Oudjaar: “Tijd vliegt.”
Nieuwjaar: “Je ziet ze vliegen….”
Oudjaar: “Da’s een ouderdomskwaaltje.”
Nieuwjaar: “Awel, zoals je hopelijk wel ziet, is het nu tijd.”
Oudjaar: “Ja, blij toe.”
Nieuwjaar: “Blij toe?”
Oudjaar: “Ja man, ik ben gesloopt, op, uitgeput, kapot.”
Nieuwjaar: “Huh?”
Oudjaar: “Ik heb met je te doen, joh. Als ze met jou hetzelfde uitspoken als ze met mij hebben gedaan….”
Nieuwjaar: “Was het zo heftig?”
Oudjaar: “Je wil het niet weten. Maar je komt er zelf wel achter.”
Nieuwjaar: “Ik las in de overdrachtrapportage iets over oorlogen, armoe, rampen en zo. Zo te lezen is dat elk jaar hetzelfde, dus waar moet ik me dan zorgen over maken?”
Oudjaar: “Jij hoort een gelukkig Nieuwjaar te zijn.”
Nieuwjaar: “Dat ben ik toch ook?”
Oudjaar: “Al die rampspoed noem jij gelukkig??”
Nieuwjaar: “Nee man, maar ze krijgen gelukkig de kans het in mijn jaar beter te doen”.
Oudjaar: “Ik wens je sterkte.”
Nieuwjaar: “En jij bedankt. Ga lekker genieten van je pensioen.”
Krom, strompelend maar bulderend van de lach vertrekt Oudjaar. Nieuwjaar neemt plaats en kijkt verwachtingsvol uit naar wat wij er van gaan maken.
Wat er ook mag komen, ik wens iedereen het beste dat er van te maken valt.

Oudjaar: Kom binnen, jongen.
De nieuwjaarswensen vliegen eruit, de voorspellingen zijn gedaan en de toon wordt gezet. Optimisme gaat het helemaal worden dit jaar. Is dat een voorspelling, een goed voornemen of een feit?
Oudjaar: “Getsammekolerenondeju!”
De decemberblues bereikt zijn dieptepunt met Kerst. Daarna is het aftellen geblazen. Tussen het tellen door, wordt er teruggekeken en vooruit gedacht. Merkwaardigerwijze gaat dat gepaard met een ongebreideld optimisme.
Het begin van elk nieuw jaar, ziet er hetzelfde uit als die van het vorige jaar. Al die moeite van vuurwerk, champagne, beste wensen en goede voornemens, lijken dus nauwelijks de moeite waard. De eerste dagen is het vooral oppassen voor niet ontploft vuurwerk. En voor de wet.
Oudjaar: “Gatsallemefikkenogantoe….”