Auteursarchief: Klokwerk

Eenzaam en gevaarlijk

Eenzaam en gevaarlijk Terwijl in Europa de Dag van de Arbeid werd benut om massaal te protesteren tegen de crisis, werd in Nederland de dag gebruikt om, in het kader van de rouwverwerking, enige duiding te geven aan de crisis die op koninginnedag plaatsvond.

Dat varieert van de blunder van de geautomatiseerde nieuwsverwerker van Google, die een deel van dat nieuws in de rubriek Entertainment plaatste. Tot een
uitstekend stuk van Thomas van Aalten op Sargasso.
Hij wijst op de toename aan eenlingen die tot verschrikkelijke acties in staat blijken. De nihilistische exhibitionisten, zoals hij dat noemt.

Nu de dader “een van ons” blijkt te zijn is er officieel geen sprake van terreur. Ook al lijkt het er sterk op dat meneer een zelfmoord-terrorist was. Toegegeven: da's speculatie en we zullen nooit te weten zullen komen wat de man precies heeft gedreven.

Maar stel dat hij een mislukte eenling was. Dan rijzen er twee vragen:
1. Hoeveel “lonley losers” moet je hebben voor er sprake is van een groep waarvan terroristische dreiging uitgaat?
2. Hoe gevaarlijk is eenzaamheid?

Zegt u het maar.

Onze gedachten

Onze gedachten gaan uit.

Onze gedachten gaan uit. Meer niet. Gewoon uit. Verstand op nul, uit pure verbijstering.
Onze gedachten gaan uit naar de slachtoffers en hun dierbare naasten. Zinnen van gelijke strekking doorspekken de verklaringen van ambtdragers van laag tot hoog, bij elke microfoon die ze onder de neus geduwd krijgen.

Het gegeven dat één man in staat bleek een heel volksfeest te beëindigen, maakt het extra lastig voor officials de juiste woorden en toon te vinden. Het feestgedruis nog in de oren, een actie die net meteen goed te duiden valt en toch snel de media bedienen. Ga er maar aan staan. Meer dan “vol afschuw” krijg je dan je strot niet uit.

Nu moeten ambtdragers waarschijnlijk hun waardigheid overeind houden, om de burgers het idee te geven dat ze niet door emoties stuurloos zijn geworden. Maar misschien kan de kloof tussen overheid en publiek een tikkeltje kleiner worden, als er wat minder diplomatieke bewoordingen worden gekozen. Bovendien hoeft niet herhaaldelijk gewezen te worden op het feit dat het juist nu, op deze dag die een feest had moeten worden, zo verschrikkelijk is. Die hele Koninginnedag doet er niet meer toe. Het enige dat nog telt zijn die slachtoffers en de idioot die daar verantwoordelijk voor is. Onze gedachten gaan natuurlijk ook uit naar het brein die man.

Maar goed, in het tot nu toe getoonde medeleven sprongen de burgemeester van Apeldoorn en Hare Majesteit zelf er nog het beste uit, in het combineren van menselijk reageren. Het gezicht van de burgemeester zag er aanzienlijk gekwelder uit, dan in bij andere officials kon waarnemen. En de zucht waarmee Beatrix haar televisietoespraak begon, zei genoeg. Meer had ze eigenlijk niet meer moeten zeggen.

En dan de minister-president. Het spijt me te moeten zeggen, maar hij kan dit niet aan. Ik geloof zo dat hij het oprecht te erg voor woorden vindt en dus moeite heeft de pers goed te woord te staan. Maar om nou toch zij stokpaardje “samen” ertussen te wringen: Koninginnedag is een dag van samen feestvieren – een feest van verbinding van mensen in dit land. Dat soort strofen.

Kom op zeg. Eén man was de verbinding kwijt en vond het nodig de verbinding van anderen te breken. En dan lijkt het mij niet nodig nog iets te zeggen over het nader bestuderen hoe zo'n dag in de toekomst te vieren, maar dat je gedachten uitgaan naar hoe je denkt te voorkomen dat mensen zo verschrikkelijk de verbinding kwijt zijn.

Van rechts naar links

Van rechts naar links

De Republikeinse Partij in de VS moet nog bekomen van Obama’s verkiezingsoverwinning en krijgt opnieuw met een verlies te maken. De Republikeinen sloegen een nog rechtsere koers in, als antwoord op Obama’s zege, en da’s niet naar ieders democratische zin. De Republikeinse senator Alan Specter stapt nu over naar de Democraten, waarmee de Democratische meerderheid in de Senaat wordt versterkt.

Een gemiddelde kiezer heeft het soms al moeilijk genoeg de politicus van zijn keuze te vinden, maar wat moet je met politici die van politieke kleur wisselen?
In Nederland komt dat ook voor. Niet zo vaak als in sommige ander landen, maar vooral de laatste dertig jaar is het ook hier in de mode. In de totale parlementaire geschiedenis wisselden ruim 50 politici van partij. Voor een groot deel was dat te danken aan afsplitsingen.

Ruim 30 keer richtten politici eigen partijen op, nadat ze hun oorspronkelijke politieke nest hadden verlaten. In een aantal gevallen leidde dat tot nog verdere splitsingen. Zo hebben we in de recente geschiedenis kunnen zien hoe uit Leefbaar Nederland de LPF voortkwam, die op haar beurt ook aardig wat dissidenten kende, die dachten met een eigen partij of “groep” aan de parlementaire bak te kunnen komen. Beroemd, berucht zo u wilt, zijn natuurlijk ook de jongste bewegingen van Wilders en Verdonk.

Maar hebben we nou ook rechtse politici die een bocht naar links maken? Jawel, maar het is een minderheid.
De meesten, 22 in totaal, bleven in hetzelfde segment hangen. Jet Bussemaker stapte van GroenLinks over naar de PvdA, Femke Halsema deed het precies andersom.
De keuze rechtsaf te willen, maakten 20 politici. Pim Fortuyn dwaalde van PvdA, via CDA naar VVD. Met Leefbaar Nederland als tussenstation, richtte hij tenslotte zijn eigen LPF op. Gerrit Zalm was ooit PvdA’er, maar switchte naar de VVD.
Slechts 10 politici sloegen linksaf. Onder andere Hein Roethof die de VVD inruilde voor de PvdA en Jaap Boersma die het CDA verliet en zich bij de sociaaldemocraten aansloot.

Politici die van kleur verschieten, heb je daar nou wat aan?
De politici die overstapten van de ene bekende naar de andere gevestigde partij hebben, naar mijn weten, nooit voor electorale verschuivingen van enig belang geleid. Dat geldt wel voor diegenen die voor het zelfstandig ondernemerschap kozen. Die trokken telkens genoeg stemmen om, al was het soms voor beperkte tijd, een of meerdere zetels te scoren.
De overstap van de Amerikaanse senator betekent geen verbreding van het politieke spectrum. Het helpt Obama wel in de Senaat. In Nederland betekent het, dat de politieke diversiteit redelijk groot is.

Het lijkt er de laatste jaren sterk op dat de mainstream-kiezer wel pap lust van politici die voor zichzelf beginnen. Was dat verschijnsel nou de enige magie die kiezers trekt, dan wordt het tijd dat ter linkerzijde ook eens hier en daar een eigen toko wordt geopend. Helaas zijn minder democratische sentimenten het Leidmotief. Waar is de Nederlandse Obama, die de rechtervleugel leegzuigt?

Geen Nieuws

Geen Nieuws

Hoewel het nog lang geen komkommertijd is en er meer dan genoeg te melden valt, vandaag geen nieuws op dit blog. Wegens bezigheden buitenshuis en zo.

Natuurlijk, ik had opnieuw de uitvoering van het Wilhelmus aan de kaak kunnen stellen. Omroep Max gaat de hymne weer op de radio uitzenden. Hopelijk alleen in de instrumentale versie. Zo niet, dan wordt het toch tijd voor een burgerinitiatief dat in Hymnesterie werd voorgesteld.
Uitgerekend in het Jaar van de Tradities herstelt omroep Max de hymne-traditie. Daarmee het Jaar van het Traditionele Jaar versterkend. Lezen die twee artikelen zoek de 7 verschillen.

Wie er nog nieuwsgierig naar is kan ook de oplossing van de weekendpuzzel bekijken (staat onder aan het artikel).
Verder staat er nog een poll open. Vul je optie in onderaan het artikel
Architecten schuldig.

Genoeg te lezen en te doen dus.

Nederland geen ontwikkelland

Nederland geen ontwikkelland

Je kent die meneer misschien wel, die in een reclame voor een afwasmiddel de vuilste vaat zoekt. Daar gaat-ie mee in een laboratorium aan de slag en vol trots weten hij en zijn collega's een nog beter afwasmiddel uit te vinden. Die meneer doet aan O&O. Onderzoek en ontwikkeling, ook bekend als R&D: Research and Development.

In Nederland is bijna 10 miljard euro gespendeerd aan O&O. Lijkt veel, maar hoe dacht je dat we anders tot al die nieuwe en vernieuwde producten komen?
Een koffiepruttelaar hadden we al en als het moet weten we zelfs nog ouderwets koffie met de hand te zetten. Toch wist de afdeling R&D van Philips nog met een koffiezetter te komen, die insloeg
als een bom.

De bedrijvensector gaf in 2007 circa 6 miljard euro uit aan R&D, meldt het CBS (pdf!). De industrie neemt daarvan 4,5 miljard voor haar rekening. De overige 4 miljard wordt dus door de dienstensector uitgegeven aan onderzoek en ontwikkeling. Nederland neemt binnen Europa, daarmee een gemiddelde positie in en blijft achter de koplopers Zweden en Finland. Op wereldniveau blijkt China een R&D-topper.

Het CBS meldt ook dat drie kwart van de bedrijven in Nederland niet vernieuwend zijn geweest. Ruim de helft van die groep heeft daar geen behoefte aan. De anderen wel, maar wegens gebrek aan gekwalificeerd personeel en financiën is het bij die bedrijven niet van de grond gekomen.

De overheid financiert een derde van alle onderzoek en ontwikkeling. Bij het aantreden van kabinet Balkenende was een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie. Één van de pijlers van het uitgezette beleid.
In het
Beleidsprogramma 2007-2011 werden doelen gesteld, waarmee Nederland een sterk innoverende natie moet worden. Meer en meer excellente hoger opgeleiden, versterking van de internationale reputatie van Nederlandse wetenschappelijke instellingen en onderzoekinstellingen, Nederland aantrekkelijk maken voor kenniswerkers en het innovatief vermogen van de Nederlandse economie versterken.

De belastingbetaler hoeft niet te vrezen dat zijn geld wordt gestoken in de ontwikkeling van nieuwe luchtverfrissers en afwastabletten. Het kabinet wil “kennis en innovatie koppelen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken“. Bijvoorbeeld door te investeren in innovaties in de zorg en ontwikkelingen die bijdragen aan de klimaatverandering.

Toch is het gek dat er relatief zo weinig in ontwikkeling wordt gestoken. Stilstand is achteruitgang, is immers één van de motto's waarmee de economie draaiende wordt gehouden. Geloven bedrijven, organisaties en overheid er soms niet genoeg in? Als dat zo is, kan die 10 miljard euro beter in andere zaken worden gestoken. Half werk schiet ook niet op.

Die 10 miljard is waarschijnlijk de limiet in het gezamenlijke budget is. In dat geval zou er wat scherpere voorwaarden gesteld kunnen worden, hoe dat geld wordt besteed. Ploffende Senseo's, wasmiddelen met een geurtje, frisdranken waarmee je je tanden kan poetsen, fruit dat zowel een appel als een peer is, allemaal reuze geinig. Maar tevens produkten die kennis en innovatie opslokken, die we op andere gebieden broodnodig hebben.

Een schone taak voor de overheid om dat wat te sturen? Nu de crisis nog voortsuddert, liggen er toch kansen. Bedrijven die werktijdverkorting gesubsidieerd krijgen, zouden hun onderzoekers en ontwikkelaars kunnen uitlenen aan projecten die sleutelen aan innovaties ten behoeve van de zorg, milieu en energievoorziening. En de salarissen bij dat soort projecten zou veel aantrekkelijker moeten zijn, dan het loon wat die meneer van de afwastabletten krijgt.

Dat kost wat, maar nu is een deel van die 10 miljard weggegooid geld, omdat er te weinig over is om de ontwikkeling maatschappelijk belangrijke innovaties zodanig te bekostigen, dat ze een duurzame kans van slagen hebben.

Blauwe boeren, groen geld

Blauwe boeren, groen geld

Als er iemand is die aan 'en-en'-oplossingen werkt, dan is dat minister Verburg wel. Nu moet ze ook landbouw èn natuur èn voedselkwaliteit beheren. En moet ze boeren, vissers en collega's te vriend zien te houden. Dat vraagt dus om listig combineren.

Enerzijds dient ze Europese afspraken over de hervorming van het platteland er door te drukken, anderzijds komt ze Nederlandse boeren en vissers tegemoet door op te komen voor hun belangen. Een boer wil ploegen, zaaien, oogsten. Een visser wil varen, netten uitgooien en binnenhalen. Dat mag allemaal nog, maar het wordt aan steeds striktere regels gebonden. Waardoor boeren en vissers het steeds lastiger vinden hun boterhammen goed belegd te houden.

Het is wel grappig te zien hoe Verburg te werk gaat. Presenteert ze de ene keer enthousiast de Europese plannen om het agrarische bedrijf definitief om te vormen tot milieu- en natuurbeheer. Een andere keer remt ze de snelheid af waarmee die plannen uitgevoerd moeten worden.
Onze boeren en vissers doen het namelijk al heel aardig, vindt ze. Ze doen erg hun best rekening te houden met de natuur, het milieu en het dierenwelzijn. Dus rustig aan met het inkrimpen van
de vissersvloot en een betere huisvesting voor kippen hoeft ook niet vandaag op morgen. Een en ander gemotiveerd met de stelling dat de agrarische ondernemers op een verantwoorde manier de tijd krijgen hun bedrijven te reorganiseren.

Die reorganisatie leidt er misschien toe dat we in de nabije toekomst geen boer meer mest uit zien rijden, want het telen van gewassen heeft-ie opgegeven. De enkele, overgebleven visserman, zie je als kapitein op een rondvaartboot op de Noordzee, om toeristen van dichtbij het windmolenpark te tonen.

Met aardig wat geld wordt die omslag gestimuleerd. De subsidies die direct aan productie zijn gekoppeld worden de komende jaren afgeschaft. Dat gaf alleen maar ellende in de vorm van melkplassen en boterbergen. Nu gaan ook de slachtpremie voor rundvee en de steun voor zetmeelaardappelen, vlas, hennep en gedroogde voedergewassen op de helling.

Tegelijkertijd wordt vijf procent van de inkomenssteun overgeheveld naar de plattelandsontwikkeling. Dat moet de milieuschade door landbouw beperken, meer biodiversiteit in de akkerranden opleveren en de waterkwaliteit opkrikken. Ook moet het geld worden besteed aan innovatie en de ontwikkeling van hernieuwbare energie.

Minister Verburg ziet wel in dat een boer meer tijd moet besteden aan het schoonhouden van de sloten en het bijhouden van de houtwallen, dan aan het melken van zijn koeien. En dan komt ze dus met zo'n fraai 'en-en'-oplossing. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de boeren zich de bijstand inschoffelen.
Verburg gaat experimenteren met hectaresteun. Een vergoeding voor bewezen groene en blauwe diensten. Een boer die het “typische Nederlandse boerenlandschap” in stand houdt, maar dan wel zonder die penetrante geur van ammoniak, levert een “maatschappelijk gewaardeerde” dienst en moet daarvoor worden beloond, stelt Verburg.

En zo is het maar net. Dat de boer voor ons eten zorgt, wordt is al lang geen maatschappelijk gewaardeerde dienst meer. We zien hem liever als campingbaas die op onze tenten let of als energieleverancier. Verder moet hij de natuur verfraaien, anders zou onze natuurwandeling maar een saai loopje worden.

Voor alle duidelijkheid: iedereen, dus ook een boer, zal anders met milieu en natuur om moeten gaan, dan gebruikelijk was. Maar moet dat er toe leiden dat we over een jaar of tien geen voedselproducerende boer meer hebben? Kunnen we zonder? Of vergissen we ons en is over een paar jaar een televisieprogramma nodig, getiteld “Maatschappij zoekt boer”?

Weekendpuzzel

Vroeg werk gips De paaspuzzel trok weinig lezers en er rolde helemaal geen winnaar uit. Dat kon twee redenen hebben. Of iedereen hield paasvakantie in bos, op hei of langs de woonboulevards, òf men had helemaal geen trek in de hoofdprijs.

Nu dit weekend bijna 3 miljoen Nederlanders op vakantie zijn getrokken, wil ik de overige 13 miljoen een leuk alternatief bieden. Want toch ga ik ervanuit dat een etentje met de redakteur een niet te versmaden prijs genoemd mag worden.
Daarom nu de weekendpuzzel:

Wat hebben deze afbeelding (linksboven) en een belgische koffiedikkijker, die in februari met een opmerkelijke primeur kwam, te maken met aanstaande maandag?

Wie het eerst met het goede antwoord komt, gaat uit eten met de redaktie. Voor alle duidelijkheid: dat kost u niks.
De Weekendvraag blijft open staan tot zondag 26 april, 22.00 u. Alle reacties daarna zijn welkom, maar tellen niet mee voor de hoofdprijs.

Update (zo 14.50 u.). De vraag anders gesteld: wat is er bijzonder aan maandag 27 april, volgens een bron van een belgisch blad?

Update (zo 22.00 u.): Inzendtermijn verlengt tot maandag 22.00 u. Tip: Wie zou dat gipsmodel van een mislukte giraf gemaakt hebben?

Ma 23.20 u.: De oplossing:
Het blad Humo deed alsof een betrouwbare bron wist te vertellen dat Beatrix op 27 april haar troonsafstand zou aankondigen.
Zou ze dus eindelijk tijd krijgen zich geheel aan haar hobby te wijden. Op het plaatje zie je vroeg werk (1953) van Beatrix: een gipsmodel van een giraf.

Architecten schuldig

Architecten schuldig Niet de beulen maar de juridische architecten worden misschien vervolgd voor het martelen van terrorisme-verdachten. President Obama zoekt kennelijk een uitweg om de martelpraktijken in de Irak-oorlog niet ongestraft te laten. Eerder liet hij weten de uitvoerders van al te wrede verhoortechnieken niet te vervolgen, omdat zij slechts in opdracht hebben gehandeld.

Nu denkt hij erover stappen te ondernemen tegen de juristen onder de Bush-regering. Het kan natuurlijk zijn dat zij een positief advies hebben gegeven over de praktijken die eigenlijk tegen nationale en internationale wetten indruisen.

Maar die juristen hebben toch ook in opdracht gehandeld? Stel dat ze de opdracht kregen uit te zoeken welke verhoormethoden juridisch aanvaardbaar zijn en welke niet. Stel dat ze dan gezegd zouden hebben: tja, waterboarding mag eigenlijk niet, maar oorlogssituaties maken de wet is rekkelijk. Dan is dat niet goed te praten. Ze hebben de opdracht te ruim door de bocht genomen.

Maar om dan de uitvoerders van de martelingen niet te straffen en de juristen wel, is erg kort door de bocht. Die juristen waren niet de enige architecten van de oorlog en bovendien niet de gezaghebbende beslissers. Waarmee een schimmig steekspelletje kan ontstaan over de vraag wanneer iemand nu daadwerkelijk schuldig is aan oorlogsmisdrijven.

De juristen kunnen naar hun baas wijzen, hun baas weer naar de minister, de minister naar de president. Die kan op zijn beurt weer zeggen dat hij verkeerd is geïnformeerd en geadviseerd. De opdrachtgever, de architecten en de uitvoerders hebben elk hun specialiteiten. Zo kun je verantwoordelijkheden mooi opsplitsen.
Een uitvoerder kan zich verschuilen achter het ontbreken van juridische kennis betreffende zijn handelen. De jurist verschuilt zich achter wettelijk jargon en de opdrachtgever zegt natuurlijk dat juristen en uitvoerders hun eigen verantwoordelijkheden hebben verwaarloosd. De opdrachtgever, die wel zijn goedkeuring heeft gegeven, heeft zelf de wet er niet op na geslagen, noch zelf actief aan enige marteling toegepast.

Er zijn zoveel mensen betrokken bij het besluit ten strijde te trekken en de details daarvoor uit te werken, dat de vraag rijst: is iedereen schuldig of is dat complexe proces de dader?
Verklaar je iedereen schuldig dan stort het Amerikaanse defensie- en regeringsapparaat in elkaar. Obama heeft de beulen al vrijgesproken. Zou hij de opdrachtgever veroordelen, dan wordt Bush alsnog als oorlogsmisdadiger weggezet. Het laatste restje geloof in de rechtmatigheid van de oorlog in Irak zou wegvallen en Amerika heeft er weer een oorlogstrauma bij.
Kiest Obama er echter voor dan maar niemand te veroordelen, dan verliest hij zijn geloofwaardigheid als rechtschapen man. Ook niet best voor de Amerikaanse democratie. Dus zoekt hij het nu in een laag tussen opdrachtgever en uitvoerder: de architecten.
Is dat de juiste weg? Vel uw oordeel in onderstaande poll.

Verbod op recepten

Verbod op recepten Terwijl de coalitie het onderling al lastig genoeg heeft met straaljagers, eist het CDA Tweede Kamerlid Henk Jan Ormel een verbod op een kookboekje met vegetarische recepten. Hij zal minister Gerda Verburg vragen het boekje terug te trekken en het geld te besteden aan voorlichtingscampagne over het maatschappelijk nut van dierproeven.

Meneer Ormel durft wel. Een verbod op een boek valt slecht in tijden waarin velen, onder de vlag van de vrijheid van meningsuiting, bijna alles voor publicatie toegestaan achten. Recepten zijn ook een vorm van meningsuiting. Zou dat niet zo zijn, dan valt er over smaak natuurlijk niet te twisten.

Het boekje bestaat al tien jaar, zegt Verburg, dus waarom maakt Ormel zich zo dik? Ormel vindt het propaganda en dat dient de overheid niet te subsidiëren.
Het Voedingscentrum, de uitgever van het kookboekje, propagandeert ook al jaren de schijf van vijf en daar staan wel degelijk
vlees en dierproducten op. Meneer Ormel hoeft dus niet bang te zijn dat het Voedingscentrum voornemens is de vleesindustrie om zeep te helpen.

Misschien kan hij beter eens navragen waarom Artis 5 miljoen euro van Verburg krijgt voor natuur- en milieueducatie.
Altijd goed om kinderen te leren dat een olifant eigenlijk in een groter leefgebied thuishoort, dan op een paar vierkante meter dierentuin. En zeker, het is prima als je met gedegen educatie voorkomt dat mensen hun kop in het zand steken als ze een struisvogelbiefstukje eten. Het is immers slecht gesteld met de verbinding tussen natuur en consumptie. Het is alom bekend dat de missing link tussen een pak melk en de koe, tot een erg nauw natuurbewustzijn bij kinderen heeft geleid.

Maar waarom zou juist Artis die 5 miljoen krijgen? Elke dierentuin verkoopt zichzelf tegenwoordig als schoolvoorbeeld van educatie. Met deze subsidieshot haalt Verburg de zo geroemde principes van de marktwerking aardig onderuit. Maar hoor je daar heer Ormel over?

DNA-matches in de hooiberg

DNA-matches in de hooiberg Het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) is natuurlijk blij met elke rake DNA-match, die een dader aan een misdrijf nagelt. Bij de presentatie van het jaarverslag 2008 werd dan ook trots vermeld dat er vorig jaar ruim 20 procent meer landelijke matches waren. De uitwisseling van DNA-gegevens met andere landen leverde 500 internationale matches op.

Gefeliciteerd. Want het is wel zoeken naar de beruchte speld in de bekende hooiberg. De Nederlandse DNA-databank groeide met ruim 59 procent en telt nu bijna 73.000 dna-profielen. Dat daar 78 matches per week uitrollen mag dan ook een prestatie worden genoemd. In 2007 waren er nog 63 goede scores per week, in 2008 groeide dat tot 78. Een toename van ruim 23 procent.

Dan heb je het over 4056 matches per jaar, ofwel 5,6 procent van alle dna-profielen. In 2007 was dat percentage 7,2.
De verhouding loopt terug. Meer dna opslaan betekent dus niet dat er ook meer crimineel dna in de databank zit.

In internationaal verband werden er 23000 dna-profielen ontvangen en stuurde Nederland er 40.000 de deur uit. Het NFI zegt nu 1 match per dag te scoren, dus dat is dan 0,6 procent van alle uitgewisselde dna-profielen.

Het aantal matches staat dus in een zeer kleine verhouding tot het aantal bewaarde dna-profielen. Komt dat nou omdat we nog lang niet elke speld in de hooiberg ligt opgeslagen? Ofwel: moeten we allemaal ons DNA ingeleveren?