Categoriearchief: Keuzes

De barmhartige samaritaan op vakantie

De barmhartige samaritaan op vakantie De barmhartige samaritaan gaat op vakantie en neemt mee….
Daar moest ik aan denken na het lezen van een artikeltje op Noorderlicht. Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat een ondernemer de winst kan verhogen door de helft van die winst aan een goed doel te schenken.

Als voorbeeld noemt Noorderlicht de fotograaf op een pretpark. Die ziet omzet èn winst aanzienlijk stijgen als hij belooft de helft van de winst weg te geven. Zijn omzet stijgt ook als hij de klant de prijs laat bepalen. Bij een ‘vrije prijs’ stijgt de omzet zelfs veel hoger, dan bij het ‘goede doelen’- concept. Alleen blijft de cash dan weer zo laag, dat er weinig winst overblijft (lees Rijk worden door weg te geven).

Op Noorderlicht kan de redacteur zich goed voorstellen dat mensen tijdens een uitje naar een pretpark, best bereid aan dat ‘goede doelen’-concept mee te werken en sneller de portemonnee trekken. Maar of het ook werkt bij de verkoop van duurdere zaken als koelkasten en auto’s?

Dit weekend staan de potentële samaritanen gepakt en gezakt in
de vele files naar vakantiebestemmingen. Sommigen zullen arriveren op lokaties waar ze ondernemers tegen komen die goedkope prullaria aanbieden, om de kas van hun eigen goede doel te spekken. De outcasts, vaak van oost-europese komaf, die smoezelige sieraden aanbieden. Of Afrikaanse immigranten, die op kruispunten niet alleen de voorruit schoonmaken, maar ook papieren zakdoekjes en flesjes water te koop hebben.
Zullen die goede zaken doen omdat de vakantieganger nu meer in de stemming is aan de armen te schenken?

En hoe zit dat als de barmhartige toerist naar exotische, maar arme oorden trekt? Geeft de vrije tijds samaritaan gul aan bedelaars en straatverkopers? Of blijft het bij het fotograferen van de inlandse pauperexoot?
Misschien dat de straatverkopers wat hebben aan de ontdekking van de Amerikaanse wetenschappers. Zet een bord naast de handel waarop staat dat de helft van de winst naar een goed doel gaat (help armoe de wereld uit en koop hier uw zonnebril).

De wetenschappers maken wel duidelijk dat ze beter geen vrije prijs kunnen hanteren. In veel van die landen is het gebruikelijk te onderhandelen over de prijs. De toeristen doen daar vrolijk aan mee. De lokale ondernemers maken dan wel meer omzet als er weer een bus vakantiegangers langs is gekomen, maar maken amper winst en blijven dus arm.

Twee vragen:
1. Ben jij op vakantie ook guller dan op normale werkdagen?
2. Zou het goede doelen-concept ook werken bij dure producten?

Nederland zonder waterhoofd

Nederland zonder waterhoofd Hoewel er een mediacode is afgesproken, lekt er natuurlijk toch wat uit de informatiebesprekingen. De echte pijnpunten moeten nog aan de orde komen, maar blijkbaar vinden de aspirant paarse partijen het wel aardig alvast wat positief nieuws naar buiten te brengen.

Nederland zal het zonder waterhoofd moeten stellen. Daarmee wordt dan niet bedoeld, dat Willem-Alexander naar zijn de functie van koning kan fluiten. Nee, het land kent, volgens sommigen, een te groot bestuur, en de paarse coalitie snijdt alvast in eigen vlees.
Een kernkabinet moet er komen. Met niet meer dan acht tot tien ministers. Als men het aantal staatssecretarissen ook een beetje in de hand weet te houden, zou dit het kleinste kabinet in de na-oorlogse geschiedenis kunnen worden.

Den Uyl had de grootste ploeg. Met 17 ministers en 12 staatssecretarissen had hij net één meer in dienst dan Biesheuvel (17 en 11) en Van Agt (16 en 12). Balkenende’s tweede kabinet telt ook 17 ministers, maar slechts 9 staatssecretarissen. Zie verder
dit overzicht (excelsheet!).

Minder ministers dus. Laat dat nou het enige puntje zijn waar de partijen al voor de verkiezingen het roerend met elkaar eens waren. Leggen we de verkiezingsprogramma’s van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks nog eens naast elkaar en kijken we naar de voorstellen op gebied van democratische en bestuurlijke hervorming, dat de vier partijen het alleen hier eens over zijn. Ze kunnen op een Kamermeerderheid van 109 zetels rekenen.

Een ander idee is om taken van de provincie over te hevelen naar de gemeenten. Ook dat zal een paarse coalitie zonder moeite door het parlement kunnen krijgen. In ruil daarvoor krijgen de provincies dan de waterschappen onder hun hoede.
Of het Rijk het met nog minder ambtenaren gaat doen, hangt af van de PvdA. Ik verwacht echter niet dat Cohen op dit punt gaat dwarsliggen. Ook op dit punt zal men het snel eens zijn en op een Kamermeerderheid kunnen rekenen.

Alle andere punten uit de diverse verkiezingsprogramma’s (o.a. koningshuis uit het centrale bestuur en meer decentralisatie) zullen we zeer waarschijnlijk niet in een regeerakkoord terugvinden.
Zie dit overzicht (excelsheet!) voor de punten uit de verkiezingsprogramma’s van de paarse partners. In het overzicht is ook vermeld welke partijen voor of tegen zijn en naar zetelverdeling gerangschikt.

Ook wat democratische hervormingen betreft moeten we niet teveel van verwachten. Grote dwarsligger is de VVD. Die zal misschien nog moeten zwichten voor een Kamermeerderheid, als er een wetsvoorstel voor een correctie referendum wordt ingediend. Maar alle andere punten die tot de kroonjuwelen van D66 horen, zullen het niet halen.
Om de democratie wat soepeler te laten verlopen willen D66 en GroenLinks de Eerste Kamer afschaffen. Ook een stukje verkleining van het waterhoofd. PvdA en VVD zijn echter tegen.

Met het voorstel minder ministers aan te stellen, masseert men volk en vaderland om de natie op te warmen voor de paarse coalitie. Of iedereen ook instemmend knikt als de onderhandelingen over de bezuinigingen achter de rug zijn, moeten we afwachten. Op dat gebied zijn er immers grote verschillen.

Tot slot: minder ministers, minder ambtenaren. Het klinkt leuk en zal zeker positief uitwerken op de begroting. Maar misschien is er wel zoveel werk aan de winkel dat het helemaal niet verstandig is de bezetting zo drastisch te verkleinen.

Verkiezingen en geluk

Verkiezingen en geluk In de verkiezingsdebatten verwijten de lijsttrekkers elkaar soms om het hardst dat hele delen van de bevolking er op achteruit zullen gaan, als hun opponent aan het roer komt. Dat is niet helemaal eerlijk, want bezuinigen willen ze allemaal. Ieder op verschillende terreinen, dat wel. Maar er zullen hoe dan ook mensen op achteruit gaan.

Nu lijken veel Nederlanders dat helemaal niet erg te vinden, gezien de massale steun aan de VVD en PvdA, de koplopers in de peilingen. Het heeft dus geen zin te debatteren over wie er een paar eurootjes op achteruit gaat. Waarom wordt de vraag niet gesteld welke partij de mensen het gelukkigst maakt?

Morgen, 8 juni, houdt de NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) de eerste Geestesdag. De term doet vermoeden dat het hier gaat om een symposium over “wie ziet ze vliegen?” Een vraag die evengoed aan de lijsttrekkers gesteld zou kunnen worden.
Nee, het gaat over de kwaliteit van leven. De afdeling Geesteswetenschappen van het NWO ontwikkelt een onderzoeksprogramma over kwaliteit van Leven.

Onder kwaliteit van leven worden veel verschillende dingen verstaan,
stelt de NWO. Op de website legt men uit: “Bij het bepalen van de effectiviteit van medische handelingen is de kwaliteit van de te verwachten levensjaren een belangrijke factor. In discussies over milieuvraagstukken gaat het over de kwaliteit van leven van toekomstige generaties. Daarnaast wordt steeds vaker gesproken over de mogelijkheid van een index Bruto Nationaal Geluk”.
De NWO wil “het begrip ‘kwaliteit van leven’ zodanig te ontwikkelen dat het toegepast kan worden in specifieke beleidscontexten alsmede bij de beoordeling van overheidsbeleid in het algemeen”.

Het begrotingstekort, de staatsschuld, de bezuinigingen, het komt allemaal aan de orde in de verkiezingsdebatten, maar het Bruto Nationaal Geluk heb ik nog niet langs horen komen. GroenLinks is de enige partij die er een paar woorden aan besteedt in
het verkiezingsprogramma: “Het is tijd voor een andere kijk op welvaart. (…) een bredere definitie van welvaart, die welzijn, gezonde levensjaren en milieubehoud meeweegt: het Bruto Nationaal Geluk in plaats van het Bruto Nationaal Product. Geluk is een betere maatstaf voor geslaagde politiek”.
GroenLinks verbindt het vooral met “de klimaatcrisis en de dreigende schaarste aan voedsel, energie en grondstoffen”.

Maar het idee van het Bruto Nationaal Product nou toch juist uit een landje dat de nodige schaarste kent? Bhutan, een klein staatje hoog in de bergen. De president van Bhutan meent dat zijn land niet door de crisis wordt geplaagd, omdat zij zich niet bekommeren om aandelenkoersen en vallende banken. Nee, de welvaart van Bhutan wordt gemeten in het Bruto nationaal Geluk (lees meer in
dit Volkskrantartikel).

Is de VVD nu ineens zo populair omdat kiezers denken er gelukkiger mee te worden? In een artikel
in De Pers van juni vorig jaar, zegt professor Veenhoven (Erasmus Universiteit): “Geluk lijkt een links thema, maar je ziet dat rechtse standpunten vaak leiden tot het meeste geluk”.
Inkomensongelijkheid blijkt geen invloed op geluk te hebben. Meer sociale voorzieningen maakt ook niet altijd meer gelukkig. Rijkdom heeft wel invloed op geluk, maar dat geldt in de armere landen sterker dan in de rijkere landen. Economische vrijheid, bijvoorbeeld een eigen winkeltje beginnen, maakt wel gelukkiger.
Niet alle rechtse standpunten leiden volgens de professor tot geluk. Mensen in tolerante landen zijn gelukkiger. Dus tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen opblazen leidt niet to geluk.

Mogen we a.u.b. nog een slotdebat over geluk? Welke partij maakt ons het gelukkigst?

De strategische stemmer

De strategische stemmer Moeten de politieke partijen de laatste campagnedagen de zwevende kiezer bewerken of de strategische kiezer?
De zwevende kiezer is een luis in de democratische pels. Burgers die elke verkiezing maar wat anders doen. Menig lijsttrekker zal er wakker van liggen, maar hoe die kiezer achter zich te krijgen, is moeilijk te beantwoorden. Gevoel, emoties en onzekerheid zijn te bespelen, de effecten nauwelijks te calculeren.

Een paar dagen geleden schreef ik over
De zwevende kiezer. De strategische kiezer is weer een ander verhaal. De term ‘strategische stem’ suggereert dat er kiezers zijn die zeer berekenden te werk gaan, om een bepaalde coalitie aan een meerderheid te helpen.
Zo denkt Job Cohen door de strateeg geholpen te kunnen worden, om een VVD-PVV coalitie te voorkoen. In een artikel in Trouw schreef Maas Goote (D66), dat strategisch stemmen noodzakelijk is in Nederland, omdat de grote partijen de burger niet van dienst zullen zijn.

Peter Kanne, onderzoeker bij TNS Nipo, schreef een analyse voor De Volkskrant, waarin het gewicht van de strategische stem helemaal niet zo groot blijkt. In het artikel somt hij 14 motieven op, op grond waarvan kiezers hun stem bepalen. De strategische stem komt pas op de 10e plaats.
(Lees meer op TNS Nipo).

De peilingen zijn nauwelijks van invloed, volgens het onderzoek van TNS Nipo. Helaas is niet vermeld of dat ook geldt voor de strategische stemmer. Op basis waarvan bepaalt de strateeg zijn stem? Dat kan bijna niet anders, dan op grond van de peilingen.
Maar een strategie is alleen van invloed als er veel strategische stemmers zijn. En dat is dus niet het geval. PvdA en D66 zullen er dus weinig mee winnen.

Deze informatie zal de overtuigde strateeg niet tot ander stemgedrag verleiden. Voor deze eigenwijzen dus nog even wat peilingeninformatie.
Houdt bij uw weldoordachte strategie rekening met de recente verschuiving naar links. Volgens het NRC en De Volkskrant tonen de peilingen een lichte opmars van de “linksche kerk”. Bij de laatste metapeiling van Sargasso (die alle peilingen combineert), kopte de redactie er ook zelfs winst voor de SP in.

Wie de peilingen als uitgangspunt neemt voor de Strategische Stem moet natuurlijk alleen naar de winst en verliescijfers kijken binnen de peilingen. Elke peiling berekent de winst en het verlies van zetels ten opzichte van het huidig aantal zetels in de 2e Kamer, behaald bij de verkiezingen in 2006. Maar vergelijk je de peilingen onderling, ontstaat een iets ander beeld (zie ook
dit exceldocument).

Zo zou je kunnen zeggen dat D66 relatief de grootste groei doormaakt, vergeleken met 2006. Vergelijk je echter de laatste peiling voor de val van het kabinet, met de laatste peiling, dan is natuurlijk de VVD de relatief grootste stijger.
Bij Synovate (Politieke Barometer) en Peil.nl (Maurice de Hond) zijn D66. PVV en VVD de top-drie grootste stijger ten opzichte van de verkiezingen in 2006. Maar vergelijk je de eerste peiling na de val van het kabinet met de laatste peiling, dan is de VVD de grootste stijger, gevolgd door D66. Op de derde plaats staat bij Synovate dan GroenLinks en bij Peil,nl de PVV.

Verder blijkt links (PvdA, SP, GL) dramatisch te verliezen. Rechts (CDA, VVD, CU, PVV, SGP) wint, maar niet zoveel als,links verliest. Het midden (D66) wint wel behoorlijk. Alles relatief. De echte keiharde zeteltjes tellen natuurlijk uiteindelijk.
Strategisch kunt u dus D66 versterken, of het verlies van links temperen, of denken: ach, een goeie strateeg zorgt dat-ie bij de winnaars zit. Tja, dan rest u weinig anders dan u aan te sluiten bij de VVD.

De zwevende kiezer

De zwevende kiezer Ruim 16 miljoen inwoners en daarvan mag 74% op 9 juni bepalen onder welk bewind we de komende vier jaar ons huishoudbudget scherp in de gaten moeten houden. Dat zullen we ook pas na 9 juni weten, want nu valt er geen peil(ing) op te trekken.

Dat danken we aan de 30 tot 37% van het kiezersvolk dat maar een beetje “ins blaue hinein” zweeft. Een minderheid van 2,6 tot 4, 8 miljoen kiezers houden het land in onzekerheid. Want die groep gaat de doorslag geven, denken sommigen.

Balkenende denkt nog
genoeg zwevers binnen te halen, om met weinig gezichtsverlies uit de stembus te komen. Zou kunnen, want het CDA heeft in de geschiedenis wel vaker slechte peilingen meegemaakt en toch genoeg stemmen gehaald om vele malen een kabinet te mogen leiden.
Ondertussen wrijft Rutte zich in zijn handen om de CDA’ers die er genoeg van hebben. Een deel van de christelijke achterban gaat deze keer op de VVD stemmen. Dat eigen leden ook gaan zweven, zal Rutte nauwelijks zorgen baren. Die ene Voorhoeve die D66 gaat stemmen, zal niet tot een gigantisch verlies leiden.

Zweven is ook helemaal niet erg, zegt politicoloog
Philip van Praag in Nu.nl. Het is juist gezond voor de politiek. “Het gaat erom dat kiezers tijdens een verkiezing een oordeel vellen over hoe de partijen het gedaan hebben en hoeveel vertrouwen ze hebben in wat ze de komende periode gaan doen. Dan is het een gezonde ontwikkeling dat het niet vanzelfsprekend is dat ze een partij altijd trouw blijven”, stelt Van Praag.

Dat lijkt mij ook. De vaste lezers hier kunnen weten dat ik er geen probleem mee heb dat het CDA kans maakt deze keer niet in een kabinet deel te nemen. Maar de mogelijke coalities die de zwevende kiezer in de even zwevende peilingen veroorzaakt, zijn geen hoopvolle alternatieven.
Het zal de zwaartekracht van onzekerheid wel zijn, die zoveel zwevers naar rechts trekken. Nu, met de finale in zicht, zweven ze wel weer meer naar het midden. Van PVV naar VVD. Wat al behoudend was, heeft blijkbaar wel tabak van het CDA en trekt ook naar de VVD.

Ik heb echt geen idee hoe een groot deel van de zwevende kiezers over te halen is op 9 juni ineens een heel andere keuze te maken. Een keuze die in Nederland nog nooit is gemaakt: afscheid nemen van jaren dominantie van CDA en VVD. Jawel, de PvdA mocht ook wat jaartjes meedoen, maar de meeste tijd is voor een behoudend bewind gekozen.
De schaarse momenten dat de kiezers op avontuur gingen, maakten ze een ruk naar rechts (Fortuyn, Wilders). Daarmee wordt toch gezegd dat veel kiezers het CDA en de VVD niet behoudend genoeg vinden?
Maar die keuze is vreemd. Zogenaamd de ‘heersende elite’ een pak rammel geven en vervolgens kiezen voor dezelfde politiek, maar dan in het kwadraat.

Als mensen wat anders willen, is er maar één andere optie. Kiezen voor wat echt anders is en nog nooit in Nederland vertoond. In het huidige stelsel betekent dat kiezen voor GroenLinks, SP en, om tot een meerderheidskabinet te komen, ook kiezen voor PvdA en D66.
In de metapeiling van Sargasso lijkt die combinatie niet verder dan 52 zetels te komen. Nu relativeren zelfs opiniepeilers de waarde van peilingen, maar de meerderheid van de zwevende keizer zal veel te angstig zijn om die draai te maken. Dat is jammer, want alweer een gemiste kans op een politiek die echt voor iedereen is.

De sterkste wippositie

De sterkste wippositie Quote van de week: “Bij de verkiezingen (…) doet de unieke situatie zich voor, waarbij het heel politiek spectrum (…) dan in de wippositie zit”.

Twee grote partijen, maar samen geen Kamermeerderheid. Dus is er minstens een derde partij nodig. Die partij zit in de wippositie. In Balkenende III bezette de CU die plaats. D66 viel al vier keer die eer de beurt.
Nu lijken VVD en PvdA de grootste twee te worden. Om een kabinet te vormen, die een Kamermeerderheid tot steun heeft, kunnen ze kiezen uit alle andere partijen (behalve SGP, TON en PvdD). Ook als een partij niet in de regering komt, maar wel parlementaire steun verleent, spreken we van de wippositie.

De quote van de week komt echter
uit Suriname. Daar vinden dinsdag 25 mei de verkiezingen plaats en daar is de politiek ook aardig in beweging.
In totaal doen 24 partijen mee. Vier opereren solo, de rest in combinaties. De kiezer kan aardig de weg kwijt raken, omdat maar liefst 14 partijen nu in andere combinaties deelnemen. Kijk maar eens in dit exceldocument en je vraagt je af hoe de zwevende kiezer nou een keus moet maken uit al die zwevende partijen.
De grootste twee, de Megacombinatie (nu in de oppositie) en het Nieuw Front (de huidige regeringspartij), zullen na 25 mei op zoek moeten naar partners. Samenwerken is uitgesloten.

De Megacombinatie, met daarin Bouterse en zijn NDP, lijkt aardig te winnen. De NPS, van zittende president Venetiaan, verliest. Geen vreemd verschijnsel, want dat overkomt regeringspartijen, wereldwijd, wel vaker.
Het gaat dinsdag spannend worden in Suriname. De huidige coalitie lijkt om twee redenen te verliezen: kritiek op de regering en de A-combinatie (van o.a. Ronnie Brunswijk) doet in een aantal districten niet mee. De kandidatenlijsten waren te laat ingeleverd en dus kunnen kiezers in o.a. Paramaribo niet op deze partij stemmen. Dat kan heel wat uitmaken, omdat Paramaribo goed is voor 17 van de 51 zetels in het parlement (zie de Wikipedia over het districtenstelsel in Suriname).

Eén van de partijen uit de A Combinatie
adviseerde haar volgelingen dan maar op het Nieuw Front te stemmen, in de hoop dat de regeringspartijen wel voldoende zetels halen om aan het roer te kunnen blijven. Dat stemadvies wordt niet door iedereen in dank afgenomen, op grond van etnische overwegingen. Suriname wordt bevolkt door een bonte verzameling bevolkingsgroepen van uiteenlopende etnische achtergronden. Een van de redenen waarom er zoveel politieke partijen zijn.
Hier heeft Rita Verdonk voorgesteld ook een districtenstelsel in te stellen, hetgeen natuurlijk tot “Surinaamse toestanden” kan leiden. Friezen die op Friezen stemmen en als ze te laat zijn bij de inschrijving, dan maar adviseren op Groningers of Drenthen te stemmen.

De zittende coalitie heeft 29 van de 52 zetels, waarvan Venetiaans Nieuw Front er nu 24 heeft en de A-combinatie 5. De oppositie heeft de overige 22, waarvan de Megacombinatie er nu 15 bezet.
Misschien halen Venetiaan en Bouterse allebei 20 zetels. Dat lijkt me treurig voor de Surinaamse kiezers, want wie mag dan het voortouw nemen de nieuwe regering te vormen?

Je moet er niet aan denken dat zoiets op 9 juni bij ons gebeurt: Cohen en Rutte winnen allebei evenveel zetels. Hier heb je dan nog de koningin die de knoop kan doorhakken voor een formatie-opdracht. Zal menig Surinamer straks met weemoed terugdenken aan de tijd dat hare majesteit daar nog staatshoofd was?
Hoe dan ook: zowel in Suriname, als hier, hebben alle partijen er belang bij hun eigen gang te gaan in de verkiezingscampagnes, in plaats van de handen ineens te slaan en een gezamenlijk stanpunt in te nemen over de grote, landelijke problemen. Puur om hun wippositie te versterken.
Ik wens onze voormalige landgenoten sterkte.

Meer over de verkiezingen in Suriname op de
officiële staatswebsite, de Radio Wereldomroep en op verkiezingensuriname.

Het gaat CDA en VVD worden

Het gaat CDA en VVD worden Wat konden ze het vandaag goed vinden met elkaar. Met studentikoze humor gingen ze op verkiezingscampagne.

Eerst natuurlijk de PvdA afbranden, die als eerste het verkiezingsprogramma veranderde. Normaal gesproken doen partijen dat pas na de verkiezingen en noemen ze dat een regeerakkoord.
Het lijkt er sterk op dat Balkenende en Rutte het wel op een akkoordje willen gooien. Dat moet haast wel door enige nostalgisch sentiment gevoed zijn.

CDA en VVD hebben het al ruim 30 jaren goed met elkaar kunnen vinden (zie
deze excelsheet, met daarin goed zichtbaar hoe lang Nederland door beiden is geregeerd). Met af en toe een derde partij erbij, hebben ze zelfs meer dan de helft van de na-oorlogse periode op het pluche gezeten. Wat Nederland nu is, danken we vooral aan de christelijk-liberale traditie.

Hunkert u ook zo naar de 50’er jaren van De Quay? Naar de roerige sixties van Marijnen en De Jong? Smacht u ook zo naar de tijden van Van Agt en Lubbers?

P.S. Had u meer tekst verwacht? Voorlopig even niet. Hoe lastig het ook is, ik probeer
kort van stof te worden.

Geïnformeerd naar de stembus?

Geïnformeerd naar de stembus? Zijn er eigenlijk wel mensen die de moeite nemen de verkiezingsprogramma’s te lezen? Geef je antwoord in de poll, onderaan dit artikel.
Eerst even de poll-opties, met een kleine toelichting.

1. Ja, ik lees ze allemaal.
Ik vermoed dat maar heel weinig mensen alle programma’s helemaal doornemen. Is misschien ook niet nodig, omdat de meeste kiezers liever hun informatie vergaren via een van de volgende opties.

2. Ja, maar alleen bepaalde onderwerpen.
Hoewel sommigen al weten wat ze stemmen, willen ze toch van alle partijen weten, wat die hebben geschreven voor hun beroepsgroep, hobby of persoonlijk interessegebied.

3. Ja, ik lees samenvattingen.
Vlak voor de verkiezingen zul je in diverse kranten overzichtelijke samenvattingen vinden van de programma’s. Wel een aardige service, omdat je dan niet door de propagandistische rimram rond de eigenlijke punten hoeft te ploegen.

4. Ja, alleen van mijn voorkeurspartijen.
Is heel logisch als je toch zeker weet op welke je in ieder geval niet zult stemmen.

5. Nee, ik doe een of meerdere stemwijzers.
Ook al is er wat gedoe over de diverse stemwijzers, ze worden druk bezocht. Zijn er kiezers die vinden dat ze zo voldoende zijn geïnformeerd?

6. Nee, ik lees alleen specifieke thema-sites.
Allerlei belangenorganisaties maken samenvattingen van de programma’s van de thema’s die bij hun sector horen. Lijkt een beetje op optie 2, maar je kan vaak wel de mening lezen die een belangenorganisatie heeft over partijstandpunten.

7. Nee, want ik weet al wat ik stem.
Dat is fijn. Maar zou dat niet tot spijt kunnen leiden,als je er achteraf achterkomt dat jouw partij een aantal zaken in het programma heeft staan, waar je het eigenlijk niet mee eens bent?

8. Nee, ik bedenk wel wat in het stemhokje.
Zijn er twijfelaars en mensen zonder specifieke voorkeur, die zonder enige informatie hun keuze uitstellen tot het moment dat ze het rode potlood oppakken?

9. Nee, want ik ga niet stemmen.
Tja, waarom zou je dan ook die programma’s lezen?

Ben benieuwd naar de antwoorden. Je eigen toelichting en tips over sites die goede informatie over de verkiezingsprogramma's geven, mag je in de reacties kwijt.

Naar de ark van Thorbecke?

Naar de ark van Thorbecke Wie mist u hier links? De beste stuurlui, natuurlijk. Staan aan wal wat te roepen. De roergangers van het schip van staat willen die stuurlui binnenboord te halen. Het schip van staat moet daarom op de helling en verbouwd worden tot de ark van Thorbecke. De burger mag aan boord.

Dat idee wordt gewekt, als je de vele berichten leest over bestuurlijke vernieuwing (lees ook mijn
gastlog op GeenCommentaar, zelfde onderwerp, andere invalshoek). De politiek moet dichter bij de burger en andersom. En de burger zou meer invloed moeten hebben.
De motivatie om aan het bestuurlijk stelsel te gaan sleutelen, ligt in de angst voor opkomend populisme sinds Fortuyn. Vreemd, want democratie betekent van oorsprong een staat gestuurd door het volk. Nu de vox populi zich roert zou je dus denken dat de democratie op haar best functioneert.

Toch is er onder gevestigde politici en bestuurders behoefte dat met regels en wetten te organiseren, De stem des volks is gehoord, nu nog een nieuw reglement van orde. Daarbij valt veelvuldig de naam van Thorbecke, de liberale staatsman die geldt als de architect van onze grondwet en parlementaire democratie, ook wel het Huis van Thorbecke genoemd.
Vanuit de gedachte dat het volk dichterbij dat huis moet staan, soms zelfs toegang tot dat huis moet hebben, willen sommige politici overgaan tot renovatie van het Huis van Thorbecke. Nogmaals: wie daarover meer wil weten, bekijkt de links in mijn gastlog, onder het pseudoniem P.J, Cokema, op GeenCommentaar.

Ik beperk me hier tot wat de politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s hebben staan over democratie en bestuur. Dat heb ik samengevat in
deze excelsheet. Hier is te zien om welke voorstellen het gaat en op welke punten partijen het met elkaar eens of oneens zijn. Links naar de verkiezingsprogramma’s staan in dat exceldocument.
De voorstellen heb ik verdeel in de categorieën democratie en bestuur. In elke categorie zijn ze gerangschikt naar het aantal zetels dat de partijen volgens de laatste peilingen zouden halen. Een voorstel dat veel zetels scoort, zou dus best eens werkelijkheid kunnen worden na 9 juni.

De vraag is echter: zal de kiezer, de burger, warm lopen voor deze voorstellen? Of anders gezegd: wil het ‘populus’, wel meer democratie en wat zal het vinden van de voorgestelde bestuurlijke veranderingen?

Met betrekking tot meer democratie: Er zou na 9 juni een Kamermeerderheid te vinden zijn
voor referenda. Leuk, maar de recente geschiedenis laat zien dat het volk daar niet warm voor loopt. Niet dat we er veel ervaring mee hebben. Er is één referendum over de Europese grondwet geweest. Daarbij was er een opkomst van 63,3%, net iets lager dan de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen (gemiddeld 64%) en stukken lager dan de gemiddelde opkomst bij de landelijke verkiezingen (81%).
Daarnaast zijn er een aantal burgemeestersreferenda gehouden. De respons daarop was nog bedroevender en in 2008 werd besloten dit soort referenda maar af te schaffen.

Het is heel aardig van de zittende politici dat ze de kiezers via referenda vaker naar de stembus willen sturen. Het lijkt er echter op dat het volk daar niet zoveel zin in heeft.
Ligt dat aan de soort en inhoud van de tot nu toe gehouden referenda? Zou het anders liggen als er bijvoorbeeld een referendum wordt gehouden waar voor of tegen de bouw van kerncentrales kan worden gestemd? Of, dichter bij de portemonnee van de kiezer, referenda over ingrijpende wijzigingen in het belastingstelsel.

Met betrekking tot bestuur: De meeste voorstellen gaan over een kleinere overheid. Zo hoopt men natuurlijk tegemoet te komen aan het geklaag over een logge, in efficiënte en peperdure overheid. Minder ambtenaren bijvoorbeeld. De kiezer zal misschien geneigd zijn daarin mee te gaan, hopend op een belastingvoordeeltje. Tot men er achter komt dat allerlei diensten minder toegankelijk worden, omdat diverse loketten minder vaak geopend zijn en procedures langer duren dan we nu zijn gewend.
Het voorstel wat na 9 juni op een fikse Kamermeerderheid kan rekenen is het verminderen van het aantal ministeries. Direkt daaruit volgt de overheid het ook wel met minder ministers, staatssecretarissen en ambtenaren kan doen. Ook dat zal de kiezer wellicht aantrekkelijk overkomen.

Samengevat: aan een kleinere overheid zal met de instemming van de kiezer gewerkt kunnen worden. Maar of de kiezer ook bereid is een actievere democraat te worden?
Ik denk dat de meerderheid der kiezers het wel best vinden om voor de gemeenteraad en de Tweede Kamer naar de stembus te gaan, maar dat verdere participatie alleen door een handjevol enthousiastelingen wordt geambieerd. De kiezer consumeert de democratie alsof het een supermarkt is. Wat er aan produkten in de schappen ligt, heeft de consument nauwelijks een binding mee. Ze worden door anderen gemaakt en de directie van de supermarkt beslist wat er wel of niet te koop is.Is de consument er niet tevreden mee, dan loopt hij naar een andere winkel, in plaats van een actieve stem op te eisen in de leiding.

Dat is jammer, maar verklaarbaar. Het tanende enthousiasme voor deelname aan ondernemingsraden mag als exemplarisch voorbeeld gelden. Wel mee mogen praten over vooral randvoorwaardelijke zaken, maar geen beslissende stem hebben. De invloed is uiterst beperkt. En ja, dan trekt de burger zich dus terug en roept hooguit nog wat als het aan de wal staat.
Voor een meer actieve, democratisch participerende burger zullen er dus veel verdergaande voorstellen moeten komen, waarbij de vox populi niet slechts een adviseur zonder enige status is.

Foute keuze? Handen wassen!

Foute keuze? Handen wassen! Wie zelden een verkeerde keuze maakt, mag zich in de handen wrijven van geluk. Een ritueel dat overigens ook wordt toegepast door mensen die anderen een verkeerde keuze opdringen.
Bij enorm verkeerde keuzes zoals de groffe blunder, de niet meer te herstellen misstap, zie je mensen handen wringend jammeren.

Dat heeft geen zin. Beter is het de handen te wassen, na een verkeerde inschatting. Niet te verwarren met het handen wassen in onschuld. Daarbij is namelijk sprake van een doelbewuste foute keuze. Het opzettelijk benadelen van anderen. De dader doet of hij van niks weet, veinst een bloedneus en wast zijn handen in onschuld.

Maar mensen die wel last hebben van een knagend geweten, kunnen beter hun handen wassen.
Op VPRO’s Noorderlicht lezen we: “Het simpele ritueel van het handen wassen heeft ook meer alledaagse toepassingen, blijkt nu. Ook het onbevredigende gevoel dat je overhoudt aan sommige alledaagse keuzes kun je eenvoudig wegwassen”.

Dat is een stuk eenvoudiger dan een misstapje proberen recht te praten. De zogenaamde
cognitieve dissonantiereductie. Bekend voorbeeld daarvan is een miskoop de hemel in prijzen. Iemand koopt, opgehitst door een wervelende reclamecampagne, een iPad. Het ding blijkt in het gebruik wat tegen te vallen en in plaats van sip te treuren, slaat de misleide koper aan het rationaliseren. Hij denkt bij zichzelf dat als al die andere mensen ook met zo’n ding rondlopen, het toch geen beroerde aankoop moet zijn.

Maar rationaliseren helpt niet altijd. Er is altijd wel een ander die ook heel rationeel weet te vertellen wat een onzinaankoop zo’n iPad is.
Nee, stellen Amerikaanse onderzoekers, “het wassen van onze handen kan ons niet alleen reinigen van immoreel gedrag, het kan ook genomen beslissingen wegwassen, zodat we niet langer de behoefte voelen om ze te rechtvaardigen”.

Mooie ontdekking. Want het zou kunnen betekenen dat mensen veel vaker hun handen wassen dan gebruikelijk. Mocht er weer eens een exotisch griepje langskomen, dan krijgt die nauwelijks de kans zich te verspreiden. Bij de Mexicaanse griep moesten we immers ook continu de handen wassen?
Het handen wassen als een nieuwe soort hersenspoeling. Spijt van het feit dat u toch in een marketingtruc bent getrapt? Water en zeep en er is niets meer aan de hand.