Categoriearchief: Keuzes

Burgerbudgetrecht

Burgerbudgetrecht In haar speech in de Tweede Kamer, deelde de president van de Algemene Rekenkamer mee dat het kabinet onvoldoende weet te verantwoorden of met het uitgegeven geld de gestelde doelen wel worden gehaald. Ze waarschuwde het parlement dan ook en zei: “Wij wijzen er op, dat de kwaliteit van het leggen van die relatie ons zorgen baart en daarmee de kans voor u om uw budgetrecht ten volle uit te oefenen“. (zie hier de hele speech, pdf!)

Nou, de oppositie vond de verantwoording inderdaad geen toonbeeld van transparantie. GroenLinks en D66 vonden het maar gegoochel met cijfers, de SP zegt met die brij aan cijfers en papier niets te kunnen en de VVD vond het wel lef hebben dat het kabinet zich een dikke voldoende gaf voor haar verantwoording.
En dat is het dan voorlopig, want om nu dat
budgetrecht uit te oefenen heeft de Kamer dus concretere informatie nodig.

Nu hoort de 2e Kamer het hele jaar door het kabinet te controleren en daar waar zij dat nodig acht wijzigingen in de begroting of uitgaven voor te stellen. Moet het parlement wachten op gehaktdag om tot daden over te gaan? Of is Prinsjesdag een beter moment? En zou ook het parlement niet elk jaar verantwoording moeten afleggen over haar controlerende taak?

Dat doet de burger natuurlijk bij de verkiezingen. Helaas is dat slechts eens in de vier jaar, mits een kabinet overeind blijft. Het kabinet en het parlement worden alleen gescreend via opiniepolls, die nauwelijks van betekenis zijn om beleid en volksvertegenwoordiging tussentijds bij te sturen.

Dat moet beter kunnen. Niet alleen de Kamer ook de burger zou een soort budgetrecht kunnen krijgen.
Hoogleraar Paul de Beer stelde al eens voor iedere burger op zijn jaarlijkse belastingaangifte de mogelijkheid te geven ook in te vullen aan welke zaken de overheid meer geld zou moeten besteden. Een bepaald percentage van rijk's uitgaven zou dan ook volgens die wensen moeten worden verdeeld (zie
hier dat voorstel op Sargasso).

Wie dat wat te ver gaat, kan misschien wel akkoord gaan met een jaarlijks burgertussenrapport. Een Tussentijdse Evaluatie met behulp van de Digid. Men kan op een speciale website van de overheid aangeven of het kabinet goed, voldoende, matig of slecht op koers ligt.
Op dat tussenrapport kan de burger ook aangeven met welke beleidsonderdelen het kabinet op de ingeslagen weg verder moet gaan, welke veranderd moeten worden en met welk beleid het kabinet maar beter kan stoppen. (zie hier dat voorstel op dit weblog).
Met zo'n tussenrapport krijgt het parlement vanzelf een goede vingerwijzing of men haar taak, naar oordeel van de burger, goed uitvoert. Immers een “ja, ga zo maar door” van de burger, zou voor de volksvertegenwoordiging aanleiding kunnen zijn over een eventuele afwijzing van kabinetsplannen nog eens goed na te denken.

Een andere mogelijkheid is de Algemene Rekenkamer er een extra taak bij te geven. De Rekenkamer kan ook de burger betrekken bij een oordeel over de resultaten van het beleid. De Rekenkamer stelde dat de 2e Kamer amper kan nagaan wat er van het armoedebeleid terecht komt. Het Rijk delegeert dat naar de gemeenten. De verantwoordelijke minister Donner vindt dat de lokale overheden dus verantwoording moeten afleggen en meent dat niet hij in details te hoeft treden over dat armoedebeleid.
Als de Rekenkamer dat nou eens bij de burgers checkt? Tenslotte ervaren die dagelijks wat er van dat beleid wordt waar gemaakt.

Drie voorstellen om de burger ook jaarlijks de gelegenheid te geven de overheid ter verantwoording te roepen. In onderstaande poll kun je aangeven welk voorstel je wel ziet zitten. Mocht je een ander idee hebben, vink dan “ander, namelijk” aan en leg in een reactie je idee uit.
Wie helemaal geen betrokkenheid van de burger bij gehaktdag wil, kan voor de optie “Nee, want” kiezen. Met uiteraard ook een toelichting in de reacties.

Optimisten tonen weinig interesse in Europa

Optimisten tonen weinig interesse in Europa Nederlanders zien de toekomst optimistisch tegemoet. Ze hebben veel vertrouwen in hun eigen toekomst, die van hun land en van de hele wereld. Dat staat in de jaarlijkse Europese verkenning, een studie van het CPB en het SCP. Nederland is daarmee een van de meest optimistische landen van Europa. De burgers hebben redelijk veel vertrouwen in elkaar en ook door de burgers van andere EU-landen worden we aardig vertrouwd (zie persbericht SCP).

Helemaal opmerkelijk is de steun die Nederlanders aan de EU geven. Het EU-lidmaatschap wordt door 80 procent als positief gezien. Gevraagd naar de voor- en nadelen, denkt ruim driekwart dat het meer voordelen dan nadelen oplevert. De Nederlanders scoren hiermee hoger dan het gemiddelde van alle EU-lidstaten.

Blijkbaar is men zo optimistisch dat verdere actie niet nodig wordt gevonden. De belangstelling voor de Europese Parlementsverkiezingen ligt hier namelijk onder het EU-gemiddelde. Slechts 39,1 procent is geïnteresseerd in de verkiezingen. Europa breed heeft 45,6 procent wel belangstelling voor de electorale handel en wandel.
Opvallend detail: Veel kiezers menen dat hun eigen politieke partij een veel grotere voorstander van de Europese eenwording is, dan zijzelf.

Zou de Europese Unie inmiddels zo'n succesverhaal zijn, dat Nederlanders alle vertrouwen hebben in de Euro-bestuurders en parlementariërs, dat men de verkiezingen wel best vindt? Dat zou dan uiteindelijk verkeerd uit kunnen pakken. Vertrouwen is prima, maar politici ongecontroleerd de ruimte geven niet.

Het zou ook kunnen dat de meeste Nederlanders meer vertouwen hebben in de binnenlandse politici, dan sommige peilingen en reacties in kranten en op weblogs lijken te suggereren. Het kabinet en parlement balanceren immers continu tussen de Europese belangen en de nationale prioriteiten. Geen vreemd verschijnsel binnen Europa, elk land doet dat. Met als resultaat dat het met veel afspraken en doelstellingen in Europees verband zo'n vaart niet loopt.
Zo lang men het gemak geniet overal met euro's te kunnen betalen, vindt menig Nederlander misschien alle andere Europese issues veel minder interessant.

We krimpen

We krimpen De economie, dat complexe proces dat vaak omschreven wordt als een verschijnsel dat een geheel eigen leven wenst te leiden, die economie krimpt. Tegenvaller voor het kabinet, die ondanks de malaise wel het goede voorbeeld geeft. Geen paniekerige, extra maatregelen. Bovendien: de reële overheidsuitgaven stegen in het eerste kwartaal van dit jaar.
De burger houdt echter de vinger op de knip. Huishoudens gaven 2,4 procent minder uit dan vorig jaar. Ze spaarden wel meer (meer info
bij het CBS). Er is dus wel geld, maar het staat vast. Is dat goed voor de economie?

Het lijkt wel of De Economie een voorschot neemt op de toekomst. Want er is nog veel meer krimp in aantocht. De bevolking krimpt. Natuurlijk is hiermee niet de lichaamslengte van de gemiddelde burger bedoeld. De groei daarvan stagneert en als je meerekent dat een mens wat kleiner wordt naar mate hij ouder wordt, is het totale netto resultaat dus krimp. Dat zal vast gevolgen hebben voor het volume in de woningbouw.

Het gaat echter over de aantallen burgers. De bevolking groeit nog wel, maar niet zo snel meer. Er zijn steeds minder kinderen, maar het aantal ouderen groeit. Ontgroening van de bevolking heet dat. Nu al zijn gevolgen van die ontwikkeling door heel het land merkbaar.
Bijna de helft (49%) van alle gemeenten hebben
met bevolkingskrimp te maken. Deze gemeenten moeten zich bezinnen op zaken als woningbouw, werkgelegenheid, onderwijs en het levendig houden van hun gebied. Zolang er landelijk nog wat groei is, niks aan de hand. Maar door het kleine aandeel jongeren en de vergrijzing zal het de beroepsbevolking sterk in aantal dalen. Ofwel: een steeds kleiner deel van de bevolking moet de economie draaiende houden. Om maar één van de gevolgen van bevolkingsdaling te noemen.

Het CBS denkt dat over een jaar of vijfentwintig de bevolkingsgroei zal stoppen en de totale bevolking zal afnemen. Koppel je dat aan de ontgroening of vergrijzingstrends dan kun je je voorstellen dat De Economie denkt: ho, wacht even, maar dan heeft het geen zin nog meer te groeien. Slim wel, die Economie.

Was dat maar waar. De economische krimp van nu heeft louter met die vermaledijde kredietcrisis te maken en niets met toekomstverwachtingen over de omvang en aard van de bevolking. Wie de touwtjes van de economie in handen heeft, moet daar wel rekening mee houden.
Een kleiner en overwegend ouder volk betekent niet dat er minder geproduceerd moet worden. Misschien wel, ook goed. Maar de productie zal zich vooral op de veranderingen in de bevolking moeten richten. Langer leven en meer ouderen zal ongetwijfeld tot meer behoefte aan allerlei vormen van zorg genreren.

De Economie zal zich dus moeten omscholen. Minder volumegroei van zeepjes en soepjes, meer groei van efficiënte zorggerelateerde producten. Minder groei van op jongeren gerichte producten, meer groei van producten die menselijke arbeid kunnen overnemen.

We krimpen. De vraag is nu: zal De Economie kiezen voor het vasthouden aan het dogmatische adagium groei, of valt de keuze op krimp?

Religieuze fusie of overname?

Religieuze fusie of overname? De paus is onnavolgbaar. Ik bedoel: hij wordt wel door de media op de voet gevolgd op zijn bedevaart in het Midden-Oosten, maar hoe moet je de boodschappen duiden die hij achterlaat?

“Geweld komt vaak voort uit religieuze manipulatie”, schijnt-ie gezegd te hebben tijdens zijn bezoek aan Jordanië.
Is dat een wat laat excuus aan de slachtoffers van katholieke inquisities en kruisvaarten? Hij is tenslotte wel vaker wat aan de late kant. Het duurde even voor hij een bisschop met tunnelvisie over de holocaust corrigeerde.

Of heft hij, midden in het gekwelde gebied, de vinger naar de concurrentie en beschuldigt hij islamitische leiders van manipulatie? Het kan ook zijn dat de boodschap gericht is aan Israël. Je weet het niet.

Dat laatste lijkt me onwaarschijnlijk omdat hij ook voorstelt dat joden en katholieken samen moeten werken voor de wereldvrede. Ook die boodschap is multi-interpretabel. Bedoelt hij een fusie of is het achterliggende doel de joodse religieuzen terug te drijven in de schoot van de katholieke kerk? Meer een overname dus.

De paus betuigde ook respect voor de islam. Da's weer wat anders dan onderdelen van die leer als slecht en onmenselijk te betitelen. Dat gaf wat rumoer, waarop de paus meedeelde dat zijn woorden verkeerd waren opgevat.

Dat zal hij misschien weer zeggen als hij maandag in Israël landt en hem wordt gevraagd wat hij nou bedoelde met “geweld komt vaak voort uit religieuze manipulatie”.
En mocht er een rabbi vragen of de paus zijn voorstel tot joods-katholieke samenwerking serieus gestalte wil geven door zijn mijter te verruilen voor een keppeltje, zullen (alweer) velen teleurgesteld raken als hij het afdoet met “verkeerd begrepen” te zijn.

De hokjesgeest als onze bevrijder

De hokjesgeest als onze bevrijder Vrijheid en identiteit is dit jaar het thema dat het 4 en 5 mei-comité verbonden heeft aan Bevrijdingsdag, want “Vrijheid en identiteit staan op gespannen voet met elkaar”.

Dat kun je wel zeggen. Sterker nog: het heeft helemaal niets met elkaar te maken. Zodra je jezelf een identiteit aanmeet, gooi je jezelf in de boeien. De hokjesgeest wordt niet alleen op “de ander” losgelaten, die geest heerst op de eerste plaats in je eigen hoofd.

We gaan wel vaker te rade bij bronnen buiten onszelf, als we antwoorden op diverse vragen zoeken. Zoeken we antwoord op de vraag “wie ben ik?”, raadplegen we de hokjesgeest. Die biedt een levenlang keuzes genoeg.
Van de rolmodellen waar je in je jongste jaren identiteit aan ontleent, tot de rolmodellen die je op later leeftijd gebruikt om je tegen het eerst aangemeten patroon af te zetten. Zelfs de individuen die een poging doen zo onaangepast mogelijk door het leven te gaan, hebben hun bronnen. Zo ook de mensen die op zoek gaan naar hun enige, ware eigen identiteit. De eersten volgen beroemde bohémiens, de tweede groep volgen hun goeroes.

Kortom: we hebben altijd anderen nodig om onze identiteit te bepalen. We conformeren ons, of zetten ons af, om uiteindelijk het hokje te vinden waar we het beste in lijken te passen. Daar is geen ontsnappen aan. En da's maar goed ook, want je hele leven alleen maar op zoek naar je identiteit, dat schiet niet op. Er zijn wel belangrijker dingen die gedaan moeten worden.

Om recht te doen aan de hokjesgeest zouden we twee zaken wat beter moeten afspreken en regelen met elkaar.
Ten eerste: de hokjesgeest biedt, zoals gezegd, talloze keuzes. Cultuur-antropologische en sociaal-culturele studies leggen aardig uit waarom mensen geneigd zijn zich massaal in een enkel hokje te persen en anderen in een ander hokje op te sluiten. Daarmee is echter voldoende verklaard waarom veel mensen geen zaken dat hok in meenemen, die ze ook de moeite waard vinden.

Wellicht is het geheugen te gebrekkig alles te onthouden wat de geest etaleerde in alle hokjes die we passeerden, voor we een definitieve keuze maakten. Of is het luiheid ook nog eens al die hokjes langs te lopen die voor ons liggen.
De hokjesgeest kan ons bevrijden van de keurslijven waar we soms zo'n last van hebben. Die geest toont ons in het ene hokje een mooie groene hoed, in een volgend hokje een leuke blauwe broek, in weer een ander hokje een fraaie paarse jas. Als dan de najaarsmode de kleur bruin dicteert, lijken velen vergeten te zijn dat ze zich prima voelden bij andere kleuren.

Misschien helpt het als, ten tweede, de vrijheid een identiteit te vormen met alles wat naar je zin is, wordt vastgelegd als een ontvreemdbaar recht. Wil je een identiteit met een of twee kenmerken? Prima. Wil je er één die als een mozaïek is samengesteld. Ook goed. Een of meerdere identiteiten, het kan en het mag.
Alleen individuen zelf, zouden het recht moeten hebben zich een identiteit aan te meten. Het opleggen van een identiteit door elk ander dan het individu zelf, zou zwaar gesanctioneerd moeten worden. De overheid, die natuurlijk geen enkele rol heeft in het bepalen van een identiteit, zou daar op moeten toezien.

Waarmee ik meteen zelf in het beklaagdenbankje terecht kom. Want wie ben ik om te zeggen hoe iemands identiteit tot stand dient te komen?

Peter Seeger 90 jaar

Peter Seeger 90 jaar In de Madison Square Garden (New York) wordt vandaag de 90ste verjaardag gevierd van Pete Seeger. De icoon van de Amerikaanse volksmuziek en zingende criticaster van de Amerikaanse geschiedenis. Hij wordt vandaag toegezongen door o.a. Bruce Springsteen, die in 2006 de man vereerde met de cd “We shall overcome: The Seeger Sessions” en in januari op het inauguratiefeest van Obama, samen met Pete Seeger, het “This land is your land” mocht zingen.

Pete Seeger, verguisd ex-communist, richt zijn activisme nu vooral op het milieu. Veertig jaar geleden richtte hij Clearwater op, een project om de natuur in en rond de Hudson rivier te beschermen. Daar kan hij zich nauwelijks een buil aan vallen. Hij heeft genoeg builen en schrammen opgelopen toen hij kritische noten zong over de Vietnam-oorlog, het Amerikaanse imperialisme in Latijns-Amerika, zich met zijn banjo schaarde achter de burgerrechtenbeweging van Martin Luther King of de vakbonden steunde voor de emancipatie van de industriële arbeiders.

Al veel langer voordat hier Duyvendak bekende dat ook geëngageerde activisten zich wel eens vergissen, bekende Pete Seeger ooit fout gezeten te hebben met zijn mening over Stalin. In 1995 verontschuldigde hij zich voor zijn, tijdelijke, al te blinde navolging van deze wrede dictator.

Hij had in de 50'er jaren al flink moeten boeten voor zijn communistische sympathieën. In het McCarthy-tijdperk moest hij opdraven voor de commissie voor on-Amerikaanse activiteiten en werd uiteindelijk opgezadeld met een gevangenisstraf van 10 jaar. Terugkijkend op die periode zei Seeger in 1995: “I still call myself a communist, because communism is no more what Russia made of it than Christianity is what the churches make of it. But if by some freak of history communism had caught up with this country, I would have been one of the first people thrown in jail“.

Alle artiesten die vandaag op zijn verjaardag zingen, zullen zeker de invloed van Pete Seeger op de Amerikaanse volksmuziek en de maatschappij onderschrijven. Hij zelf moet, gezien zijn oeuvre, ook jarenlang in geloofd hebben. Toen hem vorig jaar door Billboard werd gevraagd met welke erfenis Amerika verder zal gaan als hij er niet meer bij zal zijn, antwoordde hij met de relativerende bescheidenheid, die bij een man van hoge leeftijd past: “My family will remember me, and a few others. I'm one of a lot of songwriters. There'll be more important things to think about.”

Dat is al te bescheiden. Natuurlijk, de wereld verander je niet met een liedje, een gedicht of welk kunstzinnig werk dan ook. Maar ook artiesten kunnen keuzes maken en wie dan kiest voor steun aan burgerrechtenbewegingen, arbeidersbewegingen en anti-oorlog activiteiten helpt mee de betekenis daarvan te versterken. Zo gezien mag Pete Seeger vandaag wel in het zonnetje worden gezet.

Van rechts naar links

Van rechts naar links

De Republikeinse Partij in de VS moet nog bekomen van Obama’s verkiezingsoverwinning en krijgt opnieuw met een verlies te maken. De Republikeinen sloegen een nog rechtsere koers in, als antwoord op Obama’s zege, en da’s niet naar ieders democratische zin. De Republikeinse senator Alan Specter stapt nu over naar de Democraten, waarmee de Democratische meerderheid in de Senaat wordt versterkt.

Een gemiddelde kiezer heeft het soms al moeilijk genoeg de politicus van zijn keuze te vinden, maar wat moet je met politici die van politieke kleur wisselen?
In Nederland komt dat ook voor. Niet zo vaak als in sommige ander landen, maar vooral de laatste dertig jaar is het ook hier in de mode. In de totale parlementaire geschiedenis wisselden ruim 50 politici van partij. Voor een groot deel was dat te danken aan afsplitsingen.

Ruim 30 keer richtten politici eigen partijen op, nadat ze hun oorspronkelijke politieke nest hadden verlaten. In een aantal gevallen leidde dat tot nog verdere splitsingen. Zo hebben we in de recente geschiedenis kunnen zien hoe uit Leefbaar Nederland de LPF voortkwam, die op haar beurt ook aardig wat dissidenten kende, die dachten met een eigen partij of “groep” aan de parlementaire bak te kunnen komen. Beroemd, berucht zo u wilt, zijn natuurlijk ook de jongste bewegingen van Wilders en Verdonk.

Maar hebben we nou ook rechtse politici die een bocht naar links maken? Jawel, maar het is een minderheid.
De meesten, 22 in totaal, bleven in hetzelfde segment hangen. Jet Bussemaker stapte van GroenLinks over naar de PvdA, Femke Halsema deed het precies andersom.
De keuze rechtsaf te willen, maakten 20 politici. Pim Fortuyn dwaalde van PvdA, via CDA naar VVD. Met Leefbaar Nederland als tussenstation, richtte hij tenslotte zijn eigen LPF op. Gerrit Zalm was ooit PvdA’er, maar switchte naar de VVD.
Slechts 10 politici sloegen linksaf. Onder andere Hein Roethof die de VVD inruilde voor de PvdA en Jaap Boersma die het CDA verliet en zich bij de sociaaldemocraten aansloot.

Politici die van kleur verschieten, heb je daar nou wat aan?
De politici die overstapten van de ene bekende naar de andere gevestigde partij hebben, naar mijn weten, nooit voor electorale verschuivingen van enig belang geleid. Dat geldt wel voor diegenen die voor het zelfstandig ondernemerschap kozen. Die trokken telkens genoeg stemmen om, al was het soms voor beperkte tijd, een of meerdere zetels te scoren.
De overstap van de Amerikaanse senator betekent geen verbreding van het politieke spectrum. Het helpt Obama wel in de Senaat. In Nederland betekent het, dat de politieke diversiteit redelijk groot is.

Het lijkt er de laatste jaren sterk op dat de mainstream-kiezer wel pap lust van politici die voor zichzelf beginnen. Was dat verschijnsel nou de enige magie die kiezers trekt, dan wordt het tijd dat ter linkerzijde ook eens hier en daar een eigen toko wordt geopend. Helaas zijn minder democratische sentimenten het Leidmotief. Waar is de Nederlandse Obama, die de rechtervleugel leegzuigt?

Architecten schuldig

Architecten schuldig Niet de beulen maar de juridische architecten worden misschien vervolgd voor het martelen van terrorisme-verdachten. President Obama zoekt kennelijk een uitweg om de martelpraktijken in de Irak-oorlog niet ongestraft te laten. Eerder liet hij weten de uitvoerders van al te wrede verhoortechnieken niet te vervolgen, omdat zij slechts in opdracht hebben gehandeld.

Nu denkt hij erover stappen te ondernemen tegen de juristen onder de Bush-regering. Het kan natuurlijk zijn dat zij een positief advies hebben gegeven over de praktijken die eigenlijk tegen nationale en internationale wetten indruisen.

Maar die juristen hebben toch ook in opdracht gehandeld? Stel dat ze de opdracht kregen uit te zoeken welke verhoormethoden juridisch aanvaardbaar zijn en welke niet. Stel dat ze dan gezegd zouden hebben: tja, waterboarding mag eigenlijk niet, maar oorlogssituaties maken de wet is rekkelijk. Dan is dat niet goed te praten. Ze hebben de opdracht te ruim door de bocht genomen.

Maar om dan de uitvoerders van de martelingen niet te straffen en de juristen wel, is erg kort door de bocht. Die juristen waren niet de enige architecten van de oorlog en bovendien niet de gezaghebbende beslissers. Waarmee een schimmig steekspelletje kan ontstaan over de vraag wanneer iemand nu daadwerkelijk schuldig is aan oorlogsmisdrijven.

De juristen kunnen naar hun baas wijzen, hun baas weer naar de minister, de minister naar de president. Die kan op zijn beurt weer zeggen dat hij verkeerd is geïnformeerd en geadviseerd. De opdrachtgever, de architecten en de uitvoerders hebben elk hun specialiteiten. Zo kun je verantwoordelijkheden mooi opsplitsen.
Een uitvoerder kan zich verschuilen achter het ontbreken van juridische kennis betreffende zijn handelen. De jurist verschuilt zich achter wettelijk jargon en de opdrachtgever zegt natuurlijk dat juristen en uitvoerders hun eigen verantwoordelijkheden hebben verwaarloosd. De opdrachtgever, die wel zijn goedkeuring heeft gegeven, heeft zelf de wet er niet op na geslagen, noch zelf actief aan enige marteling toegepast.

Er zijn zoveel mensen betrokken bij het besluit ten strijde te trekken en de details daarvoor uit te werken, dat de vraag rijst: is iedereen schuldig of is dat complexe proces de dader?
Verklaar je iedereen schuldig dan stort het Amerikaanse defensie- en regeringsapparaat in elkaar. Obama heeft de beulen al vrijgesproken. Zou hij de opdrachtgever veroordelen, dan wordt Bush alsnog als oorlogsmisdadiger weggezet. Het laatste restje geloof in de rechtmatigheid van de oorlog in Irak zou wegvallen en Amerika heeft er weer een oorlogstrauma bij.
Kiest Obama er echter voor dan maar niemand te veroordelen, dan verliest hij zijn geloofwaardigheid als rechtschapen man. Ook niet best voor de Amerikaanse democratie. Dus zoekt hij het nu in een laag tussen opdrachtgever en uitvoerder: de architecten.
Is dat de juiste weg? Vel uw oordeel in onderstaande poll.

Verbod op recepten

Verbod op recepten Terwijl de coalitie het onderling al lastig genoeg heeft met straaljagers, eist het CDA Tweede Kamerlid Henk Jan Ormel een verbod op een kookboekje met vegetarische recepten. Hij zal minister Gerda Verburg vragen het boekje terug te trekken en het geld te besteden aan voorlichtingscampagne over het maatschappelijk nut van dierproeven.

Meneer Ormel durft wel. Een verbod op een boek valt slecht in tijden waarin velen, onder de vlag van de vrijheid van meningsuiting, bijna alles voor publicatie toegestaan achten. Recepten zijn ook een vorm van meningsuiting. Zou dat niet zo zijn, dan valt er over smaak natuurlijk niet te twisten.

Het boekje bestaat al tien jaar, zegt Verburg, dus waarom maakt Ormel zich zo dik? Ormel vindt het propaganda en dat dient de overheid niet te subsidiëren.
Het Voedingscentrum, de uitgever van het kookboekje, propagandeert ook al jaren de schijf van vijf en daar staan wel degelijk
vlees en dierproducten op. Meneer Ormel hoeft dus niet bang te zijn dat het Voedingscentrum voornemens is de vleesindustrie om zeep te helpen.

Misschien kan hij beter eens navragen waarom Artis 5 miljoen euro van Verburg krijgt voor natuur- en milieueducatie.
Altijd goed om kinderen te leren dat een olifant eigenlijk in een groter leefgebied thuishoort, dan op een paar vierkante meter dierentuin. En zeker, het is prima als je met gedegen educatie voorkomt dat mensen hun kop in het zand steken als ze een struisvogelbiefstukje eten. Het is immers slecht gesteld met de verbinding tussen natuur en consumptie. Het is alom bekend dat de missing link tussen een pak melk en de koe, tot een erg nauw natuurbewustzijn bij kinderen heeft geleid.

Maar waarom zou juist Artis die 5 miljoen krijgen? Elke dierentuin verkoopt zichzelf tegenwoordig als schoolvoorbeeld van educatie. Met deze subsidieshot haalt Verburg de zo geroemde principes van de marktwerking aardig onderuit. Maar hoor je daar heer Ormel over?

Geld opdweilen

Geld opdweilen De zorg: het is dweilen met de kraan open. Maar wie goed dweilt, houdt wel eens wat over. Het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) heeft berekend wat de Wmo-kosten voor huishoudelijke hulp waren in 2008. Die kosten zouden namelijk het uitgangspunt vormen voor de berekening van het Wmo-budget voor 2010.

Wat blijkt? De gemeenten hebben ruim 80 procent uitgegeven, waardoor een overschot is ontstaan van ruim 257 miljoen euro. Dat zou dus een reden kunnen zijn het Wmo-budget voor 2010 te verlagen. Het SCP stelt echter in een
voorlopig advies (pdf!), dat geld toe te voegen aan het budget van 2010.

Waarom adviseert het SCP het opgedweilde geld niet met het badwater weg te gooien?
Dat zit 'm vooral in de ontwikkelingen rond de bekostiging van de thuishulp. Daar is de afgelopen jaren veel om te doen geweest. De duurdere HH2-hulp (huis schoonhouden plus diverse extra's) is in veel gevallen terug gebracht tot de eenvoudiger HH1-hulp (puur huishoudelijk werk). Dat ging onder het motto: we houden het bij zorg, welzijn gaat er uit.
Verder werd er beknibbeld op thuishulpen met verpleeg-kwalificaties. In de praktijk leidde dat er toe, dat alfahulpen ook wel eens een verbandje gingen verschonen.

Ook werd de marktwerking in gang gezet. Gemeenten gingen op zoek naar de goedkoopste aanbieders van thuiszorg. Eén van de gevolgen was dat beter gekwalificeerde hulpen zich genoodzaakt zagen werk aan te nemen dat voorheen door alfahulpen werd gedaan. Uiteraard tegen het lagere salaris. Er dreigde een massale uitloop van personeel, die op zoek ging naar ander, beter betaald werk. Onder druk uit de Tweede Kamer heeft het kabinet extra geld toegezegd, om die ontwikkeling tegen te houden.

Al met al heeft dat van 2005 tot 2008 wel geleid tot een prijsdaling van de hulp in natura met gemiddeld 7% per jaar. Het SCP constateert wel behoorlijke verschillen per gemeente: “Gemeenten met relatief lage tarieven en gemeenten met relatief veel HH1-hulp houden het meeste over van het hen toegemeten budget voor huishoudelijke hulp“.

Die ontwikkelingen resulteerde dus in een overschot, maar zijn ook de reden het geld in de knip te houden voor 2010. Het SCP voert hiervoor twee argumenten aan.
1. De prijsvorming op de markt voor huishoudelijke hulp heeft geleid heeft tot niet kostendekkende tarieven. Zorgaanbieders kunnen de prijzen nog wel enigszins in de hand houden door overheadkosten te beperken. Bijvoorbeeld door het terugdringen van ziekteverzuim en te besparen op scholing.
Dat laatste is wat vreemd, want thuiszorgaanbieders dienen aan hogere kwaliteitsnormen te voldoen, wil men een serieuze kans hebben bij een gemeentelijke aanbesteding. Reden voor het kabinet om in 2008 toch maar
wel subsidie vrij te maken voor om-, her- en bijscholing van thuishulpen.

2. Met ingang van 1 januari 2010 is het de bedoeling dat de alfahulp alleen via een financiële vergoeding wordt geregeld. De hulpontvanger en de hulpverlener moeten een arbeidsovereenkomst sluiten in het kader van de regeling dienstverlening aan huis.
In een eerder SCP-advies voor het 2009-budget werd voorgerekend dat elke 25%-alfahulp die in 2010 vervangen wordt door zorg in natura, een extra kostenpost van circa 80 miljoen euro zal genereren. Dit komt omdat de kostprijs van een verzorg(st)er in dienst bij een zorgaanbieder aanzienlijk hoger is dan de kostprijs van een alfahulp die direct in dienst is bij een cliënt.

Het SCP stelt dat “de verwachte onhoudbaarheid van de huidige lage tarieven voor huishoudelijke hulp en de gevolgen van de introductie van de financiële vergoeding ter vervanging van de alfahulp als in natura voorziening“, in 2010 toch op zo'n 210 miljoen euro meer moet worden gerekend. Dat kan dus met het overschot van 2008 betaald worden.

Zal het kabinet dat advies zal opvolgen?