Tag archieven: Balkenende

Van het pluche gebrand

Van het pluche gebrand Met het vertrek van Ella Vogelaar, stijgt Balkenende in de statistieken. In een onderzoekje hier naar de binnenbrandjes in Balkenende's coalitie, heb ik het smeulende vuurtje binnen de PvdA over het hoofd gezien. Daarmee komt dit jaar het aantal interne conflicten op 12, maar nu is er wel iemand van het pluche gebrand.

Een ander onderzoek wees uit dat de kabinetten Balkenende ook hoog scoren als het gaat om bewindslieden die opstappen na een vertrouwensbreuk. Onderzoekers van de Universiteit van Utrecht kwamen tot concludeerden: “Wanneer je het aantal vertrouwensbreuken afzet tegen het aantal dagen dat een kabinet heeft geregeerd, dan zijn de kabinetten Balkenende zelfs koplopers in de naoorlogse parlementaire geschiedenis. Nog nooit eerder zaten de bewindslieden zo losjes op het pluche“.

Bijna 15 procent van de bewindslieden is niet zo gehecht aan het pluche, als menigeen soms denkt. Van de bijna 750 aangestelde ministers en staatssecretarissen, hebben 106 bewindslieden het centrum van de macht verlaten (meegeteld: het huidige kabinet, het vertrek van Cees van der Knaap in 2007, Aboutaleb die naar Rotterdam gaat en nu dan Ella Vogelaar). Zie een overzicht van 1945 tot 2006 onderaan dit artikel.

Het vertrek van Vogelaar is een geval apart. Het komt erg weinig voor dat bewindslieden opstappen omdat zij zelf bij het parlement, of de 2e Kamer bij hen, een gebrek aan vertrouwen constateren. Nu blijkt er binnen één van de coalitiepartijen het vertrouwen tekort te schieten in één van de eigen bewindslieden. Natuurlijk, de andere twee partijen hebben de nodige kritiek geventileerd jegens Ella Vogelaar, maar niemand van hen heeft haar geadviseerd een andere betrekking te zoeken. Men ligt er verder niet wakker van. De meeste reacties komen neer op een schouderophalend “jammer, maar helaas”.

Maar weinigen maken zich hardop ongerust over het hoge personeelsverloop in de kabinetten onder Balkenende. Zijn roemruchte voorganger Lubbers zag twee keer zoveel bewindslieden weglopen en ook Den Uyl (16x) en Drees (14x) moesten wat vaker de vacaturebank raadplegen. Toch is Balkenende inmiddels Van Agt (11x) voorbij gestreefd en is met 13 opstappers opgerukt naar de vierde plaats.
CDA-mp's hebben in de gehele naoorlogse periode 70 bewindslieden zien vertrekken, de sociaal-democratische mp's kwamen niet verder dan 36 opzeggers. Maar goed, het CDA heeft dan ook bijna continu (mee-)geregeerd. Een stevige klus en waar gehakt wordt, vallen spaanders.

Affaires als die van Vogelaar komen weinig voor. Onrust of niet, meestal zijn er andere redenen waarom bewindslieden hun heil elders zoeken.
Verreweg de meesten zijn vertrokken om persoonlijke redenen, zoals een kwakkelende gezondheid of men had moeite werk en privé-leven te combineren.
Reden numero twee: carrière-ontwikkelingen. Regelmatig vonden bewindslieden een andere functie, als burgemeester of Navo-secretaris, interessanter dan deelname aan een kabinet.
Op de derde plaats komt dan het binnenbrandje. Soms vond men weinig steun bij collega's binnen het kabinet, soms was men het niet langer eens met het uitgestippelde beleid.

Het minst vaak stapten bewindslieden op omdat de 2e Kamer geen vertrouwen meer in ze had. Kamerleden hebben wel degelijk soms keiharde vraagtekens gezet bij bepaalde bewindslieden, maar dat heeft er niet zo vaak toe geleid dat een minister of staatssecretaris dan maar de handboek in de ring gooide. Waarna de Kamer over ging tot de orde van de dag.

De Utrechtse onderzoekers constateerden dat de ene periode wat stormachtiger was dan de andere. De periode Balkenende mag tot de eerste categorie worden gerekend. Nu lijkt de vierde editie steviger op het pluche te zitten dan de voorgaande afleveringen. Of is het vertrek van Vogelaar een voorbode van de uiteindelijke val van dit kabinet?

De boosheid van de macht

De boosheid van de macht

Het CDA congres zit er op, de toekomst is weer vastgelegd en men gaat weer aan het werk. In dit artikel en in dat gastlogje, heb ik iets geschreven over de dialoog die het CDA met de samenleving voert. Dat moet ik even rechtzetten, want ik heb een woordje over het hoofd gezien. Het CDA voert geen dialoog, het CDA gaat het debat aan.

Da's heel wat anders. Men voelt zich sterk genoeg in een debat de normen en waarden te verdedigen die het CDA zo graag door heel de gemeenschap ziet overgenomen. Al die mopperende Limburgse kroegbazen die hun boterham in het rookverbod zien opgaan, al suffe blowers die individuele vrijplaatsen zien verdwijnen, zelfs al die critici binnen het CDA die hun partij te weinig zien schitteren in de media, kunnen rekenen op een stevig debat onder leiding van een boze Balkenende.

Zijn gezinsleven, hoeksteen van een goed functionerende MP, ligt aardig aan grabbels. Want hij heeft het vreselijk druk, achter de schermen. Of we daar eens een beetje rekening mee willen houden?

Voor wie zich afvraagt met welke legitimiteit Balkenende zo hoog uit het van de torentje blaast, even een geheugenopfrisser.

Vanaf 1945 hebben 27 kabinetten dit land bestuurd. Van christelijke huize hebben 22 informateurs en 26 formateurs 10 minister-presidenten in het zadel geholpen en nam men deel aan 25 kabinetten.

Men zwalkte 13 keer aan de rechterkant van het politieke spectrum, 6 keer avontuurde men ter linkerzijde en ook 6 keer hield men meer het midden.

Slecht 2 keer stond het CDA buitenspel, maar ook mocht men het slechts 2 keer geheel op eigen kracht doen (zie hier een overzichtje, xls-document, met dank aan Wikipedia).

Dat het CDA een voorkeur heeft voor samenwerking met de liberalen is opvallend, omdat bij 6 van de 13 kabibetscrissen de liberalen de trigger waren. Twee keer kwam de val uit eigen hoek en 3 keer waren sociaaldemocraten de oorzaak.

De arrogantie van de CDA-macht is historisch verantwoord. Altijd te klein om het alleen voor het zeggen te hebben, maar groot genoeg om altijd de baas te spelen. Met dank aan de kiezers, die dat ook mogelijk hebben gemaakt. En natuurlijk dank aan de verdeeldheid onder alle overige partijen.

Met zo'n geschiedenis en god aan je zijde, is het begrijpelijk dat men andersdenkenden als klagers afschildert.

Op het CDA-congres hield Balkenende zijn
gehoor voor (pdf'je) dat het nu op aanpakken aankomt. De tijd van aanmodderen is voorbij, de spades moeten de grond in!
Daar is men al druk mee bezig. In een reactie op een
Sargasso-artikel over één van de CDA-doelen, presenteerde Perik al een leuke lijst met wapenfeiten:
De ID-plicht (Donner), de registratie van medische gegevens (Klink), de abortuscoaching (Rouvoet), het rookverbod in private bijeenkomsten (Klink), komend verbod op gereguleerd cannabis-gebruik (Van Geel), religie in het openbare onderwijs (Van der Hoeven en Marcouch), internetbewaarplicht (Hirsch Ballin), de cartoonistenrel (Hirsch Ballin), de overheid als opvoeder (Rouvoet), de sexregels (vandaag weer, Rouvoet), De regeling ‘Ruimte voor De Lange Tenen Gods’ (voorstel art 137c, Hirsch Ballin) en tot slot de stelling dat een religieuze overtuiging zwaarder telt dan een niet religieuze overtuiging en dus wettelijk beter beschermd moet worden (opnieuw, art 137c, Hirsch Ballin).

Waarom is het CDA toch zo boos op ons?

Het CDA in dialoog bijeen

Het CDA in dialoog bijeen

Samen sta je sterk. Een slogan die vooral door socialisten is gebruikt, maar die tot in finesses wordt beheerst door het CDA.

Lang voor die partij een Collectief Dogmatische Appèlgroep werd, verenigden gelovigen met politieke ambities zich in samenwerking. Toen ons kiesstelsel nog in de kinderschoenen stond, schaarden gereformeerden en katholieken zich eendrachtig achter het doel openbaar en bijzonder onderwijs van gelijke rechten te voorzien. Nu, negentig jaar later, werkt men samen om elk denkbaar maatschappelijk terrein van christelijke normen en waarden te voorzien.

De geschiedenis van het CDA is er een van afsplitsingen en fusies. Onenigheid en verbroedering wisselden elkaar de hele historie af. Met regelmaat werd men uit elkaar gedreven door verschillende opvattingen over hoe je van de bijbel nou politiek moest maken. Maar met een zelfde regelmaat sloeg men de handen ook weer ineen, teneinde genoeg kracht te verzamelen om enige macht van betekenis te behouden.

De ARP, de eerste parlementaire partij, heeft sinds de oprichting zeker zes keer broeder en zusters de gelederen zien verlaten. Eén afsplitsing leidde tot de VAR (Vrije Anti-revolutionaire partij), die de voorloper was van de CHU (Christelijke Historische Unie). Maar nu zitten ARP en CHU alweer 28 jaar saamhorig bijeen in het CDA. En met latere afgesplitste geloofsbroeders (GPV en RPF) werkt men nu zelfs samen in het huidige kabinet. GPV en RPF hebben in 1975 een eigen collectiefje gesmeed: de CU van Rouvoet.

Hoewel de katholieken veel later tot een landelijke politieke partij wisten te komen, hebben ze de christelijke samenwerking altijd gedomineerd. Ze hadden wat minder last van afsplitsingen en die paar dwalenden waren nooit zo'n lang leven beschoren, dat ze van genoeg betekenis waren om ze weer tot de roomse kudde terug te roepen (zie hier de geschiedenis van het CDA en klik-je-link voor verdere historie).

Vandaag, 8 november, is het CDA in dialoog bijeen. Het najaarscongres is volop aan de gang en weer rollen de meningsverschillen over tafel.
Minister Klink stelde voor een versoepeling van
het rookverbod te onderzoeken, het congres heeft dat inmiddels verworpen.
Fractievoorzitter van Geel wil
de coffeeshops geheel van de kaart vegen, staatssecretaris Timmermans vindt dat geen goed idee.
Van Geel vindt het verder niet van pas komen om
de koopkracht te repareren als die door de kredietcrisis in de knel komt. Dat is een heel andere stelling dan het CDA verkondigt in hun visie op de toekomst: inkomenszekerheid bieden via sociale zekerheid, die toereikend moet zijn om met perspectief te kunnen leven. Mensen moeten immers volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving.

De CDA-jongeren roeren zich ook. Die moet je wel aan het woord laten, want de jeugd heeft de toekomst, nietwaar?
De
CDA-jeugd heeft een conflict met de oudere generatie: ze vinden het CDA eigenlijk nog veel te soepel, zeg maar, te links. Ze halen zelfs een oude ambitie van stal en poetsen die wat op. Streden hun historische voorgangers voor gelijkberechtiging van openbaar en bijzonder onderwijs, de CDA-jongeren eisen nu een eigen universiteit waar ze recht in de leer worden onderwezen. De huidige universiteiten hebben het alleen maar over postmodernisme en sociaal-constructivisme. Geef ons alsjeblieft conservatieve schrijvers als Ad Verbrugge en paus Benedictus XVI te lezen, aldus de CDA-jongeren.

In de CDA-dialoog over de toekomst (“Morgen begint vandaag” het centrale thema op het congres), ziet Balkenende zijn rol nog lang niet uitgespeeld. Maar ter rechterzijde klinken kritische geluiden. Hans Hillen vindt dat de premier teveel belang hecht aan een harmonieus samenzijn: “Wie met zijn gezicht naar de harmonie loopt, loopt met zijn rug naar de toekomst”.

Zullen al die onderlinge twisten leiden tot nieuwe afsplitsingen? Zal het gekrakeel het CDA doen wankelen?
Wie daar op hoopt moet niet vergeten dat het CDA heer en meester is in de dialoog met de samenleving. Slechts één keer heeft men niet zo goed geluisterd naar die samenleving en dat was ook de enige keer dat het christelijke verbond van regeringsdeelname werd uitgesloten. Dat duurde slechts een kleine negen jaren ( de kabinetten Kok). Maar verder heeft men altijd het centrum van de macht beheerst.
Vanaf 1945 hebben 10 christelijke minister-presidenten het land geleid (de sociaal-democraten: drie mp's, de liberalen slecht één). En, op twee verkiezingen na, wist men altijd de grootste partij te worden. Soms wat aan de krappe kant en slechts drie glorierijke overwinningen in 1956, 1959 en 1963, maar meestal
genoeg zetels om almachtig te blijven.

Macht smaakt altijd naar meer en dat zal dan ook de reden zijn waarom het CDA zo graag in dialoog met de samenleving wil blijven. Men moet immers op tijd weten of men de principes dan weer eens wat strak, dan weer wat rekkelijk moet hanteren. Zodoende weet men welke coalities het meest geschikt zijn om tot in den eeuwigheid te kunnen regeren.

Update 8 nov.; 22.45 u.: Lees ook deze aardige analyse over de toekomst van het CDA (Volkskrant).

Update 9 nov.
Balkenende eindigde zijn congresspeech met:

Het CDA als partij die er altijd staat.
Rots- en koersvast.
Betrouwbaar, solide en solidair.
Dank u wel.

Die eerste regel klopt, zoals in het artikel is te lezen.
De tweede regel valt wel wat op af te dingen. Tenzij het laveren van rechter- naar linkerzijde onder koersvast moet worden verstaan.
De derde regel geldt alleen intern. Met alle anderen neemt het CDA elk loopje dat ze goeddunkt.
De laatste regel is wel op zin plaats. Je mag het kiezersvolk wel heel hartelijk bedanken, dat je maar één keer in je geschiedenis een pak slaag hebt gehad.

Presidentiële dialoog

Presidentiële dialoog Uit Sam Cooke's “A change is gonna come“:
“It's been a long, long time coming, but I know a change is gonna come”.

Uit de toespraak van Obama:
“It's been a long time coming, but tonight, because of what we did on this date in this election at this defining moment change has come to America”.

Balkenende feliciteert Obama:
“Ik denk in eerste instantie natuurlijk aan de financiële crisis (…), en de verslechterende economische situatie. Maar ik denk ook aan de terrorismebestrijding, de klimaatverandering, de mensenrechten en de vrije wereldhandel”.

Uit de toespraak van Obama:
“I will listen to you, especially when we disagree”.

Balkenende:
“Luisteren en uitvoeren is niet hetzelfde”.
(Uit de uitzending op 21 mei 2007 bij van Knevel en Van de Brink, na de 100-dagen tour).

Ik vroeg het me gisteren al af: gaat Balkenende Obama net zo enthousiast steunen als hij Bush steunde?
Balkenende zit er al weer “a long, long time”. Te lang voor “a change coming?”

Met de complimenten van de burger

Met de complimenten van de burger

Het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) deelde gisteren, namens de burgers, de complimenten uit aan de overheidsdiensten. “De burger”, zo stelt het SCP, is best blij met de kwaliteit van allerlei publieksdiensten.

Balkenende had het, in mei dit jaar, dus goed mis dat er teveel werd geklaagd. Maar goed, daarmee doelde hij vooral op “de stuurlui aan wal”. Het SCP stelt hem nu gerust: juist de gebruikers van publieke diensten zijn positiever dan de niet-gebruikers.

Het SCP lijkt hiermee ook een oude vete tussen de Nationale Ombudsman en Balkenende te beslechten in het voordeel van de laatste. In maart hekelde de premier een rapport van de Ombudsman, die durfde beweren dat lakse dienstverlening van de overheid tot botte burgers leidde.

De vrolijke conclusies van het SCP zijn gebaseerd op een onderzoek in 2006. Laten we eens kijken hoe het nou “werkelijk” zit.

Kwaliteit van de zorg.
In 2006 was ruim driekwart van de respondenten tevreden over de medische zorg in het algemeen. Ziekenhuizen komen er ook goed af, hoewel de hygiëne wel wat beter kan, maar de bejegening was prima. Over de kwaliteit van de thuiszorg is ook een grote meerderheid (70 tot 80%) zeer te spreken. Over verpleeg- en verzorgingshuizen, gehandicaptenzorg een geestelijke gezondheidszorg is men stukken minder positief: slechts 35% tot 50% van de respondenten oordeelt positief. Aldus het SCP.

De Nationale Ombudsman kwam in 2006 tot een wat ander beeld. Naast allerlei gegronde klachten over bejegening, maakte de ombudsman zich ook zorgen over het lange wachten op toewijzing van zorg. Een definitieve beslissing komt soms zo laat, dat mensen de nodige zorg niet meer kunnen krijgen. Het gaat hier om thuiszorg en het persoongebonden budget.
Nou niet zeuren. Het SCP stelde immers dat juist de gebruikers (de mensen die dus wel op tijd de zorg kregen toegewezen) uiterst tevreden waren over de thuiszorg.

Bij de kwaliteit van uitvoerende overheidsdiensten komen politie en justitie er bekaaid af. Het SCP ontdekte dat in 2006 bijna de helft van de respondenten de dienstverlening in die sectoren als slecht tot matig ervaart. Bijna de helft! Dus iets meer dan de helft is wel positief? Waarom op dit punt met de neagtieve minderheid beginnen?

De Nationale Ombudsman was in 2006 ook niet zo te spreken over een aantal zaken bij politie of justitie. Zo zou de controleerbaarheid van politieverhoren verbeterd moeten worden, evenals het doen en laten van de ME. Verder was een bepaalde regio herhaaldelijk het mikpunt van het ombudsman's onderscheidingvermogen.

De gemeenten komen er, aldus het SCP, een stuk beter af: “Het burgerloket en de gemeentereiniging worden het meest positief beoordeeld (slechts 3% beoordeelt ze als slecht), gevolgd door het onderhoud van het openbaar groen (12% slecht) en het aanvragen van een vergunning (14% slecht)”.

De Nationale Ombudsman had heel andere ervaringen. Vooral de communicatie tussen gemeente en burger liet te wensen over. Brieven naar de lokale overheden worden soms niet beantwoord en wie wel een teken van leven krijgt moet er erg lang op wachten. De ombudsman kreeg in 2005 ruim 1000 klachten over gemeenten en in 2006 waren dat er alweer ruim 1300.

Dan had het SCP ook lovende woorden over het onderwijs: “In 2006 bleek een meerderheid van de respondenten (ruim 60%) tevreden met het onderwijs in het algemeen”. Nuancering: “Tegenover een ruime groep tevreden gebruikers staat echter ook een niet te verwaarlozen groep ontevreden gebruikers, die bij sommige kwaliteitsaspecten kan oplopen tot 50%”.

Mag ik op dit punt de Ombudsman even passeren en verwijzen naar de commissie Dijsselbloem, die constateerde dat als gevolg van vele en snel opeenvolgende vernieuwingen het onderwijs er op dit moment erbarmelijk aan toe is?

Het SCP constateert dat de overheid zich vooral richt op verbetering van de productkwaliteit. De burger wil echter ook meer proces- en structuurkwaliteit. Een aardige bejegening aan het loket is prima, maar zonder te lange wachttijden of onbeantwoorde brieven graag. Dat zou een aardige bijdrage aan het geschetste positieve beeld leveren.

De Ombudsman constateerde dat er in 2006 25 procent meer klachten waren over allerlei overheidsdiensten. Dit jaar meldde de ombudsman dat er in 2007 een lichte daling te zien was, maar dat de overheid toch veel meer moest “investeren in de burger” om te voorkomen dat de verhouding tussen overheid en burger zich zou verharden. Toen waren de rapen gaar en werd hij door Balkenende op het matje geroepen.

Het SCP lijkt nu dus alsnog Balkenende in het gelijk te stellen. Het zijn vooral de gebruikers van publieke diensten die tevreden zijn. De ervaringsdeskundigen dus.

Maar de Ombudsman neemt toch alleen klachten in behandeling van mensen die een ervaring rijker zijn geworden? Zijn die door de SCP-onderzoekers over het hoofd gezien? Of komen er bij de Ombudsman zo weinig klagers langs, dat ze geen significante invloed op de SCP-resultaten kunnen hebben?

Wat denkt u?

Sterkste schouders, zwaarste lasten

Dali Rinoceronte

Kabinet en 2e Kamer filosofeerden de afgelopen week over het thema De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.
Heldere stelling. Toch voor meerdere uitleg vatbaar, zoals uit de Algemene Beschouwingen bleek.

Neem de AOW. Ruim een eeuw geleden brak het inzicht door dat mensen niet moesten werken tot ze er dood bij neervielen. Als werkgever werd je op de meest onverwachte momenten met vacatures geconfronteerd. De oudere werknemers maakten het personeelsbestand tamelijk onstabiel. De vraag was wel: hoe ga je om met mensen die vanwege hun hoge leeftijd eruit gebonjourd worden? Die moesten toch enig inkomen hebben, want zo behield je ze wel als consument, de klant die een bedrijf nodig heeft om overeind te blijven.

Lange tijd was het pensioen een kwestie van particulier initiatief. Bedrijven die zelf een pensioenfonds creëerden, zoals hier de firma Stork (1881). Pas in 1917 werd een pensioenfonds opgericht die voor een hele bedrijfstak was bedoeld.
Het eerste staatpensioen, de voorloper van de AOW, werd in 1889 wettelijk geregeld in Duitsland door kanselier Otto von Bismarck.
De AOW zoals wij die kennen, stamt van 1957 en was een upgrade van de Noodwet Ouderdomsvoorziening, die onder Willem Drees tot stand kwam.

Nu, ruim honderd jaar na de eerste initiatieven en 51 jaar na de invoering van de AOW, wordt er dus opnieuw over deze ouderdomsvoorziening gefilosofeerd.
De oppositie ziet kennelijk in dat de plannen van dit kabinet niet tegen zijn te houden. Een Kamerbreed gesteunde motie om dit onderdeel van het beleid compleet van tafel te vegen heb ik niet langs zien komen.

Er is voor een andere tactiek gekozen: het op onderdelen rommelen aan de AOW-plannen. Of die tactiek vruchten af gaat werpen, moeten we nog afwachten. Balkenende verklaarde zich bereid een voorstel van GroenLinks bespreekbaar te maken. GroenLinks stelde voor om mensen die een zwaar beroep uitoefenen na 40 jaar wel een AOW te geven.

Minister Donner vindt dat maar niks. Het is, zegt hij, niet eerlijk tegenover mensen die korter hebben gewerkt. Bijvoorbeeld vrouwen die gekozen hebben een deel van hun leven te besteden aan de zorg voor hun kinderen.
's Mans wereldbeeld is duidelijk. Zorg voor kinderen is geen werk en zeker geen zwaar beroep. Sjouwen met boodschappen is een makkie, huishoudelijk werk is met de huidige technologische middelen zo licht als een veertje en eventuele geestelijke belasting valt natuurlijk niet onder zwaar werk.

Donner heeft wel het hart op de goede plaats, Hij adviseert mensen met zware beroepen op tijd naar lichter werk te solliciteren. Ik mag aannemen dat hij zijn collega's van Onderwijs en Economische Zaken op hun hart drukt dat ze het mogelijk maken dat mensen zich kunnen omscholen en dat bedrijven die mensen dan ook aan een baan helpen.
Dat zal geld kosten, maar daar heeft Donner dan weer een collega voor op Financiën, die de impopulaire maatregelen mag bedenken om de begroting dekkend te houden.

De volgende stap in de onderhandelingen is dan te bepalen wat zware beroepen zijn. Zijn dat alleen beroepen waarbij lasten van meer dan 60 kg. worden gedragen? Mogen dat ook beroepen zijn waarbij geestelijke belasting meetelt?
En moeten die 40 werkzame jaren aaneengesloten worden doorgebracht in een en hetzelfde beroep?

Mochten Balkenende en Donner de oppositie tegemoet willen komen dan moet er nog flink gesteggeld worden over de voorwaarden.
Ik heb er nu al spijt van dat ik op 14-jarige leeftijd mijn krantenwijkje zwart heb gedaan. Dat telt dus niet mee. Vijf dagen in de week, in weer en wind met een paar kilo kranten rondfietsen was heus wel zwaar werk. Zeker als je in aanmerking nam dat ik toen op de Mulo zat en een schooltas vol zware boeken voor alle veertien vakken mee moest nemen.

En al die vakantiebaantjes. In de ongezonde lucht van de frituur van een snackbar gewerkt. Balen meel gesjouwd in een margarinefabriek, uren op de been gestaan als suppoost in een groot museum. En dan nu, ondanks alle scholing, in een baan waar de geestelijke belasting aan de orde van de dag is (personeelstekort dus overwerken, complexe problemen oplossen, agressie van bezoekers).

Iedereen kan alvast zijn of haar arbeidzame zegeningen gaan tellen. Want stel je eens voor dat het kabinet serieus werk maakt van het voorstel van GroenLinks. Dan ga ik gauw de maten en spierkracht van mijn schouders opgeven met een lijst van alle zware werkzaamheden erbij, die deze dunne schouders op zich hebben genomen.

Maar even serieus: ik mag niet klagen. Ik vrees meer voor de mensen die echt zwaar werk doen. Hoe het kabinet het voorstel van GroenLinks ook zal integreren in de gedeconstrueerde AOW, ik ben bang dat voor de stratenmakers, bouwvakkers en verhuizers het Beatles-deuntje zal gelden dat nu maar in mijn hoofd blijft jengelen: Boy, you gotta carry that weight, carry that weight a long time…..

Want al die zware beroepen hebben we met zijn allen wel nodig. Er wordt niet voor niets gejammerd over het tekort aan zulke vakkrachten.
Maar wie daarvoor “kiest” en ruim op tijd naar lichter werk wil zoeken om er zeker van te zijn überhaupt de nieuwe pensioengerechtigde leeftijd in gezondheid te halen, draagt daar natuurlijk zijn “eigen verantwoordelijkheid” voor. De escape voor het kabinet om de kosten “beheersbaar” te houden.

Persvrijheid binnen de Nieuwspoort

Persvrijheid binnen de Nieuwspoort

Je hebt een perscentrum. Een internationaal perscentrum zelfs. Nieuwspoort. Je mag aannemen dat er door die poort heel wat naar buiten komt. Die verwachting mag je zeker hebben als het perscentrum op haar website met dikke letters meldt: Nieuws wordt hier gemaakt.

Tegenwoordig heeft elke zichzelf respecterende club een gedragscode. Zo ook Nieuwspoort. De meeste gedragscodes regelen fatsoenlijk gedrag. Je zet het niet op een zuipen op de werkvloer. Je slaat er niet op los. Maar je verwacht niet van een perscentrum dat de code ook voorschrijft dat er geen nieuws naar buiten wordt gebracht.

Dat blijkt wel het geval. Als er namelijk wel een borrel teveel wordt genomen of er hier en daar een tik uit wordt gedeeld en je zet dat in je krant, dan kun je de toegang ontzegd worden.

De Nieuwspoortcode zegt dat alles wat in de bar van het centrum plaatsvindt, niet gepubliceerd mag worden. De bar dient om journalisten en politici informeel bij elkaar te brengen. Bied je als journalist een politicus een drankje aan om hem wat loslippig te krijgen, dan mag dat feit niet in de krant en wat er gezegd is ook niet.

Een columnist van De Pers heeft de code geschonden. Hij schreef over het incasseringsvermogen van Johan Remkes en Frits Wester. Volgens de columnist kunnen die aardig wat innemen. Ook deed hij verslag van een knokpartij waarbij Mei Li Vos was betrokken.
De volgende keer dat de columnist uit de bar klapt, wordt hij geroyeerd.

Toen in 2002 Nieuwspoort, na een opknapbeurt, feestelijk werd heropend, verwoordde Balkenende al wat er zo al mis kan gaan in het perscentrum: “De veelbesproken “Nieuwspoortcode” doet nieuwbakken kamerleden – en dat zijn er nog al wat – vaak nieuwsgierig naar Nieuwspoort komen. Daarmee menig fractievoorzitter of fractievoorlichter de zenuwen bezorgend”.

JP, godfather van menig gedragscode, meende dat journalisten door alcohol gedrenkte citaten wel uit de pers zouden houden, maar herinnerde de aanwezigen eraan dat een journalist ook maar een mens is en dat je nooit zeker kon zijn of zijn geheugen toch niet, per ongeluk natuurlijk, een citaatje uit zijn geheugen zou laten glippen.

Balkenende wees er op dat: “Hoe vriendschappelijk de sfeer in Nieuwspoort ook is, niemand zal er geheel zijn rol vergeten. Voorlichters en kamerleden om hun nieuws te slijten of beelden recht te zetten, en journalisten om nieuwtjes op te snuiven”.

Juist. Dat lijkt me ook de rol van een perscentrum. Zowel in de officiële zaal, als in de wandelgangen, alsmede de wc's en niet te vergeten de bar.

Nu zijn de drankgewoontes van Frits Wester geen opzienbarend nieuws. Hooguit iets voor een ondermaatse column. Goed voor roddelblaadjes. Maar als hij een persvoorlichter onder tafel zuipt en dan zijn kans schoon ziet om de Prinsjesdagstukken uit 's mans colbert te rollen, dan heeft Frits weliswaar een laffe scoop te pakken maar gans het land weet dan wel wat ons op de derde dinsdag van september boven het hoofd hangt.

In 2004 pleitte NOS-hoofdredacteur Hans Laroes voor afschaffing van de Nieuwspoortcode. Mooi punt uit zijn betoog: “Eerst en vooral: wij hebben niets met elkaar. Een journalist is geen woordvoerder is geen politicus”.

Zo is dat. Afstand houden en ieder zijn werk doen. En vraag niet van een journalist zijn mond te houden als hij nieuws heeft ontdekt.

Met Peter de Grote op reis

Kruiser Peter de Grote

Missie 1: Tsaar Peter de Grote reist door Europa en doet in 1696 ook Nederland aan. Volgens de website van de Nederlandse ambassade in Rusland wordt die missie “veelal als het werkelijke startpunt gezien in de betrekkingen tussen Nederland en Rusland”.
De tsaar wilde het oude Rusland moderniseren. Nou, dat is aardig gelukt.

Missie 2: Peter de Grote moet in 2000 naar de werf om opgeknapt te worden. De Russische nucleaire kruiser staat op ontploffen door achterstallig onderhoud.

Missie 3: In 2004 functioneert Peter de Grote weer fantastisch. De kruiser wordt er zelfs van verdacht de onderzeeër Koersk met een raket tot zinken te hebben gebracht. Russische militairen ontkennen dat natuurlijk ten stelligste.

Missie 4: Het is 2008. Peter de Grote mag weer op reis. Nu naar het Caribische gebied om samen met de marine van Venezuela te oefenen. Zo'n 70 km van de kust van onze Nederlandse Antillen, waarmee Peter's reis door de wereld weer iets te maken krijgt met de Nederland.

Missie 5, 6 en verder: Op de website van de NAG lezen we: “Van 8 t/m 12 september organiseert de Netherlands Aerospace Group (NAG) in opdracht van de EVD, agentschap van het ministerie van Economische Zaken, een handelsmissie naar Rusland voor de Nederlandse luchtvaartindustrie”.

Nou had de oude Peter de Grote niet alleen wat met het moderniseren van Rusland, maar ook wat met schepen. Die combinatie leidde dus tot bijvoorbeeld atoomkruisers.
Met vliegtuigen had-ie wat minder, maar die inhaalslag gaat de Nederlandse luchtvaartindustrie dus verzorgen.
De Russen willen hun vliegtuigindustrie moderniseren en heeft daarbij westerse know-how nodig. De NAG-missie gaat de Russen uitleggen dat ze die vooral in Nederland moeten halen.

De luchtvaart is een groot bedrijf en levert zo een bijdrage aan de florerende export naar Rusland. Maar in het kielzog van de grote jongens, doen de kleinere ook aardig mee. Het MKB (midden- en kleinbedrijf) liet vandaag op een symposium in Amsterdam deelnemers van vorige missies aan het woord, die konden vertellen hoe succesvol de Nederlandse kleine ondernemer in Rusland is.

Rusland hoort tot de top vijf van belangrijkste handelspartners die zaken doen met Nederland. Totale export in 2006: 5,4 miljard euro. Vooral machines, vervoersmiddelen, kantoorbenodigdheden en itc-producten.
De Russen voeren hier vooral gas, olie en steenkool in. Totale Russische import in 2006: 10,9 miljard euro.
Dat zijn geen misselijke bedragen en de oude tsaar zal zich tevreden in zijn graf omdraaien.

Het mag een wonder heten dat de Russen op deze zelfde dag nog enige aandacht hadden voor de EU-missie onder leiding van de Franse president Sarkozy. Die moest de EU-standpunten (dus ook de Nederlandse) ten aanzien van het Russische wapengekletter in Georgië duidelijk maken.

En ook deze missie lijkt succesvol. De Russen, overigens nooit in hun eerste leugentje gestikt, beloofden hun troepen weg te halen en zelfs Europese waarnemers toe te laten. Da's dan missie nummer zoveel.

Nou moet Balkenende er natuurlijk achter aan om Peter de Grote uit de buurt van de Nederlandse Antillen te houden. Of op hoge poten eisen dat ze echt geen vliegtuig of kruidenierswinkel meer van ons krijgen, als ze niet ophouden met al dat militaire vlagvertoon. Of zou hij de handelsmissies niet de wind uit de zeilen willen nemen, uit angst dat wij anders geen gas krijgen om onze economie op te warmen?

Ach, handel heeft natuurlijk niets met politiek te maken, toch?
En Balkenende moet vooral voorkomen dat we weer in schermutselingen terecht komen, waarvan sommigen later weer willen onderzoeken hoe hij daar is ingeluisd. Dus ferme taal hoeft geen consequenties te hebben. Tenslotte is JP niet de eerste de beste Amsterdamse dienstmeid die,
volgens de overlevering, tsaar Peter de Grote rustig de toegang tot een huis weigerde, omdat ze de stoep nog even moest schrobben.

JP: “Ho, ho, je komt Zuid-Ossetië niet zomaar in!”
Poetin: “Maar ik ben tsaar Poetin de Grote!”
JP: “Al was je god op aarde!”

Een slimme meid is op een crisis voorbereid.

Crisis

In den beginne vreesde ik dat dit kabinet een regelrechte ramp voor dit land zou worden (lees Bang voor gevaarlijke bestuurders?). Maar nadat het kabinet heeft vastgesteld welke rampen dit land kunnen bedreigen (zie ook Code van de zeven plagen en mijn gastlog op GeenCommentaar: Samenleving in de gevarenzone), is er nu het beleidsplan crisisbeheersing, dat minister Guusje ter Horst gisteren naar de 2e Kamer stuurde.
Het is zomerreces in Den Haag, maar de post werkt gewoon door. En ik kan nu elke avond gerustgesteld gaan slapen.

Het rapport somt naast een aantal verbeteringen, ook nog wat puntjes op die verdere aandacht behoeven. Bijvoorbeeld het versterken van de landelijke regie en aansturing bij nationale crises. De ROB (Raad voor openbaar bestuur) liet vorige week nog weten, dat het wel handig zou zijn als de minister-president de centrale regisseur bij nationale crises zou moeten zijn.

Nu hebben we natuurlijk alle vertrouwen in de huidige MP. Laat die rampen maar komen. Toch is het wel een beetje sneu voor de minister van Binnenlandse Zaken. Zoveel werk gemaakt van een betere crisisbeheersing en wie mag dan de held spelen als er eens wat aan de knikker is?

Misschien kunnen ze de rolverdeling nu al vast oefenen. Oefenen is een middel om beter voorbereid te zijn op rampen. En wat wil nu het geval? Er is een kleine ramp gaande in Den Haag.

In de rampenlijst die het kabinet eerder opstelde, werd een grieppandemie of een andere virusziekte als een ramp gezien waar grote kans op is en grote gevolgen kan hebben. Wel, in Den Haag is een uitbraak van de mazelen geconstateerd. Hoe zouden de minister en de MP dat aanpakken?

Minister: Zeg, we hebben een crisis.

MP: Ah, mooi! Dan ga ik…..

Minister: Hee, wacht even. Laat mij nou eerst….

MP: Sorry dat ik je afkap, maar je zei toch crisis?

Minister: Ja, en nou…

MP: Juist, een crisis dus. En hadden we niet afgesproken dat er een sterke, centrale regie gevoerd zou worden bij een crisis?

Minister: Zeker wel. Dus ik wou nu snel aan de slag, want anders…

MP: Ho, ho, een beetje beheersing graag!

Minister: Een beetje?

MP: Eerste regel bij crises: blijf kalm en rustig.

Minister: Ik ben kalm en rustig. Maar er is nu een crisis die beheerst moet worden.

MP: Wat is er eigenlijk loos?

Minister: De mazelen zijn uitgebroken.

MP: De wat?

Minister: De mazelen.

MP: Huh? Daar heb ik toch lang niet meer van gehoord, zeg. Potjandikkie. En waar hebben ze die gevonden?

Minister: Hier, in Den Haag.

MP: Godsammebeware…..

Minister: Ja, daar gingen die mensen die zich niet hebben laten inenten ook van uit.

MP: Zeg, nou moet je niet….

Minister: Ik moet juist wel. Dit moeten we de kop indrukken voor het zich door gans het land verspreidt.

MP: Ach, dat zal zo'n vaart toch niet lopen?

Minister: Het is wel een erg besmettelijke ziekte en er lopen meer mensen rond, die er niet tegen zijn ingeënt.

MP: Je meent het. Hoeveel mensen zijn er al ziek dan?

Minister: Nu nog maar 24 kinderen en 1 volwassenen.

MP: Die pestjeugd ook. Lijkt me meer iets voor Rouvoet.

Minister: Die is op vakantie.

MP: Zeg, weet je wat? Je lijkt me een slimme meid. Als jij nou tegen de pers zegt dat ik je heb opgedragen ons zomerreces niet te laten verzieken, mag jij dit zaakje oplossen. Vraag aan Klink wat vaccinaties en zorg dat alles weer gezond is als iedereen terug komt van vakantie.

Dit zou zomaar een scenario kunnen zijn. Een rampenscenario?