Wie gaat er geheel dopingvrij door het leven? Als je alle controles op dopinggebruik eens op een rij zet, krijg je sterk de indruk dat er bijna niemand meer zonder extra toevoegingen naar zijn/haar werk gaat. En eenmaal uitgewerkt, gaat men onder de dope aan de vrije tijdsbesteding.
Laten we de gangbare opkikkertjes even buiten beschouwing: koffie, cup-a-soup, ibuprofen tegen een hoofdpijntje en een tabletje druivensuiker tegen een dipje. Dat zulk alledaags spul bij zelfs extreme arbeid als een Tour de France niet mogen worden gebruikt zoeken ze in dat wereldje zelf maar uit. Maar hoe zit dat bij u op het werk?
Ik kan me voorstellen dat mensen die erg geestdodend werk doen, af en toe behoefte hebben aan een pilletje waar ze wat vrolijker van worden. En overal waar het werktempo en prestatie-eisen hoog liggen, kunnen energie-boosters en allerlei supplementjes de 'worker's littlle helpers' zijn.
Vrees niet dat het gebruik van zulke middelen uw carrière op het spel zullen zetten, want wereldwijd wordt onderzoek gedaan naar hoe werknemers fris en vrolijk aan het werk gehouden kunnen worden. Behalve meer natuurlijke middelen als een halfuurtje fitness of een middagdutje, kennen we ook voorbeelden van werkegevers die hun ondergeschikten in bepaalde situaties van amfetaminen voorzien (amerikaanse gevechtspiloten in Irak) en zal geen baas er van wakker liggen als ook u alert en geconcentreerd blijft met wat modafenil. De vorige avond ruzie met je partner gehad? Gewoon een vergeet-pil slikken en emotioneel geladen herinneringen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dat kan de kwaliteit van je werk ook niet meer in de weg zitten.
De mooiste pil moet er nog komen: de anti-domheidpil. Niet teveel van nemen want slimmer dan je baas zijn kan ook weer verkeerd uitpakken.
Is de maakbaarheid van prestaties nog wel zonder hulpmiddelen mogelijk? Hoe houd jij het eigenlijk op het werk vol? Geheel clean of zwaar onder de dope? Wellicht heb je in dat laatste geval nog tips welke middelen tot de beste prestaties op de werkvloer leiden.
Gaatje in je hoofd
Sommige mensen zijn ziende blind. Het overkomt me regelmatig dat men mij recht in het gezicht aankijkt en dan ineens uitroept: “Je hebt zeker een gaatje in je hoofd!”.
Ik verzeker u dat er aan mijn schedel niets bijzonders te zien is, laat staan dat er enig gat te ontdekken valt. Buiten de van nature noodzakelijke gaatjes voor horen, zien en spreken.
De conclusie dat er nog een gaatje in mijn hersenpan zou zitten, wordt nog al eens getrokken door diegenen die de op dit weblog geventileerde gedachten, redeneringen en stellingen eigenlijk dom, krom en zelfs volslagen idioot vinden.
Eén van die stellingen is bijvoorbeeld dat ik meen dat de duizenden jaren geschiedenis der mensen zich continu herhaalt. Nooit iets nieuws onder de zon, die elke dag weer opkomt en ten onder gaat.
Die gedachte kwam weer bovendrijven toen ik las dat onderzoekers ontdekt hebben dat hunebedbouwers met succes aan schedelboringen deden.
In Zweden heeft men zo'n 5000 jaar geleden overleden hunebedbouwers opgegraven, die bij nadere autopsie een gaatje in hun hoofd bleken te hebben. De constatering dat het hier om schedelboringen gaat, baseerden de onderzoekers op het feit dat de de aangetroffen gaatjes destijds weer dichtgegroeid waren. De hunebedbouwers moeten dus, na de ingreep, nog enige tijd doorgeleefd hebben.
De rest van het verhaal zijn vermoedens. De archeologen denken dat er aan schedelboringen werd gedaan om hoofdpijn of geesteziekten te genezen. Symbolische, rituele aspekten sluit men ook niet uit.
De schedelboring, ofwel de trepanatie, ook wel craniotomie of cefalotomie genoemd, bestaat vandaag de dag nog steeds. Nu wordt het toegepast om hersentumoren, aneurysma's of vocht te verwijderen.
Ook is het een manier om een kijkje onder het schedeldak te nemen. Feitelijk bestaat de schedelboring dus nog steeds, de redenen om er toe over te gaan zijn veranderd.
Voor een simpel hoofdpijntje als gevolg van een hele dag achter de pc zitten. wordt de hersenboor niet meer tevoorschijn gehaald. En voor zogenaamde “geestesziekten” peurt men ook niet meer in het hoofd.
Dat was vroeger wel anders. Zo meende men in de middeleeuwen dat melancholische types een teveel aan zwarte gal hadden, dat dankzij een schedelboring kon afvloeien. Men baseerde zich daarbij op de oude Grieken, hoewel die het voornamelijk toepasten bij ernstige hoofdwonden.
Tot in de 18e eeuw boorde men er nog lustig op los.
De Franse schrijver Nicolas Gilbert, bekend van satirische stukken op Voltaire en Diderot, werd waanzinnig na een schedelboring die men meende toe te moeten passen nadat de man van zijn paard was gevallen. Hij stierf overigens aan een slokdarmperforatie omdat-ie een sleuteltje van een kistje had verzwolgen.
Hij werd dus krankjorum na een schedelboring.
Na pre-historie, klassieke oudheid, middeleeuwen en pruikentijd mocht de schedelboring zich in hernieuwde belangstelling verheugen dankzij de hippies.
In 1965 boorde Bart Huges met een Black & Decker een gaatje in zijn voorhoofd, in de hoop zodoende permanent stoned te geraken. Hij werd er zo beroemd mee dat hij tot in Amerika volgelingen kreeg. Veertig jaar na zijn gaatje in zijn hoofd overleed hij aan een hartkwaal.
De schedelboringen van de hunebedbouwers is een aardige ontdekking. Het komt natuurlijk in het nieuws omdat Nederland, nazaat van de hunebedgeneratie, dus dezelfde excellente medische vaardigheden blijkt te kennen waar egyptenaren, grieken en romeinen prat op gaan. Alsof het dichten van gaten (De Afluitdijk en Deltawerken) niet meetelt.
Een gaatje in een hippie-hoofd is natuurlijk niet genoeg, evenals de gatenkaas en het Gat van Nederland.
Zouden historici nu nog een gaatje over het hoofd gezien hebben waarmee Nederland zich een ereplaats op het historische wereldpodium kan verschaffen?
Kunstschat als dwangsom
In België wordt duidelijk waarom het misschien wel een goed idee is nationale luchthavens te privatiseren. In maart 2006 werd de overheid veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van 5 miljoen euro als er de geluidhinder van vliegveld Zaventem (Brussel) niet drastisch beperkt zou worden. Dat is nog niet gebeurd en nu eist actiegroep Noordrand alvast een deel van de dwangsom op. De actiegroep heeft een orginele manier gevonden om de dwangsom te incasseren: de overheid moet het schilderij “De val van Icarus” van Pieter Bruegel de Oude afstaan. Het schilderij is eigendom van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten.
Leuke zet van de actiegroep. Het schilderij is niet nodig om het land te besturen dus de uitgaven voor het landsbestuur komen hiermee niet in gevaar. De belatingbetaler kan opgelucht ademhalen. En dat voor dit doek gekozen is past wel bij de affaire. Icarus kan immers gezien worden als het eerste luchtvaartslachtoffer ter wereld. Het verhaal van Icarus staat ook symbool voor de hoogmoed die ten val komt. Linksboven ziet u Icarus dan ook het detail van Bruegel's schilderij, waar Icarus kopje onder gaat in de Egeïsche Zee.
Een heel creatieve vondst dus van de actiegroep Noordrand. Het toont ook aan dat het helemaal niet zo'n slecht idee is van onze overheid om Schiphol te privatiseren. Het vliegveldje in de Haarlemmermeerpolder heeft al aardig wat dwangsommen op zijn naam staan. Door de luchthaven te privatiseren kan voorkomen worden dat de de staat keer op keer het Rijksmuseum moet leeghalen. We hadden “” De Nachtwacht” kwijt kunnen zijn aan onterecht ontslagen werknemers die volgens Schiphol tijdens diensturen een dutje doen. Of “De Schaatsrijders” van Adriaen van Ostade zou in handen gevallen zijn van het hoogheemraadschap Rijnmond, die een dwangsom mocht incasseren omdat Schiphol de sloten niet schoon kon houden. Scheve schaats van Schiphol, want door de troep in de sloten voren die 's winters natuurlijk niet meer dicht.
Schiphol lijkt soms op het meiske dat afgebeeld staat op “De Spilpenning” van Cornelis Troost. Het spilzieke mens wil maar eindeloos uitgeven en natuurlijk pruilen als ze terecht wordt gewezen. Zo vond Schiphol in 2000 de dwangsommen buitensporig hoog, die toenmalige minister Netelenbos wilde opleggen voor overschrijding van de geluidshinder.
In België is de verantwoordelijke minister Landuyt (waar kan je anders heen met een vleigtuig?) niet van plan de dwansom te betalen. Niet met geld en niet met 's lands nationale kunstschatten. Wacht eerst de regeringsonderhandelingen maar af, zo zegt hij, waar het spreidingsplan van de vluchten nog uitgewerkt moet worden. Maar ondertussen is de behandeling van het beroep dat de Belgische regering tegen de uitspraak van maart 2006 heeft gedaan, uitgesteld tot september. De omwonenden van Zaventem houden voorlopig dus nog een gestoorde nachtrust, maar dat is nu een stuk leuker geworden danzkij actiegroep Noordrand. Met een glimlach op het gezicht kan men wakker blijven liggen.
Gekke fietsplannen
Het gaat in Nederland helemaal niet zo slecht met het fietsen. Wij hebben de Tour de France dan ook niet nodig om de belangstelling voor de tweewieler een impuls te geven, zoals dat in Amerika het geval was toen Lance Armstrong koning van de Tour was. En nog voor de global warming een echt hot issue werd, mocht de fiets zich verheugen in de belangstelling van planologen, beleidsmakers en Willie Wortels. Er wordt van alles bedacht om meer mensen op de fiets te krijgen.
Wereldwijd worden tal van successen gemeld. De focus is vooral gericht op het gemak van de fietser, want de mens is van nature lui en een comfort-dier. Dus zijn er tal van varianten op het ooit roemruchte witte fietsenplan, dat jammerlijk mislukte omdat er te weinig fietsen waren, die ook nog eens slecht onderhouden werden en flink te lijden haden van vandalisme. Nu, veertig jaar later, ziet oud-provo Luud Schimmelpenninck, weer kansrijke mogelijkheden voor zijn idee. Recente succesverhalen over Parijs en Barcelona tonen aan dat zelfs in plaatsen waar fietsen absoluut niet tot de culturele gewoonten hoort, mensen in grote getalen in het zadel te krijgen zijn.
De fietsenplannen moeten minstens aan drie criteria voldoen om te slagen: een groot aanbod van goedkope en goede leenfietsen, afhaal- en stallingsplekken moeten makkelijk bereikbaar zijn en de fietspaden en routes moeten optimaal zijn. De Haagse verkeerswethouder Peter Smit vraagt zich bij dat laatste af of de steden zo langzamerhand niet de grens bereiken van wat ze de fietsers kunnen bieden. Volgens hem kan je niet overal ruim baan aan de fietsers geven. Nou moet-ie niet zeuren, want Den Haag loopt nog aardig achter bij andere steden. Als er fietssnelwegen kunnen worden aangelegd bij Assen (Drenthe), Zwolle (Twente), en Breda, moet dat ook kunnen tussen Den Haag en omliggende gemeenten als Zoetermeer, Leiden, Pijnacker en Delft.
Maar goed, een leuk fietspad is niet genoeg om nog meer mensen enthousiast voor de fiets te malen. Natuurlijk helpen een groene golf voor fietsers en een regengevoelig verkeerslicht een handje mee. Ook de overdekte, electrische fiets kan de minder sportief ingestelde burger wellicht overhalen. Leuke ideetjes. Wat kan er nou nog meer verzonnen worden om mensen het naar hun zin te maken op de fiets?
Smallere wegen voor de auto's en superbrede fietspaden? Een verklikker op je fiets waarmee je het stoplicht op groen kan zetten? Fietsen die technisch zo in elkaar zitten dat bij elke trapbeweging het fietsen uiteindelijk vanzelf gaat? Voor alle grachten, sloten en kanalen een witte waterfietsenplan? En jawel, het orginele witte fietsenplan (gratis in plaats van betaalde) updaten en toch maar weer een nieuw leven inblazen?
Dit zijn ideeën die tot nu toe niemand aandurfde. Op de een of andere manier vindt men die te gek voor woorden. Wel, misschien heeft u nog veel gekkere ideeën? Noemt u eens een maf maar maakbaar idee dat de mens zo gek krijgt voor altijd voor de fiets te kiezen.
Paus roept op je leven te offeren
Paus Benedictus XVI roept jongeren op als heilige missionarissen hun leven op het spel te zetten om de wereld te verlichten met de waarheid van Christus. Hij schreef dit in een boodschap waarin hij de jeugd opriep volgend jaar massaal naar Sydney (Australië) te gaan en daar de Wereld Jongerendagen bij te wonen.
Wat krijgen we nou? Wil de paus een hedendaagse kruistocht beginnen en roept hij de jeugd op zich beschikbaar te stellen tot een “levend, heilig en godwelgevallig offer” (Zie de bijbel Romeinen 12:1)?
Ondanks dat het christendom met zo'n 2 miljard volgelingen nog steeds de grootste godsdienst ter wereld is, meent de paus de alarmklok te moeten luiden, want echt groeien doet de toko niet meer. Een beetje reclame is dus nooit weg. Maar om jongeren nou tot contemporaine kruisridders te bombarderen is gevaarlijk. Het is al meer dan genoeg dat jongeren massaal eo-dagen bezoeken of dagen op het St. Pietersplein in Rome rondhangen in afwachting van de Idols-der-idols-verkiezingen. Maak ze niet fanatieker dan ze al zijn. Weet de paus wel wat de jeugd van tegenwoordig verstaat onder “je leven op het spel zetten”? Behalve zuipwedstrijden in het weekend, vallen daar tegenwoordig Jackass-achtige spelletjes onder. Zonder pauselijke zegen is er dus al genoeg motivatie om het leven met een korreltje zout te nemen.
We zullen het maar houden op een goddelijke verspreking van god's afgezant op aarde. In hetzelfde schrijven vraagt hij zich af hoe jongeren reageren op alle onrecht en geweld in de wereld. Dit mag dan gelezen worden als een heilige verzuchting dat het daarmee eens afgelopen moet zijn. Hopelijk bedoelt de paus dat de jongeren volgend jaar in Sidney daar een vredelievend antwoord op vinden en is hij alleen wat bang voor de kwaliteiten van de luchtvaart. Maar ja, waarom vraagt-ie dan niet gewoon of de jeugd de vliegangst opzij zet en een avontuurlijke vlucht richting Australië neemt? Want nu zegt -ie eigenlijk de concurrentie met andere geloven aan te gaan, desnoods tot de dood er op volgt.
Pakkend gesprek
Pakje 1: “Zo, liggen we dan…”
Pakje 2: “Mwah, stank voor dank, hè.”
Pakje 1: “Zeg dat wel.”
Pakje 2: “Maar ja, aan alles komt een eind. En we hadden het kunnen weten.”
Pakje 1: “Hoezo? Wat nou, we hadden het kunnen weten?”
Pakje 2: “Nou, hoe vaak ben jij gerecycled?”
Pakje 1: “Tss, ik denk wel een stuk of vier keer.”
Pakje 2: “Zie je wel, je had toch niet gedacht dat je het eeuwig leven hebt, hè? Er komt een keer dat ze je echt niet meer kunnen gebruiken.”
Pakje 1: “Mwah, ik voel me anders nog vitaal genoeg hoor!”
Pakje 2: “Jawel, maar je hebt het zelf niet voor het zeggen, nietwaar?”
Pakje 1: “Tja, dat is nu wel gebleken. Ik had nog enige hoop dat er met die geprinte speakertjes eindelijk eens naar ons zou worden geluisterd.”
Pakje 2: “Valse hoop. Hoop is altijd vals.”
Pakje 1: “Dat we hier op die hoop liggen, dat is vals!”
Pakje 2: “Toe maar, gooi het er maar uit. Lucht je hart nog maar een keer voor we naar de vuilverbranding gaan.”
Pakje 1: “Wat? Ook dat nog! Mogen we na een leven van hard werken niet eens rustig weg liggen teren en langzaam tot stof wederkeren?”
Pakje 2: “Is dat van jezelf? Of heb je dat ergens op één van je collega's gelezen?”
Pakje 1: “Wat nou? Het is toch zeker zo?!”
Pakje 2: “Nou, het klinkt nogal hoogdravend.”
Pakje 1: “Luister eens hier, als je een stem hebt gekregen dan moet je die ook goed gebruiken.”
Pakje 2: “Alsof dat helpt. Ik bedoel maar, nu liggen we toch mooi op de puinhopen der welvarendheid.”
Pakje 1: “Snoever! Over hoogdravend gesproken!”
Pakje 2: “In ieder geval: of je nou een stem hebt of niet, je gaat dood nog voor er iemand naar je heeft geluisterd.”
Pakje 1: “Tja, uiteindelijk zijn we allemaal niet meer dan omhulsels, hè?”
Pakje 2: “Wij wel, ja.”
Pakje 1: “Wij niet alleen hoor. Je wil toch niet zeggen dat al onze gebruikers meer inhoud hadden dan wij?”
Pakje 2: “Nou, ze hadden wel meer volume, maar ik moet toegeven: met onze inhoud kon je tenminste wat. Dat kan je van onze gebruikers niet zeggen.”
Pakje 1: “Juistem! Mensen moesten eens wat meer naar de dingen luisteren. Maar ze hebben het veel te druk zich zelf zo verstaanbaar te maken, dat ze niet eens naar elkaar kunnen luisteren!”
Pakje 2: “Dat bedoel ik dus met we hadden het kunnen weten.”
Pakje 1: “Huh?”
Pakje 2: “Nou, je denkt toch niet dat ze dan ook maar een fractie van een seconde tijd hebben om ons eens aan te horen?”
Pakje 1: “Hm, daar heb je een punt. Toch is het een hele teleurstelling.”
Pakje 2: “Jij dacht zeker: ik heb een stem dus ik besta.”
Pakje 1: “Zoiets ja.”
Pakje 2: “Joh, dat gaat niet eens op onder de mensen zelf, dus dat het voor ons zou gelden is echt van een naïviteit die een volwaardige verpakking misstaat.”
Pakje 1: “Al goed, al goed. Maar eh…. zie je er tegen op de vuilverbranding in te moeten?”
Pakje 2: “Hm, een beetje. Maar ik zal nog één keer van me laten horen.”
Pakje 1:”Hoe dan?”
Pakje 2: “Nou, als ik in vlammen opga dan schreeuw ik moord en brand!”
Pakje 1: “Mooi! En zal dat helpen, denk je?”
Pakje 2: “…………”
Burger verder van democratisch huis
De gemiddelde gemeenteambtenaar weet geen raad met ideeën die de burger aanlevert.
Dit meldt de BRR (Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid), van Steven de Jong, tevens initiatiefnemer van lastvandeburger, waar ambtenaren mogen klagen over irritante burgers.
Vaak reageren gemeenten helemaal niet op een ingestuurd plannetje. Een aantal brengt nog wel de beleefdheid op een bevestiging van ontvangst te sturen, maar laat daarna ook niets meer horen.
Slechts in een enkel geval gaan de lokale ambtenaren voortvarend aan de slag en helpen de plaatselijke Willie Wortels aan bruikbare informatie en ondersteuning.
Gisteren kon u hier ook al lezen dat burgers in Nederland niet mogen stemmen over het gemeentelijke budget, terwijl dat in andere landen wel het geval is.
Tegelijkertijd deelt minister Hirsch Ballin mee dat het invoeren van lekenrechters een aardig idee is, maar veel te duur en dat we dat dus op onze buik kunnen schrijven. Gaat niet door en daarmee blijft Nederland achter bij andere Europese landen die wel vertrouwen hebben in een burgerbijdrage aan de rechtsgang.
Ik kan me nog herinneren dat Wouter Bos tijdens de presentatie van het regeerakkoord, op een vraag van een journalist of de overheid nu echt gaat luisteren naar de burger, antwoordde: Het gaat natuurlijk niet zo worden van u vraagt, wij draaien.
Lijkt dat nu helemaal waar te worden? Blijft het zo dat dure overheidscampagnes om de burger meer bij de democratie te betrekken, alleen resulteren in raden en commissies die adviezen mogen uitbrengen waar de overheid naar eigen believen mee om mag springen?
Burgers leveren ideeën maar er wordt weinig mee gedaan, meebeslissende burgers zijn in ieder geval niet bij justitie welkom. Wordt dit de trend van het huidige kabinet en raken we stapsgewijs steeds meer verwijderd van een participatieve democratie?
Burgerbudget
Geld is macht. Op lokaal nivo wordt die macht nu uit handen gegeven. In Groot-Brittanië worden een aantal experimenten gestart om burgers te laten stemmen over het gemeentebudget. Via buurtverkiezingen en lokale debatten kunnen burgers meebeslissen of er geld wordt uitgegeven aan bijvoorbeeld een wijpark, het tegengaan van zwerfvuil of de aanpak van probleemjongeren. De burgers mogen stemmen over aanzienlijke bedragen. Dus geen fooitjes waar ze een beetje mee mogen spelen, nee, flinke sommen geld die er echt toe doen om nu eens te besteden aan onderwerpen waarvan de burger vindt dat die er toe doen.
Het idee van het Participatief Budget is overgewaaid uit Zuid-Amerika. In 1989 werd het voor het eerst toegepast in het Braziliaanse Porto Alegre. Het fenomeen verspreidt zich nog steeds door heel Zuid-Amerika. In België is er minstens 1 gemeeente die burgers zelf het geld laten uitgeven en sinds een jaar of twee studeert men ook in Afrika op de mogelijkheden.
Geven burgemeesters, wethouders en gemeenteraadsleden hiermee hun macht uit handen? De initiatiefnemers menen van niet. Wel kan het bijdragen aan een sterkere band tussen burger en politiek.
In Nederland kennen we dit, voor zover ik weet, niet. Wel tal van burgercommissies, burgerraden die wel een adviserende maar geen beslissende functie hebben. Wordt het hier ook niet eens tijd voor het 'burgerbudget'? Of bestaat het gevaar dat de burger zich gaat gedragen als een kind in de snoepwinkel en wordt er dan gemeenschapsgeld uitgegeven aan onzinnige zaken?
Geef uw mening en wellicht heeft u ook goede ideeën waar het geld van uw gemeente aan uitgegeven dient te worden.
Maakbaarheid is hersenspinsel
Het geloof in maakbaarheid berust op het idee dat gedrag en processen te veranderen zijn door sturing en scholing. Komt er een hoop water op het land af, dan bouw je dammen en dijken en stuur je het water de andere kant op. Vaardigheden om dijken te bouwen en ook waterhoogten te voorspellen kun je leren. Met kennis en kunde maken we de wereld tot wat we maar willen.
Nu heeft elk geloof in wat voor idee dan ook wel een tegenhanger. Neem bijvoorbeeld hoogleraar Willem Verbeke (Erasmus Universiteit), die het idee nuanceert dat je kunt worden wat je wilt, als je maar je best doet. Stel je hebt het altijd wel lollig gevonden in een winkel te staan. De baan van je dromen. Na een poosje blijkt dat je niet zo'n beste verkoper bent. Hup, op naar een training om verkoopkwaliteiten op te doen. Het wordt wel wat beter, maar echt geweldig wordt het niet.
Hoogleraar Verbeke heeft een groep verkopers de hersenscanner in gejaagd en de foto's maakten duidelijk wat nou het verschil tussen een goede en slechte verkoper was: de vaardigheid om de gedachten van de klant te kunnen lezen.
Daar heb je een bepaald deel van je hersenen voor nodig en jawel hoor, de slechte verkopers gerbuiken die gedeeelten niet. Volgens hoogleraar Verbeke heeft het geen zin mensen op verkoperstraining te sturen wiens relevante hersendelen slecht functioneren. Die mensen kunnen best heel goed in wat anders zijn, maar verkoper? Nee.
Kan je dan wel een baan vinden waar je gelukkig van wordt? Zeker wel. Hou maar op met sollicitatietrainingen, workshops om je eigenwaarde op te krikken en internettestjes om je sterke en zwakke kanten te ontdekken. Laat een hersenscan maken. De hoogleraar verwacht dat over een jaar of tien mensen massaal van dit hulpmiddel gebruik zullen maken. Hij vindt het overigens niet zo'n goed idee dat werkgevers liever de foto's van je brein inzien dan je c.v. He moet vooral een middel zijn om mensen zelf te laten onderzoeken of ze wel de passende sociale vaardigheden bezitten of dat hun hersens zo in elkaar zitten dat ze uitstekende managers zullen worden.
Dat zulk soort kwaliteiten maakbaar zijn is een hersenspinsel. Laat dus eerst de kwaliteiten die je wel hebt op de gevoelige plaat vastleggen en doe daar je voordeel mee. Dat kan dus het vinden van de perfecte job zijn, maar wellicht kun je ook het bij jou passende huisdier vinden. Misschien kun je er nu eens achter komen of je werkelijk wel het feestbeest bent of de toch wat saaie piet voor wie je ondanks alle party-bezoek door vrienden wordt versleten. Laat een scannen welke hersendelen toch telkens weer voor die misverstanden in je relatie zorgen en vindt uit welk huisdier het beste bij je past..
De lezersvraag: Wat zou jij van jezelf willen weten en daar een uurtje in de MRI-scanner voor over hebben?
(lees ook meer in het bronartikel in het Financieele Dagblad).
Gek van pinnen
Je zult steeds vaker meemaken dat je mensen bij de pinautomaat volledig ziet flippen en vervolgens in een dwangbuis afgevoerd worden maar de plaatselijke psychiatrische kliniek. Typisch gevalletje pinpsychose. Wat al langer op dit weblog is beweerd, lijkt nu bewezen door een onderzoek: mensen gaan ten onder aan de mahsro-code. Mahsro? Wat was dat ook alweer? Wel, mahsro staat voor Mijn Arme Harde Schijf Raakt Overbelast. Een verschijnsel dat allang gemeengoed is in onze samenleving. Want behalve de gewone gigantische informatiestroom van nieuwsberichten, nieuwe wetten en protocollen op je werk, moeten we ook nog eens een hele rij codes onthouden om toegang te kunnen krijgen tot ons eigen geld, het netwerk op de pc, en helpdesks van overheden en bedrijven.
Geheugenspecialist Peter de Deyn zegt in de Telegraaf: “Wie kan in godsnaam zeven codes onthouden. Het menselijk brein is niet gebouwd op het onthouden van meerdere viercijfer codes.” Volgens de deskundige kan ons korte termijn geheugen maximaal acht cijfers een beperkte tijd onthouden en duurt het flink wat langer voor je een pincode in je lange termijngeheugen hebt verankerd.
En wat doen mensen dan? Alles op een papiertje zetten. Of bewaren op de gsm. Er zijn ook slimmerds bij die zoveel mogelijk alles tot 1 code proberen terug te brengen. En dat maakt de veiligheid op internet niet groter. Als mensen overal dezelfde vier-cijferige code voor gebruiken is een beetje hacker zo in het bezit van uw spaargeld en je fotoalbum op Flickr waar je in niet al te fraaie poses je familie hebt vastgelegd. Nu wordt alom aangeraden regelmatig van wachtwoord te veranderen, dus zo komt een code natuurlijk van je lang zal ze leven niet in je lange termijngeheugen.
Ikzelf kan, van de ongeveer 16 codes die ik moet gebruiken, er vier uit het blote hoofd ophoesten. Dat gaat slechts een enkele keer mis als er een black out optreedt. Dat is dan wel het moment waarop de stress zodanig toeslaat dat krankzinnigheid op de loer ligt.
Hoeveel codes kan jij eigenlijk onthouden? En heb je nog tips voor de lezers om niet helemaal gestoord te worden van al die te onthouden codes? Of zit u al in cognitieve therapie om te leren omgaan met code-stress?

