden?
Ik denk dat de meerderheid der kiezers het wel best vinden om voor de gemeenteraad en de Tweede Kamer naar de stembus te gaan, maar dat verdere participatie alleen door een handjevol enthousiastelingen wordt geambieerd. De kiezer consumeert de democratie alsof het een supermarkt is. Wat er aan produkten in de schappen ligt, heeft de consument nauwelijks een binding mee. Ze worden door anderen gemaakt en de directie van de supermarkt beslist wat er wel of niet te koop is.Is de consument er niet tevreden mee, dan loopt hij naar een andere winkel, in plaats van een actieve stem op te eisen in de leiding.
Dat is jammer, maar verklaarbaar. Het tanende enthousiasme voor deelname aan ondernemingsraden mag als exemplarisch voorbeeld gelden. Wel mee mogen praten over vooral randvoorwaardelijke zaken, maar geen beslissende stem hebben. De invloed is uiterst beperkt. En ja, dan trekt de burger zich dus terug en roept hooguit nog wat als het aan de wal staat.
Voor een meer actieve, democratisch participerende burger zullen er dus veel verdergaande voorstellen moeten komen, waarbij de vox populi niet slechts een adviseur zonder enige status is.
Daar zal je Rutte hebben
Het gaat lekker met de VVD. Althans, in de peilingen. Met dertig zetels zou de VVD nu de grootste partij zijn. Het CDA ziet de bui al hangen en is bang dat ze een tweede regeerloze periode tegemoet gaat. Balkenende waarschuwt het volk alvast: aan een nieuw paars kabinet heb je helemaal niks.
Nou, daar hoeft-ie niet bang voor te zijn, want Mark Rutte ziet daar ook niks in. De verschillen met de PvdA zijn te groot, vindt hij. Dat klopt en het ligt niet eens aan de PvdA zelf. Rutte’s VVD is bezig met een inhaalslag over rechts. Zo rechts zelfs dat hij een kabinet waar VVD en PVV aan deelnemen best mogelijk acht. Rutte heeft blijkbaar Wilders door de dokter laten nakijken en deelt het volk nu mede dat heer Wilders niet melaats is.
Tja, met de PvdA heeft de VVD niet zoveel op. Nooit gehad ook. Behalve in die twee roemruchte paarse kabinetten is het slecht nog een keer voorgekomen dat ze beiden in een kabinet zaten. Verder was de VVD vooral goede maatjes met het CDA. Dat CDA waar de kiezer nu een beetje van baalt, want die partij kijkt tegen zetelverlies aan.
Even wat geschiedenis. De VVD heeft aan 14 van de 19 na-oorlogse kabinetten deelgenomen. Twaalf keer samen met het CDA, drie keer met de PvdA en D66 en een keer met de LPF.
Daarvan heet de VVD negen keer met alleen het CDA geregeerd. Twee keer met PvdA en D66, een keer met CDA en PvdA, nog een keer met CDA en D66 en ook een wel heel korte periode met CDA en LPF (zie deze excelsheet voor een overzicht).
Het hoogste aantal zetels (36) haalde de VVD in 1998, gevolgd door het tweede kabinet Kok (PvdA, VVD en D66). Bij de eerste paarse coalitie scoorde de VVD 31 zetels. In 1982 deed de VVD met 36 zetels aan Lubbers I (CDA, VVD) mee.
Verder deed de VVD het nog wel aardig met 28 zetels in 1977 (Van Agt I – CDA, VVD) en 2003 (Balkenende II – CDA, VVD, D66).
Maar goed, historisch gezien heeft de VVD de grootste band met het CDA. In een interview met de Dagelijkse Standaard erkent Mark Rutte dat ook met: “In het verleden hebben we altijd tot overeenstemming kunnen komen met het CDA, omdat het CDA altijd een plezierige afwezigheid van standpunten heeft”.
In datzelfde artikel vindt Rutte een CDA – VVD kabinet met gedoogsteun van de PVV ook een prima optie.
Het is wel fijn dat Rutte zo duidelijk is. De voorkeuren zijn uitgesproken. Wie op de VVD stemt kan rekenen op herhaling van de perikelen van Balkenende I (CDA, VVD en LPF) en in ieder geval een periode met keiharde bezuinigingen en rechtse rethoriek.
Jeugdige onschuld
Met enig romantische voorstelling van zaken, dicht menigeen de allerjongsten onder ons de ombezoedelde onschuld toe. Natuurlijk omdat al die nieuwe mensjes nog geen ervaring hebben en niet besmet zijn met de valkuilen van het leven.
Maar zo onschuldig zijn ze niet. Wetenschappers weten nu zeker: baby’s kennen het verschil tussen goed en kwaad al. Geen praktische ervaring en toch al zo wijs?
De onderzoekers zagen wel dat de baby’s consequent voor de ‘good guy’ kozen, bij de voorgespiegelde situaties.
Tja, dan blijft alleen de vraag nog over: waarom kiezen zoveel mensen dan op later leeftijd voor de ‘bad guys’?
De pasgeboren moraliteit ontwikkelt zich blijkbaar minder dan lichaamslengte en leeftijd.
Schadevrije robots
Om de kosten van de gezondheidszorg wat in te dammen, zal steeds meer de hulp van robots worden ingeroepen.
Robots heb je in soorten en maten. Van handige hulpjes in huis, tot rondvliegend oorlogstuig. De laatste categorie wil nog wel eens tot onbedoelde slachtoffers leiden. Collateral damage genoemd. Dat kan ook bij robotica in huis, dus ook in de zorg.
BBC News meldt een Duits onderzoek, waarbij robots, uitgerust met een detectie systeem, werden getest. Het systeem is zo geprogrammeerd dat een robot die de groente moet snijden, precies de juiste snijbewegingen maakt. Stoot de robot op ander materiaal dan stopt hij met snijden.
Goed, je hebt er thuis eentje die kip kan fileren. De robot die de keukenvloer moest schoonmaken is echter defect, en de fileerrobot glijdt weg en zijn mes raakt je ter hoogte van je navel. De robot voelt ongeveer dezelfde substantie en hakt door.
Tenzij de robot dus is voorzien van een goed werkend ‘collision detect system’ (lees meer op BBC News).
Robotica moet natuurlijk extreem veilig zijn. Een robot die contact legt met de dokter èn klopt, veegt en zuigt, mag een handige hulp voor ouderen en gehandicapten zijn, maar moet niet de stofzuigerslang in de mond van de patiënt duwen, in de veronderstelling bezig te zijn met het toedienen van medicatie.
Robots die straks in ziekenhuizen patiënten in en uit bed tillen, moeten niet ineens denken dat ze balen meel staan uit te laden, die met een reuzenzwaai op de lopende band van een fabriek moeten worden gegooid.
Een demente oudere is over een aantal jaren wellicht omringd door een robot die het huishouden doet, eentje die de pillen verzorgt en een die voor het sociale vertier zorgt. Krijg je krantenberichten die melding doen van een bejaarde terecht is gekomen onder botsende robots.
Zijn foutloze robots maakbaar? Of zitten we straks met explosief stijgende zorgkosten wegens toename van ongelukken in en rond het (zorg)huis?
De meeste fouten zullen menselijk blijven. Een foutje in de software, een verkeerd afgestelde arm of slecht onderhoud en de robot functioneert niet naar behoren.
Misschien moeten robots door robots worden gemaakt?
