2011, optimisme tegen de wind in.

Optimist De nieuwjaarswensen vliegen eruit, de voorspellingen zijn gedaan en de toon wordt gezet. Optimisme gaat het helemaal worden dit jaar. Is dat een voorspelling, een goed voornemen of een feit?

Het is een voorspelling.
In ieder geval een voorspelling die in het nieuws en op weblogs opduikt. Het mag een onveilige wereld zijn, maar Elsevier meent dat optimist Rutte en de immer alerte veiligheidsdiensten ons goedgehumeurd en veilig door 2011 zullen loodsen. Volgens Managers Online voorspellen veel Nederlanders behoud van hun werkgelegenheid. Grootaandeelhouders van familiebedrijven voorspellen meer orders, omzet en winst en ook zzp’ers verwachten ook een rooskleurig 2011.

Op
hetkanWel werden de duurzame ontwikkelingen van 2010 op een rijtje gezet en men concludeert dat die reden zijn optimistisch te worden. Op Sargasso breekt tussen alle vervelende voorspellingen, ook optimisme door. Van minder bezuinigingen door meevallers tot kampioenschappen van voetbalclubjes. Op Vluchtstrook voorspelt weblogger Laurent het optimisme met: “dit jaar moet het gaan gebeuren, en zo niet dan toch”.

Het is een voornemen.
In ieder geval een voornemen van webloggers en journalisten. Met de lancering van One/11 nemen journalisten zich voor in 2011 positief nieuws te brengen. Dan zijn ze bij Groningers aan het goede adres, want die willen minder negativiteit in de samenleving.
Het optimisme als voornemen op weblogs is niet in een paar citaten samen te vatten. Samengevat komt het er op neer dat men zich niet door wat voor voorspellingen en voornemens dan ook in de luren wil laten leggen.

Het is een feit.
Dat weten we pas echt als het 1 januari 2012 is. Toch kunnen we nu al stellen dat optimisme in 2011 de toon zal zetten. Optimisme is namelijk in alle oude nieuwe jaren, nooit weg geweest. Er is geen reden aan te nemen dat het in 2011 ineens zou verdwijnen.
Optimisme steekt niet alleen de kop op bij rozengeur en manenschijn. Als de omstandigheden gunstig zijn, is optimisme wat realistischer, omdat er meer kans is dat waar te maken. Maar ook in mindere tijden, blijft optimisme overeind.
Optimisme is een overlevingsmechanisme. Het is de hoop op betere tijden. En als die zich niet onmiddelijk aandienen, is optimisme het weerstandvermogen dat mensen hebben om tegen de wind in overeind te blijven.

Op de drempel van de tijd (5)

Oudnieuw Oudjaar: “Getsammekolerenondeju!”
Nieuwjaar: “Nou, nou, lekker welkom”.

Oudjaar: “Laat me ook niet zo schrikken!”
Nieuwjaar: “Ik? Hoezo? Ik ben de onschuld zelve”

Oudjaar: “Nog wel ja, nog wel”.
Nieuwjaar: “Wat bedoel je?”

Oudjaar: “Kijk naar mij, jong”.
Nieuwjaar: “Tja, je ziet er wat afgetakeld uit, maar wat heeft dat met onschuld te maken?”

Oudjaar: “Zo zie jij er straks ook uit, ventje!”
Nieuwjaar: “Dacht het niet! Ik weet niet wat jij uitgespookt hebt, maar dat zal me niet gebeuren”.

Oudjaar: “Dat dacht ik vorig jaar ook. Mijn voorganger waarschuwde me ook al en de tijd heeft geleerd dat-ie groot gelijk heeft gekregen”.
Nieuwjaar: “De tijd heeft geleerd? Maar man, wij zijn de tijd toch?”

Oudjaar: “Ja, maar we hebben hem niet!”
Nieuwjaar: “Wat is dat nou voor wartaal?”

Oudjaar: “De mensen, jongen, de mensen nemen de tijd”.
Nieuwjaar:”Huh?”

Oudjaar: “Joh, dat leeft er maar op los. Ze wonen je compleet uit”.
Nieuwjaar: “Dat heb je zomaar laten gebeuren?”

Oudjaar: “Nee ,natuurlijk niet. Toen ik net iets ouder was als jij, heb ik de boel nog wat opgeschud. Beetje rommelen met het weer. Een kabinetje laten vallen. Alles gedaan om ze te waarschuwen dat het toch echt tijd was voor belangrijke veranderingen”.
Nieuwjaar: “En?”

Oudjaar: “Het weer interesseert ze geen mallemoer. Ze ontkennen het zelfs! En dan helpen ze een of andere jandoedel in het zadel, met de duivel aan zijn zijde en een blondje aan het stuur!”
Nieuwjaar: “Nou ja, daar zal ik toch geen laat van hebben?”

Oudjaar: “Jongen, zodra ze in de gaten krijgen hoeveel je kost, snijden ze gewoon op je levensduur!”
Nieuwjaar: “Dat kan helemaal niet. Dat ligt toch erfelijk vast bij ons?”

Oudjaar: “Hou op, joh. Ze hebben ambities, ze zien kansen, ze gaan dit land er bovenop helpen. Ze denken echt dat ze alles kunnen maken”.
Nieuwjaar: “Oh, dat kan wel zijn, maar ik laat me niet piepelen”.

Oudjaar: “Weet je wat? Probeer dat maar vast te houden. Wie weet kan jij ze een lesje leren”.
Nieuwjaar: ”Okee, ouwe. Tijd om te gaan. Rust lekker uit”.

De
vorige drempel zijn we al vergeten. We stappen over de nieuwe. Alle lezers een leuke jaarwisseling gewenst en een mooi begin van 2011.

Aftellen en opnieuw beginnen.

Voornemens De decemberblues bereikt zijn dieptepunt met Kerst. Daarna is het aftellen geblazen. Tussen het tellen door, wordt er teruggekeken en vooruit gedacht. Merkwaardigerwijze gaat dat gepaard met een ongebreideld optimisme.

Die opgeruimdheid kan deels verklaard worden uit het terugblikken. Wat er ook het afgelopen jaar gepasseerd is, we nemen er afscheid van. Een te vroeg getimede voorjaarsschoonmaak. Opgeruimd staat netjes en dat geeft altijd hoop. Hoop is de berg rotzooi die je achterlaat om iets nieuws te kunnen beginnen.
Wat is de kalender toch een prachtige uitvinding. Zonder dat harnas van tijd, zouden de dagen die we nu als oud- en Nieuwjaar zien, als een dief in de nacht aan ons voorbij gaan. Dankzij de kalender stappen we nu vol goede moed over de drempel van de tijd.

Met hoop. Een hoop goede voornemens. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, luidt een chagrijnig spreekwoord. Een spreuk naar het hart van optimisme-ontkenners. Terugblikkend op 2010 zien we veel ontkenners. In het begin van 2010 werd de toon gezet door Balkenende, die zijn ontkenningen uiteindelijk om moest zetten in ‘lessons learned’.
Meteen orakelde ik dat ‘lessons learned’ het helemaal ging worden in 2010. Weinig van gemerkt verder, behalve dan dat de Balkenende’s opvolger, vlak voor zijn benoeming, ferm verklaarde les te blijven geven aan vmbo’ers. Ook niets meer van gehoord.

Afijn, nog ruim een dag en iedereen moet met de goede voornemens aan de slag. Tip: maak alleen goede voornemens, als je “lessons learned’ in je pakket hebt. Ik kan me wel vinden in columnist Rob Wagenaar, die in Nuzakelijk schrijft: “Succesvolle veranderingen vereisen een diep begrijpen en accepteren van nut en noodzaak”.
Als je dat begrip nog niet hebt, laat goede voornemens dan achterwege. Het scheelt hoop. Valse hoop bij jezelf en je omgeving. Kun je het toch niet laten, volg dan het advies van Britse onderzoekers. Zij kwamen erachter dat de meeste Britten hun goede voornemens voor 11 januari al bij het grof vuil zetten. Hun tip: beperk je tot een paar voornemens, die op korte termijn haalbaar zijn.

Tot slot een opmerking aan de goede-voornemens-ontkenners. Heel verstandig dat je geen goede voornemens maakt, maar mij maak je niet wijs dat je ergens de hoop koestert, dat het volgend jaar allemaal beter zal worden.

Aan alle lezers: wat hoop jij dat er volgend jaar beter zal zijn?

Twitter onder de pet houden?

Twitter Sociale media zijn zo lek als een mandje. Daar kan zelfs diplomatieke post niet tegen op. Wikileaks had er informanten voor nodig. Wie echter twittert, zijn foto op het digitale smoelenboek zet, hyperdehyved of zich in linke netwerken laat verstrikken, is zo opgespoord. Dat is ook de bedoeling. Alleen alles wat je dan nog de digisphere in slingert, kan tegen je gebruikt worden.

Dat heeft een hoofdopsporingsambtenaar ondervonden. Districtschef mevrouw Dijksman
is geschorst, omdat ze een voorbarige conclusie twitterde. Van het akkefietje zijn de gezamenlijke commissarissen en directeuren van bedrijven zo geschrokken, dat ze acuut een twitterbeleid op poten zetten. De politiebonden vinden dat niet nodig. De politiebonden vinden het wel een tikkeltje onprofessioneel van de chef. De vraag is alleen: vinden ze het twitteren amateuristisch of de inhoud van Dijkman’s tweet?

Dat laatste, mag ik hopen. Een opsporingsambtenaar die al een vermoeden heeft over de oorzaak van een gevalletje overlijden, nog voor de crime scene is bezocht, kan het onderzoek frustreren. Het risico van tunnelvisie ligt op de loer en voor je het weet zitten er onschuldigen achter tralies.

Dat de politiebonden laconieker reageren dan bedrijfsdirecteuren, zegt wel wat over ieders professionele eigendunk. De politie gaat er vast vanuit dat er niet zoveel onder de pet te houden valt. Ze doet gewoon haar werk en meent dat ook goed te doen. Denken de commissarissen en directeuren anders over? Waarom vrezen zij elkaars loslippigtwitterigheid?

Ach, leidinggevenden zijn net mensen. Ze flappen er wel eens wat uit. De affaire Dijksman bewijst dat ouwekleppen op Twitter tot repercussies kan leiden. Moet elke professional nu zijn of haar woorden op een goudschaaltje wegen, voor het uit de strot komt of ergens wordt ingetikt?
Natuurlijk niet. Het zou jammer zijn als gedragscodes voor sociale media de mens tot zwijgen brengt. De mogelijkheid dat de digitaliteit de wereld stukje bij beetje transparanter maakt, moeten we niet tegen willen houden. Allereerst omdat het niet juist is zaken onder welke pet dan ook te houden. Dat is echt niet meer van deze tijd.

Maar ook omdat je dan mensen niet leert kennen. We zijn wat we zeggen of, in dit geval, tikken. Daar moet je voor durven staan. Komt er iets ongelukkigs uit het brein, dan kun je twee dingen doen. Erkennen dat je fout zit of niet. In beide gevallen zegt dat iets over jou.
De reactie op je uitlatingen zegt ook iets over de ontvanger. Het is goed omdat van elkaar te weten. Gedragscodes bevorderen het sociale verkeer niet, de praktische ervaringen wel.

Hoewel? Weet ik nu iets over de persoon die de tweet van districtschef veroordeelde en dat ook openbaarde? Tussen alle volgers die mevrouw Dijksman op twitter heeft, zit er minstens eentje die het op haar heeft gemunt, lijkt mij. Ook dat is goed te weten. Dat hij of zij zich op twitter bekend moge maken. Want zoals ik al zei: je moet durven staan voor wie je bent, voor wat je doet en wat je zegt en twittert.

Nog één keer normen en waarden.

Balkenende In een interview in het NRC memoreert Balkenende zijn wapenfeiten. Eén daarvan betreft de veldslag die hij gewonnen meent te hebben op gebied van respect. Met “er zijn codes voor goede omgangsvormen opgesteld, er zijn acties gehouden om pesten tegen te gaan”, illustreert hij zijn zege.

Als er iemand last had van pesten, dan is dat Balkenende zelf wel. Ook al houdt hij zich in het interview groot (zijn normen en waarden werden afgedaan als wandtegeltjeswijsheden), hij was het gezeur op een gegeven moment zo zat, dat hij de burgers wegzette als
klagende chagrijnen. Wat hij er ook mee bereikte, de kloof tussen burger en politiek heeft hij daar zeker niet mee gedicht.

Balkenende vindt dat hij geslaagd is, morele codes af te dwingen bij de burger. Dat die burger toch klaagt, moet pijn hebben gedaan. Maar wat wil de man? Halfzachte maatregelen nemen als de banken er een rommeltje van maken. Een oproep aan de banken het vertrouwen van de burgers
terug te winnen, is niet voldoende. En had hij echt verwacht dat burgers die door hem beschuldigd worden van wangedrag, zonder morren zijn normen en waarden omhelzen?

De hoeveelheid anti-privacymaatregelen die onder zijn kabinetten tot stand zijn gekomen, moeten toch het ongemakkelijke gevoel hebben gegeven, dat elke burger
bij voorbaat verdacht is. Normen en waarden eisen, die je amper van jezelf verwacht. Daar zegt de bijbel volgens mij iets anders over.

Balkenende’s normen en waarden hebben er toe geleid dat de overheidsgreep op de burger strakker is geworden. Dat bevolkingsgroepen elkaar met argwaan bekijken. Dat er soms zo weinig vertrouwen in respect is, dat er nauwelijks respect voor vertrouwen is.
Balkenende laat een bange samenleving na.

Blogparel (voor de zwijnen) 2010.

Blogparel 2010 Op de homepage van dit weblog, zie je de banner voor de Blogparelpagina. Dat betekent dat het tijd wordt je blogpareltjes in te sturen.
Vorig jaar sprak een van de juryleden van de Dutch Bloggies: “We hebben maar weinig pareltjes gezien dit jaar”. Een opmerking die aanleiding was de Blogparel van het Jaar in het leven te roepen. Want natuurlijk zijn ze er wel. Parelende blogposts, sprankelende zinnetjes, meesterlijke reacties.

De Blogparel is een prijs voor al die teksten die een lezer doet (glim)lachen èn tot nadenken stemt. Een formule die schaamteloos is gejat van
de IG Nobelprijs. Een parodie op de uiterst serieuze Nobelprijs voor de wetenschap.
De Blogparel wil niets afdoen aan al het serieuze blogwerk. De Blogparel wil wel de bloggers en reacteurs waarderen, die met een parelende kwinkslag artikelen en discussies van een lichte toets voorzien.

In tegenstelling tot andere blogawards, komen voor de Bloparel niet alleen webloggers in aanmerking, maar ook de reacteurs (ook wel reaguurders genoemd). Het legertje lezers dat de moeite neemt de weblogs te lezen en hun commentaar achter te laten. Ook in de reacties zijn soms echte parels te vinden.

De Blogparel is er voor alle soorten weblogs. Er zijn wel wat voorwaarden. Zo kunnen weblogs die humor of satire als enig doel hebben (bijvoorbeeld De Speld), niet meedingen naar de prijzen. Voor je een Blogpareltje instuurt, is het handig om op de
Blogparelpagina even de criteria door te lezen.
De inzendingen en de actualiteit rond de Blogparel zijn op die speciale pagina te vinden.

Dit jaar zal
een jury de winnaars selecteren. Daarnaast is er een publieksprijs, die door de lezers mag worden toegewezen. Daarvoor zal er na de inzendtermijn een poll worden geopend.
De Blogparel-hoofdprijs is € 250,- in de categorie weblogs en € 50,- in de categorie reacties. Verder leuke tweede en derde prijsjes.

Veel plezier ermee en kom nu maar op met je kandidaten.

Extreme Kerst.

Kerst Het KNMI waarschuwt: deze Kerst begeven we ons op glad ijs. Code oranje geldt voor grote delen van het land. Voor een ieder die nu de deur niet uit durft en de kerst in alle eenzaamheid, achter de kerststukjes doorbrengt, brengen wij een aangepast programma.

U heeft natuurlijk allemaal de hartverwarmende woorden gehoord van Hare Majesteit. De uitzending begon
met gezang 26: Daar is uit ’s wereld duist’re wolken een licht der lichten opgestaan. Maar Majesteit! Waarom zulk sombere toonzetting? Denkt U echt dat het Volk van zulk zwaar gedragen calvinisme vrolijker wordt? Dat kan beter, Majesteit.
Luister naar een volk dat heel wat meer heeft doorstaan, dan wij nu in de diepe krochten der kredietcrisis beleven. Een klein licht stemt hen al vrolijk: This little light of mine.

God’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Geen kerstreces voor de mythe die niet te beroerd is de schepping naar zijn hand te zetten. In het Belgische Lutselus ‘the walls came tumbling down’. Enkele uren na de mis stortte de kerk in. Tja, Thé Lau bezong god’s werk al treffend: Ik kijk naar het werk van god, naar de gaten die het slaat. Een kort fragment (klik op de zesde link) uit Het werk van God.

Wat bezielt de Heer om zovelen in de kou te laten staan? Het kan bijna niet anders of Hij is nog steeds woedend over het feit dat zijn zoon niet is geboren in een vijf-sterren hotel. Laat hij daarom, 2010 jaren later, zijn devote volgelingen
op de straten van Bethlehem slapen?
Het lijkt wel of de heer wil zeggen: you’re Uninvited.

Tijd voor de verkeersinformatie. Rijkswaterstaat strooit nog wat zout in de bevroren wonden. Wie op kerstvisite bij familie in Amersfoort wil, moet rekenen op een enorme omweg. De
A1 is afgesloten. God’s gaten worden vandaag gedicht. In het westen verloopt alles gladjes. U kunt beter aan uw kerststukjes gekluisterd blijven. Gaat u toch de deur uit, is de kans groot in files van Slippery People terecht te komen.

Beste luisteraars, u heeft er vast begrip voor dat het vandaag een korte uitzending wordt. Allereerst moet de wagen worden ontdooid. Daarna langzaam op weg om mijn vader uit de sneeuw te graven, zodat we op tijd aan kunnen schuiven bij de kerstmaaltijd van mijn broer.
Code oranje of niet, er moet gegeten worden! Wij gaan er uit met de echte Christmas Spirits. Een prettige dag verder.

Een loopje nemen met geld.

Bankrun Geld maakt niet gelukkig. Een dooddoener waar meer waarheid in zit dan we willen weten? Het is een gezegde geworden, dat onze knellende verbondenheid met geld nuanceert. Geld was ooit een middel om meer vrijheid te creëren, maar is een complexe en moeizame relatie geworden, waar we niet meer van af lijken te kunnen.

Wie, heel lang geleden, geld had verdiend en dat niet meteen uit moest geven, gaf zijn geld aan een wisselaar. Een simpel briefje vermeldde hoeveel je aan de wisselaar had gegeven. Zodra je het geld weer nodig had, haalde je het weer op. Die briefjes zijn een eigen leven gaan leiden. Je haalde het geld niet op, maar kocht met dat briefje de handel die je nodig dacht te hebben. De wissels zijn geld geworden, de wisselaars werden banken. Geld is een
handel op zichzelf geworden.

Als je nu naar de bank gaat, kan je voor akelige verrassingen komen te staan. Je mag al blij zijn als jouw bank nog bestaat. Wie al zijn geld in één keer af wil halen, moet hopen dat hij die dag niet toevallig de twaalfmiljoenste in de rij is. Want dan kan het niet. En als het aan minister Opstelten ligt, wordt dat ook nog eens verboden. We mogen wel met duizenden tegelijk ons geld op de bank storten, maar het even massaal er weer afhalen kan tot gevangenisstraf leiden.

De
bankrun wordt tot misdaad verheven. Dat banken met ons geld een loopje hebben genomen, doet even niet ter zake.Het kindeke Jezus, wiens geboorte vandaag zo in de belangstelling staat, wist wel raad met bankiers die het niet zo nauw namen. Hij gooide de woekeraars de tempel uit. Zonder exitbonus. Het is jammer dat die traditie niet even hardnekkig stand heeft gehouden als de kerstviering.

Geld, het smeermiddel van de economie, is
ouder dan de weg naar Rome. Of het nou om kraaltjes, plakjes klei of metalen munten gaat, de mensheid heeft altijd een manier gezocht om de nadelen van ruilhandel weg te werken. Inmiddels zitten we zo geketend aan geld, dat paniek toeslaat als we zonder zitten.
Als we last van een mug hebben, slaan we hem dood. Als een auto krakkemikkige kuren vertoont, brengen we hem naar de schroothoop. Als een mens doldraait, sluiten we hem op in een inrichting. Als we van geld last hebben, verzinnen we van alles om het middel te behouden voor de samenleving.

Natuurlijk is het middel zelf de boosdoener niet, maar de manier waarop ermee wordt omgegaan. Toch vraag ik me af: als geld niet gelukkig maakt, waarom schaffen we het dan niet af?

Worstenbroodjes tegen werkdruk.

Protocol Protocollen? Het zal me worst wezen. Een uit het hart gegrepen kreet van alle professionals, die zich ondergesneeuwd wanen onder bergen voorschriften, gedragscodes en slimme doelen.

Herken je dat en wil je bevrijd wil worden van de regeldruk? Neem een worstenbroodje. Trek je niets aan van het protocol gezonde voeding. Trek je wel wat aan van het gezonde verstand van de vakman. Met die boodschap steekt passiegoeroe Richard Engelfriet de verpleegkundigen, politieagenten en onderwijzers een hart onder de riem. Vertouw meer op je vakmanschap, dan op SMART-doelen en starre protocollen, schrijft hij in een blogje
op De Ondernemer.nl.

Nu is
Richard Engelfriet een vakman die van alle markten thuis is. Coach, columnist, dagvoorzitter, mediator, netwerker, procesgeleider, trainer, spreker en auteur van een aantal managementboeken. Wie zulk gevarieerd werk heeft, zal ongetwijfeld een bredere kijk op zaken hebben, dan menig man-on-one-job, die aan tunnelvisie lijdt.
En hij heeft een punt. Het invoeren van kwaliteitssystemen, het protocollair en doelgericht werken heeft in ieder geval tot twee klinkende resultaten geleid: mensen op de werkvloer voelen zich onzekerder en er wordt meer tijd aan de pc besteed, dan aan het eigenlijke werk.

Protocollen duwen de vakman weg, stelt Engelfriet. Dat kan ook anders. Hij geeft een heel leuk voorbeeld uit de GGZ in Brabant. Bij een bepaalde instelling had men voortdurend last van nieuwe patiënten die uit hun dak gingen tijdens de intake. Die patiënten belandden protocollair verantwoord in de isoleercel of werden platgespoten.
Dat was niet naar de zin van twee medewerkers en die kwamen met een ander oplossing. Worstenbroodjes. Elke nieuwkomer werd verwelkomt met deze Brabantse delicatesse en had de mond vol over deze gastvrijheid. Er kwam geen onvertogen woord meer uit. Het aantal incidentenrapportages verminderde. Mooi stukje werkdrukverlichting.

Ik heb geen idee wat er in de Brabantse protocollen staat. Bij het intake-protocol op ons werk staat wel vermeld dat de cliënt op zijn gemak gesteld dient te worden. Hoe dat moet, staat er niet bij. De manager en de trainer die ons het protocol tussen de oren kletsten, benadrukten alleen dat het 'hoe' aan ons inzicht, vakmanschap, gezond verstand en creativiteit wordt overgelaten.
Gaat het hier dan altijd goed? Welnee. Er zijn collega’s die direct overgaan tot het afwerken van de vragenlijst, zonder zichzelf eerst voor te stellen, laat staan de nieuwe bezoeker eerst een kopje koffie aan te bieden.

Het gekke is dat er altijd mensen zijn die op regeltjes reageren, door ze strikt op te volgen. Zelfs als erbij is verteld, dat de nodige flexibiliteit noodzakelijk is. Een fenomeen dat je niet de wereld uithelpt met nog meer regeltjes. Ook niet door de regeltjes dan maar helmaal af te schaffen.
Het totaal loslaten van de regeltjes helpt hooguit de goed gemotiveerde en vakbekwame medewerkers, die ondanks eigen kwaliteiten teveel last hebben van hun onzekerheden. Bevrijd deze groep van de regelgeving en ze hebben alleen nog hun eigen vakkundigheid.

Blijft over de groep die de vakkundigheid ontberen. Hoe zijn die toch in het werk verzeild geraakt? Tja, dan hebben we het over de kwaliteit van onderwijs, stagebegeleiding en inwerkprocedures. En we hebben het over tekort aan personeel. Twee zaken waar nog geen enkele SMART-cyclus of protocol enige oplossing biedt.
Maar ja, dat is voor een groot deel de verantwoordelijkheid van de overheid, aan wie we de opdracht hebben gegeven te zorgen voor goed onderwijs en het oplossen van personeelstekorten.

Daar mag je niet teveel van verwachten. Want waar elke organisatie zich tot in de puntjes dient te kunnen verantwoorden, is het juist de overheid die daar nogal wat moeite mee heeft. Dat is nog tot daar aan toe. Veel irritanter is dat we de worstenbroodjes, gebak of koekjes, waarmee wij nieuwe cliënten willen ontvangen, uit eigen zak moeten betalen. Die faciliteiten zijn net wegbezuinigd.

Culturele acceptatie versnelt?

Snelheid Zo’n tweehonderd jaar aan culturele ontwikkeling staat binnenkort on-line. Ruim 5 miljoen boeken zijn gedigitaliseerd en je hoeft du niet meer alle bibliotheken over heel de wereld af te lopen om de cultuurverschijnselen na te pluizen.

Maar ook digitaal kost dat veel tijd. Die hebben mensen steeds minder. Een conclusie die wetenschappers al uit die enorme hoeveelheid materiaal hebben getrokken. Hebben zij dan wel al die boeken gelezen?
Nee, dat hebben ze aan computers overgelaten, lezen we op VPRO’s Noorderlicht, waar ook een paar aardige voorbeelden staan, die uit computerresearch in de digitale rijstebrij zijn gehaald. Opmerkelijke conclusies, die binnenkort via Google’s culturomics op te halen zijn. Een soort cablegate van de menselijke cultuur.

In deze moderne tijden vergeten we het verleden sneller. In steeds rapper tempo wisselen we die in voor noviteiten. De wetenschappers denken dat te bewijzen, omdat uit het computeronderzoek bleek dat in de 19e eeuw jaartallen en bijbehorende gebeurtenissen veel langer werden genoemd, dan in de 20e eeuw. Nieuwe technologieën worden nu veel sneller geaccepteerd ,dan twee eeuwen geleden.
Noorderlicht haalt een wat grappiger voorbeeldje aan. Mensen worden sneller beroemd, maar zijn dat sneller beroemdheid af. Kunnen we nu concluderen dat we in het algemeen van alles sneller vergeten?

Het idee in tijden te leven waar ontwikkelingen zich in rap tempo voltrekken, zullen velen wel herkennen, denk ik. Als dat ook echt zo is, verklaart dat misschien waarom we sneller zaken vergeten. De geheugenruimte in onze eigen harde schijf, kent blijkbaar zijn grenzen. Wie al het nieuwe tot zich wil nemen, zal wel oude troep moeten opruimen.

Ik zie een veel interessantere mogelijkheid van het
culturomics project. Misschien zijn hedendaagse ontwikkelingen te duiden met observaties uit het verleden. De acceptatie van een nieuwigheden is toch niet alleen een kwestie van tijd? Wie weet is er uit te vogelen wat er nog meer bij komt kijken. Het zou al leuk zijn te weten hoe lang het duurt voor nieuwkomers in een samenleving worden geaccepteerd. Nog aardiger wordt het, als we weten welke factoren een rol speelden in die acceptatie.