Categoriearchief: Keuzes

Opblazen tot desillusie

Opblazen tot desillusie Vandaag een gastlog van Jonathan Mijs, die reageert op een artikel in de NRC over het meer inzetten van wetenschap bij politieke beslissingen. Met toestemming overgenomen uit ScienceGuide, waar het 2 april verscheen.

“Een complexe democratie als de onze doet er goed aan minder te vertrouwen op burgers en meer wetenschap in te zetten om tot fatsoenlijke beslissingen te komen”, schrijft
Herman de Regt in de NRC van 27 maart j.l. Een redelijke stelling, zo op het eerste gezicht, zegt Jonathan Mijs van de UvA, oud-LSVb-voorzitter. Achter zijn appèl op de ratio gaat echter een tweetal misvattingen schuil.

Allereerst blijkt zijn oproep gestut op een naïef beeld van wetenschappelijke epistemologie (kennisleer): zoals De Regt zelf al aangeeft in één van zijn voorbeelden, zijn kansen dikwijls niet met nauwkeurigheid vast te stellen en zijn risico’s vaak onvoorzien. Zeker als het mensen aangaat, valt de uitkomst van beleid vaak niet beter te benaderen dan met een verwachting. Beleidsvoorbereiding en –evaluatie is in zo’n geval gediend door betrokkenheid van de wetenschap, maar veel meer nog door het erkennen van haar beperkingen. Een opgeblazen geloof in wetenschap leidt tot desillusie, verontwaardiging en, erger, tot het aanwijzen van de verkeerde verantwoordelijke. Want het zijn politici, niet wetenschappers, die politieke besluiten nemen.

En, zo kom ik bij mijn tweede punt, zo moet dat ook zijn. Anders dan De Regt doet vermoeden, kunnen we namelijk een onderscheid maken tussen doelrationele beslissingen en moreel ingegeven besluiten. Max Weber, één van de voorvaders van de sociologische wetenschap, maakte dit onderscheid al in het onderscheiden van Zweckrationalität en Wertrationalität. Het eerste motiveert doelgericht handelen waarbij de middelen om dat doel te bereiken rationeel zijn bepaald, waarderationaliteit daarentegen geeft het primaat aan ethische, filosofische en normatieve waarden in de keuze van middelen om een doel te bereiken. De misvatting van De Regt behelst het verwarren van deze twee.

De Regt roept niet zo zeer op tot een kabinet van wetenschappers, als wel tot een kabinet van actuarissen: knappe koppen die complexe vraagstukken kansrekenend oplossen. Naast naïviteit, getuigt die oproep van een miskenning van de morele en politieke filosofie; de wetenschappelijke disciplines waarin wetenschappers al eeuwen lang denken en schrijven over het complexe vraagstuk hoe te komen tot ‘rechtvaardige’ besluiten, en hoe de maatschappij zo ‘eerlijk’ mogelijk in te richten. Zo hield de Britse filosoof John Rawl zich zijn leven lang bezig met de vraag hoe om te gaan met de verdeling van schaarse goederen onder mensen. Dient zo’n verdeling te geschieden op basis van behoefte? Verdienste? Gelijkheid?

Of is het een beter idee, cf. David Miller, om zulke criteria afhankelijk te maken van het domein waarbinnen men dergelijke keuzes maakt, zodat de familie, de arbeidsmarkt en het openbare domein andere verdelingscriteria kennen – respectievelijk behoefte, verdiensten en gelijkheid. Simpelweg verwijzen naar ‘rationaliteit’ biedt hier geen soelaas. Zulks een oproep miskent niet alleen morele basis van zulke beslissingen, zij ontkent ook de waarde van de democratische vertegenwoordiging: het wegen van doel en middelen niet op basis van kans en risico, maar ingegeven door de ideologische beginselen op basis waarvan het electoraat haar parlementaire vertegenwoordigers heeft gekozen.

Jonathan Mijs

Stop de lespakketten

Stop de lespakketten

Scholen krijgen van alle kanten lespakketten aangeboden. Staatssecretaris voor Onderwijs, Sharon Dijksma, roept de scholen op de overdosis lespakketten door de papierversnipperaar te halen.

Op het jaarcongres van de sectoren basis- en speciaalonderwijs van CNV Onderwijs, noemde ze dat idee een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid.
De staatssecretaris beoogde de aanwezigen een hart onder de riem te steken door deze praktische tip te geven, die de werkdruk kan verminderen. “Als u tijd heeft, naast het aanleren van de basisvaardigheden, is er niks mis mee om aandacht te besteden aan een lespakket over liefde of fit zijn, maar het gaat er om dat u elf die keuzes maakt“, zo sprak zij het congres toe.
De congresgangers wilden het wel eens over andere keuzes hebben. zoals geld voor leraren en kleinere groepen. Maar dat terzijde.

Het is waar. Niet alleen uitgevers van studiemateriaal, ook belangenorganisaties, goede doelenclubs, energieleveranciers en zelfs banken belagen de scholen met lespakketten. Makkelijk voor de leerkracht. Die hoeft zelf niet bibliotheken en internet af te struinen en met een paar middagen plak- en knipwerk een interessant thema de klas in te gooien.

De prioriteiten liggen volgens Sharon Dijksma echter wel bij de basisvaardigheden taal en rekenen. Gezien de klachten over de taalvaardigheid van mbo-studenten en de povere rekenvaardigheid van aspirant-onderwijzers op de Pabo's, heeft ze daar een punt. Bovendien: wil je het met de kinderen over fit zijn hebben, moeten ze genoeg taal beheersen om je te begrijpen. Wil je ze wat over liefde leren, zullen ze toch echt eerst goed moeten rekenen.

Het is echter nog de vraag of de collega's van Dijksma blij zijn met haar oproep tot onderwijskundige ongehoorzaamheid. Straks vernietigen de scholen ook nog de lespakketten die ministeries zelf graag rondgestuurd zien.
Zo krijgen organisaties op gebied van natuur- en milieu-educatie subsidie van OCW, VROM en LNV om, onder andere lespakketten en leskisten aan te bieden. Keurig vermeld in de nota Natuur- en Milieu-educatie van 2008.

Nog een heel aardig voorbeeldje. Is het niet noodzakelijk dat kinderen ook leren hoe de geest moet waaien? Om Sharon Dijksma te ondersteunen een fris onderwijsklimaat te scheppen, moet haar collega van VROM, milieuminister Cramer, gedacht hebben dat een lespakket ventileren wel een goed idee is. Dus kreeg de GGD subsidie om uit te zoeken of een lespakket kon bijdragen aan het beter ventileren van klaslokalen.

Het kabinet wil teveel van de burgers om basisscholieren middels lespakketten levenswijs te maken. Mijn stelling is dat er zelfs teveel aan de hand is in de wereld dat honderden lespakketten èn het lesrooster van basisscholen en voorgezet onderwijs dat niet kunnen behappen.
Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. Tot zover heeft staatsecretaris Dijksma gelijk.

Maar welke lespakketten moeten naast taal en rekenen prioriteit krijgen? Lespakket de geldkoffer? In deze tijd zeer toepasselijk. Leer kinderen eerst maar veilig uitgeven, sparen, lenen en beleggen. Of toch maar een pakketje fitness? Of een goed gevulde lesbox over liefde?
Roept u maar!

Kiezen op de vrije markt

Kiezen op de vrije markt

De tandartspraktijk moet geliberaliseerd worden. Altijd al gedacht dat tandarts een vrij beroep was en dat elke gaatjesvuller geheel vrij was een praktijk naar eigen inzichten te vestigen.
Die indruk wordt de laatste tijd versterkt, omdat ik alleen al in mijn buurt een stuk of zes nieuwe tandartspraktijken zag verrijzen. Met allemaal eigentijdse en spitsvondige namen. Van DentalCare tot We love your mouth, van Tandheelkundig Centrum tot Praktijk Nooit Meer Gaatjes.
Na kindertandartsen en chirurgijnen die je niet alleen van je verstandskies, maar ook van je angst voor de tandarts verlossen, blijkt er nog een markt te zijn voor een scala aan nieuwe praktijken.

Hoewel in Nederland de tandarts dus een vrij beroep is, mag de eerste de beste stukadoor niet je gaatjes plamuren. Zelfs al zou hij er verstand van hebben. In Bloemendaal werd een man betrapt op illegale tandtechnische praktijken. Hij had wel een diploma basisarts, had ook tandheelkunde gestudeerd, maar die studie niet afgemaakt. Toch gaf hij zich uit voor kaakchirurg.

In al die gloednieuwe praktijken is het ook wild-west.
In februari berichtte het AD dat de NMT (Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde) meer controle wil in de commerciële tandartsketens, die meer aan de kassa dan aan de kwaliteit denken. Er zouden onbevoegde, buitenlandse tandartsen worden ingezet. Bovendien is het komen en gaan. Van praktijken, wel te verstaan. Van de een op de andere dag worden praktijken geopend, maar ook net zo snel gesloten. Allemaal niet goed voor de burger met kiespijn.

De Nza (Nederlandse Zorgautoriteit) wil de tandartsenpraktijk een oppeppertje geven, waar de consument beter van moet worden. Per 1 januari 2001 kunnen de prijzen voor mondzorg worden vrijgegeven. Uiteraard onder allerlei voorwaarden. Eén van die voorwaarden is dat de consument goed moet worden voorbereid op de nieuwe situatie “waarin zij worden geacht zelfstandiger keuzes te maken“.

Nou heb je al een vrije keuze welke tandarts je wil bezoeken. Bevalt het niet, dan kun je veel makkelijker overstappen naar een ander, dan bij een huisarts het geval is. Maar vanaf 2011 kunnen de tandartsen je dus ook lokken, door elkaar met hun prijzen te beconcurreren.

Concurrerende prijzen zullen dan vooral behandelingen betreffen die de laatste jaren uit het basispakket van de zorgverzekering zijn gehaald. Voor gaatjes vullen, plaatsen van een kroon of een brug is een aanvullende verzekering nodig. De premies voor die aanvullingen verschillen, omdat de aangeboden dekking ook verschilt.
Op de
website tandarts.nl raad men je aan te “overleggen met uw eigen tandarts. De tandarts kan uw gebit onderzoeken en samen met u een inschatting maken van de te verwachten kosten in de toekomst, zodat een passende verzekering uitgezocht kan worden“.

Kijk, zo kun je een ware prijzenslag in je gebit verwachten. Maar worden we daar ook wijzer van? Een tandarts die zorgvuldig te werk gaat, kiest natuurlijk goed materiaal, neemt de juiste tijd voor een behandeling en levert goed werk, om een klacht te voorkomen. Als een tandarts zich nu gedwongen ziet tarieven te verlagen, zal toch ergens op de kwaliteit moeten worden ingeleverd.
Een andere optie is dat de tarieven gelijk blijven, maar dat er wordt gestunt met aanbiedingen. Een gaatje vullen in combinatie met een mondhygiënistische behandeling voor de helft van de prijs. Zoiets.

De Nza stelt voor de komende vijf jaar te experimenteren met vrije prijzen. Om te kijken of het inderdaad zo is dat “marktwerking leiden tot een betere prijs/kwaliteitverhouding en met vrije prijzen meer ruimte is voor innovatieve zorg.”

En nu maar afwachten wie de boer met kiespijn wordt.

De krisis van hun, de oplossing van ons?

De krisis van hun, de oplossing van ons? De krisis is van hun, de oplossing is van ons. Met die leus legden 2,5 miljoen mensen in Frankrijk het werk neer om te protesteren tegen het krisisbeleid van hun regering. Volgens de politie waren het er maar 1 miljoen. Neem je het gemiddelde dan gaat het nog om 1,75 miljoen deelnemers.

Dat is zo'n 3 procent van de totale franse bevolking en 6 procent van de franse beroepsbevolking. Dat zijn kleine percentages maar aantallen die je in Nederland niet gauw op straat krijgt.
Ter vergelijk: in 2004 ging slecht 1 procent van het ganse volk, of 3 procent van het werkend deel der natie de straat op tegen het beleid van Balkenende II. De allergrootste demonstratie in Nederland (3 procent van de bevolking) ging niet over werk en krisis, maar over de plaatsing van kernwapens. In 1983 trok dat 550 duizend mensen.

In eerdere artikelen op dit weblog schreef ik dat de arbeidsonrust onder de kabinetten Balkenende een licht stijgende trend vertoont. Toch moet Jan-Peter nog 5 premiers boven zich dulden, als het gaat om het aantal stakingen sinds 1945 (zie “Arbeidsonrust” van 7 juni vorig jaar).
Het CBS meldde vorig jaar dat er minder arbeidstijd verloren is gegaan aan stakingen. Maar behalve stakingen, werden er ook tal van ander acties gehouden. (demonstraties, petities, handtekeningacties, werkonderbrekingen, etc.).
Het aantal deelnemers van al die arbeidsonrust was bij elkaar zo groot, dat Balkenende zijn voorgangers flink heeft overtroffen (zie “
Makkers staakt… uw wild geraas“van 8 juni 2008).
Zal het Franse voorbeeld europese navolging krijgen en ook Nederland een eigen oplossing van de krisis opeisen?

Voor een compleet kabinetsbeleid gingen Balkenende en companen eerst nog 100 dagen het land in om ons aan te horen. Dat blijft nu achterwege, dus het zou logisch zijn als hier massaal om overleg met de bevolking zou worden gevraagd. Als hier, net als in Frankrijk, 6 procent van de beroepsbevolking zich gaat roeren, dan scoort Balkenende daarmee de op een na grootse actie in onze geschiedenis en da's best iets om trots op te zijn, toch?

Het zal er niet van komen. Financiële goeroes als Nout Wellink van De Nederlandse Bank en Ben Bernanke van de Amerikaanse Federale Reserve laten geluiden horen dat het allemaal wel meevalt.
Wellink verklaart dat de werkloosheid wel op zal lopen, maar dat onze welvaart nog op aardig peil zal blijven. En Bernanke ziet al eerste tekenen van herstel.
Hij voegt daar wel aan toe dat er niet teveel kritiek op de overheidsplannen moet zijn, anders schiet het niet op.

Nou, die eigenzinnige Fransen doen maar. Wij blijven wel rustig thuis en wachten in alle vertrouwen op de wijsheid van onze regering.

Si podemos

Si podemos Hans van Mierlo moet met enige jaloezie naar de verkiezingsuitslagen van El Salvador hebben gekeken. Wat hem nooit is gelukt, kreeg Mauricio Funes wel voor elkaar: een journalist die het tot president schopt.

Ze beginnen het eindelijk te leren in El Salvador. Werden in 1982 nog vier Nederlandse journalisten vermoord door de toenmalige junta, nu neemt de voormalige verzetsbeweging FMLN als het ware postuum wraak, door de nipte overwinning van hun kandidaat Mauricio Funes.

Waarmee El Salvador het 14e land in Midden-en Zuid Amerika is dat een socialistische president heeft. Ruim 60 procent van dat werelddeel wordt nu door socialisten en sociaal-democraten geleid.
Wouter Bos zal ook wel jaloers zijn en zich afvragen hoe ze dat daar voor elkaar krijgen. In Europa zullen we dat niet snel meemaken en Nederland lijkt er al helemaal niet aan toe.

Dat het latijns amerikaanse socialisme groeit, wil niet zeggen dat zich een groot socialistisch front vormt. Un pueblo unido is nu een bonte verzameling. Van Raoul Castro's Cuba, waar het marxisme langzaam aan richting museum gaat, tot Argentinië, waar de linkervleugel van de peronistische beweging Cristina Kirchner als president heeft. Van de socialistische macho Chávez, tot de veel gematigder socialiste Michelle Bachelet in Chili.

Negen landen hebben sociaal-democratische of gematigde socialisten als president: Bolivia, Brazilië, Chili, Dominica, Ecuador, El Salvador, Honduras, Panama en Peru.
Vijf landen doen het met hard-liners: Cuba, Guyana, Nicaragua, Uruguay en Venezuela.

Van de gematigden koesteren er wel een paar sympathie met mannen als Chávez. De sympathie betreft dan vooral hervormingen die ten goede moeten komen van, onder andere, de landbouwers die vandaag de dag nog restanten wrange vruchten plukken van de vroegere dictatoriale tijden. Met het masochisme van Chávez hebben ze wat minder. Men realiseert zich goed dat je daarmee het contact met de rest van de wereld kwijt kan raken of, traumatische herinnering, je roept er kwadere zaken mee over je af.

Het externe geweld (vooral van Amerikaanse makelij) is men inmiddels net zo beu als het interne geweld. Mauricio Funes wil een einde maken aan het bendegeweld in El Salvador. Hopelijk kunnen zijn rivalen de wapens ook achter slot en grendel houden, want dat land heeft meer dan genoeg geleden aan de burgeroorlog.

Nog zeven landen te gaan en er is aan de andere kant van de oceaan een latijns socialistisch paradijs ontstaan? Als de rest van de wereld zich daar nu eens niet mee bemoeit, wordt het “Si podemos” (yes, we can) van Funes misschien de verandering waar de Latijns Amerikaanse burgers inmiddels wel recht op hebben.

Normen, waarden en walging

Normen, waarden en walging Canadese onderzoekers menen een verband gevonden te hebben tussen moraliteit en walging. Ze ontdekten dat we niet alleen een vies gezicht trekken bij eten dat we niet lusten, maar ook als we ergens verontwaardigd over zijn. In beide gevallen is het een en dezelfde gezichtspier die een expressie van walging op ons gelaat veroorzaakt. Het zou dus best eens kunnen, lezen we op VPRO's Noorderlicht, dat “onze normen en waarden niet alleen worden gestuurd door complexe gedachten, maar ook door primitieve instincten die te maken hebben met het vermijden van mogelijk schadelijke stoffen”.

Wat de boer niet kent, lust hij niet. Is dat de reden waarom de boer een muur van normen en waarden optrekt, om zich tegen het onbekende, tegen zijn angst te beschermen? Is dat de reden waarom mensen walgen van zaken die hen vreemd zijn?
Of worden we misselijk van het idee dat ons bestaan in de kern zinloos is en bouwen we daarom stelsels van normen en waarden om betekenis te geven aan het leven?

De filosoof Jan-Paul Sartre schreef in 1938 zijn eerste boekje, getiteld “De Walging”. Daarin mijmert de hoofdpersoon over de zin van zijn bestaan en komt er gaandeweg achter dat die zin er eigenlijk niet is, maar dat we die zelf construeren. In de woorden van Sartre: “Wanneer je leeft gebeurt er niets. Maar als je je leven vertelt, verandert alles”.

Sartre meende wel hoe je de walging, veroorzaakt de ontdekking van de zinloosheid, te boven kan komen. Kiezen voor je eigen manier van bestaan, waarin je jezelf vormt. Niet door je existentie te ontlenen aan door god en gezag opgelegde normen en waarden. Sartre leefde er lustig op los en werd een van de symbolen van de roerige 60-er en 70-er jaren.

Mocht de man nu leven, dan zou hij ongetwijfeld zijn walging hebben uitgesproken over de nieuwe burgerlijkheid die restrictieve normen en waarden herformuleert. Hij zou zeker een heel vies gezocht getrokken hebben, als hij zag hoe er bewegingen groeien die het bestaan tot een paar zelfverzonnen fundamenten beperken. Of die nou van een god of gebod komen.

Wij doen het goed, nu zij nog

Wij doen het goed, nu zij nog

We doen erg ons best een goed en duurzaam leven op te bouwen. Dat lukt ons ook aardig. Het zou wel helpen als de rest van de wereld ook een beetje ging meewerken. Vooral op het gebied van klimaatverandering en biodiversiteit.

Het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) komt met een update van de Monitor Duurzaam Nederland. Op veel terreinen gaat het goed. Het gemiddelde inkomen en het niveau van gezondheid en onderwijs zijn toegenomen. De meeste burgers vertrouwen elkaar en de instituties van dit land. We zijn hardwerkende burgers en we leven in een steeds schoner wordende omgeving.

We zijn ook in staat de grootste duurzaamheidsproblemen op te lossen. Echter, de rest van de wereld ligt dwars. Wat het klimaat betreft moet het mogelijke zijn de opwarming te bepreken tot twee graden. Maar, zo stelt het SCP, “het is vooralsnog niet gelukt om de hiervoor noodzakelijke mondiale afspraken te maken”.

Met de biodiversiteit is het ook niet zo best gesteld. Er is nog maar 15 procent van de oorspronkelijke biodiversiteit over. Minder vleesconsumptie kan bijdragen aan het behoud van biodiversiteit, ware het niet dat in zich ontwikkelende landen de vleesconsumptie juist toeneemt.
We willen het wel anders, maar “voor klimaatverandering en biodiversiteit is de internationale coördinatie een grote complicerende factor”, aldus het SCP.

Zo gesteld, zou het buitenlandbeleid wellicht een andere koers kunnen varen. Bijvoorbeeld: de VS wil dat we wat gedetineerden uit Guantánamo Bay overnemen? Da's best, maar eerst laten zien dat de VS de CO2-uitstoot substantieel vermindert. Wat extra troepen naar een of andere brandhaard? Prima, maar we gaan er pas heen als het groen goed op orde is. Ontwikkelingshulp? Alleen als van dat geld onze roetfilters, spaarlampen en windmolens wordt gekocht.

Wij willen best duurzaam vergrijzen, maar wil de rest van de wereld dan een beetje meewerken, alstublieft?

Hoe de overheid onlust tot onrust verheft

Hoe de overheid onlust tot onrust verheft Wie in tweevoud blogt, kan in drievoud antwoord krijgen. Daarom deze keer mijn gastlog op GeenCommentaar, onder het pseudoniem P.J. Cokema, ook op Sargasso en hier (triple-posting).

Afgelopen vrijdag stond op GeenCommentaar en Sargasso een crosspost van Sargasso's redacteur Steeph, die met behulp van de formule (kc=sw)+mi=80², wees op de mogelijkheid dat het ook buiten de jaarwisseling om wel eens onrustig op straat kan worden. En wel (zie formule) omdat de kredietcrisis een stijgende werkloosheid veroorzaakt en mede door een mislukt integratiedebat extreemrechtse tendensen zullen groeien, zoals ook in de 80'er jaren het geval was. Onlust wordt maatschappelijke onrust, die hardhandig afgereageerd zal worden op immigranten en hun nazaten. Het is slechts een scenario, volgens Steeph.

Toegegeven: er zijn wat overeenkomsten tussen de 80'er jaren en nu. Aan het begin van dat roemruchte decennium trekt de 2e oliecrisis een aardige wissel op de economie en een beurskrach in 1987 doet menigeen huiveren. De werkloosheid steeg en de kabinetten Lubbers reageerden met stevige bezuinigingsmaatregelen. Het integratiedebat begint goed op gang te komen en extreemrechts groeide dermate dat ze in 1982 een zetel in het parlement wist te bemachtigen. Maar rellen?

Tja, in de jaren 70 waren er inderdaad heel vervelende matpartijen in Den Haag en Schiedam jegens allochtonen. Maar misschien was het aan de verkiezingswinst van Janmaat te danken dat de onrust zich in de parlementaire tradities voegde. Of zouden de maatregelen van de overheid, op grond van de Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers (1979) voor rust op straat gezorgd hebben?

Mwah, het was allerminst rustig in de eerste helft der 80'er jaren. Krakersrellen in Amsterdam, Nijmegen en Groningen, het feestje bij de kroning van Beatrix, massale demonstraties tegen kruisraketten, blokkades bij Borssele en tegen munitietransporten, een grote havenstaking en een ambtenarenprotest waardoor we dagen van de post verstoken bleven. Maar aan het einde van de 80'er jaren was het ook met die onrust wel gedaan.
Want het had allemaal niet geholpen. In 1986 ging de 2e Kamer akkoord met de stationering van de kruisraketten en de betogers tegen kernenergie bleven verdwaasd en verbaasd achter toen de regering in datzelfde jaar als enige reactie op de ramp in Tsjernobyl, een verbod op het verbouwen van rode kool afkondigde. Mede door het failliet van het communisme, dat in 1989 zijn teloorgang begon te beleven, worden die 80'er jaren nu vooral herinnerd als één grote historische vergissing.

Sindsdien kan de overheid doen wat ze wil. Na het Duyvendak-gedoe denkt men wel twee keer na voor men iets onderneemt, omdat niemand de geschiedenis in wil als politiek crimineel. En scholierenopstandjes worden gezien als nodeloze urenvulling, krakers staan alleen nog maar te boek als cliëntonvriendelijke horecaondernemers. De maatschappelijke onrust is gekanaliseerd in nieuwe parlementaire bewegingen of wordt voor de rechter uitgevochten. Op straat is het alleen onrustig bij de jaarwisseling en een enkele voetbalpartij. En zelfs dat neemt af.

Maar dat is allemaal niet de reden waarom ik niet snap waar Sargasso-Steeph zich zorgen om maakt. Want we hebben tenslotte altijd nog onze overheid. De overheid heeft ook een scenario voor maatschappelijke onrust. Dit kabinet meent dat polarisatie en radicalisering tot de rampen behoren, die dit land kunnen treffen. Grote kans zelfs, maar wel met kleinere gevolgen, meent het kabinet. Er wordt zelfs hard gewerkt aan de voltooiing van een Operationeel Actieplan Polarisatie en Radicalisering, die u hier kunt downloaden. We kunnen dus gerust gaan slapen, de overheid is op haar hoede.

Vergeet het maar. Niks slapen. Waakzaam zijn. De burger wordt onderdeel van het veiligheidsbeleid.
Daartoe heeft het kabinet de DSP-groep
analyses laten maken (pdf-alert) van een paar brandhaarden, waaronder de rellen in Slotervaart (1998), de situatie na de moord op Van Gogh (2004) en de onlusten in Utrecht (2007).
Conform de wens van het kabinet de burger te betrekken bij het voorkomen van dat soort onrust, presenteert de DSP-groep in
dit document (pfd!) een vragenlijst (zie bld. 6 in link), die door actieve wijkbewoners en buurtprofessionals ingevuld kan worden om te kijken of er reden voor paniek is. En verdomd, Steeph's analyse is al lang onderkend, want de eerste vraag vist naar “problemen op het terrein inkomen en/of werkomstandigheden. Denk aan: ontslag, achteruitgang in inkomsten, armoede, arbeidsonrust, economisch zwaar weer“.

Bij vraag 5 kan aangegeven worden of er sprake is van “aantasting van fundamentele burgerrechten“. Nee, niet de inperking van uw privacy of de vrijheid van meningsuiting, maar of er mensen belaagd worden wegens hun etniciteit, geloof of seksuele geaardheid.
Mochten alle vragen een score van 7 of hoger opleveren, dan is verdieping nodig. Eén van die verdiepingsvragen is: “is er sprake van een grote nieuwswaardigheid van het (de) incident(en) en/of springen de media er sterk op in (kan ook zijn door gebrek aan ander nieuws)? Komen er veel media/journalisten op af?” Tevens is het seizoen en het weer van belang: “is het voor- of najaar (geen vakanties); is het mooi/warm weer (geen regen/kou)?“. U kunt als waakzaam burger dus uw buurt scannen.

Is dat de manier om te voorkomen dat onlust omslaat in onrust? Ik meen van niet. De irrationele onlust onderkennen is één ding, maar dat één van de peilers van het veiligheidsbeleid te maken is wat anders. De burger daarbij als instrument inzetten om zijn buurlui te observeren op verdachte elementen, voedt de gedachte dat de ander de moeite waard is in de gaten te houden. Dat soort maatregelen zal zeker tot onrust leiden. Het splijt de samenleving meer dan het nu al het geval is.
De risico's zitten dus niet zozeer in de kredietcrisis, werkloosheid en een pover integratiedebat, maar in een overheid die onbedoeld, dat geloof ik nog graag, burgers tegen elkaar opzet. Wie houdt die beweging staande?

Democratie is onderzoek

Democratie is onderzoek

Terwijl op moment van dit schrijven Balkenende gevrijwaard lijkt van een parlementaire enquête, is het misschien aardig om de parlementaire democratie op haar onderzoeksgehalte te bekijken.

Feit is dat de laatste decennia het aantal enquêtes en onderzoeken flink is toegenomen. Sinds 1852, waarin de eerste parlementaire enquête plaatsvond, zijn we 17 enquêtes en 45 parlementaire onderzoeken verder. Zestig stuks dus, waarvan de meesten na 1990 zijn uitgevoerd: 5 enquêtes en 27 onderzoeken. Je vraagt je af wat er rond 1990 zo veranderde aan de politiek dat het parlement de dwingende behoefte aan nader onderzoek niet kon onderdrukken.

In dit overzicht (excelsheet!) kun je zien welke zaken er gespeeld hebben en welke ministeries erbij betrokken waren (Bron: Politiekcompendium.nl).

De top 3 van parlementaire enquêtes betroffen Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken en Justitie. Bij enkele enquêtes waren soms meerdere ministeries betrokken. De enquête naar de Bijlmerramp (neerstorten El-Al vliegtuig op de Bijlmer) was niet alleen een zaak van Verkeer en Waterstaat, maar evengoed van Binnenlandse Zaken, wat betreft de rampen coördinatie. En van de enquête naar de Bouwfraude kun je zeggen dat niet alleen Justitie, maar bijna alle ministeries betrokken waren omdat ook projecten in opdracht van de overheid ter sprake kwamen.

De top 3 van parlementaire onderzoeken wordt aangevoerd door de ministeries van Defensie, SVW (Sociale Zaken, volksgezondheid en welzijn) en op de gedeelde 3e plaats: Binnenlandse Zaken en Vrom (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu).

Gooien we de enquêtes en onderzoeken op één hoop dan staat (alweer) Defensie op de 1e plaats, SVW een goede 2e en Economische Zaken deelt met Justitie de 3e plaats.

De huidige Irak-kwestie valt deels onder Defensie, evenals de JSF-perikelen, die zo langzamerhand ook rijp lijken voor een onderzoek of enquête. Bij de Irak-kwestie is Buitenlandse Zaken zeker medeplichtig, zoals Economische zaken wel een vinger in de brei zal hebben bij de JSF-straaljager. Maar Defensie valt wel op met 2 enquêtes en 11 onderzoeken. Wie denkt dat de oorzaak gelegen is in het feit dat burgerministers de militairen moeten besturen heeft het mis. De eerste enquête en onderzoeken vonden plaats toen er militairen als minister van Oorlog waren aangesteld.

Opvallend aan de lijst is ook dat Financiën zo laag scoort. Eén enquête naar de zoutaccijnzen in 1852. Het was de allereerste parlementaire enquête en wie weet heeft het ministerie van Financiën toen al veel geleerd en heeft men gedacht: dat was eens, maar nooit meer. Raar eigenlijk want de belastingen alleen al, gaan zovelen aan het hart dat het wonderbaarlijk is dat er niet meer onderzoek naar is gedaan. Maar goed, we leven in andere tijden dus kunnen we misschien nog een parlementaire enquête naar het beleid rond de kredietcrisis verwachten en als de Belastingdienst over een jaar nog niet op orde is, kan dat ook op de onderzoekstafel.

Hoe nu de onderzoeksdrift van na 1990 te duiden? Ah! Ik zie het al. De schuld van Paars, zoals tegenwoordig de schuld van alles daar lijkt te liggen. Wim Kok kreeg als minister-president met maar liefst 4 enquêtes en 17 onderzoeken te maken. De enquête naar Sebrenica was wel de meest wrange. Nu erfde hij wel wat kwesties van Lubbers III, die 1 enquête en 4 onderzoeken overleefde.

Balkenende heeft nu dus eigenmachtig zijn 7e onderzoek verordonneerd. Of hij daarmee het aantal enquêtes op 0 weet te houden is nu uiterst twijfelachtig. Eigenlijk gun ik de man, nog voor hij zijn ambt als vader des vaderlands neerlegt, de eer lijstaanvoerder van het aantal enquêtes te worden.
De JSF-straaljager, de belastingen en de kredietcrisis heb ik al genoemd, maar daar kunnen wat mij betreft nog wel enquêtes bij naar het wankelmoedige beleid rond de WMO en AWBZ, de privacyschendingen, de kunstmatig laag gehouden werkloosheid en het grote stedenbeleid (inclusief de probleemwijken) bij. Samen met de Irak-kwestie zal het dan nog jaren duren voor er een minister-president is die een aantal van 8 enquêtes zal weten te evenaren.

Ondertussen zijn enquêtes en onderzoeken zo'n trend geworden, dat we ons kunnen afvragen of het parlement de gebruikelijke controle wel aankan. Misschien moeten we de parlementaire democratie vervangen door een onderzoeksdemocratie. Niet meer op politieke partijen stemmen, maar op door de wol geverfde onderzoekers.

Tot slot: Het overzicht is misschien niet volledig en wellicht voor correcties vatbaar. Die kun je in de reacties kwijt. En natuurlijk ben ik benieuwd naar jouw duiding van dit overzicht.

De vrijheid van meningsuiting: een idee-fixe

De vrijheid van meningsuiting: een idee-fixe

Soms willen we iets dat niet bestaat. Neem de vrijheid van meningsuiting. Wie je er ook over hoort, wat je er ook over leest, altijd wordt het gedefinieerd met beperkende criteria. Dat was al zo bij een oude Griek als Socrates, die alle opvattingen graag getoetst zag door een tribunaal van de ratio. Dat is nu nog zo, bij Mark Rutte die een grotere vrijheid van meningsuiting wilde bepleiten, mits het niet aanzet tot geweld en haat en beperkingen kent ook Geert Wilders, die bepaalde godsdienstige uitingen wenst te verbieden.

In de eeuwen tussen de oude Grieken en de hedendaagse roeptoeters, is de vrijheid van meningsuiting regelmatig uitgebannen door orthodox-religieuze en dictatoriale regimes. En de bepleiters van meer meningsvrijheid wisten het eveneens niet te stellen zonder nadere regeltjes. Goedbedoelde regeltjes, om te voorkomen dat de vrijheid van de één, een beperking voor een ander zou kunnen betekenen of regels die bepaalden welke mensen het beste die vrijheid kunnen uitoefenen.

Er zijn twee problemen met de vrijheid van meningsuiting.
1. Vrijheid, in de zin van volledige vrijheid alles te kunnen doen en zeggen, is een onhaalbaar ideaal. Alles zeggen zou nog kunnen, omdat het woord ook een uiting kan zijn van alles wat we maar denken. Onze hersens zitten zo in elkaar dat we ook de meest onpraktische, irreële en waanzinnige gedachten in taal kunnen uiten. Maar een mens bestaat niet uit gedachten alleen. Ons vlees en bloed is gebonden aan de beperkingen van dat vlees en bloed en aan de aanzienlijke beperkingen die onze leefomgeving stelt. Het idee dat we met louter onze “vrije” gedachten die werkelijkheid naar onze hand kunnen zetten, heeft al tot aardig wat ongelukken geleid.

2. Mening wordt te vaak verward met werkelijkheid. Een mening is een expressieve mix van rationaliteit en emotionaliteit en sterk beïnvloedbaar door wisselende omstandigheden buiten onszelf. Ofwel: een mening van vandaag kan ingehaald worden door een werkelijkheid van morgen.

Wie, in navolging van Pim Fortuyn, streeft naar een vrijheid te kunnen zeggen wat je denkt, streeft een ideaal na die er altijd is geweest en tegelijkertijd, soms vergaande vrijheidsbeperkingen voor medemensen betekent.

Zeggen wat je denkt. Een fundamentalistische religieuze doet het, een provocerende liberaal doet het, een kalme filosoof doet het. In dat spectrum lijken de meningen van met wapens uitgeruste machtigen en van de hardste, ongenuanceerdste roependen telkens de meeste vrijheid te verkrijgen.

De Vlaamse hoogleraar sociologie, Mark Elchardus ziet weinig verschil tussen de religieuze fundamentalist en liberale fanatici. “Perfecte spiegelbeelden zijn het, de fanatici van de profeet en die van de vrijheid. Wat gelijken ze op elkaar. […] Dit is een wereld die zich opent, globaliseert, divers wordt. Is dat leuk? Niet noodzakelijk en zeker niet altijd, maar het is wel een feit. En een meer diverse wereld heeft tot gevolg dat je rekening moet houden met meer en andere en soms moeilijk te begrijpen gevoeligheden. Wie alleen woont, moet geen rekening houden met huisgenoten; wie samenwoont, mag zelfs in eigen huis de absolute vrijheid vergeten. Maatschappelijk is dat niet anders. Meer divers is meer beperkt” (zie lvb.net van de liberaal Luc van Braekel).

Is het dan goed met wetten en regels duidelijkheid te verschaffen over die beperkingen?

De ervaring leert dat we dan wel de mogelijkheid creëren ons via de rechter te verweren tegen beledigingen, vals veronderstelde aantijgingen en discriminerende meningen. Egbert Dommering, hoogleraar informatierecht, verwijst in een boekbespreking (pdf!) over uitingsdelicten, naar “de relikwieënkast: majesteitsschennis, belediging van vreemde staatshoofden en godslastering. (Meestal leveren die processen wel prachtige cultuurhistorische documentatie op! Omwille van de geschiedschrijving zou je ze dus moeten handhaven.) Toepassing van de overige bepalingen zou alleen in harde gevallen van wezenlijke aantasting van de menselijke waardigheid en bedreiging met geweld moeten plaatsvinden, met de kanttekening dat voortdurend het gevaar dreigt dat politiek incorrecte uitspraken worden afgestraft in plaats van dat rechtgoederen worden beschermd“.

Er zouden twee opties kunnen zijn om tot een nieuwe vrijheid van meningsuiting te komen.
1. Volledige vrijheid, inclusief uitingen die wie dan ook als beledigend kan ervaren vastleggen in de grondwet. Maar dan ook in de grondwet de vrijheid van boosheid vastleggen, evenals het recht op stilte. Een ieder die ook maar één van die drie rechten schendt, is strafbaar.
Ik ben het meteen met uw mening eens dat zo'n regeling nergens op slaat.

2. Dan maar optie twee? Erkennen dat volledige, onvoorwaardelijke vrijheid niet kan bestaan. Tenzij we met de tijdsgeest meegaan en afspreken dat iedereen het grondwettelijk recht heeft op zijn/haar eigen werkelijkheid. De uitoefening van die werkelijkheid dient beperkt te worden tot de privé-sfeer, die onaantastbaar wordt verklaard.

Een derde mogelijkheid, het recht op meningsverschil, lijkt me in deze woelige tijden een onhaalbare optie, omdat er nu net iets teveel mensen zijn die zo'n recht als krankzinnig zouden afdoen.