Auteursarchief: Klokwerk

Weer voor strandjutters

Weer voor strandjutters Nu de herfstwindjes wat sterker worden, wordt het leuk op het strand. Al bij 5 Beaufort (vrij krachtig) heb je al “aanschietende zee”. Heftige term, voor matige golven. En dan vliegen er toch nog containers overboord van al die kolossale schepen die onze welvaart vervoeren.

Heb je pech dan tref je aangespoelde
lege containers aan. Maar met een beetje geluk kun je de boodschappentas volproppen met bananen of sportschoenen. Wie liever computers heeft, moet heel snel naar Terschelling, want daar sloegen dertien containers van het dek van het motorschip Dirhami. De zeevervoerder is een beetje viespeuk want tegelijkertijd verloor het schip ook vaten met chemicaliën.

En dat is de Amelandse burgemeester De Hoop
nu spuugzat. De burgemeester is ook voorzitter van KIMO, een organisatie waarin kustgemeenten samenwerken voor een schonere kust. Begin deze maand vierde KIMO haar 19-jarig bestaan met een conferentie in Den Haag.
Volgens deze club gaan er gemiddeld zo’n tienduizend container per jaar overboord. Slecht weer is en oorzaak, maar slecht ontworpen schepen, beroerd onderhoud of ondeskundig zeemanschap, leiden tot een toenemend aantal incidenten (lees meer in dit pdf-document).

Burgemeester De Hoop wil strengere controle en strengere regels. Verzekeraars stellen dat er elk jaar 150 containers overboord slaan voor onze kust. In twee weken tijd kregen de Waddeneilanden er al 22 voor de kiezen. Met het groeiende containervervoer over zee, nemen de risico’s toe, dus grotere kans op problemen, stelt de Amelandse burgemeester.
De Waddenvereniging heeft de staatssecretaris voor Verkeer en Waterstaat opgeroepen de risico’s van de containervaart aan te pakken. Een vaarverbod voor containerschepen, bij windkracht vijf.

Een vaarverbod? Maar dan valt er niks meer te jutten!
Nu is de Waddenzee bijna geheel tot beschermd gebied verklaard. In de derde Waddenzeenota staat dan ook dat “ongewenste effecten van menselijke activiteiten” in dat gebied vermeden moeten worden. Maar het gedeelte van de Noordzee voor de Waddenkusten is geen beschermd gebied, dus een vaarverbod maakt weinig kans.
Bovendien is de grens van windkracht vijf een vaag criterium, want op zee kan het in korte tijd oplopen van pakweg windkracht drie naar windkracht vijf en hoger. Het tijdstip van een vaarverbod is dus niet zo makkelijk te bepalen. En van stormwaarschuwingen weten we inmiddels, dat die soms loos alarm kunnen zijn.

Willen we strand en duinen dus beter beschermen tegen rammelende containerschepen, dan zul je de vaarroutes veel verder uit de kust moeten leggen. Blijft het probleem dat het zeewater vervuild kan raken.
De beste oplossing is dus alleen volledig veilige schepen toe te staan in onze nationale wateren. Jammer van het strandjutten, maar officieel is dat toch verboden.

Kunst graaien?

Kunst graaien? ABN Amro haalt de DSB leeg. Niet de kluis, maar het museum. De keiharde realiteit van beslaglegging.
De 1600 magisch realistische werken verhuizen naar onbekend adres. Minister Plasterk wil de verzameling redden, maar heeft nog geen concrete stappen ondernomen.

De ABN Amro
heeft ervaring met het wegslepen van kunst. In 2007 verkocht de bank haar eigen collectie voor één euro aan een in de haast opgerichte stichting, om de 16.000 werken uit handen van het Fortis-consortium te houden. Heeft de bank nu aanleiding gezien die collectie uit te breiden tot ruim 17.000 stuks?

De ING is de grootste kunstverzamelaar, met 25.000 stuks. ABN Amro volgt op de 2e plaats en dan bezet Fortis op afstand de 3e plaats (8500 kunstwerken) Verder zijn Van Lanschot, Aegon, de DNB, Rabobank, BNG en SNS Reaal eigenlijk de kleine spaarders (zie deze excelsheet voor een overzicht)
.

De banken beheren in totaal zo’n 58.800 kunstwerken. Ter vergelijk: Het
Instituut Collectie Nederland, een onderdeel van het Ministerie van OCW, beheert ongeveer 100.000 kunstobjecten. Die worden gedeeltelijk in musea tentoon gesteld. Verder kun je de kunst aantreffen in openbare gebouwen. De ambassades in het buitenland showen ook een deel en al wat niet wordt geëxposeerd rust in de depots van het instituut.

De banken hebben hun kunst natuurlijk in hun eigen gebouwen geëtaleerd, maar een deel is ook in musea te zien.
Waar gaan we de magische realistische kunst zien, die Dirk Scheringa heeft verzameld? Dat moeten we afwachten. Minister Plasterk hoopt op dat kunstliefhebbers in actie komen om de collectie onder te brengen in het nieuwe Scheringa-museum, dat dan wel eerst moet worden afgebouwd.
De minister zei daar zelf een rol bij te willen spelen. Maar hoed dan? De collectie opkopen? Dat zou misschien gezien worden als staatsteun aan de gevallen Scheringa.

Welke magische truc moet Plasterk verzinnen om de collectie te redden voor de museumbezoekers?

Prijswinnaar verbiedt fusie

Prijswinnaar verbiedt fusie Nog een paar uurtjes en dan moet bekend worden of een van de laatste hobbel is weggenomen, die nu de fusie Fortis en ABN-Amro tot een oerdegelijke nieuwe Nederlandse bank in de weg staat. Die hobbel gaat wel de Aletta Jacobs Prijs 2010 krijgen.

Eurocommissaris Mededinging, Neelie Kroes, valt in de prijzen, Niet te beroerd om grote mannen, grote bedrijven, grootse plannen te dwarsbomen, zodra ze oneerlijke concurrentie ruikt. Wie verdacht wordt van prijsafspraken, kartelvorming of te veel staatsteun aan bedrijven, krijgt het met mevrouw Kroes aan de stok.
Ze krijgt de Aletta Jacobs Prijs ”vanwege de grote maatschappelijke impact van haar werk en de evidente voorbeeldfunctie die zij vervult op soms unieke en vaak machtige posities”.

Neelie Kroes moet
in de gaten houden of bedrijven op een groeiende Europese markt wel gelijke kansen hebben op de uitdijende Europese markt. De Eurocommissaris meent oprecht dat concurrentie kan leiden tot betere prijzen en kwaliteit voor de consument. Er moeten dus voldoende bedrijven zijn waar de consument uit kan kiezen, zonder dat de consument wordt gepiepeld door onderlinge prijsafspraken in deze of gene sector.

De consument zal zich in ieder geval zich met het nodig leedvermaak verkneukeld hebben over de aanpak van grote jongens. Shell, kreeg
een megaboete wegens deelname aan een rubberkartel. Ook het roemruchte Microsoft bleek uiteindelijk zwakker dan Neelie Kroes zelf. De softwaregigant mag de grootste blijven, maar moet Windows ook op de markt brengen met minder toeters en bellen. De consument moet immers de vrijheid hebben die toeters en bellen bij andere bedrijven te kopen.

Verder merkt de consument er niet veel van. Windows blijft een relatief duur product, ook in de uitgeklede versie. Verder wordt alles duurder, vaak verdedigd met het argument dat alles nu eenmaal duurder is geworden. Een enkele prijzenslag tussen supermarkts daar gelaten, maar daar had de Eurocommissaris niet de hand in.

Voorts is ze een stuk vriendelijker voor haar voormalige politieke collega’s. Ze verleende het kabinet al drie keer eerder uitstel om kopers te vinden voor onderdelen van de ABN-Amro. Daarmee bood ze Wouter Bos en haar partijgenoot Zalm meer ruimte dan ze in andere zaken bereid was te geven.
Het laatste nieuws over de ontwikkelingen is dat Wouter Bos hoopvol is gestemd over een goede afronding van de gesprekken met bedrijven die ABN-Amro willen ontlasten van de ballast die Neelie Kroes heeft aangewezen.

Hoopvol? Is dat niet een understatement voor naderend onheil? En wat gaat de Eurocommissaris doen als niet aan haar voorwaarden is voldaan? Nog een keer uitstel geven of, onder het motto “crisisnood breekt wetten”, zal ze toch akkoord gaan met de fusie van Fortis en ABN-Amro?
Een beetje prijswinnaar toont karakter. Ze spreekt natuurlijk haar veto uit.

Antwerpen weigert Lange Wapper

Antwerpen weigert Lange Wapper Nederlanders die Antwerpen een lastige onderbreking vinden van hun vakantietripje naar Frankrijk, zullen misschien hopen dat de Vlaamse regering de wil van het Antwerpse volk naast zich neerlegt.

Vandaag werd er een referendum gehouden over de Oosterweelverbinding. Met onder andere een gigantische brug en een tunnel, zou de doorstroom rond Antwerpen op snelheid gebracht kunnen worden.
De Antwerpenaars lijken de huidige situatie wel best te vinden. Bijna 60 procent wil liever geen 2,2 miljard euro uitgegeven aan een bouwput waar ze natuurlijk zelf het meeste last van zouden hebben.

Het is gewaagd, zo’n referendum. Want wat nu? Eerst mag het gemeentebestuur zich buigen over het advies van het volk. Maar de uiteindelijke beslissing ligt bij het Vlaamse kabinet, dat overigens aardig verdeeld is over de kwestie. Zoals bekend, kost verdeling in België behoorlijk wat tijd. De Antwerpenaren zullen dus geduld moeten hebben, voor men te horen krijgt wat hun stem heeft betekend.

Hoe zou de uitslag zijn geweest als ook Nederlanders mee hadden mogen stemmen? Zou aardig zijn geweest, want veel Nederlanders gebruiken de route langs Antwerpen toch zeer intensief. Bovendien, als de Vlamingen gaan vertellen wat wij met onze waterwegen moeten doen, mogen wij toch zeker ook wat zeggen over hun infrastructuur?

Wat mij betreft gun ik de Antwerpenaars dat hun referendum nu serieus wordt genomen. Ik zal eerlijk zijn: ik heb geen enkel belang bij deze kwestie. Die keren dat ik langs Antwerpen sukkelde, vind ik het wel best zo. Verder doet mijn hoogtevrees het net iets te goed op grote bruggen en tunnels heb ik een hekel aan.
Maar daar denkt u misschien anders over?

Valt Bos op 19 oktober?

Valt Bos op 19 oktober?Welke banken zijn maandag uitgespeeld? Als er dit weekend geen wonder gebeurt, zal de rechter de DSB-bank maandag buiten spel verklaren. Kleine speler, dus dat zal aan de comeptitie niet zo gek veel veranderen.
Maar er is nog een bank die wat langer in het reservehokje zit te wachten en maandag 19 oktober als deadline boven het hoofd heeft hangen.

De bank van Bos. Ofwel de ABN-Amro. Wouter Bos heeft van Eurocommissaris Kroes tot maandag uitstel gekregen, om onderdelen van de ABN-Amro te verkopen.
Dat moet, omdat de nieuwe nederlandse bank die Bos voor ogen heeft, een te grote positie zou krijgen op de markt voor het MKB. Dat mag niet van Kroes, die overigens zo vriendelijk is geweest al drie keer eerder uitstel te verlenen. alvorens toestemming te geven tot de fusie van ABN en Fortis.

Gek, dat we van Bos nog weinig hebben gehoord of hij mevrouw Kroes tevreden kan stellen. Zijn er inmiddels banken die onderdelen van ABN-Amro gaan opkopen?
En wat nou als het hem niet lukt? Heeft hij een plan B in de kast voor de toekomst van Fortis en ABN? Of is het dan over en uit. Met natuurlijk de kans dat Bos valt, omdat zijn reddingsplan in duigen valt?
Zijn er kenners in de zaal die even in het bancaire koffiedik kunnen kijken?

Het waren wereldse dagen

Het waren wereldse dagen Onze chef is een aardige man. Altijd bereid te luisteren. Als je hem een probleem voorlegt, zegt-ie altijd: het heeft mijn aandacht. Als hij er niet uitkomt, gaat hij naar het managementteam. Een uiterst competent stelletje leiders. Als de chef terugkomt, informeer ik even hoe het is gegaan. Nou, zegt-ie, best wel goed. Ja, okee, maar wat zeiden ze dan, wil ik weten. Het heeft onze aandacht, zeiden ze.

Bij de presentatie van de kwartaalcijfers, sprak de directeur. Dames en heren, mag ik even uw aandacht? Nou, die kon ze krijgen, want we rekenden erop dat we nu toch echt te horen zouden krijgen wat er met de jaren doorzeurende problemen gedaan zou worden.
Na de cijfers herinnerde de directeur er aan dat er natuurlijk nog wat problemen weggewerkt dienden te worden. Daar kwam het! Dames en heren, zei ze, u kunt er op rekenen dat het onze aandacht heeft.

Aandacht is een running gag geworden binnen ons bedrijf. Daar doen wij niet moeilijk over. We gaan fluitend naar het werk. Ons bedrijf is immers maar een stipje in de lokale bedrijvigheid. Het is nog geen pixel als je het landelijk inschaalt. Wereldwijd gesproken zie je ons niet eens. Wereldwijd zijn er wel grotere problemen. Daarmee gaat het net zo, als met onze dagelijkse probleempjes: het heeft de aandacht.

En niet zo’n beetje ook. Deze week is de week van de Internationale dag voor de beperking van natuurrampen, de Bossen voor klimaatdag, de Wereldvoedseldag en de Rainforest Week. Drie dagen en een hele week, die aandacht vragen voor grote problemen.
Vorige week ontbrak het ook al niet aan aandacht: de Wereld Habitatdag, De Europese Dag tegen de doodstraf en de Werelddag voor de geestelijke gezondheid.
Gelukkig kunnen we het volgende week wat rustiger aan doen met de Internationale dag voor de eliminatie van de armoede, de Wereldinformatiedag over ontwikkelingsvraagstukken en de Dag van de Verenigde Naties.

In één ding lijken de naties eendrachtig verenigd: aandacht. En het lijkt precies hetzelfde te werken als de aandacht die onze bedrijfsleiders hebben. Als je de websites van de diverse dagen bekijkt, zijn de problemen verre van opgelost. Een klein verschilletje met onze bedrijfsleiding is er wel.
Al die VN-, Internationale- en Europese dagen voor al die problemen vragen ònze aandacht. Het kan namelijk zomaar gebeuren dat al die zaken eventjes aan onze aandacht zijn ontsnapt, druk als we het hebben met onze eigen sores. Dus worden we even herinnerd aan de stand van zaken aangaande honger, gezondheid, ontbossing en klimaat, etcetera.

Da’s leuk, zult u zeggen, maar als naties in verenigd verband de problemen niet kunnen oplossen, wat kan ik er dan aan doen? Lokaal gezien ben ik maar een stipje, nog geen pixel landelijk bekeken en op wereldschaal zie je me niet eens staan.
Dan moet u eens bedenken dat er nogal wat mensen wereldwijd de handen uit de mouwen steken. In opdracht van de VN, Unesco of verenigd in talloze andere organisaties. Bent u om wat voor reden dan ook verhinderd zelf daadwerkelijk iets te doen, dan heeft u vast nog wel iets ruimte voor drie dingen die u wel kunt doen. Doneren, op de hoogte blijven en bij elke verkiezing stemmen op politici die wel serieus werk van oplossingen willen maken.

Ah, zegt u dan, maar dat geeft me niet het gevoel echt iets te betekenen. Nou, dan zou ik toch maar eens anders omgaan met water, energie en voedsel. Dat zou al heel veel helpen. Hoe dat kan, dat kunt u elk jaar weer lezen op genoemde websites. Je hoeft geen idealist te zijn om veel van die dagen geschiedenis te maken door aan de Dag van de Oplossing te beginnen.

De moderne mens bestaat niet.

De moderne mens bestaat niet Grofweg zijn er twee opvattingen betreffende onze existentiële werkelijkheid. De een zegt: wij zijn allen schepselen gods. De ander zegt dat we uit het water zijn geklommen, als viervoeter vaste grond onder ons bestaan hebben gezocht en op twee benen zijn gaan staan omdat je zo verder kan kijken dan je neus lang is.

Die eerste opvatting is wel zo makkelijk. Geen getob over de oorsprong. De tweede, wetenschappelijke benadering, levert herhaaldelijk problemen op. Zo zijn er nu een stel onderzoekers die beweren dat een derde van als nieuw soort ontdekte dinosaurussen, afgeschreven kunnen worden. Ze waren niet nieuw, maar nazaten van een reeds bekende soort.
Meteen ruzie met collega’s, die de conclusie zwaar overdreven vinden.

Wetenschappelijke onenigheid komt vaker voor. Zo zijn wetenschappers er nog niet helemaal uit, waar en wanneer de hond onze trouwe metgezel in ons huishouden is geworden.
Misschien zijn de wetenschappelijke controverses over klimaatverandering, de toekomst van de economie en de globalisering veel belangrijker, maar onderschat niet wat een impact de bewering over nieuwe of oude dinosaurussen kan hebben.

Want welke consequenties kan het hebben als je ‘dinosaurus’ vervangt voor ‘mens’? Er is al genoeg discussie over de Homo Sapiens, maar stel dat een derde van de nieuwe soorten mens nooit heeft bestaan? Hele existentiële filosofieën kunnen dan de prullenbak in. Een aantal vragen zullen opnieuw onderzocht moeten worden.
Waren we apen en zijn we dat nog steeds? Waren we vissen en hebben we eigenlijk nog steeds niet meer hersencapaciteit dan een haring? Zijn we nou de moderne mens of niet meer dan een marginale variant van de oermens?

Alweer een zorgalarm.

Alweer een zorgalarm Steeds minder zorginstellingen in Nederland hanteren de code van informatiebeveiliging. Een bericht dat klakkeloos is overgenomen door De Telegraaf en websites voor de beveiligingsbranche en de medische sector.

Het alarm is afgegeven door Niscayah, een bedrijf dat beveiligingsoplossingen verkoopt aan de zorgsector. Dit bedrijf onderzoekt elke twee jaar de beveiliging in de zorg en
constateert nu dat van de 88 respondenten “slechts 23% van de respondenten de code informatiebeveiliging hanteert, t.o.v. 57% in 2007”. De respondenten zijn werkzaam in ziekenhuizen en verpleeghuizen.

Volgens het bedrijf is niet alleen de ict-beveiliging onvoldoende (denk aan het EPD!), 20% van de brandmeldinstallaties zijn niet goedgekeurd, het aantal stroomstoringen neemt toe en de beveiliging tegen inbraak en agressieve indringers, is veelal verouderd.
Nu heeft Niscayah er natuurlijk een commercieel belang bij de zorgsector op de gaten en de lekken te wijzen. Het bedrijf biedt immers de oplossingen? Als je nagaat dat 88 respondenten op zo’n 1845 zorginstellingen wat weinig is, dan lijken de percentages wel mee te vallen. Ter verduidelijking: er zijn in Nederland zo’n 140 ziekenhuizen,ongeveer 342 verpleeghuizen en maar liefst 1363 verzorgingshuizen. De cijfers zijn uit 2004 en 2005 en dus misschien niet helemaal actueel, maar veel zal het niet schelen.

Maar het commerciële bedrijf is niet de enige die maar aan een paar zorginstellingen genoeg heeft om de alarmbel te luiden.
In 2008 meldde het CBP (College Bescherming Persoonsgegevens) dat een onderzoek naar de informatiebeveiliging bij 20 ziekenhuizen, genoeg was voor de IGZ (Inspectie Gezondheidszorg), om alle ziekenhuizen de opdracht te geven een plan van aanpak op te stellen. In 2009 liet de IGZ weten dat bij van de twintig onderzochte ziekenhuizen de boel nog niet op orde hadden en dat van de 72 ziekenhuizen die niet waren onderzocht, er nog eentje was die helemaal geen plan had ingediend.

Nou is een plan van aanpak één ding, de werkelijke uitvoering is weer wat anders.
In 2006 deden 51 ziekenhuizen mee aan een enquête van RTL Nieuws en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Daaruit bleek dat de beveiliging tegen insluipers en diefstal nog beter kon, dan met de 50 miljoen euro aan beveiligingsmaatregelen al was bereikt. De voorzitter van de NVZ deed uiteraard een beroep op de overheid voor een bijdrage in de kosten ter verbetering.Het beveiligingsbedrijf Niscayah stelt dat 76% van haar 88 respondenten vond dat de overheid over de brug moet komen om de veiligheid te verbeteren.
Een zorgbestuurder
in Noord-Holland stelt dat de beveiliging bij de woonzorgcomplexen in zijn regio niet beter zal worden. Het geld ontbreekt.

Tja, dan moet de premie voor de zorgverzekering maar omhoog, zodat particuliere beveiliging in het basispakket kan. De patiënt mag zelf beslissen of hij/zij een eigen bewaker meeneemt naar ziekenhuis of verpleeghuis. Doet de patiënt dat niet, valt het natuurlijk onder eigen risico.
En de beveiliging van de ITC? Een illusie. Want als je de continue berichtgeving leest over lekkende systemen, virus- en phishing aanvallen, dan lijkt het wel of de virtuele criminaliteit vele malen groter is dan de hele beveiligingsindustrie aan kan.

Overheid werk irritaties weg.

Overheid werk irritaties weg

“Bijleveld roept organisaties op professionals vertrouwen te geven. Daardoor hoeven professionals zich minder te verantwoorden en hebben zij dus minder administratieve lasten“.
Quote uit persbericht ministerie Binnenlandse Zaken).

Menig burger mag dan irritaties hebben over zijn overheid, binnen de diverse overheden heerst ook de nodige onvrede. Ambtenaren zijn net burgers, moet je maar denken.
Ze zijn wel wat loyaler aan hun werkgever. Waar burgers maar liefst
10 top-irritaties blijken te hebben, heeft staatssecretaris Bijleveld bij de ambtenaren er slechts vijf geconstateerd.

Ze bracht vandaag een werkbezoek aan de Intergemeentelijke Sociale Dienst Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo. Aldaar kondigde zij aan de belangrijkste knelpunten weg te zullen werken, die professionals in de sociale zekerheid belemmeren hun eigenlijke werk goed te doen.
Ook de ambtenaren blijken de formulieren en het taalgebruik soms onbegrijpelijk te vinden. De automatiseringssystemen vinden ze niet gebruiksvriendelijk en er zijn te veel momenten waarop ze met beleidswijzigingen bezig moeten zijn.

De administratieve werkdruk is groot, vinden dus ook de ambtenaren. Die druk kan worden verlicht, zo stelt de staatssecretaris, als de ambtenaren zich minder hoeven te verantwoorden. Dat zal als muziek in de oren klinken van alle werknemers.
Je mag er vanuit gaan dat als je een of ander vak uitoefent, je ook verstand van de bijbehorende materie hebt. Is gewoon je werk doen dan voldoende? Of is het nodig dat je je werkzaamheden rapporteert, zodat je werkgever kan nagaan of je het allemaal wel goed doet?

De werkgever mag best meer vertrouwen hebben. Die heeft immers het personeel aangenomen en geoordeeld dat het geschikt genoeg is voor de vacatures die beschikbaar waren. Nu zijn er beroepen waar een foutje van een werknemers onmiddellijk aan het licht komt. Een operator in een chemische fabriek, die even zit te dutten ziet zijn metertjes niet in het rood gaan en heel de omgeving kan meegenieten van een prachtige ontploffing.

Er zijn echter veel beroepen waar het werk wat abstracter lijkt. Bijvoorbeeld de uitvoering van regels. Als die regels complex zijn of niet glashelder, onstaat er ruimte voor interpretatie. Dan mag je hopen dat de werknemer zo objectief mogelijk blijft. Maar er is natuurlijk een risico dat persoonlijke normen de interpretatie kleuren. Zoals ik hierboven al stelde: ambtenaren zijn net burgers.
Met als gevolg dat toepassing van regels kunnen verschillen van gemeente tot gemeente, van loket tot loket. Dat vraagt om verantwoording. Mocht er een klacht komen, dan moet het proces van besluitvorming te controleren zijn. Oefent de chef van de ambtenaar die controle niet uit, dan doet de
Nationale Ombudsman het wel.

Zullen er minder fouten worden gemaakt, als er minder verantwoord moet worden? Worden de doelstellingen en de kwaliteit wel gehaald als de managers er niet zo bovenop zitten met hun controle?
Misschien gaat het goed, als je de werknemers meer laat samenwerken. In
het Volkskrant-artikel “Van maakbaarheid naar haalbaarheid”, verwijst de auteur naar organisatiepsycholoog Peter Robertson. Die stelt dat “managers minder controle moeten uitoefenen. Mensen hun werkzaamheden doorgaans zelf uitstekend organiseren, mits het bedrijf of de organisatie de doelen helder en consistent aangeeft en bewaakt“.

De auteur geeft een praktijkvoorbeeld, toegepast bij de Rabobank: “Medewerkers van de bank worden via intranet uitgenodigd met elkaar in alle openheid bepaalde cases te bespreken. Moet mevrouw A in die-en-die omstandigheid een hypotheek krijgen? Handel je een bepaald conflict met een klant het beste zus of zo af?” De bank heeft er alle vertrouwen in dat de werknemers zo samen de ethiek van de bank invulling geven.

Gezamenlijk overleg, samenwerking in de plaats van verantwoording? Wordt de werkdruk dan minder? Of je nou de gegeven tijd invult met het een of met het ander, die druk blijft. Hooguit wordt het werk beter gedaan en zijn er minder situaties waar de klant of de burger reden tot klagen heeft.

Bestek '09

Bestek '09

Hoe lastig het is de wereld zo in te richten dat we van alle problemen zijn verlost, wil ik illustreren met een mijmering over bestek.

Stelling: bestek is een overbodig product.
In dit geval wordt met bestek bedoeld het trio waarmee we de dagelijkse hap naar binnen werken. Mes, vork en lepel. In deze mijmering laat ik attributen als het keukenmes, de roerspaan en de vleesvork buiten beschouwing, als zijnde noodzakelijk bij de voorbereiding van de maaltijd.

Is de maaltijd eenmaal op je bord gekieperd, dan kun je het verder wel met je handen af. Bestek is niet echt noodzakelijk. En al helemaal niet in de oneindige variaties waarin het verkrijgbaar is. Laat staan dat je bestek nodig hebt, dat tevens als balpen te gebruiken is. De gadget is nog niet op de markt, maar Italiaanse ontwerpers hebben het Bic-bestek al in de la liggen.

Of neem bestek dat gebaseerd is op de Nederlandse eetcultuur: prakbestek. Een
kunstzinnig ideetje, maar volstrekt overbodig. De Nederlandse prakcultuur bestaat amper nog. En om dat bestek ook nog eens van hout te maken, mag gerust een bijdrage aan de ontbossing door eetcultuur genoemd worden.

De productie van zo iets simpels als bestek, is een voorbeeld van een uit de hand gelopen maakbaarheidsindustrie. Het is geen supernoodzakelijk gebruiksvoorwerp. Het wordt in grote hoeveelheden gemaakt. En er verschijnen steeds nieuwere vormen, alleen om het aanbod aantrekkelijk te houden.
Al dat bestek maakt het leven wel leuker, maar doet een aanslag op het milieu en economische verhoudingen. De produktie en gebruik kost grondstoffen, lucht, water en energie. En heel wat bestek wordt gefabriceerd in lage lonen landen.

Dus wat dan? Je kan alleen recyclebaar bestek gebruiken. Er zijn al vorken en lepels die je op kan eten. Gemaakt van aardappels en sojaolie. Aardig idee, want zo hou je de werkgelegenheid in stand en het is milieuvriendelijker.

Want het bestek helemaal afschaffen lijkt geen optie. Sluit je één bestekfabriek, dan dondert er een hele keten aan werkgelegenheid er omheen, ook in elkaar.
Dan zouden we nog kunnen kiezen om alleen zeer duurzaam bestek te maken. In een enkele vorm, in plaats van in al die varianten. Ook dan stort een stukje industrie in elkaar. Bestek dat onbuigzaam en onbreekbaar jaren meegaat, heeft tot gevolg dat de fabriek op een laag pitje moet draaien. Misschien zelfs delen van het jaar stil zal liggen.
Het zal het milieu flink sparen, maar de economie niet.

Ik geef het maar even aan, om te laten zien dat een simpele oplossing, complexe gevolgen kan hebben. Natuurlijk zijn er voor die gevolgen wel oplossingen te bedenken, maar willen we die wel? Als de bestekindustrie wordt afgeschaft, komt er arbeidskracht vrij voor sectoren waar we die tekort komen. Dat schaadt echter de roemruchte keuzevrijheid. Iemand die dolgraag lepeltjes wil maken, is misschien minder gepassioneerd om verpleger in een of ander tehuis te worden.

De hoop is gevestigd op hele bataljons innovators, die op zoek zijn naar veranderingen die wel goed zijn voor milieu, gezondheid, beheersbaarheid van kosten en die tegelijkertijd een welvarend leven, vol gadgets, luxe en onnodigheid in stand kan houden.
Gaan we het met die insteek redden of moet het bestek eens op de schop?