Honger update: We zijn er bijna

giro 555Na eerdere artikeltjes op dit weblog en op Geen Commentaar, wordt het eens tijd te kijken hoe de inzamelingsactie voor de Hoorn van Afrika er nu voor staat. De SHO stelt dat er 1,1 miljard euro nodig is. Vandaag werd bekend dat de Afrikaanse Unie 263 miljoen euro doneert. Wat heeft Nederland tot nu toe gegeven?

Het kabinet stelde 5 miljoen beschikbaar en op giro 555 staat de teller op moment van dit schrijven op 23.579.680 euro. Nederland geeft dus ruim 28,5 miljoen euro.
De EU doneerde 175 miljoen, de VS gaf 75 miljoen. België deed met 4 miljoen mee en de Wereldbank trok 350 miljoen tevoorschijn. Met al deze bedragen zijn we nog dik 204 miljoen euro verwijderd van die 1,1 miljard euro.

Per hoofd van de bevolking hebben Nederlanders nu 1,34 euro aan giro 555 geschonken. Als alleen de Nederlanders het gat naar de 1,1 miljard euro zouden vullen, dan is er per hoofd van de bevolking ongeveer 12,25 euro nodig (de bevolkingsteller staat op 16.692.292 mensen). Een pas getrouwd stel zou dus 24,50 euro op moeten hoesten en een 4-persoons gezin 49 euro.

Vorig jaar werd er 27,86 euro per hoofd van de bevolking uitgegeven aan sinterklaaskadootjes. Het gehuwde stelletje gaf dus dik 55 euro uit en dat gezin was ruim 111 euro kwijt.
Het zou niet onaardig zijn als sinterklaas dit jaar wat vroeger in het nieuws komt dan gebruikelijk.

Thriller

BoekenVanavond kreeg ik de schrik van mijn leven. Wat een genoeglijk gesprek over een zoektocht in de bibliotheek was, bleek een ontmoeting met een moordenares te zijn. Tachtig procent van de moordlustigen  is een bekende of familie van het slachtoffer. Degene met wie ik eerder op de avond  sprak ken ik al jaren, dus ik moet voor mijn leven vrezen.

Ze leest thrillers. Thrillers zijn boeken die op de schavotten van de bibliotheek staan te ‘shaken’ van spanning als ze langs komt.  Zal ze me lezen, vragen die boeken zich af. Dat wil zeggen: de boeken die in de rij staan onder de letters d, e, f en verder. Nu zoekt ze thrillers van auteurs wiens namen met een c beginnen. Auteurs met en a en een b heeft ze al gehad. Voor hun boeken is de spanning er al af.
Elke week gaat ze naar de bibliotheek en neemt een stuk of vier thrillers mee. Ze selecteert op twee criteria: de beginletter van de auteursnaam en de  tekst op de achterkant van het boek. Het eerste criterium bepaalt haar zoekpositie, het tweede criterium bepaalt welke boeken terug het schavot op gaan en welke over de scanner van de uitleenbalie gehaald zullen worden.

Dat vond ik een grappige methode. Of ze zo de hele bibliotheek doornam, wilde ik weten. Nee, alleen de thrillers. Waarom? Omdat ze geen televisie heeft, zei ze. En omdat thrillers wel zo lekker weglezen. Lekker spannend.
Hoort ze tot de grote schare lezers die thrillers tot hun favoriete genre rekenen? Dat interesseerde haar niet. Ze vind ze gewoon leuk. Gewone detectives heeft ze wel gehad. Geen Wallanders en Nicki French meer. Pure horror boeit haar ook niet, maar psychologische thrillers wel. Einde gesprek.
Veel dacht ik er niet over na, tot ik het nieuws doornam en ineens las: “De fascinatie voor deze donkere kant in onszelf zien we terug in de populariteit van het genre van de psychologische thriller”.

Dat zegt het CPNB, de grote boekenpromotor, die vandaag bekend maakte wat het thema zal zijn van de Maand van het Spannende Boek, volgend jaar juni. Het thema is ‘Het kwaad in jezelf – waar ligt jouw grens?’ Het CPNB hakt er meteen op los met : ‘In ieder mens schuilt het kwaad, sterker nog: ieder mens zou kunnen moorden’, om vervolgens die statistiek over tachtig procent van de moordenaars erbij te halen.
U begrijpt dat mijn haren recht overeind sprongen. Ik zat te trillen alsof ik zelf een spannend boek was. Ze is al bij de c. Weet ze dat ik onder het pseudoniem P.J. Cokema schrijf? Ben ik het volgende slachtoffer van een thrillerfanaat?

Joh, wat maak je je weer onnodig druk, zegt mijn vrouw als ik mijn angst met haar wil delen. Jij schrijft helemaal geen thrillers en wat je wel schrijft is absoluut niet spannend. Nu zou ik opgelucht moeten zijn, maar u begrijpt: dat was de doodsteek. Dat van die tachtig procent zeer nabije ‘killers’ klopt dus.

Burgerlijke verzetshumor een mythe?

NamenDit jaar bestaat de burgerlijke stand 200 jaar en gezien de efficiëntie van de persoonsregistratie die bewerkstelligd is, mogen we daar best even bij stil staan. Zo begint het Meertens Instituut een artikeltje, dat verder over achternamen gaat. Dat we, dankzij Napoleon,  al 200 jaren achternamen hebben blijkt een mythe. Evenals het verhaal dat er 200 jaar geleden burgers waren, die uit protest tegen de verplichte naamsregistratie, allerlei idiote achternamen verzonnen.

Pardon? De verzetshumor, een roemrucht stukje volksaard van de Nederlander, blijkt een mythe? De fabel van de rare achternamen, vond ik altijd een sterk staaltje spotterij tegen despotisme. Door in mijn jeugd de verkeerde boekjes te lezen, kreeg ik het idee dat humoristisch verzet het tot onze volksaard hoorde. Pietje Bell en Dik Trom symboliseerden alles dat het strenge chagrijn trotseerde, door er een loopje mee te nemen.
Het Verzetsmuseum verhaalt van grappen die onder de Duitse bezetting werden uitgehaald. Humor was het wapen van de ‘gewone man’, die te weinig lef had om in het echte verzet te gaan, maar toch wilde laten blijken hoezeer men de bezetters haatte. Humor was een vorm van symbolisch verzet, vooral bedoeld om de moed er in te houden, stelt het Verzetsmuseum.

Naar mate je ouder wordt, krijg je iets meer begrip over hoe de wereld en de mensen in elkaar steken en dat gaat wel eens ten koste van de humor. Zo was ik plaatsvervangend apetrots op familieleden die verhaalden van de grappen die ze met de Duitse bezetter uithaalden. Tot ik er achter kwam dat veel van die verhalen niet door henzelf in praktijk waren gebracht, maar een overlevering van anekdotes die ze van anderen hadden gehoord.
Het geloof in de volksaardige verzetshumor werd jaren later weer versterkt door de opkomst van de provo’s. Met ludieke acties tartten zij het gezag, dat op de grappenmakerij reageerde door er de politie er vrolijk op los te laten roffelen.

Sindsdien heb ik in Nederland in die omvang nooit meer van verzetshumor gehoord. En nu lijkt het chagrijn de ware volksaard. Daar zijn natuurlijk redenen voor. De ‘efficiëntie van de persoonsregistratie’, waar het Meertens Instituut niet verder over uitwijdt, is inmiddels zover gevorderd dat de grappen en grollen uit de Napoleontische overheersing afgedaan kunnen worden als een historisch geinig mopje, dat niet efficiënt is gebleken om de staatscontrole binnen de perken te houden. Daar kan een mens moedeloos van worden, dus waarom de moed er in gehouden met de symbolische rebelsheid, waar het Verzetsmuseum op doelde?

Ik ga morgen maar eens naar de gemeente en laat me uitschrijven als staatsburger, met de mededeling erbij dat de registratie hervat mag worden als er weer flink wordt gelachen in dit land.

De surrealistische A7

JeunesseIn Noord-Holland, op de snelweg A7, is een surrealist aan het werk. Iemand lijkt La Jeunesse Illustrée van Magritte (afbeelding hier links) te kopiëren.
Op La Jeunesse Illustrée (De geïllustreerde jeugd) zien we in ieder geval een regenton, een torso, een leeuw, een biljarttafel, een tuba, een psalmenstandaard en een fiets geplaatst op een landweg. Aan beide zijden van de weg strekt zich een vlak landschap uit.

Op de A7 beleven automobilisten al een tijdje de vreemdste ontmoetingen. Met een plastic geit, een fiets en een keramieken koe. Eerder werden een televisie, een klikobak, een magnetron en een betonblok op een stoel aangetroffen. In een paar gevallen kwam het tot een aanrijding met de voorwerpen. Het bleef gelukkig beperk tot schade aan voertuigen en voorwerpen, maar de politie neemt de zaak hoog op. Er kunnen evengoed slachtoffers vallen, meent de politie. De politie houdt de A7 extra in de gaten. Met name het stuk tussen Abbekerk en Den Oever, het traject waar de voorwerpen werden geplaatst.

Wacht even, Abbekerk? Dat ligt 6,5 kilometer boven Wognum en ook ongeveer even ver ten oosten van Opmeer en Spanbroek.
In Wognum stond het hoofdkantoor van Dick Scheringas DSB-bank. In Spanbroek stond Dick Scheringas Museum voor Realisme, waarvoor nieuwbouw was gepland in Opmeer. Zover is het niet gekomen. Niet aleen de DSB-bank ging failliet, ook het museum ging ten onder. Het museum had, onder andere, werk van Magritte in bezit. De ABN Amro heeft in 2009 beslag gelegd op de collectie.

Citeert nu iemand Magritte om ons iets duidelijk te maken? Is het een protest tegen het grijpen en graaien van banken, met name de ABN Amro, waardoor een prachtig museum verloren is gegaan? Of is het doorgedraaide gelovige, die terroriseert tegen goddelijke losbandigheid, beschreven in Les chants de Maldoror door Comte de Lautréamont, pseudoniem voor Isidore Lucien Ducasse?
Les chants de Maldoror  was volgens museum Boymans een inspiratiebron voor vele surrealisten. Magritte zou een citaat uit dat werk hebben verbeeld op de prent die je hier linksboven ziet.

Op dit gedeelte van de A7 mag men sinds kort 130 km. per uur rijden. Dat is veel te snel om eens te mijmeren over andere surrealistische verklaringen?

Van onderop of van Donner op?

GoereeHet CDA vindt dat herindeling alleen kan als de gemeenten er zelf voor kiezen. Het mag dus niet van bovenaf opgelegd worden. Dat staat in het rijtje standpunten waar het CDA voor staat. Het komt overeen met wat het regeerakkoord over gemeentelijke fusies zegt: Gemeentelijke herindeling komen alleen van onderaf tot stand.
Het VVD-verkiezingsprogramma, onder het kopje ‘kleine overheid’: gemeentelijke herindeling wordt gestimuleerd.

Daar zit dus een meningsverschil met het CDA. Maar het CDA kent eigenheimers. Hoewel heel Goedereede, van burgemeester tot de bevolking, tegen herindeling met Flakkee is, laat minister Donner  de gemeente weten dat “het draagvlak onder de bevolking hoeft niet uniform te zijn” en omdat het vreselijk urgent is gaat de herindeling dus door.
Slikken of stikken. Een motto waar Donner wel ervaring mee heeft. Eerder hield hij er ook zo’n standpunt op na, toen een grote meerderheid van de Nederlandse gemeenten dwars lagen bij het Bestuursakkoord. Nu schoffeert hij de VVD-burgemeester van Goedereede, de complete gemeenteraad (in zetels: SGP 5, Verenigd gemeentebelang 3, CDA 2, VVD 2, PvdA2 en CU 1) en het overgrote deel van de bevolking.

Tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer verkondigden vooral de christelijke partijen dat gemeentelijke herindelingen alleen ‘van onderop’ tot stand moesten komen. Ook de SGP en de CU huldigden dat standpunt. Geen gedwongen fusies.
In april liet Donner nog weten de opvattingen van een aantal gemeenten te respecteren, die betrokken waren bij controversieel verklaarde herindelingen. Drie voorgenomen fusies werden controversieel verklaard, nadat het kabinet Balkenende was gevallen. Dat betekende dat het demissionaire kabinet er geen definitieve besluiten over mocht nemen. In een brief aan de Tweede Kamer (pdf) deelde Donner mee twee fusies af te blazen, omdat een paar gemeenten (Renswoude, Bergen (L), Mook en Middelaar) tegen waren en één fusie door te laten gaan, maar daar waren alle betrokken gemeenten het wel over eens. Dit besluit was dus geheel conform het principe dat fusies voldoende draagvlak moesten hebben.

In juli kwam het kabinet met het beleidskader gemeentelijke herindelingen (pdf). Dat was nodig omdat de ervaring van de laatste jaren leert dat “gemeentelijke herindeling die niet kan rekenen op steun van de betrokken gemeenten al snel een averechts effect kan hebben”, zo schreef het kabinet in dat beleidskader.
Het beleidskader stelt drie criteria voor gemeentelijke fusies: draagvlak bij de gemeenteraden, de inwoners en de regio; inhoudelijke noodzaak (zoals de mate waarin maatschappelijke opgaven kunnen worden gerealiseerd) en urgentie. Van urgentie kan sprake zijn als een gemeente grote moeite heeft de financiën op orde te krijgen of wegens krimp het hoofd amper boven water kan houden.

Donner vindt dat er in het geval van Goedereede sprake is van een inhoudelijke noodzaak en een urgentie. Als de gemeente niet fuseert kan ze de zware maatschappelijke taken onvoldoende uitvoeren, meent Donner.
Daar denken de Goedereeders anders over. Burgmeester van de Velde-Wilde legt dat uit in een brief aan Donner. De gemeente heeft een goede bestuurskracht en is financieel gezond. Het kan de maatschappelijke taken prima aan. Van urgentie is ook geen sprake omdat er al een uitstekend samenwerkingsverband is, waarin veel is bereikt. “We delen soms werknemers, we zorgen voor vervanging indien nodig, we hebben op veel dossiers al gezamenlijke inkoop, en nog veel meer. De voorziene efficiency is dus al lang ingeboekt en uiteindelijk heeft de provincie dat in hun definitieve ontwerp ook aan u toegegeven”, zo schrijft de burgemeester.

Toevallig reis ik vandaag af naar Goedereede. Mooie gelegenheid om zelf een te kijken wat Donners arrogantie rechtvaardigt om Goedereede anders te behandelen dan Renswoude, Bergen en Mook en Middelaar. Waarom zou het doordrukken van de fusie nu geen averechts effect hebben? In ieder geval lijkt Donner absoluut geen vrees te hebben zijn christelijke broeders in Goedereede van zich te vervreemden.

Het Nationale Geschenk

KadoJan de Burger (JdB) in gesprek met de Gulle Gever (MR).
JdB: Uw ruimhartigheid lijkt beloond?
MR: U bedoelt?

JdB: U geeft uw excuses en uw ontvangt ruim steun, nietwaar?
MR: Wel waar! Ja, dat was mooi. Ik heb altijd gezegd: het blijft geven en nemen.

JdB: Over geven gesproken: in maart heeft u het Nationale Geschenk aangekondigd.
MR: Ik volg u even niet…

JdB: U heeft een tijdje terug gezegd dat u dit prachtige land aan de Nederlanders terug gaat geven.
MR:  Oh dat ja. Daar werken we hard aan.

JdB: Ongetwijfeld, maar heeft u enig idee wanneer dat er van gaat komen?
MR: Ter zijner tijd.

JdB: En wanneer is dat precies?
MR: Dat moeten we nog even afwachten.

JdB: Hoezo? Wat is het probleem?
MR: We hebben een minderheidskabinet zoals u weet.

JdB: Dat is toch geen reden om het land niet terug te geven?
MR: We gaan het ook teruggeven. Maar met een minderheidskabinet gaat dat niet zomaar.

JdB: Nou, dat is toch prima? Een minderheid die het land teruggeeft aan de meerderheid?
MR: Ach, minderheid, meerderheid, dat zijn rekbare begrippen.

JdB: Ah! Daarom rekt u tijd!
MR: Nee, nee, we moeten alleen zorgvuldig zijn. We staan er immers niet alleen voor.

JdB: Huh? Een heel kabinet is niet genoeg om nou eens op de proppen te komen met dat Nationale Geschenk?
MR: U weet ook wel dat we in een gedoogconstructie zitten, waarbinnen bepaalde afspraken gelden.

JdB: Vormen die dan een belemmering om het land aan de Nederlanders terug te geven?
MR: Tja, binnen de gedoogcoalitie zijn we het roerend eens met elkaar over ‘dit prachtige land’. Er is echter een klein verschil van opvatting over de term ‘Nederlanders’. We moeten het dus eens zien te worden aan wie we uiteindelijk het land terug zullen geven.

JdB: Kunt u dat niet zelf uitmaken? U bent toch de Gulle Gever en niet uw gedoogpartner?
MR: Zeker, maar om het voortbestaan van dit kabinet te garanderen moet er met respect voor elkaar gemanoeuvreerd worden.

JdB: Ach kom, uw gedoogpartner legt u geen strobreed in de weg. Keihard tegen het sinterklaas spelen voor Griekenland en toch mag u van de gedoogpartner miljoen of vijftig meer weggeven.
MR: Juist, ziet u, het resultaat van wederzijds respect.

JdB: Ik weet niet hoeveel dit prachtige land waard vind. Hopelijk is dat wat meer dan de 50 miljoen waar u uw excuses voor heeft aangeboden. Ik denk dat de Nederlanders het zo gauw mogelijk terug willen krijgen. Uw gedoogpartner zal niet over het bedrag vallen. Waar bent u nou bang voor?
MR:  Ik ben niet bang. Sterker nog, ik ben uitermate in content.

JdB: Waarover?
MR: Ik vind het heerlijk het land eens in mijn handen te hebben. Het is een bijna niet te beschrijven, overweldigend gevoel.

JdB: Ach nee, hè. Dus we kunnen het Nationale Geschenk wel op onze buik schrijven?
MR: Nee, u krijgt het terug.

JdB: Maar wanneer dan?!
MR: Met Sint Ruttemis.

Pluk de dictator

PlukkenVan een kale kip kun je niet plukken, maar van een haan in nood wel. Het kabinet gaat 100 miljoen euro overmaken van Kadhafis bankrekening(en) naar de bankrekening van de WHO (World Health Organisation). Deze VN-club gaat hiermee medicijnen kopen voor de Libiërs in de bevrijde gebieden.

Kadhafi mag dan al veroordeeld zijn, er is nog geen rechter aan te pas gekomen om het vonnis juridisch te bevestigen. Toch zal niemand er moeite mee hebben dat zijn ‘bevroren tegoeden’ voor humanitaire hulp worden gebruikt.
Dat Kadhafi geen toegang meer heeft tot zijn Nederlandse bankrekeningen wordt gelegitimeerd door VN-resolutie 1973, de resloutie waarmee de no-fly zone een feit werd. Daarin werd afgesproken niet alleen beslag te leggen op Kadhafis tegoeden, maar ook dat in een later stadium dat geld ten goede moet komen aan de Libische bevolking (artikel 20 uit de resolutie).
De resolutie komt voort uit de ‘responsibility to protect’-verklaring. Een VN-afspraak dat landen in actie komen als bij een van de lidstaten de bevolking de dupe dreigt te worden van genocide, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de mensheid en etnische zuiveringen. Deze verklaring is niet meer dan een gedragscode, het is geen wet.

In Nederland kennen we wel de ‘pluk-ze wet’, per 1 juli dit jaar uitgebreid om meer mogelijkheden te creëren om crimineel vermogen af te pakken. Zo komt de bewijslast meer bij de verdachten te liggen en mag het Openbaar Ministerie ook na een definitief vonnis nog speuren naar de rijkdommen van de veroordeelde. Op die manier hoopt men geld dat is weggesluisd gedurende het rechtsproces (inclusief hogere beroepen), alsnog te pakken te krijgen.
Er komt nog altijd wel een rechter aan te pas, terwijl Kadhafis tegoeden vogelvrij lijken te zijn. Zoals gezegd: niemand zal er wakker van liggen, want de man heeft laten zien waartoe hij in staat is en dat is bewijs genoeg. En hij heeft tenslotte de VN-resolutie tegen zich.

Volgens minister moeten sancties tegen Kadhafi hem het leven zuur maken en niet de bevolking. “Dat is precies wat er nu gebeurt: bevroren geld van Kadhafi wordt gebruikt om Libische levens te redden”, aldus de minister.
Het persbericht meldt trots: “Nederland is het eerste land dat op deze wijze meewerkt aan financiële ondersteuning van de noodlijdende gezondheidssector in Libië”.
Dat is maar gedeeltelijk waar. Eind juli besloot de Duitse regering 100 miljoen te lenen aan de Libische rebellen. De lening zal worden terugbetaald uit door Duitsland zelf bevroren tegoeden van Kadhafi. Een week eerder werd de Libische Overgangsraad erkent door de VS en Europa. Voor de VS betekende die stap 21 miljard vrij te maken uit de bevroren tegoeden. De Italianen gaven ook 100 miljoen aan de rebellen en Frankrijk kwam met 177 miljoen over de brug, ook te betalen uit Kadhafis bankrekeningen aldaar.

Al dat geld is voor verschillende doelen bestemd, dus ja, wellicht is Nederland het eerste land dat specifiek voor de gezondheidsector geld vrijmaakt. Maar dan wel op “dringend verzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO”, zoals het persbericht eerlijk opbiecht.
Ziet u, het had ook een maand eerder gekund. Maar blijkbaar moest de WHO er op aandringen. Is onze regering net zo traag met de tegoeden beschikbaar stellen, als ze was bij het aandringen op maatregelen en later de erkenning van de Libische Overgangsraad?
Lijkt mij een kwestie voor een paar pittige Kamervragen.

Zondagsbijlage

Zoals bekend produceer ik, onder het pseudoniem P.J. Cokema, ook op GeenCommentaar af en toe een scheet. In de zondagsbijlage het artikeltje dat daar vandaag het licht zag. Omdat er verder geen bladvulling is geleverd aan andere weblogs, kopiëer ik het hier.

Wespen24 diersoorten rijker.

In Nederland zijn 24 diersoorten rijker, zo meldt de NOS, naar aanleiding van het programma Vroege Vogels. Het gaat om  een steelkwal en 23 parasitaire insecten, waaronder 17 bronswespen, een kogelgoudwesp, 3 wantsen en 2 bijen. Dat de diersoorten rijker zijn geworden is een gevolg van veranderingen in het klimaat.

De steelkwal voert het clubje aan. De wespen en bijen zuigen andere beestjes en planten uit, om 18 miljard te vergaren, die de steelkwal nodig heeft om de natuur terug te geven aan de hardwerkende insecten.
De wantsen produceren vooral een verschrikkelijk stinkende afscheiding, die op andere insecten een verlammende werking heeft. Sommige wantsen kunnen deze afscheiding gericht wegschieten en zo worden micro-organismen getroffen. Ondanks het risico voor de kwal, de bijen en de wespen worden de wantsen gedoogd.

De luldebehangersbij is de eerste assistent van de steelkwal. Door velen werd het insect voor sluipwesp aangezien, maar de kwaliteiten van deze bezige bij zijn vele malen sterker dan die van de sluipwesp.
De schuldnaarpegelbij bewaart de kas en ook al groeit en bloeit de natuur, deze bij meent dat zijn soortgenoten onverdroten hun parasitaire taken dienen te continueren. De natuur is immers nog lang niet op orde, zo stelt deze bij.

Deze diersoorten worden vooral in territoriaal opzicht rijker. Veranderingen in het klimaat, zoals stijgende temperaturen in het maatschappelijk debat en tanende verdedigingsmechanismen bij andere diersoorten, zorgen ervoor dat de kwal, de bijen, wespen en wantsen uitstekend kunnen gedijen. De vraag is voor hoelang de parasieten kunnen overleven. Immers, als hun leefomgeving volledig is uitgezogen, zijn hun voedselbronnen verdwenen.

De club van 24 vormt een gevaar voor de diversiteit in de natuur, maar uiteindelijk rest hen niets anders dan elkaar uit te zuigen. De schadelijkheid van deze parasieten zit hem dus vooral in gebrek aan dat inzicht.

Blanco

BlokHet schrijven wil niet lukken. Er is genoeg om over te schrijven, genoeg wat nog uitgezocht en verteld moet worden, maar ik krijg het niet tot een blogje getikt. Is dit nou dat beruchte ‘writer’s block’?

Het moest er een keer van komen, zou je na vijfenhalf jaar bloggen met een gemiddelde van zes stukjes per week. Toch is dat, volgens mij, niet de oorzaak.
Twee dingen spelen een rol. De eerste lijkt wel verdacht veel op het schrijversblok: ik krijg de gedachten niet goed op een rij, laat staan dat er een leesbaar stukje uitrolt. Het tweede dat speelt is het werk. Door de bezuinigingen is er zoveel aan de hand, dat ik bijna elke dag daardoor uitgeput en moedeloos thuiskom. Dat is niet de beste conditie om geïnspireerd aan het bloggen te slaan.

Graag had ik nu een vlammend stuk geproduceerd, onder de titel: Het dictaat regeert. Ik zie overeenkomsten in mijn werk en in de maatschappij, hoe ‘het dictaat regeert’. Wat er ook over de bezuinigingsplannen wordt gezegd, hoe verkeerd sommigen ook uit zullen pakken, het lijkt niet uit te maken. Zelf op basis van onzinnige argumenten worden de maatregelen doorgevoerd.

De discussie met de ‘bezuinigers’ slaat regelmatig dood. Zeker, erkent men, de maatregelen zullen heel wat onmogelijk maken. En jawel, er zitten heel wat negatieve kanten aan. Maar we gaan er wel mee door.
Eenrichtingscommunicatie: uw bezwaren zijn gehoord, maar we kunnen er niks mee. Er is werk aan de winkel en dat gaat op onze manier. Zoiets.

Nog een overeenkomst op mijn werk en de landelijke politiek: het onzichtbare leiderschap. Rutte is verweten op cruciale momenten niets van zich te laten horen. Mijn managers lijken dezelfde stijl te hanteren. Ze zijn er alleen als ‘De Boodschap’ moet worden verkondigd. Het dictaat regeert, wilde ik daarover schrijven, maar ik krijg het niet goed verwoord.

Ik hoop dat het niet te lang duurt, want die stille dagen op dit blog bevallen me helemaal niet. Nu is het even niet anders. Rutte inspireert wel: laat ik ook maar eens een excuus maken. Excuses aan de lezers voor de blanco dagen.

Werk of werkloosheid als ideaal?

WerkloosHet is nog steeds een beetje wennen dat de onderbuik meer regeert dan pragmatisch verstand. Het idee dat mensen in de bijstand niet willen werken, is een van de pijlers waarop het kabinet de reorganisatie van het sociale vangnet bouwt. “150.000 tot 200.000 van de ongeveer 355.000 mensen in de bijstand kunnen werken. Of dat nu geheel of gedeeltelijk is”, aldus staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken), in een interview met het ANP. “Ik vind dat iedereen die kan werken, dat ook moet doen”, oreert hij verder en “er staan nu al 135.000 vacatures open, terwijl er 1,2 miljoen mensen een uitkering hebben. Een deel kan echt niet werken, maar een kleine half miljoen mensen kan dat wel.”

Wie het aantal vacatures afzet tegen het aantal mensen dat een uitkering heeft, op de manier zoals De Krom dat doet, vraagt zich natuurlijk af hoe die paar vacatures onvervuld blijven. Zijn er echt geen 135 duizend mensen onder die 1,2 miljoen uitkeringstrekkers te vinden, die dat werk kunnen doen. Dat gelooft niemand toch? Zelfs als je het aantal vacatures afzet tegen het aantal mensen in de bijstand, denk je al gauw dat er onder de 355 duizend mensen vast wel 135 duizend werkgeschikten moeten zijn.
De Krom gelooft dat ook en werkt hard aan wetgeving die de werklozen stimuleert meer aan werk zoeken te denken, dan aan een verblijf achter de geraniums. Laten we er even vanuit gaan dat De Krom een idealist is, die het beste voorheeft met de werkloze sloebers. Idealisten moeten echter af en toe eens op de realiteit worden gewezen. Dromen zijn mooi, maar helaas te vaak bedrog.

Eerst maar eens de cijfers. Begin dit jaar waren er 418 duizend werklozen op een beroepsbevolking van 7,777 miljoen mensen. Anders gezegd: 3,8% van de beroepsbevolking was werkloos. Ondanks de crisis kunnen we toch niet van een gigantisch probleem spreken. Het kan dan ook niet de reden zijn dat het land hierdoor in ernstige financiële problemen raakt.
Hoewel het mooi is zoveel mogelijk mensen aan het werk te zien, is het de vraag of het lonend is, geld en moeite te steken in wetswijzigingen en maatregelen. Want het ‘probleem’ is hardnekkig. Van 2001 tot nu zaten gemiddeld 336.890 mensen in de bijstand. Er waren, ook gemiddeld, 160.509 vacatures. Kortom: gemiddeld 176.381 minder vacatures dan mensen in de bijstand. Werkloosheid

Bron: CBS.
In de vijf jaren voor 2011 waren er gemiddeld 457 duizend werklozen per jaar. Daarvan zaten er gemiddeld 382 duizend in de bijstand.  Gemiddeld stonden er 169 duizend vacatures per jaar open. Ofwel zo’n 113 duizend minder dan mensen in de bijstand.
Wat prachtig zou het zijn als De Krom de geschiedenis kan herschrijven, maar vooralsnog heeft hij de historische cijfers tegen zich. Er is geen werk voor iedereen.

Dat mensen niet willen werken klopt, maar niet volgens de filosofie van De Krom en consorten. Werkloosheid is geen doel van profiteurs en notoire luilakken, maar een ideaal van werkgevers en werknemers.
Werkgevers willen een bloeiend bedrijf met zoveel mogelijk winst. In de huidige economie kan dat alleen met zo min mogelijk mensen in dienst of tegen zo’n laag salaris dat zelfs De Krom er voor zou bedanken. Werknemers willen het liefst leuk werk, met fijne collega’s en een fraaie cao. Zulk werk is er helaas niet voor iedereen.
Bovendien wijst de geschiedenis uit dat mensen alles in het werk stellen om zo min mogelijk te werken. Dat wil zeggen: werken in een dienstverband. Het wiel en het vuur zijn niet uitgevonden voor de lol. maar om zo min mogelijk en zo licht mogelijk te kunnen werken. Lui zijn we echter niet. Ons land telt 5,5 miljoen vrijwilligers, meldt onze overheid. Zo’n 44% van alle volwassenen leveren kosteloos een bijdrage aan sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn. Ruim 2,6 miljoen mensen leveren mantelzorg.

Daarnaast haasten velen zich na het werk naar sportschool, muziekvereniging, toneelclub, klaverjasvereniging of naar de hobbies thuis.
Hameren op de misvatting dat mensen niet willen werken en vervolgens de zweep erover met asociale maatregelen is dus de verkeerde invalshoek. Zeg dan gewoon eerlijk dat mensen kunnen barsten als ze geen werk kunnen krijgen of niet kunnen werken.