Auteursarchief: Klokwerk

Dag van de wereldburger

Dag van de wereldburger De internationale dag van de migrant is bijna voorbij. Nederland mag gerust een migratieland worden genoemd. Waarom? Elk jaar komen er mensen binnen, elk jaar verlaten mensen dit land. In 2007 telde het CBS 116.819 immigranten en 122.576 emigranten. Al vanaf 2003 gaan meer mensen weg, dan er binnenkomen. Was u dat ook al opgevallen?

En hoe zit het dan met die immigranten? Waar komen ze vandaan? Wel, ook weer bij het CBS zien we dat in 2008 op een totale bevolking van ruim 16 miljoen mensen, zo'n 3 miljoen zogenaamde allochtonen kennen.

De ruim 13 miljoen autochtonen stammen allemaal af van immigranten die uit het noorden, het oosten en het zuiden de lage landen bezochten en bleven hangen. Friezen, Bataven, Kaninefaten. Later kwamen daar Romeinen, Saksen, Franken, Vikingen, Bourgondiërs, Habsburgers, Spanjaarden, Fransen, Duitsers, Amerikanen, Canadezen en Russen bij.
Om de Hongaren, Chinezen, Italianen, Portugezen niet te vergeten.

Wie het als Nederlander dan hier, na een poosje wel weer gezien had vertrok naar de Verenigde Staten, Canada, Zuid-Amerika, Australië en Zuid-Afrika.
Tegenwoordig zoeken de meeste nederlandse emigranten het dichter bij huis: Duitsland en België.

De ruim 3 miljoen allochtonen komen voor bijna 55 procent uit niet-westerse landen: Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Niet-westers in de definitie van het CBS, want die rekent Aziatische landen als Indonesië en Japan er niet bij.
Immigranten uit die landen worden gerekend tot de westerse allochtonen, toch altijd nog 45 procent van het gehele allochtone volksdeel.

De 13 miljoen autochtonen zijn grotendeels hun migrantenverleden vergeten. Geeft niet, voor velen ligt die afstamming al weer zo ver weg. Zo gaat dat blijkbaar als je hier lang genoeg woont.

Op deze dag van de migrant is het goed er even bij stil te staan dat migratie een ingeburgerd verschijnsel is in de wereld. Het gaat niet altijd om complete volksverhuizingen. Er mogen dan wel meer nederlanders emigreren dan immigreren, de meeste nederlanders blijven zitten waar ze zitten. Dat geldt zelfs voor de meest arme landen. Ook daar verlaten heel wat mensen huis en haard (voor zover aanwezig), maar de meesten blijven thuis.

Er zwermen wel zoveel mensen over de aardbol uit, dat in 2006 Kofi Annan (toen secretaris van de VN) het opnam voor de 191 miljoen migranten. Hij riep de VN-lidstaten op migratie onderdeel van hun beleid te maken. Accepteer dit sinds mensenheugenis bestaande verschijnsel. Al was het alleen maar om de vele migranten te bedanken die werk doen, waar ex-migranten inmiddels hun neus voor ophalen.

Ik vrees dat we nog jaren de dag van de migrant voorbij zullen zien trekken voordat die omgedoopt kan worden in de dag van de volwaardige en geaccepteerde wereldburger.

Burger heeft geen behoefte aan normen- waarde catalogus

Burger geen behoefte aan normen- waarde catalogus

De normen- en waarden catalogus, ideetje van de ChristenUnie en nu in voorbereiding door de ambtenaren van Guusje ter Horst, heeft eigenlijk geen zin, omdat de meeste burgers al hele goede burgers zijn.

Dat zouden ze op Binnenlandse Zaken ook moeten weten, want het ministerie heeft een onderzoek laten doen naar de behoeften van het volk betreffende een code voor goed burgerschap. Volgens BN/De Stem toont het onderzoek aan dat bijna iedereen zich al een voorbeeldige burger vindt. Bovendien vinden de meeste ondervraagden dat zo'n gedragscode er alleen moet komen als de burger daar zelf om vraagt en niet als die van hogerhand wordt opgelegd.
Het weblog Sargasso had dat goed voorzien en ondernam een initiatief waar de burgers
zelf invulling konden geven aan hun burgerwaarden catalogus.

Opzienbarende conclusies? Nee. Hoewel menig burger zich van alles en nog wat laten aanleunen en dus verwacht mag worden dat ook de normen- en waarden catalogus als ongevraagd reclame drukwerk geconsumeerd zal worden, overtreedt diezelfde burger regelmatig allerlei wetten als ze dat zo uitkomt.
Die ambivalente houding zou bovenaan kunnen staan in een catalogus van trotse kenmerken die dit land karakteriseren. Conformisme en non-conformisme, braafheid en dwarsheid, meegaandheid en opstandigheid hebben altijd naaste elkaar bestaan. De onenigheid die dat soms oplevert vinden we terug in opiniepolls, publieksdebatten en de reactievelden op webforums en weblogs. Maar zelden wordt het nog op straat ten toongespreid. Het zijn de 70'er en 80'er jaren niet!

Moet het kabinet zich wat aantrekken van die conclusies? Nee. Dat zou een onverwachte en schokkende beleidsbreuk zijn en dat zou weer een nog groter wantrouwen in “de politiek” tot gevolg hebben, dan tot nu toe in diverse statistieken is aangegeven. Hooguit zou het kabinet meer rekening moeten houden met de volksaard. Jan Klaassens zijn we. Regelmatig in conflict met het blauw op straat, maar vooral rekkelijk braaf.

Bovendien, als het kabinet alle meningen van het volk over zou nemen en dat tot regulier beleid zou maken, dan maakt het zichzelf overbodig. Zou u dat willen?

Investeren in onderwijs loont

Investeren in onderwijs loont Wilt u hier eens iets positiefs lezen over de laatste kabinetten Balkenende (III en IV)? Daar komt-ie dan: de investeringen in het onderwijs beginnen vruchten af te werpen. Een mbo-student is meer gaan kosten dan een student in het hoger onderwijs.

Nu zullen hier en daar de wenkbrauwen naar het plafond schieten. Investeringen leveren duurdere studenten op? Is dat dan de bedoeling?

Tja, één van de redenen dat het mbo het duurste vervolgonderwijs is geworden, is de toename aan leerlingen. Meer leerlingen kosten meer geld. Dat is nog geen investering, dat zijn gewoon de dagelijkse kosten. Steeds meer leerlingen blijven in het onderwijs na beëindiging van de volledige leerplicht. De grootste groei zat in het mbo (toename van 18 procent) en het hoger onderwijs (29 procent meer studenten).

Ondertussen kost een mbo'er bijna 2000 euro meer dan een hbo-student. Okee, er zijn meer mbo'ers dan hbo'ers. Maar er zijn meer redenen waarom een mbo'er aan de dure kant is.

De maatschappij al een tijdje te wachten op de betere vakman en de hoger opgeleide werknemer. Nou zit die maatschappij op wel meer zaken te wachten, waar dit kabinet een stuk minder investeringsbereid voor lijkt. Maar wat het onderwijs betreft lijkt het de goede kant op te gaan. Neem dat mbo. Een greep uit de investeringen die het kabinet heeft gedaan. Ik beperk me even tot het mbo.

Onder Balkenende III werd extra geld uitgetrokken voor meer stageplaatsen en leerbedrijven. Behalve in de gezondheidszorg is dat ook gelukt. In 2006 heeft een investering van 40 miljoen euro er toe geleid dat er genoeg leerwerkplekken zijn. Bovendien heeft men met 95 miljoen euro ondersteuning mogelijke gemaakt voor mbo'ers die het wat moeilijk hebben en dreigen uit te vallen. Balkenende IV doet er een schepje bovenop.
Het mbo krijgt twee jaar meer tijd (is geld) om
competentiegericht onderwijs te realiseren en krijgen bedrijven subsidie om nieuwe methoden voor praktijkleren te ontwikkelen. In augustus is een proef gestart om vmbo en mbo te combineren met als doel meer kans voor de leerlingen op een diploma op mbo2-niveau en hopelijk ook minder schooluitval. Het bijzonder eraan is dat leerlingen niet eerst een vbmo-diploma moeten halen, alvorens door te stromen en les krijgen op één locatie en met dezelfde vbmo- en mbo-docenten te maken hebben.

En wat te denken van de 116 miljoen dit jaar, bedoeld om de doorstroom vmbo-mbo-hbo te stimuleren en de studenten op ondernemerschap voor te bereiden. Om de zaak goed af te ronden doet het kabinet nog een duit in het mbo-zakje om er voor te zorgen dat het taal-en rekenniveau van mbo'ers wordt opgeschroefd.

Denk niet dat het mbo nu in weelde ronddobbert. Door het mbo met 155 miljoen euro te korten, denkt het kabinet de scholen te stimuleren hun leerlingen binnen te houden. Daartoe is de 2e teldatum ingevoerd. Hebben de mbo-instellingen op die datum nog steeds hetzelfde aantal leerlingen als op de 1e teldatum, dan kunnen ze alsnog die 155 miljoen krijgen.

Bovendien is het kabinet niet de enige die investeert in het mbo. Bedrijven zijn de belangrijkste particuliere geldverstrekker. Zij hebben meer betaald aan de stage- en leerwerkplekken. Ook de huishoudens, de ouders dus, hebben meer moeten bijdragen aan de lessen.

Maar goed, er zijn dus meer mbo-leerlingen die ook vaker hun diploma halen. En hoger onderwijs wordt steeds populairder. Althans, volgens de bronnen die u in de links hierboven aantreft (het CBS en de website regering.nl).

Borstklopperij van de overheid of komt de beter gekwalificeerde vakman en de hoger opgeleide werknemer er nu echt aan?

Onrustdag

Onrustdag

Genietend van de zondagsrust nog even een beschouwing over arbeidsonrust.

Vakbonden uit heel Europa gaan aanstaande dinsdag wat arbeidsonrust organiseren op de stoep voor het Europees Parlement. De vakbonden hopen met een grote demonstratie het parlement over te halen een besluit van Europese ministers van Sociale Zaken ongedaan te maken.

De ministers hebben besloten dat het de lidstaten vrij staat om 60 uren per gemiddelde werkweek als norm in de arbeidstijdenwetten op te nemen.

De nederlandse arbeidstijdenwet kent sinds 1 april 2007 ook een werkweek van 60 uur, maar bij 16 aaneengesloten weken noeste arbeid, mag het niet meer dan 48 uren gemiddeld per week zijn. (zie artikel 5:7 uit de Arbeidstijdenwet).

De Europese ministers hebben dus de weg vrij gemaakt voor een toename aan arbeidsonrust.
Onder de noemer “flexibele arbeidstijden” wordt langer werken verstaan. Dan ligt het gevaar op de loer dat ontspanning (vrije tijd) en reproductieve arbeid (huishouden, boodschappen doen, zorg voor kinderen) in de knel komen. Dat moet wel tot de nodige onrust leiden.

Ja maar, zeggen de Europese overheden, als we dit niet goed regelen dan krijgen we grote problemen als de vergrijzing eenmaal een feit is. Vanwaar dan naar een eendimensionale en verhullende wetgeving gegrepen?

Verhullend, omdat ze net zo goed een wet had een kunnen bedenken waar een maximum aan vrije tijd is vastgelegd. Dat had duidelijker geweest, maar zeker tot grotere protesten geleid dan de vakbonden dinsdag waarschijnlijk op de been kunnen krijgen.

Eendimensionaal, want er zijn meerdere oplossingen. Bijvoorbeeld eens nagaan of alle werk dat er nu is, allemaal wel zo nodig is. Schrap je de productie van onzinnige, onnuttige hebbedingetjes, dan kunnen de zo vrij gekomen werkende handen ingezet worden bij de wel nuttige en zinvolle arbeid.

Maar ook dat zal tot protesten leiden waar de Europese ministers liever niet mee te maken willen hebben. Ze worden niet graag beschuldigd van staatsbemoeienis met de vrije markt.

Je kan het de minister niet kwalijk nemen dat ze hen dan maar één oplossing rest: we moeten langer werken.

Participerende barmhartigheid

Participerende barmhartigheid

Donderdag bewees Nederland weer eens een land van tegenstellingen en grote eenheid te zijn.

De miljonairs hielden hun Miljonair Fair, waar toppertje Gordon zei niets te zullen kopen omdat-ie toch al alles had. Zijn collega-topper Froger hield tegelijkertijd de armelui aan de buis gekluisterd tijdens de inzamelingsactie voor de voedselbanken.
De miljonairs bewonderden eensgezind Pamela Anderson en elkaar, de rest van het land bevorderden eensgezind de voedselbank tot miljonair. Ruim 45.000 donateurs en een dikke 2 miljoen aan giften rijker. Het enige dat er aan ontbrak was dat de regering de opbrengst niet verdubbelde.
Normaal gesproken trekt de overheid bij landelijke hulpacties ook de portemonnee. Maar goed, dat zou in dit geval een erkenning zijn van een beleid dat er maar niet in slaagt in een welvaartsstaat de armoe buiten de deur te houden.

Nederlanders zijn best gul. Jawel, ze denken op de eerste plaats aan zichzelf. De feestelijke decemberuitgaven zullen dit jaar naar verwachting weer iets hoger uitvallen dan de anderhalve miljard euro van vorig jaar. Maar door het jaar heen denken ze wel degelijk aan de goede doelen en spenderen daar ruim 1 miljard euro aan (zie dit artikel van vorig jaar december).

Twee koepelorganisaties voor fondsenwerving melden vandaag nadere samenwerking te zoeken. De fondsenwerving zal de komende jaren aardig groeien. Reden om de handen ineen te slaan. Verwachten ze dan geen nadelige gevolgen van de kredietcrisis?
Het NGF (Nederlands Genootschap van Fondsenwervers) weet het nog niet en ging dat vandaag op een symposium
nader bestuderen.
Het ISF (Instituut voor Sponsoring en Fondsenwerving) richt doodleuk
een nieuwe bank op. Een bank zonder filialen en pinautomaten. De bank gaat bedrijven over halen in de Derde Wereld te investeren, In ruil daarvoor regelt de bank belastingaftrek.

Nu was menig bedrijf niet te beroerd om eieren, koelcellen of geld te geven aan de voedselbank, die het noodlijdend deel der samenleving van dagelijkse kost voorziet. Maar of ze ook willen investeren in landen waar mensen niet eens zoveel te eten hebben als de gemiddelde arme hier, is nog maar de vraag. Nu onze nationale voedselbank miljonair is geworden, wordt het misschien tijd er een multinational van te maken.

En wat te denken van participerende barmhartigheid? De burger wordt tenslotte eindeloos aan het hoofd gezeurd te participeren. Nou, bij Oxfam Novib kan dat. Donateurs krijgen de gelegenheid bij hun gulle gift te vermelden waar ze dat geld het liefste aan besteed willen zien.

De nieuwe donateurs van de voedselbank hebben hun keuze overduidelijk gemaakt. Een steuntje in de rug van de vele vrijwilligers die de voedselbanken runnen.
Het kabinet zal tevreden zijn: zie je wel, participerende barmhartigheid lost de zaken wel op. Van barmhartigheid kan de overheid haar handen nu wel aftrekken om ze vrij te houden voor het echte werk: steun aan slecht werkende banken.

Dagenlang bergen verzetten

Dagenlang bergen verzetten

December wordt door nogal wat mensen als druk ervaren. De laatste loodjes. Bergen werk te verzetten. En dan ook nog eens al die feestdagen.

Al die feestdagen?
U was zeker vergeten dat het vandaag ook de
internationale dag van de berg was? Gisteren de VN-dag van de mensenrechten en afgelopen zondag de nationale dag van de vrijwilliger.

Het is maar goed dat niet iedereen voor elke religieuze gedenkdag en elke nationale feest-of herdenkingsdag vrij krijgt. Zou iedereen ook alle internationale en nationale themadagen vrij nemen, dan is de kredietcrisis peanuts vergeleken met de ineenstorting van de economie als het alle dagen feest zou zijn.

Niet alleen de religieuze groeperingen kennen zo hun dagen. De VN evenaart in ieder geval het katholieke volksdeel. De internationale dag van de berg is één van de 59 dagen die de VN elk jaar presenteert.
Nationaal lijken we met nieuwjaarsdag, koninginnedag en 4 en 5 mei amper mee te tellen. Maar wat dacht u van nationale themadagen als valentijn, moeder- en vaderdag, dag van de secretaresse en de dag van het gezin? Die komen zo vaak voor dat ik niet eens de moeite heb genomen die op te nemen in dit summiere overzicht (xls. document).

December is niet eens de allerdrukste maand. Als we alleen kijken naar de religieuze feestdagen, de VN-dagen en de bekendste nationale dagen, dan is maart is met 24 dagen net iets drukker dan mei en december (beide 22 dagen).

Groeperen we de maanden per kwartaal, dan zien we dat het 1e kwartaal het drukst is (49 dagen) en dat het daarna steeds rustiger wordt (tot 36 dagen in het laatste kwartaal).

Kortom, december is niet de enige maand dat er dagenlang bergen drukte is. Wie er als een berg tegenop ziet, moet dat eens voor ogen houden. Of anders die berg de rug toekeren.

Spreek recht wat krom is

Spreek recht wat krom is Wel eens werknemers de straat op zien gaan voor minder salaris? Arbeidsonrust komt toch al niet zoveel voor, hoewel het onder Balkenende's kabinetten wel is toegenomen (zie dit artikel hier). En dat beetje opstandigheid betrof vooral de cao-onderhandelingen, ofwel eisen voor meer loon. Maar grote werknemersacties met eisen betreffende de topsalarissen, het ontslagrecht en de pensioenen (vergrijzing) hebben we nog niet op straat gezien (zie ook dit artikel).

Om te voorkomen dat we met een historische noviteit te maken krijgen en arbeiders de straat opgaan om minder (top)salarissen te eisen, maakt het kabinet werk van een grotere invloed van de ondernemingsraden bij beursgenoteerde bedrijven.

Op grond van een SER-advies krijgen die raden spreekrecht tijdens aandeelhoudersvergaderingen. De arbeiders mogen kenbaar maken wat ze vinden van benoemingen, ontslagen en beloningen van commissarissen en bestuurders. De aandeelhoudersvergadering is niet verplicht de standpunten van de OR over te nemen.

De vakbonden FNV en CNV zullen dus naar andere middelen moeten zoeken om hun grieven over de laatste voorstellen van de commissie Frijns opgenomen te zien in de Corporate Governance Code (Code Tabaksblat). De OR-leden, meestal vakbondsleden, krijgen spreekrecht dat nergens toe hoeft te leiden.Het

CNV meent dat Frijns ” volstrekt onvoldoende aandacht besteedt aan de positie van werknemers. Deze moet worden versterkt onder andere door meer invloed op de Raad van Commissarissen. Met de Wet op de Ondernemingsraden alleen zijn we er niet”.

Sinds 1 september 2006 zijn bedrijven wel verplicht het beloningsbeleid met de OR te bespreken (Wet Harrewijn), maar een onderzoekje van Schouten & Nelissen bracht aan het licht dat het bij driekwart van de ondernemingsraden maar niet aan de orde komt. Al

in februari dit jaar, werd duidelijk dat de SER een grondige versterking van medezeggenschapregelingen bij beursgenoteerde bedrijven absoluut niet nodig vond. Het enquêterecht van aandeelhouders is meer dan voldoende en bij multinationale bedrijven zou meer werknemersinmenging er toe kunnen leiden dat ze geen zin meer hebben hun bedrijven hier te vestigen. Dat moeten we niet willen, zegt de SER. Het kabinet denkt er blijkbaar net zo over, want het heeft inmiddels het SER-advies doorgestuurd naar de Raad van State.

Spreekrecht is toch wat anders dan een vinger in de pap. Tenzij de OR spreekt van mogelijke maatregelen op de werkvloer als de geachte aandeelhouders ideeën van de werknemers weigeren over te nemen. Maar dat is dreigen met arbeidsonrust en voor je het weet willen de aandeelhouders de zaak van de hand doen.

Waarom de OR, als wettelijke vertegenwoordiger van de werkvloer, niet als even gelijkwaardige partner in het bedrijfsbestuur opgenomen? Spreekrecht, medezeggenschap, het zijn de instrumenten der repressieve tolerantie die uit de kast werden gehaald als reactie op allerlei onrust in de 60'er en 70'er jaren. Tot op vandaag de dag worden die instrumenten verkocht als versterking van democratische processen. Aan daadwerkelijk meebeslissen is de democratie nog niet toe. De vraag is dan over wiens democratie je het hebt.

Zolang beslissingsrecht niet aan de orde is, zullen we alleen met spreken zaken recht zien te kletsen die krom zijn. Lukt dat niet, dan blijf je maatschappelijke onrust houden.

Zorgelijke sportkosten

Zorgelijke sportkosten Quote van de week: “Wanneer de kosten van de gezondheidszorg als gevolg van een onvoldoende actieve leefstijl, 907 miljoen euro in 2007, worden afgezet tegen een besparing van 230 miljoen euro door alle sportblessures te voorkomen, dan genereert niet of onvoldoende bewegen minimaal 677 miljoen euro aan zorgkosten per jaar“.
(Uit persbericht Sociaal Cultureel Planbureau bij de presentatie van
Rapportage sport 2008, vandaag aangeboden aan staatssecretaris Bussemaker van VWS).

Met een fraai staaltje boekhoudkunde laat het SCP zien dat meer bewegen loont. Gooi geblesseerde sportievelingen op één hoop met mensen die onvoldoende actief leven, reken uit wat je kan besparen aan kosten voor sportblessures en dan heb je ineens 230 miljoen minder kosten die onvoldoende bewegende mensen veroorzaken.

Het SCP zegt wel dat bewegen goed is, maar dat er rekening moet worden gehouden met de blessures die dat op kan leveren. Het rapport meldt dat meer mensen zijn gaan sporten (aandeel sporters in de Nederlandse bevolking is gestegen van 61% in 2003 naar 65% in 2007). Ze doen dat echter vaker op eigen houtje dan in clubverband. Fitness, zwemmen, fietsen en hardlopen zijn de meest gekozen sporten.

Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) kwam in 2005 met een paar feitjes over sportblessures. Ongeveer 1 op de 5 actievelingen heeft wel eens een blessure. De kosten die dat met zich meebrengt kwamen neer op een gemiddelde van 570 miljoen euro per jaar. Bij sommige sporten was een afname van blessures, maar bij andere sporten nam het aantal gewonden juist weer toe. Opvallend: fietsen (wielrennen en mountainbiken) bleek blessuregevoeliger. En trampolinespringen. Dat was volgens het RIVM te wijten aan de toegenomen aanschaf van tuintrampolines.

Preventie kan het aantal blessures terugdringen en mogelijk tot 6 miljoen per jaar besparen aan directe kosten (zorg) en indirecte kosten (arbeidsverzuim). Met andere woorden: een actieve leefstijl zonder blessures is goed voor de mens en goed voor het beperken van de zorgkosten. Op korte termijn.

Datzelfde RIVM heeft namelijk ook berekend dat gezond gedrag op de langere termijn tot duurdere zorg leidt.
Zou iedereen stoppen met roken, dan wordt de zorg over 100 jaar 6,2 procent duurder. Zou niemand meer overgewicht hebben, dan stijgen de kosten met 2 procent. Gaat iedereen lekker bewegen, dan levert dat een stijging van 2,1 procent op.

Gezond gedrag leidt tot een langer leven. Meer ouderdomsziektes, die je niet met sporten kan bestrijden, maar wel dure behandelmethodes kennen. Zo geredeneerd zou er geen geld gepompt moeten worden in campagnes die tot meer bewegen oproepen en preventieve acties die sportblessures helpen terugdringen. Nee, (nog) meer geld naar onderzoek om Alzheimer en Parkinson de wereld uit te helpen, naar preventieve middelen om botontkalking uit te stellen en naar innovaties die beter horen en zien bevorderen. Om maar eens een paar zaken te noemen.

Meer bewegen loont, stelt het SCP. Die beweging zal dan vooral moeten plaatsvinden in het denken over een gezonde toekomst op de lange termijn. De overheid steekt nu veel geld in sport (de uitgaven van de totale overheid, gemeente, provincie en rijk, stegen tussen 2003 en 2006 met 14% tot ruim 1 miljard euro), maar misschien is het beter een deel daarvan toe te voegen aan de budgetten ter bestrijding van ouderdomskwaaltjes.

De toekomst liegt

De toekomst liegt

De jeugd heeft de toekomst. De jongeren bereiden zich daarop voor door te liegen, te stelen en te bedriegen. In één ding zijn ze eerlijk: ze vinden zelf dat ze een hoge ethische moraal hebben.

Amerikaanse onderzoekers lieten 30.000 jongeren een vragenlijst invullen en de Amerikanen, toch al uitgerust met een hoge morele standaard, waren geschokt over de resultaten. Ten opzichte van een onderzoek in 2006 was de jeugd er in eerlijkheid niet op vooruit gegaan.

Zo'n 42 procent van de jongeren gaf toe wel eens te liegen als daarmee geldelijk gewin behaald kon worden. Dat was drie procent meer dan in 2006.
Dertig procent (2 procent meer dan in 2006) loog niet eens maar bekende winkeldiefstal. En bedrog op school (spieken en internetplagiaat) was met 4 procent toegenomen, hetgeen betekent dat 64 procent van de scholieren sjoemelen met huiswerk en tentamens.
Toch was 93 procent van de ondervraagden uiterst tevreden met de persoonlijke ethiek.

Nou lijkt de Nederlandse jeugd het minstens net zo goed te doen. Jongeren plegen aardig wat bedrog tijdens een sollicitatie, op internet liegen ze hun hele identiteit bij elkaar en met name christelijke jongeren liegen over hun seksuele ervaringen. Zijn ze ook tevreden met hun moraal? Da's niet duidelijk. Wel vinden ze zichzelf een stelletje verwende krengen.

Cultuurpsycholoog Maerten Prins liet wat minder jongeren (13.000) een vragenlijst invullen. Heel andere vragen. En hij kreeg dan ook een heel ander beeld van de jeugd. Braveriken zijn het. Comazuipen, internetverslaving en breezersex zit meer tussen de oren van de minister van Jeugd en de journalisten, dan dat de jeugd zich ook werkelijk aan dit soort uitspattingen overgeeft.
Toch is 24 procent een probleemdrinker, is 10 procent wegens eenzaamheid aan internet gekluisterd en vertoont 8 procent delinquent gedrag.

Het lijkt mee te vallen of de jongeren hebben flink gelogen op de on-line vragenlijst.

Wat betekent dit allemaal voor de toekomst? De jeugd heeft die toekomst, maar moet nog wel een beeld van zichzelf vormen over hoe zijzelf en de dag van morgen er uit zal zien.
Nu is er wel een probleempje. De jeugd is helemaal niet zo hard bezig met dat zelfbeeld. Sterker nog: ze vervelen zich te pletter. En uit armoe grijpen ze dan
naar de krant en zappen de koppen langs.
Dan lezen ze dus dat de ene onderzoeker de ze opzadelt met een beeld van liegende, stelende klieren. Een andere onderzoeker meent dat het suffe braverds zijn en de overheid, de vader en moeder van ons allen, meent dat ze in Sodom en Gomorra vertoeven.

Moet de jeugd met dat onsamenhangende zelfbeeld de toekomst in?

Lang zullen ze leren

foto van www.amstelveenweb.com Een mens is nooit te oud om te leren. Over wanneer en hoe lang verschillen de meningen behoorlijk.
Minister Plasterk wil de jeugd wat langer op school houden en wordt meteen de les gelezen door, onder andere, zijn coalitiegenoten uit CDA en CU. Zij menen dat Plasterk het onderwijs, alweer, een grote schoffelbeurt wil geven.

Dat is dan weer een voorbeeld van hoe slecht het er voor staat met de taalvaardigheid in dit land. Ik begrijp wel waarom het CDA een motie heeft ingediend om mbo'ers met een grotere taalvaardigheid uit te rusten. Overigens is de motie ingediend in samenwerking met de PvdA. Men kan het wel met elkaar eens zijn om 50 miljoen euro te onttrekken aan het budget voor bestrijding van analfabetisme. De motie is aangenomen en het mbo heeft er wat geld bij om meer taal en rekenen te geven.

Blijkbaar zijn kabinet en 2e Kamer het wel met elkaar eens dat laaggeletterdheid en slecht lezende en rekenende mbo-leerlingen de nodige steun verdienen. Maar men is het blijkbaar niet eens dat een wat langer verblijf op de school dat probleem voor een deel zou kunnen verhelpen.

Nu gaat het Plasterk niet om taal en rekenen alleen. Hij maakt zich zorgen om uitval bij vervolgopleidingen. Als leerlingen te vroeg een keuze voor een bepaalde richting moeten maken, kan dat tot teleurstellingen leiden. Dan maar wat langer leren. Wat ouder, maakt misschien wat wijzer.

De kritiek op Plasterk is onbegrijpelijk. Er is nog steeds een tekort aan hoger opgeleiden. Bovendien vallen bepaalde groepen sneller uit in vervolgonderwijs of ze bereiken dat hoger onderwijs helemaal niet. Daar wil Plasterk wat aan doen.

De Volkskrant wijst op een onderzoek van Maurice Crul (Universiteit van Amsterdam). Hij vergelijkt de situatie in Nederland met die in Duitsland en Frankrijk.
In Duitsland gaan kinderen pas op 6-jarige leeftijd naar school en worden ze op hun 10e al geselecteerd op welk vervolgonderwijs ze moeten volgen.

In Frankrijk gaan de kinderen al op 2,5-jarige leeftijd naar school en pas op hun 15e valt de keuze voor een beroepsgerichte of een algemene stroming. En die verschillen leiden er volgens Crul toe dat in Duitsland maar 7 procent van de tweede generatie Turken de universiteit of hoge school halen en in Frankrijk maar liefst 47 procent dat wel haalt.
Het Nederlandse systeem is niet de allerberoerdste: 28 procent haalt hoger onderwijs.

Maar dat kan dus beter. De keuze die voor 12-jarigen hier gemaakt moet worden, betekent voor de meesten ook meteen dat de toekomst is vastgelegd. Maurice Crul stelt dat er geen totale structuurverandering van ons onderwijs nodig is: “Een brede brugklas, van vmbo-t tot en met vwo, bijvoorbeeld. Die hadden we en die werkte heel goed. En kinderen die naar het voorbereidend beroepsonderwijs gaan, die moeten kunnen stapelen om zo toch hogerop te komen”.

Nu hoeft het onderwijs niet op de schop, als de samenleving en arbeidsmarkt verandert. Iemand die op later leeftijd ontdekt meer of minder in zijn mars te hebben, dan de aanvankelijke schoolkeuze voorspelde, zou op elke moment de gelegenheid moeten krijgen zich om te scholen. Of dat nou op 20, 30 of 50-jarige leeftijd is. Als een mens nooit te oud om te leren is, dan moet een mens ook altijd terug naar school kunnen.

Vrijstelling van arbeid om te leren vraagt heel wat aanpassingen. Die aanpassingen zullen geld kosten, maar ik denk dat een deel van het geld dat nu aan reïntegratieprojecten wordt besteed, voor dit doel kan worden aangewend. En verder is het natuurlijk een keuze die we als samenleving kunnen maken. Onderwijs voor heel je leven. Waarom zou je ontwikkeling vooral tussen 4 en 16-jarige leeftijd moeten plaatsvinden?

Kiezen we niet voor zo'n herinrichting van de maatschappij, dan ben ik van mening dat Plasterk's idee de voorkeur verdient.