Wat in een museum hangt is kunst. Een spotprent in een museum dus ironische kunst. En zoals dat ook met andere kunstsoorten gaat: dat wordt niet altijd goed begrepen. Het Limburgs Museum te Venlo hing een spotprent op van de tekenaar Peter van Straaten. Een bezoeker was het niet eens met de boodschap van de prent en dacht: deze spotprent kunst? Mijn reet! En nam het werkje mee naar huis.
Nu heeft de kunstdief het werk teruggebracht, met de mededeling dat hij uit protest de prent had meegenomen. Het museum heeft de mededeling voor kennisgeving aangenomen en het werk ook. Dat hangt nu weer, voor iedereen zichtbaar, aan de muur.
Ironie is een stijlfiguur, die je niet alleen in kunst kan tegenkomen. Bij cabaretiers heeft men er niet zo’n moeite mee. Het publiek verwacht van hen ironie. In beeldende kunst kan het voor problemen zorgen. Sommige deskundigen denken dat dit komt omdat er maar weinig goede verstaanders van beeldende kunst zijn. In de taal is het verstaan van ironie nog ingewikkelder. Dat geldt zeker voor de geschreven taal, waar de ironische grijns van de auteur niet zichtbaar is.
Sinds in 1580 Henry Denham de eerste ironsiche icoon bedacht, het omgekeerde vraagteken, hebben vele anderen na hem geprobeerd een ironieteken aan de geschreven taal toe te voegen. Het teken is tot nu toe nog geen gemeengoed in de geschreven taal geworden.
Zou enige aanduiding dat een object in beeld, woord of gebaar, ironisch is bedoeld, tot meer begrip leiden?
Critici vinden een ironieteken niet nodig. Zij stellen dat wie de kunst der ironie bedrijft, dat zo goed moet doen, dat het onmiddellijk als zodanig is te herkennen. Daar valt veel voor te zeggen, maar alleen de kenners van ironie zullen het zonder een ironieteken kunnen stellen. Iedereen die nog nooit heeft gehoord van ironie, of daar geen enkele ervaring mee heeft, zou er misschien mee geholpen zijn bij zijn kunstzinnige ontwikkeling.
Een ironieteken voorkomt niet dat er mensen zijn die zich aan deze stijlfiguur ergeren. Er is tenslotte een volksdeel dat het leven zo serieus neemt, dat men principieel weigert ironie te aanvaarden. Uiteraard zullen deze mensen altijd wel een keer geconfronteerd worden met enige uiting van ironie. Zij kunnen zich dan beroepen op het fundamentele recht zich te ergeren. Of dat recht zich mag manifesteren in het (tijdelijk) ontvreemden van kunstwerken, is een ethische vraag waar weinigen zich druk over maken, zolang de kunstwerken maar weer boven water komen.
Er wordt immers wel vaker kunst weggehaald. Soms als studentikoze grap, soms als grap onder invloed, maar bijna altijd komt de kunst weer terug. Zowel de Limburgse museumbezoeker, als grappenmakers, ja zelfs een crimineel met spijt, waarderen kunst blijkbaar zo, dat ze het de gemeenschap niet voor de eeuwigheid willen onthouden.
Wie vreest dat door de bezuinigingen veel kunst zal verdwijnen, begrijpt de goedlachse ironie van Mark Rutte niet. Zeker, we zullen het een tijdje zonder kunst moeten stellen, maar Rutte heeft al beloofd dat hij “die prachtige kunst aan de Nederlanders zal teruggeven”.
Jammer van die tekstverklaring. Zie het maar als ironieteken.

Arbeiders, je hebt er niets meer aan. Het ging fout toen ze zich werknemers mochten noemen. Werk nemen en er nog geld voor krijgen ook? Dat is de werkelijke kern van de crisis. In een vrije markteconomie neem je alleen iets, als je er voor betaalt. Dus wie ooit heeft toegegeven aan de eis dat als er werk in de aanbieding was, de werknemer er ook geld voor kreeg, mag verantwoordelijk geacht worden voor het instorten van het kapitalistisch complex.
Wie heeft er nog geen workshop of seminar cultuurverandering gehad? Degenen die nu de vinger opsteken horen niet tot het selecte gezelschap âhardwerkende Nederlandersâ. Wie werkt heeft al meerdere veranderingen aan zich voorbij zien trekken. Sommige veranderingen zijn heel praktisch van aard. Sommigen gaan over nieuwe visies en missies. Maar bij bijna elke verandering is het een gewoonte geworden het even over de cultuur van een bedrijf of organisatie te hebben.
Joop van den Ende wil 100 miljoen euro van Rutte om grote internationale tentoonstellingen te organiseren. Dat trekt zoveel publiek dat er ruim 650 miljoen naar de schatkist zal vloeien. Binnenkort zal Van den Ende met Rutte praten over dit plan.
Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Vandaag presenteerde minister De Jager de resultaten van de rapporten van de Algemene Rekenkamer. Heeft de rijksoverheid al haar voornemens en inspanningen goed kunnen verantwoorden? Twee zaken geven aan dat de overheid nog lang niet schittert in het verantwoorden van haar werk.
In België kennen ze natuurlijk ook kinderdagverblijven. En Belgen wensen hun kinderen te beschermen tegen allerlei ongerief. Dus stellen de zuiderburen net zo vlot richtlijnen en gedragscodes op, als de Nederlanders.
Een voormalig minister denkt dat de Eurocrisis Rutte
Als het water tot de lippen komt, ga je natuurlijk overhevelen. Het water in de kelder pomp je de straat op. En dan maar hopen dat het riool jouw overlast aan kan. Overhevelen is een techniek, die bij noodgevallen een oplossing kan zijn.