Vrije jongens in crisis bijeen

Vrije jongesn in crisis bijeen De amerikaanse overheid wordt deelnemer in het deltaplan tegen de kredietcrisis.

Ik vind het opvallend dat de laatste ingreep her en der becommentarieerd wordt als zouden de amerikanen van hun vrije martkgeloof zijn gevallen.

Ik ben geen econoom, heb er de ballen verstand van dus alle reden om ook een duit in het zakje te doen:
Hier is geen sprake van staatsbemoeienis of een afscheid van het vrije markt denken.

Een paar jongens en meisjes hebben zich misdragen op het marktplein. En ja, als door hun wilde gedrag een kraampje omdondert, is de kans groot dat er meer meelazeren.
Zo is de markt nu eenmaal gebouwd. Allemaal vrije jongens, maar met stalen staanders en touwen aan elkaar verbonden.

De marktmeester kent ze allemaal. Sommigen zijn zelfs neefjes of aangetrouwde familieleden. Met sommigen heeft-ie zelfs op school gezeten. De markt is net een grote familie. Ons kent ons. Je verwerft niet makkelijk een standplaatsje in die gemeenschap, tenzij je aardig wat geld inbrengt.
Trouwens, de marktmeester heeft zelf een paar kraampjes op de markt staan, gerund door een paar vertrouwelingen.

De marktmeester is van het “laissez faire”-type. Loopt wat rond, babbelt eens hier, geeft een schouderklopje daar. Maar hij laat “zijn jongens” wel hun eigen gang gaan.
Als er dan rumoer op de markt is, steken de standhouders en de marktmeester de koppen bij elkaar. En degenen die het meest met elkaar verbonden zijn, door familiebanden of schoolverleden, smeden een plannetjes.

Het doel? Hoe kunnen ze hun markt overeind houden, zonder dat ze het zelf al te veel geld kost, want money makes the world go round en al die marktlui moeten er niet aan denken hun kraam op te moeten geven voor een baantje bij een baas, waar ze gecontroleerd worden door personeelszaken en de boekhouder.

De marktmeester zelf komt niet met een eigen oplossing, nee, gezamenlijk komen ze tot het besluit wie er van het marktplein verwijderd dient te worden wie mag blijven en ze verzinnen een constructie om de geleden schade op te vangen.

Wat zou er gebeurd zijn als de marktmeester had gezegd: jongens, jullie hebben er zelf een zootje van gemaakt, jullie lossen het maar helemaal zelf op?
Dan had je een stevige familieruzie gehad en de marktmeester zou zelfs het plein afgeschopt kunnen worden.

En dus voltrekt het wonder van het vrije marktdenken zich opnieuw. Rond de koffiekar warmt men de handen, maken wat afspraken, sluiten een dealtje en een slimmerd bedenkt waar ze nu weer het nodige geld vandaan zullen halen. Niet uit de eigen beurs natuurlijk.
“Misschien moeten jullie de boel hier eens heel anders opstellen”, roept een voorbijganger nog.
Maar die wordt aangekeken alsof-ie een lastige klant is. Hoort niet bij de familie, waar bemoeit die zich mee?

Ze lossen het onder elkaar wel op. Het lijkt wel een beetje op scènes uit bekende mafia-films. Familieleden die een beetje al te wild te keer zijn gegaan en de familie in gevaar lijken te brengen worden opgeruimd.
Een paar creatievelingen bedenken wat nieuwe kraampjes op de markt. Maar het basisprincipe van de familie blijft overeind.

Het interesseert ze verder niet wie de slachtoffers zijn en, voor zover die in leven blijven, hoe het met ze gaat.
Na wat pittige maatregelen gaat de familie weer over tot de orde van de dag: vrije jongens zijn.
De vrije markt, die verdwijnt niet zomaar. En het is een een gezellige boel. Uw daalder mag er dan een euro waard zijn, er gebeurt altijd wel wat.

Indammen en opbouwen

Aarde en maan

Maakbaarheid optima forma! Denkt iemand hier de gevolgen van de opwarming van de aarde met een grote dam te kunnen bestrijden, gaan anderen de maan opwarmen door er een kernreactor neer te zetten.

Dat van die dam, die noordpoolijs moet beschermen, is een Nederlands ideetje. Dat van die kernreactor, die een toekomstig lunapark van energie moet voorzien, is een Amerikaans ideetje.

Het is wel typisch nederlands om met beide benen op de aarde te blijven. Het is typisch Amerikaans om te denken: dan maar met zijn allen naar de maan.
En ik maar denken dat ik de enige ben met gekke ideeën. Zo zie je maar, een mens is nooit alleen.

Het lijkt mij dat het idee van een dam rond het noordpoolijs en de kernreactor op de maan onvoorspelbare gevolgen kunnen hebben voor de ecologie op aarde en maan. Zul je zien dat het noordpoolijs in tact blijft, maar de gigantische dam de oceaanstromen zodanig dereguleert, dat we alsnog aan een wereldwijde tsunami ten onder gaan.
En op de maan slaat de warmte van de kernreactor gecondenseerd neer op de koudere gedeelten van de maan en ontstaat daar ook een poolkap.

Nou is een kernreactor op de maan niet zo'n opzienbarend idee. Er liepen al mensen rond, er rijden karretjes rond, dus een gebouw neerzetten moet niet zo'n kunst zijn. Hoe een kernreactor werkt, weten we ook al. Gewoon alledaags denkwerk.

Die dam, da's buiten vaste kaders denken. De godvader van het idee geeft toe dat er nog heel wat uitgevogeld moet worden voor zo'n dam een realistische optie wordt, maar het is minstens van dezelfde fantasie die de mens ook op de maan heeft gebracht. Eventuele (ijs)beren op de weg kunnen opgelost worden.

Beide ideeën tonen opnieuw aan hoe hoog mensen de maakbaarheid van hun universum inschatten. The sky is allang the limit niet meer.
Nu nog een soort Afsluitdijk die aarde en maan zal verbinden. Of een soort ruimtetunnel. Wel van zeer flexibel materiaal, tenzij we dat gedraai van aarde en maan weten te stoppen.

Wat denkt u? Gaat de mensheid, met al haar maakbaarheid, uiteindelijk als lemmingen ten onder in haar eigen zee van creativiteit?
Of gaat de mensheid met technologie en bizarre ideeën haar eeuwige toekomst maakbaar maken?

Wie weet wat werk is?

Wie weet wat werk is

In Utrecht is het vandaag een drukte van belang. Twee redacteuren van het magazine Filosofie in Bedrijf organiseren het Ottonecongres en de hamvraag vandaag is: Werk: wat is dat?

Prikkelende centrale stelling is dat niet de individuele mens de maatschappij en economie draaiende houden, maar de organisaties en de staat. Die creëren banen die gevuld moeten worden. Dus, zeggen de bedrijvige filosofen, als je werk wilt begrijpen “moet je organisatie begrijpen, en organisatie begrijp je pas als je de staat begrijpt”.

En dus is het vandaag zo dat ” werk, en niet het gezin is de hoeksteen van de samenleving. Vanuit werk wordt de samenleving omgevormd tot maatschappij”.
De organiserende filosofen menen overigens wel dat ” vanuit organisatie-perspectief zijn mensen allesbehalve onmisbaar zijn”.

Nu heb ik van werk helemaal geen verstand, dus laat ik daar eens wat over zeggen.

Alle werk, nodig of onnodig, lijkt inderdaad in bezit van organisaties, bedrijven en de staat. Niet degenen die het eigenlijke werk moeten doen, bepalen of er werk is en hoe dat gedaan moet worden. Laat staan dat ze bepalen hoeveel dat werk mag kosten en wat men er voor krijgt.

Dat mensen ” allesbehalve onmisbaar zijn”, is al lang niet meer waar. Het is juist de bedoeling dat mensen onmisbaar zijn. Liever een machien aan het werk, dan een mens.
Wat dat betreft hebben we het arbeidersparadijs op aarde nog lang niet bereikt. Jawel, er is veel geautomatiseerd, de robots rukken nog steeds op, maar er is nog veel te veel zwaar en smerig werk dat door mensenhanden wordt gedaan.

De tijd dat we ons hoofd op de pc aansluiten, bedenken wat er gedaan moet worden en computers en robots vervolgens de werkzaamheden uitvoeren ligt nog ver voor ons. Zelfs dat “bedenken wat er gedaan moet worden” zou door computerprogramma's overgenomen kunnen worden. Denken is ook werk, Vraag dat maar aan een filosoof.

En dan is er ook nog de heersende opvatting dat mensenwerk duur is. Ook al een reden om te streven naar volledige automatisering en de human factor verder te elimineren. Nu moet de staat alsmaar oproepen tot loonmatiging, liggen werkgevers en vakbonden elk jaar weer met elkaar overhoop over salarissen en ontslagregelingen. Da's wel vermoeiend voor overheid en organisaties.

Maar zal volledig geautomatiseerd werk een science fiction fantasie blijven?
Voorlopig zitten we nog opgescheept met mensen die het werk moeten doen. Zeg maar “de hardwerkende burger”. Een stereotype die te pas en te onpas van stal wordt gehaald om van alles, behalve werk, in de door politiek getinte idealen juist geachte banen te leiden.

Laat ik nog een stelling opperen. Er zijn twee soorten hardwerkende burgers. Ze hebben beide gemeenschappelijk dat men, diep in het hart, liever alleen dingen doet die men leuk vindt. Lekker in de zon liggen, een goed boek lezen of, voor de wat actievere lieden, de dag plukken.

De ene soort denkt dat uiteindelijk te bereiken door massa's geld te vergaren. Daar heeft men anderen bij nodig. Daarvoor moet men markten creëren en winsten behalen. Men richt banken op en laat ze weer ploffen. Kortom, keihard werken. Deze soort weet blijkbaar hoe duur een werkloos leven is, want ze verdienen toch aanzienlijke salarissen, maar het lijkt niet genoeg. Groeien dus, meer winst, expanderen maar.

De andere soort leeft in de veronderstelling dat ze ook hard moeten werken, maar dan voor later. Het zo gewenste carpe diem is een genot dat pas bereikt kan worden op later leeftijd, zeg maar de pensioengerechtigde leeftijd. Men laat zich leiden door diepe gedachten die zij zelf niet hebben verzonnen, maar wel voor waar aannemen. Die gedachten kunnen worden samengevat met het historische “arbeid adelt”.
Om van dat werkzame leven nog iets leuks te maken schikt men zich in de rol van consument, in plaats van die van werker, arbeider. Kopen dus, minder geld, spenderen maar

Met die instelling heeft de laatste soort zich sterk afhankelijk gemaakt van, zelfs overgeleverd aan de eerste soort. De hardwerkende burger van de tweede soort beseft zijn eigen gebrek aan verantwoordelijkheid hierin maar al te goed. Dus wordt er nog wel wat gemopperd, ventileert men wat maatschappelijke ontevredenheid, maar men maakt er geen echt werk van het werk zich weer toe te eigenen en de voorwaarden voor arbeid zelf te bepalen.

Voor beide soorten hardwerkende burgers is het goed eens stil te staan bij die vraag: werk, wat is dat? Met andere woorden: waar zijn we helemaal mee bezig?

Zo genoeg gezegd, tijd om naar mijn werk te gaan.

De toespraak bij het koffertje

Miljoenennota 2008

Mevrouw de Voorzitter,

Ik sta hier met een leeg koffertje. Op merkwaardige wijze zijn de stukken twee weken geleden verdwenen. We hebben weliswaar een aantal vingerafdrukken gevonden, maar deze kwamen niet overeen met de vingerafdrukken die wij op dit moment in de databases van justitie op voorraad hebben.

Het onderstreept nog maar eens de noodzaak de vingerafdrukken van alle nederlanders op te slaan, want laten we wel zijn: het is toch te gek voor woorden dat wij de Miljoenennota niet fatsoenlijk onder de pet kunnen houden en pas bekend kunnen maken wanneer wij dat goeddunken.

De houding van een zich kwaliteitsblad noemende NRC heeft de zaak er niet beter op gemaakt. De boodschap van het kabinet, samen werken, samen leven, is niet aangekomen bij de NRC-redactie en daar weigerde men een handtekening te zetten en voor slechts enkele dagen samen te werken met het kabinet.

Mevrouw de Voorzitter,
Wij zijn echter niet somber gestemd. Op het eerste gezicht lijkt het ons dus wat tegen te zitten, maar laten we de voordelen niet vergeten. Daar de inhoud van dit koffertje nu dus wijd en zijd bekend is, kan ik het vandaag kort kan houden.
U kent de cijfers, u kent onze motivatie, u kent ons streven. U kunt over tot de orde van de dag.

Mevrouw de Voorzitter,
Om een roemrucht sociaal-democraat te citeren, die ooit dit land mocht leiden: twee dingen.
Ten eerste wil ik aankondigen dat dit de laatste keer is dat ik met dit koffertje voor u verschijn. Nee, de geachte afgevaardigden ter rechterzijde hoeven nu niet zo verheugd te kijken. Ik zal hier weer staan, maar het koffertje niet.
Dat koffertje stelt eigenlijk niet zoveel voor en is een relikwie dat niet meer van deze tijd is.
Volgend jaar zullen wij, zodra de cijfers op een rijtje staan, de inhoud meteen op het internet publiceren.

Iedereen kan er dan mee doen wat men maar wil. De pers heeft haar vrijheid terug en het kabinet hoeft zich geen zorgen te maken over de reacties op de inhoud. Ik herhaal nog maar eens mijn woorden bij de presentatie van het regeerakkoord in februari 2002: het is natuurlijk niet zo dat wij onze oren naar de samenleving laten hangen, zo van, u vraagt, wij draaien.

Ten tweede: de naam Miljoenennota kan de prullenbak in. Het gaat inmiddels om miljarden. De samenleving, burgers en bedrijfsleven, moet tussen de oren krijgen dat regeren een uiterst kostbare zaak is. Wie dat moeilijk te verteren vindt, daag ik uit de duizenden miljarden eens op een rij te zetten die met name in de commerciële sectoren op de begroting staan en eens goed te kijken wat men daarvoor krijgt.

Mevrouw de Voorzitter,
Wij moesten maar weer eens aan het werk.

(De echte toespraak is hier te lezen).

De toestand in de polder (37)

De toestand in de polder

Secretaris van de AWBZ (Associatie van Wederrechterlijkheid Beoefenende Zelfstandigen): “Ik ben gekrenkt in mijn beroepseer. Ik begrijp de hang naar transparantie. Maar juist het ontbreken van transparantie is één van de kwaliteiten van ons vak.”
De toestand in de polder

Lid van de AWBZ: “Wat nou? Heb ik vakkundig die stukken gesnaaid en keurig aan iemand van de pers overhandigd, ter bevordering van de transparantie, gaan ze zeuren om dat embargo op te heffen! En wie zit er straks dan zonder werk?”

De toestand in de polder

Onafhankelijke crimineel: “Stelletje amateurs!”

De toestand in de polder

Penningmeester van de AWBZ (die Associatie dus…): “2,8 miljard! Ik ga me toch maar omscholen!”

De toestand in de polder

Eerste de beste crimineel: “Zoho. Effe inbreken bij het CBS. Wat zien ik? 6,3 procent meer uitgaven, en dan 5,5 procent meer inkomsten. Maar, kijk nou! Ze houen toch nog 8 miljard over! Okee, da's 800 miljoen minder dan vorig jaar. Snap ik nou hoe ze aan dat bedrag komen waarmee ze willen bezuinigen op de AWBZ (nee, niet onze Associatie maar de Wet…)

Moeder's zeven smarten

Moeder's zeven smarten

Moeders hebben het nooit makkelijk gehad. Neem het treurige verhaal van Maria.

Nog voor de geboorte van haar kind komt er een vent langs en die voorspelt dat haar kindje niet alleen de glorie voor het Israëlische volk zal zijn, maar dat volk ook zal verdelen. En niet alleen de Israëli's, nee, alle volken!
Tja, in die tijd was abortus helemaal niet omstreden. Het was gewoon geen issue. Anders zou de Mater Dolorosa wel even nagedacht hebben en wellicht overwogen met een simpele ingreep de vrede op aarde veilig te stellen.

En dan is het jong geboren, moet je op de vlucht omdat een jaloerse koning alle pasgeboren uit wil roeien. Eenmaal je zoontje in veiligheid, ga je een dagje uit en loopt-ie weg. Je zoekt je rot en vindt hem in een tempel. Zit-ie als een wijsneus met de schriftgeleerden te kletsen. Die fase hebben alle pubers wel eens, maar je krijgt het als moeder toch even benauwd. Wat er al niet had kunnen gebeuren.

En dan gaat-ie zijn eigen weg. Kom je hem later weer eens tegen, blijkt dat het helemaal verkeerd met hem is gelopen. Verkeerde tijd, verkeerde plaats en nu zie je hem lopen met het kruis op zijn schouders, waar-ie even later aan wordt vastgespijkerd. Je mag hem nog even in je armen koesteren als hij er dood en wel wordt afgehaald en tot slot begraaf je je eigen kind. Zeven keer verdriet in een moeders leven, da's wel erg veel.

Denk niet dat de moeders van vandaag, de madonna's dolorosa, zulke smarten bespaard zullen blijven.

Er zou zomaar een ambtenaar langs kunnen komen die met de gegevens uit de DNA-databank komt vertellen dat je nog ongeboren kind genen in zich draagt die zowel lol als verdriet zullen veroorzaken.
Maar ja, je neemt de gok, want een goede opvoeding kan heel wat ellende voorkomen. Dan is je kind eindelijk geboren, een hele last op zich, en dan moet je je buurt ontvluchten, want het jong is van een ander kleurtje dan jezelf. Daar kijkt de hele buurt je op aan.

Afijn, leuk rustig dorpje gezocht en op de jaarlijkse braderie raak je hem ineens kwijt. Je zoekt je rot en vindt hem in het winkelcentrum bij de hangouderen, tegen wie hij het hoogste woord heeft. Wijsneuzige puber, maar met bevend hart zie je voor je wat er had kunnen gebeuren.

Wat ouder, gaat hij eveneens zijn eigen weg. Ook die brengt hem op de verkeerde tijd, op de verkeerde plaats. Goed opgevoed als-ie is, spreekt hij iemand aan op walgelijk gedrag tijdens een avondje stappen en wordt doodgeschopt.
Je mag hem op de intensive care nog even in je armen koesteren, voor je hem gaat begraven.

Deze moeders hadden het kunnen weten, want het is ze voorspeld. Hoe vergaat het alle moeders, die niks is voorgezegd en die ook eindigen met gestorven kinderen in de armen, omdat er te weinig eten in het land is. Omdat smerig water ze ziek heeft gemaakt, ze als kind soldaat werden of omdat ze aangeraakt zijn door aids.

Leuk hoor dat op deze dag de katholieken jaarlijks Onze Lieve Vrouw der Zeven Smarten herdenken. Misschien wordt het eens tijd er ook wat aan te doen in plaats van zeven rondjes rond de kerk te lopen?

Of ligt de verantwoordelijkheid bij de moeders zelf? Ik ben geen moeder, maar ik zou dan meteen stoppen met kinderen aan de wereld geven.

De logica van vrijheid van lekken

De logica van vrijheid van lekken

Journalisten en ethiek. Daar valt heel wat over te zeggen.
(ruis…….)

Nu weer wegens de door het NRC ruim geciteerde Miljoenennota, terwijl het embargo voor publicatie nog niet was opgeheven.

Het NRC heeft niet getekend voor dat embargo en meent de inhoud prijs te mogen geven, omdat de krant de prinsjesdagstukken door vrije nieuwsgaring verkreeg. De andere media, zo stelt het NRC, kregen de stukken uit handen van de Rijksvoorlichtingsdienst en tekenden wel voor het bijgaande embargo. Die andere media klagen nu steen en been over de embargoregeling. Sip turen ze naar hun handtekening en mopperen waarom zij nu niet, en het NRC wel mag publiceren. De secretaris van het NVJ (Nederlandse Vereniging voor Journalisten) vindt dat de andere media zich nu niet meer aan het embargo hoeven te houden. Want “dat is in strijd met de logica van vrije nieuwsgaring“. Ligt het nieuws inmiddels op straat, dan mag iedereen ermee aan de haal, zo luidt die logica.

In een redactionele verklaring schrijft het NRC: “NRC Handelsblad vindt het knevelarij om op gezag van de RVD niet te mogen schrijven over voorgenomen besluiten die uitgelekt zijn. Besluiten over voorgenomen beleid, die voor de burger belangrijk zijn, horen zo snel mogelijk bekendgemaakt te worden”.

De vrije nieuwsgaring komt bij het NRC dus voort uit een lek. Welk lek wordt niet vermeld. Maakt het NRC gebruik van de concurrentie? RTL-nieuws kwam op 9 september al met informatie uit de Miljoenennota. Heeft het NRC een deal gesloten met Frits Wester? Of hebben NRC-journalisten ingebroken in de computers van RTL?
Tot nu toe was RTL namelijk de enige die uit het koffertje van Bos citeerde. Of zou het NRC beschikken over een eigen bron, ergens diep in de wandelgangen tussen Nieuwspoort en het Binnenhof?

Opvallend is de solidariteit onder de journalisten. Natuurlijk, ze hebben vreselijk de pest in dat RTL en nu het NRC ze voor zijn geweest, maar overgaan tot een diepgravend onderzoek naar Het Lek is er niet bij. Zo luid men roept over de onzin van het embargo, zo stil is men over de schendingen daarvan. Is dat dan geen nieuws?

In een poll hier meent 61% dat de persafdeling van het kabinet lekt (23% denkt dat Frits Wester in de laatjes van het kabinet kan en 16% denkt dat er wat anders aan de hand is, zonder echter aan te geven wat dan wel, da's jammer).

Maar stel dat die persafdeling lekt? Doet men dat op eigen houtje of in opdracht van een hoge ambtenaar of wellicht iemand uit het kabinet zelf?

Niet alleen de pers moet zich voorbereiden op de complexe inhoud van de Miljoenennota, ook het kabinet zal zich moeten voorbereiden op de mogelijke reacties. Dat kost zeker een weekje of twee tijd. Niets mooier dan een fikse lekkage. Iemand weet waar het lek zit en Frits Wester zal dat zeker niet onthullen. Twee vliegen in één klap: de pers heeft het gedaan en de voorbereidingen op de reacties kunnen beginnen.

Een lekkende ambtenaar of politicus, een lekkende drukker bij de Staatsuitgeverij, een inbraak in het ministerie van Algemene Zaken of in de computers van de overheid, het is allemaal mogelijk. Het koffertje van Bos zou zelfs heel even onbeheerd achtergelaten kunnen zijn in de bar van perscentrum Nieuwspoort. Bos even naar de wc en, hoewel er niet uit de bar mag worden geciteerd, hou dan een nieuwsgierige journalist maar eens tegen.

Valt dat allemaal onder de vrije nieuwsgaring, waar het NRC zich nu op beroept?
Nee, dat valt onder het niet nakomen van afspraken tussen overheid en pers. De pers knevelt zichzelf door met die afspraken akkoord te gaan. De pers zou dit soort bindende afspraken helemaal niet moeten maken. Er is dan wel een grote kans dat de overheid nog terughoudender wordt in het verstrekken van informatie.
Voor de pers zit er dan niet anders op dan veel beter het journalistieke werk te doen. Speuren, spitten, druk uitoefenen, analyseren. Met dat laatste had een slimme journalist natuurlijk zelf kunnen voorspellen wat er in de Miljoenennota zou staan. Gewoon het laatste jaar van het kabinet onder de loep nemen.

Nu komt men met een wel erg luie methode aan de inhoud van de Miljoenennota. En het levert niks nieuws op. Ga aan het werk, journaille! En begin eens bij de bron.

Nederland kiepert om

Nederland kiepert om

Limburg stijgt, Groningen daalt.
Stel Nederland voor als een plat vlak. Dat moet niet zo moeilijk zijn. We staan om onze platheid bekend. Er zijn zelfs Nederlanders die daar trots op zijn. Dus teken de kaart van dit land op een A4-tje, hou het horizontaal voor je en laat het noorden zakken en het zuiden stijgen. Als je die beweging even volhoudt, staat heel het land ondersteboven.

Niks nieuws, zul je zeggen, Nederland staat wel vaker op zijn kop. Jawel, meestal opgeschud door mediamieke relletjes. Maar wie had gedacht dat onze eigen bodem de boel verantwoordelijk is voor het omkieperen van de bekende verhoudingen?

De afdeling luchtvaart- en ruimtetechniek van de TU Delft laat weten dat Neerlands bodem beweegt. Zo langzaam dat we het in de drukte van alledag nauwelijks merken. In vijftien jaar tijd is Zuid-Limburg tien centimeter omhoog gekomen en in Noord-Holland is een daling van 3 centimeter geconstateerd.

In het zuiden is de bodem in beweging door stijgend grondwater in de lege mijnen. Het noorden daalt vanwege de gaswinning.
Zo zie je maar wat verandering van energiegrondstoffen teweeg kan brengen.

Die paar centimeters bodembeweging in tientallen jaren, hebben wel grote gevolgen. Ondergrondse pijpleidingen en kabels kunnen breken, dijken kunnen scheuren. Het kost aardig wat geld om die zaken weer te repareren.

De metingen zijn gedaan met behulp van satellieten en radartechniek. Professor Hanssen van de TU Delft stelt dat er wel belangrijker zaken zijn om te ontdekken dan water op Mars. Hij pleit er dan ook voor dat Nederland vooral geld steekt in zijn technologie: “Europa doet er verstandig aan om te stoppen met de bemande ruimtevaart en zich te concentreren op die gebieden waar het echt voorop loopt, zoals aardobservatie”.

Met onbemande ruimtevaarttechnieken (de satellieten) is relatief goedkoop de toestand van ons land te spotten. We willen natuurlijk wel weten hoe snel Groningen ten onder gaat en Zuid-Limburg er bovenop komt. Maar met welke snelheid dat staat te gebeuren is nu niet nauwkeurig te meten.
Professor Hanssen mist nog wat data omdat “de Nederlandse overheid ('Staatstoezicht op de Mijnen', de toezichthouder) er nog niet voor wil zorgen dat de satelliet 'aanstaat' op het moment van overvliegen”.

Kwalijke zaak, vindt de professor. “De overheid heeft als taak de mensen volledig in te lichten over deze bodemdaling en gevolgen hiervan. Onafhankelijke, verifieerbare satellietmetingen zouden daarbij een grotere rol moeten spelen”.

En dus moet er geld bij. Niet om Mars, maar ons eigen land te ontdekken. Ja, en om jezelf te leren kennen, is afstand nemen soms goed. Volgens de TU Delft is de ruimte dus de beste plek om Neerlands bewegingen te doorgronden.

Vervolgens moeten de conclusies wel serieus genomen worden. Er rijzen lastige vragen. Moeten we accuut stoppen met gaswinning en de kolenmijnen in ere herstellen om het land op zijn plaats te houden?
Zouden we het nieuwste Deltaplan moeten laten voor wat het is en alle energie steken in een diepgaande bodemsanering? Of pappen en nathouden. Dijkje hier verhogen, bergje daar afgraven.

Of is het maar beter Nederland terug te geven aan zijn meest oorspronkelijke oerstaat: het water en de moerassen. Onze verre voorouders, die uit alle windstreken hierheen kwamen, hebben dat moeras gemaakt tot wat het nu is. Met kolenmijnen en gaswinning. Met onze huidige kennis zouden we zo'n moeras toch veel beter kunnen ontwikkelen, zonder nare bijverschijnselen?

Wie weet oplossingen, zodat alle hoop op een droge toekomst niet in de beweeglijke bodem wordt geslagen?

Kleinste deeltjes en grootse kennis

Kleinste deeltjes en grootse kennis

De schepping is een produkt van tunnelvisie.
Er is een kans dat in Genève het bewijs voor die stelling wordt geleverd.

In een ondergronds tunneltje hoopt men daar de oerknal na te bootsen. De oerknal zou ons universum hebben veroorzaakt. Fantasten zoals ik hopen natuurlijk dat ze in Genève minstens een oerknalletje creëren, waar een universumpje uit ontstaat dat er lustig aan het evolueren slaat. Je bent toch nieuwsgierig of je de hele geschiedenis aan je eigen ogen kan zien voltrekken.

De wetenschappers die de deeltjesversneller afgelopen woensdag aan het werk hebben gezet, hopen van de selfmade oerknal iets te leren wat nu nog aan hun kennis ontbreekt. Die kennis zou dan ook inzichten op kunnen leveren over de toekomst. Niks glazen bol, een tunnel dus. Dat leidt tot de tweede stelling: toekomstvisie komt voort uit tunnelvisie.

Als beide stellingen waar zijn, dan is daarmee afdoende verklaard waarom we van de geschiedenis maar niks leren. Er zijn sombere mensenkenners die menen dat wij niet willen leren van de geschiedenis. Verblind door hebzucht, egoïsme of pure dommigheid. Maar wie weet kunnen we niet anders. Tunnelvisie is de oorzaak.

Of het Geneefse experiment een dikke zes miljard euro en de kostbare tijd van ruim vijfduizend wetenschappers waard is, kunnen we pas beoordelen als de resultaten bekend worden. Ik gok erop dat de vragen die over de ons bekende natuurwetten met dit experiment beantwoord moeten worden, zullen leiden tot zulke nieuwe vragen dat er minstens nog eens 6 miljard euro tegenaan moet om daar weer antwoorden op te vinden.

U begrijpt waarom het leven zo duur is: nieuwsgierigheid. We willen echt alles weten en dat kost geld. Ook een wetenschepper moet eten. Op een lege maag is het slecht de waarheid vinden.

Dankzij al die nieuwsgierigheid zijn we wel bevrijd van rare angsten. We reizen nu met gerust hart de wereld rond, zonder bang te zijn er af te vallen. De wereld bleek niet plat te zijn en door de zwaartekracht blijven we gehecht aan deze aarde.

Maar daarmee is niet alles verklaard. Waarom gaat “de mens” zo beroerd om met waar hij zo vreselijk aan gehecht is? Da's een vraag die niet door de deeltjesversneller wordt gehaald. Het antwoord op die vraag, zal dus niet uit de Geneefse tunnel komen.
Hoewel, je weet maar nooit. Wellicht wordt het kleinste der kleinste deeltjes gevonden en valt uit het gedrag van dat kleinste deeltje iets te leren over dat van de grootste hufters.

Vooralsnog is dat echter het terrein van mensen die natuurkunde één op één menen te moeten toepassen op sociologie en psychologie. Daar waag ik me niet aan.

De lezersvraag vandaag: Is het echt nodig de oersoep tot in het kleinste detail te kennen om vooruit te kunnen?

Persvrijheid binnen de Nieuwspoort

Persvrijheid binnen de Nieuwspoort

Je hebt een perscentrum. Een internationaal perscentrum zelfs. Nieuwspoort. Je mag aannemen dat er door die poort heel wat naar buiten komt. Die verwachting mag je zeker hebben als het perscentrum op haar website met dikke letters meldt: Nieuws wordt hier gemaakt.

Tegenwoordig heeft elke zichzelf respecterende club een gedragscode. Zo ook Nieuwspoort. De meeste gedragscodes regelen fatsoenlijk gedrag. Je zet het niet op een zuipen op de werkvloer. Je slaat er niet op los. Maar je verwacht niet van een perscentrum dat de code ook voorschrijft dat er geen nieuws naar buiten wordt gebracht.

Dat blijkt wel het geval. Als er namelijk wel een borrel teveel wordt genomen of er hier en daar een tik uit wordt gedeeld en je zet dat in je krant, dan kun je de toegang ontzegd worden.

De Nieuwspoortcode zegt dat alles wat in de bar van het centrum plaatsvindt, niet gepubliceerd mag worden. De bar dient om journalisten en politici informeel bij elkaar te brengen. Bied je als journalist een politicus een drankje aan om hem wat loslippig te krijgen, dan mag dat feit niet in de krant en wat er gezegd is ook niet.

Een columnist van De Pers heeft de code geschonden. Hij schreef over het incasseringsvermogen van Johan Remkes en Frits Wester. Volgens de columnist kunnen die aardig wat innemen. Ook deed hij verslag van een knokpartij waarbij Mei Li Vos was betrokken.
De volgende keer dat de columnist uit de bar klapt, wordt hij geroyeerd.

Toen in 2002 Nieuwspoort, na een opknapbeurt, feestelijk werd heropend, verwoordde Balkenende al wat er zo al mis kan gaan in het perscentrum: “De veelbesproken “Nieuwspoortcode” doet nieuwbakken kamerleden – en dat zijn er nog al wat – vaak nieuwsgierig naar Nieuwspoort komen. Daarmee menig fractievoorzitter of fractievoorlichter de zenuwen bezorgend”.

JP, godfather van menig gedragscode, meende dat journalisten door alcohol gedrenkte citaten wel uit de pers zouden houden, maar herinnerde de aanwezigen eraan dat een journalist ook maar een mens is en dat je nooit zeker kon zijn of zijn geheugen toch niet, per ongeluk natuurlijk, een citaatje uit zijn geheugen zou laten glippen.

Balkenende wees er op dat: “Hoe vriendschappelijk de sfeer in Nieuwspoort ook is, niemand zal er geheel zijn rol vergeten. Voorlichters en kamerleden om hun nieuws te slijten of beelden recht te zetten, en journalisten om nieuwtjes op te snuiven”.

Juist. Dat lijkt me ook de rol van een perscentrum. Zowel in de officiële zaal, als in de wandelgangen, alsmede de wc's en niet te vergeten de bar.

Nu zijn de drankgewoontes van Frits Wester geen opzienbarend nieuws. Hooguit iets voor een ondermaatse column. Goed voor roddelblaadjes. Maar als hij een persvoorlichter onder tafel zuipt en dan zijn kans schoon ziet om de Prinsjesdagstukken uit 's mans colbert te rollen, dan heeft Frits weliswaar een laffe scoop te pakken maar gans het land weet dan wel wat ons op de derde dinsdag van september boven het hoofd hangt.

In 2004 pleitte NOS-hoofdredacteur Hans Laroes voor afschaffing van de Nieuwspoortcode. Mooi punt uit zijn betoog: “Eerst en vooral: wij hebben niets met elkaar. Een journalist is geen woordvoerder is geen politicus”.

Zo is dat. Afstand houden en ieder zijn werk doen. En vraag niet van een journalist zijn mond te houden als hij nieuws heeft ontdekt.