In het rijk der lichten

In het rijk der lichten

In de duisterheid die de waan van de dag soms is, schittert vaak genoeg een licht die de donkere poel doet flonkeren. Een waanzinnig cliché en of daar enige waarheid in zit, mag een ieder zelf beoordelen.

Het zou misschien van toepassing kunnen zijn op René Magritte. In bijna elke biografie (zie hier de engelse wikipedia, die uitgebreider is dan de nederlandse), wordt verwezen naar de zelfmoord van zijn moeder. Wat Magritte toen op 15-jarige leeftijd heeft beleefd, zou in tal van zijn werken terug te zien zijn.

Bijvoorbeeld in zijn schilderij Het rijk der lichten. De blauwe wolkenhemel, die er toch zonnig uitziet, verlicht blijkbaar niet de duisternis beneden, waar slechts een schamel schijnsel van een straatlantaarn het enige glimpje is. Waar de een daarin Magritte's kijk op het aardse bestaan in ziet, meent een ander dat hij België met een paar kwaststreken heeft samengevat.

Maar de surrealist Magritte is toch meer bekend om werken, die bij menigeen een glimlach provoceren. Dat is misschien ook Magritte's bedoeling geweest.
In 1946 schreef hij mee aan het manifest “Surrealisme en plein soleil” (Surrealisme in de volle zon). Een reactie op het
Surrealistisch Manifest van André Breton en kornuiten. Door Magritte te zwaar op de hand en veel te dramatisch bevonden. Tegen de “schreeuw van de geest die tegen zichzelf keert en vastbesloten is om haar ketenen te verbreken, ook al moet dit gebeuren met behulp van materiële hamers!“, van Breton en zijn maten, wilde Magritte de lichtheid van vreugde en plezier stellen.
Het leverde hem hoon op van de serieuze surrealisten en Magritte hield zijn zonnige kijk ook maar kort vol. Tussen 1943 en 1947 maakte hij meer impressionistisch getinte doeken, licht als lucht en zon. om later toch ook meer dramatischer werken te maken. Zoals het hierboven afgebeelde Rijk der lichten, uit 1954.

België eert hem nu eindelijk met een museum. In het huis waar hij 24 jaren heeft gewoond, is gisteren, 20 mei, het Magritte Museum geopend door koning Albert en zijn eega Paola. Bijna het complete oeuvre bij elkaar. En dat mag toch een lichtende aanwinst heten.
Het museum is dan officieel geopend, het blijft voor het publiek dicht tot 2 juni. Pas dan gaat het regulier open, al mag het volk erop 30 mei ook een dagje gratis in. Niet gezeurd, het museum is er en Brussel ligt dicht genoeg in de buurt om er eens een bezoek te brengen (alhier
de openingstijden).

Of België nu met recht het rijk der lichten kan worden genoemd? Zeker wel. De koninklijke opening gaf aanleiding voor twee reacties in Belgische kranten, die minstens zo vrolijk stemmen als sommige van Magritte's werken.

In De Standaard staat onder aan het artikel deze comment: “Albert en Paola in een museum, definitie van surrealisme, of een practical joke?”

In Het Laatste Nieuws wijst een zuiderbuur op de verstrekkende culturele waarde van een koningshuis: “Al goed dat we nog een koning hebben om een museum te openen. Anders bleef het misschien dicht“.

Die lichtjes geef ik maar even door.

Optimisten tonen weinig interesse in Europa

Optimisten tonen weinig interesse in Europa Nederlanders zien de toekomst optimistisch tegemoet. Ze hebben veel vertrouwen in hun eigen toekomst, die van hun land en van de hele wereld. Dat staat in de jaarlijkse Europese verkenning, een studie van het CPB en het SCP. Nederland is daarmee een van de meest optimistische landen van Europa. De burgers hebben redelijk veel vertrouwen in elkaar en ook door de burgers van andere EU-landen worden we aardig vertrouwd (zie persbericht SCP).

Helemaal opmerkelijk is de steun die Nederlanders aan de EU geven. Het EU-lidmaatschap wordt door 80 procent als positief gezien. Gevraagd naar de voor- en nadelen, denkt ruim driekwart dat het meer voordelen dan nadelen oplevert. De Nederlanders scoren hiermee hoger dan het gemiddelde van alle EU-lidstaten.

Blijkbaar is men zo optimistisch dat verdere actie niet nodig wordt gevonden. De belangstelling voor de Europese Parlementsverkiezingen ligt hier namelijk onder het EU-gemiddelde. Slechts 39,1 procent is geïnteresseerd in de verkiezingen. Europa breed heeft 45,6 procent wel belangstelling voor de electorale handel en wandel.
Opvallend detail: Veel kiezers menen dat hun eigen politieke partij een veel grotere voorstander van de Europese eenwording is, dan zijzelf.

Zou de Europese Unie inmiddels zo'n succesverhaal zijn, dat Nederlanders alle vertrouwen hebben in de Euro-bestuurders en parlementariërs, dat men de verkiezingen wel best vindt? Dat zou dan uiteindelijk verkeerd uit kunnen pakken. Vertrouwen is prima, maar politici ongecontroleerd de ruimte geven niet.

Het zou ook kunnen dat de meeste Nederlanders meer vertouwen hebben in de binnenlandse politici, dan sommige peilingen en reacties in kranten en op weblogs lijken te suggereren. Het kabinet en parlement balanceren immers continu tussen de Europese belangen en de nationale prioriteiten. Geen vreemd verschijnsel binnen Europa, elk land doet dat. Met als resultaat dat het met veel afspraken en doelstellingen in Europees verband zo'n vaart niet loopt.
Zo lang men het gemak geniet overal met euro's te kunnen betalen, vindt menig Nederlander misschien alle andere Europese issues veel minder interessant.

Juryrapport verantwoordingsdag

Juryrapport verantwoordingsdag Het kabinet moet zoveel verantwoording afleggen, dat het een mirakel is dat het nog aan werken toekomt. Behalve in de vele spoeddebatjes en de begrotingsdebatten, moet het kabinet ook eenmaal per jaar een tussentijdse verantwoording afgeven. Dat vond vorige week plaats en Balkenende en Bos deelden mee dat het eigenlijk best wel goed ging.

In tegenstelling tot vorig jaar, toen de Algemene Rekenkamer de vloer aanveegde met de resultaten en transparantie van het beleid, zit het kabinet nu met 82 procent van de gestelde doelen op de goede weg. Vorig jaar was dat nog maar 44 procent. Bovendien was de haalbaarheid van de gestelde doelen deze keer voor bijna de volle 100 procent te meten. Vorig jaar wist de het kabinet slechts de helft van de voortgang inzichtelijk te maken.
Aldus Balkenende's verantwoording. Hij meende het oordeel van de Algemene Rekenkamer dus met gerust hart tegemoet te kunnen zien. En wat zegt de Algemene Rekenkamer nu?

Om te beginnen is de Rijksrekening goedgekeurd, ondanks de kanttekening dat de 23 miljard euro die is gespendeerd aan de kredietcrisis als onrechtmatig is bestempeld. Het betreft hier de uitgaven om Fortis overeind te houden.
Officieel had daar eerst uitvoerig met het parlement over gedebatteerd moeten worden. Daar was geen tijd voor, zo stelde het kabinet destijds, haast was geboden bij om grotere ongelukken te voorkomen. De Tweede Kamer nam daarmee genoegen en dus volstaat de Algemene Rekenkamer met een kanttekening.
Waarmee de Algemene Rekenkamer eigenlijk zegt: als de Tweede Kamer niet op haar strepen staat, wie zijn wij dan om de boel af te keuren?

Het kabinet zal het worst zijn. De Tweede Kamer wordt wel vaker niet serieus genomen (late beantwoording kamervragen, opzij schuiven wensen van het parlement) en van de kritiek van de Rekenkamer trekt men zich ook bar weinig aan.
Zo concludeert de Rekenkamer dat er vorig jaar voldeed slechts één ministerieel jaarverslag niet aan de eisen. Nu zijn dat er vier.
De bedrijfsvoering gaat maar matig vooruit. Vorig jaar telde men 57 onvolkomenheden, nu nog 54. Bepaald geen vooruitgang waar het kabinet trots op kan zijn.

Wat positiever is de Rekenkamer over de beschikbaarheid van beleidsinformatie. De ministers stellen steeds meer informatie beschikbaar. Dan echter relativeert de Rekenkamer het compliment onmiddellijk, door te stellen dat die informatie te vaak weinig bruikbaar is. “Ondanks deze overwegend positieve trend, vragen we toch aandacht voor het feit dat ministers in hun begrotingen en jaarverslagen steeds vaker uitleggen dat de realisatie van algemene en/of operationele doelstellingen niet kan worden toegelicht“, zegt de Algemene Rekenkamer.

Kortom: de trotse veren waar het kabinet zich vorige week mee tooide, kunnen weer de verkleedkast in tot volgend jaar.

Wie de verslagen van alle rijksonderdelen wil napluizen kan op de website van de Algemene Rekenkamer hier doorlinken naar de diverse resultaten.

Ambtenaren, integriteit en loyaliteit

Ambtenaren, integriteit en loyaliteit

Minister Ter Horst heeft gesproken en de PVV kan gerust zijn. Mocht de partij het land regeren, dan wordt van ambtenaren niets anders verwacht dan wat ze nu ook doen. Ambtenaren die het dienen van het land niet met hun geweten in overeenstemming kunnen brengen omdat de samenstelling van het kabinet hun niet bevalt, moeten opstappen.

Minister Ter Horst beantwoordde vragen van de PVV, die de partij stelde naar aanleiding van een onderzoek onder ambtenaren en waaruit bleek dar 70 procent het een drama zou vinden als de PVV het land gaat regeren. Nog meer ambtenaren, 85 procent, denkt dat de bestuurlijke kwaliteiten van de PVV matig tot slecht zijn. Ruim 50 procent zegt niet onder een PVV-minister te willen werken.

De PVV wilde van de minister weten wat zij er nu van vindt dat “meer dan de helft van uw ambtenaren die betrokken zijn bij het onderzoek aangeven niet onder een PVV-bewindspersoon te willen werken“.

De minister hield zich wijselijk op de vlakte: “Nederlandse ambtenaren zijn vrij in hun politieke voorkeur. Het past een bewindspersoon daarom niet hier meningen over te ventileren“.
Wel voegde ze haar kijk op de politiek-ambtelijke geschiedenis aan toe: “Voor zover mij bekend is, ook in voorgaande kabinetsperiodes, in algemene zin nooit gebleken dat ambtenaren een gebrek aan loyaliteit ten opzichte van een bewindspersoon van welke politieke kleur dan ook vertoonden“.

Op de vraag of een eventuele weigering van een ambtenaar om voor een PVV-bewindspersoon te werken, in strijd is met de ambtseed, antwoordde de minister: “Zoals hun ambtseed aangeeft, dienen ambtenaren immers bovenal de wet te respecteren. Een ambtenaar die zich om andere redenen niet kan verenigen met het beleid dat hij moet uitvoeren, zal ten slotte een andere baan moeten zoeken“.

Het ARAR (Algemeen Rijksambtenaren Reglement) noemt in artikel 51 die ambtseed. Elke ambtenaar dient die eed af te leggen. De mogelijkheden om daar onderuit te komen zijn vrijwel nihil. Toch kan een ambtenaar in het nauw komen, want hoe zou hij/zij lid 2 en 4 van artikel 58 interpreteren, als een situatie niet naar de zin is?
Daarin is bepaald dat een ambtenaar verplicht kan worden tot andere werkzaamheden dan waarvoor hij eigenlijk is aangenomen, in uitzonderlijke tijden als oorlog, maar ook andere buitengewone omstandigheden. Bij de toepassing van dit voorschrift wordt zoveel mogelijke rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar.

Zouden de ambtenaren die vrezen voor een PVV-regering, die “buitengewone omstandigheden” en “persoonlijke omstandigheden” zo kunnen interpreteren, dat ze hun gezworen democratische verplichtingen niet na hoeven te komen?
Bij werkweigering in dit kader, kan door toetsing door een rechter worden bepaald of een ambtenaar zijn biezen dient te pakken. Jammer dat er nog geen onderzoek onder rechters is gedaan, hoe zij denken te vonnissen onder een PVV-regering.

Nu zullen er aardig wat mensen zijn dat de ambtenaren zo'n standpunt innemen omdat ze vrezen voor hun baantje. De PVV heeft immer de afslanking van de overheid op het programma staan. Anderen zullen stellen dat hier alweer de ambtelijke minachting voor de parlementaire democratie blijkt.
Een
eerder onderzoek liet zien dat ambtenaren niet zo'n hoe pet op hadden van de bekwaamheden van de parlementariërs. Ruim driekwart vindt dat de Kamerleden onvoldoende juridische kennis heeft. Ruim de helft vindt dat ze ondeugdelijke wetten aannemen en 46 procent zou blij zijn met minder Tweede Kamerleden.

Het huidige standpunt over loyaliteit onder PVV-bewind riekt dus sterk naar ambtelijke beïnvloeding van de publieke opinie. Hadden de ambtenaren dan niet mee moeten doen aan dat onderzoek en hun mond stijf gesloten moeten houden?
Zeker niet. Niet allen de ambtenaar, ook elke burger zou zich moeten afvragen of er omstandigheden kunnen zijn, waar grenzen liggen aan loyaliteit jegens de democratie. Bijvoorbeeld als er partijen gaan regeren die van plan zijn een deel van de bevolking van die democratie uit te sluiten. Of die grondwettelijke rechten slechts wensen voor te behouden aan een select deel van de burgers.

Toch is het voor de beurt gepraat. Regeringsdeelname van de PVV mag dan in de peilingen een optie zijn, of het er in de praktijk ook van zal komen is sterk de vraag. Wat dan wel een interessante vraag is: hoe denken ambtenaren over hun loyaliteit aan andere partijen, die standpunten van de PVV sluipenderwijs in hun programma's opnemen, in de hoop een deel van het PVV-electoraat voor zich te winnen?

Gezondheid is meer dan zorg

Gezondheid is meer dan zorg Vorig jaar moest ik een aantal keren naar de dokter. Alle kwaaltjes werden met de juiste medicatie aangepakt. Maar nou maak ik me toch behoorlijk zorgen. Want met dat gedoe heb ik toch bijgedragen aan de immer stijgende zorgkosten. Maar liefst 79 miljard euro in 2008! Da's ruim 4700 euro per inwoner.
De regering waarschuwt er vaak genoeg voor: dames en heren, het wordt te duur. En maant mij gezond te leven. Ik doe op mijn manier mijn best, maar begin me, zeker met een chronische kwaal onder de leden, zo langzamerhand een landverrader te voelen.

Kan ik er wat aan doen? Jazeker. Heel wat, maar dat garandeert niet dat ik in een ziekenhuis terecht kom. Hetgeen in juni staat te gebeuren. Kunnen de stijgende zorgkosten nog op een andere manier worden bestreden?

Volgens hoogleraar Louise Gunning wel. In het Amsterdamse academisch-cultureel centrum, Spui25, verdedigt zij morgen de stelling: Volksgezondheid is meer dan gezondheidzorg.
De regering ziet dat ook wel en investeert in preventie. Wat vooral neerkomt op campagnes die mensen oproepen meer te bewegen, gezond te eten en te stoppen met roken. Bedrijven worden opgeroepen de gezondheid van hun medewerker te stimuleren. Kortom: de mensen in het land moeten het doen.

Steeds meer mensen reageren daar positief op. De fitnesscentra doen goede zaken en in de bedrijfskantines verdwijnt de vette hap. Wil je de kosten voor de gezondheidszorg aanpakken, zal er meer moeten gebeuren.

Mag ik weer eens een paar idiote suggesties doen? Geheel volgens het 'en-en' principe.
1. Wij eten geen vette hap meer – elke voedselfabrikant die nog een vette hap op de markt gooit, krijgt een fikse boete van de overheid.
2. Wij volgen braaf anti-stress kursussen – bedrijven die toch een hoog stress-gehalte houden, worden gedwongen de zorgpremie van hun werknemers volledig voor hun rekening te nemen.
3. Wij gaan allemaal sporten – de verzorging van sportblessures wordt gratis.
4. Iedereen kapt met roken – de regering maakt vaart met het terugdringen van fijnstof, door autoloze dagen in te voeren en elektrisch (goedkoper of gratis) openbaar vervoer uit te breiden.

Daar zijn wel wat krasse wetten voor nodig, hetgeen de regeringsbijdrage aan de volksgezondheid zal zijn.
Iemand nog wat suggesties?

We krimpen

We krimpen De economie, dat complexe proces dat vaak omschreven wordt als een verschijnsel dat een geheel eigen leven wenst te leiden, die economie krimpt. Tegenvaller voor het kabinet, die ondanks de malaise wel het goede voorbeeld geeft. Geen paniekerige, extra maatregelen. Bovendien: de reële overheidsuitgaven stegen in het eerste kwartaal van dit jaar.
De burger houdt echter de vinger op de knip. Huishoudens gaven 2,4 procent minder uit dan vorig jaar. Ze spaarden wel meer (meer info
bij het CBS). Er is dus wel geld, maar het staat vast. Is dat goed voor de economie?

Het lijkt wel of De Economie een voorschot neemt op de toekomst. Want er is nog veel meer krimp in aantocht. De bevolking krimpt. Natuurlijk is hiermee niet de lichaamslengte van de gemiddelde burger bedoeld. De groei daarvan stagneert en als je meerekent dat een mens wat kleiner wordt naar mate hij ouder wordt, is het totale netto resultaat dus krimp. Dat zal vast gevolgen hebben voor het volume in de woningbouw.

Het gaat echter over de aantallen burgers. De bevolking groeit nog wel, maar niet zo snel meer. Er zijn steeds minder kinderen, maar het aantal ouderen groeit. Ontgroening van de bevolking heet dat. Nu al zijn gevolgen van die ontwikkeling door heel het land merkbaar.
Bijna de helft (49%) van alle gemeenten hebben
met bevolkingskrimp te maken. Deze gemeenten moeten zich bezinnen op zaken als woningbouw, werkgelegenheid, onderwijs en het levendig houden van hun gebied. Zolang er landelijk nog wat groei is, niks aan de hand. Maar door het kleine aandeel jongeren en de vergrijzing zal het de beroepsbevolking sterk in aantal dalen. Ofwel: een steeds kleiner deel van de bevolking moet de economie draaiende houden. Om maar één van de gevolgen van bevolkingsdaling te noemen.

Het CBS denkt dat over een jaar of vijfentwintig de bevolkingsgroei zal stoppen en de totale bevolking zal afnemen. Koppel je dat aan de ontgroening of vergrijzingstrends dan kun je je voorstellen dat De Economie denkt: ho, wacht even, maar dan heeft het geen zin nog meer te groeien. Slim wel, die Economie.

Was dat maar waar. De economische krimp van nu heeft louter met die vermaledijde kredietcrisis te maken en niets met toekomstverwachtingen over de omvang en aard van de bevolking. Wie de touwtjes van de economie in handen heeft, moet daar wel rekening mee houden.
Een kleiner en overwegend ouder volk betekent niet dat er minder geproduceerd moet worden. Misschien wel, ook goed. Maar de productie zal zich vooral op de veranderingen in de bevolking moeten richten. Langer leven en meer ouderen zal ongetwijfeld tot meer behoefte aan allerlei vormen van zorg genreren.

De Economie zal zich dus moeten omscholen. Minder volumegroei van zeepjes en soepjes, meer groei van efficiënte zorggerelateerde producten. Minder groei van op jongeren gerichte producten, meer groei van producten die menselijke arbeid kunnen overnemen.

We krimpen. De vraag is nu: zal De Economie kiezen voor het vasthouden aan het dogmatische adagium groei, of valt de keuze op krimp?

Het Opvoeddebat

Het Opvoeddebat Minister Rouvoet is er wel over uit: opvoeders zijn niet alleen de ouders. Leerkrachten, kinderopvangers en sportcoaches zijn ook opvoeders. Vandaag, de Internationale Dag van het Gezin, startte hij het Opvoeddebat. De spelregels voor dat debat zijn simpel: “Een opvoeddebat brengt ouders, maar ook andere opvoeders zoals leraren, begeleiders op een kinderopvang en sportcoaches, binnen gemeenten met elkaar in contact“. En natuurlijk “met begrip en respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid“.

De bedoeling is de diverse opvoeders van elkaar horen hoe je kinderen een evenwichtige opvoeding kunt geven. Opvoeden doe je niet zomaar, opvoeden kun je leren.
Hoewel dat debat al eeuwenlang wordt gevoerd op verjaardagsborrels in families, op ouderavonden in de scholen en in pedagogische geschriften, meent de toezichthouder voor Jeugd en Gezin, dat we er nog lang niet over zijn uitgepraat.

Dat zal best, maar waar gaat het over? Willen we ideale opvoeders of willen we ideale kinderen?
Het ideale kind bestaat niet. Niet als product van opvoeding. Vertel een kind dat-ie niet met zijn tengels aan de verhitte oven moet zitten en de een neemt het voor kennisgeving aan en gaat weer braaf achter zijn pc'tje zitten, een ander denkt: je kunt me meer vertellen en brandt zijn vingers. Meteen een fikse blaar en janken natuurlijk. Welk kind is hier het ideale kind?

De ideale opvoeder dan. Bestaat die wel? De ene waarschuwende ouder zal de braverik toeroepen: wat ben je toch een lieverd, de ouder van het aangebrande kind zal zeggen: zie je wel, dat komt er nou van. Welke ouder is hier de ideale ouder?
Zeker, er zijn meer opties. De ouder die een kind bij de hand neemt en dicht genoeg naar de oven leidt om het kind de warmte te laten voelen. Of de ouder die, na de waarschuwing, een oogje in het zeil houdt en de bengel net op tijd bij de oven wegsleurt.

Het probleem met kinderen is: het zijn net mensen. Leidt ze in verzoeking en de een gaat er volledig in op, een ander zal zich er vanaf keren. Zal een ouder die cum laude is afgestudeerd als neuroloog, psycholoog, pedagoog en gedragswetenschapper, de ideale opvoeder zijn?
Of moeten ouders hun kroost maar afstaan aan een instelling waar een heel team van professionals de opvoeding ter hand neemt?

Rouvoet laat ongediplomeerde opvoeders, de ouders, debatteren met professionals en hoopt er het beste van. Mooi, een goed gesprek is nooit weg. Maar de problemen waar opvoeders mee te maken hebben, neem je daar niet mee weg.
Een overheid die in de gaten houdt of er nog wel wordt opgevoed, moet de opvoeders wel de gelegenheid geven voldoende hun taak uit te kunnen voeren. Bijvoorbeeld door ouders voldoende inkomen te garanderen, zodat hun kinderen “maatschappelijk actief” kunnen zijn. De meeste ouders redden dat wel, maar volgens het SCP groeien zo'n 350.000 kinderen op onder de armoedegrens en voor hen zit er een sportclub of vioolles niet in.
En de professionele opvoeders moeten natuurlijk hun werk in alle rust kunnen doen, bijgestaan door voldoende collega's en met ruim voldoende middelen in niet al te grote scholen.

Is dan een goede opvoeding gegarandeerd? Nee, maar het helpt wel mee. Voorkom je dan wel falende ouders of probleemjeugd? Ook niet. Wat wel een verbetering kan zijn, is dat je opvoeders (ouders, leerkrachten, sportcoaches en Rouvoet zelf) leert ook hun fouten toe te geven. Kinderen zijn kwetsbaar, maar ze voelen zich wellicht minder rottig als ze zien dat volwassenen dat ook kunnen zijn.

Wat zeker zal helpen, is de jeugd van tegenwoordig niet tot nationale ramp te verklaren, waar een compleet ministerie voor moet worden ingezet. De meeste kinderen die wat rottigheid uithalen, groeien op tot redelijk goede burgers. En verder doet de bevolkingsgroei haar werk wel. Het aantal kinderen daalt fors, meldt het NRC. Dus mag je verwachten dat het aantal probleemkinderen ook daalt.

Eén probleem groeit misschien. Over een aantal jaren zullen er zoveel meer ouderen dan kinderen zijn, dat er teveel opvoeders zijn. Daar ben je als minderjarige minderheid mooi klaar mee.

De ingenieur als idool

De ingenieur als idool

Sporthelden, bekende schrijvers, beroemde schilders, favoriete muzikanten, zelfs populaire politici, we kunnen er zo hele rijtjes mee vullen. Maar ingenieurs met een sterrenstatus? Dat wordt hard piekeren.

Welke namen van inspirerende technici zouden in Nederland in aanmerking komen voor een dergelijke aanduiding? Wat is anno 2009 de plaats van de ingenieur in de publieke ruimte?
Dat zijn vragen waar het congres “Onder Ingenieurs” zich morgen, vrijdag 15 mei, mee bezig gaat houden. Het
Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen en de Technische Universiteit Eindhoven, zouden graag zien dat de mens achter de alom aanwezige techniek wat meer bekendheid en welverdiende roem kreeg. Terecht?

Tsja, Leonardo da Vinci kent iedereen wel. Maar meer als multi-wetenschapper dan als ingenieur. Van Gustave Eiffel kennen velen alleen zijn Parijse stalen toren en James Watt mag dan met zijn stoommachine het industriële tijdperk hebben ingeluid, maar vraag een willekeurige passant: wie was James? Tien tegen een dat je als antwoord krijgt: wat?

Over de status van de Nederlandse ingenieur hoeft niet te worden geklaagd. Tenslotte zijn hele delen van dit land drooggelegd door ingenieur Leeghwater, wist Cornelis Lely de Zuiderzee in te dammen en liet Gerard Philips Nederland het licht zien. Wereldberoemd zijn we dankzij die jongens geworden.
Internationaal tellen de hedendaagse ingenieurs ook aardig mee. De grootste drie ingenieurbureaus, Fugro, Arcadis en Grontmij scoorden in 2005 nog behoorlijk goede orders in het buitenland. Dat zal misschien door de crisis nu wat teruggelopen zijn, maar men weet de Nederlandse ingenieur dus wel te vinden.

Verder nog bekende ingenieurs? Jawel, onder webloggers bijvoorbeeld. Christian Jongeneel houdt niet alleen een eigen weblog bij, hij schrijft ook voor GeenCommentaar en levert columns aan het tijdschrift De Ingenieur.
Als lid van GroenLinks is hij ook zeer geïnteresseerd in politiek en er zijn ingenieurs die vinden dat ze wat meer vertegenwoordigt zouden moeten zijn in ons landbestuur en parlementaire organen.

Ze zijn er wel hoor. Minister Eurlings is een ir. en ex-staatssecretaris Aboutaleb een echte ing. In de Tweede Kamer zitten tien techneuten, waaronder Jeroen Dijsselbloem (PvdA) en Bas van der Vlies (SGP).
Het voordeel van meer ingenieurs in de politiek zou zijn dat er beter nagedacht kan worden over projecten als de Betuwelijn. “Voor de beoordeling van grote infrastructurele projecten zou het best goed zijn als er meer bèta-Kamerleden zouden zijn“, zei Van der Vlies vorig jaar nog
in Intermediair.
Voegt het wat toe als ingenieurs ook politiek bedrijven?

Ed Nijpels, voorzitter van ONRI (brancheorganisatie voor advies-, management- en ingenieursbureaus) zei in oktober 2008 nog: “Politici en ingenieurs zijn te veel probleemgericht, dat schiet niet op“. Maar hij ziet wel een taak voor de ingenieurs hun kennis wat meer in de strijd te gooien bij maatschappelijk relevante issues. Nijpels vindt de ingenieurs wat dat betreft veel te bescheiden en stelt: “Ingenieurs moeten laten weten wat de stand van zaken is op het gebied van onder meer energietechnologie, ruimtelijke ordening, robotisering en biotechnologie. Zij zijn aan hun beroepsethiek verplicht hierover te communiceren, ook als belangrijke klanten bij de komst van nieuwe technologie vrezen voor verstoring van hun nu nog comfortabele marktpositie“.

Ingenieurs willen dus meer erkenning. Misschien moeten ze hun X-factor wat oppoetsen of zich stevig mengen in politieke in maatschappelijke debatten.
Of zien we liever nieuwe Da Vinci's? Ingenieurs die van meer markten thuis zijn. Wat dacht u van een dichtende ingenieur? De hierboven genoemde Christian Jongeneel wijdde een artikel aan de Portugese futurist Álvaro de Campos, ingenieur en dichter. En tenslotte herinneren we ons ingenieur Lely maar al te goed. Ingenieur en staatsman.

Met welke bijzondere combinaties zouden voortaan ingenieurs het tot bekende en beroemde Nederlanders kunnen schoppen? Of vindt u dat de meesters der maakbaarheid gewoon moeten blijven knutselen aan al die zaken waar we dagelijks gebruik van maken? Misschien is dat dagelijks gebruik wel de ultieme eer die je aan een ingenieur kunt bewijzen.

Praktisch wel, politiek geen prijs

Praktisch wel, politiek geen prijs De wetenschapsredacteur van GeenCommentaar, Victor, heeft een lappendeken bedacht en is daarmee beloond met een 1e prijs in de Science Park Nieuwe Ideeën Prijsvraag 2009. Een initiatief in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en het Amsterdam Centre for Entrepreneurship.

Victor heeft
de Play'D ontwikkeld. Een zachte, dikke plaid waar zeer jonge kinderen niet alleen lekker op kunnen dagdromen, maar die tevens dienst als interactieve leeromgeving. De deken bestaat uit meerdere vakjes die elk verbonden is met software waarmee de motorische en cognitieve ontwikkeling van het kind kan worden gestimuleerd.

Alle eer gaat naar Victor zelf, want het bloggen op GC kost hem één woensdagmiddag per week. De rest van de tijd is-ie dus van alles en nog wat aan het uitvinden. Het zou kunnen dat de lappendeken is uitgeprobeerd op de kinderen van de voltallige GC-redactie. In dat geval ook hulde aan het kroost van GeenCommentaar.

Opmerkelijk aan de uitslag is dat de jury heeft gekozen voor praktisch en niet voor politiek. De 2e prijs ging namelijk naar een robot die onderzoek naar interactie tussen mens en robot moet ondersteunen en de publieksprijs ging naar een idee de wereldwijde logistiek te verbeteren.

Buiten de prijzen viel Polidocs. Een website die parlementaire data voor iedereen open en makkelijk toegankelijk moet maken. Deze zoekmachine is ontwikkeld door mensen van de opleiding Informatiekunde van de UvA, in het kader van het project PoliticalMashup.
Bijzonder hieraan is dat de makers vinden dat
Polidocs.nl moet voldoen aan alle voorwaarden die opgesteld zijn in een brief die Sargasso-redacteur Steeph heeft verzameld en in november 2005 heeft opgestuurd aan de Tweede Kamer.

Sargasso maakt zich al jaren druk om de parlementaire democratie opener en transparanter te maken. En het liefst op een zo gebruiksvriendelijke manier. Je kunt nu zelf zien of Polidocs.nl er in slaagt kamerstukken en stemgedrag van kamerleden vlot, makkelijk en helder toegankelijk te maken.

Het zou kunnen dat de jury het niet zo'n origineel idee heeft gevonden en daarom het geen prijs waard vond.
Als een eerste stap richting de Open Democratie 1.0 gedachte van Sargasso, ontwikkelde GeenCommentaar
een tooltje om Parlando, de overheidssite om in kamerstukken te grasduinen, een stuk makkelijk door te worstelen (zie GC-Parlando).
Verder is er de site ikregeer.nl van de Stichting Scartabello. Hier vind je alle kamervragen en kamerstukken, die met trefwoorden snel te vinden zijn.
Kortom: Polidocs is zeker geen novum. Wel jammer dat de makers, nota bene ene Marx (!) niet in de prijzen zijn gevallen. Met een financieel steuntje in de rug zou het idee verder ontwikkeld kunnen worden en misschien is er dan ook ruimte om politici op hun beloftes te screenen.

Wat zou het mooi zijn als een initiatief van de Amerikaanse krant St. Petersburg Times in Polidocs geïntegreerd kan worden.
De krant houdt bij of politici hun verkiezingsbeloftes waar maken in de tijd dat ze officieel aan de bak zijn. In dat kader volgen ze met de Obamameter de nieuwe president op de voet. Met dit initiatief heeft de krant de Pulitzerprijs in de wacht weten te slepen.

Snel en makkelijk in te kijken Kamerstukken en stemgedrag gekoppeld aan beloftes, daar heb je toch veel meer aan dan verkiezingspolls en kieswijzers?

KOT-kinderen

KOT-kinderen Die jeugd van tegenwoordig toch. Wat een mensengeschiedenis lang een probleem is, heeft nu meer dan ooit de aandacht.
In 2007 werden er 10.600 kinderen onder toezicht gesteld, waarmee het totaal aantal op 29.500 Kinderen-Onder-Toezicht kwam. Volgens
het CBS is dat ruim 40 procent meer dan zeven jaar geleden.

Ongeveer 0,8 procent van alle minderjarigen zijn dus van die KOT-kinderen. Dat valt nog mee, als je bedenkt dat er 350.000 kinderen onder de armoedegrens worden groot gebracht en dat een half miljoen kinderen om overwegend financiële redenen sociaal zijn uitgesloten. Dat wil zeggen: ze zitten niet op sport, muziekles of wat voor club dan ook (lees meer over maatschappelijke participatie van kinderen, in persbericht van het SCP).

Een woordvoerster van het Jeugd Cultuurfonds zegt dat die sociale uitsluiting helemaal niet nodig is. Gemeentes krijgen wel geld voor armoedebestrijding, maar veel daarvan komt niet bij de kinderen terecht, stelt het vorig jaar opgerichte Jeugd Cultuurfonds.
De regering heeft eind 2007 besloten voor 2008 en 2009 veertig miljoen per jaar aan de gemeenten om deelname van arme kinderen aan maatschappelijke activiteiten te bevorderen. In een brief aan de Tweede Kamer zei de toenmalige staatssecretaris Aboutaleb dat begin 2008 nadere afspraken over de besteding van dat geld zouden worden gemaakt.
Inmiddels is de staatssecretaris vervangen door mevrouw Kleinsma en die wisseling van de wacht zal wel voor enige vertraging hebben gezorgd. De kinderen moeten nog heel eventjes wachten voor ze zich kunnen aanmelden om zich onder toezicht van een sportmees of muziekjuf te stellen.

Klagen via de dertigjarige Kindertelefoon zal niet veel helpen. Maar dat ligt ook een beetje aan de kids zelf. Zo'n dertig jaar waren gezinsproblemen nog het meest voorkomende gespreksonderwerp. Nu gaat het vooral over seksualiteit.
Betekent die verandering dat kinderen falende ouders een zo vanzelfsprekend en onoplosbaar probleem zijn gaan vinden, dat ze zich liever op hun eigen, intieme vragen richten? Of vermijden ze het onderwerp omdat ze om zich heen zien hoe het ene na het andere vriendje onder toezicht werd gesteld?

De Kindertelefoon heeft een directe verbinding met Jeugdzorg, die alleen ingeschakeld kan worden als het kind dat zelf wil. Maar goed, misschien is zo'n kind paranoia genoeg om te bedenken dat zijn dataverkeer wel eens gevolgd kan worden door een van de Rouvoet-brigades. Met het risico dat Jeugdzorg ineens voor de deur staat, want die wil niet opnieuw afgerekend worden op verdenking van ontoereikend toezicht.

De jeugd heeft de toekomst, is een wijsheid die alleen al door de vergrijzing achterhaald is. Maar wie daar nog in gelooft, zal moeten investeren. De regering zou dus met spoed de gemeentes moeten aanmanen de 80 miljoen voor 2008 en 2009 volledig aan de arme kinderen te besteden. Wellicht scheelt dat een paar KOT-kinderen.