De afslanking van de overheid is een stapje verder. Het ministerie van Economische Zaken heeft een nieuwe Taskforce ingesteld. Voor zover ik het kon vinden, is dat de 23e taskforce die de overheid versterkt.
De overheid wordt soms slapheid verweten. Maar zou u met slechts 13 ministeries en 120 duizend rijksambtenaren de berg aan problemen kunnen wegwerken? Natuurlijk hebt u daar als betrokken burger wel ideetjes over, maar wees gerust. De overheid laat zich bijstaan door zeker 47 adviserende clubjes. Adviesraden, commissies en overleg organen.
Nu bent u niet alleen een betrokken burger, u bent ook een ongeduldige burger. De problemen moeten liefst gisteren zijn opgelost. Dat gaat natuurlijk niet van vandaag op morgen. Geen nood, want daar zijn de taskforces. Die moeten een plannetje bedenken hoe oplossingen snel in de samenleving gezet kunnen worden.
En de afslanking van de overheid dan, zult u mopperen. Ja zeg, wat wilt u nou? Vele handen maken licht werk, moet u maar denken.
Want u bent niet alleen een betrokken en ongeduldige burger, maar vooral een lastige burger. U ziet het allemaal veel te donker in. Daar is een gemiddelde overheid niet tegen opgewassen. Dus stelt ze een Taskforce Verlichting in.
Dat is natuurlijk lang niet genoeg om uw inzichten te verbreden, dus maakt de overheid zich nog een stukje sterker met de zojuist geïnstalleerde Taskforce Breedband. Zodat u vlot de hele wereld af kan struinen en uw kennis van zaken kan uitbreiden.
Werkt u nou eens een beetje mee, ja? De overheid kan niet altijd en overal een taskforce op af sturen, want dan gaat u klagen over wat dat allemaal al zo kost. Dan ziet Balkenende zich gedwongen weer te klagen over de zeurende burger. Waarop jan en alleman gaat roepen dat de kloof tussen overheid en “de mensen” weer groter wordt.
De burger en de overheid moeten misschien eens in huwelijkstherapie. Hoe dat in zijn werk moet gaan? Geen idee. Kan de overheid daarvoor een Taskforce Peper en Zout instellen? Het peper en zoutstelletje is immers een traditioneel kadootje dat een gelukkig huwelijk symboliseert?
Auteursarchief: Klokwerk
Het jaar is vroeg ten einde.
Dat december een soort komkommertijd kent, kon u hier al lezen. Tenzij er nog voor de jaarwisseling een Elfstedentocht zal plaatsvinden, valt er weinig opzienbarend nieuws te verwachten. Dat denken ook de vele bestuurders, voorzitters, directeuren, chefs en een ieder die aan elke soort van leiding zit.
Loodgieters natuurlijk uitgesloten.
De eindejaarstoespraken beginnen los te barsten. Vandaag deed de scheidende voorzitter van de verenigde supermarkten zijn best 2009 af te ronden.
“Dames en heren, wij hebben in tegenstelling tot veel andere branches onze omzetten in het afgelopen jaar toch nog zien stijgen. Bij de aanpak van overgewicht nemen we als branche onze verantwoordelijkheid. We zijn gewend aan een consument die zich in de supermarkt laat verleiden door lekkere, bijzondere producten voor de Kerst. Dat is ons belang, wij en onze leden hebben ook kinderen en kleinkinderen. Ik dank u voor uw aandacht”.
Zo iets. Op 18 december gooit de Wageningse gemeenteraad 2009 op slot met een eindejaarstoespraak door de nestor van de raad. Wordt een lange avond daar, want de toespraak staat pas als punt 19 op de agenda.
Ach, waarom ook niet? Tijdsbegrippen als uren, dagen, maanden, enzovoorts hebben we zelf bedacht. Vreemd genoeg laten velen zich er vervolgens door leiden, in plaats van de tijd zelf te sturen.
Hulde dus aan de sprekers die de komende dagen al een eind maken aan 2009.
Om te voorkomen dat dit weblog nu alweer achterloopt, vandaag de eindejaarstoespraak. Niet dat morgen dan 2010 hier al begint. Nee, we hebben het dan alvast gehad en kunnen over tot de orde van de laatste decemberdagen.
Sprekerd:
“Beste mensen, dames ook, het was een veel bewogen jaar. Helaas zijn we er niet achter gekomen, wie er met zijn poten aan het jaar heeft gezeten om het kreng in beweging te krijgen. U had natuurlijk, met mij, heel andere verwachtingen. Een mooi, rustig jaartje waarin u op alle gemak uw eigen leuke, fijne dingetjes wilde doen.
Welnu, die verwachting is ruw verstoord door iemand, of wellicht door hele volkstammen, die daar anders over dachten. Zo waren er nogal wat lieden die allerlei zaken naar het volgende jaar doorschoven, en na de jaren daarna. Heb je alles lekker op een rij, gaan ze schuiven! De hele inrichting naar de ratsmodee. En wij maar onze plaats daarin zien te vinden.
Dat was een hele opgave. Zelf je positie bepalen, was er dit jaar absoluut niet bij. Er ging geen maand voorbij of u werd voorgehouden wat u moest zijn. In januari werd u geacht blauw van somberheid te zijn.
In februari moest u nog somberder zijn. Over iets waarover u geen ene moer hebt te zeggen! De economie. U mag dan de belangrijkste factor zijn, want zijn er geen klanten, dan valt er niks te verkopen, maar u wordt wel geacht in alle treurnis het radertje in de mallemolen te zijn.
Dat heeft de sfeer van de rest van het jaar bepaald. U laat zich een fikse depressie aansmeren en daar zitten we nu. Het gaat de komende dagen kouder worden en ik durf te voorspellen dat u uw gevoelstemperatuur uit de kranten moet halen. Wedden dat die lager ligt, dan de thermometer aanwijst?
En als dan Hare Majesteit met kerst, namens de minister-president, nog even in één zin de troonrede samenvat, zult u horen dat de economie weer warm begint te draaien, maar dat u toch even de tanden op mekaar moet houden, want het kabinet gaat het een en ander bevriezen.
Alsof het niet mooi genoeg is geweest dit jaar, krijgt u nu al te horen hoe somber u volgend jaar zal moeten zijn. Met epidemische gevolgen, waar twee prikken niet genoeg voor zijn.
Dames en heren. Ik zie onder de aanwezigen hier en daar verbaasde blikken. Daarom rond ik af met een vraag, die onder sommigen van u nu prangt: hebben en we dit jaar dan niet gelachen?
Ongetwijfeld. En een goede remedie tegen de somberheid die u wordt opgedrongen. Ik verlaat het spreekgestoelte om u de ruimte te geven op te biechten waarover u dit jaar het hardst hebt gelachen.
Dank u voor uw aandacht, het woord is aan u”.
Beste politicus aller Balkenende tijden
Als twee honden vechten om een been, loopt de derde er mee heen. Een oud spreekwoord, dat wil zeggen dat bij competities de grootste kemphanen de grootste verliezers kunnen zijn. Nu is het niet helemaal van toepassing op de verkiezing van de beste politicus van het jaar, maar het scheelt niet veel.
Het programma EenVandaag maakte bekend dat in de categorie Beste Politicus van het Jaar, Alexander Pechtold als eerste is geëindigd. De tweede plaats is voor Geert Wilders en Wouter Bos mocht op de 3 van het erepodium plaatsnemen.
Maar er was nog een categorie. Die van Slechtste Politicus van het Jaar. En verrek, daar staat Geert Wilders op één. Hier is Jan-Peter Balkenende de tweede en op drrrrie…. Alweer Wouter Bos!
Nou, daar mag-ie blij mee zijn. Het was tenslotte een zwaar jaar voor de staatsboekhouder, maar blijkbaar vindt het EenVandaag-publiek dat hij de crisis best wel aardig heeft aangepakt. Ik zou er niet zo blij mee zijn. Want een 3e plaats als beste politicus wil toch zeggen dat de complimenten matig zijn. Die kan hij dan in ontvangst nemen met de spreekwoordelijke grijns die een boer met een fikse kaakontsteking trekt.
Nu het kabinet Balkenende op de helft van haar bestaan zit en het tijdperk van, is het misschien aardig om eens te kijken wie de beste en slechtste politici aller-balkenende tijden waren. (Helaas geen cijfers uit 2002 en 2003).
Ik heb de politici die bij de beste drie eindigden 3 punten voor de 1e plaats geven, 2 voor de 2e, 1 voor de 3e en 0 punten als men er niet bij zit. Hetzelfde toegepast bij de top-drie slechtste politici. Van de score voor beste politicus wordt de score voor slechtste afgetrokken, even de uitkomst van hoog naar laag sorteren en dan krijgen we……
De beste politicus aller-balkenende tijden!
Op1: Jan Marijnissen. Wordt het tijd dat de man terugkeert op het Binnenhof?
Op 2: Alexander Pechtold. De belofte voor de eerstvolgende Kamerverkiezingen.
Op de 3e plaats is het dringen: Bos, Rouvoet en Verdonk. Ik vrees dat het Bos niet zal lukken zich ooit uit dat peloton te wringen en op kop te komen.
Op 4: Wilders. Lijkt eeuwige tweede in de beste categorie te worden, gekoppeld aan een eeuwig eerste in de slechtste categorie. Hij deelt de 4e plaats met Vogelaar. Ironie of niet?
Op 5: Donner.
Tenslotte op 6, ofwel de aller-slechtste van de aller-balkenende tijden: de 1e minister hemzelve!!!
(Voor het overzicht zie deze excelsheet).
Gruwelijk, hartverscheurend. Na 7 jaren de belangrijkste man, op Beatrix na, en dan nog zo verguisd worden door je onderdanen. Waar heeft-ie dat aan verdiend?
Driftige eilanden.
Zoals het hartje zomer komkommertijd is, zo breekt in december, als de sint goed en wel is vertrokken, de tijd van de Iles flottantes aan. Drijvende eilanden dus. Het gaat nergens anders meer over. Wereldwijd slaan eilanden op drift.
Daar is de drijvende ijslomp, die op weg is naar Australië. Nu nog een reuze berg, straks waarschijnlijk een van de vele drijvende ijsbergjes die op het zuidelijk halfrond ronddobberen. Niets bijzonders dus. Maar er moet toch iets in het nieuws staan. Dat Rottumerplaat al jaren op zijn dooie gemak oostwaarts wandelt, schrijft toch ook niemand over?
De ijzige eilanden bij Australië en onze eigen waddenogen (Rottumer en Schiermonnik) doen hun dagelijkse gymnastiek. Dat is blijkbaar teveel gevraagd van die verwende krengen in Dubai. Superrijk maakt superlui? De Palmeilanden dreigen te zinken. Ze geven er de brui aan.
Drijvende, wandelende en zinkende eilanden. Gaan we nog echt nieuws krijgen? Het zou leuk zijn als er eens een eiland voorbij kwam vliegen. Maar tot nu toe is dat fictie. Het vliegende eiland Laputa, uit Gulliver’s Travels. Of het is kunst, Van M.C. Escher bijvoorbeeld, of van de tekenaar Robert McCall, die het futuristische vliegend eiland tekende uit de film 2001: A Space Odyssey.
Allemaal geïnspireerd op de Toren van Babel (lees meer hierover in het weblog van Le Monde, wel je franse woordenboek erbij).
Overigens hadden de sjeiks in Dubai wel interesse voor een eiland dat nog niet bestaat. We zouden toch een tulp voor de kust krijgen? Gauw dat ding maken en liefst zo mobiel mogelijk. Drijven over zee, wandelen over land en als die sjeiks haast krijgen, omdat ze hun palm kwijtraken, moet de tulp razendsnel naar Dubai kunnen vliegen.
Dat zullen we dit jaar niet meer in het nieuws krijgen. Nee, eerst nog rap wat moties over de BES-eilanden er doorjagen. Een Waddenprobleempje doorschuiven naar volgend jaar. Want het is de hoogste tijd voor de Iles Flottantes. Wat nieuws betreft kunnen we de rest van de maand wel, overslaan.
Of heb ik belangrijk eilandennieuws over het hoofd gezien?
12.000 belhamels in databank.
Met behulp van een WOB-verzoek (Wet Openbaarheid Bestuur) heeft Defence for Children antwoord gekregen op de vraag hoeveel boefjes in de DNA-databank van het Forensisch Instituut voorkomen. Maar liefst 12 duizend, kopten diverse kranten.
Het zijn er 11.693 om precies te zijn. Twee keer zoveel als in 2008. Op het totaal aantal DNA-profielen dat het Forensisch Instituut per november dit jaar in beheer heeft (90 duizend) is dat zo’n 13 procent.
Nu mogen er alleen DNA-profielen opgeslagen worden van kinderen die 12 jaar of ouder zijn. Op de totale bevolking is het aandeel 12 tot 20-jarigen 11 procent.
De 90 duizend DNA-profielen die nu zijn opgeslagen is gerelateerd aan 0,5% van de totale bevolking. De profielen van de jeugdige boefjes betreffen 0,7% van alle 12 tot 20-jarigen, of 0,1% van de totale bevolking.
Waar maakt Defence for Children zich druk over, vraag je je af, na dit gegoochel met cijfers. Het is natuurlijk vreselijk stout wat de jeugd van tegenwoordig uitvreet, maar het gaat om een relatief te verwaarlozen groep.
Nu kan verwaarlozing tot criminaliteit leiden. Dus een beetje extra aandacht kan geen kwaad. Zeker als je in aanmerking neemt dat die DNA-profielen voor vergrijpen waar een straf van minder dan 6 jaar voor staat, tot 20 jaar bewaard mogen blijven. voor zwaardere delicten geldt een bewaartermijn van 30 jaar.
Dat betekent: eens een boefje, een kans op 20 jaar een boefje. Stel een jongere heeft van een eerste veroordeling de les wel geleerd en heeft zich tot het brave burgerschap bekeerd, dan bestaat er 20 jaar lang een risico opnieuw met de politie in aanraking te komen, alleen al omdat hij een ijsje heeft genuttigd in de zaak van een overvallen ijscoboer. Een onwerkelijk risico? Ja, alleen als er geen ijscomannen worden overvallen.
Diverse deskundigen hebben er al op gewezen dat de kans op fouten bij de opsporing groter wordt, naar mate de berg opgeslagen DNA-profielen en DNA-sporen groeit. Voor de jonge crimineeltjes is het risico toch beperkt.
Het Forensisch Instituut doet ook melding van het verzoek van Defence for Children en stelt dat jeugdig DNA wordt vernietigd als de delinquenten meerderjarig worden. Van de 11.693 profielen zijn er om die reden nu nog maar 4808 over.
De conclusie dat er dus 6885 profielen zijn vernietigd, is voor rekening van uw redacteur hier. Want dat staat niet letterlijk in het bericht van het Forensisch Instituut. Maar laat ik het instituut het voordeel van de twijfel geven. Hetgeen je met belhameltjes nooooit moet doen, natuurlijk.
Nu eerst maar eens uitzoeken of de groeiende berg jeugdig DNA te maken heeft met het gegeven dat bij steeds lichtere vergrijpen, ook DNA wordt afgenomen. Dat is de stelling van Defence for Children: “Het gaat bij deze registraties ook om relatief kleine vergrijpen zoals het beschadigen van een lantaarnpaal of het stelen van een telefoon. Veelal is door de rechter een taakstraf opgelegd die ten tijde van de DNA-afname al succesvol is afgerond”.
De PvdA heeft er vandaag wat kamervragen over gesteld (op dit moment nog niet op internet beschikbaar). Eens kijken of die de waarheid kunnen opsporen.
Ondertussen een afsluitende vraag: Moet er geen DNA worden afgenomen bij lichte vergrijpen? En als dat wel zou moeten, hoort het DNA vernietigd te worden na het voldaan van de opgelegde straf?
Hoge cijfers, beste resultaten?
Geen idee of het CBS de meeste cijfers produceert, de statistiekenboer levert wel opmerkelijke prestaties. Wat denkt u bij deze mededeling? “Hoe hoger het cijfer op het eindexamen van het voortgezet onderwijs, hoe sneller studenten afstuderen in het hoger onderwijs“.
Het CBS heeft weten uit te vlooien dat wie het voortgezet onderwijs verlaat met een gemiddelde 6 of lager, langer over hbo- of universitaire studie doet, dan de jongelui die met een 7 of hoger verder studeren. Van de scholieren die met een dikke voldoende het HBO binnentraden, studeerde 70% binnen 5 jaar af. Van diegenen die met een 6 of lager de stap aandurfden, haalde 50% binnen 5 jaar de eindstreep van het HBO. Hier een samenvatting van de CBS-cijfers.
| Gemiddeld | Studie afgerond binnen 5 jaar | |
| vo-cijfer | HBO | Wo |
| 6 of lager | 50% | 40% |
| 6 – 7 | 60% | 50% |
| 7 of hoger | 70% | 60% |
Het lijkt mij geen vermeldingwaardige conclusie. Wie met betere cijfers van de middelbare school komt, heeft met doorzettingsvermogen of talent, of beide, een mooi rapport voor elkaar gekregen. Voor wie met een gemiddelde 6 of lager de school verlaat, geldt natuurlijk het tegenovergestelde. Of heeft gewoon pech gehad? Dat zou kunnen gezien het gegeven dat 50% het op het HBO dus wel haalt binnen 5 jaar. En toch ook nog een fraaie 40% die het op de universiteit weet te redden.
Zo zijn er nog wel wat vragen. Hoe kan het dan scholieren met een 6 of lager, worden toegelaten tot het hoger onderwijs. Het “of lager” kan niet anders dan een onvoldoende betekenen en bij mijn weten ben je dan gezakt. Nemen HBO en WO tegenwoordig ook gesjeesde middelbare scholieren aan? Dan is het zelfs briljant, dat daarvan 50 en 40 procent binnen 5 jaar weet af te studeren.
Nog een vraagje: hoe is het verschil in de resultaten tussen HBO en WO te verklaren? Zijn HBO-studies zoveel makkelijker dat er, ongeacht het middelbare schoolcijfer, zo’n 10% meer afstudeert dan in het wetenschappelijk onderwijs? Of zijn hangen HBO’ers minder in de kroeg, dan de studenten op universiteiten, bekend van het rijke corpsleven?
Ach, misschien begrijp ik te weinig van de opzienbarende rekenkunde van het CBS. Had ik in mijn jonge jaren maar meer rekenles gehad op de Pabo. Die ik overigens, met een gemiddeld Havo-cijfer van 6,5 toch mooi in precies 3 jaar heb gehaald.
Zorg betreden op eigen risico
Wat de regering ook doet, de zorgt is duur, blijft duur en wordt nog duurder. Het kabinet wilde graag weten of de bestaande regelgeving al besparende vruchten afwerpt, maar daar is het nog te vroeg voor. De evaluaties over de Zorgverzekeringswet (Zbw), Wet op de zorgtoeslag (Wzt) en de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) zijn binnen en worden naar de 2e Kamer gestuurd.
Mooi op tijd, want het kabinet moet zware knopen doorhakken over bezuinigingen in de zorg. En “als je als gevolg van de economische crisis zoveel moet bezuinigen, kun je niet langer om taboes heen”, zegt Dik Hermans, bestuursvoorzitter van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) in een interview met het dagblad Trouw.
De bekende “taboes” passeren de revue: ongezond levende mensen niet verzekeren, de oudste burgers niet te lang doorbehandelen bij dure ziektes, kostbare merkmedicijnen vervangen door goedkopere en onderscheid maken tussen kwaaltjes en ongemakken.
Maar de CVZ-voorzitter constateert ook overbodige onderzoeken. Bijvoorbeeld: iemand denkt kanker te hebben. Moet je een geruststellend onderzoek nog langer financieren, vraagt heer Hermans zich af. Hij haalt een oncoloog aan, die beweert dat 70% van het onderzoek overbodig zou zijn.
De bange burger gelooft de specialist niet op zijn mooie ogen en wil bewijs zien? Ik waag dat te betwijfelen. Eerder zal een arts alle risico’s willen uitsluiten en daarom bij kanker en hart- en vaatziektes voor alle zekerheid toch wat onderzoekjes laten doen.
Het komt er op neer de Zorgverzekeringswet uit te kleden en de toepassing ervan te beperken. De wet beoogt een voor iedereen toegankelijke, kwalitatief goede zorg. Hoewel in de evaluatie wordt gesteld dat de 2 tot 3 jaar dat de wet in werking is, tekort is voor een goede beoordeling, zijn er wel al wat zaken aan te wijzen, die niet tot kostenverlaging hebben geleid.
Zo leidde de invoering van een basispakket voor iedereen tot toename van het solidariteitsprincipe, maar de verplichtende werking leidde ook tot wanbetalers. De onderzoekers adviseren de nominale premie te verlagen, om dat solidariteitsprincipe overeind te houden. Een voor iedereen betaalbare verzekering.
Het kabinet volgt dat advies niet op, want “er is juist voor deze nominale premie gekozen, zodat iedereen zich realiseert dat zorg niet gratis is”. Bovendien is er de zorgtoeslag om de lagere inkomens tegemoet te komen. En het afgelopen jaar heeft het kabinet wat maatregelen bedacht om de wanbetalers aan te pakken.
Die zorgtoeslag en maatregelen tegen wanbetalers kosten natuurlijk geld. Helaas is nergens een goede berekening te vinden waaruit te halen valt wat nou goedkoper is: een lagere premie of aanrommelen met de zorgtoeslag en ad hoc maatregelen tegen wanbetalers.
Het eigen risico levert ook nauwelijks wat op, stellen de onderzoekers, die vervolgens adviseren het eigen risico afhankelijk te maken van een x-bedrag aan zorgkosten, gerelateerd aan leeftijd.
Gaat het kabinet ook niet doen. Terecht stelt het kabinet dat leeftijd niet altijd een graadmeter is voor hoge zorgkosten. En het bespaart wel, zegt het kabinet. Ruim 1,45 miljard euro wil de regering niet zomaar aan de neus voorbij laten gaan.
En dan de verzekeraars. Ze zijn verplicht iedereen te accepteren, ook de mensen met een hoog risico. Daarvoor krijgen de verzekeraars een risicoverevening. Dat systeem kan nog wat beter, vinden de onderzoekers. Het kabinet belooft dat wel te doen. Ook dat kost geld. Een voorbeeld van regelgeving die goed voor de betrokkenen heet te zijn, tegelijkertijd geld moet besparen, maar tekortkomingen kent, die weer met geld gecompenseerd moeten worden.
Het beleid in een notendop. Om de haverklap wijzigende wetten en regelgeving. De oplopende kosten verwijten aan burgers, medisch personeel en zorginstellingen. Dus premies, tarieven en salarissen aanpakken. En toch wordt de zorg gestaag duurder.
Een consistenter beleid, in plaats van een pleister hier en een prikje daar, zou wellicht wat geld schelen. Maar bovenal is het een kwestie van kiezen. Willen we onze, toch redelijke goed zorg overeind houden, dan vraagt dat om lef.
Taboes aanpakken? Zeker. Maar liggen die taboes nu op ongezond etende burgers, of op het verbieden van de productie van ongezond voer?
De taboes hoeven niet binnen de zorg te liggen. Ze liggen ook binnen andere sectoren. Misschien kunnen die taboes doorbroken worden om risico’s op allerlei kwaaltjes te beperken? Risico’s waar je niet om hebt gevraagd, als je hier wordt geboren. Maar wel voor moet opdraaien?
Mensen zijn bange muizen.
Gek dat niemand er nog is op gekomen, maar er is een relatie tussen het natuurlijke klimaat en het angstige klimaat dat in delen van de samenleving wordt aangewakkerd door paniekzaaiers.
Angststoornissen, en met name paniekaanvallen, hebben veel met CO2 te maken. Een teveel van dat spul in je bloed en je slaat aan het hyperventileren. Amerikaanse onderzoekers wisten al dat angst niet in de onderbuik zit, maar in een specifiek deel van de hersens. CO2 zet die paniekknop in werking. Met genetische manipulatie kregen ze muizen zover dat ze geen last van hoge concentraties CO2 hadden. Niks geen paniek meer (lees meer op VPRO’s Noorderlicht).
Nu gaat het niet best met het terugdringen van de CO2-uitstoot. De energieraad meldde vorig jaar dat de CO2-uitstoot was toegenomen, in plaats van gedaald.
Hoewel er verhitte discussies gaande zijn over de rol die CO2 speelt bij de opwarming van het klimaat, bewijst het muizenverhaal dat het spul wel van belang is bij allerlei bangigheid.
In Nederland hebben ongeveer 1,7 miljoen mensen wel een of andere angststoornis. Exacte en actuele cijfers zijn er niet, omdat onderzoek hiernaar wat achterloopt. Of het aantal bange mensen groeit of afneemt is onbekend. In de GGZ circuleren cijfers die een groei van 0,4 procent suggereren. Van alle kwalen waarmee men naar de psychiater stapt, vormen angststoornissen een klein deel, maar in ieder geval ligt het rond de 1 miljoen bange burgers.
De RIVM schat dat tussen 21005 en 2025 dat aantal zal toenemen met 4,7%. Hetgeen wordt veroorzaakt door bevolkingsgroei en vergrijzing. Over de CO2-uitstoot wordt niets vermeld.
Mocht daar wel een verband mee bestaan, dan verklaart het allerlei bangigheden van de laatste tijd. Van angst voor klimaatverandering, tot angst voor medeburgers. Het is dus om meerdere redenen van belang de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Dat gaat echter nog wat jaartjes duren.
In Den Haag denkt men pas in 2050 volledig CO2-neutraal te zijn. Da’s jammer, want in Den Haag opereert een paniekzaaiertje die aardig wat mensen mee krijgt. Moeten we daar tot 2050 last van hebben?
Huiselijk geweld: feest en treurnis.
Kon vorig jaar juni in Rotterdam de taart worden aangesneden wegens de heuglijke mededeling dat het aantal meldingen van huiselijk geweld met 50% was toegenomen, nu gaat de vlag uit omdat de 100e instelling de meldcode huiselijk geweld heeft ondertekend.
Dat is nog niet genoeg, dus past de gemeente Rotterdam een lichte vorm van geweld toe: meldcode niet ondertekenen? Dan ook geen subsidie. Het Riagg-Rijnmond, die al vanaf het begin dwars lag, is het eerste slachtoffer.
Rotterdam was de eerste gemeente die met de meldcode voor huiselijk geweld is begonnen. Het pilotproject moest als voorbeeld dienen voor een landelijk in te voeren meldcode.
De meldcode is een soort stappenplan, die zorgvuldig melden van huiselijk geweld en kindermishandeling moet bevorderen. Niet alleen voor gezinshulpverleners en huis- en kinderartsen, ook voor personeel in het onderwijs, de kinderopvang, politie en instellingen in de maatschappelijke opvang.
De meldcode moet geen verplichting tot melding bevatten, maar moet het makkelijker maken dat diverse professionals met elkaar kunnen overleggen en samenwerken.
Een eerste evaluatie van de invoering van de meldcode, valt voorzichtig positie uit. Het Verwey-Jonker Instituut constateerde dat de betrokken instellingen de meldcode geschikt vonden voor alle werksoorten. Er waren wel wat knelpunten.
Zo kost de invoering van de code meer tijd dat men verwachtte. Het Verwey-Jonker Instituut schrijft: “Het is niet een kwestie van een meldcode ondertekenen en de werknemers een cursus geven”.
Verder ontbreekt een kwaliteits- en registratiesysteem dat toezicht moet bieden op een juist gebruik van de meldcode.
Een bijzonder knelpunt voor de invoering van de code, vormen de vele reorganisaties en fusies, waardoor de invoering sterke vertraging oploopt (meer te lezen in het rapport van het Verwey-Jonker Instituut – pdf!).
Ligt het Riagg-Rijnmond daarom dwars? Nee, de invoering van de meldcode stuit op principiële bezwaren.
Vorig jaar noemde Riagg-directeur Jos Lamé in een interview in het NRC, de meldcode één van de gedrochten van het “absurd stalinistisch, megalomaan” beleid dat Jeugdminister Rouvoet en zijn stad Rotterdam voorstaan.
Hij kondigde in 2008 al aan de meldcode huiselijk geweld niet te ondertekenen, omdat hij niet gelooft in “elektronische registratie, snelle gegevensuitwisseling tussen hulpverleners en één transparante behandeling”.
In het NRC-interview stelde hij dat het “juist heel belangrijk is, dat ideeën van professionals met elkaar botsen, dan blijft het debat gaande over de oplossing van de razend complexe problemen waarin mensen en gezinnen verkeren. Het is dus juist goed dat er schotten in de zorg bestaan”.
De Riagg-directeur meent dat de diverse hulpverleners en instellingen elkaar best goed weten te vinden, als ze dat nodig vinden. En toezicht op de hulpverlening is voldoende geregeld omdat verantwoording aan de inspectie moet worden afgelegd en er ook een intercollegiale toetsing bestaat.
Nu gaat het Riagg-Rijnmond dus de tol betalen voor de rebelse houding. Terecht?
Dat lijkt me te vroeg. In Rotterdam is alleen nog de implementatie geëvalueerd en daar valt nog wat aan te verbeteren, zoals het Verwey-Jonker Instituut concludeerde. Over de feitelijke, praktische toepassing van de meldcode is nog niets bekend. Behalve dan dat de verantwoordelijke wethouder juicht over de toename van meldingen, zelfs van zeer lichte gevallen van huiselijk geweld.
Dat lijkt mooi, maar kan tevens al signaal worden gezien dat er lukraak wordt gemeld om de subsidiegever tevreden te stellen. Of de betrokken gezinnen er ook goed mee geholpen zijn, is nog maar de vraag en veel te weinig over bekend.
De gemeente Rotterdam is wel een heel voortvarende regisseur van de plannen van Rouvoet en Hirsch Ballin. Dwang uitoefenen om alle betrokken instellingen tot ondertekening te krijgen, is een vorm van bestuurlijk geweld waar nog geen meldcode voor bestaat.
Update: zie nu dat er ook al een prima stuk over deze kwestie op Sargasso staat: Hulpverlening en de meldterreur.
Voorzichtig met huurders
“De Woonbond pleit voor een landelijke code voor corporaties om voorzichtig om te gaan met huurders” (quote uit de Volkskrant over de sloop van goedkope huurwoningen).
In 2008 zouden er ruim elfduizend goedkope huurwoningen zijn gesloopt. Dat stelt De Volkskrant naar aanleiding van een eigen onderzoek onder 25 grote woningcorporaties.
Het bestand aan goedkope woningen is met 5 procent gekrompen, terwijl het aantal duurdere woningen met 13 procent is toegenomen.
Dat lijkt wel de heersende trend. Zo zijn er in 332 van de 443 gemeenten meer koop- dan huurwoningen. Landelijk is het aantal woningen met een WOZ-waarde van 1 miljoen euro of hoger met 33 procent toegenomen. Dat is overigens een schamele 0,4 procent van de totale woningvoorraad.
Dat er meer koop- dan huurwoningen zijn, wil nog niet zeggen dat het duurder wonen is. De maandlasten van huurwoningen kunnen soms hoger zijn, dan die van koopwoningen. In ieder geval zullen de meeste koopwoningen duurder zijn dan huurhuizen in de sociale sector.
En in die sector wordt aardig gesloopt, maar blijft de vervanging met goedkope woningen achter. Dat is voor een aantal huurders probleem één. De sloopt betreft vooral woningen die niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen en waarvan de corporaties renovatie niet effectief vinden.
Het tweede probleem is dat sommige huurders niet willen verkassen uit hun oude, vertrouwde buurt. Maar de corporaties vervangen de gesloopte huizen door duurdere woningen.
De overheid zou daar rekening mee kunnen houden in de maatregelen die men wil treffen tegen het woningtekort en de stagnerende nieuwbouw. Het ministerie van VROM kwam onlangs met het rapport “Verkenning effecten stimuleringsmaatregelen rond de woning bouw” (hier als pdf-document). Daar stond in dat de nieuwbouw de komende jaren sterk terugloopt. In 2010 zal de bevolking met 0,8 procent toenemen, maar daalt de woningproductie met 13,5 procent.
De Woonbond wil de corporaties een landelijke code opleggen, die er voor moet zorgen dat huurders niet worden weggejaagd uit hun buurten en dat er in overleg met de bewoners fraaie renovatieplannen worden opgesteld. Een code waar de Tweede kamer ook voor is en graag in 2011 ziet ingevoerd.
Ook hier moet een code dus gewenste maakbaarheid afdwingen. Terwijl we toch een woningwet hebben en de politiek kan bepalen wat en voor wie er wordt gebouwd.
Blijkbaar is de overheid te voorzichtig met de corporaties omgesprongen en is er nu een voorzichtigheidcode nodig om huurders te beschermen.
Blijven we met mooie codes te tekortkomingen van beleid dichtplamuren?
