Categoriearchief: Keuzes

Gouden tijden

GoldrushMorgen zal het weer 160 jaar geleden zijn dat in Amerika honderdduizenden mensen zich gek lieten maken door een goudvondst in het gehucht Coloma in California. Tijdens de 'goldrush' dachten velen hun amerikaanse droom te kunnen vinden en hun armeluis bestaan in te kunnen ruilen voor die van miljonair. Die droom spatte voor voor velen net zo hard uit elkaar als de druppels water die door hun zeef terugvielen in de modderige stroom der wanhoop.
Het is morgen ook al weer twee dagen geleden dat zeker net zoveel mensen zich gek lieten maken door de amerikaanse kredietcrisis en alsmaar kleiner wordende dollar. In het moeras van aandelen en beleggingen raakten velen het spoor bijster en deden hun papieren amerikaanse droom met flink verlies van de hand. Die droom spatte op de beursvloer aan diggelen.

Aan mensen die waanzinnig worden van economische perpectieven, valt goed te verdienen. De goldsrush van 1848 betekende gouden tijden voor handelaars in transportmiddelen, gereedschappen voor goudzoekers en aannemers die wegen, huizen en scholen konden bouwen.
De huidige beursperikelen betekenen goud voor de media, de deskundige beursorakels en jawel, voor de goudhandelaren. Want ineens bedenken de najagers van gouden dromen, dat die bling-bling veel waardevaster is dan een papieren aandeel. Zelfs waardevaster dan geld zelf. En dus is er temidden van de beurspaniek een
soort goldrush aan de gang.

Nu is ook de goudprijs relatief. In de eerste weken van januari zakte de prijs van 900 naar 860 dollar per ounce, maar de verwachting is dat over een paar maanden de prijs tot over de 1000 dollar per ounce zal stijgen. Dat drijft mensen er toe de trendy gouden tanden uit hun gebit te rukken, het hele huis te doorzoeken naar oma's gouden kettinkje, hun huwelijk te ontdoen van die blinkende symbooltjes van echtelijke trouw en in te leveren bij de goudhandelaar.
Massaal bling-bling kopen is er niet bij. Daarvoor is het veel te duur geworden, hetgeen nare gevolgen heeft voor de juweliers en edelsmeden.

Gek wordt je ervan. Moet je nou je aandelen wel verkopen of juist vasthouden? Moet je overschakelen naar goudaandelen of je eigen goud verkopen?
Wie van al die wisselende berichten en beursschommelingen uiteindelijk helemaal flipt en krankjorem wordt omdat de gouden droom niet realiseerbaar blijkt, valt in handen van de psychiatrie. Die markt is trouwens wel
booming business.

Onze economie laat zich toch het best omschrijven door twee tegeltjeswijsheden: 'Het is niet alles goud wat er blinkt' en 'De een zijn dood, is de ander zijn brood'.
In de zo geprezen vrije markteconomie mag de dromer kiezen aan wiens dood hij meewerkt. Moorddroom. Van welke kan je dat ook bekijkt, het blijft hetzelfde: een illusie dat ons soort economie iedereen rijk kan maken. Zelfs met gebakken lucht lukt dat nooit iedereen. Een lucht waar menig beleggertje vies is ingestonken.

En de boer, hij zocht voort…

Boer met kruiwagen
“Toen zij na vijftig jaar, door Toeval's grillige leiding,
zijn stulp weer intrad, aanschoof in het licht

en vroeg of hij nog nieuws had sinds hun scheiding,
dacht hij lang na, en sprak: 'De zeug het weer 'ebigd…”

(Levi Weemoedt, uit 'Geen bloemen', 1978)


Het boerenhuwelijk in de beknopte versie van dichter Weemoedt. Maar goed, dat was in 1978 en nu, dertig jaar later is een relatie met een boer
populairder dan ooit. En je vraagt je af: waarom? Het antwoord moet zijn: de boer zit in het nauw en hij zoekt zich rot naar alternatieven.
Gemiddeld verdwijnen er, volgens
het CBS, meer dan 50 boerenbedrijven. Ze houden het voor gezien. De afgelopen vijftien jaar zijn er zo'n 44 duizend boerenbedrijven verdwenen. Tussen 2000 en 2003 sloten zelfs gemiddeld 80 boeren per week hun stulp, mede dankzij een aktie van de overheid, die flink wat intensieve veehouderijen opkocht.

Maar de nederlandse boer geeft zich niet zomaar gewonnen. Al geeft de meer verstedelijkte burger geen moer om de boer, de agrariër zelf zoekt naar neveninkomsten en alternatieven om zijn bedrijf levend te houden.
Er is nog net voldoende besef dat de boer op zijn minst tot het culturele erfgoed van nederland hoort. Dat ledit tot mooie nota's en subsidieregelingen om de
landbouw te verbreden.
Dat de boer een vrouw zoekt, is leuk voor op televisie, maar daarmee is hij er nog niet. Gaat u even mee op de zoektocht van de boer?

De boer zoekt stroomafnemers: het plaatsen van een windmolen blijkt de meest lucratieve bijverdienste van de boer. Dat kan al gauw € 70.000 extra in het laatje brengen.
De boer zoekt kinderen: een boerderijcrèche, geschikt voor 24 kinderen, of gastouderschap voor 4 kids kan ruim €32.000 opbrengen.
De boer zoekt eters: op de boerderij een restaurant erbij en er kan € 30.000 worden bijverdiend.
De boer zoekt
patiënten: vijf demente bejaarden zijn goed voor € 25.000

De tijd is voorbij dat de boer het onrendabele deel van zijn erf ombouwde tot camping. Komt nog steeds voor, maar er zijn inmiddels betere alternatieven.
En je kunt zeggen wat je wilt, maar de boer zoekt slim. Natuurbeheer, golfbanen,
boerderijwinkels, wijnproeverijen, wandelexcursies, bed-en-ontbijt-kamers, het kan niet breed genoeg. Opvallend is dat biologische boeren veel actiever zijn dan hun traditionele collega's. Ondanks een stijgende verkoop van biologische produkten klussen 86% van de bio-boeren er bij, terwijl slechts 17% van de reguliere boeren een bijbaantje nodig vindt.

De fraaie adviezen en initiatieven voor een verbrede landbouw hebben tot nu toe nog niet de afkalving van het boerenbedrijf kunnen voorkomen. Sterker nog: een aantal van de gevonden neveninkomsten hebben nauwelijk nog iets met het oorsponkelijke boeren te maken. Het is begrijpelijk dat een boer zijn veestapel opruimt om plaats te maken voor een windmolenpark. En natuurlijk zullen de buren blij zijn de stank van varkensstallen kwijt te zijn, als die omgebouwd zijn tot hotel. Maar als dat zo doorgaat, hebben we over een paar jaar geen ene boer meer. De boeren die hun bedrijf niet naar het buitenland hebben verhuisd, zijn overgegaan op andere soorten productie.

De agrarsiche sector is zeker niet de grootste in Nederland en kan amper concurreren met landen die een sterkere boeren-economie hebben. Maar moeten we die sector dan helemaal opgeven om voor ons dagelijks brood en melk totaal afhankelijk te worden van andere landen?
Dat zijn we al, zullen sommigen zeggen. Het meeste nederlandse agrarische goed is bestemd voor buitenlandse consumptie, dus het beetje dat voor binnenlands gebruik overblijft kost alleen maar handenvol subsidie om dat in stand te houden (zie
statistiek CBS).

Het kabinet maakte zich ineens zorgen over de mogelijke afhankelijkheid van het buitenland als het om onze energielevering gaat. Om die veilig te stellen, wil men zelfs de Navo inschakelen. Wel, ons leger heeft, zoals alom bekend, steeds meer opbouwende taken. Die vinden vooral in het buitenland plaats. In het eigen land blijven die taken beperkt tot het slopen van electricteitsmasten in de Bommelerwaard.
Dat we voor ons voedsel ook wel eens volledig afhankelijk worden, baart blijkbaar minder zorgen.

Kan het kabinet niet een 'van zwaarden tot ploegscharen'-beleid ontwikkelen?
In
Ter Apel is een Navo-depot tot asielzoekerscentrum omgebouwd, voormalige oefenterreinen worden natuurgebieden en van leegstaande munitiedepots worden zorglandgoederen gemaakt. Er is dus ruimte om de boer nog een kans te geven. De vraag is wie er op een boerderij wil werken. Maar dat kan opgelost worden met de campagne 'Boer zoekt soldaat'. Beter hard ploegen, dan doodgeschoten worden, lijkt mij.

Wat denkt u? Is de boer reddeloos verloren en missen we helemaal niks als er geen boerderij meer overeind staat? Of moet de agrarische sector met alle mogelijke middelen een nieuwe toekomst krijgen?

Blowen helpt (niet)

Keurmerk goede doelenBlowen helpt. Het is rustgevend, helpt bij pijnbestrijding en blijkt ook een heilzame uiwerking voor goede doelen te hebben.
Een coffeeshop in Groningen levert al jaren een mooi voorbeeld van
'cause-related' marketing.

Bedrijven maken heel graag goede sier met wat 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' wordt genoemd. Steun aan goed doelen is ook uitstekende reclame.

Het onderzoeksburo TNS Nipo had dat in 2004 al onderzocht. Bijna de helft van de nederlanders vind dat je zeker gezien mag worden met een merk, waarmee ook een goed doel wordt ondersteund.

De relatie tussen bedrijfsleven en goede doelen is soms een beetje vreemd.
Dat ambachtelijke bakkers miljoenen binnen haalden met hun
Pandabroodjes voor natuurbeschermingsprojecten wordt meer gewaardeerd dan banken die zowel de wapenindustrie als Oxfam/Novib steunen.
In dat laatste geval kan je natuurlijk zeggen dat een goede doelen organisatie maar een andere bank moet zoeken. Ook die organisaties hebben hun eigen verantwoordelijkheid en moeten dus goede keuzes maken in de relatie tussen het geld en het doel. De relatie tussen geld en het doel moet toch zo zuiver mogelijk zijn, menen de donerende burgers.

In 2002 kregen de goede doelen organisaties een flinke draai om de oren, nadat bleek dat de clubs een aardige deel van de donaties in beleggingen staken. Een normale werkwijze, die echter ook risico's had. Slechte koersen veroozaakten het nodige vermogensverlies en dat pikten de donateurs niet. Ze stopten hun bijdragen. Een klap waarvan men inmiddels wel weer is hersteld.

Het is dus goed oppassen voor de goede doelen. En dat doet Heifer International nu ook. Dit fonds doet aan een bijzondere vorm van ontwikkelingssamenwerking. In plaats van geld stuurt men levende have naar arme landen.
Een goed idee vond de volstrekt legale coffeeshop
De Vliegende Hollander in Groningen. Daar heeft men al jaren
iets met beestjes (klik op hun site op “Wij steunen…). De coffeeshop is mede-eigenaar van het berenbos (voor afgedankte circusberen) in Ouwehands Dierenpark en heeft al menig biologische kip geadopteerd. Logisch dat de coffeeshop graag geld geeft voor de zending van geiten en koeien naar arme landen.

Heifer International bedankt echter voor de gulle gift. Men wil niet in verband worden gebracht met de coffeeshop, omdat in sommige landen waar de organisatie opereert, softdrugs nog steeds verboden zijn.

Tja, de kans bestaat natuurlijk dat een gedoneerde geit ergens wordt geweigerd. Bovendien denk ik dat een geit, zo stoned als een garnaal, weinig melk en wol produceert. Maar behalve ondankbaar, is het ook wel een beetje vreemd. Wereldwijd weet ondertussen iedereen dat coffeeshops in nederland legaal zijn. En als dan de bezoekers ook zo vriendelijk blijken aardige sommen geld naar het goede doel te willen blowen, moet dat toch kunnen.

Wat denk jij: mag zo'n café het keurmerk goede doelen dragen?

Relikeuzevrijheid

SchaapMoet elk schaap een herder hebben? En wat heeft dat schaap daar zelf over te zeggen?
Nou zou het voor de werkgelegenheid een aardige opsteker zijn als elk individueel schaap zijn eigen herder meekreeg. Dat is echter niet haalbaar. Niet iedereen is geschikt voor het herdersambt en het toch al dure lamsvlees wordt onbetaalbaar.
Maar wat houdt een schaap tegen om zijn eigen herder te kiezen? Ook een schaap heeft zo zijn individuele behoeften, voorkeuren, dromen en wensen. Schapen zijn net mensen.

Tegen de tijdgeestelijke stroom in, wil ik hier een pleidooi houden voor een renaissance van het polytheïsme. Het wordt tijd een paradoxale ontwikkeling in de geschiedenis te corrigeren. Het is tenslotte raar dat waar de mensenmassa zich steeds verder individualiseerde, de massa aan goden en godinnen is gereduceerd tot pakweg een stuk of vier geesten, waarvan er twee nog sterk op elkaar lijken ook.

De behoefte aan meerdere goden is nooit weggeweest. Het eerste bewijs daarvoor is dat binnen de paar overgebleven hoofdstromen altijd een gewoonte is geweest zich op te splisten in tal van variaties op het thema. Hoewel men het over een en dezelfde god sprak, had men blijkbaar toch heel verschilllende opvattingen over de godsbeleving. Men wilde wel monotheïstich worden, maar men is nooit tot een eensgezinde monomanie gekomen.

Het tweede bewijs: daar waar men de religie dan maar helemaal opgaf, kozen velen voor een welhaast goddelijke verering van tal van andere zaken, Van de mammon tot het voetbal, van popidolen tot internethypes.
De behoefte om iets te willen geloven, om iets te aanbidden, om op te gaan in gemeenschappen van min of meer spirituele aard is nooit weggeweest. De ontwikkeling naar meer monotheïstiche stromen heeft de verdeeldheid onder de mensen niet weggenomen. Wellicht is dat tegen de natuur van het kuddedier dat zonder de groep niet kan leven, maar wel erkenning wil van zijn individuele existentie.

Ook de behoefte aan meer vrijheid is nooit weggeweest. Vrijheid te kunnen zeggen wat je wilt, te kunnen kiezen wat je wilt en jawel, ook te geloven wat je wilt. Het is de behoefte van het schaap zijn eigen herder te kiezen, in plaats van er eentje van staatsrelibeheer opgedrongen te krijgen.
Dat vraagt om meer producten op de schappen van de spirituele supermarkt. In een tijd waarin “vrije markteconomie” een bijna religieus credo is geworden, wordt het dus hoog tijd het polytheïsme nieuw leven in te blazen.

De eerste aanzetten daartoe zijn er de laatste decennia al gedaan. Veel zoekenden vonden heil in oude culturen of quasi wetenschappelijke varianten waar god tot energie of je reinste chaos werd verklaard. En zo kennen we naast allah, boeddha, brahma, god, ook quantum en energetica.
Het feit alleen al dat mensen in staat zijn de overstap van de ene god naar een andere te maken, zegt wat over de alles overheersende drang naar keuzevrijheid. En er valt alleen wat te kiezen als er meerdere keuzes zijn. Misschien zou het een schone taak van de overheid kunnen zijn om ook op religieus gebied innovatie en oprichting van eigen bedrijfjes te stimuleren.
Wie weet er een paar leuke goden en godinnen, waarmee we de democratisering van het reli-gevoel kunnen uitbreiden?

Verwante blogjes over de democratische potentie van religie vind je hier en daar op het oude weblog en alhier op dit weblog.

God in de klas

GodsdienstlesUiteindelijk krijgen de opstandige scholieren toch hun zin. En wat voor zin. De loze uurtjes die geleid hebben tot dwalingen op de openbare weg, moeten gevuld worden met zingeving van de hoogste orde: godsdienstles. Dat wil zeggen, alleen op de openbare scholen. De coalitiegenoten stellen voor om de resterende kabinetsperiode 10 miljoen euro op de onderwijsbegroting te reserveren voor lesbevoegde voorgangers. Hallelujallah! De regering wil niet dat alleen kindertjes die naar religieuze scholen gestuurd worden toegang hebben tot kennis van het hogere. De wegbezuinigde godsdienstleraar moet terug voor de klas.
Het moet misschien gezien worden als een eerste keiharde maatregel om de gevolgen van privatiseringen terug te dringen en weer binnen het overheidsdomein te halen. Nu penningmeester Bos heeft gezegd dat de overheid weer meer zaken van publieke belang naar zich toe moet trekken, denken zijn collega's wellicht dat Bos deze keer de hand niet op de knip zal houden. Eerdere onderwijsveranderingen moesten immers binnen de begroting van Plasterk zelf gevonden worden. Bos wilde er geen dubbeltje meer aan besteden.
En dus is de kans nu groter dat hij met die 10 miljoen euro over de brug komt. Tenslotte zitten er allerlei gevaren aan godsdienstonderwijs binnen de muren van religieuze instituties. Daar wordt verteld dat de almachtige geen dinosaurus was, maar een intelligente ontwerper die slechts zeven dagen nodig had om een hele aarde te bouwen en uit de klei een mens maakte.
Misschien is het kabinet ook geschrokken van de populaire bijbelkursussen die gegeven worden. Een
seculier clubje krijgt van ProRail en de NS in januari volop de ruimte om godsdienstlessen te promoten. Er is een stijgende belangstelling voor die lessen, maar de naam van de club suggereert dat godsdienst alleen iets is voor alpha's. Wil het kabinet ook de beta's bekeren?
Of is het kabinet in paniek geraakt door de
lage opkomst bij het afscheid van neerlands oppersinterklaas? Aartsbisschop Simonis werd door wel erg weinig mensen over de drempel van zijn penionering heen geholpen. Het gaat niet goed met de katholieken.
Tien miljoen om dominees, pastoors en imams voor de klas te krijgen zal een aardige bijdrage zijn aan de terugdringing van het lerarentekort, maar is het dan niet goedkoper het openbaar onderwijs meteen af te schaffen en de educatie over te laten aan de predikers?
Nu ben ik van mening dat iedereen moet geloven wat hij/zij wil en dat vooral helemaal zelf moet uitzoeken. Als iemand denkt daar de hulp van een deskundige bij nodig te hebben, dan weet men die wel te vinden. Maar als het kabinet vindt dat het openbaar onderwijs daar een rol in moet spelen, laat die lessen dan niet door de missionarissen van de religieuze instituten verzorgen. Hun belang ligt tenslotte ook in zieltjes winnen voor hun slinkende kuddes.
Nee, geef dan de leraar maatschappijleraar wat extra geld om alle sprirituele stromingen uit te leggen. Het mag dan zo zijn dat er nog steeds minder mensen ter kerke gaan, geloven blijven veel mensen wel. En ze zijn zoekende naar een eigen vorm voor dat geloof. Vorig jaar publiceerden het Sociaal Cultureel Planbureau en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onderzoeken waaruit bleek dat de gang naar de traditionele gebedsruimten steeds meer plaats maakt voor andere vormen van religieuze belevingen (lees meer
hier en daar). Enig verschil van mening hadden beide instellingen wel. Het SCP meende dat een groter deel van de gelovigen het is gaan zoeken in onorthodoxe rituelen (van indiaanse zweethut tot azteekse geluksamuletten), terwijl de WRR een revival van het christendom ziet, maar dan wel op zeer individuele basis ingevuld.
Het zij zo. De verantwoordelijkheid van het openbaar onderwijs ligt dan hooguit in kennis aanbieden van al dat er op de schappen van de spirituele supermarkt ligt. De keuzes maken de leerlingen zelf. Dus geen prediker voor de klas, maar een onafhankelijke leraar.

Virtuele of fysieke overheid?

Binnenhof digitaalDe overheid wordt steeds virtueler. Digitale loketten, digitale dossiers, electronische belastingformulieren, informatievoorziening via internet en de burger aan de Digid geketend. De regering op het Binnenhof wordt steeds meer Overheid.nl.
De overheid heeft het er wel moeilijk mee. Campagnes om op de risico's te wijzen van de vele uren die kinderen achter de pc doorbrengen leken niet te helpen. Terwijl ouders opgeroepen werden hun kids achter de pc vandaan te slaan, stonden diezelfde kids ineens massaal op straat. De overheid reageerde door ze met behulp van de politieknuppel weer terug te slaan. De
2e Kamer re(a)geert mee, want die is bang dat die kids de virtuele games verwarren met de fysieke werkelijkheid.
De ict is bij de overheid zelf helemaal niet goed op orde. Geldverslindende projecten, die bovendien niet eens foutloos verliepen. Met als resultaat alweer een
onderzoekscommissie. Als de burger steeds meer met een digitale overheid te maken krijgt, mag je wel verwachten dat men haar eigen ict op orde heeft. Er zijn nu zo'n 37 grote projecten in ontwikkeling, waarvan een aantal erg moeizaam verlopen. Ze lijken de verwachtingen niet waar te maken. Problemen bij digtiale rechtbankdossiers, bij een digitale personeelsadministratie en foutjes bij de belastingdienst bijvoorbeeld. En dan hebben we het nog niet eens over het oneigenlijk gebruik van ict-mogelijkheden door rijksambtenaren. Het is nogal een rommeltje en er is zelfs een Nationaal Urgentie Programma in het leven geroepen om de digtiale overheid op orde te krijgen.
Mag je van een overheid verwachten dat ze digtiaal voorop lopen op burgers en berdrijfsleven? Ja, zou je zeggen, dat hoort bij regeren. Regeren is vooruitzien en vooruitlopen. Nee, zou je zeggen, want dat gaat een smak geld kosten en er zijn wel andere prioriteiten.
In ieder geval: de overheid wordt, met valllen en opstaan, steeds virtueler. Eens in de vier jaar komt ze 100 dagen lang bij u op de koffie en daarna verdwijnt ze achter uw pc-scherm. Als de overheid zich verder digitaliseert komt misschien ooit de tijd dat zelfs een persoonlijk gesprek niet meer fysiek plaatsvindt, maar via internet.
Daarom vandaag de vraag: waarmee heeft u het liefst te maken, een virtuele of een fysieke overheid?

Een nieuw lied of niet?

GospelDoor alle heisa rond nota's met een sterk pamfletoir karakter (Kamp, Vogelaar) dreigt een ander pamflet aan de aandacht te ontsnappen. Het Pamflet tegen het nieuwe Liedboek voor de Kerken.
Wie wel eens een kerk bezoekt weet dat er in de kerkbankjes een boekje ligt, met fraaie psalmen en verzen die god's wonderlijke wegen bezingen. Over een jaartje of vijf moet er een nieuwe versie komen. De voorbereidingen voor die update zijn begonnen en twee kerkorganisten maken zich nu al zorgen over de inhoud. In hun pamflet “Nieuwe adem. Notities bij een nieuwe Liedboek”, stellen zij vragen over de openheid waarmee het ISK (Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied) te werk gaat. De pamflettisten willen dat het liedboek meer democratisch tot stand komt. Organisten en cantors moeten ook een vinger in de pap krijgen.
Het is ook niet van deze tijd dat er liedjes gekozen worden in de achterkamers van kerken en kathedralen. Gewoon een reli-songfestival organiseren en laat het kerkvolk met bellen en sms-en de geestelijke liederen kiezen die in het nieuwe boek moeten komen. De pamflettisten vrezen echter nu al voor een poldermodel-liedbundel, met voor elk wat wils. Een brede inhoud, die een eenheid in de kerken suggereert die er helemaal niet is, zo stellen zij. Dat kan er toe leiden dat kerken de liedbundel rechts laten liggen en naar de gezangen van Huub Oosterhuis uitwijken. Zo'n songfestival zullen ze dus wel een slecht idee vinden.
De heren willen meer liederen met beleving en expressie, nieuwe charismatische liedjes met inhoud. Daar moeten de heren mee oppassen, want juist deze week zien we bedenkelijke voorbeelden langskomen waar het streven naar charisma tot minder fraaie inhoud leidt.
Tevens vinden de pamflettisten dat er fundamentele keuzes moeten worden gemaakt tussen visionair vooruit of nostalgisch achteruitdenken. Wel, dan heb ik een paar tips. In alle muziek komen 'gouw ouwen' regelmatig terug, al dan niet in opgepimpte versies met een eignetijdse beat.
Omdat de diskussie in wie of wat je moet geloven van alle tijden is moet Joan Osborne's '
What if God was one of us' natuurlijk de nieuwe liedbundel openen, om vervolgens met 'God's Song' van Randy Newman duidelijk te maken waar het allemaal om gaat.
Het zou ook helemaal bij de huidige tijdgeest passen om Bob Dylan's '
With God on our side' op te nemen. En is dat allemaal wat te zware kost dan kan de bundel verlicht worden met het gebedslied 'Lieve heer doe mij een lol' van Leen Jongewaard of het optimistische 'Onze God is de beste' van de Positivo's.
Lezerstips zijn van harte welkom, want de pamflettisten vinden dat zowel kerkelijken als buitenkerkelijken moeten meewerken aan het nieuwe liedboek.

Ter elfder ure

StraatkloknachtAls jij denkt dat het 5 voor 12 is, meent een ander dat we ter elfder ure leven. Roept iemand dat het tijd om keuzes te maken is, wil een ander er een nachtje over slapen.
Na Al Gore komt nu ook Leonardo DiCaprio met een film over de de toekomst van de aarde. In
The 11th Hour wordt nog eens uitgelegd dat mensen moeten beseffen een onderdeel van de natuur te zijn. Zonder die natuur ziet het er slecht uit. Een sprankje hoop biedt de film wel: het is nog niet te laat, als we maar wel slimmer en langzamer gaan leven.
In Eindhoven, Philip's lichtstad, denken ze dat het slim is, het
licht uit te doen. Niet meteen, er is nog tijd genoeg, maar ergens in de toekomst moet reclame- en sierverlichting om 11 uur 's avonds uit. Daarmee geeft men gehoor aan de oproep van milieu-minister Cramer, die verlichting (de spaarlamp, de buitenverlichting) tot speerpunt van haar milieubeleid heeft gemaakt.
Dat helpt een beetje. Veel meer energiebesparing schijn je te halen als niet de verlichte reclames, maar de straatlantaarns uitgaan. Nou, doe het dan maar allebei, zou ik zeggen, maar laat de straatklokken alsjeblieft branden. Er moet toch ergens een lichtpuntje te zien zijn, zodat mensen het eens kunnen worden over hoe laat het nou werkelijk is.
Het is inmiddels ter elfder ure en keuzes worden beetje bij beetje gemaakt. Het voorbeeld van de buitenverlichting geeft echter wel aan dat je keuzes niet lichtzinnig moet maken. Tegenargumenten voor het uitdoen van de straatverlichting zijn bijvoorbeeld: meer kans op ongelukken in het verkeer en je geeft het holst van de nacht weer terug aan duistere figuren die minder goede bedoelingen hebben.
Ja hoor eens, zullen sommigen zeggen, dan blijft iedereen maar 's avonds lekker thuis. Op tijd naar bed en 's morgens gezond weer op. Dat kan, maar dat verhoogt de kans op een flinke babyboom. Vergrijzing opgelost, maar wel nog meer energieslurpende consumentjes.
In The 11th Hour wordt gesuggereerd dat slimmer en langzamer leven ons van de ondergang kan redden. De hierboven gegeven voorbeelden tonen aan hoe moeilijk het is zo slim te zijn dat je alle consequenties van een keuze kan tackelen. Langzamer leven is wellicht een betere aanpak. Je neemt de tijd om goed over keuzes na te denken, er desnoods een nachtje over te slapen. En langzaam wil ook zeggen dat je auto en trein minder kan gebruiken. In plaats van een snelle e-mail, rustig op de koffie bij je kennissen. En het tempo waarmee telkens weer nieuwe producten op de markt worden gebracht kan ook een stuk lager.
Zou het slim zijn om op veel gebieden eens flink op de rem te trappen? U mag het zeggen.

Tijd voor keuzes

KeuzetijdAls de wekker gaat is het tijd om op te staan. Als de alarmbel rinkelt is het tijd voor keuzes.
Zo vindt de adviesraad voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening dat de woningmarkt een doodzieke patiënt is en komt nu met
de nota 'Tijd voor keuzes, perspectief op een woningmarkt in balans'.
Ook minister
Koenders van Ontwikkelingssamenwerking vindt dat het tijd is voor keuzes. Kwestie van goede timing. Zo stelt Koenders dat als er in een niet zo erg democratisch land ineens een leider zit die wel de goede keuzes maakt, je niet moet wachten op verdere ontwikkelingen maar meteen steun moet geven.
Juist, van uitstel komt afstel, heet het in de volksmond. In 1972 vond de
Club van Rome ook al dat het de hoogste tijd voor keuzes was. De gevolgen van de economsiche groei waren zo alarmerend voor het milieu dat wachten met maatregelen wel eens catastrofaal kon zijn. Nu, 35 jaar later, hebben regeringen er wel voor gekozen de noodzaak in te zien, maar keuzes voor maatregelen voor zich uit te schuiven.
Juist, haastige spoed, is zelden goed, heet het in de volksmond. Neem dus rustig de tijd. De wetenschapper
Ap Dijksterhuis had al ontdekt dat keuzes bij complexe kwesties het beste gemaakt kunnen worden, door er een nachtje over te slapen. Nou, als dat geldt voor een simpele burger die nu voor de keuze staat een huis te kopen in de wetenschap dat de hypotheekrente afgeschaft gaat worden, dan geldt dat zeker voor nog ingewikkelder zaken als een mondiaal beleid waar economie, milieu en armoedebestrijding in een samenhangend beleid worden aangepakt.
Maar de VROM-raad en Bert Koenders zeggen dat het nu wel tijd is voor keuzes. Dat zou zomaar kunnen kloppen, want er zijn meer dan genoeg nachtjes gepasseerd om er over te slapen. Dus we zijn al aardig wat verder in de tijd. Het moment van keuzes maken is eindelijk aangebroken.
Juist, beter laat dan nooit, heet het in de volksmond. De vraag is wel: is de tijd er rijp voor? Kan na 93 jaar
hyptotheekrenteaftrek die regeling in de prullenbak? En worden er nu, na 58 jaar ontwikkelingshulp, gedurfde keuzes gemaakt om voorgoed een einde aan de armoede te maken?
Ik vrees dat daar maar één antwoord op is: de tijd zal het leren.