Minister Donner is een streng maar rechtvaardig man. Vanavond wordt hij in een spoeddebat onder vuur genomen over de mogelijke versoepeling van het ontslagrecht. Een deel van de 2e Kamer leefde in de veronderstelling dat die van de baan was, maar het lijkt er op dat Donner zijn voorstel wat aan het opknappen is, zodat zijn opvattingen over het ontslagrecht wat soepeler door de strotten van de parlementariërs zullen glijden.
Volgens mij is er maar één manier om zonder maatschappelijke onrust het ontslagrecht te versoepelen. Neem een voorbeeld aan het akkoord dat Unilever en de vakbonden hebben gesloten: niet alleen topbestuurders gaan met een extraatje de laan uit, ook de werknemers krijgen een aanzienlijke bonus.
Unilever wil drie fabrieken sluiten. Onderdeel van een sanering die alleen tot doel heeft de winstmarges te vergroten. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet slecht met Unilever, er wordt aardig wat winst gemaakt, maar de aandeelhouders vinden dat het nog beter moet (zie ook een eerder artikel op dit weblog).
Na wat gesodemieter aan de fabriekspoorten zijn Unilever en de vakbonden er nu uit: de fabrieken gaan dicht, de werknemers krijgen ontslag, maar wel met een aardige bonus. Het Unilever-akkoord voorziet in een baangarantie voor drie jaar, hulp bij het zoeken naar een nieuwe baan en een ontslagvergoeding van één maand salaris voor elk jaar dat men bij Unilever heeft gewerkt.
Kijk, dat is nog eens good corporate practice. En om het akkoord een gouden randje te geven, heeft men ook besloten dat de werknemers een extra bonus krijgen als de fabrieken eerder dichtgaan dan nu in de Unilever-planning is vastgesteld.
Juist, niet alleen topfunctionarissen krijgen bij sluiting een bonus, ook de werknemers krijgen een zak geld mee. Die laatste afspraak stimuleert de werknemers wellicht flink hun best te doen de fabireken zo snel mogelijk dicht te gooien.
Minister Donner zit zich ondertussen suf te piekeren hoe hij de versoepeling van het ontslagrecht toch door het parlement krijgt. Hij peinst er niet over om het wetsvoorstel, met een likje verf hier en en enkele kwaststreek daar, slechts een cosmetische verbetering mee te geven. Als vrijwillige klusser zei hij afgelopen zaterdag nog dat “als je maar heel even een kwast vast kunt houden, je meer teniet doet, dan dat je bereikt”. Hij heeft daar al een vervelende ervaring mee gehad, toen hij eigen(on)handig met een enkele pennestreek kamerverslagen corrigeerde.
Nou, het Unilever-akkoord biedt een uitweg voor de minister. Het gelijkheidsbeginsel: grijpen en graaien is niet alleen voorbehouden aan de top, ook de werkvloer doet mee. En als werknemers en vakbonden tevreden zijn met substantiële bonussen waarom zou de 2e Kamer dan nog dwarsliggen? Dat zou dan alleen nog kunnen gaan over het nivelleren van de bonussen. Een 62-jarig werknemer die pakweg 12 jaar bij een bedrijf werkt, zou bijvoorbeeld een evenhoge bonus kunnen krijgen als een manager van 28 die in 1 jaar tijd een bedrijf naar de knoppen weet te helpen.
Te vrezen valt dat Donner die flexibiliteit niet op gaat brengen. Hij heeft ondertussen een indrukwekkende staat van starre dienst. Leest u de imposante cv er maar op na op de site van Grenswetenschap.nl
Auteursarchief: Klokwerk
Prijs voor het geweten van de overheid
Net op het moment dat de overheid in de prijzen valt voor haar digitale gedrag, leveren twee ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken een blunder van formaat en ligt er een wetsvoorstel klaar de samenleving onder digitale curatele te stellen. Ik zou me in zo'n situatie vreselijk schamen en de prijs teruggeven tot ik mijn zaakjes wat beter voor elkaar heb.
DigiD, de overheidsservice waarmee je met je sofinummer toegang kan krijgen tot allerlei overheidsdiensten, heeft het EU Good Practice Label 2007 gekregen. Het European e-Government Awards Consortium deelt elk jaar wat van de etiketjes uit aan projecten die de echte awards net hebben misgelopen. Het door de Europese commissie opgestelde epractice-forum bestudeert elk jaar digitale overheidsprojecten. Toegankelijkheid, transparantie, vormgeving en veiligheid zijn een paar van de kriteria waar een project aan moet voldoen om in de prijzen te vallen. Dit jaar waren er 5 projecten die de echte awards kregen, de overige 48 finalisten ontvingen dus dat Good Practice label.
Het is wel een beetje vreemd dat DigiD een kwaliteitslabel krijgt toegekend. Lang niet alle overheidsdiensten zijn er mee bereikbaar en de burger kan ook op beperkte onderdelen inloggen. Het DigiD-project staat nog in de kinderschoenen. Je kan het een beetje vergelijken met Microsoft dat telkens een nieuwe versie van Windows lanceert, terwijl het nog verre van perfect is. De consument zit dan met een slecht werkend en zeker onveilig besturingssysteem opgescheept.
DigiD mag op zich een prachtig idee zijn, maar als overheidsdiensten zelf er nog niet klaar voor zijn, is het nog lang niet het prijzen waard. Dit jaar reikte Burger @ Overheid, die zichzelf hèt geweten van de e-overheid noemt, de Webflop uit aan de belastingdienst. Daar was het namelijk mogelijk dat anderen jouw DigiD konden gebruiken bij de electronische aangifte.
De BurgerServiceCode kreeg overigens ook het Good Practice Label toebedeeld. Het moet een onafhankelijk platform zijn die de overheid kritisch volgt in haar digitale ontwikkeling. De dagelijkse werkzaamheden van het platform zijn echter ondergebracht bij het ICTU, een instelling van en voor overheden, opgericht door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat wekt op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling en daar wil de overheid toch ook van af?
Nu blijkt dat het geweten van de digitale overheid geen constante, voor de burger betrouwbare factor is, maar tamelijk gemakzuchtig met internationale, onwelriekende winden meewaait. In de contemporaine koude oorlog tegen terreur kan het wetsvoorstel om de AIVD (alweer dat ministierie van binnenlandse zaken) ruimere bevoegdheden te geven om de digitale sporen die wij op het internet nalaten bij elkaar te stofzuigeren (data-mining), op een Kamermeerderheid rekenen.
Dat commerciële bedrijven al lang hetzelfde doen en ons vervolgens terroriseren met spam en ongewenste telefoontjes is al irritant genoeg. Terwijl menig burger een eind van dit soort praktijken wil, gaat de overheid juist meer gebruik maken. Van mij mag de overheid elke dag mijn digitale leventje nakijken, maar moet dan wel de BurgerServiceCode hanteren. Je kunt er op rekenen dat de AIVD niet aan de punten 6, 7, 9 en 10 uit die code zal voldoen. Transparantie is niet het sterkste punt van die dienst. Digitale betrouwbaarheid lapt men aan de laars en laat buitenlandse veiligheidsdiensten meegluren in de gegevens.
En wat punt 9 en 10 betreft: zolang ik zelf invloed heb op het beheer van die gegevens en zelf kan bepalen wat ermee gebeurt, is er niks aan de hand. Maar zover is het nog niet en ik denk niet dat we ooit die invloed op de gegevens van de AIVD zullen krijgen. Tenzij we ons masaal bij de AIVD aanmelden als digitale spion. De dienst heeft een paar slecht functionerende websites op internet staan. De ict-er die zo'n site weet op te knappen mag solliciteren. Enerzijds is het een geruststellend idee dat de AIVD te weinig goed personeel heeft om haar digitale recherchewerk te doen, anderzijds betekent het dat er nu dus ernstig risico is op groffe fouten.
Op digitaal gebied is de overheid erg dubbelzinnig: twee ambtenaren worden geschorst omdat ze prima digitaal speurwerk hebben verricht, andere ambtenaren krijgen volop de ruimte in onze privacy te grasduinen. Wil de burger zich voldoende beveiligen tegen rammelende, digitale overheidspraktijken is er helaas maar één mogelijkheid: de pc gaat de deur uit en we doen alles weer analoog.
Het merk maakbaarheid
De huidige regering wordt steeds meer verweten de samenleving naar heur hand te willen zetten. Neo-maakbaarheid. Een veel door de regering gehanteerd instrument is het gesprek. Dat mocht bij aanvang van de regeerperiode zelfs 100 dagen duren. Het meest recente maakbaarheidsgesprek is het constructieve onderhoud dat staatssecretaris van economische zaken Heemskerk (PvdA) had met het Centrum voor Merk en Comunicatie (CMC).
Dat moet een genoeglijk onderonsje zijn geweest want Heemskerk kwam daar natuurlijk de uit de politiek bekende CMC-directeur Bert Bakker en CMC-voorzitter Hans Hillen tegen. Bert Bakker moest de politieke arena verlaten omdat hij een met voorkeursstemmen gekozen D66-collega voor moest laten gaan. Hans Hillen zit nog wel in het parlement, als CDA-senator in de 1e Kamer. Communicatieproblemen zullen de heren dan ook niet gehad hebben want men kent elkaars taal uitstekend.
CMC-voorzitter Hillen begin dit jaar de regering opgroepen deel te nemen aan een communicatie-denktank van reclameprofessionals en beleidsmakers. Doel: mogelijkheden van gewenste gedragsverandering in kaart brengen en analyseren.
In februari reageerde Balkenende postitief op dat voorstel maar waarschuwde Hillen wel. Gedrag is moeilijk veranderen. Toch zag Balkenende in communicatie een prima instrument om de samenleving maakbaar te maken.
En nu was er dan dat constructieve gesprek tussen overheid en de reclamedeskundigen. Staatssecretaris had ook een paar ideetjes: Holland-branding, nederland moet een ijzersterk merk worden. En europa meer tussen de oren van de burgers krijgen was ook een gespreksthema. Ik mag qannemen dat de heren het ook nog even hebben gehad over de reuring betreffende mogelijke reclameverboden voor alcohol en snoepgoed. De staatssecretaris weet ook wel dat een verbod op de nodige maatschappelijke onrust zal leiden, dus wie weet kan de denktank hem aan ideetjes helpen hoe je dan wel van dikke kinderen af kan komen.
Ooit leek dat te lukken met de Snoep-verstandig-eet-een-appel campagne, maar sinds bekend is dat een appel je gebit ook aardig kan verwoesten, hoor je die slogan niet meer. Dat is het lastige van maakbaarheid: met alle goede bedoelingen start je een reclamecampagne, maar door door gebrek aan kennis mislukt de actie. Soms helpt het wel een beetje, maar dan heb je daar wel een club als Sire voor nodig. Er lijken inderdaad minder vuurwerkslachtoffers te vallen na een campagne die de kudde opriep niet te lopen dollen met feestelijke explosieven.
Sire wil graag onafhankelijk blijven en zal dus niet gauw aan de denktank van CMC meedoen. De regering is daar ook terughoudend over. Bewindslieden in zo'n denktank ziet Balkenende vooralsnog niet zitten. Maar misschien kunnen er wel wat ambtenaren in. Er zijn tenslotte al uiterst creatieve persvoorlichters die uitstekend weten hoe ze de internetkanalen moeten gebruiken om communicatie naar hun hand te zetten.
Dat reclame de wereld maakbaar kan maken kunnen we elke dag om ons heen zien. Je kunt dan wel een beroep doen op de zo geprezen keuzevrijheid van mensen, maar die staat sterk onder druk van die reclame. Met zo'n denktank van ambtelijke whizzkids en reclameprofessionals moet het toch mogelijk zijn de samenleving er uit te laten zien conform de normen en waarden van Balkenende en consorten. Behalve het merk Holland zo sterk op de internationale kaart zetten dat we hier weer een gouden eeuw tegemoet gaan, zien we straks jongeren enthousiast rondhangen bij de ingang van een bejaardentehuis, in afwachtig van een bewoner die geholpen moet worden met een wandelingetje naar het winkelcentrum. Of jeugd die geen auto's in de fik steekt maar zich bij de brandweer meldt omdat daar een tekort aan vrijwilligers is. En we zijn ook definitief verlost van de reclames waar jonge meisjes geheel verkeerde rolmodellen voorgeschoteld krijgen.
Ik ben zeer benieuwd naar de resultaten van de denktank, hoewel ik vrees dat er een dikke kans is, dat de denktank deze beeltenis van een naaimachine-fabrikant weer van stal haalt:
Privédomein in de polder
(Klik op de krantenkoppen voor het hele artikel)
Rotterdammer: “Ja, kwamen ze ineens binnenvallen. Zegt er eentje: hee, wat doet dat koekje daar bij de thee? U bent vast niet alleen, hè? Hebben ze een heel pak mariakaakjes gekort op mijn uitkering!”

Journalist: “Ik weet niet wat er aan de hand is. Ik had een mooi artikel op mijn pc staan over de toenemende zwaarlijvigheid van ambtenaren van de sociale dienst in Rotterdam. Die bleken bij de mensen thuis mee te snoepen. Maar op onverklaarbare wijze is mijn stuk nu verdwenen.”
Commissielid: “Mooi maar moeilijk werk. Neem nou dat verhaal van die ambtenaar die 25 duizend mariakaakjes gehackt zou hebben. Dat wil nog niet zeggen dat die man een niet te vreten stukje van een journalist van het internet haalt, toch?”
Parlementariër: “Nu is het genoeg! We zijn het zat afgekraakt te worden door obscure webloggers die ons computersysteem kraken en onze kamerstukken van geencommentaar voorzien….”
De Onderbuikspreker: “Ik heb altijd al gezegd dat een sterk uitgebreid en vooral gratis openbaar vervoer de criminaliteit zal terugdringen!”
Afscheid van je jeugd
Als herfstblaadjes vallen ze: Jan Wolkers, Pierre Jansen, Henk Vredeling.
Mensen die definitief de ikonen worden die ze bij leven al waren. Het zal niet voor alle lezers hier gelden, maar veel van die mensen hebben mijn jeugd op een bepaalde manier gekleurd. Daar wordt je nog eens aan herinnerd dankzij de vele in memoria op tv en in de kranten. Meestal uitbundige lofuitingen waarmee ze het graf in geprezen worden. Bij Pierre Jansen werd ik eraan herinnerd hoe mijn ouders vol adoratie naar de man keken. Zelf vind ik het ook een bijzonder schouwspel, maar vond de gepresenteerde kunst vaak oubollig en de man wat wereldvreemd.
Toch is er iets blijven hangen van de adoratie die een groot deel van Nederland voor Pierre Jansen had. Net zo goed als van Jan Wolkers iets is overgebleven omdat iedereen op mijn middelbare school met de man wegliep.
Maar goed, ze sterven en bij elk overlijdensbericht komt een stukje jeugd, dat ik al lang had begraven, in memoriam voorbij.
Laat ik me ook eens bezondigen aan een vrijdag-vraag (iets wat hier en daar een traditie lijkt te worden in het weblog-universum):
Bij welk overlijden is uw jeugd weer langs gekomen en wat was de betekenis daarvan?
Uitruktijden
Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) kwam vandaag met twee statistiekjes: De brandweer is steeds langer onderweg. De rijtijden zijn slechts licht toegenomen, maar de uitruktijden zijn flink opgelopen.
Dan volgt het bericht dat er tweemaal zoveel vrouwen bij de brandweer werken. Toch, zo stelt het CBS, is de brandweer nog altijd een mannenwereld.
Is het toeval dat de langere uitruktijden gelijkertijd vermeld worden met de opkomst van brandweervrouwen of is dat de uitkomst van een verborgen statisitiek waaruit blijkt dat ook het CBS “nog altijd een mannenwereld” is?
Opvoeden doe je zo!
De Rotterdamse wethouder Leonard Geluk (jeugd, gezin en onderwijs) wordt vast het braafste jongetje in de modelklas van Rouvoet. In de geschiedenis zijn talloze dikke boeken over opvoeding geschreven en kijk eens naar de jeugd van tegenwoordig? Alcoholisten, vetmuilen, brandstichters. Nee, die dikke pedagogische pillen hebben geen meter geholpen. Rotterdam gaat dat eens rechtzetten en komt als eerste stad met een richtlijn opvoeding.
Met iemand die Geluk heet, moet Rotterdam straks wel de gelukkigste klas van de Rouvoet-school worden. Toeval of niet, heel nederland is weer Theo Thijssen's boek De Gelukkige Klas aan het lezen. Helaas is het gratis verstrekte boek niet compleet. Daar komen opvoedkundige ongelukken van, moeten ze in Rotterdam gedacht hebben. Bovendien, Theo Thijssen, da's niet van deze tijd. Eigenlijk een dik, saai boek.
Wethouder Geluk verdient de Nobelprijs voor de pedagogie. De Rotterdamse richtlijn wordt niet groter dan 1 A-viertje.
Eén A-viertje??? Dat is toch veel te lang voor de zappende en sms-ende jeugd? Dat moet dus beter kunnen.
Ik daag de lezer hier uit om de jeugd met minder dan een A-viertje op te voeden. Wie kan in één zin de jeugd weer geluk geven?
Werk maken van opinies
In een land waar opinieonderzoeken welig tieren is de samenleving pas maakbaar als je er eerst een mening over hebt. Nu worden sommige opinies als wel erg boute stellingen ontvangen, daarom vandaag eens wat aandacht voor een van de links die in de rechterkolom hier te vinden zijn.
In de categorie 'Leuk voor op jouw blog' zie je onder andere “Stellingenweb'. Deze link verwijst naar Hora-est.nl, een initiatief van Paul ten Hove. Op deze website verzamelt hij stellingen die bij proefschriften aan de orde komen. En dan niet de eigenlijke, serieus bedoelde stelling over het hoofdthema van de promovendus, maar de meer algemene stellingen die zijpaadjes bewandelen en vaak even interessant zijn als de hoofdstelling. Soms voorzien van wat humor, soms met een wat filosofies tintje.
Op deze site staan een aantal stellingen die te maken hebben met het persbericht over alweer een onderzoek van Maurice de Hond: 71% van de nederlanders vindt dat 'het mannenberoep' zwaar achterhaald is. Er zouden meer vrouwen als politieagent, monteur, vliegtuigpiloot of ingenieur moeten werken. Dat dit niet het geval is ligt volgens de ondervraagden aan ongeschikte vooropleidingen, de mininmale moeite die werkgevers en onderwijs doen om meisjes voor dit soort beroepen te interesseren en aan slechte arbeidsvoorwaarden zoals slecht geregelde kinderopvang.
Ik ben altijd benieuwd of de lezers van dit blog er dezelfde menig op na houden als die 1300 mensen die door Maurice de Hond zijn benaderd, want zoveel vertrouwen heb ik in Maurice nu ook weer niet. Daarom drie stellingen uit de rubriek Vrouwen & emancipatie van Hora-est.nl waar je op los mag vuren.
Het onderzoek van Maurice de Hond toont aan dat deze stelling nog steeds geldig is:
1. Nu een slimme meid op haar toekomst is voorbereid, moet die toekomst nog worden voorbereid op zo'n slimme meid.
IEKJE BERG, Universiteit Wageningen (1993)
Talent is er genoeg:
2. Gezien de complexiteit van het moderne gezinsleven en het gegeven dat vrouwen in de organisatie daarvan vaak succesvoller zijn dan mannen, is het verbazingwekkend dat er zo weinig vrouwen logistiek manager zijn.
HENS RUNHAAR, Technische Universiteit Delft (2003)
Maar voor vrouwen die kinderen willen baren zal het niet veel beter worden:
3. Zwangere vrouwen hebben meer plek om een carrière op hun buik te schrijven.
MARIEKE SUETERS, Universiteit Leiden (2007)
Wat denkt u, is de mening van 71% van de bevolking genoeg om baanbrekend werk te creëren voor vrouwen? Of zijn de drie stellingen nog jaren geldig?
Duurzaam samen werken?
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is wereldwijd 20.000 mensen ontslaan omdat de winst, vorig jaar nog € 4.745.000.000, maar niet boven zo'n slordige € 5.000.000.000 wil groeien. Het eerste kwartaal van dit jaar was boven verwachting erg goed, maar het is niet zeker dat het zo zal blijven.Ook al profiteert het Brits-Nederlandse Unilever aardig van de stijgende voedselprijzen, ook al is het nummer drie op de lijst van grootste voedingsbedrijven, de aandeelhouders zeuren dat Unilever nu zo'n zeven jaar geen spectaculaire winstgroei meer beleeft.
Unilever heeft het er maar moeilijk mee. Het heeft het begrip 'duurzaamheid' hoog in het publicitaire vaandel staan. Unilever eist dat ook van hun ketenpartners, reden waarom ze genomineerd is voor een leuk prijsje. Maar die 474 werknemers van de drie fabrieken die dicht moeten, dachten dat zij duurzaam aan het werk zouden zijn. Niet dus en daarom zijn ze nu al tweeënhalve week boos.
'Penauts', moet de Unileverdirectie gedacht hebben. In Nederland hebben we slechts 6 fabrieken, niemand die er iets van merkt als we daar de helft van dichtgooien.
'Helaas effe geen pindakaas', antwoordden de werknemers en gingen de straat op. Voor een garantie om nog drie jaar aan het werk te blijven, voor een betere afvloeiïngsregeling en meer zeggenschap over de saneringen. Waar vind je zulke betrokken, meedenkende werknemers nog? Moet Unilever die nou echt laten gaan?
Waarom wil de winst van Unilever niet de door de aandeelhouders gewenste groei doormaken? Wel, dat was onder andere de schuld van de supermarkten. Die waren in een prijzenoorlog verwikkeld en boden de Unileverspulletjes voor onverantwoord lage prijzen aan. Dat gedoe van de superkruideniers is nu wel voorbij, reden waarom dat 1e kwartaal zo goed uitviel.
En net als iedereen had ook Unilever last van stijgende grondstoffenprijzen. Maar ook dat blijkt geen probleem te zijn. Gewoon je produkten in heel Europa duurder maken en geen consument die er een potje pindakaas minder om eet of een huidzalfje links laat liggen.
Wel problematisch is dat de mensen niet meer pindakaas gaan eten. En aangezien Unilever niet verwacht dat de consument dat wel gaat doen, gaat de fabriek in Delft dus dicht. Geen groei is stilstand en als het stil staat kun je het net zo goed helemaal sluiten.
Ander probleempje is dat de oorlog tegen het terrorrisme Unilever slecht uitkomt. De VS eisen dat niemand zaken doet met bedrijven of landen die door Bush aangemerkt zijn als terroristenvriendjes. Het Saoedische concern Binladingroup staat natuurlijk bovenaan de zwarte lijst en da's nou sneu voor Unilever. Via een dochteronderneming van dat concern had Unilever een leuke afzetmarkt in Syrië en Libanon. Maar dat is dankzij Bush dus afgelopen.
Maar goed, dat scheelt wereldwijd maar twee afzetgebieden, dus dat kan toch niet echt de reden zijn voor de beperkte winstgroei. Hoe ik ook zoek: ik vind nergens een echte, dwingende reden waarom Unilever nou wereldwijd 20.000 mensen er uit wil knikkeren, inclusief die 474 nederlandse werknemers. Het groeit langzaam, maar slecht gaat het absoluut niet met Unilever.
Het enige probleem zijn dus de hebzuchtige aandeelhouders. Nou snap ik ook wel dat 474 arbeidsplaatsen zo'n druppel op de gloeiende plaat van de prima draaiende economie is, dat de regering zich hier niet mee gaat bemoeien. Maar je zou bijna wensen dat ze het leger op vredesoperatie sturen om de terreur van de aandeelhouders te beëindigen. En dan natuurlijk meteen beginnen aan de wederopbouw van de mentaliteit die de multinational er op na houdt. Duurzaam samen doen en samen werken. Samen dus, inclusief die 20.000 mensen die Unilever aan zo'n prima positie op de wereldmarkt hebben geholpen. Misschien wordt het tijd massaal de pindakaas te steunen. Of zal het u UnoxHemaworst wezen?
In de hemel is geen bier
Hoe gaar den Belg ook is van de voortslepende kabinetsformatie, er is altijd wel een visionair die de politici er op wijst dat de maakbaarheid van de samenleving vooral draait om bier. Met de best maakbare bedoelingen wordt geprobeerd een hemel op aarde te creëren en dat gaat niet altijd goed omdat men in de hemel geen bier drinkt.
Johan Sanctorum, voormalig directeur van de Vlaamse Jeugdopera en ex-communicatieconsultant, schrijft op zijn weblog Visionair België, hoe de kwaliteit van de belgische samenleving valt af te meten aan de kwaliteit van het bier.
De Belgische kabinetsformatie gaat vooral moeizaam omdat vlaams en waalse sentimenten in de weg zitten. Nu zoekt men naar maakbare constructies om nog enige bestuurbare samenhang te vinden. Johan Sanctorum signaleert de nodige vermoeidheid hierover bij het electoraat, dat het geloof in de instituties begint te verliezen.
Gandhi heeft ooit gezegd: 'Bijna allles wat ge doet is onbelangrijk, maar het is belangrijk dat ge het doet'. Johan Sanctorum zegt nu eigenlijk: 'Wil wat ge doet belangrijk zijn, doe het dan goed'.
Hij legt uit hoe de recente geschiedenis van het Hoegaarden-bier model staat voor de manco's van de hedendaagse maakbaarheid. Dit eeuwenoude, ambachtelijk vlaams biertje legde in 1957 het loodje omdat het niet kon concurreren met minder ambachtelijke maar wel goedkoper geproduceerd gistennat. In de 60-er jaren wist men echter een nieuw, succesvol witbier te reproduceren op basis van hoegaarden-receptuur. Het waalse Interbrew had een oogje op de succesvolle bierbrouwer, maar deze wilde van een overname niks weten. In 1985 legde een brand echter de brouwerij volledig in puin en men zag zich genoodzaakt de handel te verkopen aan de walen.
Die redding had echter onaangename gevolgen voor de kwaliteit van het bier. Productieprocessen moesten goedkoper en sneller en zo ging ook het bier smaken. Interbrew verhuisde de brouwerij naar het waalse Jupille, maar kreeg het niet voor elkaar die ouderwetse, degelijke hoegaarden-smaak uit de koperen ketels te toveren. Nu is een maand geleden de hele handel weer terugverhuisd naar het vlaamse Hoegaarden.
Volgens Johan Sanctorum biedt dat nu hoop voor de toekomst van de belgische maakbaarheid: “De globalistische mythe van de totale maakbaarheid en inwisselbaarheid houdt hier op (…), onder de waan van de dag, het gereken en het gesjacher, gist een fundamentele maar discrete chemie, die vroeg of laat haar waarheid doet gelden (…), Eilanden van kwaliteit (…), Uniek, vrouwelijk, plekbewust, compromisloos. In een wereld waar alles onderweg is, zo rap en goedkoop mogelijk, zijn onverzettelijke individuen, onverplaatsbare processen en oncopieerbare recepten een verademing“.
Daar heeft hij een punt. De kwaliteit van het bestaan kun je niet organiseren met schema's, boekhoudformules en economische modellen. Die kwaliteit is al volop aanwezig in de samenleving en daar wordt veel te weinig gebruik van gemaakt. Zo heeft hier de Week van de democratie ook niets opgeleverd omdat die kwaliteiten nauwelijks serieus werden genomen.
Maar kan de kwaliteit van het bestaan wel afgemeten worden aan de kwaliteit van het bier? Ik zelf ben geen bierdrinker. Maar ik wordt nu wel nieuwsgierig naar de kwaliteit van het lokale bier in Nederland. Doet ons kabinet het goed en smaakt de pils nog best? Of constateren bierkenners dat limburgs bier een ranzig smaakje heeft gekregen? Is heineken nog zijn ster waard?
(Zaterdagbijlage: het volledige artikel van Johan Sanctorum).
