Naast wat napruttelen over hoe het nou zo gekomen is, ook her en der discussies over hoe nou verder. Laat de val van Balkenende de natie in onzekerheid achter? Hoe zal “De Kiezer” reageren?
Eén ding lijkt zeker: de gemeenteraadsverkiezingen zullen sterk in het teken staan van de landelijke politiek. Erg jammer voor de lokale politici. Je kunt je voorstellen dat plaatselijke CDA en PvdA prominenten slapeloze nachten hebben. Gaan ze misschien niet in de gemeenteraad komen, omdat Balkenende en Bos elkaar een kunstje hebben geflikt?
Stemadvies 1: Laat u niet verleiden tot het uitbrengen van een “commentaar-stem”. Er staan in uw woonplaats echt genoeg zaken op de agenda, waarvan uw plaatselijke vertegenwoordigers willen weten welke kant ze er volgens u mee opmoeten.
Maar mocht u een goedbedoeld advies in de wind slaan en toch in het stemhokje willen reageren op de laatste ontwikkelingen, dan hier nog een advies. Een stemadvies dat u mee kunt nemen naar 9 juni, wanneer u wel een draai kunt geven aan de landelijke politiek.
Het advies is gebaseerd op de ervaringen met de vier Balkenende-kabinetten. Vanaf 2002 is er meer energie gaan zitten in rommelig bestuur, vallen en opstaan, stuntelende bewindslieden en veel interne onenigheid. Geen wonder dat tal van prangende zaken niet zo voortvarend zijn aangepakt als strategische, hoofdlijnen- en coalitieakkoorden beloofden. Geen wonder dat er meer korte termijn politiek is bedreven, dan dat er duurzame oplossingen zijn gekomen.
Wat er onder Balkenende zo al aan gerommel tot stand is gebracht staat hier op een rij (exceldocument!).
Natuurlijk valt dat Balkenende en zijn CDA te verwijten. Ongelukkige keuzes wat coalitiegenoten betreft, te weinig compromisbereidheid naar die coalitiepartners.
Het valt ook al die coalitiegenoten te verwijten die met Balkenende in zee zijn gegaan. Voor zover ze al niet onderling overhoop lagen (LPF en VVD), dan waren ze te weinig standvastig om niet het vertrek van het CDA te eisen, maar stapten zelf op (PvdA en D66). Of zo hondstrouw dat ze het vooral geloofsbroeders naar de zin maakten en amper hun andere coalitiegenoot (CU).
Balkenende IV was de climax van gebrek aan slagvaardigheid door innerlijke twisten. De verkiezingscampagne van eind 2006, begin 2007, is eigenlijk tot op vandaag voortgezet.
Het stemadvies? Stem alles behalve CDA, PvdA, VVD, D66 en CU.
Categoriearchief: Keuzes
Opkomstcijfers voorspeld (II)
Balkenende’s teloorgang gooit heel wat in de war. Onder andere mijn voorspelling van het opkomstpercentage bij de komende gemeenteraadsverkiezingen.
Dat had ik gekoppeld aan het consumentenvertrouwen. Had Balkenende niet zo halsstarrig de zijde van Verhagen gekozen, dan zou die voorspelling overeind gebleven zijn. Ook al meldt het CBS dat in februari het consumentenvertrouwen is gezakt van -10 naar -13.
De theorie waarop de voorspelling is gebaseerd was: hoe lager het consumentenvertrouwen, hoe hoger de opkomst. Een lager vertrouwen in de economie en eigen koopkracht, is ook een lager vertrouwen in de zittende politici. Dus trekt men massaal ter stembus, om aan te geven dat men het anders wil.
Een theorie die iedereen geneigd is weg te wuiven, maar die wellicht steun krijgt als men, door de jaren heen, de opkomstcijfers naast het consumentenvertrouwen zet. In dit exceldocument is te zien dat de theorie in 19 van de 32 verkiezingen opgaat.
In 13 gevallen dus niet. Zou de theorie ook niet opgaan op 3 maart?
Dat is nu erg onzeker. Of de kiezer heeft flink tabak van de Haagse perikelen en blijft massaal thuis. Of men wil het CDA en de PvdA een geducht pak rammel geven en gaat in grote getale stemmen op andere partijen.
Trekt men bij de lokale verkiezingen zich niets aan van het gebeuren, dan blijft mijn voorspelling staan en zal de opkomst ongeveer 1,4% hoger liggen dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen.
Volgens de theorie zou bij de 2e Kamerverkiezingen, onder normale omstandigheden in 2001 gehouden, de opkomst ongeveer 3% hoger gaan liggen dan in 2006. Ook dat is nu ongewis.
Mochten mensen wel de balen hebben van het gedoe rond Balkenende’s val, dan adviseer ik die mensen in ieder geval wel allemaal te gaan stemmen. En dan nu eens op partijen, die niet verantwoordelijk waren voor het in elkaar kukelen van Balkenende’s kabinetten. Geen CDA dus. En ook geen VVD, PvdA of D66.
Stemmen in de nacht
Drie maart komt dichterbij. Er wordt hard gewerkt om de kloof tussen kiezer en stembus kleiner te maken. Met name de kersverse 18-jarige kiezers zijn doelwit van campagnes om de opkomstcijfers te verhogen.
Je moet er niet gek van staan te kijken als 4 maart de kranten koppen: Verkiezingsuitslag beïnvloed door alcohol en partydrugs.
In Den Haag en Groningen worden feestjes gebouwd in de nacht van 2 op 3 maart. Den Haag houdt een VerkiezingsNach, met “bekende en minder bekende artiesten”, waaronder Jozias van Aartsen, die de eerste stem zal aannemen. Om 0:00 uur gaat de eerste stembus open.
Groningen komt met de NACHTTIEN in De Oosterpoort. Met “comedy en diverse activiteiten”, zoals het openen van de eerste stembus om 01:00 uur.
Zulke feestjes kunnen de opkomst met 6 procent verhogen, had politicoloog André Krouwel vorig jaar in Almere geconstateerd. Wel aan te raden om van de stemkaart het toegangsbewijs voor het feest te maken en een stembus paraat te hebben. En vooral hippe artiesten, die duidelijk maken dat stemmen een feest is, aldus Krouwel op Binnenlandsbestuur.nl.
Voor al die mensen die er voor kiezen op 4 maart gewoon fris en uitgeslapen op werk te zijn of in de schoolbanken te zitten, wordt nog veel meer ondernomen om ze bij de bus te krijgen. Met toeters en bellen worden mensen naar de stembus gebracht of de stembus komt naar hen toe. Nu zijn stembussen op NS-stations en in winkelcentra wel zo handig. Niets mis mee. De grenzen van het betamelijke worden echter opgezocht in het Brabantse Veldhoven.
De VVD lokt mensen met krasloten naar de stembus. Het kraslot als fraaie metafoor voor je stembiljet: je hebt een kans, maar of je die ook kan verzilveren weet je niet. In ieder geval toont de Veldhovense VVD daarmee over aardig wat zelfkennis te beschikken.
Waarom er, met veel feestgedruis, niet een Nationale Collecte van gemaakt?
De burger een week lang opjutten en op 3 maart, voor dag en dauw, stemmencollectanten op pad sturen, die bij de mensen thuis langs gaan. Wie een geldig ingevuld stembiljet inlevert, krijgt een staatslot.
De burgers die niet thuis zijn aangetroffen, worden door de collectanten op straat en in bedrijven benaderd. De hele dag zenden de omroepen de laatste stand van uitgebrachte stemmen uit. Dat kan nooit zo’n mooi getal worden, als bij de hulpactie voor Haïti, maat wie weet halen we nog eens het hoogste opkomstpercentage ooit.
Feestjes of niet, ik blijf er voorlopig bij dat het opkomstpercentage niet gek veel hoger dan 60 procent zal komen te liggen. Tenzij iemand met een nog veel briljante idee komt om mensen naar aan het stemmen te krijgen.
Kiezen vòòr je keuze
Hoewel gemeentepolitiek zich letterlijk toch veel dichter bij ‘de mensen’ afspeelt dan het landelijke circus, vinden ruim 40 gemeenten het toch noodzakelijk hun burgers de gelegenheid te geven tot het inwinnen van een stemadvies. Kennen de kiezers hun lokale politici dan niet genoeg?
Die gemeenten maken gebruik van de bekende stemwijzer. Een digitale vragenlijst, waarmee je aan lokale issues je ‘eens’ of ‘oneens’ kunt verbinden, waarna de aap uit de mouw komt. De partij die het beste met je stemwijzergedrag past.
De stemwijzer is ontwikkeld door het IPP (Instituut voor Publiek en Politiek). Hier een fictief voorbeeld. Wie de vragenlijsten van de diverse gemeenten wil bekijken, moet op de website van zijn of haar gemeente zijn.
Het kan ook anders. In Groningen heb je de mogelijkheid een politicus op zijn/haar blote gezicht te beoordelen. In een krappe 20 seconden heb je je stemadvies. Dr. Babalins Koppensneller is natuurlijk bedoeld als grap, maar ik zou de uitslagen wel eens willen zien als dit ideetje wordt toegepast op het stembiljet. Naast de vakjes niet alleen de namen, maar ook de koppen.
Behalve het gezicht, is er wel meer interessants aan het profiel van een politicus. Dat denken ze tenminste bij Het Nieuwe Stemmen.
Op wiekiesjij.nl stel je eerst een uitgebreid profiel samen. Je kan niet alleen de specifieke expertise die jij belangrijk vind voor een kandidaat selecteren. Ook kan je aangeven welke leeftijd, hobby’s, doelgroepgerichtheid, het aantal jaren ervaring als raadslid of woonachtigheid in jouw gemeente je belangrijk vind. Waarna een lijstje kandidaten verschijnt die bij dat profiel passen.
Helaas alleen nog beschikbaar voor 10 gemeenten en 1 stadsdeel.
Alleen in Groningen kun je alle drie genoemde stemadviseurs gebruiken. Een vergelijking van de diverse uitslagen is dus alleen daar mogelijk. Is daar niet een slimme student die de drie stemwijzers kan integreren en daarmee de meest uitgebreide politieke datingsite maakt?
Over een datingprofiel gesproken: In Amersfoort mag op 3 maart in het stemhokje ook een keuze maken uit 10 competenties waar de nieuwe burgemeester aan moet voldoen. De meest gekozen vaardigheid wordt opgenomen in het officiële profiel waar de nog te benoemen burgemeester aan moet voldoen.
Tien competenties voor een burgemeester van een middelgrote stad! Op mijn werk mag ik MBO-stagiaires begeleiden die heel wat meer competenties moeten waarmaken om voor een onderbetaald baantje in aanmerking te komen.
Opkomst verkiezingen voorspeld
Met de lokale verkiezingen in zicht, zijn er altijd mensen die zich zorgen maken om de opkomstcijfers. Met wat meer tam-tam of andersoortige campagnes zou daar misschien wat aan te doen zijn.
Zo denkt de een dat de Amerikaanse stijl van campagnevoeren de opkomstcijfers omhoog kunnen stuwen. Anderen menen dat de eigentijdse sociale media (Hyves, Twitter) ingezet moeten worden.
Het lijkt heel logisch de opkomst op te pimpen. Een lage opkomst betekent immers dat de politici maar bar weinig mensen gaan vertegenwoordigen? Het betekent ook dat de kiezers weinig boodschap aan de democratie hebben?
Maar, de vraag van vandaag, kan het misschien precies het tegenovergestelde betekenen?
Ofwel: een lage opkomst kan ook betekenen dat de mensen veel vertrouwen hebben in de zittende politici. De verkiezingen met een hoge opkomst betekenen eerder dat mensen wel genoeg hebben van de zittende politici en dus maar eens uit de luie stoel komen.
Of de campagnevoerende kandidaten nu folderen, twitteren of verkiezingsspam in je mailbox dumpen, het maakt niet uit, Het maakt ook niet uit of de vermeende kloof tussen burger en politiek een gapend gat of slechts een stoeprand breed is.
De opkomst zal op 3 maart hoe dan ook rond de 60% komen te liggen. Zo’n 1,4% hoger dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen.
Waar baseer ik deze voorspelling op? Op vertrouwen.
Consumentenvertrouwen om precies te zijn. Kiezers zijn ook consumenten en baseren hun vertrouwen misschien meer op de inhoud van hun portemonnee dan op de verkiezingscampagnes. Zit het wel goed met dat consumentenvertrouwen, dan is de opkomst laag. Is het consumentenvertrouwen beneden alle peil, dan zal de opkomst hoger zijn.
Dat bestaat niet, zullen deskundigen meteen roepen. De opkomstcijfers zijn, bij alle soorten verkiezingen, vanaf 1970 vooral gedaald, terwijl het consumentenvertrouwen als een jojo op en neer ging.
Maar wil iemand dan eens uitleggen waarom voor slechts 13 van de 36 verkiezingen mijn stelling niet opgaat? Laten we de verkiezingen voor het Europees Parlement buiten beschouwing dan zijn er ook maar 13 uitzonderingen op 32 verkiezingen. Kijk maar eens naar de historische opkomstcijfers en die van het consumentenvertrouwen in dit exceldocument.
Het enige wat politici te doen staat, is dat consumentenvertrouwen beïnvloeden. Ook in tijden van crisis. Blijkbaar lukt dat nu, want het consumentenvertrouwen ligt momenteel niet desastreus laag (-10). Nog wel laag genoeg om een wat hogere opkomst te verwachten dan in 2006. En niet hoog genoeg om een nieuw dieptepunt qua opkomst te verwachten.
Iemand een andere voorspelling voor de opkomst op 3 maart?
Elite in beweging
Eenenveertig jaar en tien acties later, twee weken voor carnaval, is het voor de elfde keer weer studentenbal.
In vier steden hebben studenten diverse gebouwen bezet. En dan hoop je dat de elite in wording, voor wat meer dan alleen wat geld, de boel op slot gooien.
Maar de elite bestaat niet, sprak de minister van Orde en Veiligheid nog, aan het begin van het Academische Jaar. Mevrouw Ter Horst herinnerde nog wel aan de woelige tijden in het Amsterdamse studentenleven, maar wees de wetenschappers op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Vandaag de dag houdt dat in: het onrustige maatschappelijke debat van fatsoen voorzien, aldus Ter Horst.
De studenten hebben blijkbaar hun huiswerk gedaan en zich zeer fatsoenlijk gedragen. In een aantal universiteitssteden hebben ze wat folders uitgedeeld op straat. In vier steden ging men over tot bezettingen.
In Amsterdam besloten ze zelf om een uur of vijf weer keurig naar huis te gaan. In Nijmegen vonden ze het ook wel genoeg. Alleen in Rotterdam en Utrecht hebben ze de geschiedenis wat beter bestudeerd en zijn van plan er nog een nachtje over te slapen in de bezette gebieden.
De Amsterdammers hadden er een lustrum van kunnen maken. Na deelname aan negen bezettingen, waarvan de Maagdenhuisbezetting nog steeds als de meest indrukwekkend geldt, hadden ze nu toch wel een wat krachtiger 10e editie weg kunnen zetten.
De acties zijn een protest tegen de voorgenomen onderwijsbezuinigingen. In de acties van vandaag is de nadruk op de studiebeurs gelegd, maar dat zal vast niet de enige voorziening zijn waarop bezuinigd gaat worden. Een meer algemene actie, blijf met je handen van het onderwijs af, was meer op zijn plaats geweest.
De studiefinanciering wel vaker het thema van studentenacties geweest. Verder ging het ook vaak om het democratisch gehalte van de universiteiten, dat regelmatig beperkt dreigde te worden. En soms ging het over de kwaliteit van de studie. Een overzicht van universitaire bezettingen.
1969 – In Tilburg de eerst bezetting van een universiteit, rap gevolgd door de roemruchte Maagdenhuisbezetting, voor democratisering van het universitaire bestuur.
1978 – het Maagdenhuis is voor de 2e keer de locatie waar opnieuw voor een democratisch bestuur is opgekomen.
1986 – de studiefinancieringsplannen van CDA-minister Deetman werden op de korrel genomen.
1988 – protest tegen het niet benoemen van twee vrouwelijke hoogleraarskandidaten, terwijl de faculteitsraden hen wel hadden voorgedragen.
1990 – onderwijsminister Jo Ritzen organiseerde besloten conferenties, waarin gesproken zou worden over afschaffing van de universitaire democratie. Weer werd het Maagdenhuis bezet.
1993 – tegen de bezuinigingen op de studiefinanciering.
1996 – alweer was Ritzen het mikpunt, die minder invloed van wetenschappers en studenten op het universitaire bestuur wilde.
2003 – studenten uit diverse steden bezetten de Hoftoren in Den Haag, om meer aandacht van de politiek te eisen voor het hoger onderwijs.
2005 – terug naar het Maagdenhuis. Actie tegen de plannen van Mark Rutte (toen staatssecretaris), om het collegegeld te verhogen en, jawel daar is-tie-weer: inperking van de medezeggenschap.
2009 – Groningse studenten bezetten hun universiteit om het “bindend studieadvies” aan te vallen.
(Overige bronnen: de Wikipedia en De Volkskrant).
Het is 2010 en het gaat weer over de studiefinanciering. Een deel van de studiefinanciering is al een lening, alleen de basisbeurs (nog) niet. De studenten willen dat voorkomen. Of ze daar nou een punt hebben of niet, je zou ze alle steun geven. Alleen al omdat er eindelijk weer een groep in beweging komt, die niet alles slikt wat dit kabinet bekokstoofd. Laten de studenten dat thema meenemen en de bezettingen nog even volhouden.
De huwelijkse staat der Nederlanden
De huwelijkse staat moet overeenkomen met de staat der Nederlanden. En dus gaan we polygame huwelijken streng aanpakken, aldus minister Hirsch Ballin in een brief aan de Tweede Kamer.
In het persbericht wordt de nadruk gelegd op de huwelijkse gewoonten die hier gelden, tegenover de gewoontes die in sommige andere landen gelden. De vreemdeling, een bekende term voor een mens uit enig ander land, mag zich hier vestigen, maar zijn of haar huwelijkse tradities achter laten. Een van de redenen die wordt genoemd: “Polygamie blijkt daarnaast vaak een aanwijzing voor onvrije partnerkeuze en huwelijksdwang”.
Om vervolgens twee dingen er aan toe te voegen: het polygame huwelijk, gesloten vóór de aanvraag voor bestendig verblijf in Nederland, zal worden erkend. En: “de getalsmatige omvang van het probleem is bijzonder klein: minder dan 0.01 procent van de Nederlandse bevolking. Een deel daarvan betreft bovendien geen bewuste polygame huwelijken, maar zijn van tijdelijke aard doordat een tweede huwelijk is aangegaan terwijl de ontbinding van het eerste huwelijk naar Nederlands recht nog niet is erkend”.
Ofwel, we hebben het eigenlijk nergens over. Behalve dan dat de kwestie ook anders bekeken kan worden en Hirsch Ballin de plank op nog een andere manier de plank misslaat.
Zeker, polygame huwelijken waarbij sprake is van dwang of ongelijke rechten tussen de meerdere partners, zijn geen fraai voorbeelden van mooie verbintenis. Maar dat komt zelfs vandaag, ook voor bij monogame huwelijken. Een vorm van dwang is dat, binnen streng christelijke culturen, jongeren gedwongen worden te trouwen als een jongen een meisje zwanger schopt. En over ongelijkheid tussen partners kunnen we ook vandaag, nog steeds heel wat boekjes opendoen.
Polygamie kan echter ook een oplossing zijn voor mensen die lijden, wegens het niet kunnen verkrijgen van een levenspartner.
Om te beginnen is er nog steeds een vrouwenoverschot en ten tweede: er zijn nog altijd meer ongehuwden dan gehuwden (zie de CBS-gegevens in deze excelsheet). Je zou van Hirsch Ballin eerder maatregelen verwachten om het aloude idee van ‘het gezin als hoeksteen van de samenleving’, een stevige impuls te geven.
Wat het vrouwenoverschot betreft: ik heb wel eens wat vrouwen horen verzuchten dat alle leuke mannen al bezet zijn. Een argument dat ook voor andersom kan gelden. Wie “leuk” is. Ligt natuurlijk beter in de relationele markt. Sta je polygamie toe, dan kunnen alle leuke mensen met meerdere partners in zee. Heel wat leed opgelost.
Daarbij, een Russische politicus, wiens gedachtegoed ik overigens niet deel, meent dat het ook een bijdrage kan zijn de nadelen van de vergrijzing te verlichten.
Maar daar zul je Hirsch Ballin nooit over horen. In plaats meer wettelijke ruimte te maken voor keuzevrijheden van de mensen zelf, is het huidige voorstel vooral gericht op het rotsvast verankeren van culturele codes die alleen tot Hirsch Ballin en de zijnen behoren.
Baas in eigen basispakket?
De pil moet uit het basispakket van de zorgverzekering, lezen we bij de NOS. Nee, niet het paracetamolletje, want dat zat er al niet in. De anticonceptiepil moet eruit en zal een besparing van 58 miljoen euro opleveren. Die pil zit nog maar kort weer wel in het basispakket.
Nu is het mooi genoeg geweest, adviseert het CVZ (College voor Zorgverzekeringen). De argumenten zijn, die het CVZ hanteert, zijn het bestuderen waard.
1.Het voorkomen van zwangerschappen is iets anders dan het voorkomen van ziekten. Heel juist? Je kunt ook zeggen dat bevolkingsaanwas een van de grootste plagen is die de wereld teistert. Maar goed, je kunt grote calamiteiten natuurlijk ook met grote hulpacties aanpakken. De pil gefinancierd door inzamelingsacties?
2. Andere vormen van anticonceptie zitten ook niet in het basispakket. Ook een juiste redering? Het basispakket moet natuurlijk niet discrimineren op allerlei middeltjes.
Geneeskundige behandeling door huisartsen en specialisten zit wel in het basispakket, dus ik neem aan dat de behandeling voor geslachtsziekten daaronder valt. Voor een deel aardig te voorkomen door condoomgebruik. Vreemd eigenlijk, dat die niet in het basispakket zit. Zou tot besparingen kunnen leiden.
De pil, ooit een middel om baas in eigen buik te zijn en mede daarom zwaar bevochten om in het ziekenfondspakket op te nemen. Maar in dat pakket zijn wij niet langer meer de baas.
Recht op niet-weten
“Het is moeilijk om te bepalen in hoeverre mensen goed geïnformeerd kunnen kiezen voor het recht op weten of niet-weten“.
(Quote uit de Trendanalyse Biotechnologie 2009: Mondiaal momentum, gisteren aangeboden door de Gezondheidsraad aan minister Cramer).
De zoekende mens vindt uit en blijft zoeken. Want elke nieuwe uitvinding brengt nieuwe problemen met zich mee. Een feit? Vooralsnog wel en daarom is het goed ook eens stil te staan en proberen uit te zoeken of ingeslagen wegen wel de juiste zijn.
De Trendanalyse Biotechnologie 2009 (pdf!) levert daar een bijdrage aan.
De hierboven geciteerde quote geeft treffend weer hoe lastig het is te bepalen welke ontwikkelingen goed voor ons zijn. In het rapport wordt gesteld dat de hoeveelheid nieuwe informatie zo groot is en zo snel tot ons komt, dat het zelfs voor wetenschappers een moeilijke klus is.
Weten en niet-weten. Het rapport begint met een trend in de medische biotechnologie: de zoektocht naar het menselijk genoom, waarin alle erfelijke informatie van een individu is te vinden.
De verwachting is dat binnen 10 jaar een volledige genoomanalyse goedkoop genoeg is uit te voeren en dat zo’n analyse dus op grote schaal kan worden toegepast. U wilt alles over uzelf weten? Voor iets meer dan 700 euro kunt u al uw erfelijke informatie op een rijtje krijgen.
Het zou, bijvoorbeeld, een veel adequater middel zijn dan de hielprik, die ouders nu kunnen loslaten op hun pasgeboren nazaat. Bedoeld om proactief te reageren op mogelijke erfelijke ziektes.
Het materiaal verkregen bij genoomanalyse kan niet alleen uzelf van dienst zijn, het kan ook worden gebruikt voor diepgaander onderzoek naar erfelijke ziektes, met als doel betere behandelmethodes te ontdekken.
Tot zover de voordelen. Nadeel: genoomanalyse gaan een hoeveelheid materiaal en kennis opleveren dat het niet meer te behappen is.
De privacy kan in de knel komen (grote hoeveelheden data in aan elkaar gekoppelde databestanden) en er moet wel een heel veilig elektronisch patiëntendossier zijn. De trendwatchers verwachten ook dat er veel meer kennis over nu nog onbekende ziektes zal komen, waar nog geen preventie of behandeling voor bestaat. Dan weten we dus meer, dan we aankunnen.
Om die reden èn het gegeven dat lang niet iedereen in staat zal zijn de informatie die een genoomanalyse oplevert goed zal begrijpen, wijzen de opstellers van het rapport op het recht op niet-weten.
Citaat 1: “Omdat het overzien van de gevolgen van kennis over het genoom zo complex is, is het maken van een afweging tegen het recht op niet-weten voor kinderen en wilsonbekwame volwassenen door ouders, voogden en vertegenwoordigers vrijwel onmogelijk geworden”
Citaat 2: “Maar ook de wilsbekwame volwassene kan voor problemen komen te staan. Als hij zelf zijngenoom laat lezen moet hij in staat zijn de informatie te begrijpen en te verwerken. (…) Het risico bestaat dat de autonomie van de burger onder druk komt te staan; dat hij niet meer onder de (maatschappelijke) druk uit kan om te gaan handelen naar de informatie uit de genoomanalyse”.
Nu kan de medische specialist natuurlijk de informatie zo goed mogelijk uitleggen. Dat is nu ook zo, want wat weet de gemiddelde burger nou van de informatie die een algemene bloedtest oplevert? Met de genoomanalyse ligt dat iets anders. Nog maar een citaat: “Diagnostiek en screening leveren vaak dermate complexe informatie over dragerschap en risico’s op dat burgers en zelfs professionals grote moeite hebben met het juist interpreteren ervan”.
Tja, zit de specialist er naast met zijn interpretatie, dan heb je vrijwel zeker meer problemen dan werkelijk waar zijn.
Kortom, de voortschrijdende techniek beoogt een antwoord op alles te vinden. De trendwatchers wijzen er op dat door een groeiende complexiteit, er mogelijk meer antwoorden komen dan ons lief is. En dan moeten we dus kiezen: wat willen we weten en wat niet?
Naar mijn mening is dat nog de enige vraag waar we als ‘onwetende’, niet-deskundige burger mee bezig kunnen.
De ontwikkelingen zijn al zover dat vragen over privacybescherming en veilige databanken en dossiers nauwelijks relevant meer zijn. Hoewel ik er ook niets op tegen heb om een aantal ontwikkelingen eerst eens helemaal stil te leggen, om ons te bezinnen op de vraag waar we eigenlijk mee bezig zijn.
Moet je wel een overheid hebben die daar ruimte voor biedt en die hebben we nu niet.
Verpleeghuizen belastingvrij
Is een kamer of appartement in een verpleeghuis een woning of een niet-woning? Rare vraag, denkt u? Niet voor de verpleeghuizen. Het antwoord op die vraag kan een hele smak belasting schelen.
Elke gemeente heft ozb (onroerend zaak belasting). Tot 2006 bestond er zowel een eigenarenbelasting als een gebruikersbelasting. Sinds 2006 is die gebruikersbelasting voor woningen komen vervallen.
Daar zagen directies en besturen van verpleeghuizen ineens een lucratieve mogelijkheid. Want als ze aannemelijk konden maken dat de kamers of appartementen van hun zorgbehoevende inwoners, vooral een woonfunctie hebben, dan hoeven ze dus geen gebruikersbelasting daarover te betalen.
En zo troffen diverse gemeenten en verpleeghuizen elkaar voor de rechter. De ene rechter stelde de gemeente in het gelijk, omdat in een verpleeghuis de kamers niet afsluitbaar waren. Geen woning dus, vond de rechter en het verpleeghuis diende het volle pond te betalen.
Een andere rechter oordeelde dat een gemeente onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom een verpleeghuis niet gevrijwaard kon worden van de gebruikersbelasting. De gemeente moet dat alsnog doen en ondertussen de proceskosten vergoeden, die het verpleeghuis maakte voor deze rechtsgang. De Hoge Raad heeft zich er ook eens over uitgelaten. Zodanig, dat belastingadviseur Deloitte de verpleeghuizen aanraadt altijd bezwaar te maken tegen een volledige ozb-aanslag.
De Hoge Raad stelt bijvoorbeeld dat bij het bepalen of een ruimte een woning of een niet-woning is, het er niet toe doet of een kamer voorzien is van een volledige kookvoorziening. Ontbreekt dat, dan kan de kamer of het appartement toch als woonvoorziening aangemerkt worden en dus kan er geen gebruikersbelasting over worden geheven.
Veel juridisch gesteggel dus. Wat ik vreemd vind, is dat verpleeghuizen zowel de eigenarenbelasting als de gebruikersbelasting moeten betalen. Nu moeten ze zich in allerlei juridische bochten wringen, om delen van het verpleeghuis als woning erkend te krijgen.
In mijn ogen zijn het geen woningen, hoe gezellig en privacybeschermend ook ingericht. Volgens de gemeentewet is het dan terecht dat de ozb volledig en in alle hevigheid wordt gevorderd.
Toch hoop ik dat verpleeghuizen gelijk krijgen als ze een beroep doen op een uitzondering in de gemeentewet. Artikel 220e stelt dat “gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen” buiten de ozb-heffing dienen te vallen.
Beter zou het zijn als de interpretaties deze bepaling niet langer onderwerp van dure rechtszaken zijn. Is er niet een Kamerlid die een motie kan indienen om verpleeghuizen op te nemen in het rijtje zaken die wel vrijgesteld zijn van de ozb?
Want wat is allemaal niet ozb-plichtig? Bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond (land- en tuinbouw) en kassen, natuurschoon, waterschappen en kerkgebouwen (zie artikel 220d van de wet gemeentelijke belastingen).
Waarom niet alle zorginstellingen vrijwaren van de ozb? Het zal voor de gemeenten behoorlijk wat inkomstenverlies betekenen, maar het gat dichten ze vast met verdere uitbreiding van de betaald parkeerzones.
Het is volstrekt belachelijk dat een verpleeghuis wel ozb moet betalen en een kerk niet.
