Daar is het dan eindelijk: het Confiteor van de bankiers. Althans, van de helft der bankbestuurders die door de KPGM zijn gevraagd naar de belangrijkste oorzaak van de kredietcrisis.
Hier de schuldbekentenis van de berouwvolle bankiers.
Ik beken tot de Almachtige Mammon,
tot de heilige Dymphna van Geel,
tot de heilige Levi, voorheen Matteus,
tot de heilige Nicolaas van Tolentino,
tot de heilige patroon der makelaars,
tot alle schijnheiligen en tot U, klanten (en tot U, overheid),
dat ik heb gezondigd,
in gedachten, woorden en daden:
mea bonus,
mea bonus,
mea maxima bonus.
Daarvoor vraag ik de heilige Adam Smith,
de eeuwige John Maynard Keynes,
de heilige Aartsengel Zalm,
de heilige Wellink,
de heilige Apostelen Jan van Rutte en Arthur Martinez,
en alle rijksheiligen, en U, Mammon,
voor mij te bidden tot de Heer onze Bos.
Amen.
Tag archieven: kredietcrisis
De scheiding van geld en geloof
Het is gedaan met de banken. Floris Deckers, die bij Van Lanschot Bankiers het bestuur voorzit, legt in De Volkskrant uit, dat de kredietcrisis in ieder geval leert dat de banken in hun huidige vorm vergane glorie zijn. Het is leuk geweest, maar nu de bankiers het deksel op de neus hebben gekregen, stelt Deckers voor de scheiding van geld en geld door te voeren.
De bank, oorspronkelijk een veilige bewaarplaats voor je goud, is een supermarkt geworden, met financiële producten op de schappen. Het verschil met de echte supermarkt is: als één van die producten rotte plekken begint te vertonen, kan dat de andere producten aantasten.
Wat zegt U? Dat kan in de echte supermarkt ook? Jawel, maar een rottende appel tast hooguit het hele groente- en fruitvak aan. Het zuivel en brood blijft meestal ongedeerd.
Dat is, zo weten we inmiddels, bij banken wel anders. Het schap met hypothecaire producten in de Amerikaanse superbanken begint kuren te vertonen en binnen een half jaar heeft heel de wereld er last van.
Floris Deckers meent een oplossing voor de toekomst te zien. Het begint met een herdefiniëring van wat een bank is. “Een bank is geen normaal bedrijf”, zegt hij in De Volkskrant. “Want een bank heeft (…) ook een publiek belang, een maatschappelijke netwerkfunctie”.
Deckers stelt voor het spaar- en leningen gedeelte te scheiden van de overige producten. En dan niet door binnen één bank twee streng gescheiden afdelingen voor de verschillende activiteiten te hebben. Nee, zegt Deckers, één bank voor sparen en lenen, waar winst minder belangrijk is dan het goed bewaren en beheren van ieders spaarcentjes. En een heel andere bank, een investeringsbedrijf, waar wel grote risico's genomen moeten worden. Kortom: de scheiding van geld en ander geld.
Goed idee. Enerzijds banken, die de oorspronkelijke rol als betrouwbare beheerder van je goud op zich neemt en anderzijds instellingen waar speculatieve gokkers hun gang kunnen gaan.
Maar die scheiding is er toch al? Stelde Wouter Bos niet, dat je een echte economie had, waar echt geld rondging om de dagelijkse kost te verdienen? En een onechte economie, van beurzen, aandelenhandel en speculaties?
Op het eerste gezicht lijkt dat ook zo te zijn. Terwijl beurskoersen piekten en daalden, bleef ons geld redelijk waardevast en konden we de kerstboodschappen gewoon inslaan. Maar waarom beginnen complete marktsegmenten dan ineens te klagen en te kreunen en is de kerststemming voor heel wat mensen danig verpest met werktijdverkortingen en onheilstijdingen over de toekomst?
Dat komt omdat we zonder vertrouwen niet kunnen functioneren. Het geloof in de betrouwbare bank wankelt en dat leidt tot een koopgedrag gebaseerd op onzekerheid. Dan maar even geen nieuwe auto. Jammer voor de kerstsfeer bij DAF, maar zelf hebben we de eigen kerstmaaltijd in ieder geval veilig gesteld.
Vertrouwen, geloof, het zijn even fiduciaire grootheden als het geld waarmee aandeelhouders hun wereld maakbaar maken. Je gelooft dat je iets concreets hebt, maar je kunt het niet zien of in je handen houden. En zo glipt een economie van waardevastheid door onze vingers.
Er zijn mensen die zonder geloof niet kunnen functioneren. Die mensen leven in de zekerheid dat ze brokken kunnen maken, omdat niet zij, maar god de waarde der dingen bepaalt en de afrekening in een of ander hiernamaals zal plaatsvinden.
En zo zijn er ook mensen die hun functioneren in de handen van de banken hebben gelegd. Wie gaat er vandaag nog naar de bank om zijn centjes door de handen te laten rollen en na te tellen of alles er nog is? We geloven blindelings de wissels, de bank-en giroafschriften. En we geloven dat de bank de cijfertjes wel op waarde zal houden.
Zodra geloof en vertrouwen niet meer corresponderen met wat we voor waar hebben gehouden, ontstaat een epidemische paniek. De zogenaamde onechte economie raakt de echte niet alleen, het penetreert diep in de dagelijkse werkelijkheid.
Het wordt misschien tijd voor een diepgaande heroriëntering op de scheiding van geloof en waarheid. Een goed begin is de scheiding van geld en geloof. Alles draait om geld tenslotte. Zet geld apart en geef het de werkelijke waarde van eten, drinken en wonen. Niets meer, niets minder. Voor alles wat we verder wensen te geloven richten we op wat we willen, maar geen banken.
Zalm gefeliciteerd
Gerrit Zalm wordt de chef van De Nieuwe Sterke Nederlandse Bank (voorheen Fortis en ABN-Amro). De trouwe lezers weten dat de redaktie al op de eerste versie van dit weblog een hotline verbinding had met heer Zalm. Na de verbouwing tot dit huidige weblog bleef die lijn wonderwel intact. Dus maar eens geprobeerd of we de felicitaties rechtstreeks aan meneer Zalm kunnen overbrengen.
Hotline: “Tuut……..tuut…….tuut…..”
pp: “Zucht…….”
Hotline: “Tuu…klik, krak..Welkom op de Zalmlijn. Wilt u informatie over de geschiedenis van De Zalm, toets een 1. Wilt informatie over het heden van De Zalm, toets een 2. Wilt informatie over de toekomst van De Zalm, toets een 3. Maak nu uw keuze”.
pp: (toetst een 3).
Zalm: “Jahaa, zegt u het maar….”
pp: Meneer Zalm, u zelf aan de lijn, wat een verrassing!”
Zalm: “Ik dacht het al! Daar krijg ik u aan mijn lijn”.
pp: “Da's nieuw, dat keuzemenuutje. Wat als ik nou een 1 of een 2 had ingetoetst?”
Zalm: “Mocht ik thuis zijn dan had u mij daar ook aan de lijn gekregen”.
pp: “Maar dat is dan toch onnodig wachten voor niks?”
Zalm: “Voor niks? U moet niet beledigend worden!”
pp : “Ik bedoel dat niet persoonlijk. Maar het lijkt me overbodig als je in alle gevallen toch een en dezelfde persoon aan de lijn krijgt”.
Zalm: “Ik kom gewoon tegemoet aan de behoefte van mensen keuzes te willen hebben. Ik noem dat de democratisering van de Zalmlijn. Bovendien kan ik dan hier zien voor welke informatie men heeft gekozen, dus als iemand dan over iets anders begint verbreek ik gewoon de verbinding”.
pp: “Sjonge, dat noemt u democratisering?”
Zalm: “Dat is mijn keuze. Verder valt democratisering hier onder toets 1 dus komt u eens ter zake”.
pp: “Ja, ik dacht ik ga u persoonlijk feliciteren met uw nieuwe functie onder Wouter Bos”.
Zalm: “Dank u, dank u, maar u ziet het niet helemaal goed. Geeft niet, dat ben ik inmiddels wel van u gewend”.
pp: “Hoezo niet goed?”
Zalm: “U zei 'onder Wouter Bos'. Da's niet correct”.
pp: “Nou, Bos zei dat hij zeker tot 2011 de boel blijft controleren, dus zult u verantwoording aan hem moeten afleggen”.
Zalm: “Ik blijf verbaasd over het feit dat dit blogje van u nog bestaat, ondanks het leveren van halve waarheden”.
pp: “Halve waarheden?”
Zalm: “Jazeker. Het klopt dat Bos dat heeft gezegd, maar hij zei ook dat hij het dagelijks management overlaat aan de deskundige ter plaatse”.
pp: “En dat gaat u dus worden. Heeft u er zin in?”
Zalm: “Amice, anders had ik…..”
pp: “Heer Zalm! Kunnen we het nou nooit eens worden ?!”
Zalm: “Pardon?”
pp: “Hoe vaak heb ik u gevraagd mij niet uw amice te noemen?”
Zalm: “Oh, zo. Juist, ja. Hahaha, het was maar een grapje”.
pp: “Kan zijn, maar ik lees hier bij de NOS dat uw humor niet bij iedereen in goede aarde valt en dat doet dat 'amice' bij mij ook niet”.
Zalm: “Tja, wij hadden lang geleden ook al een verschil van humor, nietwaar?”
pp: “On topic weer, heer Zalm. Ik vroeg of u er zin in had. Het lijkt me niet zo'n gemakkelijke klus”.
Zalm: “Het is geen klus, het is een uitdaging”.
pp: “En wie zegt dat u daar de meest geschikte kandidaat voor bent?”
Zalm: “Wouter Bos!”
pp: “Ja , die was wel erg complimenteus over uw staat van dienst”.
Zalm: “Erg fideel van hem en zo uitmuntend gesteld!. Mijn aanvankelijke scepsis over een sociaal-democraat op Financiën heb ik moeten bijstellen. Wat kan die man rake dingen zeggen”.
pp: “Wouter en u lijken ineens opperbeste vrienden. Dat is wel eens anders geweest, toch?”
Zalm: “Ach, meneer, Wout en ik kennen elkaar al zo lang. Ik verwijt de kerel niets”.
pp: “U kent elkaar al lang. U doelt, neem ik aan, op de tijd dat u beiden nog lid was van de PvdA?”
Zalm: “Ook dat. Ik weet nog goed dat ik hem wekenlang probeerde over te halen samen met mij de overstap naar de VVD te maken. Jammer, dat hij dat nooit heeft gedaan”.
pp: “Sans rancune dus?”
Zalm: “Ach, meneer, iedereen zo zijn hobby's. Dat moeten we respecteren van elkander”.
pp: “Hobby's? Regeren of een grote bank leiden, dat noemt u toch geen hobby's?”
Zalm: “Kijk, nu draaft u alweer door. Dat heb ik niet gezegd. Ik had het over de keuze voor een politieke partij”.
pp: “Dat is hobbyisme?”
Zalm: “Tot op zekere hoogte wel, ja”.
pp: “Ik begrijp er niets van”.
Zalm: “Dat komt door uw grenzeloze naïviteit”.
pp: “Huh?”
Zalm: “Luister, regeren of een bank van naam leiden, dat is het echte werk. Aanpakken, handen uit de mouwen en zo”.
pp: “En macht hebben natuurlijk”.
Zalm: “Wie wat wil bereiken moet daar gaan zitten waar-ie ook daadwerkelijk invloed heeft”.
pp: “Dat is de dieperliggende reden om deze baan aan te nemen?”
Zalm: “Nee, nee, als men een beroep op mij doet het landsbelang te dienen, dan ga ik die verantwoordelijkheid niet uit de weg. Ik weet wat goed burgerschap dient in te houden”.
pp: “Heeft u nog voorwaarden gesteld?”
Zalm: “Dat gaat u niks an!”
pp: “Kom, meneer Zalm, banken zullen meer transparantie aan de dag moeten leggen dan tot op heden het geval was. Wen er vast maar aan en vertel: wat zit er voor u in?”
Zalm: “Niet meer dan mijn huidige salaris”.
pp: “Niks meer? Ik kan het nauwelijks geloven”.
Zalm: “Nou goed dan, als ik het goed doe, dan zit er misschien wel een bonusje in het verschiet”.
pp: “Misschien wel…?”
Zalm: “Okee, okee. Het staat nu al vast dat ik het goed al doen”.
pp: “Wie zegt dat?”
Zalm: “Zit u wel te luisteren?”
pp: “(zucht…) En als het nou allemaal niet lukt?”
Zalm: “Uw kennis van zaken is bedroevend slecht. Mijn hele carrière kenmerkt zich door louter successen”.
pp: “Daar wordt verschillend over gedacht”.
Zalm: “Dat is nu eenmaal een bijverschijnsel van democratie. Dat noemen we vrijheid van meningsuiting. Het heeft mij echter nooit belemmerd of schade toegebracht. De huidige benoeming mag daar wel een uitstekend voorbeeld van zijn”.
pp: “Verder nog iets in de kleine lettertjes vast laten leggen?”
Zalm: “Ik verheug me er nu al op mijn oude flipperkast op mijn nieuwe kantoor te zullen zien”.
pp: “En dan maar hopen dat die nieuwe bank geen flipperkast zal worden”.
Zalm: “Zo is het wel genoeg, amice!”
Tijdmanagement
Het is de hoogste tijd voor werktijdverkorting. De vakbonden gaan naar Den Haag om het kabinet duidelijk te maken dat het voor een slow-decision-beleid nu nog veel te vroeg is. De auto-industrie heeft last van de kredietcrisis en wil onmiddellijk steun van de overheid.
Werktijdverkorting is het toverwoord. Geld wordt, vooralsnog, niet gevraagd. Het kabinet zou immers het Amerikaanse voorbeeld kunnen volgen en geen cent in de autobusiness willen steken. Zijn er nog andere mogelijkheden?
Tuurlijk wel. NedCar en Daf zouden zich te koop aan kunnen bieden. Misschien heeft SolarWorld interesse. Deze Duitse producent van zonnepanelen heeft al een bod van 1 miljard euro uitgebracht op Opel om die om te vormen tot een fabriek die louter ecologische modellen op de markt zou moeten brengen. Opel ziet daar helemaal niets in en houdt liever de hand op bij de Duitse regering.
Het is een grappig idee van SolarWorld. Maar niet de oplossing voor dit moment, want zou de consument nu wel geld uitgeven aan een nieuwe elektrische auto? Een goed functionerend elektrisch karretje gaat echt niet goedkoper worden dan de huidige benzinemodellen.
Tijd is geld. De werktijdverkorting gaat de overheid geld kosten. Die moet namelijk uit de ww-pot worden betaald. Maar tijd kun je ook anders besteden. Een paar suggesties.
Men zou wat langzamer kunnen werken. Er is minder vraag. De autofabrikanten denken dat het een tijdelijk dipje is. Kalm aan dus.
De tijd die minder wordt besteed aan het sleutelen aan de auto’s kan productief worden gemaakt door die te besteden aan zaken die volgens het bedrijfsplan hard nodig zijn maar nog weinig ontwikkeld. Gewoon omdat men daar te weinig tijd voor had. Het duurzaamheidbeleid, de bijscholingen voor de bedrijfsveiligheid, het opzetten van personeelscommissies die hun eigen innoverende ideetjes kunnen doorontwikkelen, fitness op de werkvloer, omscholing, of wat dan ook.
Of men neemt de tijd om de zaak grondig te verbouwen. Afgelopen met de benzineauto. Het bedrijf gereed maken voor de ecologische wagens. Tijd besteden aan de toekomst dus.
Als daar geld voor nodig is om dat te realiseren, mag wat mij betreft de staatskas worden aangesproken.
Productencrisis
Er circuleren nogal wat scenario's over de gevolgen van de kredietcrisis voor andere sectoren dan de bankwereld en huizenmarkt.
Een veel gehoord statement is dat de consument, bang geworden door al die financiële onheil, de huishoudbeurzen gesloten houdt. Fabrikanten vrezen omzetdalingen en zelfs het sluiten van complete productielijnen. Dat is dan weer niet goed voor diezelfde consument, want behalve klant is die ook werknemer.
Om de malaise het hoofd te kunnen bieden doen nu ook fabrikanten een beroep op overheidssteun: gesubsidieerde werktijdverkorting. Werknemers tijdelijk in de ww, in de hoop ze op de langere termijn te kunnen behouden.
Minister Donner wil eerst eens onderzoeken hoe hard overheidssteun nodig is. Sommige bedrijven zien dat als welwillendheid van de overheid en dus hebben nu al 36 bedrijven aangekondigd die steun zeker nodig te hebben. De kredietcrisis is een calamiteit, zo zegt men, en dus vallen ze onder de voorwaarden die voor deze uitzonderingsmaatregel gelden. Kernpunt van die voorwaarden: de bedrijven moeten aannemelijk maken dat de nood slechts tijdelijk is en dat de productie over niet al te lange tijd wel weer hervat kan worden.
Hopelijk leest minister Donner de kleine lettertjes in de paniekberichten. Natuurlijk: er zijn in september ineens minder schoenen verkocht. Maar dat kwam vooral omdat de consument zijn stappers al in de maanden daarvoor had aangeschaft en het mooie nazomerweer de behoefte aan nieuw schoeisel temperde.
En zeker, het lijkt op het eerste gezicht zorgwekkend dat Philips de productie van scheerapparaten twee weken gaat stilleggen. Maar nadere lezing leert dat Philips dat elk jaar doet om de voorraden op te ruimen en het dit jaar bovendien goed uitkomt omdat de kerstdagen op door-de-weekse dagen vallen.
Voor zover er wel een direct verband lijkt tussen de voorzichtigheid van de consument en te verwachten omzetdalingen, zijn er een paar opvallende keuzes waar te nemen bij veranderingen in de kooplust.
Er lijkt een productencrisis aan te komen. Zoals banken sneuvelden omdat ze te veel risicodragende leningen verstrekten, zo lijken nu fabrieken te sneuvelen die te veel produkten maakten, waar de consument wel zonder kan.
Neem de mobiele telefoons. Producenten verwachten de nodige ellende omdat de consument nu wel twee keer op zijn hoofd zal krabben alvorens een nieuw mobieltje te scoren. Die heeft hij ook niet direct nodig. Slechts 9 procent van de huishoudens had in 2005 geen mobiele aansluiting. Steeds meer mensen bezitten meer dan één gsm. Het is treurig dat de consument zijn verstand hervonden lijkt te hebben dankzij de kredietcrisis, maar de keuze geen mobieltje met lavendelgeur aan zijn arsenaal toe te voegen, is toch ook een gevolg van de productencrisis. Een markt volplempen met nieuwe modelletjes en gadgets: overdaad schaadt.
De autobranche klaagt ook steen en been. Nu is een auto wel wat duurder dan een mobieltje. Maar blijkbaar zakt de behoefte de oude kar in te ruilen voor de fonkelnieuwe auto van het jaar, nog voor het oude karretje echt levensmoe is. Dan maar wat langer met het Kadetje rondgereden.
Ook hier geldt dat de consument een productencrisis lijkt te veroorzaken. Meer dan één auto voor de deur, snel wisselen van model, de consument gaat even rustiger aan doen.
Het wordt nog even afwachten of dat ook opgaat voor de naderende feestaankopen. Tot nu toe haalden de kado-aankopen voor Sint en Kerst telkens nieuwe records. Maar in de Chinese speelgoedfabriek Smart Union was in juli al sprake van een productencrisis. De productie van feestelijke produkten betekende voor een chinese werknemer al gauw een verdubbeling van het doorsnee maandloontje van 75 euro. Nu moeten steeds meer werknemers onverrichter zake huiswaarts keren. Zonder dat loon wel te verstaan.
Overdaad schaadt. De banken die op een overdaad aan bonussen uit waren hebben als eerste het lid op de neus gekregen. Volgen nu de fabrikanten die een overdaad aan produkten op de markt hebben gegooid?
Masterclass toezichthouder
Ben ik enthousiast over de financiële sector? Zeker wel. Het zijn uitermate boeiende tijden en mijn kennis over die markt ondergaat een gigantische update. Jammer dat ik niet veel eerder de uitnodiging heb gezien van de DNB (De Nederlandsche Bank).
De DNB houdt vandaag een masterclass. Thema: Kruip in de rol van de toezichthouder. Bedoeld voor studenten in de laatste fase HBO of WO (ben ik niet), economen, juristen en econometristen (ben ik ook niet) of mensen die enthousiast zijn over de financiële sector (dat ben ik wel).
Nou ben ik vooral enthousiast over het feit dat bravoure-jongens en meisjes op die markt onderuit gaan. Niet leuk voor de consumenten, maar wel spannend om te zien hoe het nou allemaal verder moet.
Wat zou ik nu graag aan die masterclass meedoen. Net op het moment dat er op het Binnenhof wordt geruzied over een onderzoek naar de kredietcrisis, waarbij de rol van de toezichthouders ook onder de loep moet worden genomen.
De DNB is toezichthouder. De bewaker van de financiële stabiliteit die, zo staat het op de website, snel en adequaat moet reageren.
Nou, snel zijn ze wel bij de DNB. Directeur Nout Wellink werd bij elk rimpeltje in de geldvijver uitgenodigd voor menig interview en altijd had hij wel zijn statements klaar. Zo zei hij 18 september in Nova dat we wel wat hinder van de Amerikaanse perikelen zullen krijgen, maar dat het geen reden tot ongerustheid is. Want de DNB is “een hele lastige toezichthouder”, die flink wat verplichtingen stelt, dus de nederlandse banken “kunnen wel tegen een stootje”.
Met dat laatste doelt hij waarschijnlijk op het adequaat reageren van de toezichthouder. Om er zeker van te zijn dat onze banken tegen dat stootje kunnen heeft Wellink Wouter Bos gesouffleerd een paar euro's ter beschikking te stellen. Fortis is “gered”. De rest van de bedelaars volgen en houden hun hand op bij vadertje Staat.
Als vandaag in die masterclass de prangende vraag wordt gesteld hoe het in hemelsnaam toch allemaal zo ver heeft kunnen komen, zal de “master” ongetwijfeld Nout Wellink citeren, die in juni een interview gaf ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Universiteit van Utrecht: “Meer afspraken over transparantie hadden mogelijk de kredietcrisis kunnen voorkomen”.
Met andere woorden: de DNB kan ook niet alles weten. Als de banken hun boeken gesloten houden, valt er weinig toezicht te houden.
Heeft de toezichthouder die transparantie dan niet geëist? Heeft de toezichthouder niet met fikse sancties gedreigd als men niet aan de benodigde transparantie voldoet?
Je zou zo langzamerhand Neelie Kroes liever als directeur van de DNB willen zien. Transparantie of niet, ze krijgt het toch elke keer weer voor elkaar kartelvorming aan het licht te brengen en snel en adequaat mega-boetes aan de daders op te leggen.
Dat onderzoek moet er komen. Omwille van de transparantie. Niet door een parlementaire commissie. Het lijkt me meer iets voor de FIOD-ECD. Die is er tenslotte voor om financiële en economische fraude tegen te gaan en een integer beroeps- en bedrijfsleven te waarborgen.
De SER in crisisbespreking bijeen
Quote van de week:
“Gek dat terwijl de landbouw überhaupt geen giftige producten op de markt mag brengen, de financiële sector dit de afgelopen jaren aan de lopende band deed. Hoe kunnen we de financiële sector enig moraal bijbrengen?“
Albert-Jan Maat, SER-lid en voorzitter LTO-Nederland.
De SER (Sociaal Economische Raad) kwam in crisisbespreking bijeen en een van de belangrijkste adviesraden van de regering, produceerde minstens net zoveel adviezen, als er nu door het medialandschap waaien.
Een samenvatting:
Eerst rustig nadenken.
Dat was het advies van Henk Brouwer (directeur van De Nederlandsche bank), Loek Hermans (MKB-voorzitter) en Boele Staal (voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken).
De markteconomie veranderen.
Uiteraard het advies van Agnes Jongerius (FNV-voorzitter) en Henk van der Kolk (voorzitter FNV-bondgenoten).
Niks veranderen en met je tengels van de markt afblijven.
Aldus Bernard Wientjes (voorzitter VN)-NCW) en Coen Teulings (directeur CPB).
Andere SER-leden kwamen met deeladviezen:
Wat er ook gebeurt, het kabinet moet voor alle groepen de koopkracht behouden, adviseerde CNV-voorzitter René Paas.
De spaarders helpen? Ben je gek, zei Elco Brinkman (voorzitter Bouwend Nederland). Meer investeren in stadsvernieuwing en wegen.
Kroonlid Louise O. Fresco, hoogleraar Duurzaamheid in internationaal perspectief en auteur van de roman “De Utopisten“, een scherts die aan de val van Duyvendak en rumoer rond Joschka Fischer doet denken, adviseerde wel de aandacht te houden bij enkele mondiale problemen die nu mogelijk ondergesneeuwd raken. Ga het Kyoto-protocol nou eens toepassen.
Een ander kroonlid, Ferdinand Grapperhaus (hoogleraar Europees arbeidsrecht), meent dat het wel tijd is voor nieuwe regelgeving op het gebied van ondernemingsbestuur. Hij vergat echter daarbij een soepeler ontslagrecht voor falende topbestuurders te vermelden.
De SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, haalde uit dit alles toch een “brede overeenstemming over wat we niet moeten doen (protectionisme) en over voortzetting van de ontwikkeling naar duurzame globalisering“.
Een antwoord op de vraag van LTO- voorzitter Albert-Jan Maat (Hoe kunnen we de financiële sector enig moraal bijbrengen) heeft de SER niet kunnen formuleren.
U wel?
Eigen vermogen gemeenten – Epiloog
Normaal gesproken zou, in deze tijd van het jaar, het nieuws vol staan van vallende blaadjes op het spoor. Veroorzaakt vierkante wielen en iedereen is ongerust dat gansch het raderwerk stil komt te staan door een jaarlijks terugkerend natuurverschijnsel.
Nu banken vallen en zelfs lokale overheden blaadjes verliezen, hoor je over het spooronderhoud weinig meer.
Omdat ook dit weblog aardig wat aandacht heeft besteed aan lokale overheden die wellicht het spoor bijster zijn, meen ik dat u recht heeft op een laatste update.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de huidige stand van zaken gepresenteerd aan de 2e Kamer. Staatssecretaris Bijleveld deelde mee dat het allemaal wel meeviel. Ze telde 1 gemeenten en 1 provincie minder dan in dit artikel stond vermeld en kwam 11,6 miljoen lager uit aan kwetsbare spaargelden. Mijn overzicht, die in dit artikel was verwerkt, is nu aangevuld met het Bijleveld-lijstje (zie deze excelsheet).
De ramp is te overzien, aldus de staatssecretaris. Tja, dat krijg je, als je 1 provincie weglaat, die zelf meedeelde 5 miljoen in gevaar te zien.
Is de meevaller soms aan de herfst te danken?
Zou er in een roerige herfst door storm en wateroverlast een ramp op grote schaal hebben plaatsgevonden, dan kan het enige dagen tot zelfs weken duren voor een volledig overzicht van slachtoffers en schade kan worden opgemaakt. Hoe goed we ook alles rapporteren en bijhouden, het zal iedereen duidelijk zijn dat in de chaos rond een ramp, een week te weinig is voor alles is geteld.
Zou Binnenlandse Zaken daarom de opaven van alle 443 gemeenten, 12 provincies en 27 waterschappen nog niet compleet hebben?
Ik wil de “ramp” moet groter maken dan-ie is, liever niet, maar het lijkt een beetje vreemd dat zo weinig lokale overheden geavontureerd hebben op IJslandse, Amerikaanse en Duitse banken.
Maar goed in de regio midden en zuid was het wel herfstvakantie. Het kan dus goed zijn dat de verantwoordelijke financiële ambtenaren en wethouders onbereikbaar waren, omdat ze met hun gezin even weg waren. In dat geval heeft de herfst ook hier een goede voortgang geblokkeerd.
Er waren wel degelijk veel meer gemeenten actief met hun spaargelden. In het nieuws van de afgelopen week vonden een aantal gemeenten het noodzakelijk persberichten uit te sturen om te melden hoe ze net op tijd hun geld weer hadden terug gehaald. Als alles zo meevalt, had BZK daar ook wel een lijstje van kunnen maken. Enerzijds om de omvang van avontuurlijk eigen vermogen volledig te krijgen, anderzijds om te laten zien welke ambtenaren en wethouders net op tijd hun verstand terug gevonden hadden.
Dat slechts bijna 4 procent van de lokale overheden zich gek heeft laten maken door ongelooflijke renteprecentages, lijkt mij onwaarschijnlijk. Mocht dat wel waar blijken te zijn, dan kunnen we trots zijn op die roemruchte hollandse nuchterheid?
Eigen vermogen gemeenten (2 en slot – de meningen, oplossingen, maatregelen)
Een waterschap, 3 provincies en 16 gemeenten vormen (tot nu toe) het selecte gezelschapje aan lokale overheden die gezamenlijk in de rats zitten over 237,4 miljoen euro's verspreid over IJslandse en Amerikaanse banken die roemloos ten onder gaan (zie ook deel 1, voor de details en deze excelsheet).
Het nieuws leidde de afgelopen dagen de aandacht af van het onbekend aantal particuliere spaarders die ook slachtoffer dreigen te worden van overmoedige buitenlandse banken. Jan, Piet en Klaas halen de kranten niet om hun onzekere spaartegoeden publiek te maken.
De meningen:
Variërend van “tja, kan gebeuren” tot “schandalig”, is de leidende teneur dat veel mensen zich afvragen hoe dit toch kon gebeuren.
Het had niet mogen gebeuren, vinden velen. Want, zo zegt Luigi van Leeuwen, voormalig hoogleraar openbare financiën der lagere overheden aan de Universiteit van Tilburg en voormalig burgemeester van Zoetermeer, gemeenten hadden kunnen weten dat de IJslandse spaarrekeningen risicovol waren. Lees altijd de kleine lettertjes. “Strapatsen buiten het bekende patroon zijn niet verstandig”, aldus van Leeuwen in het NRC.
Ondertussen blijven gemeenten op zoek naar banken met de hoogste rente.
Een andere professor, Arnold Heertje, zegt in het AD dat “gemeenteambtenaren niet over grote geldbedragen mogen beslissen. De falende ambtenaren moeten ontslagen worden en de wethouders moeten aftreden”.
De oplossingen:
Heertje doelt op een zelfde oplossing, als de PvdA voorstelde. Voor dit soort financiële avonturen moeten kleine gemeenten toestemming krijgen van een toezichthouder.
Een andere oplossing: de Zalm-norm voor bankieren. GroenLinks lijkt het meer eens te zijn met een voorstel van Wouter Bos, dat neerkomt op een idee van voormalig geldminister Gerrit Zalm, die vind dat lagere overheden alleen bij de Nederlandse Staat mogen bankieren.
Zelf, ondeskundige leek, zie ik graag een grotere zeggenschap van de burgers bij dit soort zaken (zie dit artikel). Een gemeente zou eerst een referendum moeten houden, alvorens 12 miljoen op een of andere bank weg te zetten. En een veel actiever gebruik van het participerend budget (burgerbudget) kan voorkomen dat lokale overheden teveel geld over houden en dan speculatieve neigingen krijgen. Het Rijk zou ook eerst het volk moeten raadplegen, om goedkeuring te vragen voor eventuele reddingsoperaties.
De maatregelen:
Uiteraard wil iedereen maatregelen. Over laten waaien, uithuilen en opnieuw beginnen is geen optie.
Het kabinet is vooralsnog niet van plan de lokale overheden te redden, hoewel ze een gesprek niet uit de weg wil. Ze zoeken het zelf maar uit. Dat vindt ook het grootste deel van de lezers hier.
De uitslag van de poll bij deel 1: 87% vindt dat de gemeenten het zelf moeten oplossen, 8% meent dat het Rijk garant moet staan voor zijn gemeente en 5 % vindt dat de burgers mee moeten betalen.
Zelf meen ik dat de lokale overheden het inderdaad zelf op moeten lossen. Het eigen vermogen en de stille reserves zijn groot genoeg om dit debacle te overleven, zonder dat huidige voorzieningen en toekomstige plannen gevaar lopen.
Het is dan ook goed dat de provincie Noord-Holland het initiatief heeft genomen de gedupeerde handen ineens te slaan om gezamenlijk uit de malaise te komen.
Verder zou, op niet al te lange termijn, een grondig onderzoek naar de gehele gang van zaken wel op zijn plaats zijn. De VNG en lokale wethouders menen dat de DNB (De Nederlandsche Bank) tekort is geschoten in informatieverstrekking over de IJslandse banken.
Bovendien zou ook wel eens gespit kunnen worden naar de motieven van het kabinet om niet de helpende hand te bieden. Immers, in het regeerakkoord was vastgelegd dat de eigen vermogens van provincies in vier jaar tijd met 800 miljoen euro afgeroomd moet worden. Kortom, de rol van de centrale overheid verdient nadere beschouwing, lijkt mij.
De toekomst:
Burgers, bedrijven en overheden onttrekken behoorlijk wat geld aan de dagelijkse roulatie, door het weg te zetten als spaargeld en te beleggen in aandelen. Het idee was dat rente en winsten het spaargeld en de waarde van aandelen zouden vermeerderen en dat zou dan weer goed voor de dagelijkse economie. En al die reserves zijn een buffer voor onverwachte tegenvallers.
Nu wordt echter duidelijk dat het niet om het stimuleren van de dagelijkse gang van zaken te gaan, maar om vermeerdering van ieders eigen vermogen. Een groeiend getal op de bankafschriften bleek belangrijker dan de groeiende saldi te besteden aan tal van noden en behoeften. Sterker nog: reserves werden zo stil gehouden dat velen het wel accepteerden dat er op sommige van die behoeften bezuinigd kon worden. Hebzucht en angst (risico-dekking) zijn de leidende motieven.
Worden de woekeraars en angsthazen nu dan definitief de tempels uitgegooid? Het zal wel aan de vallende herfstblaadjes liggen, maar daar ben ik pessimistisch over. Een diepgaande herbezinning over de rol van geld zie ik er ook niet van komen.
De geschiedenis leert één ding: bloeiende rijken en economieën komen en gaan. De cyclus van rijzen en ineenstorten lijkt wel een natuurwet. De tijd lijkt nu wel weer rijp om een keuze te maken tussen het geloven in die natuurwet of de alternatieven serieus te overwegen.
Alternatieven als krimp in plaats van groei, ons consumentengedrag veranderen of meedenken op forums die uitzoeken of een wereld zonder geld mogelijk is.
Maar vooral onze eigen inbreng en verantwoordelijkheid opeisen. Want als de boel dan toch in elkaar moet storten, waarom dat overlaten aan financiële experts? Ik wil best vier jaar minister van financiën zijn of met een paar bekenden de Nederlandsche Bank runnen.
Wat ook kan, is onze aandacht houden bij geldkwesties die we nu misschien uit het oog dreigen te verliezen. Zoals de gemeente Leek. Terwijl de 14 collega's van Leek de vlag halfstok hebben hangen, gaat morgen in Leek de vlag ten top om de aandacht aan een andere kredietkwestie te vestigen.
Gezond geld
An apple a day, keeps the doctor away. En een appeltje voor de dorst is goed voor een gezonde oude dag.
Een spin-off effect van de kredietcrisis kan zijn dat over een aantal jaren het CBS met nieuwe cijfers moet komen.
Vandaag berichtte het CBS namelijk, dat ouderen met een hoog inkomen een stuk gezonder zijn dan arme oudjes. Wie voor de oude dag heeft gespaard in IJsland, heeft dus een potentieel gezondheidsrisico.
De relatie tussen inkomen en gezondheid is moeilijk in alle zuiverheid vast te stellen. Het CBS kwam eind 2007 met een statistiekje waaruit bleek dat mensen met een hoog inkomen, minder naar het ziekenhuis gaan. Of die mensen dan ook gezonder zijn, is daarmee niet bewezen. Iemand die net zin topbonus heeft geïncasseerd, heeft wellicht genoeg geld voor een privé-arts en gaat daarom minder naar het ziekenhuis.
En een ander onderzoek wees uit dat mensen met een laag inkomen zelf vinden dat ze ongezonder zijn. Eén van de gehanteerde argumenten was dat men te weinig geld heeft om dure, verse groenten en fruit te kopen. Hetgeen tegengesproken werd door het Voedingscentrum, die stelde dat er ook voor weinig geld gezond eten is te kopen.
Vast staat wel dat armere mensen doorgaans vaker ziek zijn. Maar of dat wat met inkomen te maken heeft? In arme landen, waar geld en eten nauwelijks voor het oprapen liggen, kun je daar wel iets bij voorstellen.
In rijkere landen blijkt het veel vaker met ongezonde leefgewoonten verband te houden. Om dat te lijf te gaan wil het Voedingscentrum de snackbar weren uit arme wijken.
Maar goed, stel dat er wel een direct verband is tussen inkomen en gezondheid, dan zullen de cijfers van het CBS er dus anders uitzien over een aantal jaren.
Oorzaken? Mensen die spaargeld zijn kwijtgeraakt en onvoldoende in staat zullen het gat te vullen als gevolg van bezuinigingen op de AOW en in de kredietcrisis verdampte pensioengelden.
