Auteursarchief: Klokwerk

De vrijheid van nummerplaat.

De vrijheid van nummerplaat Nederland is niet het enige land dat ernstige problemen heeft met het nummerbord. Hier mag heer Wilders dan uit zijn plaat gaan, omdat de vrijheid van letterkeuze in het geding is, maar zou hij in South Carolina (VS) hebben gewoond, dan zou hij wellicht alweer voor de rechter worden gesleept.

Een persoonlijk statement op de officiële nummerborden is in strijd met de grondwet, zo oordeelde een rechter aan de andere kant van de oceaan. Het parlement van South Carolina had het eerder goedgevonden dat een nummerplaat opgepimpt mocht worden met een religieuze boodschap. De rechter
keurt dat nu af, omdat het neutraliteitsbeginsel van de overheid ongeloofwaardig wordt.
Er mogen geen religies worden voorgetrokken. En zeker niet omdat er geen nummerborden beschikbaar zijn met symbolen van andere godsdiensten.

Geen “ik geloof” of een kruis op de nummerplaat. Politiek en religieus gehannes over een paar letters en cijfers, leidt hier tot een hysterische aanval van Wilders en in de VS tot een rechterlijk verbod. Maar het kan ook leiden tot een kabinetscrisis.
In België ligt de regering overhoop omdat een minister opkomt voor de rode lettertjes. Ook België moet aan de invoering van de Europese nummerplaat en de staatssecretaris voor mobiliteit grijpt de gelegenheid aan nummerplaten met zwarte letters in te voeren.

Vicepremier Milquet stelt dat het volk zeer is gehecht aan de rood-witte kentekens en gaat dwarsliggen. De Europese regels verplichten immers niet de kleur van de letters te veranderen. Als het logo van de EU er maar op staat, dan is het al goed.
Hoe dan ook, de Belgische regering is hiermee alweer gewikkeld in onderlinge onenigheid.

Wie in België niks van dat gedoe wil hebben, kan zich
melden bij Dina (Dienst Inruilen Nummerplaat voor Abonnement). Gewoon afstand doen van je karretje, nummerplaatje inleveren bij ov-bedrijf De Lijn en een gratis jaarabonnement verkrijgen.
Dat zou een mooi statement zijn tegen rollenbollende politici: “U heeft het te druk met ruziën over cijfers en letters? Ge doet maar, reduceren wij ondertussen de CO2-uitstoot”.

Maar het is wel treurig gesteld met de vrijheid van nummerplaatjes. Je krijgt, als burger, van alles en nog wat opgedrongen. Postcodes, huisnummers, burgerservicenummers, het monopolie ligt bij de overheid. Daar hebben we eurocommissaris Kroes nog niet over gehoord.
En helemaal consequent is de overheid ook niet. Ik heb mijn huisnummerplaatje versierd met de letters HWI (hier woon ik) en dat mag weer wel. Al zou ik mijn huisdieren erop afbeelden, geen instantie die aan de bel trekt.

De woede van Wilders is de plaat voor zijn hoofd, die dat stukje vrijheid aan zijn zicht onttrekt.

DSB-geld terug? Dig it

DSB-geld terug? Dig it Nog voor Kerst zullen de meeste DSB-klanten (een deel van) hun geld terugkrijgen, dat nu nog vast staat op betaal- of spaarrekeningen van de gevallen bank uit Wognum.
Da’s mooi op tijd, want de eerste vertraging is al een feit. De aanvragen uit het depositogarantiefonds van de DNB (De Nederlandse Bank) kunnen pas eind deze maand worden gedaan en niet deze week, zoals eerder was aangekondigd.

De tweede vertraging is vandaag aangekondigd. De
DNB waarschuwt: “Let op: als u een schriftelijke aanvraag doet, zal de procedure langer duren en moet u langer wachten op een vergoedingsbesluit”
Waarom? Omdat het de bedoeling is met de DigiD de aanvraag te doen. De website die toegang geeft tot de digitale aanvraag wordt binnenkort geopend. Dat zal dus nog voor eind november moeten zijn.

Hoewel steeds meer Nederlanders (ruim 6 miljoen) een DigiD hebben, kan het voorkomen dat “e
r omstandigheden zijn waardoor u niet per computer en DigiD een aanvraag kan indienen”, aldus de DNB. Dat wordt dan een schriftelijk verzoek, maar of de gedupeerde DSB-klant dan nog een prettige Kerst zal hebben?

Er zijn sceptici ten aanzien van het digitaal contact met overheidsinstanties. Er kan natuurlijk iets fout gaan, zonder dat je dat achter de pc in de gaten hebt. Nu valt dat in de praktijk erg mee. De Nationale Ombudsman kreeg in 2008 nog maar
negen klachten. In 2007 waren dat er nog twintig. Niet veel op de 6 miljoen DigiD-houders.
De klachten betreffen vooral “de gebruiksonvriendelijkheid van de DigiD-aanvraagsoftware, het niet-ontvangen van een DigiD-activeringscode en de beperkte hulpverlening van de helpdesk”, constateert de Ombudsman.

Met betrekking tot veiligheid en service heeft de Ombudsman twee klachten nader onderzocht en geconcludeerd dat de overheid tekort schoot. Eén geval betrof de ex van een vrouw die de DigiD misbruikte om haar dwars te zitten. De andere zaak ging over een kwestie van naamsgeving waar de DigiD geen raad mee wist en waadoor de activeringscode te laat bij de eigenaresse aankwam.

Wat de veiligheid betreft:
dagblad Trouw publiceerde begin augustus een artikel, waarin Paul van Brouwershaven, technisch directeur van beveiligingsbedrijf Networking4all, proefondervindelijk had ontdekt dat 80 procent van de overheidssites beroerd omspringen met privacygevoelige gegevens. Formulieren waarmee je digitaal aanvragen kunt doen, zijn slecht beveiligd, waadoor het mogelijk is je burgerservicenummer kwijt te raken aan digitale boeven.
Volgens Paul van Brouwershaven heeft hij zijn bevindingen gemeld bij de overheid, maar heeft deze er nog niets mee gedaan.

Ja, waarschuwen. Dat wel. Een van de
veiligheidsadviezen van de DNB: “Vertrouw geen onbekenden ook al presenteren zij zich met een professioneel uitziende website en maken zij gebruik van bestaande adressen én personen”. Dus zoek eerst uit of je op de echte DNB-site zit.

Logisch dat niet iedereen popelt om aan de DigiD te gaan. Wellicht ook getraumatiseerde DSB-klanten. Je laat je niet één keer piepelen, toch? Dus volg je de oproep van de overheid zelf, voorzichtiger te zijn op internet. Misschien wel zo voorzichtig dat je internet mijdt, als het om belangrijke zaken als je geld gaat. Maar doe je een schriftelijk verzoek, zul je de kerstmaaltijd toch op een andere manier moeten zien te financieren.
Een veilige lening zoeken?

Krimpende boer zoekt breedte.

Krimpende boer zoekt breedte Per dag verdwijnen er 6 boerenbedrijven. In 10 jaar tijd is het boerenbedrijf met een derde gekrompen en zijn er nog 73.000 land- en tuinbouwbedrijven (tegenover ruim 104.000 in 1998). Toch wordt nog 57 procent van al het land gebruikt door boeren (zie bericht CBS).
De overblijvende boeren nemen blijkbaar landbouwgrond over van de afhakers. Maar die grond wordt wel minder gebruikt voor louter agrarische productie.

De boer zoekt het
in de breedte. Vooral de landbouwbedrijven schakelen geheel of gedeeltelijk over op andere manieren van inkomsten oogsten. De nevenactiviteiten zijn de laatste 10 jaar met ruim 34% gestegen en zijn dit jaar goed voor 22% van de totale boerenbedrijvigheid.
Het CBS komt met een top-10 van verbredingsactiviteiten. Absolute topper is agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Zo’n dikke 5700 bedrijven (bijna 8%) houden zich hiermee bezig.

Een aardige tweede is de verkoop van eigen producten aan huis. Krap gevolgd door agrotoerisme en het stallen van goederen of dieren. Elk goed voor ongeveer 3 procent van de agrarische activiteit
Op de 5e plaats staat loonwerk voor derden, ofwel het bijklussen bij de collega’s. Komt voor bijna 3 procent op het totale boerenbedrijf voor.
Dan volgen er nog wat nevenactiviteiten die voor 1 procent of minder deel uitmaken van het voortploegende werk der boerenstand. Verwerking van landbouwproducten op de 6e plaats, gevolgd door zorglandbouw, boerderij educatie, agrarische kinderopvang en aquacultuur.
(Voor een overzicht: zie deze excelsheet).

Hoewel de boer verbreedt, zoekt hij het op de eerste plaats in activiteiten dicht bij zijn eigenlijke professie. Natuur- en landschapsbeheer, de verkoop van eigen producten aan huis, loonwerk, verwerking van landbouwproducten en aquacultuur zijn bij elkaar goed voor 15 procent op het totaal boerenwerk.
Het overige bijklussen (toerisme, stalling, zorg, educatie en kinderopvang) beslaat niet meer dan 7 procent van al het werk. De boer houdt het dus vooral bij zaken waar hij het meest ervaren mee is.

Wat ontbreekt in het CBS-overzicht, is de
boer als energieleverancier. In 2005 produceerden ruim 2100 boerenbedrijven duurzame energie. Blijkbaar geen interessante optie want agrarische energielevering staat niet op het aandachtspuntenlijstje van de Taskforce Multifunctionele Landbouw.
Nu maak je, met de plaatsing van een paar bedden, veel makkelijker een zorgboerderij dan dat je een akkerbouwbedrijf omtovert tot “powerplant”. Toch zou deze optie onder het “vele kleintjes, maken een grote” kunnen vallen. Nader onderzoek alstublieft.

De boer als echte boer lijkt niet meer te redden. Met de instelling van de taskforce lijkt ook de regering daar vanuit te gaan. Het is wel een beetje eenrichtingsdenken. Waarom alleen boeren “verbreden”? Omdat je een gevallen bankier niet laat ploegen in de klei? Kunnen de halflege autofabrieken er niet wat andijvieteelt bijnemen?
Moeten we de boerenstand maar geheel afschaffen of weet u nog wat beroepen die agrarisch kunnen bijklussen?

15 jaar gelijke behandeling.

15 jaar gelijke behandeling Je moet niet alle schapen over een kam scheren. Dat staat, in formelere taal, in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Wat zegt u? Dat klopt niet? Daar kom ik zo op terug.
Minister Hirsch Ballin feliciteerde het land met de 15e verjaardag van de wet en de bijbehorende toezichthouder, de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).

In zijn feestrede opperde de minister nog eens zijn idee het gelijkheidsbeginsel op de schop te nemen. Hij vroeg de toehoorders of het wel zo goed is te “streven naar een samenleving waarin uiteindelijk geen onderscheid meer wordt gemaakt?” Is het wel verdraagzaam, zo stelde hij, “om datgene wat onlosmakelijk deel uitmaakt van iemands identiteit te verbannen naar de privésfeer?”

Prima vragen, want er zijn nog altijd mensen die menen dat het gelijkheidsbeginsel betekent dat iedereen hetzelfde zou moeten zijn. Maar de voorbeelden waarmee hij zijn vragen illustreerde, geven aan in welke richting de minster denkt. De gewetensbezwaarde trouwambtenaar en de gelovige die handen weigert te schudden. Hirsch Ballin pleit voor een “inclusive democracy, een democratie zonder feitelijke uitsluiting van mensen vanwege die elementen die tot hun identiteit behoren”.
Dat moet de oplossing zijn voor de haperende integratie. “Een heroriëntatie op het gelijkheidsbeginsel ons kan helpen deze problemen het hoofd te bieden”, aldus Hirsch Ballin.

Kent de minister de wet eigenlijk wel? De Algemene wet gelijke behandeling kent namelijk wel een aantal uitzonderingen. Zo heeft iedereen recht op werk. Werkgevers van religieuze signatuur mogen echter ongelovige sollicitanten of kandidaten van een andere religieuze signatuur weigeren.
Bekend voorbeeld is het Leger des Heils, stevige speler op het terrein van de Wmo en AWBZ-zorg en HKZ-gecertificeerd. Deze werkgever heeft dus subsidieverplichtingen en het kwaliteitscertificaat zou de beste zorg garanderen. Toch worden uiterst getalenteerde kandidaten de deur gewezen, als zij Jezus niet volgen.
Omdat er weinig over zal blijven van de christelijke identiteit van deze werkgever, is deze praktijk toegestaan.

Verder is de gelijkheidswet verre van compleet. Gehandicapten en chronisch zieken komen er niet in voor en voor leeftijdsdiscriminatie is een heel andere wet gebouwd. Die overigens ook door de CGB wordt gecontroleerd. Streng gecontroleerd zelfs. Als een bedrijf moet inkrimpen, dan is het niet zomaar toegestaan in een sociaal plan verschillende, leeftijdsgerelateerde regelingen op te nemen. Maar een jongere werknemer, met minder dienstjaren, moet niet klagen dat hij wat minder krijgt dan zijn oudste collega.

Schapen moet je niet over een kam scheren. Dat kan vervelende hygiënische gevolgen hebben. Maar gelijke monniken mogen wel gelijke kappen hebben. Dat is waar de wet gelijke behandeling hapert.
Minister Hirsch Ballin heeft groot gelijk dat er een heroriëntatie nodig is. Waarom christelijke organisaties toelaten op maatschappelijk uiterst belangrijke terreinen, terwijl ze de volle honderd procent kwaliteit niet kunnen garanderen, omdat zeer geschikte sollicitanten worden geweigerd?
En waarom worden organisaties van andere religieuze signatuur niet op die terreinen toelaten, omdat ze een geestelijke functionaris in dienst hebben, die zijn neus ophaalt voor handen van ongelovigen?

De wet is eigenlijk nog niet af en wordt lang niet altijd nageleefd. Sterker nog, in 1 op de 4 zaken waarin het CGB uitspraak doet, trekt een werkgever zich er niets van aan, zoals ook op Hirsch Ballin’s ministerie het geval is geweest.
Vijftien jaar is nog erg jong. Eerst de wet maar eens naleven en de hiaten vullen, voor een heroriëntatie de wet mogelijk verder uitholt?

Mantelzorg of dekmantel?

Mantelzorg of dekmantel? Morgen, op de dag van de mantelzorg, worden veel van de 1,6 mantelzorgers in het zonnetje worden gezet. Het “mantelzorgcompliment” zal hier en daar worden uitgereikt. De gelukkigen ontvangen 250 euro.
Staatssecretaris Bussemaker (VWS) zal ook de Nationale Mantelzorgprijs uitreiken. Die wordt toebedeeld aan een persoon of organisatie die mantelzorgers ondersteunt. De prijs: een kunstwerk en een oorkonde.

Mantelzorg begint een markt te worden. Eigen verantwoordelijkheid, zelfstandigheid, naastenliefde, allemaal dekmantels die de tekortkomingen van de zorg moeten verhullen. Het eerbetoon aan de mantelzorgers is een wel erg minimaal steuntje in de rug.
Voor alle duidelijkheid: ik heb niets tegen mantelzorgers. Zorgen voor elkaar is, neem ik aan, voor de meesten van ons volstrekt normaal. Als het nodig is, doen we het zo goed en zo lang als dat mogelijk is. Waar ik wel wat tegen heb is, onder de mantel der godsvrucht, ofwel die beruchte normen en waarden, van de zorg een markt voor vrijwilligerswerk te maken.

De meeste mantelzorg, en zeker dat stukje dat voor die beloning van € 250,- in aanmerking komt, is vaak heftig werk. Soms zelfs niet te doen zonder je baan op te zeggen. Het verlies aan inkomsten kun je dan wel uit het pgb (persoonsgebonden budget) halen, maar kom je na jaren zorg wel weer aan een baan?

De ruimte voor mantelzorg gaat kleiner worden,
denkt het SCP. In een in oktober verschenen rapport stelt het SCP dat “de beleidsdoelen 'meer en langer werken' en 'meer zelf zorgen voor zieke en gehandicapte verwanten' op gespannen voet met elkaar staan”. Ofwel: wie op zijn 60e al de zorg voor een erg zieke partner op zich neemt, heeft er dankzij de AOW-plannen zomaar twee zware jaren extra bij gekregen, als de partner lang genoeg doorleeft.
Het SCP stelt ook dat “er komen daardoor meer mantelzorgers met een geringere draagkracht en een grote draaglast”, omdat in de toekomst meer ouderen mantelzorg zullen verlenen.

In juni 2009 deed de
voorzitter van de SER een aantal suggesties om de mantelzorgers het wat makkelijker te maken. Onder andere door wettelijke regelingen op gebied van zorgverlof en arbeidsduurverkorting soepeler te hanteren voor mantelzorgers. Niet alleen wat duur betreft, ook wat de achteruitgang van inkomen.
Verder pleitte hij voor uitbreiding van de openingstijden van publieke diensten, om de combinatie van werk en zorg makkelijker te maken. Helaas vergat hij te vermelden dat in dat kader de voornemens to beperking van de koopzondagen ook wel naar de prullenbak kunnen (zie ook eerder artikel op dit weblog).

Een kunstwerk, een oorkonde en 250 euro? Als de staatssecretaris de mantelzorgers echt wil belonen, dan zou ze met substantiële wijzigingen in het kabinetsbeleid moeten komen.
Laten we ondertussen alle mantelzorgers sterkte toewensen.

Scheppen en knutselen.

Scheppen en knutselen Aanstaande dinsdag, 10 november houdt de Unesco weer de World Science Day for Peace and Development. Ofwel: een dag om te laten zien wat wetenschap bijdraagt aan een vreedzame en duurzame wereld (lees hier meer).
Dit jaar in het teken van de astronomie. Heel goed, je moet verder kijken dan je neus lang is. Of het wat oplevert? Ach, Jules Deelder dichtte al: het heelal, hoe verder men keek, hoe groter het leek.

Er zijn fraaie lijstjes van wat wetenschap ons aan moois heeft gebracht. De populaire overzichten halen wetenschap en knutselarij vaak door elkaar. Toevallig gevonden uitvindingen en diep doorwrochte vondsten, van de uitvinding van het vuur tot Einsteins’s relativiteitstheorie. Van de Romeinse waterwerken tot de waterkoker. Van Archimedes’ badkuip tot Niels Bohr’s atoommodel.

Het is prachtig om de
zeventig belangrijkste uitvindingen uit de oudheid eens op een rij te zien. Brian Fagan verzamelde ze en dat het vuur de Romeinse badhuizen mogelijk maakte, dat er onder stenen gereedschap ook al een naald met oog met viel, het laat zien dat één ontdekking grote gevolgen kan hebben.
Eigenlijk is het niet meer dan onderzoeken wat we met water, vuur en aarde kunnen. Geen idee wat de Romeinen zelf vonden van hun watersystemen en badhuizen, maar de moderne mens vindt nu de wc wel de belangrijkste uitvinding der mensheid. Het oeroude kleitablet is dik vergeten en nu staat de computer glansrijk tweede op de lijst van belangrijke uitvindingen (zie Trouw over een onderzoekje van BBC Focus magazine, uit 1997).

Hebben we dat aan wetenschappers, scheppers of knutselaars te danken? De uitvinder van boiler zou zonder Isaac Newton misschien nooit tot zo’n apparaat zijn gekomen. De techneuten die de kerncentrale bedachten, zouden zonder Niels Bohr nooit zover zijn gekomen. John Simmons kwam in 1997 met een
top 100 van wetenschappers, waar Newton, Einstein en Bohr de top drie vormen. De oude Griek Archimedes sluit de rij op de laatste plaats. Maar zouden we zonder zijn “eureka!” mammoettankers hebben gehad?

Uiteindelijk gaat het om de praktische toepassing van wetenschappelijke theorie. Klopt die theorie niet, of is de theorie te beperkt, dan krijg je falende toepassingen. De ontwikkeling van vuur naar Romeinse badhuizen en de hedendaagse centrale verwarming, heeft zich zonder de theoretische modellen van fysici nooit kunnen voltrekken. Het heeft comfort opgeleverd, maar ook de moderne ongemakken op gebied van milieu, waterbeheersing en klimaatperikelen.
De pijl en boog heeft zich ontwikkeld tot geavanceerde, computergestuurde raketten. De oorlogen zijn er niet minder mee geworden, noch doeltreffender. Mijns inziens allemaal het gevolg van teveel geknutsel met wetenschappelijke vondsten.

Rechtvaardigt die conclusie de keuze van de Unesco onze aandacht dit jaar maar eens op de sterren te focussen? In het aardse hebben we het niet gevonden, dus dan maar de lucht in?
Je weet maar nooit. In ieder geval is tot wetenschappers al lang doorgedrongen dat grensoverschrijdende wetenschap nodig is om een duurzame wereld in vrede te bereiken. Wetenschappers moeten ook buiten hun vakspecifieke kaders kunnen treden en samenwerken.

De nieuwe Archimedesen wentelen zich niet langer alleen in het water van hun eigen badkuip. Zal dat dè duurzaamste en meest pacificerende ontdekking aller tijden opleveren?
Dat zal afhangen van de vragen die tot nieuwe exploratie leiden. Je kunt concluderen dat de ontdekking van het vuur tot veel goeds en zeker tot veel kwaads heeft geleid. Dan zou een belangrijke vraag kunnen zijn: kunnen we zonder vuur?

Twee vragen tot slot.
Moeten de knutselaars zorgvuldiger omgaan met de wetenschappelijke theorieën? En: welke belangrijke vragen moet de wetenschap als uitgangspunt nemen voor de toekomst?

Diálogo lapsus linguae.

Diálogo lapsus linguae Ken je dat spelletje, waarin je in een paar stappen van een woord een geheel ander woord moet maken? Onze aanstaande koning is daar heer en meester in. Hij wil daar wel het alleenrecht op en waarschuwt zijn volk dat je van een garnaal geen walvis moet maken.
Hij had van een garnaal een klotewoord gemaakt. De koning als hofnar? Was het maar lollig bedoeld. Had hij maar een Mexicaanse getrouwd. Dan had hij zich niet versproken.

Verspreektaal. Geen bestaand woord. De betekenis hangt wel af van de beklemtoning. Verspréken is een taalfoutje maken. Vèrspreken doe je in het buitenland. En dan moet je vreselijk op je woorden letten. Dat heeft de kroonprins aan een ander over gelaten, met
alle gevolgen vandien.

Net nou hier de
Week van de Dialoog woedt, wilde de prins met de Mexicanen in dialoog over het water. Dat werd een diálogo lapsus linguae. Hopelijk verstaan de burgers hier elkaar beter tijdens hun lokale dialogen.
Mooi onderwerp zou de wet op godslastering kunnen zijn. D66 neemt het initiatief om het verbod op godslastering uit het wetboek van strafrecht te halen. God lasteren is grof taalgebruik, vinden sommigen, en dus fout. Anderen menen dat het onder de vrijheid van meningsuiting dient te vallen. Ik meen dat godslastering een abuisje is waar de taal vol van staat. Immers, hoe kun je iets benoemen, dat niet bestaat?

Het kan nog een leuke dialoog worden als de paus in gesprek gaat
met kunstenaars. Nederland wordt vertegenwoordigd door Kader Abdolah en Cees Nooteboom. Hopelijk beheersen zij het Katholieks beter dan de prins het Mexicaans.
Had de prins maar uit de Nederlandse literatuur geput. Een stukje uit Nooteboom’s “Rollende stenen, getijde”, had hij misschien foutloos vertolkt.

Het gaat in Rome lollig worden als de paus zich verspreekt. “Goemogge, meneerr Coos Neetebeem, dankoe voer die poésia”.
Coos Neetebeem? Da’s toch de man van:
“Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten
En zit in ‘t binnenst van mijn ziel ten troon
Maar verder ben ik helemaal gewoon,
Met haaruitval en spijsverteringsklachten”.

Dat wordt dan een dialogo confusione. “Nee, eerwaarde heiligheid”, begint Nooteboom, “ ik ben Coos niet , ik ben Cees”.
De paus, ineens flink drse P. in, volhardt en leest hem de les over de ongewoonheid van het goddelijke. Kader Abdolah springt bij om Nooteboom uit de brand te helpen. In zijn bekende, metaforisch taalgebruik, wil hij de dialoog een filosofische wending geven: “Kijk, hemelse hoogheid, laten we nu eens god als een garnaal zien”.

De paus ontsteekt in woede, roept de Zwitserse garde erbij, laat de Nederlandse schrijvers afvoeren, en roept in al zijn godentierendheid: ”Goedverdoeme, goedverdoeme, voer ze aan de walvissen!”
In Mexico kon men nog wel lachen om onze hoogheid die een garnaal naar de kloten hielp. Maar als de paus onze schrijvers naar de haaien helpt, verwacht ik dat Maxime Verhagen de paus in een dialogo furioso tot de orde roept.

Roeptoeters en rimpels.

Roeptoeters en rimpels Medialand zal nooit meer hetzelfde zijn? Een weblog die tot de publieke omroep toetreedt, een publieke omroep die een weblog begint. Wat heeft dat allemaal te betekenen?

Afgelopen dinsdag lanceerde de Vara het opinieblog
Joop.nl. Een website waar progressief Nederland zich kan vinden, hoewel naar politieke kleur niet wordt gekeken, aldus de redactie Het wil een veelzijdig, genuanceerd tegenwicht bieden tegen het aanzwellende rechtse geluid in diverse media.
Minister Plasterk, bang voor knettergekke vragen uit die rechtse hoek, beantwoordde het initiatief met het upgraden van weblog Geenstijl tot publieke omroep. Powned, het omroepinitiatief van Geenstijl krijgt zendtijd op radio en televisie.

Geenstijl is groot. Niet te vergelijken met welk weblog dan ook, qua bezoekersaantallen en de impact die het af en toe heeft. Dat kan ook als je een filiaal bent van een van de grootste kranten. Die trouwens ook een omroepafdeling mag beginnen van Plasterk.
De Vara, verzekerd van een plaats in de publieke omroep, pakt het omgekeerd aan en denkt haar reikwijdte uit te breiden met een groot weblog. Joop.nl verzamelt opiniemakers en heeft minstens twee weblogs bereid gevonden mee te werken.

Twee van mijn favoriete weblogs,
Sargasso en GeenCommentaar, mogen ammunitie leveren aan het tegengeluid van rechts. Nu zijn dat weblogs waarvan ik vind dat hun geluid zeker een groter publiek verdient, dus dat artikelen van deze blogs op Joop.nl zullen verschijnen is alleen maar goed.
Natuurlijk wil je als weblog een zo groot mogelijk bereik, maar omdat via deze gekozen weg te zoeken? Om volstrekt naïeve redenen heb ik daar gemengde gevoelens bij.

Voor dat u mij van jaloezie beticht: Ik ben zeer tevreden met de uiterst marginale positie in weblogland. Bij de start in 2006 had ik 1 bezoeker (mijzelf). Nu, drie jaar later, kan ik al op 3 vaste bezoekers rekenen. Een toename van 300% is een groei waar de huidige deplorabele economie watertandend naar staat te kijken.
Maar verder: wat hier wordt verkondigd, betekent niet meer dan een zuchtje wind, waar zichzelf respecterend water nog geen rimpel van vertrekt.

Sargasso en GeenCommentaar veroorzaken wel wat meer in de vijver. Terecht. En ze leveren wel degelijk tegenwicht tegen roeptoeters als Geenstijl. Het verschil tussen een rimpel en een storm in een glas water. Maar meewerken aan een roeptoeter van een wat andere signatuur?
Ik vind het doodzonde. Ik hou van onafhankelijke, tegen de stroom in roeiende pioniers. De steentjes in de rivier. De ploeteraars die de waan van de dag van geen commentaar voorzien. Die geen instituut willen zijn, noch tegen instituties aanschurken.
Tuurlijk, da’s een onrealistische, veel te romantische opvatting. Te treurig voor woorden, dus wat zit ik hier eigenlijk in te tikken?

Al die moeite, omdat ik meer heb met rimpels dan met roeptoeters?

Rekenfout in salarissen woningcorporaties?

Rekenfout in salarissen woningcorporaties Het ligt niet aan de rekenboekjes, het ligt aan de meesters en juffen dat er zo belabberd wordt gerekend in Nederland.
Klopt! We nemen elkaar vaak de maat, maar zelden correct. Om maar eens een voorbeeldje van realistisch rekenen te geven.

De kritiek op die methode kan naar de prullenbak,
volgens de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen). Of de kindertjes nou realistisch rekenen of traditioneel rekenen krijgen, het maakt niet uit voor het bereikte nivo. Eerder moet het didactisch peil van het onderwijzend personeel een worden nagecalculeerd.

Okee, roept het ministerie van Onderwijs, reken er maar op dat we dat zullen doen. De volgende onderwijshervorming staat in de steigers. De
Pabo gaat verbouwd worden, volgens staatssecretaris Bijsterveld. Haar collega Dijksma vindt, ondanks de conclusie van de KNAW, het realistisch rekenen wel erg dominant aanwezig in het rekenonderwijs. Door een andere berekening van de geldstromen toe te passen, wil ze andere methoden evenveel kans geven.

Afijn, er wordt al jaren beroerd gerekend. Een case uit de dagelijkse praktijk”de salarissen van directies en besturen van woningcorporaties. Even goed opletten allemaal, want het wordt nu best lastig tellen.

De VTW (Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties) en Aedes (vereniging van woningcorporaties) zeggen
in een persbericht dat bijna driekwart van de bestuurders zich aan de eigen salariscode houdt en een kwart toch nog een te hoge beloning krijgt.
Een kwart, da’s 25%. Bijna driekwart is (gokje) 74,9%. Over de resterende 0,1% valt verder niets te lezen.

In de pers komen we de volgende rekenkundige interpretaties tegen.
De NOS zegt dat ruim 30% zich niet aan de salariscode houdt. Het NRC stelt dat 1 op de 8 bestuurders meer dan de Balkenendenorm toucheerde. Da’s dus 12,5%.
Blijven opletten, ja?! Ook daar achter in de klas!

Het NRC wijst op een brief van minister Van der Laan, die vindt dat de salarissen boventrendmatig zijn gestegen. De Balkenendenorm van 181.000 euro vindt hij meer dan genoeg.
Het NRC wijst op het rapport van de VTW en Aedes, die bij hun onderzoek de Izeboudnorm van 232.000 euro als uitgangspunt namen. Ofwel: 51.000 euro meer dan de Balkenendenorm.
Opgave 1: in het NRC-artikel staat: “een directeur van een kleine corporatie kan dus minder dan de Balkenendenorm verdienen, maar wel boven de Izeboudnorm uitkomen”.
Okee, neem allemaal pen en papier en reken eens uit hoe dat kan.

Tweede opgave: In
het VTW-rapport (pdf!) staat dat 34% van de directeuren en 47% van de toezichthouders meer verdienen dan de bovengrens van hun eigen branchenorm. Van alle bestuurders zat gemiddeld 34% boven die norm.
Reken uit waarom de NOS op 30% komt en de NRC op 12,5%.

Het zouden zomaar twee voorbeelden kunnen zijn uit de methode realistisch rekenen. Ik geloof dat ik toch maar aan traditioneel rekenen vasthou. Eén plus één is twee en kan nooit drie of meer zijn. Een rekenmethode die heel wat crisis had kunnen voorkomen.

Opm: uw redacteur heeft niet meer dan Pabo op zak, Onvolkomenheden in de rekenopgaven zijn daarmee verklaard.

Jonge onderzoekers krijgen 36 miljoen euro

Jonge onderzoekers krijgen 36 miljoen euro Tegen een uurloon ter grootte van de gemiddelde voorrijkosten van een servicemonteur, kunnen jonge, pas afgestudeerde onderzoekers drie jaar verder met hun onderzoeken.
De NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) heeft uit 809 aanvragen 143 jonge wetenschappers geselecteerd, die elk 250 duizend euro krijgen. Volgens de NWO gaat het om jonge onderzoekers die “een opvallend talent hebben voor het doen van wetenschappelijk onderzoek“.

De aanvragers mochten hun onderzoeksvoorstel voorzien van een alinea waarin ze een eventuele benutting van hun onderzoeksresultaten konden uitleggen. Die toevoeging zou alleen in de beoordeling meegenomen worden, als dat het voorstel positief zou beïnvloeden. Van de 809 aanvragers hebben 700 die mogelijkheid aan gegrepen. Bij slechts 37 van de 147 toekenningen bleek de alinea van positieve waarde te zijn.

De manier van kiezen is aan de jury. Je kunt je afvragen waarom het niet verplicht is gesteld de benutting van de onderzoeksresultaten te motiveren. Wetenschappelijk onderzoek moet natuurlijk op de een of andere manier van waarde zijn voor de samenleving. Zo niet, dan is het aardig hobbyisme. Zo heb ik ooit, met de op een verjaardag verkregen chemiedoos, de meest fantastische experimenten gedaan. Maar het spreekt vanzelf dat alleen de verzekering er aan te pas kwam toen er het een en ander moest worden uitbetaald. Hetgeen tot opluchting van mijn ouders ver onder de 250 duizend euro bleef.

Gelukkig gaat het bij de NWO om serieus onderzoek. De NWO publiceert op de website een overzicht van de toegekende onderzoeken. Of die allemaal de 250 duizend euro waard zijn, omdat ze ons van nut kunnen zijn, valt hier en daar te betwijfelen. Soms omdat sommige onderwerpen al flink onderzocht worden, soms omdat het onderwerp nauwelijks enige maatschappelijke relevantie lijkt te hebben. Maakt niet uit, want het gaat erom dat van de geselecteerde jonge onderzoekers wordt verwacht dat ze met “
hun opvallende en originele talent” misschien tot onverwacht mooie en betekenisvolle resultaten komen.

Een aantal onderzoeken spraken tot mijn onwetenschappelijke verbeelding. Ik licht er een paar uit, omdat ze me op de eerste plaats “leuk” lijken. En ook een vaag idee heb dat we er op zijn minst stof tot verder nadenken mee kunnen krijgen.

Bijvoorbeeld het onderzoek van Dr. Bas van Leeuwen: Menselijk kapitaal in Europa. Uitgangspunt is dat algemeen wordt aangenomen dat onderwijs van belang is voor economische groei. De onderzoeker stelt dat stimulering van het onderwijs tijdens het socialisme niet tot hogere groei leidde. Daar wil-ie meer van weten.
Nu kan ik meteen wat mogelijke factoren bedenken, waarom onder het socialisme de economie niet groeide en die niet met onderwijs te maken hebben. Ik zou eerder focussen op dat menselijk kapitaal. Tegenwoordig zo fraai benoemt als human resource. Zoals met alle grondstoffelijkheden, hangen de resultaten sterk af van hoe je ermee omspringt. Human resource kun je ook uitputten, met alle vervelende gevolgen vandien. En vergelijkend onderzoek tussen socialisme en kapitalisme lijkt me leuker.

Nog eentje: Een positief gevecht tegen onrecht van dr. Martijn van Zomeren. De aanname hier is dat van collectieve acties tegen onrecht wordt gedacht dat die door de onderbuik worden gemotiveerd. Van Zomeren gaat uitzoeken of positieve emoties niet veel belangrijker zijn, “omdat ze hoop, optimisme en weerbaarheid opbouwen”.
Kijk, dat spreekt een ouwe hippie natuurlijk aan. Dat gechagrijn tegenwoordig van tegenbewegingen als de PVV en TON heb ik niks mee. Mede omdat uit die hoek nog wel eens wordt beweerd dat het positivisme uit de jaren 60 en 70 dit land heeft verziekt. Ik mag hopen dat Van Zomeren nu eens en voor altijd het tegendeel zal bewijzen.

Kijk eens in de NWO-overzichten (
alhier en aldaar) of er iets tussen zit wat jou tot de verbeelding spreekt.