Op 9 juni zul je, bijna zeker, 17 tot 18 partijen op je stembiljet zien staan. Naast de elf die nu in de 2e Kamer zitten, nog 6 tot 7 anderen. Waaronder de Partij voor de Mens en alle andere aardbewoners en de Piratenpartij. Na controle van de formaliteiten, valt de Evangelische Partij Nederland waarschijnlijk buiten de boot.
De Kiesraad heeft de partijen van hun rugnummers voorzien en natuurlijk staat het CDA op één. De nummers worden toebedeeld op grond van het aantal stemmen dat vorige keer is gehaald. De partij met de meeste stemmen krijgt nummer 1. Opvallend is dat van de nieuwkomers de Partij voor de Mens en alle ander aardbewoners en de partij Nieuw Nederland een plaats boven Trots van Verdonk hebben gekregen.
Het aantal partijen valt nog mee, want 61 partijen hebben zich voor de 2e Kamerverkiezingen laten registreren. Bijna 30 procent kreeg het niet voor elkaar genoeg steunbetuigingen en inschrijfgeld te verzamelen en die zien we op 9 juni dan ook niet terug.
Er zijn altijd wel meer politieke liefhebbers die zich voor de verkiezingen laten registreren, dan er uiteindelijk op een kieslijst terecht komen, laat staan dat ze ook een zetel in de Kamer halen. Dat er nu 19 partijen op de voorlopige kieslijst staan, is tamelijk laag. Van 1918 tot vandaag stonden er gemiddeld 24 partijen op de kieslijst. Daarvan haalden er, ook weer gemiddeld, 10 tot 11 partijen de 2e Kamer.
De animo om zich in de politieke arena te willen storten is altijd al groot geweest. Er is in zoverre niets mis met Neerlands democratie. Of je kan zeggen: de burgers denken het altijd beter te weten dan de politici en stellen zich in drommen verkiesbaar. Voor de 2e Wereldoorlog was de zeteldrang stukken hoger, dan in de jaren erna. Zoals te zien is in dit plaatje en in dit overzicht (excelsheet).
In 1922 en 1933 deden respectievelijk 53 en 54 partijen mee. Dat is nooit meer voorgekomen. In 1922 kregen vrouwen kiesrecht en wellicht was dat een reden dat zoveel politiek ambitieuzen een kans zagen. De verkiezingen van 1933 vonden plaats in de roerige 30’er jaren, waar het oorlogzuchtige gebral van Hitler de sfeer bepaalde en de Beurskrach tot ellende leidde. Reden waarom de Anti-crisis Partij zich meldde. Ook de partij Marktkooplieden deed mee. Geen van beiden haalden de Kamer.
Vlak na de oorlog leek de democratie stil te liggen. In 1946 deden maar zeven partijen mee, die allemaal in de Kamer kwamen. Pas in 1967 kreeg de kiezer weer een volle kieslijst te zien. Pas in de roemruchte jaren van provo’s, ‘geen woning, geen kroning’ en een bouwvakkersoproer, kreeg de kiezer weer een overvolle kieslijst te zien. In 1967 deden 23 partijen mee, waarvan D66 de verrassende nieuwkomer was.
Dat aantal is slechts zeven keer overtroffen. In 1972 deden 29 partijen mee, met kabinet Den Uyl tot gevolg. In 1971 kwam van de 28 meedingende partijen ook een nieuwkomer verrassend uit de bus: DS’70 van de jonge Willem Drees. Ook in 1989 deden er 29 partijen en weer verraste D66, die van 8 naar 17 zetels ging.
Dat is niet elke nieuwe of jonge partij gegeven. De SP deed, naast 26 anderen, in 1994 voor het eerst mee, maar haalde maar 2 zetels.
Hoe dan ook, kijken we naar de geschiedenis dan blijkt dat er toch veel mensen zijn die politieke verantwoordelijkheid op hun schouders willen nemen. Onder klinkende namen als de Anti-stemdwang Partij (1929) en de Rapaille Partij (1925), die wel gemeenteraadszetels wisten te halen, maar voor wie de Kamer een brug te ver was.
En natuurlijk de vele one-issue belangenpartijen. Zoals de Politiepartij (1918), de Partij voor ongehuwden (1967), de Partij voor de Belastingbetaler (1977) of de 5 (!) bejaardenpartijen, die in 1971 meededen.
Wie denkt dat op de huidige kieslijst namen als de Partij voor de Mens en alle ander aardbewoners en de Piratenpartij bijzonder zijn, is vast vergeten dat er ooit een Wereld Welzijns Bewustwording en een Partij Likwidatie van Nederland meedeed (1981).
Nee, geen gezeur ovr burgers die geen verantwoordelijkheid willen nemen. Nederland kent een zeer levendige democratie.
Categoriearchief: Keuzes
Stel je eigen regeerakkoord samen
Hulde voor een initiatief van Sargasso. Dit weblog komt met een actie, die blijkbaar tot inspiratie in Den Haag heeft geleid.
Vijf dagen geleden meldde ik in dit artikel al dat de partijen die in Den Haag verwikkeld zijn in de collegeonderhandelingen voor een nieuw B&W, de burgers gelegenheid geven punten aan te dragen voor het nieuwe coalitieakkoord.
Sargasso was daar al wat langer mee bezig, maar verzamelde voorstellen waarmee de lijsttrekkers van de landelijke partijen mee aan de slag kunnen. De komende dagen kan er gestemd worden op de longlist. Uiteindelijk moet daar een 25-punten lijst uitrollen, die aan de lijsttrekkers zal worden aangeboden (hier de aankondiging en hier het stemformulier).
Kijk, zo kun je aangeven wat er in een nieuw regeerakkoord in ieder geval zal moeten staan. Een goed idee, want wat er tot nu toe in het stemhokje aan ontbrak, is de mogelijkheid bij je stem ook aan te geven welke richting het beleid moet krijgen.
Sargasso creëert die mogelijkheid nu. En dat verdient massaal steun. Een kans om de invloed van de kiezer te vergroten. Na het stemmen houdt immers de invloed op. De kiezer moet maar afwachten welke onderwerpen in een regeerakkoord terug te vinden zijn en welke prioriteit die issues krijgen.
Zelf ben ik voorstander van meer keuzemogelijkheden in het stemhok. Niet alleen stemmen op de partij en persoon van jouw voorkeur. Ook een voorkeur aangeven voor een coalitie en een aantal punten voor het beleid. Dat zou in de vorm van een adviserend referendum kunnen zijn, misschien zelfs een bindend advies.
Zover is het niet en dus moeten we het doen met het webloginitiatief van Sargasso. Er is één beperking: de voorstellen waar je op kan stemmen, zijn bedoeld voor een progressief kabinet. Een kabinet waarin PvdA, D66, SP, GroenLinks en PvdD in samenwerken.
Een gedroomd kabinetje. Deze combinatie heeft of het CDA, of de VVD nodig om een Kamermeerderheid te halen. Maar ook voor CDA en VVD, zelfs voor alle andere partijen, is het natuurlijk wel goed te weten welke punten jij belangrijk vind voor welk regeerakkoord dan ook.
Allemaal dus stemmen (er volgen meerdere rondes) en reclame maken voor dit initiatief.
Bestuurlijke vernieling
Het vorige kabinet had eerst een regeerakkoord en ging vervolgens 100 dagen het land in om in dialoog met de burgers te gaan. Dialoog is het hedendaagse eufemisme voor inspraak.
Inspraak was een produkt dat voortkwam uit de roerige 60’er en 70’er jaren, waar bepaalde burgers de straat op gingen, of een studentenpandje bezetten, om meer zeggenschap te eisen. Na wat halsstarrig verzet tegen de toenmalige nieuwigheden, besloten de bestuurders, volgens de wetten der repressieve tolerantie, de burgers inspraak te geven.
Inspraak was het eufemisme voor zeggenschap. Of beter gezegd: medezeggenschap. Een goed verstaander begrijpt het nuanceverschil.
De hedendaagse dialoog, zoals onder Balkenende toegepast, heeft veelal dezelfde stoffige kenmerken als inspraak en medezeggenschap. Men hure een zaaltje, men schenke wat koffie en stelt een microfoon of twee ter beschikking.
Aan het eind van het samenzijn worden de aanwezigen geprezen om hun betrokkenheid en gaat iedereen huiswaarts. Enige dagen later lezen de betrokken in de krant dat de bestuurder het fijn vond ze gehoord te hebben, dat er heel wezenlijke bijdragen de revue zijn gepasseerd en dat ze zeker meegenomen zullen worden als het besluitproces daar ruimte voor biedt.
Maar al te vaak vinden de insprekers er weinig van terug, omdat het hier toch om een complexe materie gaat of de economie hersteld moet worden of in dit tijdsgewricht andere prioriteiten de aandacht nodig hebben.
Zelden begint een dialoog of inspraakronde met de mededeling dat er van het gebodene geen gebruik zal worden gemaakt. Een schoonheidsfoutje dat volgens sommigen tot de kloof tussen bestuurders en Jan-met-de-pet heeft geleid.
In Den Haag (nee, niet het Binnenhof, maar het Spui) heeft men door hoe het wel moet. Fraai staaltje ‘lessons learned’. Niks muffe zaaltjes met dialoogtafels. Maar de contemporaine variant van de ideeënbus: de e-mail.
De onderhandelaars voor een nieuw college van B&W, roepen de burgers op ideeën aan te dragen voor het nieuwe coalitieakkoord. Op een speciaal beschikbaar gemaakt emailadres kunnen de Hagenaars loos gaan. Uiteraard met de belofte serieus met de medezeggenschap om te gaan.
Maar, daar komt de noviteit, met tevens de waarschuwing dat er geen garantie is dat de aangedragen ideeën daadwerkelijk opgenomen zullen worden in het uiteindelijke akkoord.
Helder, eerlijk. Hulde dus. Een doorbraak in de bestuurlijke vernieuwing.
Countdown
In het aftellen naar de verkiezingen van 9 juni, worden de politici nu meer bekeken op hun campagnegehalte, dan op wat ze nu nog voor de waan van de dag betekenen.
Dat weten de politici heel goed en zijn dus niet te beroerd om alvast het nodige vertoon te etaleren in tv-programma’s en bij bijeenkomsten waar hier eens een lintje moet worden doorgeknipt en dar eens wat herdacht of gevoerd moet worden.
Maar, hoor je sommigen roepen, het gaat niet om het vertoon, het gaat om de inhoud. Welja, laten we dat dan eens onder de loep nemen. Een beetje op de manier zoals een collega weblogger het op GeenCommentaar deed. Hij telde hoe vaak het woordje fraude in verkiezingsprogramma’s voorkwam en wist toen welke partij wie wantrouwde.
Het CDA, de PvdA en de VVD bleken bijstandsgerechtigden en gezinsimmigranten niet te vertrouwen. De CU had bar weinig vertrouwen in studenten.
Laten we die methode eens op een simplistische manier los op het regenteske of democratische gehalte van het verkiezingsgedachtengoed.
Gisteren was hier een toespraakje te lezen, naar aanleiding van de aandacht voor verbetering van de democratie. De conclusie van de redenaar was, dat er weinig hart was voor een echte democratie en het nog teveel werd gezocht in bestuurlijke veranderingen.
Kern van dat betoog was, dat er in de verkiezingsprogramma’s wel werd gerept over aantallen ambtenaren, bestuurslagen erbij of er af en wat goed burgerschap moet inhouden. Geen woord dus over de democratie als ‘volksheerschappij’, de letterlijke betekenis van het woord. Wel aandacht voor het bestuurlijke en een verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de burger.
Dat getuigt van een nog immer te grote regenteske mentaliteit, sprak de redenaar.
Een proef op de som. De verkiezingsprogramma’s doorgenomen en de woorden gezag, vernieuwing(en), democratie en bestuurlijk(e) geteld. Daarna het aantal keren dat gezag werd genoemd opgeteld bij het aantal keren bestuurlijk(e). De partij die daarmee hoog scoorde wordt verdacht van regenteske sentimenten, diep in hun politieke hart.
De partijen die na optelling van het aantal keren dat vernieuwing en democratie in hun programma hebben staan, dichten we een oprecht warm gevoel voor een heuse democratie toe.
De top-9 meest regenteske partijen: 1. CU, 2. D66. 3. CDA, 4. TON, 5. VVD, 6. GroenLinks, 7. PvdA, 8. SP en 9. De Partij voor de dieren.
De top-6 meest democratische partijen: Op1: D66. Verder: 2. PvdA, 3. CDA, 4. GroenLinks, SP en de CU, 5. VVD en TON en de hekkensluiter is weer de Partij voor de dieren.
(zie deze excelsheet voor een overzicht).
Natuurlijk is deze simplistische wordcountdown niet representatief voor wat de partijen werkelijk over de democratische veranderingen hebben te zeggen. En logisch dat D66 in beide categorieën hoog scoort. De partij is als vanouds meer bezig met het democratisch stelsel, dan andere partijen.
Dat de PvdD laag scoort ligt ook voor de hand. Dierenwelzijn is het thema. Ze trappen niet in de val om een democratie voor dieren uit te roepen.
Wie de verkiezingsprogramma's doorneemt, zal zien dat het woordje ‘gezag’ in verband met de politie wordt gebracht. Alle partijen gebruiken het woord niet veel.
Het woord ‘vernieuwing’ valt vooral in verband met het thema onderwijs. In verband met democratie komt je het amper tegen.
Van 'democratie' heeft men de mond wat voller en dat wordt dan wel vaak gelinkt met het woord 'bestuurlijk(e)'. Bestuurlijke vernieuwing is bij de meeste partijen synoniem voor een andere, betere democratie.
Zoals de spreker in het artikel van gisteren suggereerde, is dat niet vanzelfsprekend hetzelfde. Je kunt dan wel afspreken hoeveel partijen er in de Kamer zouden moeten, of gemeentes meer of minder moeten fuseren, of een burgemeester al dan niet gekozen dient te worden, daarmee geef je de burger niet meer daadwerkelijk macht dan-ie nu heeft.
Bij het bespreken van de democratie zou dat het kernpunt moeten zijn.
De democratie is dood, leve de democratie
Dames en heren,
Wij zijn vandaag bijeen om de te jong gestorven democratie te gedenken. In de knop gebroken, in de bloei van haar leven geknakt. Er hangt een sluier over de ontluikende lente. De eerste zonnestralen van het prille voorjaar, doen ons opleven. De democratie is echter dood verklaard, door hen die smachtend uitzien naar een zinderende zomerdag op 9 juni aanstaande.
Job Cohen wil het huis van Thorbecke renoveren en wil een Nationaal Akkoord voor de democratie. Jan Marijnissen sprak in zijn Thorbecke-lezing over een problematische democratie. Tjeenk Willink presenteerde het jaarverslag van de Raad van State en mijmerde ook wat over ons politieke stelsel. In elk verkiezingsprogramma staan wel een paar regels over bestuurlijke vernieuwing.
Terecht merkt heer Willink op dat de verkiezingsprogramma’s bestuurlijke vernieuwing vooral in het kader van bezuinigingen plaatsen. Minder overheid, dus minder ambtenaren en bestuurders.
Maar, evenals de heer Cohen, wordt de rol van de burgers niet vergeten. Betrokken moeten ze zijn. Verantwoordelijkheid nemen. De democratie is dood, maar met een vernieuwd burgerschap zouden we er niet om hoeven treuren.
Dames en heren, wat zojuist ten grave is gedragen, is het resultaat van een democratie dat een leven is gaan leiden, die niet naar ieders idealistische zin is. Met name zij die het over bestuurlijke vernieuwing hebben, mogen we verdenken van een aanslag op onze jonge democratie.
Je kunt het hebben over een groot of een klein bestuur, over de wijze waarop een bestuur kan worden gekozen of benoemd, over wie dat bestuur mag kiezen of benoemen, over wat en bestuur mag kosten en wie afgevaardigd mag worden om het bestuur te controleren. Maar dan heb je het nog altijd over het bestuur en niet over de democratie.
Was democratie bij haar geboorte niet bedoeld als een staat geregeerd door velen? Een volksheerschappij? Wel, dat betekent dat de democratie de laatste eeuwen alleen nog in naam levend was. De ‘velen’ zijn vervangen door selecte groepjes bestuurders. Daar waar ‘het volk’ een poging deed haar heerschappij terug te vorderen, werd het afgestraft met bloedige repressie of met de meer humane repressieve tolerantie. Het ontmoedigde en terneergeslagen 'volk' kreeg tenslotte de laatste slagen toegediend. Het kreeg normen en waarden en verantwoordelijk burgerschap gedicteerd. De democratische ruimte is er niet groter op geworden.
Wat als volksheerschappij geboren was, is van regentendom tot bestuurderschap verworden. Als men die democratie dood wenst te verklaren, dan kan men toch alleen nog roepen: de democratie is dood, leve de democratie?
Wat is er zo verschrikkelijk aan 'het volk', dat haar zeggenschap wordt verbannen naar dialoogtafels en de vierjaarlijkse stembusgang? Waarom is 'het volk' nu 'de burger' en niet de verzameling stratenmakers, verplegenden, rijwielhandelaren, boeren, wetenschappers, ouders, studenten, schoonmakers, boekhouders en al wat een individu kan zijn?
Waarom hebben al die individuen niet meer zeggenschap en heerschappij, dan nu het geval is? Moet dat niet de vraag zijn, als we de democratie willen reanimeren?
Democratie zonder advies
De PvdA presenteerde het verkiezingsprogramma en vooral de vernieuwing van de belastingen trekken de aandacht. Maar Job Cohen kondigde ook aan de democratie te willen vernieuwen.
In het verkiezingsprogramma staan, behalve bekende retoriek over het vertrouwen winnen van de burger, weinig concrete voorstellen voor die nieuwe democratie. Het meest expliciete voorbeeld is het inperken van hare majesteit’s invloed op de regering.
Zo staat het niet letterlijk in het programma (zie pagina 48 en 49 van het conceptstuk). Maar de PvdA wil het adviesrecht van de Raad van State afschaffen. De voorzitter van die Raad is de koningin.
Het kan ook een poging zijn de adviserende invloed van CDA-huize om zeep te helpen. Die partij heeft 5 leden in de raad. De PvdA heeft er 2, de VVD en D66 elk één. De overige acht leden zijn niet partijgebonden. En dan heb je Beatrix en Willem-Alexander nog.
De motivering die de PvdA aandraagt: de Kamer moet een sterkere rol krijgen. In dit geval moet de Eerste Kamer de rol van de Raad van State overnemen.
Nu zal niemand er erg rouwig om zijn een als dit relikwie uit 1531 wordt afgeslankt. Vooral ook omdat de adviezen van de Raad van State lang niet altijd serieus worden genomen door de regering. Menig advies gaat de prullenbak in. Daarnaast krijgt de regering er soms een tik op de vingers van de eerbiedwaardige raadsleden.
Zo maakte de Raad vandaag bekend dat het kappen van het Schinveldse bos onterecht was. De NAVO had last van de bomen en in 2006 besloot het kabinet het bos te rooien. De Raad van State vindt nu dat de argumenten daartoe onvoldoende waren en er dus niet gehakt had mogen worden.
Een flutuitspraak, want van weinig praktische betekenis. Tenzij het huidige kabinet wordt verplicht een nieuw bos aan te planten. Maar zover gaat de Raad niet.
Wat de adviezen betreft herinnert u zich misschien nog wel hoe de Raad de AOW-plannnen afkeurde en de regering die afkeuring naast zich neerlegde. Ook vond de Raad de inmiddels aangenomen crisis- en herstelwet onvoldoende en kreeg de kilometerheffing een negatief advies.
Maar de PvdA wil om een nog begrijpelijker reden van het gezeur van de Raad van State af.
De huidige demissionaire regering wilde, onderleiding van PvdA-minister Ter Horst, een nieuwe grondwet. De Raad van State oordeelde echter dat er eigenlijk geen goede redenen zijn tot een drastische wijziging van de grondwet.
Desondanks installeerde Ter Horst een staatscommissie, die de veranderingen moet voorbereiden. Daarbij passeerde ze ook nog eens de Tweede kamer, die liever eerst met de minister van gedachten wilde wisselen voordat er een voorstel op tafel komt. Logisch want Ter Horst stelde zich een nieuwe grondwet voor waarin geregeld zou worden dat grondwetswijzigingen voortaan niet zo makkelijk kunnen worden ingevoerd (lees meer in wat er op dit blog over werd geschreven).
Hier negeerde het kabinet, inclusief de PvdA, de Raad van State èn de Tweede Kamer. Nu stelt de PvdA een Nationaal Democratisch Akkoord voor. Want “we moeten wegen vinden om het vertrouwen van de burger in het proces van de democratie terug te winnen. We moeten nieuwe wegen vinden om de burger in het proces van de democratie serieus te nemen”, aldus het concept verkiezingsprogramma.
Dat Nationaal Democratisch Akkoord moet door behoedzaam en zorgvuldig overleg tot stand komen, omdat voor een nieuwe democratie ook grondwetswijzigingen nodig zijn.
Heeft de PvdA ineens ook “lessons learned” en heeft het spijt van de spoed waarmee Ter Horst een nieuwe grondwet wilde?
En dan wel de Raad van State afschaffen en geen duidelijke voorstellen noemen voor een nieuwe, sterke democratie? Gooi geen oude schoenen weg, voor je een paar goede nieuwe hebt, lijkt mij.
Boeren boos op Balkenende
De supportact die CDA’ers in Assen opvoerden, doet vermoeden dat de traditionele achterban van Balkenende de man door dik en dun zullen blijven steunen. Dat ligt iets anders.
Het Agrarisch Dagblad kopt: Premier schoffeert Schreijer. Daarmee stelt het vakblad voor boeren en tuinders zich achter Annie Schreijer-Pierik, een van de eerste CDA’ers, die openlijk de kandidaatstelling van Balkenende als lijsttrekker ernstig in twijfels trok. Ze had zelfs een tegenkandidaat: Cees Veerman.
Het Agrarisch Dagblad gooide er meteen een polletje in en al 60 procent zag liever Veerman op nummer één, dan de in Assen gehuldigde Balkenende.
Balkenende was blij met dat het zaaltje dat het CDA in hotel Van der Valk had afgehuurd bomvol zat. Nu heeft dat hotel een zaal dat maximaal 700 mensen kan plaatsen, maar in een aangepaste opstelling kunnen er niet meer dan 350 in. En dat was dan ook precies het aantal aanwezige steunbetuigers.
Op die besloten bijeenkomst deed Balkenende de kritiek van mevrouw Schreijer af met: “Och, dat was toch een beetje een vertrekkend Kamerlid, en ik denk dat afscheid nemen pijn doet”.
Dat dedain was het Agrarisch Dagblad blijkbaar iets teveel. Balkenende moet oppassen dat hij niet al te lichtzinnig met zijn dissidenten omgaat.
Het dagblad Trouw deed en rondje bij andere regionale afdelingen en die zijn stukken minder content met JP de MP dan het publiek in Assen.
De secretaris van de Gelderse afdeling meent zelfs dat de agrarische achterban het CDA de rug toekeert. Anderen leggen zich bij de kandidatuur van Balkenende neer, bij gebrek aan beter. Dat is toch een dodelijke opmerking, voor zowel Balkenende als de partij zelf.
Een CDA-gedeputeerde zegt in Trouw wel goede kandidaten te zien: Cees Veerman (is-ie weer) als premierkandidaat en Ank Bijleveld als goede tweede.
De PvdA en de SP hebben hun kanjers al gevonden (Cohen en Roemer). Het CDA zal snel op zoek moeten naar een opvolger van Balkenende, want de boeren zijn al in opstand.
De trouwe lezer weet: ik ben geen fan van het CDA. Maar misschien kan ik meer sympathie opbrengen als Ank Bijleveld de lijsttrekker wordt. Omdat zij toch minder hooghartig omgaat met kritiek dan Balkenende (lees dit stukkie nog eens). Iemand anders nog sympathieke CDA-kandidaten?
Spijtstemmen: Aftredend kiezersbedrog
Ooit gedacht dat Jeugd en Gezin-baas, André Rouvoet, zoveel impact zou hebben? Eurlings kapt, om een gezinnetje te stichten, Bos stopt, om meer tijd aan zijn kinderen te besteden. Het kan haast niet anders, of de heren zijn bewerkt door Rouvoet. Als dat uitlekt, is het ook met hem gedaan, want waarom zou een vader van vier kinderen wel blijven zitten?
Na Agnes Kant, die om heel andere redenen is opgestapt, zijn er na de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart hebben we nu dus drie prominente politici, die er tussenuit knijpen. Vreemd dat er her en der wordt gesproken van kiezersbedrog als politici wel verkiesbaar blijven, maar na 9 juni niet in de Kamer willen zitten. Want de arena verlaten mag ook wel een vorm van bedrog worden genoemd.
Waarom? Wel, de heersende opinie was dat de gemeenteraadsverkiezingen ook landelijke betekenis zouden hebben. Als dat waar is, dan had Agnes Kant moeten blijven. De SP scoorde weer een lichte winst, dus opstappen is verraad aan de SP-stemmers die weer wat in de partij zijn gaan geloven.
Wouter Bos had het voortdurend over zijn handen vrij hebben om eens stevig campagne te voeren. Zelf meende hij dat het verlies van de PvdA meeviel en hij wel kansen zag op 9 juni. En nou kapt hij ermee? Hij breekt een belofte aan zijn kiezers.
Camiel Eurlings leek net de grote tweede man van het CDA te worden, om het geschonden aanzien van Balkenende nog een beetje te redden. De CDA’ers die hem als pion naar voren schoven, zullen nu wel slapeloze nachten hebben. Ook die kiezers zullen zich eenzaam en verlaten voelen.
Wie volgt? Als gezin en kinderen belangrijker zijn dan politieke ambities, mogen we rekenen op het vertrek van Verhagen, Plasterk, Cramer, Huizenga, Eberhard van der Laan, Pechtold, Halsema, Verdonk en, zoals gezegd, Rouvoet.
Als “de kiezer” enige stabiliteit wil, lijkt het me verstandig op politici te stemmen die partner- en kinderloos zijn. Op naar het singles- kabinet. Op voorwaarde dat ze niet op datingsites gaan twitteren.
Het betekent wel dat er waarschijnlijk nog meer kiezers teleurgesteld zullen zijn. Met name degenen die hoge verwachtingen van hun idolen hebben.
Na de gemeenteraadsverkiezingen was hier een artikel over spijtstemmen te lezen. De vraag was of vooral de zwevende kiezer spijt kan krijgen van zijn stem. Alle partijen doen hun best om de zwevende kiezer binnen te halen. Die zou dan weer spijt kunnen krijgen als zijn stem niet het gewenste resultaat heeft gehad, of juist veel te veel heeft bijgedragen aan de zetelopbrengst van een partij.
Uit de bijgaande poll bleek dat een grote meerderheid (63%) absoluut geen spijt had van de keuze. Toch had 17% wel spijt. Verder gaf 8,5% aan wel eens vaker spijt te hebben gehad en 11,5% nooit teleurgesteld was na het stemmen.
De meesten hebben dus alle vertrouwen in hun eigen stemgedrag. Zouden de kiezers die achter Kant, Bos en Eurlings stonden, nu wel spijt hebben?
Wat bleek waar bij de verkiezingen?
Ook hier is het een ander geschreven voor de verkiezingen. In de nabeschouwing eens kijken wat daarvan waar is gebleken.
Niet waar.
Om te beginnen: de opkomst. Bedroevend laag en geenszins volgens de voorspelling die hier op 9 februari werd gedaan. En al helemaal geen bewijs voor de stelling, waarmee die voorspelling werd onderbouwd. Als het consumentenvertrouwen laag is, zal de opkomst hoog zijn. Rond de 60% zou het komen te liggen.
Wel, het consumentenvertrouwen is laag (-13), de opkomst ook (56%). De laagste opkomst sinds 1970. Ik vermoedde al dat de val van het kabinet de voorspelling op losse schroeven zou zetten. Er is een minimale aanwijzing dat de val de opkomst misschien negatief heeft beïnvloed. Ook na de val van kabinet Van Agt II volgden er snel gemeenteraadsverkiezingen en toen was de opkomst ook lager dan bij de verkiezingen 4 jaar daarvoor en 4 jaar daarna.
Nogmaals: een minimale aanwijzing. Alleen bij Van Agt II en Balkenende IV bleken er gemeenteraadsverkiezingen te zijn, die vlak na de val plaatsvonden.
Niet waar.
In “Stemmen in de nacht” werd verslag gedaan van allerlei acties die gemeenten ondernamen om de opkomst te vergroten. Het heeft niet mogen baten. Reden om nog eens na te denken wat dan wel de kiezers over de drempel van het stemlokaal trekt.
Niet waar.
Uiteraard ontbrak het ook hier niet aan een stemadvies. Het advies was niet te stemmen als ontevreden commentaar. Wie dat toch wilde doen, werd geadviseerd op alles te stemmen, behalve CDA, PvdA, VVD, D66 en CU.
Er is toch uit onvrede gestemd, helaas. Maar niet door de genoemde partijen uit te sluiten. Zelfs al is er verlies bij CDA en PvdA, er is toch behoorlijk veel op het bekende vijftal gestemd. Het aller-wonderlijkste is dat het CDA dan wel verliest, maar landelijk de grootste partij blijft.
Waar.
In “Kiezen vòòr je keuze” een aantal voorbeelden van stemwijzers. De meeste bekende trok wel een hoge opkomst. Het kieskompas, beter bekend als de stemwijzer werd door zeker 1 miljoen mensen geraadpleegd. Vooral in Almere, Groningen en Middelburg bleken veel mensen behoefte te hebben aan een stemadvies. Is het bedroevende resultaat in Almere te danken aan de toch wat vreemd werkende stemwijzer?
Waar?
In Almere zouden heel wat kiezers wel eens spijt kunnen krijgen van hun stem, als u begrijpt wat ik daarmee bedoel.
Wie wil opbiechten of ook hij/zij spijt heeft van de gisteren uitgebrachte stem, mag naar de laatste exit-poll: de spijtstemmen-poll. Tot op dit moment nog maar door 47 bezoekers gebruikt. Blijkbaar is 62% tevreden met de keuze, want dat deel heeft geen enkele spijt.
Kan dat de komende dagen nog veranderen, als blijkt welke lokale coalities er uit de bus rollen?
Spijtstemmen-poll
Hoewel het geen enkele zin heeft spijt van welke keuze dan ook te hebben, vandaag toch een onderzoekje: de spijtstemmen-poll.
Een aardig deel der kiezers zweeft en staat elke verkiezing weer voor de vraag: wat zal ik er vandaag weer eens van maken. Partijen proberen de zwevers binnen te halen en dat zal ongetwijfeld soms ook lukken. Dat verklaart voor een deel de winst- en verliesbalans bij elke verkiezing.
Zoals bij elke keuze kan er vrij snel spijt optreden. Nogmaals, je hebt er niets aan. Toch liever een ander potje pindakaas gekocht? Jammer. Er zijn maar bar weinig winkels die de aankoop terugnemen. Teveel gedoe. Lukt alleen nog bij de kleine kruidenier op de hoek.
Spijt van een uitgebrachte stem heeft ook geen zin. Je mag dan hooguit hopen dat de partij van je spijtige keuze niet in de gemeenteraad komt. Blijf je zitten met spijt over een verknalde stem.Vandaag had ik een beetje spijt. Twijfelde tot in het stembureau tussen een lokale landelijk bekende partij en een louter lokale club.
Beiden hadden mijn sympathie, beiden hadden een aardig programma voor de gemeente hier.
Het rode potlood gepakt, knoop doorgehakt en op de grotere, landelijke bekende partij gestemd. Thuis gekomen had ik toch een beetje spijt. Waarom nou toch niet op de partij gestemd, die een erg lokaal programma had? Want daar gaat het bij gemeenteraadsverkiezingen toch om? Het gaat om het beleid ter plaatse. Dus dan ga je toch voor de partij die het beste lokale programma biedt?
Waarom gezwicht voor de naamsbekendheid, omdat de verschillen zo klein zijn?
Spijt kan ook optreden daags na de verkiezingen. Mensen babbelen nog wat na, bekennen hun keuze en in de gesprekken met vrienden en, collega’s, krijg je ineens het gevoel: had ik het maar anders gedaan.
Of mensen krijgen spijt als ze de uitslagen zien. Lezen ze in de krant dat lokale partijen in opkomst zijn en stemmen ze eens frivool op een van die lokalen. Zien ze in de uitslagen dat het hun stem weinig heeft toegevoegd en denken dan had ik toch maar op een van de grote bekenden gestemd.
En ja, de komende vier jaar zullen er zeker een aantal mensen zijn die nog spijt gaan krijgen. Om eens te onderzoeken of er meer spijtstemmers zijn, vandaag de spijtstemmen-poll.
Geef hieronder aan of je wel of geen spijt hebt van je vandaag uitgebrachte stem. De poll staat open tot volgende week woensdag (10 maart), zodat ook de mensen die later spijt krijgen, hun gram hier kwijt kunnen.
Bij optie 3 en 4 kun je aangeven of je wel vaker of nooit spijt hebt gehad bij verkiezingen.
Toelichtingen in de reacties graag. Maak de poll bekend bij vrienden en bekend, zodat het een beetje representatief onderzoekje wordt.
