Auteursarchief: Klokwerk

Naar de maan.

Naar de maan De NASA heeft een crash veroorzaakt. Niet per ongeluk. En niet hier maar op de maan. Ruimte genoeg, geen teken van leven te bespeuren, dus dan kan je wel het een ander laten neerstorten, zonder slachtoffers te veroorzaken. Lichtend voorbeeld voor vliegtuigmaatschappijen en autorijders.

Een raket en een sonde zijn te pletter gebracht in het zuidpoolgebied van de maan. Doel van de inslag is een fikse krater veroorzaken, waarin men dan weer sporen van water hoopt te vinden. Zou er water zijn, dan is langdurig verblijf op de maan een stuk comfortabeler.

Want dat we naar maan gaan is zeker. Kijk, dat zit zo. We weten allemaal dat de aardse bevolking, inclusief de aanwas daarvan, het leven alhier steeds duurder maakt. De problemen die regeringen wereldwijd moeten oplossen veroorzaken al heel wat kosten. De oplossingen zijn mogelijk vele malen duurder. Ofwel: het redden van de aarde is in de toekomst niet meer te financieren.

Ja maar, zult u zeggen, er wordt heel wat geld de ruimte in gesmeten. Kan dat niet beter aan aardse zaken worden besteed?
Nou, u weet niet waar u het over heeft. Het geld dat aan ruimtevaart wordt uitgegeven, is een minimale fractie wat het hele aardse leven kost. En het dient een hoger doel. Omdat de aarde niet te redden is, moeten we uitwijken naar andere plekken in het heelal.

Een mens kan echter niet zonder zijn natje en zijn droogje. Dus moeten we eerst op zoek naar water. Tenslotte is heel het aardse gedoe ook met water begonnen. En hoewel er nog aardig wat water op aarde is, het is op veel plaatsen moeilijk te verkrijgen of van zulke erbarmelijke kwaliteit dat hele volkstammen nog dagelijks te kampen hebben met onhygiënische toestanden en de gemiddelde levensverwachting van kinderen onmenselijk laag is. Hulde dus aan de voortschrijdende ruimtevaart.

Geen enkel puntje van kritiek?
Jawel, het had iets goedkoper gekund door wat zuiniger met het materiaal om te springen. De NASA had beter een maanlander in het gebied kunnen plaatsen. En dan na een jaar of tien een sonde erheen sturen, die gaat kijken of het ding is gaan roesten.

Is er roest, dan gaan we naar de maan.

Snoeien of harken (2)

Snoeien of harken (2) Terwijl het kabinet de samenleving winterklaar aan het maken is en 40 miljard wil snoeien, draagt menigeen een steentje bij om de last voor de burger te beperken. Reden om de lezers van dit weblog ook te vragen geld bij elkaar te sprokkelen (zie deel I).

De laatste vondst uit politieke hoek is het idee de Oranjes mee te laten betalen. De premier wil de monarchie wel een soort van vliegtaks opleggen, maar verder staat-ie pal voor de verworven rechten van de monarchie.

Toch maar het idee toegevoegd aan de lijst van vondsten en het overzicht uit deel I van een update voorzien. In het nieuwe overzicht (zie deze excelsheet) is nu bijna 15 miljard euro bij elkaar geharkt. Daarmee kan de doelstelling van 40 miljard, die de ambtelijke commissies moeten zoeken, omlaag worden gebracht naar ruim 25 miljard euro. Dat scheelt de spreekwoordelijke slok op de borrel.

Balkenende moet dan wel water bij de wijn doen, want hoewel hij heeft gezegd dat er geen taboes zijn bij het vinden van oplossingen, heeft hij er nu toch eentje opgeworpen betreffende het huishoudboekje van het koningshuis. Ook het toptarief op de hoogste inkomens, het voorstel van de PvdA, komt niet ter sprake, als het aan JP ligt.

Maar goed, bekijkt u het overzicht eens en lever nieuwe ideeën voor hoe de tuin het beste winterklaar kan worden gemaakt.

De Mistery Sollicitant.

De Mystery Sollicitant Er is een nieuwe sollicitatiecode van kracht. Wat basisregels die bedrijven, uitzend- en detacheringbureaus en sollicitanten horen na te leven bij werving en selectie. Is zo'n code nodig? Er is immers de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). Toch meent de NVP (Nederlandse vereniging voor personeelsmanagement en organisatieontwikkeling), dat wat een gedragscode nodig is.

Het is niet zo'n heel uitgebreide code. Aanpassing van de oude code was nodig om met de modern tijd mee te gaan. Werving en solliciteren vind steeds vaker plaats langs digitale weg. Vacaturesites op internet, sollicitatiebrieven en navolgende communicatie versturen via de e-mail en het zoeken naar meer informatie over sollicitanten op internet.

Dat laatste blijkt niet altijd in het voordeel van de sollicitant. Een persoonlijke website met grappen die niet passen bij het gevoel voor humor van de nieuwe werkgever, zou wel eens tot een afwijzing kunnen leiden. De NVP schrijft in de nieuwe Sollicitatiecode (pdf!) nu voor dat als er gegevens van vacaturesites/internet gehaald worden en die gebruikt zullen worden databases of voor bemiddelingsdoeleinden, dat de betrokkene op de hoogte gesteld moet worden.
Tevens moet informatie die van derden of andere bronnen (websites) is verkregen “aan de sollicitant worden meegedeeld, met uitdrukkelijke vermelding van de bron en met de sollicitant worden besproken“.

Da's netjes. Maar voor je als sollicitant dat te horen krijgt, kan het leed al geleden zijn. Wil je dus een beetje serieus overkomen, kun je misschien beter eerst alle flauwekul weghalen, die je op internet hebt geplaatst, voor je je sollicitatiebrief verstuurd.

Twee andere regels in de code lijken wel overbodig. Artikel 3.3 stelt: “Wanneer het stellen van een leeftijdsgrens noodzakelijk is, wordt de reden daarvan aangegeven“.
Maar daar hebben we toch
de WGBL (Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid voor? Daarin staat dat leeftijdsdiscriminatie niet mag, op wat uitzonderingen na. Waarom dat dan opgenomen in die code? Veel meer duidelijkheid geeft het namelijke niet. Wat overigens ook het geval is met de wet zelf.

De WGBL werd in 2004 van kracht en is recent geëvalueerd. Minister Donner informeerde de Kamer over de resutaten en wat blijkt? “Opvallend is dat volgens het HSI de kennis over de uitzonderingsmogelijkheden op het verbod op leeftijdsonderscheid juist is verminderd ten opzichte van 2004“.
Op leeftijd mag wel worden gediscrimineerd als dat maatschappelijke gewenste arbeidsparticipatie bevordert. Een bedrijf moet dan wel aan kunnen tonen dat er sprake is van een situatie waar het, bijvoorbeeld, wenselijk is een jongere sollicitant aan te nemen. Of een veel oudere. Veel meer zegt de wet er niet over.

Iets dergelijks geldt ook voor artikel 3.4 uit de Sollicitatiecode: “3.4 Indien een voorkeursbeleid ten behoeve van bepaalde groepen wordt gevoerd, wordt daarvan uitdrukkelijk melding gemaakt en wordt hiervoor een reden gegeven“.
Je zou zeggen dat dit toch prima is geregeld
in de AWGB (Algemene wet gelijke behandeling). In paragraaf 2 staan een aantal uitzonderingen genoemd, die alleen zijn toegestaan als ze gerechtvaardigt worden door “een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn“.

De wet bedoelt het in positieve zin, maar is daar niet specifiek over. De Sollicitatiecode ook niet. Wat duidelijke voorbeelden zouden misschien meer helderheid kunnen verschaffen. Maar om nou helemaal zeker te zijn dat elke sollicitant gelijke kansen heeft, zou anoniem solliciteren een uitkomst zijn. Minister Ter Horst was er wel voor, de 2e Kamer niet. Er zijn wel eens experimenten mee geweest, met soms twijfelachtig resultaat.
Misschien ligt dat aan de manier waarop dat plaatsvond. Meestal betekende anoniem solliciteren dat brieven ontdaan werden van naam en adres en, indien nodig, gegevens over leeftijd en geslacht.

Maar waarom niet de Mystery Sollicitant geïntroduceerd? Naar voorbeeld van de Mystery Popstar, die een kunstje mag vertonen voor de jury van alweer de zoveelste talentenjacht. De mysterieuze gast is onherkenbaar gemaakt, de stem is vervormd en treedt op achter een wazig scherm.
Zo zou ook een sollicitant zich kunnen presenteren en wat proeven van diverse bekwaamheden afleggen. Wordt er een administratieve kracht gevraagd, laat die een dictaatje uittikken. Uiteraard valt degene met de meeste taal- en spelfouten af. De afgewezen kandidaat kan zich nu niet beroepen op een afwijzing wegens uiterlijkheden of leeftijd. De sollicitatiecommissie is niet in staat op grond van mysterieuze gevoelens een afwijzing te fabriceren.

Stel de Mysterie Sollicitant verplicht in de nieuwe Sollictatiecode.

Rokerskerk wil zendtijd.

Rokerskerk wil zendtijd

Lucifer heeft meer met God te maken, dan roken met spirituele televisie. Maar of de duvel er mee speelt, gaat het Commissariaat voor de Media zich wel buigen over een aanvraag van de Enige en Universele Rokerskerk van God, die zendtijd wil in de categorie media-aanbod op kerkelijk of geestelijk terrein.

Het commissariaat kreeg dertien aanvragen binnen. Zes daarvan komen van zendgemachtigden die al op de buis te zien zijn. Onder de nieuwe aanvragers zit die Rokerskerk. Het commissariaat moet zich bij de keuze baseren op de mediawet, die zeven spirituele hoofdstromen kent: het Boeddhisme, het Hindoeïsme, het Humanisme, de Islam, het Jodendom, het Katholicisme en het Protestantisme. Voor elke richting kan maar één representatieve organisatie of instelling zendtijd krijgen.

Nu zou, wat mij betreft, geen enkele religieuze groepering zendtijd in een publiek bestel mogen krijgen. Iedereen gelooft maar wat hij of zij wil, maar da's een hoogst persoonlijke keuze. De publieke en commerciële zendtijd is al meer dan genoeg gevuld met kijkjes in private roerselen. Voor levensovertuigingen kan men zich dus aanmelden bij de makers van dat soort programma's. Voor de politiek getinte overtuigingen hebben we de zendtijd voor politieke partijen. Da's aardig rond verkiezingstijd, maar om religieuze stromingen ook zo'n soort status te geven, lijkt mij overbodig.

Het is hoogst merkwaardig dat de aanvraag van de Rokerskerk op het officiële lijstje van het Commissariaat voor de Media terecht is gekomen. Het mag algemeen bekend worden geacht dat de Rokerskerk een ludiek initiatief is om het rookverbod in de horeca te versoepelen. Wie de teksten op de website van de Rokerskerk leest zal de ironie niet ontgaan. Dat de aanvraag dus niet meteen is teruggestuurd, kan hooguit te maken hebben dat het Commissariaat ook wel eens wat luchtigs wil bespreken, tussen al die andere serieus bedoelde, maar tevens zwaar in nevelen gehulde kandidaten.

Niet antwoorden een misdaad?

Niet antwoorden een misdaad?

Laten we het er nu niet over hebben dat het wat vreemd is dat een partij die stelselmatig vragen en debatten uit de weg gaat, een aanklacht indient tegen een minister die hetzelfde gedaan zou hebben. Laten we ook even vergeten dat dit kabinet ontelbare keren van ambtsmisdrijven beschuldigd had kunnen worden, omdat de PVV niet de eerste en enige is, die ontevreden is met bepaalde antwoorden.

Laten we eens kijken of die aanklacht nog ergens toe zal leiden.
Volgens staatsrechtgeleerde Tijn Kortmann,
in het NRC, is de aanklacht misplaatst. Ontevreden met een antwoord? Aan het werk en doorvragen. Is dat niet genoeg dan over tot de motie van wantrouwen. De heer Kortmann wijst op artikel 68 van de Grondwet, waarin staat dat het geven van informatie aan de Kamer verplicht is, mits niet in strijd met het belang van de staat.
Ik kan me voorstellen dat Van der Laan dat belang van de staat meegenomen heeft in zijn antwoord aan de PVV. Ook kan ik me voorstellen dat Kamerleden dat belang van de staat wat al te rekkelijk geïnterpreteerd vinden.
In een heel andere kwestie, de zaak Mink K., heeft de Hoge Raad in 2003 al wel eens beslist dat het recht van het parlement op inlichtingen zo fundamenteel is, dat “de minister slechts bij hoge uitzondering, en alleen met toereikende motivering, kan weigeren de Kamer in te lichten wegens strijdigheid met het belang van de Staat” (aldus
de Wikipedia).

De PVV haalt echter artikel 355 van het Wetboek van Strafrecht van stal, met name lid 4: Met gevangenisstraf van ten hoogste 3 jaren of geldboete van de vierde categorie, worden gestraft de hoofden van ministeriële departementen:
(…) die opzettelijk nalaten uitvoering te geven aan de bepalingen van de Grondwet of andere wetten of algemene maatregelen van inwendig bestuur van de staat, voor zover die uitvoering wegens de aard van het onderwerp tot hun ministeriële departementen behoort of uitdrukkelijk hun is opgedragen.

Het is geen unicum dat sommige mensen vinden dat bewindslieden een ambtsmisdrijf plegen en de bestuurder(s) graag voor de rechter hadden gezien. Een paar voorbeelden.
In 1977 vond Tom Schalken, hoogleraar straf- en procesrecht, dat Neelie Kroes zeer dubieus heeft gehandeld in de Rotterdamse Tank Cleaning-affaire. De 2e Kamercommissie Biesheuvel had verwijtbaar en bestuurlijk nalatig gedrag geconstateerd en dus zou Neelie Kroes, destijds verantwoordelijk als minister van Verkeer en Waterstaat, wel veroordeeld kunnen worden wegens ambtsmisdrijven. Een aanklacht is er nooit gekomen.

In 2000 meende R.M. Vennix, docent strafrecht, dat de ministers Peper en Korthals zich mogelijk schuldig gemaakt aan een ambtsmisdrijf, door toestemming te geven voor de grootscheepse fouilleringsactie eind november in de Rotterdamse Millinxbuurt. Ook hier is nooit een aanklacht ingediend.
In 2003 kwam er
wel een aanklacht. Prinses Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn beschuldigden oud-premier Wim Kok en zijn toenmalige ministers Klaas de Vries en Gerrit Zalm van valsheid in geschrifte, schending van het ambtsgeheim, oplichting en ambtsdwang Het OM en minister Donner van Justitie besloten hier geen strafrechtelijk onderzoek naar te doen.

In 2005 wees advocaat M. Wijngaarden, gespecialiseerd in het vreemdelingenrecht, op een mogelijk ambtsmisdrijf, gepleegd door minister van Justitie Korthals, bij de naturalisatie van prinses Maxima. Alweer geen heuse aanklacht ingediend en geen onderzoek ingesteld.
In 2006 deed
rechtsfilosoof Afshin Ellian een oproep aan Piet Hein Donner, toen minister van Justitie, om een onderzoek in te stellen naar ambtsmisdrijven gepleegd door Rita Verdonk en Hilbrand Nawijn, in de kwestie Ayaan Hirsi Ali. Zij zouden bepalingen uit de grondwet met opzet hebben genegeerd, waardoor het mogelijk werd dat Hirsi Ali Kamerlid kon worden.

En dan hebben in 2007 nog de uitspraken van de Hoge Raad, in de zaken rond de Schipholbrand en de moord op Fortuyn. In beide gevallen werden bewindslieden van ambtsmisdrijven beschuldigd. Het Openbaar Ministerie wilde niet tot vervolging overgaan, waarna de klagers in beroep gingen bij de Hoge Raad. Die stelde echter dat “vervolging van zodanige ambtsmisdrijven uitsluitend kan worden gegeven bij Koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer der Staten-Generaal”. (In de zaal rond Fortuyn had de Hoge Raad in 2004 al eerder zo iets beslist).

Op grond van die uitspraken is het dus aan de koningin of de Tweede Kamer te besluiten of de aanklacht van de PVV in behandeling moet worden genomen. Ik zou zeggen: laten ze, tegen de traditie in, hier nou eens wel een zaak van maken. Op zich ben ik het eens met een ieder die vind dat de PVV haar werk gewoon beter moet doen. Niet alleen allerlei vragen stellen, maar met de luie reet uit het pluche en zelf informatie verzamelen en de minister er mee om de oren slaan. Het debat aangaan. Daarvoor worden ze tenslotte betaald.

Maar goed, geef de PVV nu eens de zin. Gewoon om eens te kijken wat er nou van die aanklacht overblijft. Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken, dat er niet veel van overblijft en de klager dus veroordeeld zal moeten worden in de proceskosten, wegens belemmering van de rechtsgang.

De koning van Hispanje.

De koning van Hispanje

De ko-ho-ho-ho-ning van Hispanje heb ik altijd geëerd….

Het verhaal gaat dat Willem van Oranje lang trouw is gebleven aan de koning van Spanje, Filips II. Ondanks wat strubbelingen die bekend staan als de Tachtigjarige Oorlog. Uiteindelijk bleven ze niet zulke goede vrienden, maar het is lang geleden en nu staan de Nederlandse en Spaanse koningshuizen op redelijk goede voet.

Maar nu gooit Juan Carlos roet in het eten. Of geeft hij een royaal voorbeeld?
Het Spaanse koningshuis bezuinigt geheel op eigen initiatief op haar jaarlijkse toelage. Bezuinigen is misschien een groot woord. De jaarlijkse toelage
wordt bevroren. Geen stapje vooruit volgend jaar, maar even pas op de plaats, omdat in tijden van crisis ook vorsten het wat kalmer aan kunnen doen. Lichtend voorbeeld van zelfregulering?

Hier in Nederland nog niets gehoord uit paleis Noordeinde. Wat jammer nou. Dat er niet wordt geluisterd naar de oppositie, die wel wil korten op de toelagen van de Oranje-leden, is normaal. De monarch moet hooguit en enkel in zeer bijzonder omstandigheden de oren naar de regering laten hangen. Zo is dat constitutioneel geregeld.
Maar waarom niet een paar ideetjes overgenomen en wat geld uitgespaard? Ideetjes zoals in
een opiniestukje in het NRC zijn verschenen. Wat bezittingen teruggeven aan het volk of de vrijstelling van belasting opgeven.

Wat denkt u? Zit onze monarch inmiddels woedend aan de telefoon om de koning van Hispanje de mantel uit te vegen? Of is ze zo vriendelijk te informeren of de hoeveelheid verdampt vermogen meevalt, als ze het Spaanse voorbeeld volgt?

Noot: Ere wie ere toekomt. Naar aanleiding van het NRC-opinie artikel, schreef ik een stukje over koninklijke morele codes. Diezelfde dag verschenen er al berichten over het Spaanse gebaar, maar dat ontsnapte volledig aan mijn aandacht. Dankzij een artikel van collega weblogger Rob Hamilton werd ik er op gewezen.

Publieke privacy.

Publieke privacy

Heb je in de publieke ruimte recht op enige privacy? Stel je loopt te winkelen en je wordt aangesproken door een frisse jongeman, in een flitsend jasje, die ineens roept: “Hé, daar hebben we meneer Jansen uit de Huppeldepupstraat! Alvast gefeliciteerd met uw verjaardag volgende week, meneer Jansen! Ik heb hier iets leuks voor uw verjaardag. Ik dacht dat u op zoek bent naar een alweer-een -nieuw-dingetje, toch?”
Als die jongeman nou je neefje of je buurman is, zou het nog kunnen. Maar die gozer is een wildvreemde! Hoe kan hij nou weten wie je bent en dat je inderdaad graag dat nieuwe dingetje wil hebben?

Kan dat? Nee, dat kan niet. Is het mogelijk? Ja, het zou zomaar kunnen.
Een trend in de commercie is persoonlijk gerichte reclame. Dat werkt alleen als men het nodige van je weet. Zolang men daarbij gebruik maakt van studies naar kenmerken van doelgroepen, ben je nog een redelijk anoniem lid van een afgebakende groep. De gebruikelijke, doorsnee reclame wordt op je losgelaten.
Nu al wordt die doorsnee reclame wel meer en meer persoonlijker geadresseerd. Reclamefolders met je naam en adres kennen we al. Noviteiten zijn boodschappen naar je e-mail of mobieltje sturen. Daarvoor moet men minstens je persoonlijk e-mail adres of telefoonnummer hebben. Die gegevens zijn makkelijk op te sporen, maar dan weet men verder niet gek veel over je doen en laten.

Dat is voor de commercie niet genoeg. Dankzij technieken als gezichtsherkenning, gedragsanalyses met behulp van bewakingscamera's, biometrische profilering en het natrekken van onze winkelgewoontes wordt het steeds makkelijker onze hoogst persoonlijke trekjes te onthullen. Het kan voor een fabrikant van papieren zakdoekjes interessant zijn te weten dat jij een notoire neuspulker bent.
Het zou zomaar kunnen dat je een reclamebord bekijkt en ondertussen de neus vingert. Waarop het reclamebord ineens tegen je zegt: “Als u dat nou eens met ons frisse tissue doet? Veiliger voor uw neus en de rest van de straat hoeft niet mee te genieten van uw vieze nagels”.
Je dacht even een momentje voor jezelf te hebben, maar camera's, verbogen in het reclamebord, hebben je in de smiezen. De camera herkent bekend gedrag en de computer koppelt dat aan een vooraf opgenomen boodschap.

Volgens een artikel op BBC News behoort dat in de toekomst tot de mogelijkheden. De technologie is er al. Het Japanse bedrijf NEC verkoopt techniek voor gezichtsherkenning, die het mogelijk maakt te bepalen wat voor reclame er op een digitaal billboard verschijnt, afhankelijk van de kenmerken van de passant, zoals leeftijd en sekse.
In Duitsland experimenteert men met camera's in straatreclame om de emotionele reacties te registreren van passanten die een blik op het geadverteerde werpen. Uiteraard met de bedoeling daar nieuwe marketingkennis uit te kunnen peuteren.

De Daily Mail meldt enige beroering in Engeland. De firma Castrol plaatste billboards, waarop je kenteken verschijnt en een advies welke Castrol-olie geschikt is voor jouw wagentje. Camera's die een aantal meters voor zo'n billboard staan, hebben jouw kenteken gefilmd en de opname is gekoppeld aan de kentekengegevens, waarover Castrol lijkt te beschikken.
De DVLA, het officiële bureau voor kentekenregistratie, ontkent dat zij de gegevens hebben doorgespeeld, maar zou nu wel willen weten hoe Castrol aan die informatie is gekomen.

Het artikel op BBC News eindigt met de opmerking dat het verstandig zou zijn nu te bepalen hoe ver commercie en overheid mogen gaan om al onze facetten in de gaten te houden, nu we nog enige privacy hebben om te beschermen. Ik vrees dat het daarvoor te laat is. Omdat nog teveel mensen geloven dat het inleveren van privacy hen ook wat oplevert.
Niet alle mensen die autorijden weten altijd welke motorolie ze precies moeten gebruiken. Dus wat dondert het dat Castrol je er even aan herinnert welke type je in je cabrioletje moet gieten. Makkelijk toch?

En zo verkoopt de overheid veiligheid en betalen we privacy. In de EU is de laatste drie jaar het aantal terreuraanslagen rond de 500 gevallen blijven schommelen. In 2008 is het echter slechts tot 384 veroordelingen gekomen, maar zijn er wel 1009 mensen gearresteerd, tegenover ruim 700 in 2006 (gegevens te danken aan een artikeltje op GeenCommentaar, waar één van de reaguurders wees op een Europol rapport (pdf!). Moet daarvoor je e-mail gelezen worden?

Privé en publiek ben je steeds meer het bezit van commercie en overheid.

Voer voor nadenken.

Voer voor nadenken

“Slechts een derde van de Nederlanders heeft veel behoefte tot nadenken“.
“Overigens zijn de mensen die de behoefte hebben om meer na te denken niet per se hoger opgeleid; dit verband was laag“.

Twee conclusies die het ergste vrezen voor ons aller welzijn want de derde conclusie luidt: “De 30% Nederlanders die veel behoefte hebben tot nadenken hechten meer waarde aan dierenwelzijn, rechtvaardigheid en milieuvriendelijkheid“.

Nadenken. Ik maak er geen gewoonte van, maar ik heb er wel behoefte aan. Nou vind ik dierenwelzijn, rechtvaardigheid en milieuvriendelijkheid toevallig ook belangrijk, maar dat ik daarmee tot slechts een derde van de bevolking hoor, vind ik geen wereldnieuws.

De conclusies staan in een rapport van het LEI, dat in opdracht van het ministerie van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), onderzocht heeft of mensen wel eens stilstaan bij de waarde van hun eten.
Het LEI (Landbouw Economisch Instituut) zegt in haar persbericht dat “89% van de consumenten producten koopt uit gewoonte, zonder er bij na te denken. Meer kennis over gezondheid en duurzaamheid leidt niet per definitie tot een ander aankoopgedrag bij consumenten. Alleen de kleine groep mensen die toch al interesse heeft in deze onderwerpen laat zich hierdoor leiden“.
Het LEI concludeert niet als eerste dat het vergroten van kennis niet vanzelfsprekend tot gedragsverandering leidt. Je zou meer moeten weten over onbewuste drijfveren van de consumenten, als je wil dat ze meer gezond en milieuvriendelijk voedsel kopen.

Het klinkt bekend. A-sociaal gedrag veranderen met voorlichtingsfilmpjes werkt niet. De makers van die filmpjes hopen zo de mensen een spiegel voor te houden en aan het denken worden gezet. Psycholoog en communicatiewetenschapper, Jaap van Ginneken, stelt dat het effect minimaal zal zijn. “Gedragsverandering, en zeker duurzame gedragsverandering, is heel moeilijk“, aldus de deskundige in een Volkskrantartikel.

Ook
prof. dr. C.M.J.G. Maes, gezondheidspsycholoog aan het Leids Universitair Medisch Centrum, stelt dat campagnes die mensen adviezen voor een gezonde leefstijl tussen de oren prenten, een “bedroevend laag effect hebben“. Dus moet er meer kennis komen over “de onderliggende psychologische mechanismen die leiden tot (on)gezond gedrag” en moeten we “beseffen dat gedrag altijd het gevolg is van interactie tussen individu en omgeving“.

Tweederde van de mensen hebben geen behoefte na te denken en doen maar wat. Het lijkt voer voor psychologen, maar als die het zo eens zijn over dat verschijnsel, waarom nog geld aan nader onderzoek gedaan?
Laten we er vanuit gaan dat overheid en beleidsmakers tot die 30% nadenkende groep behoren. Ze willen immers dat iedereen gezonde, milieu- en diervriendelijke producten consumeren? Wel , als zoveel mensen niet nadenken bij hun aankopen, dan zorg je er toch voor dat er alleen nog gezonde, milieu- en diervriendelijke producten worden aangeboden?

Ethisch nadenkertje: mag je niet-denkende mensen dat van overheidswege door de strot douwen?

Reclame of informatie?

Reclame of informatie? “Ik ben van mening dat het een onmogelijke taak is om te komen tot een helder juridisch houdbaar onderscheid tussen informatie en reclame“.
Een opvallend antwoord uit de
beantwoording van kamervragen, waarin de overheid wordt verzocht op te treden tegen symptoomreclame.

Symptoomreclame zijn spotjes of advertenties waarin meestal veel voorkomende kwaaltjes worden getoond en waarin wordt gesteld dat je er toch prima van af kan komen. Critici menen dat dit soort reclame eigenlijk reclame voor medicijngebruik is. De reclame wordt gefinancierd door bedrijven in de farmaceutische industrie.
Reclame voor geneesmiddelen is in Nederland verboden. Symptoomreclame wordt gezien als truc om de wet te omzeilen. Reden voor de Consumentenbond een petitie te starten om de overheid onder druk te zetten een verbod op dit soort reclame in te stellen.

Uit de beantwoording van de kamervragen blijkt dat een verbod er niet echt in zit. Over mogelijke aanscherping van de regels wordt nog nagedacht. Maar goed, intrigerend is dat zinnetje, waarmee minister Klink zegt dat het heel lastig is om juridisch vast te leggen wat het verschil tussen reclame en informatie is.

In de dagelijkse praktijk is het inderdaad lastig dat onderscheid altijd goed waar te nemen. Neem het persbericht van de Consumentenbond, waarin wordt geroepen dat de petitie voor een verbod op symptoomreclame al 12.000 handtekeningen heeft opgeleverd. Die mededeling is natuurlijk informatie. Maar het lijkt me tevens wervend bedoeld: al 12 duizend mensen gingen u voor, nu u nog! Dat mag je dan toch reclame noemen, of niet?

Veel reclame is meteen als zodanig te herkennen. Door informatie te tonen in de reclameblokken op televisie of in kranten het woordje reclame of advertentie te plaatsen, weet je meteen dat het meer om verleiding dan om informatie gaat.
Het wordt al lastiger als je een brief in de bus krijgt, waarin je hoogst persoonlijk wordt geïnformeerd over een leuke prijs doe je gewonnen hebt. Nadere informatie leert dan dat je er echter extra loten in de loterij voor moet kopen, wil je een kans maken op die prijs. Dat is dus regelrechte werving. De zogenaamde informatie is op een misleidende manier verhullend.

Geldt dat ook voor symptoomreclame? De informatie over kalknagels en schimmelvoeten voegt niets toe. Iedereen weet dat het fenomeen bestaat. Dat je er een heuse medische behandeling voor nodig hebt, om het enigszins effectief te bestrijden, blijkt pas als je in de reclame genoemde websites bezoekt. Daar lees je dan dat je met je klachten naar de huisarts moet.
Is dat nou informatie over een kwaal? Of reclame voor de huisarts? Of een manier om je, via je huisarts, de weg naar medicatie te wijzen? Wat dan weer reclame is.

Goed. Reclame en informatie is niet altijd goed uit elkaar te houden. Je kan natuurlijk afspreken dat informatie alleen juiste en te toetsen feiten bevat. Informatie die voor iedereen beschikbaar is en door iedereen gebruikt mag worden, zonder enige bijbedoelingen. Het enige doel is alleen het verstrekken van die informatie.
Het vervelende is dat niet alleen in reclame informatie wordt verstrekt, die meer tot doel heeft dan louter feiten aan te bieden. Iedereen gebruikt informatie wel eens ter ondersteuning van hoogst particuliere doelen. Zo willen we in een discussie een ander wel eens overtuigen met een “maar wist je dan niet dat….”, waarna er en paar echte feiten worden opgesomd.

Reclame probeert altijd een ander te overtuigen. Al dan niet met feitelijke informatie. De keuze om op basis van die informatie daadwerkelijk iets te doen, is aan de individuen in de aangesproken doelgroep. Maar dat geldt ook voor echte, keiharde informatie. Je kan nog met duizend feiten en cijfers komen, wat mensen ermee doen bepalen ze zelf.
Heeft minister Klink dus groot gelijk dat er geen juridisch onderscheid tussen reclame en informatie te maken is?

Het lijkt me wel een nader onderzoek waard. Informatie kan wervend werken, mensen op ideeën brengen, waarmee ze ook iets gaan doen. Reclame gaat om werving alleen. En werving op zich is geen informatie. Kunt u daar wat mee?

Dan maar de lucht in…

Dan maar de lucht in...

Wie hoopt dat Nederland ooit weer gouden VOC-tijden zal beleven, koestert misschien de romantische gedachte dat het ideaal ook nu weer zeevarend zal worden verwezenlijkt. Zeevaart is voor nostalgische dromers. Het visionaire kabinet herneemt de koers die een historische zeeheld ooit inzette met een 'dan maar de lucht in'.

In dat kader lanceerde de minister van economische zaken vandaag zelfs een compleet 'office'. Het NSO (Netherlands Space Office) heeft van het rijk de opdracht gekregen het nationale ruimtevaartprogramma tot grote hoogten op te stuwen.
NSO-directeur Ger Nieuwpoort meent dat de ruimtevaart “de samenleving ongelofelijk veel te bieden heeft“. Hij somt de verworvenheden die ruimtevaart ons bracht nog eens op: “Boeren kunnen tegenwoordig hun akker al monitoren met satellieten, schepen kiezen hun routes op basis van satellietinformatie over stromingen, om maar te zwijgen over alle mogelijkheden die satellietnavigatie meebrengt“.

Je ziet het al voor je: de files in de gaten houden en bijsturen dankzij een complete file satellieten in de ruimte. Het fileprobleem is het niet het enige waar Nederland sterk in is en de NSO-directeur ziet kansen voor de ruimtevaart als die aansluit “bij de Nederlandse sterktes, zoals landbouw, water en energie“.
Samen met het NWO en de KNAW wil hij dolgraag “kijken op welke wetenschapsgebieden ruimtevaart nog meer van toegevoegde waarde is”.

Maar waarom alleen met wetenschappelijke of economische gebieden? Waarom niet met zaken dien evenzeer belangrijk zijn voor het nationaal geluk? Zo heeft de Russische ruimtevaart al aansluiting gevonden bij humor en schoot vandaag een clown de ruimte in. De stichter van Cirque du Soleil, Guy Laliberté, kocht een ticket van 35 miljoen dollar om een feestje te gaan bouwen op het ruimtestation ISS. Hij is daarmee de zevende ruimtetoerist die met een Russische Soyoez meevliegt. Niet alleen voor de lol. Hij wil hiermee ook het groeiende tekort aan schoon water aan de orde stellen.

Aan humor ontbrak het ook niet bij het Nederlandse Space Office. De toekomst van de ruimtevaart werd gesymboliseerd door een caravan. Studenten hadden het ding tot een heuse ruimteclausule omgebouwd. Of was dat serieus bedoeld? Zullen we het nog meemaken dat de jaarlijkse vakantiespits op de route naar het zuiden tot het verleden behoort? Gaan we met onze caravans massaal naar de maan?

Ruimtevaart kost een lieve duit. De kosten worden nog wel eens verdedigd met het argument dat veel bijproducten heel nuttig zijn voor de samenleving. Niet alleen de navigator in uw auto, ook levensbelangrijke medische technologie hebben we er aan te danken.
Ziet u nog meer toegevoegde waarde voor de ruimtevaart? En welke clowns ziet u graag het helaal ingeschoten?