Auteursarchief: Klokwerk

KOT-kinderen

KOT-kinderen Die jeugd van tegenwoordig toch. Wat een mensengeschiedenis lang een probleem is, heeft nu meer dan ooit de aandacht.
In 2007 werden er 10.600 kinderen onder toezicht gesteld, waarmee het totaal aantal op 29.500 Kinderen-Onder-Toezicht kwam. Volgens
het CBS is dat ruim 40 procent meer dan zeven jaar geleden.

Ongeveer 0,8 procent van alle minderjarigen zijn dus van die KOT-kinderen. Dat valt nog mee, als je bedenkt dat er 350.000 kinderen onder de armoedegrens worden groot gebracht en dat een half miljoen kinderen om overwegend financiële redenen sociaal zijn uitgesloten. Dat wil zeggen: ze zitten niet op sport, muziekles of wat voor club dan ook (lees meer over maatschappelijke participatie van kinderen, in persbericht van het SCP).

Een woordvoerster van het Jeugd Cultuurfonds zegt dat die sociale uitsluiting helemaal niet nodig is. Gemeentes krijgen wel geld voor armoedebestrijding, maar veel daarvan komt niet bij de kinderen terecht, stelt het vorig jaar opgerichte Jeugd Cultuurfonds.
De regering heeft eind 2007 besloten voor 2008 en 2009 veertig miljoen per jaar aan de gemeenten om deelname van arme kinderen aan maatschappelijke activiteiten te bevorderen. In een brief aan de Tweede Kamer zei de toenmalige staatssecretaris Aboutaleb dat begin 2008 nadere afspraken over de besteding van dat geld zouden worden gemaakt.
Inmiddels is de staatssecretaris vervangen door mevrouw Kleinsma en die wisseling van de wacht zal wel voor enige vertraging hebben gezorgd. De kinderen moeten nog heel eventjes wachten voor ze zich kunnen aanmelden om zich onder toezicht van een sportmees of muziekjuf te stellen.

Klagen via de dertigjarige Kindertelefoon zal niet veel helpen. Maar dat ligt ook een beetje aan de kids zelf. Zo'n dertig jaar waren gezinsproblemen nog het meest voorkomende gespreksonderwerp. Nu gaat het vooral over seksualiteit.
Betekent die verandering dat kinderen falende ouders een zo vanzelfsprekend en onoplosbaar probleem zijn gaan vinden, dat ze zich liever op hun eigen, intieme vragen richten? Of vermijden ze het onderwerp omdat ze om zich heen zien hoe het ene na het andere vriendje onder toezicht werd gesteld?

De Kindertelefoon heeft een directe verbinding met Jeugdzorg, die alleen ingeschakeld kan worden als het kind dat zelf wil. Maar goed, misschien is zo'n kind paranoia genoeg om te bedenken dat zijn dataverkeer wel eens gevolgd kan worden door een van de Rouvoet-brigades. Met het risico dat Jeugdzorg ineens voor de deur staat, want die wil niet opnieuw afgerekend worden op verdenking van ontoereikend toezicht.

De jeugd heeft de toekomst, is een wijsheid die alleen al door de vergrijzing achterhaald is. Maar wie daar nog in gelooft, zal moeten investeren. De regering zou dus met spoed de gemeentes moeten aanmanen de 80 miljoen voor 2008 en 2009 volledig aan de arme kinderen te besteden. Wellicht scheelt dat een paar KOT-kinderen.

Nederland rommelmarkt

Nederland rommelmarkt “De ruimtelijke inrichting van Nederland verandert, dat is zeker. Maar om te weten of zij rommeliger wordt, moet je voor ogen hebben hoe Nederland eruit behoort te zien”. Dat zei Wim Derksen, directeur van het Ruimtelijk Planbureau, in een artikel van de VNG in 2007.

Misschien moet dat anders worden geformuleerd worden. De rommeligheid van het Nederlandse landschap wordt bepaald door wat iemand zich voor zijn ogen ziet afspelen. Zo vindt minister Cramer, verantwoordelijk voor Mooi Nederland, een snelweg natuurlijk niet het fraaiste element van het landschap, maar het is wel de locatie van waaruit je een mooi uitzicht hebt op zeer gewaardeerde panorama's.
Ze schreef een burgerraadpleging uit en distilleerde daar een top-tien van de
favoriete snelwegpanorama's die door filerijders zijn aangewezen. Behalve de Veluwe, werden ook de Moerdijkbrug, de Brienenoordbrug en de Afsluitdijk bestempeld als hemelse uitzichten.
Ook
vier provinciale bestuurders deden mee. De commissarissen der koningin kozen natuurlijk voor hun eigen provinciale asfalt, waar nog aardig wat natuur langs ligt.

De gezamenlijke Provinciale Milieufederaties doen de burgerraadpleging nog eens over. Tot juli kun je stemmen op één van de zes genomineerde rommeligheden in jouw provincie. Op de website verknipt landschap konden burgers plekken melden die hun een doorn in het oog waren. Tevens kon met oplossingen aandragen om die rommel op te ruimen. In oktober willen de Provinciale Milieufederaties aan de slag met het opschonen van de meest verrommelde plekken.

Hoewel minister Cramer met 13 miljoen euro zuinig ruimtegebruik wil stimuleren, verrommeling wil tegengaan en mooiere steden en landschappen wil creëren, vinden de Provinciale Milieufederaties dat de bestaande verrommeling ons landschap blijft ontsieren en ontstaat er nog steeds nieuwe verrommeling. Ze vinden het hoog tijd dat de verrommeling van Nederland echt wordt aangepakt en opgeruimd.

Wie wil stemmen moet op de website op een wat ingewikkelde manier de genomineerde plekken zien te vinden. En dan zie je dat er net zo verschilend over rommelig landschap wordt gedacht, als voer snelwegpanorama's.
Zo wordt een
bouwlocatie bij Pijnacker (Zuid-Holland) een lastige puinhoop gevonden, die met geluidswallen en schermen aan gehoor en gezicht onttrokken zou moeten worden. Een recreatiepark in het Lauwersmeergebied (Friesland) mag nog zulke fraaie bungalows hebben, maar het aantal moet beperkt worden. In Zeeland zouden de borden weggehaald moeten worden, die actievoerders van de Groene Leugen in de akkers hebben geplaatst. De Groene Leugen is een initiatief van ondernemers die zich zwaar gehinderd voelen door milieuorganisaties.

Tja, de een zijn rommel is de ander zijn brood. Nederland is zo klein dat het niet veel moeite moet kosten het een beetje netjes te houden. Toch is dat tot één van de belangrijke problemen van dit land gebombardeerd.
Werken, recreëren en natuurbehoud moet samen gaan. Dat wordt dus puzzelen op de vierkante centimeter. En hoe lovend het ook is dat minister Cramer en de Provinciale Milieufederaties de burger raadplegen, zo kom je er niet uit. De “wisdom of the crowds” werk hier niet. Iemand die de Randstad ontvlucht om landschappelijk te gaan wonen, ziet natuurlijk liever geen loods van een betonbedrijf naast zich. En de boer, hij ploegt voort en ziet zijn akker niet graag onder water gezet.

Is Nederland te klein voor natuur? Of moeten we “rommel” tot onze natuur rekenen?

Religieuze fusie of overname?

Religieuze fusie of overname? De paus is onnavolgbaar. Ik bedoel: hij wordt wel door de media op de voet gevolgd op zijn bedevaart in het Midden-Oosten, maar hoe moet je de boodschappen duiden die hij achterlaat?

“Geweld komt vaak voort uit religieuze manipulatie”, schijnt-ie gezegd te hebben tijdens zijn bezoek aan Jordanië.
Is dat een wat laat excuus aan de slachtoffers van katholieke inquisities en kruisvaarten? Hij is tenslotte wel vaker wat aan de late kant. Het duurde even voor hij een bisschop met tunnelvisie over de holocaust corrigeerde.

Of heft hij, midden in het gekwelde gebied, de vinger naar de concurrentie en beschuldigt hij islamitische leiders van manipulatie? Het kan ook zijn dat de boodschap gericht is aan Israël. Je weet het niet.

Dat laatste lijkt me onwaarschijnlijk omdat hij ook voorstelt dat joden en katholieken samen moeten werken voor de wereldvrede. Ook die boodschap is multi-interpretabel. Bedoelt hij een fusie of is het achterliggende doel de joodse religieuzen terug te drijven in de schoot van de katholieke kerk? Meer een overname dus.

De paus betuigde ook respect voor de islam. Da's weer wat anders dan onderdelen van die leer als slecht en onmenselijk te betitelen. Dat gaf wat rumoer, waarop de paus meedeelde dat zijn woorden verkeerd waren opgevat.

Dat zal hij misschien weer zeggen als hij maandag in Israël landt en hem wordt gevraagd wat hij nou bedoelde met “geweld komt vaak voort uit religieuze manipulatie”.
En mocht er een rabbi vragen of de paus zijn voorstel tot joods-katholieke samenwerking serieus gestalte wil geven door zijn mijter te verruilen voor een keppeltje, zullen (alweer) velen teleurgesteld raken als hij het afdoet met “verkeerd begrepen” te zijn.

Nevenfuncties op de glijbaan

Nevenfuncties op de glijbaan

Mijn oudste neef werk als toezichthouder in de wijkspeeltuin. Een gesubsidieerd baantje, op de kop getikt bij een reïntegratiebureau. Hij is er reuze blij mee, maar heeft het nu wel erg druk.
Toen-ie nog werkloos was en de geraniums in de vensterbank spuugzat was, ging hij aan de slag als vrijwilliger. Zo heeft-ie het tot voorzitter van de hengelvereniging geschopt, werd bestuurder van de wijkbus, organiseerde elke week de bonte avond in het tehuis waar we oma hebben geparkeerd en hield de kas bij van de lokale vereniging van ehbo-vrijwilligers.

Dat mocht eigenlijk niet, want hij moest beschikbaar blijven om te solliciteren. Dat deed-ie volop, maar dat wilde niet zo lukken. Afijn, nu heeft dat baantje bij de speeltuin. Twintig uur in de week, dus dat vrijwilligerswerk houdt hij erbij en zit zijn agenda overvol.
Het leuke is dat hij op die manier zoveel contacten opdeed, dat hij al onze jongere neefjes aan leuke klusjes heeft kunnen helpen, die ze, vrijwillig of als vakantiewerk, naast hun schoolwerk doen. Zo komen zij er wel.

Morris Tabaksblat, godfather van de corporate governance-code, heeft inmiddels gruwelijk de pest aan nevenfuncties. Ouder en wijzer geworden? Op je 72e nog in de Raad van Toezicht van het Leids Universitair Medisch Centrum en voorzitter van de War Trauma Foundation, mag hij wel een voorbeeld worden genoemd van wat onder langer doorwerken wordt genoemd.
Vier jaar geleden bekleedde hij nog
zo'n elf functies. Onder andere als voorzitter van de Raden van commissarissen van Aegon en TPG. Het eredoctoraat dat hij in 2008 bij Neyenrode kreeg, mag geen functie worden genoemd, Da's meer een eretitel, waar nauwelijks werk tegenover hoeft te staan.

Maar nu wil de heer Tabaksblat een einde maken aan de nevenfuncties die toezichthouders in de publieke en semi-publieke sector. De mensen die in de Raden van Bestuur zitten, hebben klussen er zoveel bij dat dar de reden is voor het falend toezicht. Het is Tabaksblat een raadsel hoe ze al die functies in een normale werkweek kunnen persen. Logisch dus dat Elco Brinkman niet op tijd in de gaten had hoe slecht het met de Stichting Philadelphia ging. Om maar een boorbeeld te noemen.

De PvdA reageerde, bij monde van Staf Depla, onmiddellijk en wil dat er een maximum komt aan het aantal nevenfuncties dat bestuurders van ziekenhuizen, woningcorporaties en pensioenfondsen mogen hebben.
Tsja, hoeveel kan een mens aan?

Mijn oudste neef doet het heel aardig en wordt op handen gedragen door alle mensen voor wie hij zich inzet. Er is, tot nu toe, geen enkel ongeluk gebeurd in de speeltuin, dus die klus klaart hij prima. Of hij dat tot aan zijn 70ste volhoudt betwijfel ik.

Nu is een speeltuin wel wat anders dan een zorginstelling of een woningbouwvereniging. Daar hebben Tabaksblat en Depla dus een punt.
Maar als je al die nevenfuncties beperkt, hoe hou je voormalig ministers en topbestuurders van Unilever en soortgelijke bedrijven tot ver na hun pensioen anders van straat?

Overheid met schone handen

Overheid met schone handen Onder de intrigerende titel “Overheid werkt aan schoon geweten” publiceerde de VNU-website Inoverheid.nl een interview met Alain Hoekstra, hoofd van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS).
“Integriteit is geen luxe, maar een basisaspect van goed overheidsbestuur“, zegt Alain Hoekstra in dat interview. Zijn in 2006 opgerichte bureau heeft tot taak overheden te steunen om op het rechte pad te blijven. Aanleiding was, onder andere, de bouwfraude in de jaren '90, waar ambtenaren bij betrokken bleken.

“Overheden zijn altijd kwetsbaar“, meent Hoekstra, “ze beschikken over middelen, informatie en bevoegdheden die voor veel partijen interessant zijn. Sommige mensen zullen om deze reden een voet tussen de deur willen krijgen“.
Waar een overheid het meest kwetsbaar is, valt moeilijk aan te geven. Maar vandaag de dag is de hele overheid erg kwetsbaar. De kredietcrisis en de taakstellingen (bezuinigingen) leiden er wellicht toe dat de overheid weinig geld wil spenderen aan de bevordering van de integriteit.

Integriteit is een rekbaar begrip. De corruptie-waakhond Transparency International publiceert jaarlijks een Corruption Perception Index (CPI). Wie een 10 scoort is brandschoon, wie nul krijgt bezit geen greintje integriteit. Nederland doet het goed en scoorde in 2008, samen met IJsland, een 8,9. Denemarken (9,3), Zweden, Singapore en Zwitserland doen het beter. Het beroerdst is het gesteld in landen als Somalië, Afghanistan en Irak (het overzicht van 2008 – pdf – is hier als download in te zien).
Opvallend is wel dat geen enkel land de 10 met een griffel krijgt. Er is altijd wel ergens een ambtenaar of een politicus die bezwijkt voor aangeboden verleidingen of met ongewenst gedrag verkeerde voorbeelden afgeeft.

De Nederlandse ambtenaar vindt zich zelf redelijk integer, bleek uit een onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met Binnenlands Bestuur. De ambtenaren geen zichzelf een bescheiden voldoende (een 7), maar hebben zo hun twijfels over de bestuurders en politici.
De ambtenaren geven hun eigen organisatie (bestuur of vertegenwoordigende organen) een gemiddelde van 6,8. De rechterlijke macht scoort nog het beste (7,3) maar de Eerste Kamer (6,9), gemeenten (6,6) en provincies (6,4) scoren lager. De Tweede Kamer komt er in de ogen van de ambtenaren met een 6,2 wel erg slecht van af.

Tot zover de stand van zaken in 2008. In internationaal verband een dikke voldoende, intern hebben de ambtenaren nog wat bedenkingen.
Zijn er dan na het onderzoek van de Algemene Rekenkamer in 2004 zo weinig vorderingen gemaakt? De Rekenkamer deed een nulmeting, om een startpunt te creëren van af welke gewerkt kon worden aan het oppoetsen van de integriteit. De conclusie was: de integriteit van de overheid was
zeer gebrekkig.
Geschrokken van de reacties begon men ijverig protocollen, gedragscodes, toetsingsinstrumenten en controlemiddelen te ontwikkelen. Het BIOS werd dus in 2006 aan het werk gezet om dat een beetje vaart te geven.

Blijkbaar was dat niet genoeg, want in 2007 lanceerde minister van Binnenlandse Zaken, Ter Horst, een experiment waarbij burgers en ambtenaren anoniem schendingen van integriteit door overheidsfunctionarissen kunnen melden. Klachtenregelingen en klokkenluidersregelingen zijn kennelijk niet voldoende. Dus kan men bij het meldpunt M (Meld Misdaad Anoniem) mogelijke corruptie inleveren.
Mij is niet bekend of de proef, die een halfjaar zou duren, tot een definitief meldpunt voor anonieme tips heeft geleid. In ieder geval kun je op de website van Binnenlandse Zaken zeker
een melding doen, maar dat kan daar niet anoniem.

Zou de Nederlandse overheid ooit de schoonste handen ter wereld kunnen hebben? Dan zullen ambtenaren toch ver uit de buurt van louche projectontwikkelaars moeten blijven. Ministers en wethouders toch uitermate zorgvuldig hun reiskosten moeten declareren. En zelfs in de privé-sfeer zullen ze zich niet in tippelzones of zoenend in fietsenhokken moeten ophouden. Een ambtenaar in functie of een beëdigd politicus kan zich geen menselijke trekjes veroorloven.
Je zou zelfs kunnen stellen dat de overheid amper integer is te noemen als ze haar eigen doelstellingen niet haalt, terwijl ze de burgers wel afstraft met maatregelen als die niet meewerkt aan de hen opgelegde doelen.

Op de CPI krijgt Nederland een 8,9. Ambtenaren geven hun overheid een 6,8. Welk rapportcijfer heeft u over om de integriteit van onze overheid te waarderen?

Nederlanders vrolijk volk

Nederlanders vrolijk volk

Na de diepe zucht, komt de bevrijdende lach. Zo verging het Hare Majesteit. Zo vergat het ook haar volk. Het onderzoeksburo Intomart gfk heeft de relativiteitszin van de Nederlanders doorgelicht. Met welk wapen relativeer je de waan van de dag? Met humor natuurlijk. En Intomart zag dat humor hoog scoort bij een volk dat stelselmatig gezeur en geklaag wordt verweten.

Uit het humoronderzoek (pdf!) blijkt dat humor erg belangrijk wordt gevonden. Na gezondheid en familieleven, voor economische zekerheid en een goed seksleven, staat humor op de derde plaats.

Nederlanders waarderen hun eigen gevoel voor humor met een gemiddelde voldoende (7,1). Grappige noot: liberalen en hoger opgeleiden waarderen hun eigen humorgevoel beter dan andere mensen. Trek daar uw enige conclusies maar uit.

Intomart zocht ook uit welke humor het beste in de smaak valt. Top drie: droge humor, de woordgrap en de subtiel grappige opmerking. In chagrijnigheid kan de Nederlander soms grof en bot zijn, als er gelachen moet worden kiest men meer voor de spitsvondigheid en subtiliteit.

Grappen maken met of over anderen wordt het laagst gewaardeerd. Dat gegeven staat haaks op het lijstje onderwerpen dat hoog scoort. Op de 1e plaats: politici. Verder scoren belgenmoppen ook nog steeds goed. Zijn politici en Belgen dan geen anderen?

Van alle Nederlandse grappenmakers scoort cabaretier Najib Amhali als kampioen van de lach. Herman Finkers doet het ook heel aardig en ook Hans Teeuwen telt nog mee. Drie heel verschillende narren. Blijkbaar hecht de Nederlander aan grote diversiteit in de humor.

Humor moet op de eerste plaats de gezelligheid dienen, vinden de meeste Nederlanders. Dat voelen de meeste cabaretiers goed aan. Venijnig humor, kritische steken, geëngageerde grappen zie en hoor je nauwelijks meer in het Nederlandse cabaret.
Da's jammer, zo blijft er voor de zaken die wat minder goed gaan in de samenleving, alleen dat notoire geklaag over. Wat relativering zou best op zijn plaats zijn en natuurlijk het liefst met humor.

De hokjesgeest als onze bevrijder

De hokjesgeest als onze bevrijder Vrijheid en identiteit is dit jaar het thema dat het 4 en 5 mei-comité verbonden heeft aan Bevrijdingsdag, want “Vrijheid en identiteit staan op gespannen voet met elkaar”.

Dat kun je wel zeggen. Sterker nog: het heeft helemaal niets met elkaar te maken. Zodra je jezelf een identiteit aanmeet, gooi je jezelf in de boeien. De hokjesgeest wordt niet alleen op “de ander” losgelaten, die geest heerst op de eerste plaats in je eigen hoofd.

We gaan wel vaker te rade bij bronnen buiten onszelf, als we antwoorden op diverse vragen zoeken. Zoeken we antwoord op de vraag “wie ben ik?”, raadplegen we de hokjesgeest. Die biedt een levenlang keuzes genoeg.
Van de rolmodellen waar je in je jongste jaren identiteit aan ontleent, tot de rolmodellen die je op later leeftijd gebruikt om je tegen het eerst aangemeten patroon af te zetten. Zelfs de individuen die een poging doen zo onaangepast mogelijk door het leven te gaan, hebben hun bronnen. Zo ook de mensen die op zoek gaan naar hun enige, ware eigen identiteit. De eersten volgen beroemde bohémiens, de tweede groep volgen hun goeroes.

Kortom: we hebben altijd anderen nodig om onze identiteit te bepalen. We conformeren ons, of zetten ons af, om uiteindelijk het hokje te vinden waar we het beste in lijken te passen. Daar is geen ontsnappen aan. En da's maar goed ook, want je hele leven alleen maar op zoek naar je identiteit, dat schiet niet op. Er zijn wel belangrijker dingen die gedaan moeten worden.

Om recht te doen aan de hokjesgeest zouden we twee zaken wat beter moeten afspreken en regelen met elkaar.
Ten eerste: de hokjesgeest biedt, zoals gezegd, talloze keuzes. Cultuur-antropologische en sociaal-culturele studies leggen aardig uit waarom mensen geneigd zijn zich massaal in een enkel hokje te persen en anderen in een ander hokje op te sluiten. Daarmee is echter voldoende verklaard waarom veel mensen geen zaken dat hok in meenemen, die ze ook de moeite waard vinden.

Wellicht is het geheugen te gebrekkig alles te onthouden wat de geest etaleerde in alle hokjes die we passeerden, voor we een definitieve keuze maakten. Of is het luiheid ook nog eens al die hokjes langs te lopen die voor ons liggen.
De hokjesgeest kan ons bevrijden van de keurslijven waar we soms zo'n last van hebben. Die geest toont ons in het ene hokje een mooie groene hoed, in een volgend hokje een leuke blauwe broek, in weer een ander hokje een fraaie paarse jas. Als dan de najaarsmode de kleur bruin dicteert, lijken velen vergeten te zijn dat ze zich prima voelden bij andere kleuren.

Misschien helpt het als, ten tweede, de vrijheid een identiteit te vormen met alles wat naar je zin is, wordt vastgelegd als een ontvreemdbaar recht. Wil je een identiteit met een of twee kenmerken? Prima. Wil je er één die als een mozaïek is samengesteld. Ook goed. Een of meerdere identiteiten, het kan en het mag.
Alleen individuen zelf, zouden het recht moeten hebben zich een identiteit aan te meten. Het opleggen van een identiteit door elk ander dan het individu zelf, zou zwaar gesanctioneerd moeten worden. De overheid, die natuurlijk geen enkele rol heeft in het bepalen van een identiteit, zou daar op moeten toezien.

Waarmee ik meteen zelf in het beklaagdenbankje terecht kom. Want wie ben ik om te zeggen hoe iemands identiteit tot stand dient te komen?

Vroege vogels code

Vroege vogels code Elke burger wordt geacht de wet te kennen. Da's geen doen. Niet alleen zijn er talloze wetten, ze veranderen aan de lopende band. Reken maar dat de per 1 mei veranderde verkeerswet het komende jaar nieuwe overtredingen zal opleveren.

Vara's Vroege Vogels en een aantal natuurverenigingen maken het hun leden makkelijk de Flora- en Faunawet na te leven. Uit die wet destilleerde men de Vroege Vogels Natuurfotografencode. Tien geboden voor mensen die vrije vogels liever vangen in hun digitale foto- en videokastjes.
En zo hebben we er weer een gedragscode bij. Het aantal gedragscodes die je na te leven hebt op werk, vrije tijdsvereniging en in de openbare ruimte zijn net zo min te onthouden als de wet zelf.

“De wetsteksten van de Flora- en Faunawet, gekoppeld aan gezond verstand leiden tot de volgende praktische aanbevelingen en die vormen de basis van onze 10 Gouden Regels“, zo stelt de redaktie van Vroege Vogels.
Bekijken we die regels, dan lijkt het er sterk op dat het gezonde verstand van natuurliefhebbers schadelijk is voor de natuur. Want op het eerste oog lijken het regeltjes die je, met een normaal functionerend verstand, vanzelfsprekend vindt. De regels zijn nu blijkbaar nodig, omdat die vanzelfsprekendheid niet wordt nageleefd. Of er mankeert wat aan dat gezonde verstand.

De gedragscode begint met een regel, die mij niet zo rustgevend lijkt voor de natuur: Fotografeer dieren en planten alleen in hun leefomgeving. Dat is een oproep om vooral wel door het struikgewas te banjeren, door sloten en plassen te bevaren of de boom in te klimmen, op zoek naar een vogelnestje.

De overige regels roepen evenzeer vraagtekens op.
Regel 2: Vang of verontrust geen dieren. De natuurliefhebber wordt voor het ethische dilemma geplaatst een dier te vangen of te verontrusten. Het dier wordt evenzeer in vertwijfeling gebracht bij de nadering van een mens: gaat-ie me nou vangen of maakt-ie me alleen maar een beetje bang. Beter zou zijn: vang èn verontrust geen dieren.

Regel 3: Bied geen voedsel aan speciaal voor de foto. Hier had men wel een gouden tip aan toe kunnen voegen. Wil je een beestje fotogeniek op de plaat, hou je dan aan de regels die bijvoorbeeld in de modewereld gelden. Daar worden de modellen ook niet vetgemest, eerder uitgehongerd, voor een fraai resultaat.

Regel 4: Fotografeer alleen nesten als dit de dieren niet verstoort. Dan moet je wel weten welke dieren genoeg narcistische ijdelheid bezitten om hun eieren of pasgeboren kroost aan gans de wereld te tonen. De trotse pauw? De glimworm? De meeste dieren zijn al druk genoeg hun nest te beschermen tegen de natuurlijke vijanden. Moet daar een legertje fotografen bij?

Regel 7: Natuurfoto’s zijn niet geënsceneerd en gemanipuleerd. Dit is een hele fraaie. Uiteraard behoudt de natuurliefhebber de vrijheid thuis het materiaal te fotoshoppen. Een nadere toelichting maakt duidelijk, wat niet de bedoeling is: Manipulatie van dieren (vasthouden, verplaatsen) en van planten (vastklemmen) is in de regel niet gewenst, vaak af te raden, en soms helemaal uit te sluiten.

Niet gewenst? Af te raden? Soms uit te sluiten? Overbodig advies. Want wie zou nou de natuur willens en wetens willen manipuleren? Het ligt niet in de natuur der mensen daar aan te denken, toch?

Peter Seeger 90 jaar

Peter Seeger 90 jaar In de Madison Square Garden (New York) wordt vandaag de 90ste verjaardag gevierd van Pete Seeger. De icoon van de Amerikaanse volksmuziek en zingende criticaster van de Amerikaanse geschiedenis. Hij wordt vandaag toegezongen door o.a. Bruce Springsteen, die in 2006 de man vereerde met de cd “We shall overcome: The Seeger Sessions” en in januari op het inauguratiefeest van Obama, samen met Pete Seeger, het “This land is your land” mocht zingen.

Pete Seeger, verguisd ex-communist, richt zijn activisme nu vooral op het milieu. Veertig jaar geleden richtte hij Clearwater op, een project om de natuur in en rond de Hudson rivier te beschermen. Daar kan hij zich nauwelijks een buil aan vallen. Hij heeft genoeg builen en schrammen opgelopen toen hij kritische noten zong over de Vietnam-oorlog, het Amerikaanse imperialisme in Latijns-Amerika, zich met zijn banjo schaarde achter de burgerrechtenbeweging van Martin Luther King of de vakbonden steunde voor de emancipatie van de industriële arbeiders.

Al veel langer voordat hier Duyvendak bekende dat ook geëngageerde activisten zich wel eens vergissen, bekende Pete Seeger ooit fout gezeten te hebben met zijn mening over Stalin. In 1995 verontschuldigde hij zich voor zijn, tijdelijke, al te blinde navolging van deze wrede dictator.

Hij had in de 50'er jaren al flink moeten boeten voor zijn communistische sympathieën. In het McCarthy-tijdperk moest hij opdraven voor de commissie voor on-Amerikaanse activiteiten en werd uiteindelijk opgezadeld met een gevangenisstraf van 10 jaar. Terugkijkend op die periode zei Seeger in 1995: “I still call myself a communist, because communism is no more what Russia made of it than Christianity is what the churches make of it. But if by some freak of history communism had caught up with this country, I would have been one of the first people thrown in jail“.

Alle artiesten die vandaag op zijn verjaardag zingen, zullen zeker de invloed van Pete Seeger op de Amerikaanse volksmuziek en de maatschappij onderschrijven. Hij zelf moet, gezien zijn oeuvre, ook jarenlang in geloofd hebben. Toen hem vorig jaar door Billboard werd gevraagd met welke erfenis Amerika verder zal gaan als hij er niet meer bij zal zijn, antwoordde hij met de relativerende bescheidenheid, die bij een man van hoge leeftijd past: “My family will remember me, and a few others. I'm one of a lot of songwriters. There'll be more important things to think about.”

Dat is al te bescheiden. Natuurlijk, de wereld verander je niet met een liedje, een gedicht of welk kunstzinnig werk dan ook. Maar ook artiesten kunnen keuzes maken en wie dan kiest voor steun aan burgerrechtenbewegingen, arbeidersbewegingen en anti-oorlog activiteiten helpt mee de betekenis daarvan te versterken. Zo gezien mag Pete Seeger vandaag wel in het zonnetje worden gezet.

Dag van de arbeid rustig verlopen

Dag van de Arbeid rustig verlopen In tegenstelling tot landen als Duitsland, Oostenrijk, Griekenland en Turkije, is de Dag van de Arbeid in Nederland zeer rustig verlopen. Uiteraard heeft de actie van een zwaar gefrustreerde arbeider uit Huissen, het volk de lust tot enige viering ontnomen. Maar doorgaans is de 1e mei hier een kalm dagje en daar zijn heel specifieke redenen voor.

Ten eerste is deze dag geen nationale vrije dag. In andere landen is het een, doorbetaalde, vrije dag en dat geeft mensen de gelegenheid zich over te geven aan uitspattingen op straat. Dat is in Nederland vooral bekend van de Koninginnenacht en festiviteiten als de jaarwisseling. Alle andere feestdagen verlopen, net als in andere landen, in alle rust.
Het is in Nederland niet verboden de Dag van de Arbeid te vieren, maar dat moet dan wel op eigen kosten. En dus wordt er meer gewerkt dan gevierd. De gemiddelde werknemer kan het wel waarderen als de baas een 1 mei-gebakje klaar heeft staan, zo blijkt uit
een onderzoekje.

Een tweede reden is de relatief grote tevredenheid van Nederlandse werknemers. Zo is men hier een stuk gelukkiger met de werkdruk, dan werknemers in bijvoorbeeld Spanje. Zweden en Italië. Wordt er dan niet geklaagd? Zeker wel. Maar ondanks gemopper over de baas en aanvullende arbeidsvoorwaarden, krijgt de werkgever hier toch een voldoende rapportcijfer.

Een derde oorzaak ligt in de historisch sterk krimpende belangstelling voor arbeidsonrust. Werd er tot in de 40'er jaren nog flink gestaakt, na de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw in de naoorlogse jaren daalde het aantal conflicten tot slechts een tiental oprispingen per jaar (zie eerder artikel van juni vorig jaar). Het straatrumoer is vervangen door cao-onderhandelingen.
De laatste jaren is er weer een
licht stijgende trend waar te nemen, maar vooralsnog loopt de econome eerder vast door files wegens werkverkeer, dan door massale stakingen en wegblokkades.

En dan is er nog het gegeven dat een meerderheid van het volk geen socialisten en communisten blieft. In 1918 had de socialist Troelstra zich al eens vergist in de behoudende Nederlandse volksaard. Hij dacht dat de ellende waar dit land in was gedompeld na de 1e Wereldoorlog, de ontevreden burgers voldoende motiveerde om een revolutie uit te roepen.
Gedreven door sterke voorbeelden uit ander landen en een paar onlusten in eigen land, riep Troelstra op het staatsbestel drastisch te veranderen. Gereformeerden, katholieken en koningsgezinden organiseerden echter snel een tegenoffensief. De liberalen keken aan de zijlijn toe en deden niets. Na publieke steun aan de monarchie bekende Troelstra openlijk zich vergist te hebben.

Ook de periode van de Koude Oorlog en de recente jaren, waarin alles wat naar links en rood riekt de schuld krijgt, zelfs van zaken waar het rode front absoluut geen debet aan had, demonstreren de afkeer die menig Nederlander heeft van het morgenrood dat de verworpenen der aarde uit hun ketenen zal verlossen.

Ook al zal de 8-urige werkdag zeer waarschijnlijk weer in ere worden hersteld, zal de 6-daagse werkweek zijn herintrede doen, moet er geploeterd worden tot na het 65-ste levensjaar, staan loonmatiging en bijbetalen aan uitgeklede sociale voorzieningen weer op de agenda, de 1e mei zal hier geen traditie worden waar overheid en bedrijfsleven wakker van zullen liggen.