Meer mahsro

Ik hoop dat u de laatste dagen zelf over de telefoonnummers beschikte die u nodig had. Zo niet, dan heeft u wellicht het mahsro-effect opgelopen. Mahsro? Wat was dat ook alweer? Mahsro is de code die staat voor mijn arme harde schijf raakt overbelast. Die overbelasting kan al gauw ontstaan als u een grote hoeveelheid codes moet onthouden. Uw pincode, uw creditcard-code, uw postcode, het wachtwoord de pc thuis en op het werk, uw DigiD en uw ziekenfondsnummer zijn er zo al een paar. Voor sommigen komt daar de toegangscode van hun autogarage of werkplek bij. Zelf heb ik in totaal slechts 19 codes te onthouden. Dat gaat redelijk, hoewel ik bij enige vermoeidheid nog wel een een nummertje verwissel. Dat is dus het moment waarop ik last begin te krijgen van de mahsro-code. Vanaf 1 april wordt er een nog groter beroep op de gezondheid van mijn eigen harde schijf gedaan. Was je een telefoonnummer kwijt of zocht je een onbekend nummer, dan was één nummer voldoende om de juiste informatie te krijgen. Nu zijn we alweer elf dagen bezig om in plaats van het aloude 118, de veertien nieuwe 18-en-nog-wat nummers te leren kennen. Dankzij de geprezen marktwerking èn het bejubelde idee dat keuzevrijheid betekent dat er vooral veel meer mogelijkheden moeten zijn. Het heeft wel tot gevolg dat je nu eerst moet uitzoeken welk nummer je het beste lijkt. De prijzen lopen niet zoveel uit elkaar. De meeste nummers kosten € 1,30 per gesprek. Maar wat krijg je daarvoor? Gelukkig heeft het consumentenprogramma Kassa (Vara) dat voor u uitgezocht. Maar ja, probeer dat allemaal maar eens te onthouden. Kassa heeft de nummers getest. Slechts twee nummers komen als beste uit de bus. De informatienummers van de KPN (1888) en Casema (1829). Onthoudt die nummers, want aan deze codes is een persoon verbonden. Bij andere nummers komt u in gesprek met een computer. Consumenten die allang aan het idee gewend zijn dat codes mensen zijn (lees op dit weblog: Van code tot mens) willen misschien liever die informatienummers bellen, waar ze door een persoon worden geholpen. De principiële weigeraars van de gedachte dat een code een mens is, zullen wellicht de voorkeur geven aan de computergesprekken.

Wat in het kader van die alom geroemde keuzevrijheid wel een beetje vreemd is dat geen enkel nummer juist de keuze tussen computer of mens niet aanbiedt, maar dat zal vooor € 1,30 wel te duur zijn. Het gesprek gaat dan immers vanaf het begin al langer duren: ''Wilt u informatie van een computer? Toets een 1. Wilt iemand persoonlijk aan de lijn? Toets een 2'' En dan maar nog hopen dat u de door u gekozen informatie-leverancier aan de lijn krijgt. Er zitten boeven tussen die de nummers van concurrenten weten te blokkeren en zo u in hun fuik lokken. Om mijn arme harde schijf niet al te veel op de proef te stellen, heb ik besloten maar één nummer te onthouden. De service is prima, ik krijg een medemens aan de lijn en als ik dat wil verbindt die me ook meteen door naar het gezochte nummer. Dat ontlast mijn arme harde schijf tenminste weer een beetje.

Medische fouten zonder schuld

Dat god geen volmaakte schepper is (zie artikel van gisteren), valt mee te leven omdat we gelukkig nog altijd de artsenij hebben die met de name de medische missers van de schepping probeert te herstellen. Zo zijn door de jaren heen aardig wat ziektes uitgebannen en bestaan voor vrij veel bestaande ziektes de nodige remedies. Ook als de mens, een kwetsbaar onderdeel van de schepping, niet bestand blijkt tegen allerlei ongelukken, weten artsen de mens nog aardig op te kunnen lappen. Daarbij zijn ze soms zelfs in staat mensen van de dood te redden. We verwachten van artsen dat ze tot welhaast goddelijke prestaties in staat zijn . En wel van de perfecte soort. Maar artsen zijn mensen. En als een god een foutje mag maken zonder daarvoor teruggefloten te worden, dan mag een arts toch zeker ook? In België hebben ze dat goed begrepen. Daar ligt een wetsvoorstel klaar die het 'blamefree' melden van medische missers mogelijk moet maken. Een fout van een arts moet gemeld kunnen worden, zonder dat die arts voor de misser aansprakelijk wordt gesteld. De gedupeerde kan dan wel een beroep doen op een bijdrage uit een schadefonds, waarmee overigens het recht vervalt de arts voor de rechter te dagen. Een werkwijze die in Scandinavische landen al langer wordt toegepast. In Nederland heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg al in 2004, met instemming van veel artsen, het voorstel gedaan het ''blamefree'' melden ook hier in te voeren. Voorlopig moeten we het doen met een erfenisje van Hoogervorst (de vorige minister van volksgezondheid). Door een puntensysteem in te voeren, moet duidelijk worden welke ziekenhuizen goed presteren (lees: de minste fouten maken). Patiënten moeten dan zelf maar kiezen waar ze behandeld willen worden. Ab Klink, de huidige minister voor gezonde zaken, heeft nu de 2e Kamer beloofd snel concrete afspraken te maken met ziekenhuizen over het terugdringen van medische missers. Misschien dat hij nu het ideetje uit België over kan nemen? In Engeland gaan ze het heel anders aanpakken. Het ministerie van gezondheid aldaar komt met een voorstel om een commissie die voor de helft uit leken bestaat, te laten oordelen over een arts die een tuchtklacht aan zijn broek heeft gekregen. Bovendien moeten artsen elke vijf jaar een examentje doen, om aan te tonen hoe bekwaam ze nog zijn. Bij een onvoldoende, kan de arts de herscholing in. Al deze maatregelen lijken mij vooralsnog bedoeld om een claimcultuur, zoals die in Amerika bestaat, te voorkomen. Een arts die moet dokken voor een gemaakte fout is al snel failliet en kan uitkijken naar een ander baantje. Op die manier voelt niemand er nog wat voor dokter te worden, want een foutje is zo gemaakt. Het ''blamefree'' melden van fouten ontslaat de arts van persoonlijke verantwoordelijkheid. Lastige kwestie. Er is helemaal niets te bedenken, waardoor artsen nooit meer enige fout zullen maken. Ook al hebben ze een langdurige en zware studie achter de rug, ook al zijn er steeds betere controle-systemen, er zullen altijd fouten gemaakt worden. Maar hoe denk je daarover als jij die patiënt bent wiens verkeerde been is geamputeerd? Je wilt dan toch uitgezocht hebben hoe de dienstdoende arts te werk is gegaan? Misschien is het beter de plannen uit Engeland in aangepaste vorm over te nemen. Een commissie van leken en artsen bekijkt de zaak grondig en velt een oordeel over de mate van ''schuld''. Want, zoals eerder gesteld, artsen zijn geen goden. Net als andere mensen kunnen zij een fout maken waar ze weinig aan konden doen. Maar evengoed kunnen ze fouten maken door nalatigheid, ondoordachtheid of met een kater van de vorige avond aan de operatietafel staan. En dan is er wel degelijk sprake van persoonlijke verantwoordelijkheid. ''Blamefree'' is de arts pas als dat onomstotelijk kan worden aangetoond.

Opwarming: vluchten kan niet meer.

De miljarden die in de ruimtevaart gepompt worden, hebben natuurlijk tot doel uiteindelijk de aarde te verlaten als het hier te heet onder onze voeten wordt. De recente berichten over de mogelijke aanwezigheid van water op Mars, moesten ons warm maken voor het idee dat daar misschien wel valt te leven. Welnu, beste lezers, ik wil uw vrolijke pasen niet vergallen, maar vluchten naar Mars zit er niet in. Ook op Mars wordt het klimaat verwarmt en smelten de enige poolkap die ze daar hebben. Dat wordt dus op zoek naar een andere planeet (dan maar naar Venus, juichen de vrouwelijke lezers wellicht). Op VPRO''s Noorderlicht kunt u lezen dat de opwarming van Mars niets te maken heeft met broeikaseffecten. Stof en wind zijn hier de boosdoeners. Zolang de lichtgekleurde stof netjes op de Marsbodem blijft liggen is er niks aan de hand. De lichte kleur zorgt ervoor dat zonlicht wordt gereflecteerd en kan de boel dus aardig koel houden. Maar steekt er een windje op, dan gaat het mis. De donkere rotsen komen vrij en absorberen het zonlicht, wat dan tot opwarming leidt. Dat veroorzaakt dan weer meer wind, dus ook meer opwarming. Wetenschappers menen nu dat dit effect (de stof-wind-terukoppeling genoemd) niet meer te stuiten is. Nog even en het gezicht op Mars heeft niet meer geneog aan een zonnebril en een sombrero en verdwijnt zwetend als sneeuw voor de zon. Het maakt ook duidelijk hoe belangrijk het is hier ter plaatse de opwarming terug te dringen. Opwarming leidt tot droogte. Daardoor was ons paasfeest toch al verprutst, omdat er geen paasvuren ontstoken mogen worden. Meer droogte, geeft meer stof en de klimaatveranderingen veroorzaken al meer wind. Het op Mars ontdekte secenario zou dus ook onze toekomst kunnen zijn. Dat het 2e VN-rapport over het klimaat zo moeizaam tot stand moest komen, is wel haast misdadig te noemen. Het resultaat van dat rapport is zelfs ronduit moorddadig. Politici en wetenschappers worden het na enig geruzie eens met elkaar dat bijvoorbeeld de allerarmsten zwaar te lijden krijgen van de klimaatveranderingen. Vervolgens gaat men uit elkaar zonder ook maar één concrete aktie in te zetten. Misschien dat ze nu tot meer daadkracht bereid zijn, nu duidelijk is dat de ook zij niet meer kunnen vluchten. Jammer van al dat geld dat tot nu toe in de ruimtevaart is gestopt. Maar men kan natuurlijk ingaande vandaag het nog resterende ruimtevaartbudget in de planeet alhier investeren.
Het spijt de redaktie dat u vandaag geen vrolijker paasverhaal voorgeschoteld krijgt. Toch fijne dagen gewenst, want dat gun ik u natuurlijk van harte.

BurgerServiceCode

De belastingdienst heeft het wel heel zwaar te verduren de laatste tijd. Achterstanden bij het uitkeren van de kinderopvangtoeslag, stakende ambtenaren, fout advisering bij het gebruik van de DigiD. Even leek er wat licht in de duisternis op te treden, want de belastingdienst krijgt een prijs. De baas van de dienst, staatssecretaris van financiën Jan Kees de Jager, weigert echter de prijs in ontvangst te nemen. De belastingdienst wordt met deze prijs, de Webflop 2007, namelijk beloond voor de slechtste dienstverlening op het web. Hoewel de Webflop vooral gezien moet worden als een aanmoediging om beter te presteren, bedankt staatssecretaris de Jager voor de eer. Ik denk ook niet dat zijn ambtenaren er blij mee zullen zijn en met die ambtenaren ligt de Jager al overhoop, dus hij kijkt wel uit. De Webflop wordt uitgereikt door Overheid.nl, eBurger.en onafhankelijk forum (zo zegt men zelf), dat de digitale handel en wandel van de overheid in de gaten houdt, vanuit de burger bekeken. Die moet namelijk het meeste profijt hebben van de digitalisering van de overheid. Hoe onafhankelijk deze club is mag u zelf beoordelen. Het is namelijk een initiatief van de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. Deze zorgt ook voor de financiering van het project. Behalve de Webflop deelt de organisatie ook de WebWijzerAward uit. Dit is een compliment aan overheden die hun digitale zaakjes beter voor elkaar hebben. Hoe kan een overheidsinstantie nu weten of men de kans loopt een Flop of een Award aan de bestuurlijke broek te krijgen? Wel, daar heeft Burger.Overheid.nl een gedragscode voor opgesteld: de BurgerServiceCode. Gelukkig is dat in dit geval geen papieren kolos met talloze artikelen en subparagrafen. Met slecht tien geboden zou een overheidsinstantie de burger prima van digitale dienst kunnen zijn. Het eerste gebod luidt: keuzevrijheid (jawel!). Een burger moet zelf kunnen kiezen op wat voor manier hij/zij contact legt met de overheid. De overheid moet er dan wel voor zorgen dat er ruime mogelijkheden aanwezig zijn om een keuze te maken: niet alleen digtiaal (e-mail, internet), maar ook de meer traditionelere benaderingen als de telefoon, de brief en natuurlijk het menselijke contact aan de balie. Ook een mooie is het vierde gebod. De overheid moet de burger van juiste, volledige en actuele informatie voorzien. Wordt het in dit verband niet eens tijd dat de regering ook een soort Flop krijgt uitgereikt wegens het tegenhouden van het zgn. Irak-onderzoek? Het tiende gebod beoogt de actieve betrokkenheid van de burger. De overheid moet er voor zorgen dat er voldoende informatie en middelen zijn om die betrokkenheid in praktijk te kunnen brengen. Nu is ''betrokkenheid'' wat anders dan deelname. Meepraten, meedenken, zelfs hier en daar een advies uitbrengen, dat kan volop. Maar mee beslissen is er niet bij. Dat recht is en blijft voorbehouden aan de overheid zelf. We kiezen die overheid zelf, dus je zou zeggen: niks aan de hand. Maar zowel menig burger als een aardig deel van ''de politiek'' meent dat er desondanks een te grote kloof tussen overheid en samenleving is. En iedereen breekt zich naar het hoofd over hoe die kloof te dichten en de betrokkenheid te vergroten. Welnu, begin eens een aantal adviezen van burgerforums bindend te maken. Zo''n burgerforum krijgt dan een zwaarder gewicht en deelnemende burgers meer verantwoordelijkheid. De angst dat ''onderbuikgevoelens'' dan een plaats krijgen in de besluitvorming hoeft niet zo groot te zijn. Bij onderzoeken naar zaken als bestuurlijke besluitvorming en juryrechtsspraak, komt naar voren dat individuen een kwestie stukken genuanceerder beoordelen als men over meer informatie beschikt èn als men zich bewust is dat het oordeel ook daadwerkelijk van invloed zal zijn.
Wanneer gaan we onze democratie nu eens verbeteren door niet aan grotere betrokkenheid te werken, maar aan grotere, actieve deelname? Niet alleen een eind weg kletsen in adviesraadjes, maar verantwoordelijke besluiten nemen.

Neelie Kroes maakt Europa goedkoper

Zelfs de meest linkse anti-europa activist zou van de weeromstuit wel eens een rechtgeaarde liberale europeeaan kunnen worden dankzij Neelie Kroes. Deze euro-commisaris van liberale huize pakt kartelvorming meedogenloos hard aan.
Nu is het de beurt aan fabrikanten van
badkamerspulletjes. Fabrikanten van douchestangen en badkamerkranen hebben de handen ineen geslagen om de prijzen kunstmatig hoog te houden.

Normaal gesproken gaan mensen samenwerken om produktiekosten laag te houden en goedkoop inkopen te kunnen doen. Denk aan collectieve verzekeringen, landbouw coöperaties en wooncommunes. Allemaal begint dat met de ''c'' van communisme, een in vergetelheid geraakt ideaal dat tot doel had dat iedereen het een beetje goed zou krijgen. Maar doet men hetzelfde zonder tot een lagere prijs van een bepaald produkt te komen dan heet dat kartelvorming. Jawel, met de ''k'' van kapitalisme.

Nou staat Neelie Kroes toch niet bekend als een ultra-rode rakker. Maar het past wel in haar liberale traditie dat vrijheid gelijk staat aan keuzemogelijkheden. Ze ligt er vast niet wakker van dat de consument een aardig prijsje moet betalen voor bepaalde producten. Het is haar wel een doorn in het hoog dat kartels vaak een monopolie-positie verwerven, waardoor er weinig te kiezen valt bij wie je gaat shoppen.
Kartels concurreren kleinere bedrijven kapot en uiteindelijk heeft de consument nog slechts één keuze bij de inrichting van de badkamer.


De Europese regelgeving stelt dat kartelvorming verboden is en straft overtreders met gigantische boetes. Allemaal het werk van Neelie Kroes. Wie in haar handen valt kan de rekening alvast opmaken. Eerder dit jaar had ze een paar fabrieken te grazen die aardig
in de lift zaten en gooide ze de winstverwachtingen aan diggelen van glasfabrikanten.
En denk niet dat het dan om kleine bedrijfjes gaat die van arremoe elkanders samenwerking zochten. Zelfs een gigant als
Shell ontkwam niet aan de tentakels van euro-commisaris ten bleek dat die betrokken was bij prijsafspraken voor o.a. asfaltprodukten.

Dit jaar heeft Neelie de ambitie minstens
tien kartels aan te pakken. Ze heeft nog zaakjes lopen tegen creditcard-maatschappijen, de electriciteitssector en zelfs Microsoft. Als die niet gauw hun monopolie-posities opgeven, krijgen ze te maken met Neelie Kroes en ze kunnen nu al uitrekenen wat ze dat gaat kosten.
Shell moest 160 miljoen euro boete betalen en de liftfabrikanten mochten 992 miljoen euro in de kas van Neelie storten. En dat steekt ze niet in eigen zak. Nee, ze wil graag dat die inkomsten ten goede komen van de gemeenschap. Met al dat geld kan ze haar werk uitbreiden zonder dat het de europeanen meer aan lidmaatschapsgeld gaat kosten.

Is dat mooi of niet? De consument is niet meer gebonden aan die peperdure software van Microsoft en een verenigd europa kost ons geen cent meer.

Denk nu niet, beste lezer, dat dit stukje uiteindelijk is bedoeld om Neelie alsnog onderuit te halen. Dat gaat niet gebeuren. Tenslotte heeft ze ook gezegd dat die hele dubbele paspoorten-kwestie een non-issue is, maakt ze zich hard het glazen plafond te doorbreken, waardoor er meer vrouwen in toppposities kunnen komen en viel ze haar ijzeren collega Verdonk af door de zijde van Ayaan Hirschi Ali te kiezen. Kortom, niets dan lof.

Wel denk ik dat Neelie met al haar goede bedoelingen de grijp-en graaicultuur niet ongedaan kan maken. De beboete bedrijven hoesten de mega-boetes op alsof ze een boertje laten. De winsten waren immers allang binnen. Bovendien valt te vrezen dat die boetes als onkosten worden opgevoerd, waardoor de consument alsnog tegen te hoge prijzen aanhikt. En als kartelvorming in Europa te lastig wordt, dan vindt het bedrijfsleven wel andere wegen om hun winsten veilig te stellen. Men wijkt uit naar niet-europese landen of is zelfs niet te beroerd omde europese gedachte onderuit te halen.
Nu al klaagt het bedrijfsleven steen en been over de, in hun ogen, veel te ver gaande europese regelgeving. Kartelvorming kan Neelie dan nog wel aanpakken, maar als men eendrachtig gaat lobbyen zou ze zomaar haar baantje wel eens kwijt kunnen raken.

Gandhi zei al: ''De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen maar niet ieders hebzucht''. Die hebzucht wordt er, ondanks Neelie''s voortvarende aanpak, niet minder om. Haar goede bedoelingen zijn duidelijk. Haar inzicht in de menselijke drijfveren schieten tekort om een definitief einde te maken aan kartelvorming. En daarmee kan de redaktie haar bij deze voordragen als de vijfde genomineerde voor de
Donkey Shocking-award.

Stijgende temperaturen. Dalende aankopen

In de serie ''Gevolgen klimaatverandering'' probeert de redaktie opmerkelijke feitjes en trends te ontdekken die aantonen hoe de klimaatverandering nu en morgen in het dagelijks leven verandert. Zo blijkt het zachte weer gevolgen te hebben voor de uitgaven van de consumenten. In de persberichten hierover valt zo op het eerste gezicht niets bijzonders te lezen. Het is geen opzienbarend nieuws dat het warmere klimaat tot minder gasverbruik heeft geleid. In de CBS-statistieken die het het consumentengedrag volgen, valt gas onder de categorie ''Overige goederen''. Het CBS meldt dat door het aangenamere weer de bestedingen in die categorie 8,1% lager was dan vorig jaar. Behalve gas, vallen ook boeken en cosmetica in deze categorie. Dat er minder cosmetica gebruikt wordt lijkt ook logisch. Met meer zonnige dagen in de winter, is het niet langer nodig onze bleekgezichten op te poetsen met cosmetische artikelen, die onze teint de illusie van een gezond kleurtje moeten geven. Da''s dus een mooi gevolg van de opwarming van het klimaat. Maar dan die boeken. Je kunt je voorstellen dat toen de winter nog een echte winter was, mensen liever binnenshuis bleven en hun vertier zochten in een goed boek. Lekker knus bij de verwarming. hete chocola erbij, heerlijk! Dat wordt dus allemaal minder. En denk niet minder lezen in de winter gecompenseerd wordt door zomer''s onder de parasol even een literaire inhaalslag te plegen. Het leest gewoon niet lekker weg als je om de 10 minuten een verkoelende duik in het water neemt of elk kwartier de ijsblokjes moet aanvullen. Bovendien maken zweetdruppels en zonnebrandolie het boek onleesbaar. De temperaturen worden heter en wij worden analfabeter? Of moeten we deze trend zien als één van de schaarse middelen die een individuele consument tot zijn/haar beschikking heeft om ook maar iets aan die klimaatverandering te doen. Die consument had eerder wel goed gelezen dat we zuiniger moeten zijn op onze bomen en ons water. Allebei onderdelen nodig zijn bij de productie van papier. De milieubewuste consument koopt dus een boekje minder? Wie echter het CBS-bericht goed leest, komt erachter dat het consumentengedrag absoluut geen graadmeter is om de gevolgen van de klimaatverandering aan af te lezen. Minder gasverbruik, jazeker. Wellicht ook een boekje minder. Maar er is wel meer kleding en huishoudelijke apparatuur aangeschaft. Met name dat laatste kun je toch echt geen verantwoorde reactie op de stijgende temperaturen noemen. (Eerdere bijdragen in over dit onderwerp: Heeft u ook al trends gespot? Meldt ze dan hier. Lees ook over de gevolgen voor eskimo''s of welke storingen we mogen verwachten. Allemaal fijn stof om te lezen.)

Dialogen in de polder

(g.l.t. 4 min.; geen links)

Het Kabinet: ''Goedemorgen, dames en heren, ik ben blij dat ik even tijd vrij heb kunnen maken om eens een hartig woordje met u te wisselen. Gaat u zitten, koffie? Thee?''
De Samenleving: ''Ook goedemorgen. Eh…., die koekjes, zijn die gratis?''
Het Kabinet: ''Natuurlijk, tast u toe. Dan kan ik u ondertussen uitleggen wat de bedoeling is.''
De Samenleving: ''Neemt u mij niet kwalijk dat ik u onderbreek, maar was het niet de opzet dat ik u ging vertellen wat de bedoeling is?''
Het Kabinet: ''Ah! Daar heeft u in zekere zin gelijk mee. Er zijn natuurlijk wel een paar spelregels.''
De Samenleving: ''Spelregels? Ik dacht dat dit een serieus gesprek zou worden en niet een of ander gezelschapsspelletje?''
Het Kabinet: ''Wat treffend dat u het zo benoemd! Ons motto “Samen leven” staat voor een hechter verband tussen de leden van dit gezelschap. Ik zou graag zien dat men in de beschermende sfeer van het gezin weer eens een gezellig spelletje met elkander doet.''
De Samenleving: ''Ah, zo! En al die mensen die geen gezin hebben? Die mogen zeker buiten spelen?''
Het Kabinet: ''Wel, er zijn talloze mogelijkheden om saamhorig te zijn. De sportverenigingen, de fitnessclubs, de …..''
De Samenleving: ''…de happy hours!''
Het Kabinet: ''Nouwwwww, die dan weer niet. Kijk, ik gun iedereen natuurlijk een uurtje geluk. Maar het happy hour-gebeuren schiet ernstig zijn doel voorbij. Reeds nu kunt u radeloze ouders langs de kroegen zien zwerven op zoek naar hun kroost. Hebben ze die eenmaal gevonden dan zie je te vaak wat een problemen het geeft, hun laveloze, lallende en brallende kinderen mee huiswaarts te krijgen voor de avondmaaltijd.''
De Samenleving: ''En dat gaat u dus aanpakken?''
Het Kabinet: ''Jazeker! Er staat al een campagne op touw die de mensen er bewust van gaat maken dat het ook anders kan. Volgende week al komt er een cd uit waarop de minister van Jeugd samen met Ali B. een alleraardigste rapversie doet van ''Ach, kindjelief, toe drink niet meer.''
De Samenleving: ''En verder?''
Het Kabinet: ''Huh? Hoe bedoel u?''
De Samenleving: ''Nou, u ging het probleem toch aanpakken? Een liedje lijkt mij dan niet genoeg.''
Het Kabinet: ''Kijk, had u mij toch eerst de spelregels even moeten laten uitleggen. Het is mijn taak te signaleren, de lijnen uit te zetten en de kaders aan te geven. Vervolgens moet u het doen! Ik ben de samenleving niet. De samenleving, dat bent uzelf! Als ik maatregelen tref, dan wordt dat als overheidsbemoeienis gezien en ik dacht dat u daar de buik wel vol van had.''
De Samenleving: ''Aha! Dus de komende jaren gaat het zoals ik het wil?''
Het Kabinet: ''Dat hang er van af.''
De Samenleving: ''Pardon? Nog meer spelregels?''
Het Kabinet: ''Ja, nog een paar kleinigheden. Het moet altijd gaan om zaken die men samen kan doen, verder moet iedereen er baat bij hebben en, last but not least, het mag geen gevolgen hebben voor het positieve saldo van de staatskas.''
De Samenleving: ''Even een vraagje, wie bepaalt welke zaken er onder die kriteria vallen?''
Het Kabinet: ''Daarvoor zitten we nu gezellig bij elkaar! Dat bepalen we samen. Heeft u nog genoeg koekjes?''
De Samenleving: ''Ja, dank u. Aan de catering mankeert hier werkelijk niets. Aan die kriteria kennelijk wel, want dat gaat toch niet helemaal gesmeerd.''
Het Kabinet: ''Meent u dat echt? Heb ik iets gemist?''
De Samenleving: ''Nou, neem nu eens de vaststelling van het aantal probleemwijken. Nu al blijken bepaalde buurten daarbuiten te vallen, terwijl de bewoners zelf menen dat hun nood toch erg hoog is. Het lijstje probleemwijken lijkt alsmaar kleiner te worden.''
Het Kabinet: ''Oh, dat bedoelt u. Toen onze minister voor probleemwijken op pad ging om uit te zoeken waar er nou echt problemen waren trok ineens iedereen aan de bel. Van stadswijken tot dorpskernen, van winkeliersverenigingen tot verenigingen van huiseigenaren, van welzijnswerkers tot pastoors. Dat werkt zo niet. Als ik met iedereen in gesprek moet, die meent binnen een door mij aangegeven kader te vallen, dan heb ik aan die honderd dagen niet genoeg. U wilt toch ook niet dat we vier jaar lang alleen maar in gesprek zijn?''
De Samenleving: ''Nee, nee, zeker niet. Die honderd dagen kosten al dure minuten, waarin de meest voor de hand liggende zaken al aangepakt hadden kunnen worden. Ik zou heel graag zien dat u ook daadwerkelijk wat doet. Maar nu dreigen er toch wat mensen buiten de boot te vallen.''
Het Kabinet: ''Welneeeeeee. Kijkt u eens hier, ik ben kapitein op het schip van Staat. Mensen moeten dat niet verwarren met de stoomboot van Sinterklaas. Ik ga geen kadootjes weggeven. Ik ga die mensen belonen, die zelf en vooral samen, hun probleempjes gaan oplossen. Dat is geen kwestie van de hand ophouden en een beetje bij mij komen bedelen. Dat is samen hard aan het werk. Steekt men de handen daadwerkelijk uit de mouwen, dan ben ik best bereid een bijdrage te leveren uit het beperkte budget van de staatskas.''
De Samenleving: ''En wanneer wordt ik dan ingelicht over de stappen die u verder denkt te ondernemen?''
Het Kabinet: ''(grote zucht) Laat ik het nog één keer duidelijk maken. Ik geef alleen maar politieke steun. U moet samen leven, u moet samen werken. U hoeft alleen maar ingelicht te worden over verzoeken, als ik van plan ben wel stappen te ondernemen. Anders heeft inlichten geen zin.''
De Samenleving: ''Dus?''
Het Kabinet: ''Dus dank ik u voor dit genoeglijke onderhoud. Ik moet helaas weer verder. Er wachten mij nog meer gesprekken. Neemt u nog wat koffie en vergeet u de koekjes niet.''

Dialogen in de polder

Het Kabinet: ''Goedemorgen, dames en heren, ik ben blij dat ik even tijd vrij heb kunnen maken om eens een hartig woordje met u te wisselen. Gaat u zitten, koffie? Thee?'
'
De Samenleving: ''Ook goedemorgen. Eh…., die koekjes, zijn die gratis?''

Het Kabinet: ''Natuurlijk, tast u toe. Dan kan ik u ondertussen uitleggen wat de bedoeling is.''
De Samenleving: ''Neemt u mij niet kwalijk dat ik u onderbreek, maar was het niet de opzet dat ik u ging vertellen wat de bedoeling is?''
Het Kabinet: ''Ah! Daar heeft u in zekere zin gelijk mee. Er zijn natuurlijk wel een paar spelregels.''
De Samenleving: ''Spelregels? Ik dacht dat dit een serieus gesprek zou worden en niet een of ander gezelschapsspelletje?''
Het Kabinet: ''Wat treffend dat u het zo benoemd! Ons motto “Samen leven” staat voor een hechter verband tussen de leden van dit gezelschap. Ik zou graag zien dat men in de beschermende sfeer van het gezin weer eens een gezellig spelletje met elkander doet.''

De Samenleving: ''Ah, zo! En al die mensen die geen gezin hebben? Die mogen zeker buiten spelen?''
Het Kabinet: ''Wel, er zijn talloze mogelijkheden om saamhorig te zijn. De sportverenigingen, de fitnessclubs, de …..''
De Samenleving: ''…de happy hours!''
Het Kabinet: ''Nouwwwww, die dan weer niet. Kijk, ik gun iedereen natuurlijk een uurtje geluk. Maar het happy hour-gebeuren schiet ernstig zijn doel voorbij. Reeds nu kunt u radeloze ouders langs de kroegen zien zwerven op zoek naar hun kroost. Hebben ze die eenmaal gevonden dan zie je te vaak wat een problemen het geeft, hun laveloze, lallende en brallende kinderen mee huiswaarts te krijgen voor de avondmaaltijd.''
De Samenleving: ''En dat gaat u dus aanpakken?''
Het Kabinet: ''Jazeker! Er staat al een campagne op touw die de mensen er bewust van gaat maken dat het ook anders kan. Volgende week al komt er een cd uit waarop de minister van Jeugd samen met Ali B. een alleraardigste rapversie doet van ''Ach, kindjelief, toe drink niet meer.''
De Samenleving: ''En verder?''
Het Kabinet: ''Huh? Hoe bedoel u?''
De Samenleving: ''Nou, u ging het probleem toch aanpakken? Een liedje lijkt mij dan niet genoeg.''
Het Kabinet: ''Kijk, had u mij toch eerst de spelregels even moeten laten uitleggen. Het is mijn taak te signaleren, de lijnen uit te zetten en de kaders aan te geven. Vervolgens moet u het doen! Ik ben de samenleving niet. De samenleving, dat bent uzelf! Als ik maatregelen tref, dan wordt dat als overheidsbemoeienis gezien en ik dacht dat u daar de buik wel vol van had.''
De Samenleving: ''Aha! Dus de komende jaren gaat het zoals ik het wil?''
Het Kabinet: ''Dat hang er van af.''
De Samenleving: ''Pardon? Nog meer spelregels?''
Het Kabinet: ''Ja, nog een paar kleinigheden. Het moet altijd gaan om zaken die men samen kan doen, verder moet iedereen er baat bij hebben en, last but not least, het mag geen gevolgen hebben voor het positieve saldo van de staatskas.''
De Samenleving: ''Even een vraagje, wie bepaalt welke zaken er onder die kriteria vallen?''
Het Kabinet: ''Daarvoor zitten we nu gezellig bij elkaar! Dat bepalen we samen. Heeft u nog genoeg koekjes?''
De Samenleving: ''Ja, dank u. Aan de catering mankeert hier werkelijk niets. Aan die kriteria kennelijk wel, want dat gaat toch niet helemaal gesmeerd.''
Het Kabinet: ''Meent u dat echt? Heb ik iets gemist?''
De Samenleving: ''Nou, neem nu eens de vaststelling van het aantal probleemwijken. Nu al blijken bepaalde buurten daarbuiten te vallen, terwijl de bewoners zelf menen dat hun nood toch erg hoog is. Het lijstje probleemwijken lijkt alsmaar kleiner te worden.''
Het Kabinet: ''Oh, dat bedoelt u. Toen onze minister voor probleemwijken op pad ging om uit te zoeken waar er nou echt problemen waren trok ineens iedereen aan de bel. Van stadswijken tot dorpskernen, van winkeliersverenigingen tot verenigingen van huiseigenaren, van welzijnswerkers tot pastoors. Dat werkt zo niet. Als ik met iedereen in gesprek moet, die meent binnen een door mij aangegeven kader te vallen, dan heb ik aan die honderd dagen niet genoeg. U wilt toch ook niet dat we vier jaar lang alleen maar in gesprek zijn?''
De Samenleving: ''Nee, nee, zeker niet. Die honderd dagen kosten al dure minuten, waarin de meest voor de hand liggende zaken al aangepakt hadden kunnen worden. Ik zou heel graag zien dat u ook daadwerkelijk wat doet. Maar nu dreigen er toch wat mensen buiten de boot te vallen.''
Het Kabinet: ''Welneeeeeee. Kijkt u eens hier, ik ben kapitein op het schip van Staat. Mensen moeten dat niet verwarren met de stoomboot van Sinterklaas. Ik ga geen kadootjes weggeven. Ik ga die mensen belonen, die zelf en vooral samen, hun probleempjes gaan oplossen. Dat is geen kwestie van de hand ophouden en een beetje bij mij komen bedelen. Dat is samen hard aan het werk. Steekt men de handen daadwerkelijk uit de mouwen, dan ben ik best bereid een bijdrage te leveren uit het beperkte budget van de staatskas.''
De Samenleving: ''En wanneer wordt ik dan ingelicht over de stappen die u verder denkt te ondernemen?''
Het Kabinet: ''(grote zucht) Laat ik het nog één keer duidelijk maken. Ik geef alleen maar politieke steun. U moet samen leven, u moet samen werken. U hoeft alleen maar ingelicht te worden over verzoeken, als ik van plan ben wel stappen te ondernemen. Anders heeft inlichten geen zin.''
De Samenleving: ''Dus?''
Het Kabinet: ''Dus dank ik u voor dit genoeglijke onderhoud. Ik moet helaas weer verder. Er wachten mij nog meer gesprekken. Neemt u nog wat koffie en vergeet u de koekjes niet.''

Donkey Shocking-nominatie voor Educatie Televisie

Zinnen zijn de dragers, vol boeken en verhalen, maar je zal er in verdwalen, als je niet weet wat je moet.
Prinses Laurentien
citeerde dit couplet uit de titelsong van het tv-programma ''Lees en schrijf!'', dat gisteren in première ging. Het maakt onderdeel uit van een project ter bestrijding van laaggeletterdheid (een ingewikkeld woord dat de term ''analfabetisme'' vervangt).
Laurentien, bestuurslid van de Stichting Lezen & Schrijven, zou het mooi vinden als dat liedje nummer één werd in de hitlijsten, want er kan geen aandacht genoeg worden gegeven aan de problemen van analfabeten en laaggeletterden.


Volgens de
Stichting Lezen & Schrijven hebben zo''n 1, 5 miljoen mensen problemen op dit gebied. De stichting stelt dat daarvan 1 miljoen autochtonen en een half miljoen allochtonen moeite met lezen en schrijven hebben.
Pikant detail. Deze statistieken zouden er dus heel anders uit kunnen zien als we onze grenzen weer eens wat wijder openstellen.

De
oorzaken van analfabetisme zijn heel divers en vraagt dus om een brede aanpak. De ETV (Educatieve Televisie) heeft dat goed begrepen. Multi oorzaken ga je te lijf met een multimedia project. Behalve het tv-programma, komt men ook met een werkboek, een website en een bellijn. Een stevige promotiecampagne brengt alles onder de aandacht.

Nu is een tv-programma nog wel te volgen door analfabeten. Daar komt geen lezen en schrijven aan te pas. Hoewel: hoe kom je erachter waar en wanneer dat programma wordt uitgezonden.
Een werkboek met oefeningen is ook heel aardig. Oefening baart kunst en dat geldt ook voor lezen en schrijven. Klein probleempje voor analfabeten is hoe je dat werkboek kunt bestellen.
Die bellijn zal nog het meest toegankelijk zijn. Ik zou zeggen: maak er beeldtelefoon van, zodat de call-centralist kan meelezen, als je in de keuken met een recept uit het kookboek staat te worstelen.

Maar dan die website. Zelf onder goed lezende mensen zitten aardig wat ''digibeten'' die moeite hebben met het bezoeken van websites. Wat moet een analfabeet met een website waar je je eerst moet
aanmelden en inloggen voor je bij de oefeningen kunt komen???
Een analfabeet die jarenlang zijn/haar ''tekortkoming'' slim heeft weten te maskeren. zal nu toch echt uit de kast moeten komen en de hulp in moeten roepen van een geletterde buurman of kennis. Is dat de bedoeling van die website?

Anderhalf miljoen slecht lezende en schrijvende mensen zijn er, voor een welvaartsstaat, veel te veel.
Het valt te prijzen dat Laurentien, met medewerking van staatssecretaris Bijleveldt (let op: met ''dt''!), initiatieven ondersteunen om dat aantal omlaag te krijgen. Maar het is weggegooid geld als dat in de vorm van ontoegankleijke websites gaat.
De prinses wil van de titelsong van het tv-programma een nummer één hit maken. Zorg er dan wel voor dat de tekst wordt aangepast aan de werkelijkheid van dit project:
Zinnen zijn de dragers, vol mooie sites op het web,
je zal er nooit in verdwalen, als je weet hoe je inloggen moet.

De goede bedoelingen zijn duidelijk. Maar met de middelen die worden ingezet, kwalificeert de ETV zich op een uitgelezen manier voor de
Donkey Shocking Award. Bij deze!

Topzegeltjes

KoopzegelsMogen bijzondere prestaties beloond worden? Tuurlijk wel! De beloning moet echter wel daar terecht komen, waar dat hoort. Een aardig salaris is al een heel redelijke beloning voor mannetjes die een bedrijf opstuwen in de vaart der economie. Het lijkt me ook niet meer dan redelijk dat zo'n mannetje vriendelijk bedankt wordt, als hij daar ruimschoots in slaagt. Een bloemetje, een cadeaubon en een benoeming tot ere-lid van het bestuur zijn leuke extraatjes. Tenslotte kunnen die mannetjes van het opgestreken salaris, de rest van hun leven in een tropisch paradijs doorbrengen. Dat is op zichzelf al een beloning. Als het bedrijfsleven meent dat er verder nog iemand moet worden beloond, is dat niemand meer en mindere dan….. de klant.
Ja hoor, denken vele lezers hier. Daar heb je hem weer. Wat heeft die klant dan helemaal gepresteerd? Nou, laat ik dat even op een rijtje zetten.
Om te beginnen moeten we er van uit gaan dat een vrije markt absoluut niets voorstelt als er geen klanten zijn. In ons economisch systeem wordt het dogma hoog gehouden dat klanten vrij zijn om te kiezen welk product of bedrijf ze vertrouwen, vrij om te kiezen bij wie ze willen kopen en vrij om te kiezen hoeveel men er voor over heeft. De prestaties van de klanten zijn dus: vertrouwen schenken, de moeite nemen om naar de winkel te gaan en een substantieel deel van hun inkomen te investeren in de economie door ook daadwerkelijk een aantal produkten in die winkel te kopen.
Kijk, klanten kunnen er ook voor kiezen bij de groenteboer wat worteltjes te kopen, die thuis fijn te hakken en dat hun zuigelingen door de strot te stampen. Een stuk goedkoper, veel gezonder en het stimuleert de onderlinge band in het gezin. Maar wat doen de klanten? In een vlaag van verstandsverheldering slikken ze de boodschap dat de economie er baat bij heeft als de consument wat dieper in de portomonnee grijpt en gaat babyvoeding kopen. Ze kijken wat rond in de winkel en hoppa….. die leuke potjes van Numeco lijken ze wel wat. De klant wordt bedankt en krijgt in de ochtenkrant bij zijn ontbijt voorgeschoteld dat de heer Bennink 12 miljoen euro extra krijgt. Ja, daar lusten wij wel pap van.
De rest van de voorbeelden kent u ondertussen ook. Bedrijven van allerlei electronische apparatuur, die er voor kiezen de nederlandse economie een impuls te geven door de chips van Philips noodgedwongen elders in te kopen, zien hun investeringen beloond in de vorm van bonussen aan de Philips-top. En milieubewust als de hedendaagse consument inmiddels is, wordt er meer gebruik gemaakt van de trein. Om het de NS niet al te lastig te maken, rent men zich suf om de trein te halen, zodat die op tijd kan vertrekken. Bovendien is men niet te beroerd zich solidair te verklaren met de NS, ook al gaat er nog steeds aardig wat mis. De inzet van de treinreiziger wordt beloond met een symbolisch gebaar naar het NS-personeel.
Hoe kan dat anders? Simpel: voer de bonuszegeltjes in. Met een kleine aanpassing van het syteem dat u wel kent van uw groenteboer of supermarkt, kunnen de bonussen terecht komen waar ze horen: bij de klant. Het is en blijft tenslotte de klant die, in al zijn vrijheid, de moeite neemt produkten en diensten in te kopen van Numeco, Philips en de NS.
Hoe werkt het? Wat hetzelfde blijft, is dat elke klant één of meerdere zegeltjes krijgt bij de aankoop. Als aan het einde van het boekjaar blijkt dat een bedrijf flinke winst heeft gemaakt, kunnen de bonuszegeltjes ingeruild worden voor aandelen of obligaties. De voordelen zijn: de klant krijgt wat terug voor zijn investeringen en kan met die aandelen meer zeggenschap krijgen over het bedrijfsleven.
Ik vrees dat het bedrijfsleven met name dat laatste niet zo wenselijk vindt. Maar laat dat bedrijfsleven me eerst eens uitleggen waarom die bonussen alleen naar de top-bestuurders moeten en niet naar de klanten. Bovendien mag men ook uitleggen waarom er ook bonussen uitgedeeld worden als de prestaties wat minder zijn. In zo''n geval zou een bestuurder toch juist een deel van dat riante inkomen moeten inleveren?
Elke lezer die meer verstand heeft van economie dan de redaktie hier, mag natuurlijk ook komen vertellen wat er hij/zij vindt van de bonuszegeltjes voor klanten. Of zijn die net zo overbodig als de bonussen van de topbestuurders?