Virtueel collecteren

Virtueel collecteren Terwijl deze week het KWF gewoon deuren langs gaat voor de grootste collecte van het jaar, vraag je je af of het niet stukken makkelijk zou zijn de donaties via internet binnen te halen. Obama haalde bijna 90% van zijn campagnegelden binnen via internet (lees meer op Frankwatching).

Het KWF heeft haar website natuurlijk ook voorzien van een knop om geld over te maken, alleen zul je op je virtuele bankafschrift de naam van het factureerbedrijf zien. Dat kan verwarring geven. Dan toch maar op de collectebus wachten en de vergunning van de collectant controleren?

Niet alleen goede doelen doen aan fondsenwerving via internet. Particulieren kunnen er ook wat van. Beroemd werd de student bouwkunde, die 12 duizend euro binnensleepte met slapend rijk worden. In de V.S. is een website in het leven geroepen voor mensen die hun dromen willen waarmaken, maar het nodige geld daartoe ontberen (lees meer op reuters.com).

Het initiatief Kickstarter.com moet de intermediair zijn voor mensen die ooit nog eens een berg willen beklimmen, een uitvinding van de grond willen krijgen of een solo zeiltocht rond de wereld gefinancierd willen zien. Het maakt niet uit om welke bedragen het gaat. Kleine en grote projecten kunnen zich aanmelden.

Het internet te hulp roepen om geld binnen te halen? Toen ik het las, dacht ik zoiets al eens eerder gelezen te hebben. Maar waar? Ik kan het tot nu toe niet vinden en dus roep ik de hulp van de lezers in. Gratis natuurlijk. U hoeft er geen geld bij te leveren en op een vergoeding hoeft u ook niet te rekenen.

Mocht u wel een ideetje hebben, waar u de nodige euro's voor nodig heeft om het te realiseren, mag u dat best vermelden.
Heeft u wel eens iemand gesteund, die een droom via internet verkocht?

De Turing-excuses

De Turing-excuses In mijn gastlog, vorige week bij GeenCommentaar (Beeldende standpunten), vroeg ik de lezers welk standbeeld zij graag even tot leven gewekt zouden zien. Na het lezen van een artikel in het NRC, bedacht ik dat het hier links afgebeelde standbeeld van Alan Turing wel genoemd had kunnen worden. De man had dan de excuses in ontvangst kunnen nemen, die velen hem nu gunnen.

De man die de Britten hielp de Enigma-code te ontrafelen en als één van de grondleggers van het informaticatijdperk geldt, is al 55 jaar dood. Dus wat heeft hij nu aan excuses? De geschiedenis rechtzetten is onbegonnen werk. Achteraf vaststellen dat er vreselijke fouten zijn gemaakt, kan natuurlijk wel. Heeft dat enige zin?

Tja, slachtoffers van vervolging, oorlogen, of welke historische onverkwikkelijkheden dan ook wek je er niet mee tot een nieuw leven. Excuses zijn dan ook niet meer dan symboolpolitiek. Dat kan zin hebben als het symbool krachtig en waarachtig is. Niet zozeer een mea culpa, maar een 'dat nooit meer'. Erkennen dat vandaag de dag historische onzin zich niet zal herhalen.

Alan Turing is het slachtoffer geworden van een al te lang durende Britse wetgeving tegen homoseksualiteit. Wilde hij zijn wetenschappelijke werk voortzetten, moest hij kiezen tussen gevangenisstraf of chemische castratie. Hij koos voor dat laatste en vermoed wordt dat die keuze uiteindelijk tot zelfmoord heeft geleid.

Overigens werd hij bij leven wel degelijk geëerd voor zijn werk. In 1945 kreeg hij de Order of the British Empire, als dank voor zijn werk tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1951 erkende men zijn wiskundig genie door hem tot Fellow van de Royal Society te benoemen. In 1952 volgde echter zijn arrestatie wegens homoseksuele activiteit.

Na zijn dood werd de hoogste onderscheiding in de informatica naar hem genoemd, de A.M. Turing Award, in 1966 voor het eerst uitgereikt.
Zit Alan Turing dan nu nog op excuses te wachten? Ach, kon dat standbeeld maar tot leven worden gewekt. We zouden het dan van hem zelf kunnen horen.

Het kabinet lekt zelf

Het kabinet lekt zelf Het kabinet denkt het jaarlijks gerommel met de Prinsjesdagstukken te voorkomen door pas op de middag van het feestelijk gebeuren zelf de pers van munitie te voorzien.
Toch zal RTL4 natuurlijk weer als eerste delen uit de miljoenennota publiceren. Daar is eigenlijk geen spectaculair nieuws meer aan. Dat is meer een onderdeel van de traditionele rituelen geworden.
Het loont echter de moeite niet de stukken eerder boven water te krijgen. Het kabinet lekt zelf alvast wat onderwerpen naar buiten.

Geen bezuiniging op de huurtoeslag, maar wel meer offers, zoals de verhoging van de AOW-leeftijd. Balkenende belooft met veel dynamiek de lastige keuzes te maken, waar wij allen aan moeten bijdragen natuurlijk. Welke offers precies, laat de MP in het midden. De slechte boodschappen laat hij zijn partners-in-crisis meedelen.
De topinkomens (boven Balkenende-norm) krijgen te maken met een
extra belastingschijf: 60% inleveren over elke cent boven de 181.000 euro.
De Westerschelde zal dit jaar nog niet uitgebaggerd worden, maar de IJssel krijgt er wel een hoogwatergeul bij.

Wouter Bos blijft hardnekkig de bankiers tot de orde roepen en krijgt ondertussen de begroting alleen maar negatief rond, wegens een bijdrage aan het IMF.
André Rouvoet verlegt de speerpunten van zijn beleid ook naar de crisis. In plaats van het wegwerken van wachtlijsten in de jeugdzorg, investeert hij in de bouwsector. Om bij te dragen aan een beter milieu en een lagere energierekening.

De crisis zal dus centraal staan in de Miljoenennota en het totale beleid zal daar op aangepast worden. Had iemand iets anders verwacht?
De Koningin mag het nieuws brengen en een beroep doen op ons aller solidariteit. Uiteraard zal de troonrede gewag maken van de hartverwarmende steun van het volk, toen de verjaardag van Hare Majesteit zo jammerlijk ten einde kwam. Een toonbeeld van de solidariteit, die het kabinet komend jaar zo hard nodig zal hebben.
Of de monarch de troonrede ook zal aangrijpen om een troonswisseling aan te kondigen? Dat zal tussen de regels van het komende Prinsjesdagnieuws ook nog wel aan de orde komen. Mocht het zover komen, dan zal ze haar opvolger alvast veel privacy wensen.

Balkenende zal de essentie van Prinsjesdag samenvatten als: de vijf pijlkers van het kabinetsbeleid staan nog als een huis. Hij ziet zich echter genoodzaakt op te roepen tot meer geduld. Druppelsgewijs laat hij de komende dagen meer van het slechte nieuws lekken. Frits Wester hoeft geen enkele moeite te doen het Koffertje te lenen en de inhoud door te spitten. Deze keer is het kabinet hem voor.

Eerste burger of burgervader?

Eerste burger of burgervader? Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) denkt dat het ambt van eerste lokale burger in de toekomst zal veranderen. Maar hoe? De gezamenlijke burgervaders zien drie opties. Of zouden er meer zijn?

De burgemeester, benoemd door Hare Majesteit, heeft het lastig. Besturen is ingewikkelder geworden. Niet alleen zijn er minder, dus grotere gemeenten. De burgemeester krijgt ook steeds meer taken, onder andere op gebied van openbare orde en veiligheid.
De burger verwacht meer van het hoofd der gemeente, zoals persoonlijk en sterk leiderschap verwacht. De media zitten steeds meer op de nek en, door regionalisering en globalisering, opereert de burgemeester meer op bovenlokaal niveau.

De voorbeelden kennen we wel. Als de media de burgemeester niet opzoekt, doet hij dat zelf wel. Gerd Leers (Maastricht) vond kennelijk dat de plaatselijke VVV zijn stad te weinig promoot en bracht het drugstoerisme nog eens in het nieuws. Hij is so-wie-so een liefhebber van televisie en verder niet te beroerd de benoeming van een collega te bekritiseren.
Job Cohen heeft een zware portefeuille waarin thema's schitteren als Schiphol, lastige jeugd in Zuid-Oost en terrorisme zich verplaatst van Theo van Gogh naar de Ikea.
Aboutaleb mag nu in Rotterdam een crisis bezweren. En de burgemeester van Apeldoorn was ineens speerpunt van belangstelling op de laatste Koninginnnedag.
Dat vraagt veel van de hedendaagse burgervaders en moeders. Eén 'faux pas' en ze vallen onder de 22.000 google-hits als je 'burgemeester in opspraak' intikt.

Het NGB ziet drie scenario's voor de burgemeester van de toekomst. De eerste is die van primus inter pares, eerste onder zijns gelijken. Misschien met wat extra bevoegdheden. Een scenario die met de huidige situatie valt te vergelijken, stelt het NGB.
Is dat zo? Nu is de huidige burgemeester zeker geen eerste onder zijns gelijken. Hij of zij wordt door het Rijk aangewezen en kan overal vandaan komen. Maar stel dat de burgemeester wordt gekozen uit de lokale bevolking, zoals een stamhoofd door leden van zijn club worden aangewezen, dan zou je een echte primus inter pares hebben. Of niet?

Het tweede scenario voorziet in een 'gewonere bestuurder'. Geen hotemetoot, een wat elitair figuur, maar eentje die meer ingebed is in de lokale gemeenschap. Misschien zelfs een gekozen burgemeester. Meer vergelijkbaar met de positie van wethouders.

Het derde scenario schetst een burgemeester die met sterk, persoonlijke leiderschap zijn rol vervult. Aan zo'n captain of community zouden veel burgers wel behoefte hebben.
Een behoefte die ik wel herken in andere context. Ook in bedrijven en organisaties lijken mensen meer behoefte aan een sterke leider te hebben en hun eigen verantwoordelijkheid daar aan ondergeschikt te willen maken.

Tot zover de opties van het NGB. Er zijn er natuurlijk meer te bedenken. Zo zou de individuele burgenmeester vervangen kunnen worden door een klein leidend collectief. Juist omdat het ambt ingewikkelder is geworden, zou een collectief waarin alle nodige competenties zijn vertegenwoordigd, de bestuurslast kunnen verlichten en verder professionaliseren.

En moeten burgemeesters een bestuurlijke achtergrond hebben? Een ex-minister of staatssecretaris, zoals nu regelmatig het geval is. Of mag het ook een voormalig bankdirecteur zijn of ex-voorzitter van de KNVB? Om maar iets te noemen.

Hoe ziet u uw toekomstige burgemeester? Lijkt één van de opties van het NGB u wel wat? Of weet heeft u behoefte aan iets heel anders?

Parkeren voor het goede doel?

Parkeren voor het goede doel?

Parkeren blijft een terugkerend gespreksthema op menig borrel en verjaardagspartijtje. Over de techniek van het inparkeren mag smakelijk worden verhaald, over het betaald parkeren gaat menig chagrijnige anekdote over de tafel.

Een wonderbaarlijke draai in de verhaalgeschiedenis ontstond onder andere in Den Haag, waar het betaald parkeren fors is uitgebreid. Gemeentelijke folders kondigden aan dat het betaald parkeren, op rare tijden als van 18.00 u. tot 24.00 u. bijvoorbeeld, de parkeeroverlast zou verminderen. Bijna niemand geloofde dat en schafte zich ondertussen dure parkeerkaarten aan.

Nu de een na de nadere buurt onder curatele van de parkeermeters staat, slaat de stemming om. Want ineens blijkt er volop parkeerplaats. De kaarthouders tevreden. Eén vraag blijft nu rondzingen op de borrels en verjaardagen: waar zijn al die auto's gebleven, die voorheen de buurt verstikten?

De gemeenten varen er wel bij. Men verwacht dat de kas dit jaar met 10 keer zoveel aan parkeergeld zal worden gevuld. Ruim 530 miljoen euro. Dat vertegenwoordigt zo'n 25% van alle gemeentelijke heffingen (lees meer bij het CBS).
De burger mag daar wel wat voor terugverwachten. Gaan andere belastingen omlaag? Zullen allerlei wensen, die eerder wegens geldgebrek niet konden worden gerealiseerd, nu snel vervuld worden?

De relatief mopperloze snelheid waarmee talloze burgers nu parkeerabonnementen hebben aangeschaft, doet vermoeden dat men graag wat extra's betaalt. Crisis of niet.
Een rare vraag misschien: zou het een idee zijn de extra parkeergelden aan goede doelen te besteden? En wat vind u dan een goed doel?
Geld naar caritas? Een deel van de bezuinigingen op ontwikkelingshulp compenseren? Investeren in de 100% milieuvriendelijke auto?

Roept u maar….

De elite op het Procrustesbed

De elite op het Procrustesbed “We hoeven niet alle studies op een procrustesbed bij te snijden of op te rekken tot één uniform formaat“.
Alzo
sprak minister Plasterk bij de opening van het academisch jaar. De aanwezige hooggeleerden kennen hun klassiekers natuurlijk op hun duimpje en begrepen Plasterk's beeldspraak onmiddellijk.

Voor de minder belezenen onder ons: het bed van
Procrustes bestaat in meerdere varianten. De kern van het verhaal is echter dat Procrustes, een figuur uit de Griekse mythologie, een bandiet was die mensen naar zij logement lokte. Wie te klein was voor een bed werd op pijnlijke wijze uitgerekt, wie te lang was werd op maar gehakt.

Dat kan je vandaag de dag de studenten niet meer aandoen, vindt Plasterk. Het huidige stelsel, met maar twee soorten hoger onderwijs, HBO en universitair onderwijs, zou veel breder moeten zijn. Om de groeiende en diverse instroom beter te bedienen. Een breder hoger onderwijs, met een scala aan varianten van verschillende duur, zou ook kunnen bijdragen aan minder vervroegde uitval. Daartoe zou het ook beter zijn als het hoger onderwijs met een bredere studie begint en men pas later een specialisatie kiest.

De plannen van Jos van Kemenade opnieuw op de agenda? In 1975 presenteerde hij de nota Hoger onderwijs in de toekomst, waarin sprake was van vier typen van programma's: voorbereiding van wetenschappelijke onderzoekers, voorbereiding van beroepen waarvoor wetenschappelijke vorming vereist is, voorbereiding voor beroepen die specifieke wetenschappelijke kennis vereisen, en algemeen toepasbare programma's.

Er valt veel te zeggen voor Plasterk's idee. Je hebt nu eenmaal studenten met verschillende talenten en verschillende ambities. Waarom die in de twee bedden (HBO en universiteit) geperst?
Plasterk stelt ook voor de grenzen tussen HBO en universiteit te vervagen. Het HBO zal het toejuichen, want die sector zoekt al jaren naar een statusverhoging. Of de academici er blij mee zullen zijn?

Die zullen misschien teleurgesteld zijn dat minister Ter Horst zichzelf nuanceerde. Ook zij hield een toespraak bij de opening van het academisch jaar.
Ze verwees naar de ophef die ontstond toen ze in een interview opriep tot een tegenbeweging van de intellectuele elite. Die elite zou de versimpeling en de verruwing van het maatschappelijke debat een andere wending moeten geven.

“Dé elite bestaat niet“, zegt zij nu, “dat werd terecht opgemerkt in de reacties op mijn oproep“. Wat ze wel van de hoogopgeleiden vraagt is “dat individuele wetenschappers zich niet terugtrekken uit soms op hoge toon gevoerde publieke discussies, maar er een doordachte en daardoor vaak ook matigende bijdrage aan te geven“.

Een matigende bijdrage? Nee toch? De elite op het Procrustesbed der normen en waarden van dit kabinet? Laat iedereen alsjeblieft op zijn of haar nivo excelleren. Scherp, ad rem, bij de tijd, aan de grenzen rommelen en vastgeroeste kaders loswrikken. Ter Horst geeft gelijk dat er doordachte bijdragen nodig zijn. Ze heeft ook gelijk dat wetenschappers zich ook met het maatschappelijk debat moeten bemoeien.
Maar weldenkers, doordenkers, diepdenkers zijn er al. Alleen wordt niet naar ieder doordacht geluid geluisterd. Behalve als ze “matigend” zijn.

Overigens heb ik niets tegen een “elite” van doordenkers. Ik zelf ben er niet zo goed in en ben blij met iedereen die dat beter kan en het ook nog eens zo kan vertellen dat ik het begrijp.
Was Plasterk's breder hoger onderwijs er maar geweest in mijn studietijd. Misschien had me dat de bagage gegeven nu een veel doordachtere bijdrage aan het maatschappelijk debat te leveren.

Dagelijkse dosis

Dagelijkse dosis In 2008 verstrekten de Nederlandse apotheken zeven miljard standaard dagdoseringen aan receptgeneesmiddelen, laat apothekersnieuws ons weten. Omgerekend naar het aantal inwoners, zou elke Nederlander ruim 420 dagelijkse doses aan medicatie krijgen?

Gelukkig is dat niet waar. De verwarring kan ontstaan omdat het begrip dagelijkse dosis niet hetzelfde is als een werkelijke medicijnvertrekking.
Voor de dagelijkse dosis gebruiken de apothekers een definitie, opgesteld door de WHO (Wereld gezondheidsorganisatie). Deze Daily Defined Doses (DDD) wordt toegekend aan een code die aangeeft op welke wijze een dosis wordt toegediend. Zo kan timoptol oraal worden toegediend bij hart- en vaatziektes, maar ook in de vorm van druppels bij een oogkwaal (glaucoom).
En dan krijg je opmerkelijke verschillen in de statistieken. Van vitamine B12 en foliumzuur zijn in 2008 240 miljoen dagelijkse doses geteld, terwijl er slechts 710 duizend verstrekkingen van zijn gedaan.

Wat heeft het voor zin DDD's te tellen? Waarom niet alleen gekeken naar net aantal verstrekkingen?
De apotheker stelt: Sterke afwijking van het aantal DDD’s per verstrekking is aanleiding om de oorzaak te onderzoeken. Als bij foliumzuur het aantal DDD's per verstrekking hoog scoort, moet toch een onderzocht worden hoe dat nou kan. Het zou goed kunnen dat de medicatie langer wordt verstrekt dan normaal gesproken de bedoeling is.
Dat laatste kan weer van alles betekenen. Een groei van herhaalrecepten? Werkt het middel te weinig, waardoor het langer nodig is?

Als leek ben ik dan weer benieuwd of er ook een relatie is met de uitgaven voor medicijnen. Het CBS liet weten dat in 2008 de uitgaven aan via apotheken verstrekte geneesmiddelen met 1,4 procent toegenomen zijn. Een veel lagere toename dan in 2007 (7,5 procent). Die beperkte groei heeft te maken met het huidige beleid, dat artsen en apothekers dwingt goedkopere medicijnen voor te schrijven en te verstrekken.

Theorietje: goedkopere medicijnen werken minder goed en dus moeten ze langer worden gebruikt. Waardoor de statistieken van DDD's omhoog schieten.
Iemand in de zaal die daar meer over weet te zeggen?

Bange idioten.

Bange idioten En elke week wordt hij opnieuw geboren
En wreed gescheiden van het veilig water-leven,
En elke week is hem het lot beschoren
Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.
(Uit: De idioot in bad van
M.Vasalis)

Soms vraag je je af waarom er onderzoek gedaan moet worden, naar iets wat je bijna dagelijks onder je ogen ziet afspelen. De NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) heeft ontdekt dat er amper onderzoeksliteratuur is over geweld tegen psychiatrische patiënten. Zouden de cijfers die in andere landen bekend zijn, ook in Nederland gelden? Volgende week houdt de NWO eerst maar eens startsymposium.

De gewelddadigheid die psychiatrische patiënten zelf aan de dag leggen is alom bekend. Maar Jaap van Weeghel, directeur van het GGZ Kenniscentrum Rehabilitatie, vindt het tijd worden dat imago eens bij te stellen. Onderzoek naar geweld tegen de patiënten is een begin om de slachtoffers goed te kunnen helpen, zegt hij in het AD.
Het Kenniscentrum Rehabilitatie stelt: het gaat hierbij niet alleen om criminele handelingen door vreemden, maar ook door geweld en mishandeling door buurtgenoten, familieleden, medepatiënten en hulpverleners.

De trouwe lezer weet dat ik werk in een opvang voor dak- en thuislozen. De laatste jaren is de toestroom van psychiatrische patiënten flink toegenomen. En waar het NWO onderzoek naar wil laten doen, zien we regelmatig hier gebeuren. Twee voorbeelden.
1. Het komt nogal eens voor dat familie, buren of onbekend het budgetbeheer van een patiënt hebben overgenomen. Gaat meestal goed, maar iets te vaak maken we mee dat de patiënt wordt kaalgeplukt en soms geen geld heeft voor kleding en eten, die hij dan maar bij ons komt halen.
Wanneer wij vermoedens hebben van zulke praktijken tippen we de politie.
2. Verschillende psychiatrische patiënten verdragen elkaar niet. De schizofrenen, borderliners, depressieven met hun wisselende stemmingen, zenuwachtig gedrag en stemmetjes in het hoofd worden getreiterd door de patiënten met persoonlijkheidsstoornissen. Narcisten, grote ego's, a-socialen. Hoe gek die ook zijn, ze verwijten ons de echte gekken hier binnen te laten, wat soms met bedreigingen gepaard gaat.

Dat laatste is lastig werken. We hebben sterke vermoedens dat de zwaksten buiten onze deur, in opdracht van de dominantere idioten, gedwongen worden drugs te kopen, aangezet worden tot diefstal of gewoon hun geld en andere bezittingen moeten inleveren.
Ook vermoeden we dat dit soort dubieuze contacten al in onze opvang worden gelegd. Het is dan ook dagelijks naar de koffietafeltjes lopen om te controleren wat voor gesprekken er worden gevoerd.
We melden het allemaal bij onze contacten met politie en de GGZ. Helaas, is het antwoord, kan er pas echt wat aan gedaan worden als er een heus incident plaatsvindt. Incident is het verbloemend vakjargon voor gewelddadigheid.

Ondertussen houden we de diverse patiënten in ons kleine zaaltje een beetje uit elkaar. Voorstellen om de groepen apart op te vangen, lopen stuk op gemeentelijk beleid. Ondertussen sluit de GGZ heel beroerd aan op de opvang, die noodzakelijk is nadat een patiënt is “uitbehandeld”.
De diagnose is gesteld, de medicatie bepaald en de patiënt mag de maatschappij weer in. Waar hij in zijn flatje overlast bezorgd in de buurt, in handen valt van drugsdealertjes, en na herrie en schuldenopbouw weer op straat staat.

Wat mij betreft hoeft er geen onderzoek plaats te vinden of er geweld tegen psychiatrische patiënten plaatsvindt. Een simpele rondvraag bij woningbouwverenigingen en instellingen voor maatschappelijke opvang levert genoeg cijfers op, om vast te kunnen stellen er heel snel concrete plannen moeten komen, waarbij het hele hulpverleningscircus op de schop gaat. Zodanig, dat een psychiatrische patiënt niet aan zijn lot wordt overgelaten, na ontslag uit de GGZ.

Doelgerichte samenwerking tussen de instellingen, inclusief woningbouwverenigingen en politie. Het kan betekenen dat een psychiatrische patiënt wel op zichzelf woont, maar dagelijks bezoek nodig heeft. Het kan betekenen dat er meer diverse opvang moet komen, om de groepen die elkaar bijten, uit elkaar te houden. Het kan dus betekenen dat er intensiever en meer gespecialiseerd toezicht en begeleiding komt.

We hoeven niet te wachten op onderzoek. We (mijn collega's) willen de psychiatrische patiënten beter helpen dan we nu kunnen. Het wordt zo langzamerhand erg vervelend om te zeggen, maar dan hebben we meer nodig dan we nu krijgen.

Kennisdemocratie: wat de burger moet weten.

Kennisdemocratie: wat de burger moet weten “Uitspraken op weblogs worden politieke feiten, virtuele ongecontroleerde beweringen worden broodjes aap en voor pressiegroepen wordt het steeds makkelijker het internet voor hun eigen doelen in te zetten“. Dat staat in het persbericht van de WRR (Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid), die een paar raadleden afvaardigde naar de vandaag afgesloten conferentie Towards Knowledge Democracy.

“De democratie verkeert in crisis. De bestuurlijke hiërarchie sluit slecht aan bij de slimme samenleving. Zwabberend Nederland wordt volgens hem alleen weer bestuurbaar als burgers en professionals structureel kunnen meebeslissen“, zei Roel in ’t Veld, medeorganisator en voorzitter van die conferentie.

“Goed onderbouwde kritiek is wat het beleid de scherpe kanten geeft. VROM is daar vaak erg blij mee. Hoewel meer mensen meepraten, zijn de gesprekken soms minder zorgvuldig“, sprak minister Cramer op dezelfde bijeenkomst.

Kennisdemocratie. In een interview op Binnenlandsbestuur.nl legt Roel in 't Veld heel bevlogen uit, waarom we naar een kennisdemocratie moeten.
We worden slimmer, burgers weten meer, de gemiddelde professional doet niet onder voor de gemiddelde beleidsambtenaar, dus zouden burgers en professionals niet alleen een prominente plek als adviseur van de overheid moeten krijgen, ze zouden ook mee moeten beslissen.

Die kennisdemocratie komt er niet zomaar. Een behoorlijke hobbel die genomen moet worden, is de nog immer regenteske houding van de overheid, stelt Roel in 't Veld. Een overheid die gecontroleerd wordt door een volksvertegenwoordiging “die ’s ochtends bij het benzinestation een krant kopen en van de inhoud daarvan laten afhangen wat ze de rest van de dag doen“.
Laat dus de burgers en de professionals meer hun zegje over de zaken doen.

Regentesk of niet, de toespraak van minister Cramer getuigt op zijn minst van grote terughoudendheid voor het idee van de kennisdemocratie. Jawel, zegt ze, burgers moeten meer kunnen bijdragen aan nieuw beleid, maar de discussie daarover moet geduldig en zorgvuldig worden gevoerd. Mensen verkondigen heel rap hun positie in het debat en willen nog rapper resultaat. De problemen waar een overheid mee te maken hebben, zijn veel te complex voor een snelle en onzorgvuldige aanpak.

De minister vindt het een leuk idee, maar niet haalbaar op de korte termijn. Ze trad dus op als een uitstekende ambassadeur van het kabinet op die conferentie. Een kabinet dat altijd welwillend luister naar burgers en professionals, Een kabinet dat altijd verkondigt hoe belangrijk die burgers en professionals zijn. En vervolgens over gaat tot de orde van de dag.

Die orde van de dag, zo laat het kabinet herhaaldelijk weten, is te complex om morgen nog met een oplossingen te komen. Die orde is te duur om de wensen te realiseren van bij de gezondheidszorg betrokken burgers en professional. Helaas moeten we eerst de rest van de wereld zien mee te krijgen om milieudoelstellingen te effectueren. En, oh ja, jammer van die crisis. We zullen allemaal eens stapje terug moeten doen.

Kennisdemocratie anno 2009. Het kabinet informeert burgers en professionals. Opdat die weten dat het nog wel even zal duren voor ze volledig serieus worden genomen.

Kiezen voor barbarisme?

Kiezen voor barbarisme?“(…) als echt blijkt dat de bezuinigingen in dit geval een verhoogd risico voor de veiligheid met zich hebben meegebracht, dan is er een grens gepasseerd“.
Quote van Gerrit van de Kamp,
voorzitter ACP (Algemeen Christelijke Politiebond, onderdeel van het CNV).

Het Algemeen Dagblad vermoedt dat bezuinigingen mede oorzaak zijn van gebrekkig politie-optreden bij het fatale strandfeest in Hoek van Holland.
Nu moet nog blijken wat er zich precies heeft afgespeeld en welke rol de politie heeft gespeeld. Het lijkt er echter sterk op dat de oorzaak vooral ligt bij een paar feestvierders die een heel ander vertier voor ogen hadden, dan de organisatie had bedoeld.

Dat kan gebeuren. Niet leuk, onnodig, en dat die bende nog levend rondloopt is te danken aan de overgrote meerderheid feestgangers die een gezellig, vrolijk en vreedzaam feestje in hun hoofd hadden. Dan sla je er niet zomaar op los. Bovendien is de heersende mores dat je niet voor eigen rechter speelt en dus het verwijderen van vervelende gasten aan de politie overlaat.

Natuurlijk wil een vakbond weten of de leden hun beroep naar behoren kunnen uitvoeren. Bestaat de kans dat bezuinigingen het functioneren in Hoek van Holland ernstig hebben belemmerd?
De voorzitter van de ACP zegt: “Wordt er bezuinigd op politiewerk, dan moet de politiek, zowel landelijk als regionaal, keuzes maken. Gebeurt dit niet, dan komt de veiligheid van burgers en collega's in gevaar“. De ACP-voorzitter suggereert dan maar te kiezen voor het niet houden van grootschalige evenementen.

Nu ken ik wat kleinschalige gebeurtenissen waar een of twee politieagenten ook niet genoeg zijn om de zaak op te lossen. Voor één flippende psychopaat in een winkelstraat heb je al gauw zo'n tien beambten nodig. Die zijn er meestal wel. Tenzij het een gemiddelde zondag is, in een of ander gehucht, waar van een koopzondag nooit sprake is. Dan kan het net lang genoeg duren voor de hulptroepen op sterkte aanwezig zijn, om de doorgedraaide burger de kans te geven aardig wat schade aan zichzelf en zijn omgeving toe te brengen.

Dat is wel een gevolg van bezuinigingen. De overheid koos er echter voor een andere benaming: reorganisatie van de politieregio. Komt neer op: hetzelfde werk doen met minder mensen. De hoogste leidinggevenden voeren die reorganisatie gewoon door. Af en toe mort er een korpschef, maar die enkele oprisping verandert niets aan de situatie.

Een verschijnsel dat ik maar al te goed ken van mijn werk: de maatschappelijke opvang. De doelgroep is talrijker en complexer geworden, de budgetten zijn niet meegegroeid en zelfs hier en daar gekrompen. Gevolg: bezuinigingen op personeel. Mijn werkgever kan niet tegen de overheid zeggen: okee, dan vangen we een deel van die doelgroep niet op en we halen een gebouw, inclusief een complete staf, uit het pakket. Dan voldoet mijn werkgever namelijk niet aan de opdracht en krijgt helemaal geen subsidie meer.

Ook hier is het resultaat: hetzelfde werk doen met minder mensen. Dit blogje is tekort om het met alle details uit te leggen, maar geloof me, het werk is er niet veiliger op geworden. Sterker nog: het aantal incidenten neemt, na jaren relatieve rust, in rap tempo toe.
En dan laat ik bezuinigingen in de zorg nog onbesproken, terwijl ook in ziekenhuizen en verpleegtehuizen de onveilige situaties toenemen.

We kunnen er inderdaad voor kiezen geen grote strandfeesten meer te organiseren of de maatschappelijke opvang af te schaffen. Dat eerste betekent minder lol, het tweede betekent weer meer overlast voor de “gewone” burger.
Ik ben daar niet voor. Er zou juist meer lol en nog minder overlast moeten zijn. Wie daar ook voor is, moet eens goed nadenken in het stemhokje.

Volgende keer weer kiezen voor een regering die de veiligheid hoog op het lijstje ambities heeft staan, maar er geen cent teveel aan wil spenderen? Dat is kiezen een grens te passeren en ruimte te bieden aan barbaarse toestanden op het strand, in de maatschappelijke opvang en de zorg.