Collectieve paniek! Geen nood, als de consument lijdt, kan hij zijn leed vermaken aan belangenbehartigers, die wel even een fikse schadevergoeding zullen regelen. Naast gerenommeerde belangenbehartigers als de Consumentenbond, de Nationale Ombudsman en vakbonden, bloeien er tal van nieuwe clubjes. Vaak gespecialiseerd rond een specifiek thema. Maar met het algemene kenmerk de gedupeerde consumenten rijker te maken.
Leedstichtingen. Zo noemt advocaat Jurien Lemstra ze, in het Financieel Dagblad. Juridische adviseurs die misbruik maken van consumentenleed. Ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Als voorbeeld wordt genoemd de advocaten die een belangenstichting oprichten en vervolgens zelf de processen voeren. Goed voor hun eigen boterham, maar ook een vorm van belangenverstrengeling. Reden om te pleiten voor een keurmerk of een gedragscode voor die zogenaamde leedstichtingen.
Waar heeft meneer Lemstra het over? Bedoelt hij Pieter Lakeman met zijn Stichting Hypotheekleed? Dat hij klanten van de DSB-bank opriep al hun geld op te nemen, mag als een kwalijke actie worden gezien, maar Lakeman zal daar zelf financieel niet wijzer van zijn geworden.
Misschien wel van die Stichting Hypotheekleed. Die beoogt mensen met probleemhypotheken te steunen. Wel met het oogmerk de verantwoordelijken tot schadeherstel te dwingen.
Of juist de Stichting Lakemanleed? Volstrekt onduidelijk wie daar achter zitten, maar als je je inschrijft en 10 euro dokt, garandeert de club wel een 100% schadeclaim aan de mensen die menen gedupeerd te zijn door Lakeman’s acties rond de DSB-kwestie.
Nog een recent bekend geworden voorbeeld: advocatenkantoor Morand. Deze firma specialiseert zich in tal van zaken waar de consument mogelijk wordt getild, zoals de misleidende reclame van de Staatsloterij. Daartoe richtte het advocatenkantoor de stichting Loterijverlies op. Verder lijkt men te grossieren in diverse vormen van collectief onrecht en heeft zelfs een stichting Meldpunt Collectief Onrecht in het leven geroepen. Naast de loterij kun je ook door liften getild worden en natuurlijk heeft Morand daar dus een stichting voor.
Belangeloos leedvermaak? Natuurlijk niet. Dus een goede zaak om de vrije markt van belangenbehartigers aan een gedragscode te onderwerpen?
Lijkt normaal gesproken niet nodig. Juridische bijstand kost een lieve duit. De meest vermogenden kunnen zich zeker op eigen kosten elke dure advocaat veroorloven. De minder draagkrachtigen kunnen een beroep doen op rechtsbijstand. Bij een aanvraag voor rechtsbijstand kan de beoordelaar kijken of je een bonafide advocaat in de arm hebt genomen. Zo niet, geen rechtsbijstand.
Dat werkt bij individuele zaken goed genoeg. Het gaat echter om zaken waar grote groepen burger gedupeerd zijn. Dan is het natuurlijk aardig om als groep een advocaat er bij te halen, want de individuele kosten worden een stuk lager. Werkt doorgaans ook prima. Behalve dan dat de uitkomst van zulke zaken vaak lang op zich laat wachten en zelden tot een 100% schadevergoeding leidt. Zoals in de zaak van Dexia Lease. De mensen die aan de collectieve afhandeling meededen, moeten het met een schikking doen. Degenen die daar niet aan meededen, moeten volgens een advies van de Hoge Raad het volle pond krijgen.
Ook de kwestie van een vals spelende Staatsloterij heeft de cliënten van advocaat Morand geen cent wijzer gemaakt. Een gedragscode zou dus op zijn plaats zijn. Maar dat kan soms een vodje zijn met wel heel weinig waarborgen. Dus een wettelijke regeling is misschien beter. De deken van de Nederlandse Orde van Advocaten wordt in het Financieel Dagblad geciteerd: “Als goede voorlichting onvoldoende helpt, kan een code uitkomst bieden. Of misschien moet ook worden nagedacht over regelgeving, zoals in het verleden is gebeurd bij de colportagewet”.
In kwesties als de DSB-bank, Dexia Lease en de Staatsloterij zou eigenlijk eerst de hebzuchtige burger zich eens wat beter moeten gedragen. Excuus voor dit morele vingertje, maar er zou heel wat uit te buiten leed minder zijn geweest als men zich meer had geconcentreerd op de kleine lettertjes dan op de fictieve bergen geld. Wie er dan nu opnieuw instinkt, in de hoop dat allerlei stichtingen hun collectieve leed kunnen omtoveren in een riante schadevergoeding, moet het zelf maar weten. Wat dat oplevert? De wijsheid alweer niet wijzer te zijn geworden.
Auteursarchief: Klokwerk
Snee met schilmesje uit polderonderbuik
Vandaag, 1 november, is de geboortedag van de Duitse kunstenares Hannah Höch. Inmiddels alweer 120 jaar geleden. Dadaïste en in haar latere jaren meer historisch realistisch. Een beroemd geworden werk uit die periode is de collage “Schnitt mit dem Küchenmesser Dada die letzte weimarer Bierbauchkulturepoche Deutschlands” (zie afbeelding linksboven, hier in grotere versie). Een turbulente tijd in de geschiedenis van Duitsland.
Omdat geschiedenis de eigenschap heeft zich te herhalen, vandaag een stukje herhaalkunst. Wat gepriegel van eigen hand, want anders krijg ik het met dit kabinet aan de stok, wegens het downloaden van andermans kunst. Het kabinet wil dat verbieden.
Als een zeer bescheiden hommage aan Hanna Höch en als een ode aan de hedendaagse chaos, presenteer ik u:
Voor een grotere versie klik hier.
Criminelen tot naturalisatie gedwongen?
Om te voorkomen dat het land afglijdt, wordt de glijdende schaal aangescherpt. Dat is zo’n beetje het antwoord van het kabinet op de wens van sommigen om alle criminele vreemdelingen het land uit te zetten. Om tegemoet te komen aan wat onderbuikgeluiden is tot een strengere aanpak van de criminele vreemdelingen besloten.
Daartoe wordt de glijdende schaal aangescherpt. Een instrument om de criteria te bepalen voor uitzetting van veroordeelde vreemdelingen. Hoe korter iemand in Nederland verblijft, hoe lager de strafmaat kan zijn, hoe langer iemand hier vertoeft, hoe zwaarder de opgelegde straf moet zijn, om tot uitzetting over te gaan. Grofweg: iemand die net een week hier is en meteen een rol pepermuntjes ontvreemd kan meteen terug gestuurd worden. Iemand die hier al twaalf jaar is, moet heel wat meer op de kerfstok hebben.
Het kabinet heeft onderzoek laten doen naar de effecten bij aanscherping van de regels. Het WODC (Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum) concludeert in het beschikbare rapport (pdf!), dat een aanscherping van de “naar schatting leidt tot iets meer beoordelingen”. Dat “iets meer” komt vooral voort uit de groep delinquenten die minder dan drie jaar hier verblijven.
Verder concludeert het WODC dat “de meerwaarde zeer bescheiden zijn, omdat er in de loop van 2002- 2008 steeds minder veroordeelde vreemdelingen zijn die nog maar kort een verblijfsvergunning hebben”.
Het WODC is niet over één nacht ijs gegaan. Eerst is over de periode 2002 – 2008 gekeken naar de huidige resultaten van de glijdende schaal. Om vervolgens de voorgestelde aanscherping nog eens los te laten op de doelgroep.
In de onderzochte periode kwam de WODC tot een onderzoeksgroep van 11.697 delinquenten (gemiddeld 1948 per jaar). Allemaal onherroepelijk veroordeeld. Je zou dus kunnen stellen dat politie en justitie aardig hun werk doen.
Toepassing van de huidige glijdende schaal leidt tot steeds minder uitzettingen. In 2005 kwamen ruim 300 delinquenten in aanmerking getoetst te worden, in 2007 waren dat er nog maar 32. Er zijn minder gegadigden waarop de criteria losgelaten kunnen worden, omdat er vrij weinig veroordeelde vreemdelingen het land uit- of instromen. De onderzochte populatie bouwt dus langer verblijf op en de meeste opgelegde straffen waren niet zwaar genoeg om binnen de criteria te vallen.
De huidige glijdende schaal levert tamelijk weinig verblijfsbeëindigingen op. Van de 11.697 delinquenten kwamen er 797 in aanmerking voor toetsing. Daarvan zijn er wel 485 het land uitgezet, maar slechts 28% daarvan op basis van de glijdende schaal. De overige 72% is op andere gronden uitgezet.
Aanscherping van de regels zou dus op zijn plaats zijn? Het kabinet vindt van wel. Belangrijkste wijziging van de regels: ook criminelen die langer dan vijf jaar hier verblijven, kunnen worden uitgezet. Het moet dan wel om veelplegers gaan, die herhaaldelijk een onvoorwaardelijke straf hebben gekregen.
Nogmaals, De WODC concludeert dus dat het weinig zin heeft. Het zal niet to veel meer uitzettingen leiden. Maakt niet uit, justitie en IND doen toch wel hun uiterste best mensen heen te zenden. In 2008 zijn er 7200 vreemdelingen gedwongen vertrokken. Die kregen niet de kans de crimineel te worden waar sommigen ze voor verslijten.
Maar goed, het kabinet kan het natuurlijk ook niet helpen dat strengere maatregelen nauwelijks effect hebben. Gewoon te weinig criminele vreemdelingen. Dat gegeven zal echter aan dovedemonimans oren gericht zijn. Hooguit wordt het kabinet verweten met deze maatregelen de boeven op het idee te brengen zich maar te naturaliseren. Zou dat het listige plan zijn? Genaturaliseerd betekent Nederlander. En wie zou nou durven roepen dat elke Nederlandse crimineel het land uitgezet dient te worden?
Stil verkeer onmogelijk.
We hadden al stil asfalt, stille banden, geluidschermen en 80 km-zones, nu krijgen we er een plafond bij. De ministerraad ging vandaag akkoord met een wetsvoorstel van minister Cramer (VROM) om geluidsproductieplafonds in te stellen.
Alle maatregelen voor stiller verkeer zijn blijkbaar niet voldoende. De toename van geluid door groeiend verkeer kan door de huidige wetgeving niet worden beteugeld. Het geluidsproductieplafond moet daar een einde aan maken. Rond rijkswegen en hoofdspoorwegen worden maximale geluidwaarden vastgelegd, die ook bij groei van verkeer niet overschreden mogen worden. Met de maatregel hoopt men een miljoen woningen beter te beschermen tegen geluidsoverlast.
Gek dat de huidige wetgeving niet opgewassen is tegen de toename van verkeer. Regeren is vooruitzien, toch? Laat wat ingenieurs voorrekenen hoeveel geluid je kan dempen met zoab, geluidschermen en verlaging van snelheden, gooit het samen met een prognose van de te verwachten verkeerstoename in een computer en dan moet er toch iets uitrollen waar je goed beleid mee kan maken.
Zo werkt dat niet. De huidige wetgeving is vooral van toepassing op wijzigingen van auto- of spoorwegen. Ofwel: het asfalt en de rails. Er is geen rekening gehouden met wat er aan blik en staal overheen zal denderen. Goed dus, dat daar nu wel wat aan wordt gedaan. Regeren kun je ook beter laat dan nooit.
De oorzaak van de stijgende geluidsoverlast wordt dus toegeschreven aan de toename van het verkeer. Dat is lastiger aan te pakken dan het plaatsen van extra en betere geluidschermen, het bepalen van snelwegpanorama’s als geluidsbuffer of de campagne voor stille banden nog eens nieuwe leven in te blazen.
Hoewel er aan de elektrische auto nog wat nadelen zitten, is het voor het geluid heel aardig dat het kabinet 65 miljoen euro gaat besteden aan versnelde invoering van dat vehikel. Het gezoem van die auto’s kan de geluidsoverlast flink reduceren.
Grote vraag is: wat gaat de maximale waarde van een geluidsproductieplafond worden? In de huidige Wet Geluidhinder (pdf!) staat dat de geluidbelasting, veroorzaakt door de aanwezigheid van een weg, op de gevel van een woning niet meer dan 48 dB mag zijn. Ter vergelijk: gehoorschade treedt op bij 80 dB, verstoorde nachtrust bij 50 dB.
Het ministerie van VROM legt in haar FAQ uit dat een drukke verkeersweg op 10 meter afstand al 80 dB produceert. In diezelfde FAQ meldt het ministerie dat bij de geluidsdoelstellingen voor wegverkeerslawaai bij woningen nergens meer dan 70 dB te horen is.
Daar worden we niet wijzer van 48 of 70 dB? Wat al niet haalbaar is bij een drukke verkeersweg.
Het zou mooi zijn als het nieuwe geluidsproductieplafond de 48 dB als maximum stelt. Liefst nog een paar decibelletjes minder. Maar dan zullen er niet alleen meer en betere geluidsdempende voorzieningen moeten komen. Zolang heel het land niet in elektrische auto’s rondtuft, zal ook de toename van het verkeer zal ingedamd moeten worden. En da’s natuurlijk niet goed voor De Economie. Ik verwacht dat het geluidsproductieplafond de maximale geluidslast rond de 48 dB zal houden. Waarmee er weinig essentieels is veranderd.
De sprookjes van de week.
Het is al de hele week sprookjesfestival. Sprookjes zijn verhalen, die in gecodeerde vorm aspecten van de werkelijkheid verbergen. Nu lijkt de werkelijkheid ook wel eens verborgen sprookjes te bevatten. Even een moment om naar de sprookjes van deze week te kijken.
Geen idee of het opzet was, maar twee hoofdstukken uit het sprookje van de Mexicaanse griep, sprookjes zijn deze week gecorrigeerd. Allereerst dat aangrijpende hoofdstuk, waarin een van de hoofdpersonen overlijdt aan de griep, die als een vloek over het land waart. Het genoemde prinsesje blijft in het sprookje wel dood, maar is niet overleden aan de vloek. Waaraan dan wel, blijft voorlopig in nevelen gehuld, zoals dat in sprookjes betaamt.
In een ander hoofdstuk probeert een wonderdokter het land te redden door mensen tegen de vloek te vaccineren. Heel het volk gelooft het, maar de dokter blijkt een kwakzalver te zijn, die met botte naalden menig huidzweertje veroorzaakt. Ook dat bleek een sprookje in een sprookje. De dokter heeft toch de goede spullen in huis en de naalden blijken prima in orde.
Er is zo’n groot aanbod aan sprookjes, dat je makkelijk de een met de ander verwart. Lees je de titel “Woedende Bos gaat boetes uitdelen na verlies”, denk je al gauw dat de schatkistbewaarder eindelijk de boze banken van katoen gaat geven. Het blijkt echter om een stel lummelende voetballers te gaan, die hun zuurverdiende centjes moeten inleveren bij de in toorn ontstoken trainer.
En dan is er ook nog het sprookje van de koning, die maar niet wil vertrekken. Heel zijn volk staat voor de nieuwspoorten van het paleis staat te wachten op de mededeling dat de koning zijn nationale zetel gaat verlaten, om plaats te nemen op een Europese troon. De koning, een ware meester in het aan het lijntje houden van zijn onderdanen, verschijnt af en toe op het balkon en roept: “Ik ga niet, hoor!”
Zomaar een greep uit de verhalen van het sprookjesfestival. Welke sprookjes vindt u opmerkelijk?
Geen redding voor haantjes.
Trage overheid? Welnee. Wordt er een motie ingediend, krijg je binnen 2 maanden antwoord en wordt een onderzoek beloofd. Vervolgens heb je binnen de volgende 9 maanden het antwoord op je bord: een stukje kip met een omeletje ernaast. Je had gevraagd om een omeletkip, maar die kan niet worden geleverd.
De combinatiekip. In februari was hier al een fantasietje te lezen over dit veelzijdige en duurzame stukje vlees. Om de zinloze dood van zo’n 30 miljoen jonge haantjes per jaar te voorkomen, diende Ernst Cramer (CU) in december 2008 een motie in en vroeg minister Verburg uit te vogelen of er kippen gefabriceerd konden worden die zowel als een prima legbatterij als een uitmuntend vleesproducent kunnen functioneren.
Nu zijn die functies gescheiden in legrassen en vleesrassen. De haantjes van legrassen worden massaal vernietigd. Om nutteloos gebruik van kippenvoer te voorkomen, natuurlijk.
In februari van dit jaar beloofde de minister een haalbaarheidsstudie en die is nu afgerond. Verbrug schreef meteen een brief aan de Kamer (pdf!) en deelde mee dat de combinatiekip niet op grote schaal mogelijk kan worden gemaakt. Combinatiekippen zijn te duur en niet goed voor het milieu. Bovendien lijkt de consument, hier of elders in Europa, de haantjes van combinatierassen niet te op het menu te willen. Aldus de minister.
De WUR (Wageningen Universiteit en Research centrum) heeft in het onderzoek vijf combinatierassen vergeleken met de leg- en vleesrassen en kwam tot de conclusie dat die laatste veel efficiëntere producenten zijn dan hun combi-genoten.
Citaat uit de brief van Verburg: “Hennen leggen vanuit een oogpunt van voergebruik en milieubelasting efficiënt eieren als ze veel eieren kunnen leggen bij een laag volwassen gewicht. Pluimveevlees wordt efficiënt geproduceerd als de kuikens in relatief korte tijd het slachtgewicht (circa twee kilogram) kunnen bereiken. Dit is alleen mogelijk wanneer de ouders van de vleeskuikens juist een hoog volwassen gewicht kunnen bereiken. Een hoog volwassen gewicht gaat echter weer samen met een relatief lage eiproductie. Het produceren van eieren en vlees met eenzelfde ras gaat derhalve gepaard met een fors hogere milieubelasting en fors hogere kosten in vergelijking met de gespecialiseerde leg- en vleesrassen. Dit verschil kan variëren van 50 tot 100%”.
Daar komt dan nog bij dat het vetmesten van haantjes voor consumptie niet rendabel lijkt. De minster schrijft: “Gelet op de huidige culinaire traditie in Nederland en naburige landen, de beperktewaardering van de slacht- en eetkwaliteit van deze dieren en vergeleken met de ontwikkeling van de (dalende) consumptie in Italië, schat de WUR de marktkansen voor dergelijke aantallen minimaal in”.
Jammer voor de haantjes van legrassen. Die blijven dus een heel kortstondig leven houden en blijven hooguit dienstbaar als voer voor dierentuinbewoners.
De CU haalt bakzeil. Hoewel minister Verbrug toch dezelfde religieuze principes er op na houdt als de CU, is ze niet gevoelig gebleken voor het argument dat het niet de goddelijke bedoeling is, levende schepsels ter wereld te brengen, louter om ze zo snel mogelijk te doden.
Vooralsnog mogen we blij zijn dat de coalitie het onderling wel eens is dat voor het menselijk leven andere principes gelden. Bijvoorbeeld dat ook jeugdige haantjes van 18 tot 20 jaar niet langer moet sneuvelen in Afghanistan.
Wet beloning topfunctionarissen
Tot 23 november kun je je bemoeien met de beloning van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Minister Ter Horst heeft het wetsontwerp op internet gegooid en op internetconsultatie kun je reageren (zie ook het persbericht).
Natuurlijk gelijk gekeken in het wetsontwerp (pdf!) wat ministers, burgemeesters, directeuren van ziekenhuizen en energiebedrijven mogen verdienen: niet meer dan de Balkenende norm.
In artikel 2.2 staat het allemaal beschreven. Het daadwerkelijke loon mag hoogstens € 181.773 zijn. Een weekloon van bijna 3500 euro.
Daar komt een maximale en belastbare onkostenvergoeding bij van € 15.685 (ruim 300 euro per week) en een verhoging voor de pensioenbijdrage van € 28.771 (wekelijks 533 euro).
Een totaal van € 226.229 ofwel een weekgage van 4350 euro.
De artikelen 2.3 tot en met 2.5 geven wel ruimte de normering te verhogen. Onder andere als “de bijzondere arbeidsmarktomstandigheden een hoger bedrag rechtvaardigen”.
De minister kan tot zo'n verhoging besluiten, mits dat “in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad” is. Waarmee de topsalarissen onderwerp van ’s lands politieke grillen kunnen worden.
Topambtenaar Roel Dekker liet eerder weten dat onverstandig te vinden. Jawel, het salaris van een minister-president mag door een politiek besluit tot stand komen, maar dat moet je niet toepassen bij ambtenaren en functionarissen in de publieke sector. Je moet geen politieke norm introduceren in professioneel gebied. Beter lijkt het Roel Dekker de ambtenaren naar prestatie te belonen.
Lijkt mij ook prima van toepassing op de salarissen van ministers en Kamerleden.
Ook wordt in bepaalde kringen gevreesd dat de nieuwe norm geschikte kandidaten voor topfuncties zal afschrikken. Dan zou je dus dubbel armoe in topsferen krijgen: onbekwame functionarissen die voor een fooi moeten werken.
Welke argumenten je ook hebt om voor of tegen deze wet te zijn, je kunt ze nu dus kwijt via internetconsultatie. Laat hier weten of je daar gebruik van gaat maken en zo ja, wat heb je daar aan reacties hebt achter gelaten?
Jezus is terug op aarde.
Jezus is terug op aarde en hij heet NBIC. Deze keer niet geboren uit een Jozef en Maria, maar voortkomend uit het huwelijk van “Atom and Eve”. Hoogleraar theologie Oomen voorspelt in het Reformatisch Dagblad een toekomst waarin de verlossing van NBIC-convergentie zou kunnen komen.
NBIC (nano, bio, info, cogno) laat “doven horen, lammen bewegen en blinden zien”, stelt de hoogleraar, die vorige week een toespraak hield op een congres met de intrigerende titel: ”Voor schepper spelen op de vierkante nanometer”.
De vermenging van nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie en neurowetenschappen, biedt perspectief op oplossingen die verder gaan dan een pacemaker of een kunstheup. Dat is nog grof werk vergeleken met chips die doven gehoor teruggeven of minuscule deeltjes die door het lichaam zweven en een alarmsignaal afgeven als de eerste kankercel wordt gedetecteerd.
Waar Jezus, volgens de overlevering, met een enkel handgebaar lammen liet lopen en blinden liet zien, stormt nu een vloedgolf aan technologieën op ons af, die even heilzaam lijken als de wonderbaarlijke genezingen.
Hoogleraar Oomen stelt dat de voortschrijdende technologie de mens uiteindelijk tot een cybernetisch organisme kan maken. Een toekomst waar voordelen aan zitten, maar waar nog veel over onbekend is. En dus “moeten we geen ontwikkelingen in gang zetten waarvan we de gevolgen niet overzien”, meent hoogleraar Oomen.
Tja, een waarschuwing die helaas te laat komt voor De Schepper zelf. Had die de gevolgen overzien, zou de oervader van de maakbaarheid misschien met zijn tengels afgebleven zijn van de atomen, moleculen en chemicaliën, die tot het aardse tranendal hebben geleid. Enkele verdwaalde nanodeeltjes goddelijke scheppingskracht moeten in de mens zijn achtergebleven. De drang tot maakbaarheid is een verschijnsel waar we tot op vandaag nog steeds mee moeten leren leven.
De angst dat de mensheid ooit meer techniek dan vlees en bloed zal zijn, leidt tot interessante discussies. Zal het onze ethiek veranderen? Hebben we nog wel keuzevrijheid? We zullen het pas weten als het zover is.
Maar zou het erg zijn als bekende menselijke eigenschappen veranderen? Als de techniek ons kan verlossen van menselijke falen, zou dat mooi zijn. Het lijkt me echter godsonmogelijk, omdat techniek nu eenmaal een product van menselijk handelen is.
Hoogleraar Oomen jubelde nog: “De mens moet als beeld van God de aarde bewerken, niet als rentmeester, maar als medeschepper”. Aardige vergelijking. De schepping heeft geen volmaakt product opgeleverd.
Kan de mens het beter doen dan god?
Het was me het nachtje wel.
Wie in duisternis leeft, heeft natuurlijk moeite met het licht der realiteit. Fout! Duisternis is ook een realiteit en mollen hebben daar geen enkele moeite mee.
Hm, een rommelig begin van dit stukje. Nou heb ik wel een goed excuus: mijn bioritme ligt overhoop. En laten we wel zijn, wat is een mens zonder een perfect lopend bioklokje?
Het is ook helemaal mijn eigen schuld. Ik wilde de Nacht van de nacht meemaken. Het idee had tussen mijn oren post gevat, dat ik zo ook eens een wezenlijke bijdrage kon leveren aan duurzaam energiegebruik. Ik zou meedoen aan een klimaatneutrale overgang van zomer- naar wintertijd.
Dat werd een puinhoop. Controlfreak als ik ben, eerst eens uitgezocht wanneer de zomer precies eindigt. De google-intelligence liet me weten dat de zomer allang voorbij was! Wanneer was niet duidelijk. In augustus, maar het kon net zo goed in september zijn geweest.
Dan maar opgezocht wanneer de winter begint. Resultaat? Het is helemaal geen winter! We zitten volop in de herfst.
Om er toch een mooie Nacht van de nacht van te maken, heb ik voor de zekerheid alle lampen uitgelaten toen de schemering viel. Er moest nog meer uit. Dat viel nog niet mee, want de hond was daar niet zo blij mee. Als ik de hond uitlaat, zijn we normaal gesproken met zijn tweeën. Nu heb ik ook de televisie en de pc uitgelaten. Dat vond de hond teveel.
Verder leek het wel een mooie nacht te worden. Tot ik me herinnerde dat om 3 uur de klokken een uur terug gezet dienden te worden. Maar in het pikkedonker was natuurlijk niet te zien hoe laat het was. Awel, op mijn gevoel het tijdstip bepaalt en op de tast alle vijf de uurwerken gezocht. Het leverde een paar blauwe plekken op. Het menselijk geheugen is een mooi ding, maar raakt in het duister aardig ontregelt. Ik schatte de plaats van tafels, stoelen en de hond net verkeerd in.
Maar het lukte redelijk, dacht ik, en vond het toen wel de hoogste tijd om te gaan slapen. En nu, op deze nieuwe dag, met een lekker licht zonnetje, ben ik weer helemaal bij de tijd.
Fout! De twee klokjes met ouderwetse wijzers staan bijna goed. De andere drie leven op heel andere, verschillende tijden. En mijn bioklokje zegt dat het half twaalf is, maar daarmee loop ik nu dan een uur achter. Had ik de zomertijd maar niet zo serieus genomen!
En voel ik me nou zo uitgeput omdat ik een doorwaakte nacht van de nacht heb doorgemaakt? Dan heeft de energiebesparing geen enkele zin gehad, want je kunt de klok erop gelijk zetten dat ik van slaaptekort en minder daglicht depressief wordt. Hetgeen verholpen wordt met een uurtje per dag voor een lichtscherm te gaan zitten. Klimaatneutraal depressief zijn, zit er voorlopig nog niet in.
Of ben ik van slag door dat zomer- en wintertijd gedoe? Dan is er nog hoop. De een zegt dat je er hooguit een weekje last van hebt, een ander wijst er op dat het einde van de zomertijd goed is voor je hart.
Eén ding is me wel weer duidelijk geworden. Wie, zoals ik, leeft in de donkere grotten der onwetendheid, raakt alleen maar ontregeld als die wordt bijgelicht over al die echte en kunstmatige zomers en winters, over het nut en onnut van lichtloze nachten en het verzetten van klokken.
Wie het lumineuze idee er doorgedrukt heeft, om de uurwerken om 3 uur ’s nachts te ontregelen mag wat mij betreft aangeklaagd worden wegens schending van de rechten van de mens op een gezonde nachtrust. Nu zitten we weer dagen opgescheept met een Europees slaaptekort. Dat kan toch niet goed zijn voor de economie?
Ik ben wel nieuwsgierig hoe u de nacht van de nacht en de transitie van zomer- naar wintertijd heeft doorstaan.
Eerdere tijdsperikelen op dit blog te lezen in Zondagsrust (maart 2008), Wakker worden (oktober 2007) en De mythe van tijd (december 2007).
Meer bevolking, minder bouw?
Gisteren presenteerde het ministerie van VROM (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) het rapport “Verkenning effecten stimuleringsmaatregelen rond de woningbouw” (zie dit pdf-document uit de kamerstukken).
Het gaat niet goed met de bouw. De productie daalt en de komende jaren gaat het nog slechter. De regering probeert dat met diverse stimuleringsmaatregelen tegen te gaan.
Dat mag ook wel. Niet alleen om de werkgelegenheid in de bouw te redden, maar vooral om te zorgen voor voldoende woningen. De bevolking groeit namelijk wel en het aantal huishoudens neemt ook toe. De bouwproductie neemt echter af. In alle sectoren: nieuwbouw, utiliteitsbouw (bedrijfsgebouwen) en GWW-bouw (grond-, water- en wegenbouw).
De productie in die laatste sector daalt echter het minst. Volgend jaar wordt een productiekrimp van -3,5 procent verwacht, terwijl de nieuwbouw met -13,5 procent daalt en de utiliteitsbouw met -19 procent.
Vanaf 2011 zet de productiedaling door, maar stukken minder dramatisch. Pas in 2014 wordt een stijging van de bouwproductie verwacht. De vraag is of dan voldoende inhaalslag gemaakt kan worden om het toegenomen aantal huishoudens (een gemiddelde stijging van 0,8 procent) te huisvesten.
(Cijfers in deze excelsheet bijeengebracht)
Zolang er genoeg woningen en bedrijfspanden leeg staan om de groei van huishoudens en bedrijvigheid te huisvesten, is dat geen ramp. Maar vooralsnog zijn er meer lege bedrijfsruimten dan lege woningen. Moeten starters op de huizenmarkt nog jaren bij moeders en vaders thuis wonen, voor ze op eigen benen kunnen staan?
En waarom daalt de productie in de grond-, water- en wegenbouw zo veel minder dan in de nieuwbouw?
Kijken we naar de stimuleringsmaatregelen van de overheid, dan zie je dat er wel degelijke veel meer geld in nieuwbouw wordt gepompt, dan in wegenbouw. Het helpt echter niet de huizenbouw op korte termijn te versnellen. Verhoudingsgewijs kun je stellen dat de miljoenen die naar nieuwbouw gaan, veel minder effectief zijn, dan de euro’s die aan wegenbouw worden uitgegeven. Sterker nog, dat rendeert veel eerder dan bij de nieuwbouw, hetgeen te zien is in deze samenvatting van de cijfers. (In procenten: de bevolking- en huishoudens in de 2e en 3e kolom en de bouwproductie in kolom 4 t/m 6; de stimuleringsmaatregelen in de laatste kolommen, uitgedrukt in miljoenen euro's).
| Bevolkings- | Huis- | Nieuw- | Utiliteits- | GWW- | Nieuw- en | GWW- | |
| toename | houdens | bouw | Bouw | Bouw | utiliteitsbouw | bouw | |
| 2009 | 0,9 | 1,0 | -10,5 | -8,0 | -3,0 | 315 | |
| 2010 | 0,8 | 0,6 | -13,5 | -19,0 | -3,5 | 1600 | 200 |
| 2011 | 0,8 | 0,7 | -2,0 | -1,5 | 1,5 | 1215 | 200 |
| 2014 | 1,3 | 0,7 | 6,0 | 4,0 | 1,5 | -820 | -165 |
| Gem. | 1,0 | 0,8 | -5,0 | -6,1 | -0,9 | 782,5 | 100,0 |
Het probleem is complex. Want in de toch al volle Randstad, zal het aantal huishoudens veel sterker groeien, dan in ander delen van het land. Daar is eerder sprake van een krimpende bevolking (zie ook de Ruimtemonitor). De oplossing zou dus kunnen komen van stimuleringsmaatregelen, die leiden tot een betere spreiding van alle inwoners. In het verleden waren die niet zo succesvol. Er werden wel wat overheidsdiensten naar het noorden en zuiden van het land verplaatst. Het heeft echte de krimpprognoses voor die gebieden niet erg positief beïnvloedt.
Maar goed, zou het helpen als er een flinke schep afging van de stimuleringsmaatregelen voor de GWW-bouw en die overkiepen naar de nieuwbouw?
