Categoriearchief: Keuzes

Reclame of informatie?

Reclame of informatie? “Ik ben van mening dat het een onmogelijke taak is om te komen tot een helder juridisch houdbaar onderscheid tussen informatie en reclame“.
Een opvallend antwoord uit de
beantwoording van kamervragen, waarin de overheid wordt verzocht op te treden tegen symptoomreclame.

Symptoomreclame zijn spotjes of advertenties waarin meestal veel voorkomende kwaaltjes worden getoond en waarin wordt gesteld dat je er toch prima van af kan komen. Critici menen dat dit soort reclame eigenlijk reclame voor medicijngebruik is. De reclame wordt gefinancierd door bedrijven in de farmaceutische industrie.
Reclame voor geneesmiddelen is in Nederland verboden. Symptoomreclame wordt gezien als truc om de wet te omzeilen. Reden voor de Consumentenbond een petitie te starten om de overheid onder druk te zetten een verbod op dit soort reclame in te stellen.

Uit de beantwoording van de kamervragen blijkt dat een verbod er niet echt in zit. Over mogelijke aanscherping van de regels wordt nog nagedacht. Maar goed, intrigerend is dat zinnetje, waarmee minister Klink zegt dat het heel lastig is om juridisch vast te leggen wat het verschil tussen reclame en informatie is.

In de dagelijkse praktijk is het inderdaad lastig dat onderscheid altijd goed waar te nemen. Neem het persbericht van de Consumentenbond, waarin wordt geroepen dat de petitie voor een verbod op symptoomreclame al 12.000 handtekeningen heeft opgeleverd. Die mededeling is natuurlijk informatie. Maar het lijkt me tevens wervend bedoeld: al 12 duizend mensen gingen u voor, nu u nog! Dat mag je dan toch reclame noemen, of niet?

Veel reclame is meteen als zodanig te herkennen. Door informatie te tonen in de reclameblokken op televisie of in kranten het woordje reclame of advertentie te plaatsen, weet je meteen dat het meer om verleiding dan om informatie gaat.
Het wordt al lastiger als je een brief in de bus krijgt, waarin je hoogst persoonlijk wordt geïnformeerd over een leuke prijs doe je gewonnen hebt. Nadere informatie leert dan dat je er echter extra loten in de loterij voor moet kopen, wil je een kans maken op die prijs. Dat is dus regelrechte werving. De zogenaamde informatie is op een misleidende manier verhullend.

Geldt dat ook voor symptoomreclame? De informatie over kalknagels en schimmelvoeten voegt niets toe. Iedereen weet dat het fenomeen bestaat. Dat je er een heuse medische behandeling voor nodig hebt, om het enigszins effectief te bestrijden, blijkt pas als je in de reclame genoemde websites bezoekt. Daar lees je dan dat je met je klachten naar de huisarts moet.
Is dat nou informatie over een kwaal? Of reclame voor de huisarts? Of een manier om je, via je huisarts, de weg naar medicatie te wijzen? Wat dan weer reclame is.

Goed. Reclame en informatie is niet altijd goed uit elkaar te houden. Je kan natuurlijk afspreken dat informatie alleen juiste en te toetsen feiten bevat. Informatie die voor iedereen beschikbaar is en door iedereen gebruikt mag worden, zonder enige bijbedoelingen. Het enige doel is alleen het verstrekken van die informatie.
Het vervelende is dat niet alleen in reclame informatie wordt verstrekt, die meer tot doel heeft dan louter feiten aan te bieden. Iedereen gebruikt informatie wel eens ter ondersteuning van hoogst particuliere doelen. Zo willen we in een discussie een ander wel eens overtuigen met een “maar wist je dan niet dat….”, waarna er en paar echte feiten worden opgesomd.

Reclame probeert altijd een ander te overtuigen. Al dan niet met feitelijke informatie. De keuze om op basis van die informatie daadwerkelijk iets te doen, is aan de individuen in de aangesproken doelgroep. Maar dat geldt ook voor echte, keiharde informatie. Je kan nog met duizend feiten en cijfers komen, wat mensen ermee doen bepalen ze zelf.
Heeft minister Klink dus groot gelijk dat er geen juridisch onderscheid tussen reclame en informatie te maken is?

Het lijkt me wel een nader onderzoek waard. Informatie kan wervend werken, mensen op ideeën brengen, waarmee ze ook iets gaan doen. Reclame gaat om werving alleen. En werving op zich is geen informatie. Kunt u daar wat mee?

SER-advies over het eind der tijden.

SER-advies over het eind der tijden. Het kabinet heeft de SER gevraagd een advies op te stellen over de tijden van de samenleving. Er zou namelijk een grotere behoefte zijn aan meer flexibiliteit in werktijden, schooltijden en openingstijden van gemeentelijke loketten, huisartsenpraktijken en kinderopvang.

Het dagelijks leven is voor veel mensen een race tegen de klok, omdat er behoorlijk wat afgehandeld moet worden tussen 9 en 5 uur. Neem nu het groeiende peloton bakfietsrijders. Racen naar school of kinderopvang, doorsjezen naar werk, in de pauze een sprintje trekken naar burgerzaken om het paspoort te verlengen, tussen 3 en 4 de kinderen weer in de bakfiets zien te krijgen, in ijltempo ze bij de naschoolse opvang dumpen en heel misschien heb je dan nog net tijd genoeg om even langs de huisarts te fietsen, om dat rare knobbeltje op je stuitje even na te laten kijken.

Gelukkig zijn de meeste supermarkts in de grote steden na 5 uur open, dus de boodschappen doen lukt nog wel, waarna de kinderen weer opgehaald kunnen worden, die je dan op de zak aardappelen plempt om naar huis te racen. Bekaf plof je na het avondeten op de bank en besluit deze keer maar een keertje de training van de volleybalclub over te slaan. Te moe en een grote behoefte aan wat tijd voor jezelf.

Wat de gemeenten betreft is het voortouw al genomen. Vorig jaar ondertekenden acht gemeenten en minister Plasterk van Emancipatie en staatssecretaris Bijleveld van Binnenlandse Zaken een koploperconvenant tijdbeleid. De acht gemeenten beloofden zich in te zetten voor het verruimen van openingstijden in de publieke en private dienstverlening.
Nog een jaar eerder ondertekenden twee provincies en vier andere gemeenten ook zo'n overeenkomst en hebben al resultaat behaald. Niet alleen met ruimere openingstijden van gemeentehuizen, ook banken, postkantoren en apotheken flexibiliseerden hun tijden. Er wordt nog hard gewerkt aan avondopenstelling van huisarts- en tandartspraktijken.

Is het eind der “tijden van de samenleving” voorbij en vervangen we die voor de “tijd voor jezelf”?
Dat is misschien wat raar gesteld. Maar als ik zo graag na 5 uur van het gemeenteloket gebruik wil maken, dan zal daar wel iemand moeten werken. Hoe zit het dan met diens wensen om de tijden van werk en privé naar eigen gemak te combineren?
Ongeveer de helft van de beroepsbevolking werkt al op onregelmatige tijden. In callcentra, winkels, zorginstellingen, horeca en volcontinu bedrijven. Politie en brandweer zijn 24 uur per dag paraat.

Waarom werken we eigenlijk allemaal niet onregelmatig? Want als de dienst van een nachtverpleegster er op zit blijkt het openbaar vervoer niet meer te rijden, dus is zij gedwongen met eigen vervoer te reizen. Dus ook het OV kan nog flexibeler.
Het is maar een voorbeeldje om aan te geven dat als de tijden aangepast worden aan ieders wensen, de samenleving in een wel heel complex werkrooster geperst dient te worden.
Als dat ooit naar ieders tevredenheid georganiseerd is, zal het een hoop stress schelen. Een mooie bijdrage aan het drukken van de zorgkosten? Tevreden mensen zijn immers minder snel ziek?

Dat valt nog te bezien. Want onregelmatig werken kan ook weer heel vervelende klachten veroorzaken. Miskramen bij vrouwen die in nachtdiensten werken, hart-en vaatziekten bij mensen die ploegendiensten draaien. Wisselende tijden van werken, eten en slapen verlagen de weerstand van het lichaam. Wat behalve psychische klachten ook een diabetes en stofwisselingsproblematiek kan veroorzaken.
Overigens wees een Deens onderzoek uit dat het de gezondheid weer ten goede komt als de baas de werktijden aanpast an de zogenaamde dag- en avondmensen.

Ik ben zeer benieuwd of het SER-advies, dat volgend jaar moet uitkomen, ook de gezondheidsaspecten zal meewegen. Want zou naast vet eten, weinig bewegen ook onregelmatig werken een oorzaak kunnen zijn waarom één op acht Nederlanders niet echt gezond is en één op de vier de GGZ zal consulteren?

Rekenkamer vraagt ideeën.

Rekenkamer vraagt ideeën In Friesland wordt dit weblog niet alleen gelezen, er worden zelfs ideeën uit overgenomen. Eind mei vroeg ik mij af of de burger meer betrokken kon worden bij het werk van de Algemene Rekenkamer. U weet wel: Rijk's kascommissie, die af en toe gehakt maakt van de manier waarop de overheid verantwoording aflegt over de relatie tussen de middelen, het geld, en de doelen (zie dit artikel).

In de gemeente Gaasterlân-Sleat maakt men daar een beginnetje mee. De lokale Rekenkamer is druk bezig het onderzoeksplan voor volgend jaar op te stellen. Nu roept die Rekenkamer de burgers op ideeën voor onderzoek aan te leveren. In een korte brief of e-mail mogen burgers suggesties doen voor onderzoek naar “de aanpak van de gemeente op allerlei gebieden. Is er bijvoorbeeld op een bepaald beleidsterrein, zoals het onderwijs, de jeugd, ouderen, sport of veiligheid, goed gehandeld en is het bestuur van de gemeente daarbij op een verstandige wijze omgegaan met het geld?“

Kijk, da's aardig. Het zal niet de bedoeling zijn dat burgers nu bijvoorbeeld op het idee komen de declaratiebonnetjes van burgemeester en wethouders op de gemeentelijke website te plaatsen. En het zal ook niet de bedoeling zijn uit te laten zoeken of de kosten van een vergunning voor het plaatsen van een duiventil in de achtertuin wel kloppen.

Het gaat er natuurlijk om of de burger nou eens uitgezocht wil zien of het geld dat aan de Gaasterlandse veiligheid is besteed, de gemeente verlost heeft van de criminaliteit. Of dat het salaris van de ouderenadviseur wel uitbetaald is in een rijk en bloeiend bejaardenleven. En hoe zit dat met de aanschaf van al die regentonnen die gratis af te halen zijn? Gaat dat de burger nog wat opleveren in de vorm van een lagere waterrekening?

Of zouden er een paar uitgerekende Gaasterlanders zijn, die ideeën in de bus doen voor heel andere aanpak van onderzoek? Zo maakt de Rekenkamer niet alleen een droog rapport, maar brengt ook adviezen uit aan de gemeenteraad. Nu de burger er bij wordt betrokken, zou die een rapportcijfer kunnen uitbrengen, dat tevens een advies inhoudt. Bij een voldoende mogen de lokale bestuurders en vertegenwoordiger verder op de ingeslagen weg. Bij een dikke onvoldoende is het plaatsmaken voor een nieuw bestuur.

Nu bent u geen inwoner van de gemeente Gaasterlân-Sleat. Toch heeft u wellicht ideeën waar de Rekenkamer wat mee kan. Spuien maar en ik zal ze per e-mail doorsturen.

Overheidssteun voor crisisconsument

Overheidssteun voor crisisconsument Treft de crisis de consument, dan is de koek snel op. Mocht de crisis ook mij tot werkloosheid brengen, dan zal ik ruim 470 euro netto per maand minder in de knip hebben. Dat bedrag rolde uit de werkloosheidsberekenaar van het Nibud, dat onderzocht heeft hoe mensen het rooien als de crisis hen treft. Het laat zich raden dat die mensen betalingsproblemen hebben.

Uit het rapport 'Rondkomen in economische onzekerheid' (pdf!) blijkt dat 70 procent van de nieuwe werklozen moeite hebben hun uitgavenpatroon aan te passen. Nou, zou je zeggen, laat ze dan een voorbeeld nemen aan die 30 procent die er blijkbaar geen moeite mee heeft.
Hoe dat komt, vermeldt het rapport niet. Da's jammer. Want is het nou onkunde of spelen er andere factoren mee?

Er zou bijvoorbeeld een verschil in vaste lasten kunnen zijn, waar niet zo makkelijk in te snijden valt. Een hypotheekaflossing en een ziektekostenverzekering bijvoorbeeld. Die zijn er in soorten en maten en kunnen dus voor de een hoger zijn dan voor een ander.
Als ik al mijn abonnementen en lidmaatschappen opzeg, kijk ik nog tegen een tekort van 400 euro aan. Drastische vermindering van energiegebruik kan helpen, maar niet onmiddellijk. Daar zou ik pas bij de volgende jaarrekening iets van kunnen merken. Ik los het pas op als de boodschappen bij de goedkoopste super worden gedaan, stop met bloggen en het vakantiegeld volledig opgaat aan de rest van het tekort.

Geen probleem, want mijn eventuele werkloosheid is natuurlijk van korte duur. Een jaartje retraite van mijn huidige uitgavenpatroon zou misschien heilzaam kunnen zijn. Maar zou de economie mijn bijdragen niet missen?

De financiële sector wordt met miljarden overeind gehouden. Ook al verandert in het gewoontepatroon van die sector niets substantieels. Bedrijven worden gesteund met gesubsidieerde werktijdverkortingen. De allergrootste verandering in hun patronen, zie je vooral op het werkrooster.
De getroffen consument kan slechts een beroep doen op bestaande voorzieningen en mag het Nibud te hulp roepen om het uitgavenpatroon aan te passen. Geen extra steun dus.

Da's wel een beetje raar. Want het is toch helemaal niet goed voor de economie als consumenten minder gaan besteden? Moet de consument, onmisbare factor voor de elektronicabedrijven, de warenhuizen, de horeca en zelfs de supermarkts, niet worden gesteund?
Te denken valt aan tijdelijke verhogingen van de WW-uitkeringen, voor diegenen waarvan vaststaat dat er een onlosmakelijk verband is tussen de crisis en hun werkloosheid.De overheid is niet van plan de koopkracht te redden. Met die koopkracht lijkt het wonderwel mee te vallen, ook al gaat die volgend jaar achteruit. Alleen mensen die werkloos worden, zullen pijn lijden, zegt minister Donner. Geen reden om er iets aan te doen. Loonmatiging is veel belangrijker.

Tot zover de overheidssteun voor de crisisconsument.

AOW of Alzheimer aanpakken?

AOW of Alzheimer aanpakken?

We zullen ouder worden, langer leven, maar dan wel in pure armoede. Dat is in de kern het scenario van de vergrijzing. Tenzij er drastische maatregelen worden genomen. Bijvoorbeeld door de AOW flink op de schop te nemen.

Dat zou kunnen, maar dan ben je er nog lang niet. Dat stelt Eurocraat op GeenCommentaar. Een veel grotere financiële tijdbom tikt onder de kosten voor de gezondheidszorg. Ouderen doen een groter beroep op de zorg en dus zou je dat beter kunnen aanpakken.
Vergeet die AOW, zo stelt Eurocraat, maar focus eens op de vergrijzing zelf. Moeten we ons niet eens afvragen hoeveel we willen investeren in het verlengen van het leven van een 95-jarige, is de
prikkelende vraag van Eurocraat.

Geen bijzondere vraag. De RVZ (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg) adviseerde in 2006 al de QALY te hanteren. Een norm voor “kwaliteit gewogen per gewonnen levensjaar”. Als een kostbare behandeling weinig gezondheidswinst oplevert, zou zo'n behandeling niet langer uit de algemene middelen moeten worden vergoed.
Awel, bij iemand van 95 jaar of ouder zal weinig gezondheidswinst meer te halen zijn, dus zo raar is de vraag op GeenCommnentaar nu ook weer niet. Hoewel ik me afvraag waarom het weblog op de stoel van de RVZ wil zitten.

Want er zijn natuurlijk nog andere keuzes. Een van de dure ouderdomskwaaltjes is Alzheimer. De Europese Commissie had berekend dat in 2005 elke patiënt 21 duizend euro kost. In Nederland lijden ongeveer 200 duizend mensen aan die vreselijke aandoening Dan heb je het dus over 4,2 miljard per jaar.
De
Europese Commissie vindt het dan ook belangrijk om “op dit gebied te investeren en samen te werken, zowel om de maatschappelijke kosten van deze ziekten te drukken als om hoop, waardigheid en een gezonder leven te bieden voor de miljoenen mensen die aan deze aandoeningen lijden“.

De investeringen die tot nu toe zijn gedaan, leveren ook resultaat op. Wetenschappers hebben nieuwe genen ontdekt, die verantwoordelijk zijn voor Alzheimer. Die ontdekking moet het mogelijk maken medicijnen te ontwikkelen die de ziekte kunnen voorkomen, of zelfs genezen (meer te lezen in het NRC).
Nu die genen zijn gevonden, wordt het tijd het verdere onderzoek te intensiveren. Dat kost geld, zeker. Maar als, wat Alzheimer betreft, de gezondheidswinst dus 100% kan zijn, dan kunnen de prognoses over de kosten van de ouderenzorg drastisch worden herzien.

Zelfs ideeën als doorwerken na je 65e worden ineens een stuk realistischer. De investeringen in dit soort onderzoek en ontwikkeling zouden dus opgeschroefd kunnen worden. De vraag is dan waar dat geld vandaan moet komen.
Ik ben het eens met de strekking van het artikel op GeenCommentaar: zet de AOW-onderhandelingen maar even in de ijskast. Besteed de kosten daarvan nu eerst maar aan de bestrijding van Alzheimer.

Verder wordt het een lastige kwestie van prioriteiten herzien. Wat heeft bijvoorbeeld filebestrijding voor zin, als je niets aan Alzheimer doet? Als de vergrijzing echt toeslaat in de voorspelde demonische omvang, dan heb je geen files meer, omdat een groot deel van de bevolking opgesloten zit in volledig geautomatiseerde verpleegtehuizen. Dus hup, ijskast open en zet de filebestrijding naast de AOW.

Wat kan er nog meer de koeling in om de oplopende temperaturen van de vergrijzing te stoppen?

Eerste burger of burgervader?

Eerste burger of burgervader? Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) denkt dat het ambt van eerste lokale burger in de toekomst zal veranderen. Maar hoe? De gezamenlijke burgervaders zien drie opties. Of zouden er meer zijn?

De burgemeester, benoemd door Hare Majesteit, heeft het lastig. Besturen is ingewikkelder geworden. Niet alleen zijn er minder, dus grotere gemeenten. De burgemeester krijgt ook steeds meer taken, onder andere op gebied van openbare orde en veiligheid.
De burger verwacht meer van het hoofd der gemeente, zoals persoonlijk en sterk leiderschap verwacht. De media zitten steeds meer op de nek en, door regionalisering en globalisering, opereert de burgemeester meer op bovenlokaal niveau.

De voorbeelden kennen we wel. Als de media de burgemeester niet opzoekt, doet hij dat zelf wel. Gerd Leers (Maastricht) vond kennelijk dat de plaatselijke VVV zijn stad te weinig promoot en bracht het drugstoerisme nog eens in het nieuws. Hij is so-wie-so een liefhebber van televisie en verder niet te beroerd de benoeming van een collega te bekritiseren.
Job Cohen heeft een zware portefeuille waarin thema's schitteren als Schiphol, lastige jeugd in Zuid-Oost en terrorisme zich verplaatst van Theo van Gogh naar de Ikea.
Aboutaleb mag nu in Rotterdam een crisis bezweren. En de burgemeester van Apeldoorn was ineens speerpunt van belangstelling op de laatste Koninginnnedag.
Dat vraagt veel van de hedendaagse burgervaders en moeders. Eén 'faux pas' en ze vallen onder de 22.000 google-hits als je 'burgemeester in opspraak' intikt.

Het NGB ziet drie scenario's voor de burgemeester van de toekomst. De eerste is die van primus inter pares, eerste onder zijns gelijken. Misschien met wat extra bevoegdheden. Een scenario die met de huidige situatie valt te vergelijken, stelt het NGB.
Is dat zo? Nu is de huidige burgemeester zeker geen eerste onder zijns gelijken. Hij of zij wordt door het Rijk aangewezen en kan overal vandaan komen. Maar stel dat de burgemeester wordt gekozen uit de lokale bevolking, zoals een stamhoofd door leden van zijn club worden aangewezen, dan zou je een echte primus inter pares hebben. Of niet?

Het tweede scenario voorziet in een 'gewonere bestuurder'. Geen hotemetoot, een wat elitair figuur, maar eentje die meer ingebed is in de lokale gemeenschap. Misschien zelfs een gekozen burgemeester. Meer vergelijkbaar met de positie van wethouders.

Het derde scenario schetst een burgemeester die met sterk, persoonlijke leiderschap zijn rol vervult. Aan zo'n captain of community zouden veel burgers wel behoefte hebben.
Een behoefte die ik wel herken in andere context. Ook in bedrijven en organisaties lijken mensen meer behoefte aan een sterke leider te hebben en hun eigen verantwoordelijkheid daar aan ondergeschikt te willen maken.

Tot zover de opties van het NGB. Er zijn er natuurlijk meer te bedenken. Zo zou de individuele burgenmeester vervangen kunnen worden door een klein leidend collectief. Juist omdat het ambt ingewikkelder is geworden, zou een collectief waarin alle nodige competenties zijn vertegenwoordigd, de bestuurslast kunnen verlichten en verder professionaliseren.

En moeten burgemeesters een bestuurlijke achtergrond hebben? Een ex-minister of staatssecretaris, zoals nu regelmatig het geval is. Of mag het ook een voormalig bankdirecteur zijn of ex-voorzitter van de KNVB? Om maar iets te noemen.

Hoe ziet u uw toekomstige burgemeester? Lijkt één van de opties van het NGB u wel wat? Of weet heeft u behoefte aan iets heel anders?

Parkeren voor het goede doel?

Parkeren voor het goede doel?

Parkeren blijft een terugkerend gespreksthema op menig borrel en verjaardagspartijtje. Over de techniek van het inparkeren mag smakelijk worden verhaald, over het betaald parkeren gaat menig chagrijnige anekdote over de tafel.

Een wonderbaarlijke draai in de verhaalgeschiedenis ontstond onder andere in Den Haag, waar het betaald parkeren fors is uitgebreid. Gemeentelijke folders kondigden aan dat het betaald parkeren, op rare tijden als van 18.00 u. tot 24.00 u. bijvoorbeeld, de parkeeroverlast zou verminderen. Bijna niemand geloofde dat en schafte zich ondertussen dure parkeerkaarten aan.

Nu de een na de nadere buurt onder curatele van de parkeermeters staat, slaat de stemming om. Want ineens blijkt er volop parkeerplaats. De kaarthouders tevreden. Eén vraag blijft nu rondzingen op de borrels en verjaardagen: waar zijn al die auto's gebleven, die voorheen de buurt verstikten?

De gemeenten varen er wel bij. Men verwacht dat de kas dit jaar met 10 keer zoveel aan parkeergeld zal worden gevuld. Ruim 530 miljoen euro. Dat vertegenwoordigt zo'n 25% van alle gemeentelijke heffingen (lees meer bij het CBS).
De burger mag daar wel wat voor terugverwachten. Gaan andere belastingen omlaag? Zullen allerlei wensen, die eerder wegens geldgebrek niet konden worden gerealiseerd, nu snel vervuld worden?

De relatief mopperloze snelheid waarmee talloze burgers nu parkeerabonnementen hebben aangeschaft, doet vermoeden dat men graag wat extra's betaalt. Crisis of niet.
Een rare vraag misschien: zou het een idee zijn de extra parkeergelden aan goede doelen te besteden? En wat vind u dan een goed doel?
Geld naar caritas? Een deel van de bezuinigingen op ontwikkelingshulp compenseren? Investeren in de 100% milieuvriendelijke auto?

Roept u maar….

Kiezen voor barbarisme?

Kiezen voor barbarisme?“(…) als echt blijkt dat de bezuinigingen in dit geval een verhoogd risico voor de veiligheid met zich hebben meegebracht, dan is er een grens gepasseerd“.
Quote van Gerrit van de Kamp,
voorzitter ACP (Algemeen Christelijke Politiebond, onderdeel van het CNV).

Het Algemeen Dagblad vermoedt dat bezuinigingen mede oorzaak zijn van gebrekkig politie-optreden bij het fatale strandfeest in Hoek van Holland.
Nu moet nog blijken wat er zich precies heeft afgespeeld en welke rol de politie heeft gespeeld. Het lijkt er echter sterk op dat de oorzaak vooral ligt bij een paar feestvierders die een heel ander vertier voor ogen hadden, dan de organisatie had bedoeld.

Dat kan gebeuren. Niet leuk, onnodig, en dat die bende nog levend rondloopt is te danken aan de overgrote meerderheid feestgangers die een gezellig, vrolijk en vreedzaam feestje in hun hoofd hadden. Dan sla je er niet zomaar op los. Bovendien is de heersende mores dat je niet voor eigen rechter speelt en dus het verwijderen van vervelende gasten aan de politie overlaat.

Natuurlijk wil een vakbond weten of de leden hun beroep naar behoren kunnen uitvoeren. Bestaat de kans dat bezuinigingen het functioneren in Hoek van Holland ernstig hebben belemmerd?
De voorzitter van de ACP zegt: “Wordt er bezuinigd op politiewerk, dan moet de politiek, zowel landelijk als regionaal, keuzes maken. Gebeurt dit niet, dan komt de veiligheid van burgers en collega's in gevaar“. De ACP-voorzitter suggereert dan maar te kiezen voor het niet houden van grootschalige evenementen.

Nu ken ik wat kleinschalige gebeurtenissen waar een of twee politieagenten ook niet genoeg zijn om de zaak op te lossen. Voor één flippende psychopaat in een winkelstraat heb je al gauw zo'n tien beambten nodig. Die zijn er meestal wel. Tenzij het een gemiddelde zondag is, in een of ander gehucht, waar van een koopzondag nooit sprake is. Dan kan het net lang genoeg duren voor de hulptroepen op sterkte aanwezig zijn, om de doorgedraaide burger de kans te geven aardig wat schade aan zichzelf en zijn omgeving toe te brengen.

Dat is wel een gevolg van bezuinigingen. De overheid koos er echter voor een andere benaming: reorganisatie van de politieregio. Komt neer op: hetzelfde werk doen met minder mensen. De hoogste leidinggevenden voeren die reorganisatie gewoon door. Af en toe mort er een korpschef, maar die enkele oprisping verandert niets aan de situatie.

Een verschijnsel dat ik maar al te goed ken van mijn werk: de maatschappelijke opvang. De doelgroep is talrijker en complexer geworden, de budgetten zijn niet meegegroeid en zelfs hier en daar gekrompen. Gevolg: bezuinigingen op personeel. Mijn werkgever kan niet tegen de overheid zeggen: okee, dan vangen we een deel van die doelgroep niet op en we halen een gebouw, inclusief een complete staf, uit het pakket. Dan voldoet mijn werkgever namelijk niet aan de opdracht en krijgt helemaal geen subsidie meer.

Ook hier is het resultaat: hetzelfde werk doen met minder mensen. Dit blogje is tekort om het met alle details uit te leggen, maar geloof me, het werk is er niet veiliger op geworden. Sterker nog: het aantal incidenten neemt, na jaren relatieve rust, in rap tempo toe.
En dan laat ik bezuinigingen in de zorg nog onbesproken, terwijl ook in ziekenhuizen en verpleegtehuizen de onveilige situaties toenemen.

We kunnen er inderdaad voor kiezen geen grote strandfeesten meer te organiseren of de maatschappelijke opvang af te schaffen. Dat eerste betekent minder lol, het tweede betekent weer meer overlast voor de “gewone” burger.
Ik ben daar niet voor. Er zou juist meer lol en nog minder overlast moeten zijn. Wie daar ook voor is, moet eens goed nadenken in het stemhokje.

Volgende keer weer kiezen voor een regering die de veiligheid hoog op het lijstje ambities heeft staan, maar er geen cent teveel aan wil spenderen? Dat is kiezen een grens te passeren en ruimte te bieden aan barbaarse toestanden op het strand, in de maatschappelijke opvang en de zorg.

Motieven emigratie

Motieven emigratie

Ruim 4,24% van de Nederlanders denkt er wel eens over te emigreren. In werkelijkheid maakt jaarlijks zo'n 0,76% die stap ook echt. Volgens het CBS hebben vooral jongeren emigratieplannen.

Op een bevolking van ruim 16,5 miljoen merk je daar natuurlijk weinig van. Slechts lokaal merken krimpende agrarische gemeenten wel eens dat er weer een paar boeren zijn geëmigreerd. Of zien universiteiten hun uitgezonden jonge wetenschappers niet meer terug, omdat ze hier te weinig perspectief zien. En talentvolle jongeren vertrekken omdat ze moeizaam aan de bak komen en last krijgen van wat Wilders hier aanricht.

Altijd zonde, die braindrain en teruglopende boerenstand. Het CBS vroeg waarom mensen emigratieplannen maken. Werk komt dan op de tweede plaats. Veel vaker wordt ruimte, rust, stilte of natuur als motief genoemd.
Andere, veel lager scorende motieven zijn: familie/vrienden, belastingdruk, culturele regels bevallen niet, verloedering/criminaliteit, opleiding of Nederland is te vol.

Vooral jongeren willen wel weg. De wat groeiende groep ouderen wil weg om motief numero 1: ruimte, rust, etcetera. Dertigplussers binden het hier veel te druk en dromen van een relaxed bestaan in België, Frankrijk, Spanje of Suriname.
Jongeren willen hun ding nog doen en dan in landen waar ze meer kansen hebben of krijgen dan hier.

Als die motieven in de werkelijke emigratiecijfers een stijgende trend gaan worden, krijgen we een land waar de vergrijzing zich verplaatst naar het buitenland en de jongeren ontbreken om nog wat van het land te maken. De dure plannen voor dijkverzwaring en neo-Deltaplannen kunnen de kast in. Een leeg land kun je zonder problemen vol laten lopen.

Na rust & ruimte, scoort eigenlijk het wonderbaarlijke “overige redenen” erg hoog. Bij vrouwen komt dat op de 2e plaats, bij mannen op de 3e, na werk. Wat die overige redenen dan zijn, lezen we bij het CBS niet.
Het moet een bont scala aan zulke persoonlijke motieven zijn, dat ze statistisch niet het vermelden als categorie waard zijn. Maar omdat het bij elkaar weer wel een grote greoep vormt, ben ik toch wel nieuwsgierig naar die overige motieven. Als je een idee hebt, laat het hier dan weten.

Opvallend aan emigratieplannen en werkelijke emigratie is, dat mensen naar landen vertrekken waar evenveel op aan te merken valt, als op Nederland. Met de politiek, milieu en veiligheid is overal wel wat mis.
Werken kan je overal wel, zeker in landen waar ze in Nederland opgeleide mensen goed kunnen gebruiken. En rusten in ruimte kan zeker in bijna elk land, behalve Nederland.

Daarom is het jammer dat het CBS niet meer vertelt over de keuze-landen. De werkelijke emigratiecijfers zeggen daar wel iets over. België en Duitsland, lekker dicht bij huis, zijn populair. Spanje en Frankrijk horen bij de middenmotors en Canada en Suriname vind je bij de hekkensluiters in het rijtje doellanden.

Zelf heb ik ooit een gedacht dat Toscane (Italië) een plek was, waar ik zou kunnen leven als ik werkelijk over emigratie zou denken. Ik dacht daarbij niet een aan werk, wel aan rust en ruimte. Maar ook het klimaat, de vriendelijke mensen, het heerlijke eten en het relaxte atmosfeertje spraken mij het meeste aan.

Denk jij ook wel eens over emigratie? En zo ja, welk land heeft jouw voorkeur dan en waarom?

Vakantie op droog brood?

Vakantie op droog brood

Wat is een minimumbestaan? Als je alleen geld hebt voor huisvesting, eten en kleding? Of moet er ook nog wat geld zijn voor een sportclub, een goed boek en een paar dagen vakantie?

Die vraag hebben het SCP en het Nibud voorgelegd aan een aantal discussiegroepen. Die werden het niet unaniem eens met elkaar, maar een alleenstaande zou toch wel met 800 tot ruim 900 euro rond moeten kunnen komen.

In het rapport “
Genoeg om van te leven'”(pdf!) worden aantal deelnemers geciteerd, die zich uitlaten over wat armoede volgens hen is.

“Ik vind armoede ook dat er gewoon geen brood op de plank is, dat mensen niet kunnen eten”, zegt de een. “Ik vind het armoede als je je hond moet wegdoen omdat je hem niet meer kan betalen”, zegt een ander.

De nuances lopen zeer uiteen. Een deel vindt alles onder luxe vallen dat meer dan wonen, eten en kleden is. Anderen vinden dat je niet zonder een aantal andere zaken kan, zeker als er ook kunderen in het huishouden zijn. Dan is deelname aan een club, of minimaal 1 pc in huis toch ook wel noodzakelijk.

Een deelnemer biecht op dat hij 30 procent moest inleveren, toen hij in de WAO terechtkwam. “Nou, dan moet je dus gaan schrappen”, zegt hij. Is dat armoede? De deelnemer kijkt er zeer genuanceerd tegenaan: “Dan kan je zeggen: ‘Dat is arm.’ Nee, je kan ook zeggen: ‘Wat ik had, was luxe.”

Een volwassen alleenstaande, die in de bijstand vervalt, krijgt minimaal rond de 600 euro, maximaal ruim 900 euro. Gehuwden en samenwonenden moeten rond komen van 1285 euro en een alleenstaande ouder rond de 1165 euro. Die bedragen gelden als je dan wel de maximale woontoeslag krijgt.

Van welke luxe zou jij afscheid nemen, als jouw inkomen tot de bijstandsnorm daalt?
Ga je dan het hele jaar droog brood eten om op vakantie te kunnen gaan? Of koop je geen nieuwe kleren om je kapotte pc te vervangen?
Roept u maar, wat zijn de eerste zaken die je schrapt?